beantwoording technische vragen
Tekst van het document
Technische vragen Omgevingsvisie voor 1 juli Heer Medema, PVDA 1. Bladzijde 6. Wieringerwerf is een regionaal centrum en Winkel-Niedorp als voorzieningencentrum. Wat is het verschil tussen een regionaal centrum en voorzieningencentrum? Beantwoording: Een regionaal centrum fungeert als verzorging- en dienstencentrum voor een groter gebied/regio. Een voorzieningencentrum is een plek met diverse voorzieningen, zonder referentie naar de omvang van het (verzorgings)gebied. In dit geval wordt in de omgevingsvisie voor beide termen hetzelfde bedoeld. Dit gaan we aanpassen naar een eenduidig begrip.
2. Bladzijde 6. Wat is de onderbouwing om bij Anna Paulowna te spreken over een stedelijke kern? Beantwoording: Een stedelijke kern is een aaneengesloten gebied met een concentratie van bebouwing, voornamelijk bedoeld voor wonen, werken en voorzieningen. In Anna Paulowna zijn al deze facetten vertegenwoordigd.
3. Bladzijde 6. De Zuiderzeewerken staat direct onder het kopje Anna Paulowna. Nu lijkt het alsof dit bij elkaar hoort. Een extra kopje zou wenselijk zijn, deelt u deze mening? Beantwoording: Wij delen uw mening. Dit is bij het opmaken van het document weggevallen. We gaan hier een kop van maken. 4. Bladzijde 7. Bij het inspiratiekader Brede Welvaart worden ondernemers en initiatiefnemers gevraagd hun plannen langs de meetlat te beoordelen. Welke stok hebben we achter de deur als ondernemers en initiatiefnemers hier beleefd nee op zeggen? Beantwoording: Op pagina 33 wordt het inspiratiekader Brede Welvaart verder toegelicht. Bij impactvolle ontwikkelingen maken we een afweging aan de hand van het inspiratiekader. Per thema zijn er vragen beschikbaar, die de initiatiefnemer kan meenemen in onder andere ruimtelijke onderbouwingen. Aan de hand hiervan kan de gemeente met de initiatiefnemer in gesprek over de toegevoegde waarde van het initiatief beter voeren. Bij initiatieven die passen binnen het omgevingsplan (bestemmingsplan) moeten we goedkeuren. Maar in veel gevallen passen dit soort ontwikkelingen niet binnen het omgevingsplan en is hier een wijziging voor nodig. Het brede welvaartkader biedt een handvat voor het voeren van het gesprek.
De aanvrager moet ten alle tijden bij een afwijking van het omgevingsplan zijn plan motiveren waarbij wij als gemeente uiteindelijk de beslissing nemen om wel of geen medewerking te verlenen.
5. Bladzijde 7. Er staat ‘In 2040 streven we ernaar dat allen nieuwe gebouwen passief zijn’. Wat wordt bedoeld met passief?
Beantwoording: Passief bouwen is een bouwmethode waarbij een woning zo energiezuinig mogelijk wordt ontworpen en gebouwd, met als doel het minimaliseren van energieverbruik voor verwarming en koeling, de netaansluiting zo laag mogelijk te houden en een gezond binnenklimaat. Dit wordt bereikt door een combinatie van hoogwaardige isolatie, luchtdichtheid, en een uitgekiend ventilatiesysteem met warmteterugwinning. Voordelen zijn energiezuinig, comfortabel binnenklimaat, constant gefilterde lucht voor een gezond binnenklimaat, lage energierekening.
6. Bladzijde 7. Er staat ‘(Boven)lokale voorzieningen worden geclusterd en gegarandeerd in de vier hoofdkernen’. Wat wordt bedoeld met gegarandeerd en om welke (Boven)lokale voorzieningen gaat dit? Beantwoording: Dit staat toegelicht op pagina 39. Het gaat om voorzieningen zoals levensmiddelen (supermarkten), horeca, winkels, integrale kindcentra, welzijnszorg, gezondheidszorg en kleinschalige cultuurvoorzieningen. In de vier hoofdkernen garanderen we de voorzieningen voor de basisbehoefte van onze inwoners zoals supermarkten, onderwijs en gezondheidszorg. 7. Bladzijde 7. Er staat ‘Zorg wordt zoveel mogelijk lokaal georganiseerd’. Wat wordt hiermee bedoeld? Beantwoording: Dit betekent dat het zorgaanbod zo veel als mogelijk dicht bij de zorgbehoevende plaats vindt. Dit kan bijvoorbeeld door middel van geclusterde zorgwoningen of hofjes. Daarnaast wordt het zorgaanbod aangepast aan de lokale omstandigheden. Er wordt zo veel mogelijk afgestemd op de zorgbehoefte van de leeftijdsgroep/Sociaal economische status en eventueel andere aandachtspunten voor mensen woonachtig in een specifiek gebied en de bijbehorende behoeften.
