CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische Vragen 2516 CDA Omgevingsvisie ambitie

Raad 10 juli 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel Procedure wensen en bedenkingen concept Omgevingsvisie (Wensen en bedenkingen)2.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN OVER EEN AGENDAPUNT VAN DE RAADSVERGADERING

Naam fractie Datum raadsvergadering Volgnummer Agendapunt Onderwerp

CDA Hollands Kroon 10 juli 2025 TV 2516 B.2 Concept Omgevingsvisie

Geachte leden van het college, Na kennis te hebben genomen van het concept Omgevingsvisie van de gemeente Hollands Kroon ontstond bij de fractie van het CDA de behoefte om een aantal verduidelijkende vragen te stellen. 1. Pagina 7 Ambitie 1 De omgeving is de basis voor het welzijn van onze inwoner ‘Alleen bedrijven die bijdragen aan brede welvaart en lokale waarde creëren, krijgen ruimte’. a. Wanneer voldoe je aan de randvoorwaarde ‘lokale waarde creëren’? Deze passage komt uit de samenvatting van het stuk. Op pagina 32 en 33 wordt het concept van Brede Welvaart verder uitgelegd en hoe we een afweging maken bij nieuwe initiatieven aan de hand van het Inspiratiekader Brede Welvaart. Verder wordt het concept ‘lokale waarde creëren’ verder uitgelegd op bladzijde 46 onder ‘Bedrijvigheid die iets doet voor de samenleving’. Hier staat het volgende beschreven: ‘’We vinden het belangrijk dat de bedrijvigheid in onze gemeente zich hier niet alleen vestigt vanwege de fijne geschikte plek, maar dat zij ook actief meedoet met de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan werkgelegenheid/scholing voor onze inwoners, het sponsoren van sportclubs, bijdrage aan energietransitie of meedoen aan gezamenlijke innovatieprojecten.

We geven daarom voorrang aan het vestigen van bedrijvigheid in de gemeente die iets kan/wil betekenen voor onze inwoners of samenleving.’’ We realiseren ons dat de gemeente vooral directe invloed heeft via ruimtelijk instrumentarium, ofwel privaatrechtelijk, bijvoorbeeld bij uitgifte van bedrijventerreinen. We merken dat veel grootschalige bedrijven en sectoren op uiteenlopende wijze hierin graag investeren.

b. En hoe verhoudt deze uitspraak met de afspraken die zijn gemaakt in de Strategie werklocaties Kop van Noord-Holland? Agriport A7 heeft daarin een (boven) regionale functie voor grootschalige bedrijvigheid? In de strategie werklocaties staan een drietal speerpuntsectoren benoemd (Agri, Energie en Maritiem). Deze sectoren wenst de Kopregio te faciliteren om te kunnen vestigen en mogelijk uitbreiden. De Agrisector heeft een belangrijke rol binnen het bedrijfsleven van onze gemeente. Agriport A7 is een ontwikkeling die aansloot op die identiteit. Echter is vwb de inzet van arbeidsmigranten onvoldoende inschatting gemaakt van de effecten op huisvesting. We steunen grootschalige ontwikkelingen als aanjager voor brede welvaart nog steeds, maar zullen

ontwikkelingen waarvoor een wijziging van het omgevingsplan nodig is, ook beoordelen op bijdrage aan brede welvaart.

Pagina 7, ambitie 2 de agrarische hoofdstad van de toekomst ‘De gemeente wil Agriport versterken, maar voorlopig niet uitbreiden buiten de huidige contouren’. a. Deze visie richt zich op de periode vanaf heden naar 2040. Hoe verhoudt zich het woord voorlopig hiermee? De toekomst van Agriport staat verder toegelicht op bladzijde 57. Hier staat beschreven dat we voor de toekomst van Agriport werken met twee ontwikkelprincipes: 1. Ontwikkeling binnen de huidige contouren, optimaliseren en ontwikkelen. Hier gaat het over verbeteren van de landschappelijke inpassing, revitalisering, herstructurering en transformatie naar andere functie, meervoudig grondgebruik. Hier heeft het woord ‘voorlopig’ betrekking op. 2. : De groeiende vraag naar economische ontwikkellocaties, zowel autonoom als regionaal, vereist dat we behoedzaam omgaan met de ruimte. Daarop sturen Rijk, provincie en gemeenten gezamenlijk.

