CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

9. OD NHN advies BOPA

Raad 18 december 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel bindend advies oprichten pluimveebedrijf Oudelanderweg Middenmeer (onder voorbehoud) (afhankelijk van besluit in het oordeelvormende gedeelte)3.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) Aan

Gemeente Hollands Kroon t.a.v. E. Menzl

Van

F. van Werkhoven

E-mail

Fvanwerkhoven@odnhn.nl

Telefoon

088 - 102 1366

Zaaknummer

OMG-041595/DMS490080

Onderwerp

Oudelanderweg ongenummerd te Middenmeer (intern bekend als Alkmaarseweg 25) Advies BOPA t.b.v. oprichten/verplaatsen pluimveehouderij

Datum advies

20 november 2024

Naam afdelingshoofd

Ed Langereis

Paraaf afdelingshoofd

Dit document is automatisch gegenereerd en daarom niet ondertekend.

Samenvatting Advies Milieubelastende activiteiten

Activiteiten en milieuzonering Geur

Bodemkwaliteit Omgevingsveiligheid

Geluid

Luchtkwaliteit

Zaaknummer - OMG-041595/DMS490080

- Mba: Het houden van 220.000 stuks vleespluimvee is in artikel 3.200, eerste lid van het Bal, aangewezen als een milieubelastende activiteit (mba). - Vergunningplicht: In artikel 3.201 is de mba aangewezen als vergunningplichtig. Het betreft het exploiteren van een ippcinstallatie voor het houden van pluimvee, bedoeld in categorie 6.6 onder a van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies. - MER-plichtig: Het project is ingevolge artikel 11.6, eerste lid, van het Omgevingsbesluit aangewezen waarbij voorafgaand aan de besluitvorming een MER moet worden opgesteld. Niet akkoord. Opgenomen tekst dient op een aantal punten aangevuld te worden. Akkoord met de uitgangspunten genoemd in paragraaf 5.2 en in de bijlage 3 van de GoFlo ten aanzien van het aspect geur. Wel moet in het kader van de onderbouwing van een goed woon- en leefklimaat nog onderzoek worden gedaan naar cumulatieve geurhinder. Tekst is akkoord. In de ruimtelijke onderbouwing is de toetsing aan externe veiligheid onvolledig. Geadviseerd wordt de ruimtelijke onderbouwing aan te laten passen. De opgenomen tekst met betrekking tot het geluid door wegen is niet akkoord. Er dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Opgenomen tekst is akkoord.

Pagina 1 van 9

Natuur

Trillingen Omgevingsverordening NH2022

- QuickScan akkoord: geen beschermde soorten te verwachten. - Stikstof nodig: in de GoFlo wordt aangegeven dat er voor het beoogde project gebruik gemaakt wordt van extern salderen. Wanneer extern salderen wordt toegepast is een vergunning benodigd voor een Natura-2000 activiteit (Stikstof). - Let op: in de GoFlo wordt benoemd dat er gebruik wordt gemaakt van emissiearme stalsystemen. Dit maakt dat het verlenen van een vergunning momenteel niet altijd mogelijk is. - Ruimtelijke onderbouwing: akkoord voor de QuickScan, voor stikstof is er een vergunning nodig. Paragraaf opnemen in ruimtelijke onderbouwing. Getoetst aan artikel 4.22 en 4.26. Locatie ligt niet in een stiltegebied en ook niet in een werkingsgebied ‘Beoordeling veehouderij en ammoniak’.

1. Inleiding Op 29 oktober 2024 is aan de OD NHN via de SWF (SAM-ID 75936) een advies gevraagd over de milieu aspecten, zoals opgenomen in de goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (GoFlo), behorende bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend voor het oprichten van een pluimveehouderij aan de Oudelanderweg ongenummerd te Middenmeer (intern bekend als Alkmaarseweg 25). Men is voornemens 220.000 stuks vleespluimvee in 6 stallen te houden op deze locatie in een huisvestingssysteem. Het betreft een bedrijfsverplaatsing van de Tussenweg 10 te Middenmeer naar deze nieuwe locatie. Ook zal er een bedrijfswoning worden gerealiseerd. Het plan is in strijd met de regels uit het omgevingsplan omdat deze momenteel geen intensieve veehouderij toe laat en er geen bouwvlak aanwezig is. De te realiseren bebouwing overschrijdt het binnenplanse maximum. Naast een beoordeling van de milieuaspecten zoals opgenomen in de GoFlo vraagt de gemeente ook om te toetsen aan de Omgevingsverordening NH2022. Wij hebben de Omgevingsverordening enkel getoetst aan de onderdelen welke binnen ons toetsingskader vallen, of wel de milieuregels. Aan de ruimtelijke regels is niet getoetst, deze toetsing ligt bij de gemeente.

