AW TV 2133 OHK Bestemmingsplanwijziging B1-3.pdf
Tekst van het document
Verzenddatum
De fractie van Onafhankelijk Hollands Kroon
Ons kenmerk Uw kenmerk
TV-2133 Uw brief van
24 juni 2021 onderwerp
Contact
Bestemmingsplanwijziging B1
Matthijs Beute
Pagina
1/7
T 088-321 5000
Geachte fractie, Op 24 juni 2021 heeft u technische vragen (nummer TV-2133) gesteld over Bestemmingsplanwijziging B1. In deze brief beantwoorden wij de door u gestelde vragen. U vindt de antwoorden direct onder de vragen. Voordat we op de beantwoording van de door u gestelde vragen ingaan geven we ter inleiding cursief de door u gegeven inleiding weer: In één van de vertrouwelijke memo’s uit één van de WOB verzoeken met het logo van Hollands Kroon erboven (onderwerp: vervolg Gebiedsplan Wieringermeer, datum: 11 september 2019) staat de als volgt luidende tekst: "Bestuurlijk risico Met het versturen van deze brief wordt duidelijk dat er 2 versies van het gebiedsplan zijn. Een op een later moment vastgestelde versie die zelfbindend is voor de gemeente. En een versie die onderdeel is van het bestuursakkoord, waarop de provincie toetst. Hierover is niet expliciet gecommuniceerd met de raad in het RV, beantwoording van TV van het CDA en de raadsvergadering op 25 juni 2019." 1. Wat zijn de exacte verschillen geweest tussen deze twee omgevingsvisies? (Gelieve de verschillen duidelijk op te sommen) Antwoord: De interne memo waar u aan refereert vormt geen onderdeel van het voorliggende raadsvoorstel over het bestemmingsplan deelgebied B1. Het benoemen van verschillen tussen concept documenten die niet
Contact
Social Media
Overige gegevens
www.hollandskroon.nl
facebook.com/hollandskroon
BNG Algemeen NL82 BNGH 028.51.52.785
T 088 – 321 50 00
@hollandskroon
BIC: BNGHNL2G
zijn vastgesteld en geen onderdeel vormen van dit raadsvoorstel kunnen we niet beantwoorden als technische vraag. Aanvullend merken we op dat er geen gebiedsplan vastgesteld, er is dus ook geen sprake van twee gebiedsplannen of twee omgevingsvisies zoals u deze in de vraag noemt. Er is één omgevingsvisie en die is in 2016 vastgesteld door de raad. Het voorliggende raadsvoorstel over het bestemmingsplan deelgebied B1 is op de door de raad vastgestelde omgevingsvisie gebaseerd.
2. Heeft het college de raad ooit schriftelijk geïnformeerd over deze twee verschillende versies? Antwoord: Nee. De raad heeft besloten te stoppen met het gebiedsplan en daarvoor is door het college de nodige informatie verstrekt, wij verwijzen daarvoor naar het betreffende raadsvoorstel en –besluit. 3. Heeft het college de CDA fractie ooit schriftelijk geïnformeerd over deze twee verschillende versies? Antwoord: Zie antwoord bij 2. 4. Waren er verschillen in de twee genoemde versies waar het gaat om het beleid rondom datacenters in Hollands Kroon? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 1. Het gebiedsplan is nooit vastgesteld. Daarmee is het niet meer relevant en heeft het geen formele status. 5. Waren er verschillen in de twee genoemde versies waar het gaat om uitbreidingsmogelijkheden voor datacenters rondom Agriport A7? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 1. Het gebiedsplan is nooit vastgesteld. Daarmee is het niet meer relevant en heeft het geen formele status. De fractie van OHK heeft de antwoorden doorgenomen op de vragen die gesteld zijn in aanloop naar de informatiebijeenkomst. Tijdens de bijeenkomst kon hier, mede door de late aanlevering vanuit het college, niet adequaat op ingegaan worden. Als fractie hebben we ons gebogen over een aantal antwoorden en kwamen tot de conclusie dat de vragen (wederom) ontwijkend of niet volledig beantwoord zijn.