b. Wat betekent in de praktijk de ambitie ‘versterken? Gaat dat om de typen bedrijven, landschappelijke inpassing en/of iets anders? Benoem dit. Dit kan gaan om een breed scala aan ontwikkelingen. Denk aan landschappelijke inpassing, vergroening, type bedrijvigheid door transformatie van functies, meervoudig grondgebruik, energiebeschikbaarheid, etc. c. Hoe verhoudt deze uitspraak zich met de afspraken die zijn gemaakt in de Strategie werklocaties Kop van Noord-Holland? De huidige contouren zijn nu leidend voor verdere ontwikkeling .We zijn in afwachting van de Rijkskeuze voor vestiging 380kV. Een vastlegging van nieuwe regionale afspraken (convenant) werklocaties volgt vanaf 2026.

‘Chemische gewasbescherming wordt geleidelijk uit gefaseerd’. d. Welke rol past bij deze ambitie van de gemeente? Regelgeving rondom chemische gewasbeschermingsmiddelen wordt gereguleerd door de Rijksoverheid en Europa. Als gemeente zijn wij hierin volgend. De gemeente kan rondom gevoelige functies zoals scholen extra regelgeving over gebruik ervan vastleggen in het Omgevingsplan. De gemeenteraad kan dat betrekken bij haar afwegingen om een goed woon en leefklimaat te waarborgen. Dit is niet uitgewerkt in de concept omgevingsvisie. Tot slot kan de gemeente bedrijven stimuleren om ervaringen op te doen in het stappen te zetten in deze richting. Dit is ook een onderwerp van de Aanpak Landelijk Gebied voor de Kop van NoordHolland. 2. Pagina 8, ambitie 2 de agrarische hoofdstad van de toekomst

‘De gemeente gaat zorgvuldig om met landbouwgrond en geeft voorrang aan innovatieve, duurzame bedrijven’. Landbouwgrond heeft reeds een agrarische bestemming en binnen die bestemming mogen zich bedrijven vestigen die binnen die bestemming passen. Hoe moeten we deze zin lezen: a. Is het de bedoeling om straks het omgevingsplan aan te passen door de huidige regels aan te vullen met innovatie en duurzaamheidseisen? b. En/of gaat het over een situatie waarin landbouwgrond wordt herbestemd naar een andere functie? c. Wanneer is een bedrijf innovatief en duurzaam? d. En moet een bedrijf innovatief en duurzaam zijn of mag het ook of innovatief of duurzaam zijn? Beide zinnen komen uit de samenvatting van de concept omgevingsvisie. Dit betekent dat de hoofdlijnen zijn beschreven maar in de samenvatting het gedachtegoed niet verder is uitgelegd i.v.m. de beknopte aard. De uitleg over het stimuleren van innovatieve en duurzame agrarische bedrijfsvoering staat op pagina 51. De uitleg zorgvuldig omgaan met landbouwgrond staat op pagina 61 onder de kop ‘We gaan zorgvuldig om met onze landbouwgrond’. We gaan geen innovatie en duurzaamheidseisen opnemen in het omgevingsplan. Wel wegen we nieuwe initiatieven af aan de hand van het ‘Inspiratiekader Brede Welvaart’ en stimuleren we innovatieve en duurzame bedrijfsvoering. Zie ook pagina 51.