Een omgevingsvergunning is nodig vanwege een omgevingsplanactiviteit die vergunningplichtig is vanuit de regels van het omgevingsplan en strijdig is met het vigerende omgevingsplan. Uit artikel 8.0a, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat indien een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de omgevingsvergunning alleen mag worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er dient dus een ETFAL toets te worden uitgevoerd. In deze ETFAL toets wordt beoordeeld of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij wonen of een gevoelige functie, uitgaande van de maximaal planologische mogelijkheden. Ook wordt beoordeeld of bestaande bedrijven in hun uitbreidingsmogelijkheden worden beperkt. Op 17 oktober 2017 is voor de locatie Alkmaarseweg 25 in Middenmeer een (gefaseerde) omgevingsvergunning onderdeel milieu in het kader van de Wabo afgegeven voor het houden van 549.999 vleeskuikens (183.333 vleeskuikens per stal). Deze vleeskuikens zouden worden gehouden in drie stallen (met etages) met huisvestingssysteem Rav E 5.9.1.2.3 plus Rav E 7.7 (conform bijlage 1 bij de Regeling ammoniak en veehouderij). Onderdeel van dit besluit was een milieueffectrapportage. Tegen dit (gefaseerde) besluit was beroep aangetekend.

Dat beroep is destijds ongegrond verklaard en het gefaseerde besluit is in stand gebleven. De bestemmingsplanprocedure is echter destijds vernietigd door de RvS. Bouwen is nooit aangevraagd. De stallen zijn dus nooit gerealiseerd. Bij de totstandkoming van ons advies hebben wij de volgende stukken betrokken:

Zaaknummer - OMG-041595/DMS490080

Pagina 2 van 9

• • • • • • • • • • •

Aanvraag omgevingsvergunning van 1 oktober 2024, kenmerk: 20241001 00823 000; Tekening opgesteld door Agra-Matic met projectnummer 008347-03, tekeningnummer Mb-24, d.d. 18 september 2024; Tekening opgesteld door Agra-Matic met projectnummer 834702, tekeningnummer Si-2, d.d. 18 september 2024; GoFlo ‘Het Kippenhok’ opgesteld door Agra-Matic zonder projectnummer, status definitief, d.d. 1 oktober 2024; Participatieplan opgesteld door Agra-Matic zonder projectnummer, status definitief, d.d. 30 september 2024; V-Stacks berekening (Geur), d.d. 8 november 2024; Fijnstof berekening, d.d. 8 november 2024; Toelichting invoergegevens en aanpassing berekeningen opgesteld door Agra-Matic B.V. Verkennend bodemonderzoek door MUG Ingenieursbureau met projectnummer 93173012, d.d. 19 juli 2012; Quickscan Flora en Fauna en voortoets door Fopma Natuuradvies met projectnummer 2024786, versie 2, d.d. 26 augustus 2024; Omgevingsverordening NH2022.

2. Milieubelastende activiteiten Burgers, bedrijven en overheden kunnen activiteiten uitvoeren die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Mogelijk kunnen er meerdere milieubelastende activiteiten (hierna: mba’s) worden uitgevoerd binnen één project. In het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) staan regels over deze activiteiten en wordt vermeld of deze informatieplichtig, meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn. Ook kunnen er mba’s zijn aangewezen in een omgevingsplan of omgevingsverordening. Beoordeling Initiatiefnemer is voornemens 220.000 stuks vleespluimvee in 6 stallen te gaan houden. Het houden van de vleeskuikens is ingevolge artikel 3.200, eerste lid van het Bal, aangewezen als een mba (het houden van landbouwhuisdieren). De mba is ingevolge artikel 3.201 van het Bal aangewezen als een vergunningplichtige mba. De reden van de vergunningplicht is dat hier sprake is van het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee, bedoeld in categorie 6.6 onder a van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies. In de GoFlo, paragraaf 5.12, is terecht vastgesteld dat er een verplichting geldt voor het opstellen van een milieueffectrapport (MER) voor de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit.

Namelijk in bijlage V van het Omgevingsbesluit is het aangevraagde project aangewezen als een ‘Installatie voor intensieve veehouderij’ waarbij meer dan 85.00 vleeskuikens worden gehouden. Ingevolge artikel 11.6 eerste lid van het Omgevingsbesluit zal bij de besluitvorming een milieueffect rapport moeten worden opgesteld. Omgevingsvergunning en MER 2017 Voor het houden van 549.999 vleeskuikens in drie stallen is op deze locatie is op 17 oktober 2017 een omgevingsvergunning (milieu) verleend. Hierbij is tevens een MER-procedure doorlopen waarop d.d. 26 september 2017 een besluit is genomen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon. Omdat de in de GoFlo vermelde activiteiten ten opzichte van de vergunde activiteiten zodanig zijn gewijzigd zal, voor dit wijzigen een omgevingsvergunning ingevolge artikel 5.1 tweede lid onder b van de Omgevingswet moeten worden aangevraagd. In de MER uit 2017 zijn de milieueffecten beoordeeld voor het houden van 549.999 vleeskuikens in 3 stallen met elk een aantal verdiepingen met als huisvestingssysteem van die stallen: Rav E 5.9.1.2.3 plus Rav E 7.7 (conform bijlage 1 bij de Regeling ammoniak en veehouderij). Nu wordt in de GoFlo voor het houden van meer dan 85.00 vleeskuikens in een zestal stallen met een ander stalsysteem vermeld.

