CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen 2530 OHK RV Wensen en bedenkingen beleidslijn batterij opslag systemen

Raad 18 december 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel Wensen en bedenkingen beleidslijn batterij opslag systemen1.395 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verzenddatum

De fractie van Onafhankelijk Hollands Kroon

Ons kenmerk Uw kenmerk

TV-2530 Uw brief van

11 december 2025 onderwerp

Contact

Beleidslijn batterij opslag systemen

Frank Warmerdam & José van der Veldt

Pagina

1/5

T 088-321 5000

Beste fractie, Op 11 december 2025 heeft u technische vragen (nummer TV-2530) gesteld over Beleidslijn batterij opslag systemen. In deze brief beantwoorden wij de door u gestelde vragen. U vindt de antwoorden direct onder de vragen. Reactie 1.

Kunt u aangeven welke batterijopslagsystemen vergunning plichtig of vergunningsvrij zijn?

Het plaatsen van een energieopslagsysteem (EOS), zoals een batterij, is in Nederland onderhevig aan diverse regels en afwegingen. De vergunningsplicht hangt af van factoren zoals het doel van het systeem (particulier of industrieel), de omvang (vermogen en fysieke afmetingen), en de impact op de leefomgeving. Er bestaan momenteel geen uniforme landelijke normen waaraan een EOS standaard getoetst kan worden. De beoordeling gebeurt op basis van het type batterij, de locatie en de specifieke omstandigheden. Een batterijsysteem voor thuisgebruik is meestal vergunningsvrij als deze een kleine capaciteit die ondergeschikt is aan de woonfunctie en binnen wordt geplaatst. Daarnaast moet de batterij wel voldoen aan de geldende technische eisen en mag de installatie geen bouwwerk zijn (bijvoorbeeld een container).

Contact www.hollandskroon.nl T 088 – 321 50 00

Social Media facebook.com/hollandskroon

Overige gegevens BNG Algemeen NL82 BNGH 028.51.52.785 BIC: BNGHNL2G

2.

In het hoofdstuk “geluid en veiligheid” verwijst u naar de PGS37-1, PGS37-2 norm. Deze norm heeft betrekking op energie opslag systemen(EOS). Dit betreft Lithium houdende oplaadbare energiedragers die elektrisch met elkaar verbonden zijn met een totaal opgestelde capaciteit van tussen de 20 KWh en < 400 MWh is de beleidslijn alleen van toepassing op een EOS passend binnen deze parameters? De beleidslijn is ook van toepassing op een EOS die buiten deze parameters valt. De EOS installatie moet voldoen aan de geldende milieunormen zoals geluid, brandveiligheid en externe veiligheid, zoals (maar niet uitsluitend) PGS 37-1 en PGS 37-2 (richtlijn voor veilige opslag). Daarnaast is de toetsing afhankelijk van de locatie.

3.

In uw inleiding gebruikt u de term “grootschalig”, deze term is niet opgenomen in uw begrippenlijst. Kunt u aangeven welke EOS door u wordt aangemerkt als grootschalig. Heeft dit betrekking op de oppervlakte die zij ruimtelijk innemen of op het totaal aan opgesteld vermogen? Solitaire energieopslagsystemen (thuisbatterijen) bij woningen zien wij niet als grootschalig. Alle batterijen die niet vergunningsvrij zijn zien wij als grootschalig. Om de ruimtelijke impact te beperken wordt in de beleidslijn maximale maatvoering voorgesteld, afhankelijk van de locatie waar deze wordt geplaatst.

4.

In uw inleiding noemt u o.a. de maatschappelijke meerwaarde en juridische kaders. Hiermee worden naar onze interpretatie uitgangspunten benoemd welke verder niet specifiek terug te vinden zijn in uw beleidslijn. Kunt u deze nader definiëren? De maatschappelijke meerwaarde en juridische kaders worden niet specifiek aangeduid in de beleidslijn. De eisen die gesteld worden in de beleidslijn borgen echter deze maatschappelijke meerwaarde. Zo worden er enkel batterijen bij bedrijfsmatige activiteiten, bestaande hoogspanningsstations, binnen energyhubs, nabij windturbines of binnen een zonnepark toegestaan. Op deze locaties is de kans op bijdrage aan maatschappelijke meerwaarde het grootst.

5.

Zijn er naast landschappelijke, maatschappelijke en juridische ook nog energetische kaders die van belang kunnen zijn voor een initiatiefnemer in batterijopslagsystemen? Hierbij kan worden gedacht aan toetsing of iets ook inpasbaar is en de initiatiefnemer hierover aantoonbaar overleg mee heeft gehad met de netbeheerder. Op 1 januari 2026 treedt de Energiewet in werking. Hierin staat: Artikel 6.12 decentrale overheden

Pagina

2/5

1. Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd het produceren, transporteren, opslaan of leveren van elektriciteit of gas in het belang van de energievoorziening aan regels te binden. De gemeente is dus niet bevoegd om het opslaan van elektriciteit in het belang van de energievoorziening aan regels te binden. Dit maakt dat de gemeente niet bevoegd is om energetische kaders te stellen. In theorie zou het dus kunnen dat er een batterijopslagsysteem wordt vergund die geen aansluiting krijgt van de netbeheerder. Het college acht deze kans zeer klein, gelet op de hoge kosten voor het plaatsen van een batterijopslagsysteem. Het college verwacht dus niet dat een initiatiefnemer een batterijopslagsysteem gaat plaatsen die geen aansluiting heeft/krijgt en dus niet kan functioneren. 6.