Een agrarisch bedrijf wordt als innovatief en duurzaam beschouwd wanneer het actief bijdraagt aan milieuvriendelijke productie, efficiënt gebruik van hulpbronnen en toekomstgerichte bedrijfsmodellen. In Nederland zijn er specifieke kenmerken en strategieën die dit ondersteunen: 1. Gebruik van hernieuwbare energie; Denk aan zonnepanelen op staldaken of kleine windmolens op het erf. 2. Afvalreductie en hergebruik Bijvoorbeeld composteren van organisch afval. 3.Efficiënt watergebruik; Door moderne irrigatiesystemen of regenwateropvang wordt verspilling geminimaliseerd. 4. Biodiversiteit en bodemgezondheid; Door bijvoorbeeld wisselteelt, minder bestrijdingsmiddelen en natuurlijke akkerranden 5. Lokaal en circulair werken; Samenwerken met lokale ketens en het sluiten van kringlopen binnen het bedrijf. Deze ambitie is verder ook gebaseerd op het eerder door u vastgestelde Koersdocument Agrarische sector 2022 – 2026.

e. Wat is de definitie van creatieve invulling? Dit is verder toegelicht op bladzijde 61 onder ‘Toekomst van agrarisch vastgoed’. Hier staat beschreven: Dit biedt kansen voor kleinschalige woningbouw en creatieve invulling van het vastgoed, bijvoorbeeld voor hobbymatig gebruik of kleinschalig bedrijvigheid.

‘Nieuwe natuur wordt alleen aangelegd op minder vruchtbare gronden en altijd in samenhang met bestaande groene structuren’.

f.

Wanneer is sprake van minder vruchtbare gronden? Dit staat toegelicht op pagina 61 onder ‘Terughoudend met nieuwe natuurgebieden op vruchtbare landbouwgrond’ Bij de aanleg van nieuwe natuurgebieden kijken we eerst naar gronden die minder geschikt zijn voor landbouw. Denk aan gronden die op termijn meer last kunnen hebben van verzilting raken of gronden met een andere bestemming zoals waterberging, waar we verschillende functies kunnen combineren.

g. Wanneer is er sprake van groene structuren? Groenstructuren zijn netwerken van groene ruimtes in een stedelijke of landelijke omgeving die met elkaar als structuur verbonden zijn. Ze spelen een belangrijke rol in ecologie, leefbaarheid en klimaatadaptatie. Deze ambitie is ook opgenomen in de Aanpak Landelijk Gebied in het komen tot de zogenaamde ‘groen-blauwe dooradering’. 3. Pagina 8 Ambitie Ruimte om te beleven ‘Lokale kleinschalige recreatie, zoals ommetjes, vaar- en fietsroutes en sport-, speel- en ontmoetingsplekken, krijgen prioriteit en worden gestimuleerd’. a. Krijgen prioriteit ten opzichte van wat? Dit betekent dat we het accent van onze strategie leggen op het realiseren van lokale kleinschalige recreatie zoals ommetjes. Uit de participatie kwam naar voren dat een recreatieve infrastructuur in sommige gebieden nauwelijks ontwikkeld is of door eerdere ruilverkaveling verloren is gegaan. We vinden het belangrijk hieraan meer aandacht te besteden in het helpen realiseren ervan. 4. Pagina 23 Kaart a. Wat is de reden dat de grote watergang op de helft van de Langereis stopt? Dit klopt inderdaad niet. Dit gaan we aanpassen. 5. Pagina 39 a.

Wanneer is er volgens deze visie sprake van een adequaat en vitaal voorzieningenniveau? Een dorp heeft een adequaat en vitaal voorzieningenniveau wanneer het beschikt over voldoende en goed bereikbare voorzieningen die bijdragen aan de leefbaarheid, gezondheid en sociale samenhang van de gemeenschap. Er is een aantal criteria: 1. Basisvoorzieningen zijn aanwezig en bereikbaar: Supermarkt, huisarts, basisschool, openbaar vervoer, sportvoorzieningen, binnen 15 minuten bereikbaar. 2. Draagvlak en betrokkenheid van inwoners: Inwoners beleven voorzieningen als geheel, niet als op zichzelf staande elementen. Hun input is cruciaal voor het bepalen van wat “voldoende” is. 3. Toekomstbestendigheid: Voorzieningen moeten mee kunnen bewegen met demografische veranderingen, zoals vergrijzing of gezinsgroei. 4. Verscheidenheid aan maatschappelijke functies zoals buurthuizen, bibliotheken, speelplekken en zorgvoorzieningen. b. En hoe borgen we dit?