8. Bladzijde 8. Er staat ‘de unieke landschappen worden beter beleefbaar gemaakt voor toeristen en inwoners’. Betekent dit dat elk stuk natuur ook beleefbaar moet worden gemaakt of mogen stukken natuur ook gewoon natuur blijven zonder verstoringen van de mensen? Beantwoording: Met het beter beleefbaar maken van een gebied bedoelen we dat het verhaal van het ontstaan van het landschap maar aanwezigen soorten dieren en planten wordt verteld. We hebben hierbij aandacht voor duurzaamheid, rust en natuur. Niet alle natuurgebieden en unieke landschappen kunnen toegankelijk worden gemaakt voor inwoners en toeristen om de rust op deze plekken te bewaren. Bijvoorbeeld het Balgzand dat een belangrijke functie heeft als rustplaats voor trekvogels. 9. Bladzijde 8. Er staat ‘er is speciale aandacht voor kunst en cultuur in het dagelijks leven’. Deze zin lijkt er even tussen te zijn geplakt, wat wordt hiermee nou precies mee bedoeld en hoe merken we dit? Beantwoording: Er is hier sprake van een harde tekstuele overgang van het beter beleefbaar maken van landschappen naar aandacht voor kunst & cultuur in het dagelijks leven. De voorbeelden van wat hiermee wordt bedoeld volgen in de daaropvolgende tekst. Zoals de bestaande evenementen een cultureel impuls geven of kunst in de openbare ruimte toevoegen
om de lokale identiteit te versterken. Op pagina 72 in de paragraaf ‘Kunst en cultuur in het dagelijks leven’ wordt dit verder toegelicht.
10. Bladzijde 8. Bij gebiedsontwikkelingen worden alle delen van de gemeente benoemd behalve Niedorp. Waarom wordt hier Niedorp niet benoemd? Beantwoording: Het hoofdstuk gebiedsontwikkelingen is nog in ontwikkeling en wordt nog verder aangevuld. Ook de gebiedsontwikkeling bij Niedorp wordt nog toegevoegd. Toen dit hoofdstuk is opgesteld was de gebiedsontwikkeling hier nog onvoldoende concreet. Het gaat namelijk niet alleen om woningbouw, maar om een samenhangend geheel van meerdere opgaven. Bijvoorbeeld een combinatie van woningbouw, werklocaties, mobiliteit en natuur. Deze gebiedsontwikkeling maken we in de komende tijd concreet en dit voegen we toe.
11. Bladzijde 16. U heeft de inwoners van Hollands Kroon verdeeld in 6 doelgroepen. Als je geen jongere bent maar ook nog geen oudere dan moet je of een arbeidsmigrant zijn of kinderen hebben om in Hollands Kroon te kunnen wonen. Waarom heeft u gekozen voor zo’n strakke scheiding en vindt u dat stellen zonder kinderen geen doelgroep zijn? Beantwoording: Het vormgeven van doelgroepen is een hulpmiddel om vanuit verschillende invalshoeken naar ontwikkelingen te kijken. Natuurlijk zijn er nog meer groepen binnen Hollands Kroon. In dit geval zijn er 6 veelvoorkomende doelgroepen beschreven. Hier hebben we gekozen voor een aantal doelgroepen met onderscheidende levensstijlen en bijbehorende wensen en behoeften tav hun woonomgeving. Dit was een middel om te kijken of de ambities en opgaven aansluiten op verschillende bewoners.
12. In algemene zin, maar bijvoorbeeld pagina 21. Kijk goed naar de plaatjes en waar wat ligt. Robbenplaat wordt namelijk op een hele andere plaats benoemd dan de daadwerkelijke ligging. Beantwoording: Dit klopt inderdaad en gaan we aanpassen.