Bij de locatiekeuze wordt o.a. de nabijheid van hoogspanningsstations genoemd. In de handreiking vergunningverlening elektriciteitsopslagsystemen van het ministerie van EZK worden in het hoofdstuk 3.2.3, de algemene kaders van Tennet benoemd. Zijn deze kaders hier ook van toepassing? Deze handreiking is opgesteld door het ministerie, maar is geen vastgesteld beleid of wetgeving. In de handreiking worden een aantal voorbeelden genoemd waar deze beleidslijn op aansluit. In de handreiking worden ook kaders van TenneT genoemd. TenneT neemt haar kaders mee in het beoordelen van de aanvraag voor het aansluiten van een batterij.

7.

Bij hoogspanningsstations wordt een projectgebied op een maximum van 10 Ha gesteld. Wil dit zeggen dat conform de handreiking van Tennet er in het verlengde van de rail 10 Ha moet worden gereserveerd voor EOS? TenneT geeft in haar algemene kaders het volgende aan: “Tevens mogen elektriciteitsopslagsystemen niet worden geplaatst in het verlengde van de rail van hoogspanningsstations. Dit betreft een vorm van ruimtelijke reservering voor nieuwbouw en uitbreidingen”. Er hoeft dus geen ruimtelijke reservering te worden gemaakt in het verlengde van de rail.

8.

Bij windturbines stelt u per turbine één projectgebied van 300 m2 toe te staan, mogen deze gebieden ook geclusterd worden, en zijn deze daarmee cumulatief? Ja, bij een lijnopstelling van windturbines dient deze geclusterd te worden, en is deze dus cumulatief. Er is namelijk één installatie per lijnopstelling toegestaan. Deze installatie dient binnen het maximaal toegestane projectgebied te worden geplaatst.

Pagina

3/5

9.

Bij een lijnopstelling van 10 turbines is aan beide zijden één projectgebied toegestaan. Is dit aan een zijde of één per zijde? Aan beide zijden is één projectgebied toegestaan.

10.

Wordt bij de toekenning van projectgebieden ook rekening gehouden met zichtlijnen? Bij de toekenning van het projectgebied is altijd sprake van maatwerk waarbij landschappelijke inpassen en zichtlijnen belangrijke aandachtspunten zijn.

11.

Wordt voor beeldkwaliteit de landschappelijke vuistregel 60/40/25 gehanteerd? Dat wil zeggen 60% van het terrein bebouwd, 40% onbebouwd en van deze 40% minimaal 10% ruimte voor groen? (Dit is conform het uitgangspunt van de landschapsarchitect betrokken bij de ontwikkeling van MS op B1) De beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing is afhankelijk van de locatiekeuze van de EOS. De nota Omgevingskwaliteit is hierin leidend. In de nota zijn regels opgenomen met betrekking tot de beeldkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Bij aanvraag omgevingsvergunning dient de aanvrager aan te geven op welke manier er invulling wordt gegeven aan de landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit in relatie tot de nota omgevingskwaliteit. Dit maakt onderdeel uit van de totale onderbouwing bij de aanvraag.

12.

Als hoogtebeperking stelt u 3,5 meter tenzij hier gemotiveerd van kan worden afgeweken en de installatie landschappelijk inpasbaar is. Uit welke nota is deze hoogtebeperking overgenomen of is de hoogte arbitrair? Deze maximale hoogte van 3,5 meter komt niet direct uit een nota, maar dit is een inschatting van het college op basis van de hoogte van een batterijcontainer inclusief eventuele aanvullende/ondersteunende installaties. Uit eerdere aanvragen/verzoeken blijkt dat deze hoogte nodig is. Wij willen opmerken dat dit een maximale maatvoering is, in overleg de aanvrager, in relatie tot de landschappelijke inpassing zal gekeken worden wat noodzakelijk en inpasbaar is.

13.

De hoogtemaat van een batterijcontainer is bij grootschalige opslag vaak afgestemd op die van een zeecontainer, is bij batterijopslag een grotere hoogtemaat dan 2.591 mm noodzakelijk? Zie antwoord vraag 12.

Pagina

4/5

14.

Is het verlenen van een omgevingsvergunning altijd een taak van de gemeente of zijn er ook situaties denkbaar waarin het gezag ergens anders ligt? Batterijopslagsystemen die vallen binnen de regels van deze beleidslijn vallen onder de bevoegdheid van de gemeente. Voor de vergunningverlening is in principe B&W van de gemeente het bevoegd gezag. De Omgevingswet maakt wel een uitzondering voor specifieke activiteiten waarvoor bijvoorbeeld Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie of de Minister bevoegd gezag is voor de vergunningverlening. Een voorbeeld is een activiteit met complexe milieugevolgen of activiteiten die gevolgen hebben voor Natura-2000 gebieden.

Met vriendelijke groet,

M. Versteeg wethouder Ruimtelijke Ordening Deze brief is digitaal gemaakt en daarom niet ondertekend.

Pagina

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=7d771174-ec1c-4fb3-baac-31474adfdb8e