Als gemeente kan je het voorzieningenniveau in dorpen borgen door een combinatie van beleidskeuzes, samenwerking en slimme inzet van middelen. • Visie en beleid ontwikkelen; We ontwikkelen dorpsvisies waarin staat hoe we een vitaal voorzieningenniveau kunnen waarborgen (in ieder geval voor de vier hoofdkernen en een aantal middelgrote kernen met voorzieningen) en we werken vervolgens met een gebiedsgerichte aanpak. Ieder dorp heeft unieke behoefte. • Samenwerken met inwoners en organisaties: We stellen de dorpsvisies op samen met inwoners en hier komt ook een uitgebreid participatietraject bij kijken. We stimuleren initiatiefnemers en burgerinitiatieven met ontwikkelingen in het dorp. • Slimme en flexibele voorzieningen: We investeren in multifunctionele gebouwen zoals buurthuizen en bibliotheken. Hier kunnen meerdere functies samenkomen en voorzieningen kunnen worden geconcentreerd in een bepaalde functie zodat maatschappelijk vastgoed optimaal gebruikt wordt qua bezetting en lokale meerwaarde. • De raad heeft eerder het Fonds Economische en Maatschappelijke Ondersteuning ingesteld, (nu revitaliseringsfonds). Dit fonds zetten we op dit moment oa in om in enkele minder vitale kernen aan behoud of ontwikkeling van voorzieningen bij te dragen.

Pagina 40 Daarnaast zien we mogelijkheden in het buitengebied voor beperkte verkoop van lokale producten, gecombineerd met kleinschalige horeca langs fiets- en wandelroutes a. Waarom alleen langs fiets- en wandelroutes? We stellen dat we ruimte zien voor kleinschalige horeca langs fiets- en wandelroutes, met name voor recreanten. We houden daarbij oog voor het belang om horeca in kernen zo goed mogelijk te behouden voor reuring en levendigheid. . b. Wat wordt bedoeld met beperkte verkoop van lokale producten? Is dat verkoop langs de weg van producten van eigen erf? Ja, het gaat om een ondergeschikte functie van verkoop van producten bij het bedrijf. Denk hierbij aan om eigen geproduceerde producten of producten uit de regio, zoals in een boerderijwinkel. Belangrijk hierbij is dat het een ondergeschikte functie betreft aan de hoofdfunctie. Het vestigen van daghoreca staat of valt ook met actieve betrokkenheid van de dorpsraad, ondernemers en de lokale ondernemersvereniging. c. Waarom is dit belangrijk? We vinden het waardevol dat ondernemers en dorpsraad elkaar goed weten te vinden bij het ontplooiien van nieuwe daghoreca. d. Wat wordt er verwacht van de dorpsraad, ondernemers en de lokale ondernemersvereniging? De dorpsraad kan inzicht geven in bestaande structuren denk aan sport of cultuur in een dorp, vrijwilligersorganisaties en dergelijke.

We vinden het belangrijk dat deze partijen elkaar ondersteunen bij opstart.