13. Bladzijde 26. Bij de inleiding werd over Anna Paulowna nog gesproken over een stedelijke kern. Dat komt op deze pagina niet meer terug. Waarom is die term niet doorgetrokken naar deze bladzijde? Beantwoording: De term komt niet ter sprake in deze alinea. Er wordt wel aangegeven dat het een station heeft, een bovenlokaal voorzieningencentrum en woonwijken. Als dit een wens is kunnen we de term ‘stedelijke kern’ hier toevoegen.
14. Bladzijde 36. Er vindt een onderscheid plaats tussen short stay, mid stay en long stay. Hoe wordt die overgang vormgegeven en welke rol zien we hiervoor als gemeente?
Beantwoording: Voor short stay verblijf moeten arbeidsmigranten terecht kunnen in een daarvoor geschikte accommodatie. Dat kan op het terrein van een agrarisch bedrijf zijn of een grootschalige accommodatie zoals er bijvoorbeeld is op Agriport. De woonbehoefte voor mid en long stay nemen we mee in het woonbeleid en het oplossen van het tekort aan woningen. Short stay accommodaties zijn gemaakt en ingericht op kort verblijf. Langdurig verblijf is daar niet wenselijk. Om de doorstroom naar een woning te kunnen stimuleren is het van belang, naast beschikbaarheid van voldoende flex- en reguliere woningen, dat arbeidsmigranten zich registreren en inschrijven in de BRP. Daarmee kunnen we als gemeente sturen op de werkelijke behoefte en afspraken maken met huisvesters en werkgevers.
15. Bladzijde 38. Er staat ‘We onderzoeken of er in de toekomst regulering voor mogelijk is’. Waarom wordt gekozen om te onderzoeken of er iets mogelijk is en wordt niet gekozen om te onderzoeken hoe we dit kunnen invoeren? Beantwoording: In beide gevallen wordt hetzelfde bedoeld. We gaan onderzoeken hoe we dit kunnen invoeren en welke grondslag we hebben om hier regulering voor in te voeren.
16. Bladzijde 40. Er staat ‘Denk aan een pick up point voor pakketten’. Denk u hierbij aan pakketkluizen zonder menselijk contact of juist in een winkel of iets dergelijks? Bij dat tweede zorg je namelijk ook voor het behoud van een winkel. Beantwoording: In de tekst op bladzijde 40 staat: ‘In de kleine kernen hebben we ten minste een onbemand servicepunt voor basisvoorzieningen. Denk aan een pick up point voor pakketten, medicijnen en boodschappen ‘. Er staat ‘ten minste’ een ‘onbemand’ servicepunt. Dit betekent dat pakketkluizen het minimale zijn, maar het ook kan gaan om een bemand servicepunt in de vorm van een faciliteit in een winkel of dorpshuis. Dit hangt echter samen met de beschikbaarheid van een initiatiefnemer in het dorp. 17. Bladzijde 46. Er valt te lezen dat er nog volop wordt ingezet op herstructurering van bedrijventerreinen. Als we kijken naar Winkellerzand is daar veel tijd en geld ingestoken voor onderzoek terwijl de uitkomst teleurstellend is. Waarom wordt hier toch nog volop ingezet en is het niet beter om dit op een lager pitje te zetten? Beantwoording: U refereert waarschijnlijk naar het meest recente onderzoek op Winkelerzand. Dit onderzoek gaat over efficiënt ruimtegebruik. Hier werd gekeken of er geïntensiveerd kan worden zoals uitbreiden of optoppen. Dit was in meer of mindere mate mogelijk.
Theoretisch is hier een beperkte ruimte, maar dit was praktisch niet uitvoerbaar. Onrendabele businesscase Herstructurering is iets anders. Dit gaat over revitaliseren, verduurzamen, vergroenen. Dit kan inhouden dat verouderde bedrijventerreinen worden opgeknapt, dat er functies worden veranderd, of dat er nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden om de terreinen aantrekkelijker en duurzamer te maken. Hier is een plan van aanpak voor opgesteld en deze is vorig jaar vastgesteld. 18. Bladzijde 52. Over kringlooplandbouw zijn definities in omloop. Wat is volgens het college de definitie van kringlooplandbouw en hoe ziet dat er in de praktijk uit?
