Beantwoording Technische vragen (2433) CDA subsidiebeleid
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN OVER EEN AGENDAPUNT VAN DE RAADSVERGADERING
Naam fractie Datum raadsvergadering Volgnummer Agendapunt Onderwerp
CDA Hollands Kroon 17 oktober 2024 TV 2433 B2 Subsidiebeleid 2024 en subsidieplafond Zuiderzeewerken 2024
Geachte leden van het college, Na kennis te hebben genomen van het raadsvoorstel Subsidiebeleid 2024 en subsidieplafond Zuiderzeewerken 2024 heeft de fractie van het CDA de volgende vragen over het nieuwe subsidiebeleid. 1. Wat zijn de wijzigingen ten opzichte van het huidige beleid? Het nieuwe beleid biedt een actuele en juridisch correcte basis die voldoet aan alle moderne maatstaven van zowel de VNG als het Rijk. Een aantal belangrijke wijzigingen is doorgevoerd om de effectiviteit en eenvoud van het subsidieproces te verbeteren: A. verruiming van de reikwijdte van de algemene subsidieverordening, waardoor meer subsidies binnen de organisatie kunnen vallen onder de algemene subsidieverordening; B. vereenvoudiging van de aanvraag- en verantwoordingsprocedure; C. aanpassing van de beleidskaders en algemene weigeringsgronden, wat meer duidelijkheid biedt over de criteria voor toewijzing en afwijzing van subsidies; D. terugbrengen van het aantal soorten subsidies van vijf naar twee: structurele subsidies (voor langdurige, terugkerende activiteiten) en incidentele subsidies (voor eenmalige of tijdelijke initiatieven); E. op de website van de gemeente komt een openbaar subsidieregister toegankelijk voor alle bezoekers.
2. Van welke wijzigingen zullen organisaties het meeste merken? Organisaties krijgen nu één maand extra tijd om hun subsidieaanvraag in te dienen, waardoor de nieuwe aanvraagperiode loopt van 1 maart tot 1 juni (voorheen tot 1 mei). Bovendien is de verantwoording per drempelbedrag beter afgestemd op de behoeften van de subsidieaanvragers. Zo wordt het drempelbedrag voor directe vaststelling verhoogd van €5.000 naar €10.000, wat de administratieve last voor kleinere subsidiepartners verlicht. Daarnaast is het proces van het indienen van documenten gestroomlijnd en waar mogelijk vereenvoudigd. Een belangrijke wijziging is dat een accountantsverklaring pas vereist is bij subsidieaanvragen vanaf €125.000 of hoger (voorheen vanaf €50.000). Na de vaststelling van het nieuwe subsidiebeleid gaan wij verder met het actualiseren van alle subsidieregelingen in de uitwerkingsnota. Dit zorgt ervoor dat subsidieaanvragers meer duidelijkheid krijgen over de mogelijkheden per thema of domein en aan welke voorwaarden zij moeten voldoen.
3. Welke adviezen uit de rapportages van I&O research en Radar zijn overgenomen en welke niet en waarom niet? Wij hebben alle aanbevelingen uit de rapportages verwerkt in het Raamwerk en de nieuwe subsidieverordening. Sommige aanbevelingen worden verder toegepast in de praktijk of in de uitwerking van de subsidieregelingen. Zo komt er een speciale subsidiepagina op de gemeentelijke website waar alle subsidiemogelijkheden binnen de gemeente overzichtelijk worden gepresenteerd, inclusief een openbaar subsidieregister. In de subsidieregelingen zullen we de clusteropgaven beschrijven, gebaseerd op de begroting. Dit betreft opgaven in verschillende domeinen zoals Sport en Educatie, Bestaanszekerheid, Kunst & Cultuur, en meer. Geen enkele aanbeveling uit de rapporten is ter zijde geschoven.