Hieronder hebben we een aantal vragen uitgelicht inclusief het antwoord en onze vervolgvraag daarop. Graag wijs ik
Pagina
2/7
u er (nogmaals) op dat transparantie voor onze besluitvorming noodzakelijk is. Volledige beantwoording is daarvoor noodzakelijk. Indien de vragen niet volledig worden beantwoord zullen wij de vragen opnieuw stellen tijdens de vergadering van 29 juni. Hieronder de gestelde vragen, de beantwoording en de aanvullende vragen: Inleiding: Zijn er aan datacenters voorwaarden gesteld over het onderwerp duurzaamheid? Zo ja, welke eisen heeft het college gesteld aan de nieuwe mogelijke datacenter vestiging? Zo nee, waarom niet? In bijlage 15 van de toelichting bij het bestemmingsplan vindt u informatie hierover. Daarbij zijn wij specifiek ingegaan op energiesparing en de inzet van duurzame energie. Daaronder verstaan we het gebruik van restwarmte, warmte- en koudeopslag en aardwarmte, zonne-energie en biomassa. Allereerst is de energiehuishouding van een datacenter beknopt beschreven. Daarna worden bovengenoemde aspecten behandeld. Voor milieu - en omgevingsaspecten die gekoppeld zijn aan de energievoorziening van een datacenter (zoals geluid, emissies, koeling e.d.) verwijzen wij naar de plantoelichting en de voor het bestemmingsplan opgestelde m.e.r. beoordelingsnotitie. 6. Aanvullende vraag: De vraag wordt niet beantwoord. Het college verwijst naar bijlage 15, waarin heel frequent het woordje 'kan' terugkomt.
Graag willen wij een concreet antwoord op de vraag: Welke nadere duurzaamheidseisen, zijn in de zin van goede ruimtelijke ordening voldoende relevant om bij amendement op te laten nemen? Inleiding: Het initiatief Agriport-A7 faciliteerde niet alleen de vestiging van kassen in Wieringermeer maar had ook een ambitie op het terrein van werkgelegenheid en woningbouw. In hoeverre zijn deze ambities gerealiseerd? Deze vraag staat los van het bestemmingsplan B1. Bij een andere gelegenheid beantwoorden we uw vraag desgewenst graag. 7. Aanvullende vraag: Werkgelegenheid wordt in de toelichting van het bestemmingsplan als motief gebruikt: "De ontwikkeling van datacenters is een extra impuls voor bovengenoemde doelstellingen. Het datacenter draagt bij aan de (in)directe werkgelegenheid in de regio en biedt ook een goede mogelijkheid voor kennisontwikkeling. Eveneens is de kans reëel dat werknemers, voor een flink deel ook hoger opgeleiden, zich zullen vestigen in de regio en/of de regio niet hoeven te verlaten (zie tevens paragraaf 8.2), " Het woordje "kans" maakt het tot een mogelijkheid. Kan het college concreet zijn over de cijfers voor directe en indirecte werkgelegenheid, voortkomend uit dit bestemmingsplan? Antwoord: Concreter dan zoals het geformuleerd is in de toelichting is niet mogelijk.
Alle beschikbare informatie over de huidige werkgelegenheid die voortkomt uit de reeds gerealiseerde datacenters vindt u op onze website hollandskroon.nl/datacenters onder het kopje ‘werkgelegenheid & onderwijs’. Inleiding:
Pagina
3/7
Welke op bescherming van het milieu gerichte onderzoeken zijn verbonden aan de vestiging van datacenters? In het kader van de totstandkoming van het bestemmingsplan zijn verschillende milieugerichte onderzoeken verricht. Wij verwijzen hiervoor naar de bijlage van de toelichting van het bestemmingsplan. 8. Aanvullende vraag: In de anterieure overeenkomst wordt ook verwezen naar B1, B2, en B3. Waarom wordt niet ineens rekening gehouden met de landschappelijke, ruimtelijke en milieutechnische gevolgen van vestiging van zoveel industriële bebouwing? Antwoord: Planologisch wordt alleen een datacenter in deelgebied B1 mogelijk gemaakt. De benodigde onderzoeken zijn daarom alleen op dit gebied, waar een andere bestemming mogelijk wordt gemaakt, gericht. Het is toegestaan om meer te onderzoeken, maar dit is niet verplicht. Daarbij is expliciet door de raad aangegeven dat nu alleen deelgebied B1 ontwikkeld mag worden. Of de deelgebieden B2 en B3 ooit ontwikkeld worden is een keuze die de raad nog moet maken. Het ligt om die reden niet voor de hand om dat nu al te onderzoeken. Inleiding: Met de opslag van diesel voor de back-up stroomvoorziening is de niet-duurzame opwekking van energie in beeld gekomen. Ook in de kassen zijn installaties (gasmotoren) aanwezig om energie te produceren.