Beantwoording: In de tekst op pagina 52 staat wat we hiermee bedoelen: ‘Hierbij gaat het om een manier van boeren waarbij niets wordt verspild en reststromen worden hergebruikt. Dat betekent dat alles dat door het landbouwsysteem wordt gebruikt, vanuit datzelfde systeem weer wordt aangevuld.’
19. Bladzijde 77. Waarom is hier in dit onderdeel niks opgenomen over het gebied Niedorp? Beantwoording: zie beantwoording vraag 10.
Heer Pruimboom, Fractieondersteuning LDA
1. Pagina 7: 'De regio onderscheidt zich door hoogtechnologische innovatie via smart farming, precisielandbouw en de opzet van de Agritech Campus als kennis en innovatiecentrum.' Vraag: De agritech campus is toch iets provinciaals? En het is toch geen fysieke campus? Beantwoording: Op pagina 51 is de Agritech Campus verder toegelicht. Het is niet iets ‘Provinciaals’ maar een ontwikkeling die vanuit de gemeente geïnitieerd wordt. Het idee van de Agritech Campus is een fysieke campus voor een netwerk van innovatieve agrariërs, ondernemers en studenten waar kennis en innovatie worden gebundeld en gedeeld op verschillende locaties binnen de gemeente. Deze campus zal opleidingen, onderzoek, ondernemerschap en kennis samenbrengen in de vorm van ‘living labs’. De exacte vorm van de Agritech Campus is nog in ontwikkeling. In de afgelopen periode zijn er diversie sessies georganiseerd met betrokkenen. Dit had als doel het verkennen hoe we gezamenlijk invulling kunnen geven aan een fysieke aanlandingsplek voor een campus. Hoewel er enthousiasme is over het concept, blijkt er op dit moment onvoldoende draagvlak voor het realiseren van een fysieke campus. Wat wel duidelijk naar voren komt is dat het begrip ‘Agritech’: het toepassen van technologie in de landbouw, al breed gedragen wordt en dat er in de regio veel projecten zijn die hieraan bijdragen.
Deze komen veelal voort uit de sector en zijn lokaal geworteld. Daarmee wordt Agritech in de praktijk al vormgegeven zonder dat hier een fysieke campus voor nodig is. De rol van de gemeente ligt bij het verbinden van de samenleving met de ontwikkelingen in de sector. Dit vraagt om een andere benadering. Minder focus op het realiseren van een fysieke campus en meer op het creëren van maatschappelijk draagvlak en betrokkenheid.
2. Pagina 46 Regiobehoefte: 'We zijn in Hollands Kroon terughoudend wat betreft vestiging van grootschalige bedrijvigheid vanuit de regio. Tenzij dit een casus betreft uit de speerpuntsectoren agri, tech of energie en een positieve bijdrage levert aan de lokale samenleving.' Vraag: hoe wordt 'een positieve bijdrage aan de lokale samenleving' definieert, en hoe verhoudt deze passage in de omgevingsvisie zich tot de vestiging van datacenters? Beantwoording: De ‘positieve bijdrage aan de lokale samenleving’ vormt een onderdeel van de beoordeling van initiatieven volgens het ‘inspiratiekader brede welvaart’. Zie pagina 32 en 33. Het onderwerp datacenters is op pagina 57 verder toegelicht. De gemeente ziet in datacenters, mits passend in de provinciale datacenterstrategie en vestigingsvoorwaarden, kansen voor de regio en brede welvaart. 3. Input uit de participatiebijeenkomsten inzake clusteren voorzieningen in 4 kernen: Er wordt de opmerking gemaakt: 'Clusteren van voorzieningen in grote kernen gaat ten koste van sociale cohesie en de “ziel” van kleine kernen'. Hoe voorziet de omgevingsvisie erin dat dit wordt voorkomen?
Beantwoording: In de concept Omgevingvisie gaat het specifiek om het clusteren van voorzieningen in de dorpen op een centrale plek. Niet om het ‘weghalen’ van voorzieningen uit de kleine kernen en deze clusteren in de grote kernen. Dit is juist niet de bedoeling. In de concept omgevingsvisie wordt benoemd dat we de basisvoorzieningen in de hoofdkernen garanderen en in de kleine kernen mogelijk maken mits hier een initiatiefnemer is. In de participatiebijeenkomst Bedrijvigheid met de raadsleden op 24 juni jl. is door de ondernemers aangegeven dat zij de voorzieningen het liefst geclusterd zien in de kernen. Dit zorgt juist voor sociale cohesie en binding met het gebied. (Lokale) Ondernemers zijn vaak grote sponsoren van sportverenigingen en voelen zich hier sterk mee verbonden.