4. Op pagina 5 van het Raamwerk Subsidie 2025-2028 (Raamwerk) wordt aangegeven dat één van de doelstellingen van het subsidiebeleid is: “Een breed gedragen, transparant en toekomstbestendig subsidiebeleid dat Hollands Kroon ondersteunt om goede en gevarieerde voorzieningen te bevorderen en in stand te houden, belangrijke initiatieven te stimuleren en/of te ondersteunen, en de sociale netwerken in stand te houden, te verbeteren of te versterken”. a. Wat kan worden begrepen onder de termen ‘voorzieningen en initiatieven’? •
Voorzieningen: Dit zijn faciliteiten of diensten die door de gemeente of andere instanties worden aangeboden om in de behoeften van inwoners te voorzien. Denk hierbij aan fysieke infrastructuren zoals sportaccommodaties, culturele centra of speeltuinen, maar ook aan sociale diensten zoals jeugdzorg, ouderenzorg of inkomensondersteuning. Voorzieningen zijn vaak structureel en gericht op het in stand houden van basisbehoeften en het verhogen van de kwaliteit van leven voor alle inwoners.
•
Initiatieven: Dit zijn projecten of activiteiten die vanuit de gemeenschap of organisaties worden ondernomen om specifieke doelen te bereiken. Initiatieven zijn vaak tijdelijk of incidenteel van aard en kunnen gericht zijn op het verbeteren van de leefbaarheid, het versterken van sociale cohesie of het bevorderen van kunst, cultuur, sport, of welzijn in de samenleving. Ze komen vaak voort uit inwoners, verenigingen of stichtingen en kunnen worden ondersteund door subsidies of andere vormen van gemeentelijke ondersteuning.
b. Kunnen daar voorbeelden van worden gegeven. Zie de toelichting op beide definities, daarin noemen wij ook al voorbeelden. 5. Op pagina 15 van het Raamwerk Subsidies 2025- 2028 (Raamwerk) is de volgende tekst opgenomen: “Bij subsidieregelingen kunnen verplichtingen aan de subsidie worden verbonden die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregelingen wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.” Wat is de vertaling van deze tekst op B1 niveau? Deze tekst is n.a.v. van de klankbordgroep aangepast en verwerkt in het Raamwerk. De nieuwe tekst is als volgt opgenomen:
‘’Wat betreft de verplichting dat de subsidieontvanger het gemeentelogo moet vermelden in alle communicatieuitingen, het volgende. Het gaat om verplichtingen die los staan van het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt (artikel 4:39 van de Awb). Dergelijke verplichtingen moeten betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Ze kunnen alleen worden opgelegd als dat bij wettelijk voorschrift is bepaald (artikel 4:39, eerste lid van de Awb). In de nieuwe ASV is de grondslag daarvoor vastgelegd in artikel 16, derde lid.’’
6. Kan de vertaling als antwoord op punt 2 worden opgenomen in het Raamwerk en eventuele andere communicatie? Zodra het nieuwe subsidiebeleid is vastgesteld, zullen we onze subsidiepartners hierover informeren via de gemeentelijke kanalen. In deze communicatie zullen we ook de grootste wijzigingen toelichten. In de voorlopige subsidiebeschikkingen voor subsidiejaar 2025 vermelden we daarnaast dat er veranderingen aankomen. We adviseren de aanvragers in deze beschikking om het nieuwe beleid grondig door te nemen voordat zij een aanvraag indienen voor subsidiejaar 2026. Deze beschikkingen worden uiterlijk op 31 december 2024 naar de subsidieaanvragers verstuurd. De aanvraagperiode voor subsidies voor subsidiejaar 2026 start op 1 maart 2025. Tegen die tijd zullen zowel de subsidieregelingen voor 2026 (uitwerkingsnota 2026) als de communicatie over het nieuwe beleid en de afgerond zijn.
7. Op pagina 16 staat: Het biedt mogelijkheden om extra en duurzaam te investeren in activiteiten die belangrijk zijn voor de gemeente en de inwoners, en die bijdragen aan de maatschappelijke opgaven. a. Wat moet worden begrepen onder ‘de maatschappelijke opgaven’? (voorbeelden) De maatschappelijke opgaven binnen het Sociaal Domein worden bepaald op basis van beleidsstukken die per clusteropgave worden opgesteld. Een goed voorbeeld hiervan is de recente vaststelling van de nieuwe cultuurvisie door u als Raad. Deze visie geeft richting aan de opgaven binnen kunst en cultuur en beschrijft hoe we hiermee aan de slag gaan. Dit vertaalt zich vervolgens in concrete acties, zoals de ontwikkeling van subsidieregelingen of, in het geval van de cultuurvisie, de oprichting van een specifiek cultuurfonds. Het uitgangspunt hierbij is dat elke subsidieregeling altijd gebaseerd is op maatschappelijke opgaven die in ons beleid zijn vastgelegd. b. Zijn dit de opgaven zoals opgenomen in paragraaf 4.3 van het adviesrapport Radar? De werkgroep heeft met adviesbureau Radar al een eerste stap gezet in het signaleren van mogelijke maatschappelijke opgaven binnen Hollands Kroon. Deze opgaven worden verder uitgewerkt in toekomstig beleid, dat vervolgens als basis dient voor het opstellen van nieuwe subsidieregelingen in de uitwerkingsnota.