Welke rol spelen deze gasmotoren in de energievoorziening van de datacenters? De energievoorziening van de glastuinbouwbedrijven kan al enige tijd ook worden ingezet (door de netbeheerder) voor ondersteuning van een stabiele elektriciteitsvoorziening voor de regio, en daarmee dus ook voor de datacenters in onze regio. 9. Aanvullende vraag: Op welke wijze heeft het gebruik van aardgas voor kassen en diesel voor noodstroom, relatie met de duurzaamheidsambities om 'duurzame stroom' te benutten voor datacenters? Met andere woorden: hoe verhoudt het stoppen met fossiele brandstoffen zich tot het ervan benutten als ('back-up') stroomvoorziening? Antwoord: Dit is een vraag die buiten het kader van dit bestemmingsplan besluit valt. De vraag gaat namelijk over het functioneren van het Nederlandse elektriciteitsnet Hoe meer op duurzame bronnen wordt overgeschakeld des te belangrijker is de inzet van ondersteunende elektriciteitsvoorzieningen, in periodes van noodzaak, om ook een stabiel elektriciteitsnet te behouden. De elektriciteitsvoorzieningen bij de kassen worden ingezet in de situatie dat duurzame bronnen, zoals wind en zon, niet in de vraag naar stroom kunnen voorzien. Zonder de ondersteunende elektriciteitsvoorzieningen zou de stroom uitvallen.
Pagina
4/7
Voor wat betreft de noodstroom aggregaten bij datacenters. Deze zijn alleen voor eigen gebruik in de situatie dat de stroom op het net uitvalt. Dit is een zeer uitzonderlijke situatie en speelt verder geen rol in de doelstelling om te stoppen met fossiele bronnen, aangezien het een backup voorziening is. De bedrijven moeten zich houden aan de geldende wet- en regelgeving. Het is mogelijk dat er in de toekomst alternatieve noodstroomvoorzieningen worden gerealiseerd. Inleiding: Bent u als specialist ruimtelijke ordening onafhankelijk in uw oordeel in de zin dat u of uw kantoor op generlei wijze betrokken is geweest bij het voorliggende bestemmingsplan? Zo nee, wat was uw rol? De ontwikkelaar laat het bestemmingsplan opstellen door een gespecialiseerd bureau. Waar nodig zijn aanvullend andere gespecialiseerde bureaus geraadpleegd. Dit is terug te vinden in de documenten die bij het bestemmingsplan horen. Bij de voorbereiding en het opstellen van het plan is er contact met de ambtelijke organisatie. De ambtelijke organisatie doet dit in opdracht en onder verantwoordelijkheid van het college. Het college doet dit vanuit het algemeen belang binnen de door de raad geformuleerde kaders. De beantwoording van deze vragen vindt plaats door de ambtelijke organisatie. 10.