4. Pagina 58 grote windmolens: Provincie is bevoegd gezag bij meer dan 2 windmolens. Betekent dat dat de gemeente hier niets over te zeggen heeft? Als een initiatiefnemer er meer dan 2 wil plaatsen, kan de provincie dan besluiten of ze er komen? Beantwoording: Wie bevoegd is voor het toelaten van windturbines op land is vastgelegd in de Elektriciteitswet:
• • •
Het Rijk is bevoegd gezag voor windturbineprojecten op land van meer dan 100 MW. De provincie is bevoegd gezag voor windturbineprojecten van 5-100 MW *. De gemeente is bevoegd gezag voor het toelaten van windturbines van maximaal 5 MW *.
*) Vanaf de inwerkingtreding van de Energiewet, naar verwachting per 1 januari 2026, is de provincie bevoegd gezag vanaf 15 MW en de gemeente dus tot 15 MW. Daarnaast is het zo dat windmolens alleen in “RES-zoekgebieden wind” geplaatst mogen worden (omgevingsverordening Provincie Noord-Holland (OV NH2022)). De gemeenteraad beslist over het toevoegen van RES-zoekgebieden wind, en RES-zoekgebieden wind en zon. Als de gemeenteraad dus geen zoekgebied toevoegt, kan er door de provincie geen windturbine worden vergund.* *De provincie zou ervoor kunnen kiezen om de gemeente te passeren door middel van een project besluit. 5. Pagina 61: hoe krijgen innovatieve en duurzame agrarische bedrijven precies voorrang? Wat krijgen zij wat andere bedrijven niet krijgen? Beantwoording: koplopers op het gebied van duurzaamheid en innovatie in de agrarische sector kunnen we extra begeleiden bij ruimtelijke initiatieven die we wenselijk vinden. Als we deze ontwikkelingen afwegen volgens het inspiratiekader brede welvaart dan komen deze ook positief uit de beoordeling. Verder is het mogelijk om in het omgevingsplan vast te leggen welke specifieke bedrijvigheid we op een bepaalde plek willen vestigen. Het is echter nog de vraag of we dit voor een specifieke plek willen vastleggen. Dit verkennen we bij de verdere ontwikkelingen van onze bedrijventerreinen.
6. Pagina 72 kunst en cultuur: waarom geen aandacht voor lokale dialect en klederdracht? Dat is bij uitstek iets waarmee je de lokale cultuur kunt versterken en uitdragen.
Beantwoording: Dialect en klederdracht zijn niet benoemd in de paragraaf over ‘Kunst en cultuur in het dagelijks leven’ maar behoren zeker tot het immaterieel erfgoed van onze gemeente. De term ‘immaterieel erfgoed’ wordt als verzamelbegrip gebruikt voor niet-tastbare culturele tradities, gebruiken, rituelen, vaardigheden en sociale praktijken die belangrijk zijn voor een gemeenschap en van generatie op generatie worden doorgegeven. Op pagina 8 in de samenvatting van ambitie 3 staat dit als volgt vermeld: ‘ook immaterieel erfgoed, zoals tradities en lokale verhalen, wordt behouden’. Op pagina 65 benoemen we het belang van het behoud van immaterieel erfgoed omdat het lastiger kan zijn om dit zichtbaar te maken en juist te behoud van lokale levensverhalen hierin belangrijk is.
7. Bij gebiedsontwikkeling Wieringen staat niets over woningbouw, terwijl dit het grootste probleem voor de leefbaarheid op Wieringen is. Dit is de laatste tijd veel aan de orde geweest. Hiermee voorkom je ook leegstand van winkels. Waarom wordt hier niets over genoemd? Eventueel in samenhang met de ontwikkeling van een nieuw sportpark aan de rand van de kern. Beantwoording: We hebben in dit geval bewust de keuze gemaakt om deze ontwikkeling niet te noemen omdat we onder gebiedsontwikkelingen niet alleen woningbouw verstaan, maar om een samenhangend geheel van meerdere grote opgaven. Bijvoorbeeld een combinatie van woningbouw, mobiliteit en natuur. De woningbouw op word verder uitgewerkt in de dorpsvisie.