De uitwerkingsnota biedt de nodige flexibiliteit, aangezien het college deze jaarlijks kan actualiseren op basis van nieuwe beleidsontwikkelingen en de vastgestelde maatschappelijke opgaven. Het subsidiebeleid op zichzelf is echter niet voldoende om de maatschappelijke opgaven te definiëren. Pas in combinatie met het beleidskader op een specifiek terrein of thema ontstaat er een goede basis voor het formuleren van subsidieregelingen die aansluiten bij de maatschappelijke behoeften. c. Zo nee, waarom niet? Zie beantwoording punt b. d. Welke rol hebben sportverenigingen bij het realiseren van de maatschappelijke opgaven? Sportverenigingen komen namelijk niet voor in het adviesrapport van Radar.
In het adviesrapport is niet specifiek ingegaan op één beleidsterrein zoals Sport & Educatie. De gemeentelijke organisatie is bezig met het ontwikkelen van nieuw sport- en beweegbeleid, dit beleid kan de basis vormen voor eventuele nieuwe subsidieregelingen binnen de uitwerkingsnota. 8. Op pagina 17 van het Raamwerk staat het volgende opgenomen: “Bij vermogensvorming is sprake van een spanningsveld. Enerzijds moeten gesubsidieerde instellingen voldoende vrijheid van handelen krijgen om slagvaardig en bedrijfsmatig te werken. In dat kader is het van belang een eventueel positief resultaat niet direct en volledig af te romen. Een kleine reserve biedt de mogelijkheid een korte periode waarin het financieel wat minder gaat te overbruggen”. a. Wat wordt bedoeld met kleine reserve? b. Wat wordt bedoel met korte periode? c. Er zijn organisaties met een gebouw en kapitaalintensieve materialen. Hiervoor dienen reserves te worden aangelegd. Vallen deze materiele activa onder de definitie van reserve? In artikel 24 van de nieuwe Algemene subsidieverordening is bepaald dat het college voor structurele en incidentele subsidies nadere regels kan stellen over de vorming van een reserve, een bestemmingsreserve en een voorziening, de maximale omvang hiervan en de uitgaven die met gebruikmaking hiervan kunnen worden gedaan.
Na vaststelling van de Algemene subsidieverordening gaan wij aan de slag met het opstellen van deze nadere regels. In deze nadere regels zal onder meer worden uitgewerkt wat verstaan wordt onder kleine reserve en korte periode. Wat de vraag onder c betreft, kan het volgende worden opgemerkt. Reserves maken deel uit van het eigen vermogen van de instelling. De instelling kan vrij beschikken over de betreffende middelen. Reserves worden gevormd uit exploitatieoverschotten en zijn dus een winstbestemming. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene reserves en bestemmingsreserves. Algemene reserves zijn reserves met een algemeen karakter en derhalve vrij aanwendbaar. Zij zijn onder andere bedoeld om eventuele bedrijfsrisico’s op te vangen. Bestemmingsreserves zijn specifieke reserves, waaraan vooraf een bestemming is gegeven. Voorbeelden van bestemmingsreserves zijn: • Reserve ten behoeve van inventaris (onderhoud en vervanging) • Reserve ten behoeve van onderhoud eigen gebouwen • Reserve ten behoeve van bepaalde omschreven, niet reguliere, activiteiten zoals jubilea Bovengenoemde materiele activa vallen dus onder de definitie van reserve.
9. Tip 3.15 vierde alinea eerste zin is dubbel ten opzichte van de alinea daarvoor.
Met vriendelijke groet, Fractie CDA HK, Patty Laan