6. Pagina 43 Deze wegen worden op basis van het verkeersveiligheidsplan ….zoveel mogelijk…. a. Wat is de reden dat hier staat ‘zoveel mogelijk’ en niet ‘richten we in’? Pagina 41 staat dit verder uitgelegd. Wij kunnen bij veel van onze wegen niet aan de CROW/DV3 richtlijnen voldoen, veelal vanwege de beschikbare ruimte. Dit vraagt in de praktijk dus veelal om een maatwerkoplossing waarbij een afpelmechanisme kan worden gehanteerd, om de wegencategorisering in stand te houden. 7. Pagina 44 We onderzoeken of we de snelheid binnen de komgrenzen willen verlagen naar 30 km? a. Willen of kunnen? Twijfelen we over de nut en noodzaak of de wenselijkheid? Of onderzoeken we het omdat er onzekerheid is over de wetgeving, infrastructuur of bevoegdheid? Willen. Wanneer we een in een huidige situatie een veilige 50 km/u kunnen handhaven, kan dit de voorkeur hebben als de betreffende weg een belangrijke ontsluitende (GOW) functie heeft (dit betekent scheiding van verkeer). Wanneer een veilige 50 km/u niet in te richten is (gemengd verkeer), dan is 30 km/u de meest logische alternatieve snelheid in de vorm erftoegangsweg (ETW) of gebiedsontsluitingsweg. (GOW30) Bij voorbeeld door het aanleggen of initieren van een snelbus die de knooppunten langsgaat en een relatief korte reistijd kent (concurrerend met de auto). b.

Wordt hiermee een vergelijkbare lijn bedoel als tussen Alkmaar en Leeuwarden? Nee, hiermee wordt geen vergelijkbare lijn bedoeld als de interprovinciale lijn 350 tussen Alkmaar en Leeuwarden. Voor Hollands Kroon is zo’n verbinding niet haalbaar vanwege de opbouw van het wegennetwerk in die regio. De snelbus die hier wordt voorgesteld, maakt deel uit van de bredere HUB-strategie. Deze HUBs vormen een netwerk van belangrijke overstappunten waar reizigers kunnen instappen op hoogwaardig openbaar vervoer. De snelbuslijnen zullen zich richten op het verbinden van grotere kernen en belangrijke voorzieningen, en niet op het bedienen van kleinere dorpen. Het doel is om reistijden te verkorten en zo het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken als alternatief voor de auto. c. Zo ja, deze dan als voorbeeld opnemen? Dus nee, de 350 is niet bruikbaar als voorbeeld. 8. Pagina 46 a. Twee tekstuele zaken eerste kolom: bron niet opgenomen en er staat nog tussen haakjes ‘tekst weggehaald’. Dat klopt. Deze fout hadden wij ook gezien en staat op de lijst om aan te passen. Tenzij dit een casus betreft…een positieve bijdrage levert aan de lokale samenleving.

b. Wanneer is hiervan sprake? Deze vraag is eerder beantwoord onder 1a. Verder wegen we de positieve bijdrage aan de samenleving af via het Inspiratiekader Brede Welvaart. Verder toegelicht op pagina 33,34.

9. Pagina 47 Naast het opnieuw inrichten van de openbare ruimte. a. Deze zin met de zin daarvoor lijkt niet af of de tekst loopt niet goed. Wat hoort hier te staan? Dat klopt. Deze zin kan er tussenuit. Ik heb deze aanpassing opgenomen in de lijst en wordt aangepast. De bedrijfsvoering…..zijn niet voorbereid op ruimte-efficient verdichten het kavel. b. Deze zin loopt niet goed. Wat hoort hier te staan? Deze zin klopt. Veel bestaande bedrijven zijn niet voorbereid op het ruimte efficiënt verdichten van hun kavel. Dit komt door de bedrijfsvoering van het bedrijf en/of de financiële mogelijkheden en terugverdientijd van zo’n aanpak. Het bereikbaarheidsprofiel…nieuwe vormen van werkgelegenheid die sterk georiënteerd is. c. Wordt hiermee bedoeld dat deze plek kan worden ontwikkeld tot een nieuwe werklocatie voor bedrijven of werkplekken die goed bereikbaar zijn met de trein? Dat klopt. d. Zo ja, kan de tekst hierop verduidelijkt worden? Dat kan.

Met vriendelijke groet, Fractie CDA HK, Patty Laan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=93d7871b-48fb-4720-90c8-7407312aa3b9