Aanvullende vraag: Wat is de definitie van 'algemeen belang' in dezen? Antwoord: De kaders die de raad stelt, waaronder de omgevingsvisie, dienen het algemeen belang. Wat precies algemeen belang is, kan iedereen anders interpreteren. In het antwoord werd gedoeld op het algemeen belang van de ontwikkeling van de gemeente, waarvoor de kaders door de raad zijn gesteld in de omgevingsvisie. Het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen die passen in de door de raad gestelde kaders behoort tot de taken van het college. Inleiding: Kunt u aangeven hoeveel tijd “voldoende tijd” is om nadere vestigingsvoorwaarden op te nemen in een tussentijdse partiële actualisatie van de omgevingsvisie? Kunt u daarbij aangeven wat de minimaal vereiste stappen en termijnen zijn? Voor een tussentijdse gedeeltelijke actualisatie van de huidige omgevingsvisie moeten om te beginnen de gewenste vestigingsvoorwaarden worden geformuleerd. Daarna moet de voorgestelde wijziging van de omgevingsvisie de inspraakprocedure doorlopen, waarna de raad een besluit kan nemen. Voor de goede orde merken wij op dat niet alle mogelijke vestigingsvoorwaarden thuishoren in een bestemmingsplan. De raad heeft altijd de mogelijkheid om degelijke vestigingsvoorwaarden te formuleren en vast te stellen, mits daarbij de juiste procedure wordt doorlopen. 11.
Aanvullende vraag: Kunt u voorbeelden geven van mogelijke 'aanvullende' vestigingsvoorwaarden die passen in een bestemmingsplan?
Pagina
5/7
Antwoord: Nee, want wij zien op dit moment geen ruimtelijk relevante aanvullende voorwaarden die aan dit bestemmingsplan gekoppeld kunnen worden. Om deze reden hoeft ook niet gewacht te worden op de datacenterstrategie van de provincie. Inleiding: De omgevingsvisie van Hollands Kroon wordt in de toelichting op het bestemmingsplan precies zevenmaal genoemd. Het gaat daarbij uitsluitend over de plaatjes met pijlen en een specifiek deel uit de bijbehorende tekst: “Als er voldoende aantoonbare behoefte is aan nieuwe bedrijfsgrond of glastuinbouw grond, ligt uitbreiding in de richting van onderstaande locatie voor de hand.” Verder komt de omgevingsvisie niet aan de orde. Er wordt dus alleen verwezen naar de “ja” uit de omgevingsvisieformule “ja, tenzij ...” en niet naar de “tenzij...”. 12. Aanvullende vraag: Waar is die aantoonbare behoefte op gestoeld, en hoe kan dit worden teruggevoerd op voor de raad inzichtelijke afspraken met de regio? Antwoord: Voor een onderbouwing verwijzen wij naar bijlage 1 (toetsing PRV en SVIR) van de toelichting.
Inleiding: Trof u, bij lezing van de omgevingsvisie, behalve kaartjes met pijlen, ook kaders aan op basis waarvan nadere voorwaarden in het bestemmingsplan konden worden gesteld? Juridisch gezien is het niet mogelijk om dergelijke voorwaarden in een bestemmingsplan op te nemen omdat deze voorwaarden ruimtelijk niet relevant zijn en alleen ruimtelijk relevante eisen opgenomen mogen worden. 13. Aanvullende vraag: Je kunt dit niet op grond van publiekrecht afspreken, maar wel privaatrechtelijk in een Anterieure Overeenkomst. Dat had gekund, zodat de voorwaarden bindend zouden zijn voor de partij die de vergunning aanvraagt. Waarom is hiervoor niet gekozen? Antwoord: In het omgevingsrecht zijn al zeer strenge eisen aan bedrijven geborgd als het gaat om duurzaamheid, energiebesparing en bouwnormen. Om hiervan een voorbeeld te geven, technische eisen, zoals EPCnormen, worden door het Bouwbesluit uitputtend geregeld. Het is niet nodig om privaatrechtelijk nog strengere normen op te leggen. Pas onder de Omgevingswet is er wel meer mogelijk. Wachten op de Omgevingswet is op grond van artikel 3.8 lid 1 sub e van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) niet mogelijk. Daarnaast bepaalt het overgangsrecht van de Omgevingswet dat bestemmingsplannen die onder de Wro in ontwerp ter inzage zijn gelegd op basis van de Wro afgehandeld worden.
Verder zijn de vragen die er liggen vooral van politieke aard. Dus die zullen we, indien we dat nodig achten, stellen tijdens de behandeling van het agendapunt.
Pagina
6/7
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders,
A. van Dam
W. Eppinga
burgemeester
secretaris
Deze brief is digitaal opgesteld en daarom niet ondertekend.
Pagina
7/7