Door deze zodanige wijzigingen van het stalsysteem is sprake van het oprichten van een nieuwe installatie in de zin van de merrichtlijn en moet bij de aanvraag om omgevingsvergunning een MER worden gevoegd.

Zaaknummer - OMG-041595/DMS490080

Pagina 3 van 9

3. Milieuadvies 3.1 Activiteiten en milieuzonering, paragraaf 5.1 Zoals ook door de gemeente is opgemerkt mist er in deze paragraaf een toelichting op het effect van de geplande bedrijfswoning op de bedrijfsvoering van het naastgelegen pluimveebedrijf aan de Oudelanderweg 53 (de Meerkip). Aangetoond dient te worden dat het naastgelegen bedrijf niet in haar bedrijfsvoering beperkt wordt door de komst van een bedrijfswoning. Daarnaast dient men in de onderbouwing ook aandacht te schenken aan de maximale planologische mogelijkheden van naastgelegen perceel. Het bestemmingsplan/omgevingsplan laat hier namelijk ook een bedrijfswoning toe. Met het starten van een nieuw bedrijf worden de gebruiksmogelijkheden van het naastgelegen perceel wellicht beperkt. Andersom moet ook aangetoond worden dat in de geplande bedrijfswoning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd kan worden, hierbij moet het effect van het naastgelegen bedrijf op de bedrijfswoning inzichtelijk gemaakt worden. 3.2 Geur, paragraaf 5.2 In paragraaf 5.2 en in bijlage 3 van de GoFlo is de geurbelasting naar de omgeving beschreven. Op verzoek is deze aangevuld per e-mail d.d. 8 november 2024 (inputgegevens V-Stacks). De gegevens zijn getoetst aan de geurnormen van het omgevingsplan gemeente Hollands Kroon (hierna: Op).

Hieruit blijkt dat kan worden voldaan aan de geurnormen genoemd in artikel 22.98 Op (Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor). Daarnaast kan ruimschoots worden voldaan aan de vereiste afstanden, gemeten vanaf de gevel van de te realiseren dierenverblijven tot de gevel van gevoelige objecten, genoemd in artikel 22.103 Op. Cumulatie van de geurbelasting, als gevolg van de veehouderijen die in de nabije omgeving zijn gelegen, is niet in de GoFlo meegenomen. Echter om hieraan te kunnen toetsen, met oog op een goed woon- en leef verblijfklimaat, zijn in het Op (nog) geen geurnormen opgenomen (art 5.92 lid 1 Bkl). De conclusie in paragraaf 5.2. van de GoFlo dat, op basis van de berekeningen met V-Stacks Vergunning, het aspect geur geen belemmering vormt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving, is akkoord. Het onderdeel geur zal ook nog uitvoerig moeten worden beschouwd in de op te stellen MER. 3.2 Bodemkwaliteit, paragraaf 5.5 Het bodemonderzoek is volgens de NEN5740 uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten is er geen sprake van een belemmering voor het gebruik van het perceel. Het ligt niet in de verwachting dat in de periode na de uitvoering van het onderzoek de kwaliteit van de bodem is gewijzigd. De tekst in paragraaf 5.5. is akkoord.

3.3 Omgevingsveiligheid, paragraaf 5.7 Wettelijk kader Externe veiligheid Regelgeving opgenomen in de Omgevingswet richt zich op het beheersen van veiligheidsrisico's bij milieubelastende activiteiten en het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving. Het betreft risico's die verbonden zijn met onder meer de productie, de opslag, het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid heeft tot doel om het risico op (grote) ongevallen met gevaarlijke stoffen zo klein mogelijk te maken. Enerzijds door de kans dat dergelijke ongevallen plaatsvinden bij de bron te verkleinen (preventie), anderzijds door de gevolgen van een ongeval voor de omgeving te verkleinen (repressie). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar, dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met gevaarlijk stoffen. Als norm geldt de kans van 1 op de miljoen per jaar. Deze PR10-6 vormt een contour op de plankaart. Deze contour is de grenswaarde, daarbinnen is toedelen van locaties voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties niet toegestaan. Aan de andere kant geldt ook dat toedelen van risicovolle milieubelastende activiteiten waarvan de PR10-6 over (zeer) kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties valt, niet is toegestaan.

Wanneer er sprake is van een beperkt kwetsbaar gebouw of beperkt kwetsbare locatie geldt de norm als

Zaaknummer - OMG-041595/DMS490080

Pagina 4 van 9

standaardwaarde. Alleen bij zwaarwegende argumenten kan gemotiveerd hiervan worden afgeweken. Bij het toelaten van windturbines zijn, ondanks dat geen sprake is van gevaarlijke stoffen, externe veiligheidsrisico’s aanwezig. Zowel het plaatsgebonden risico van de windturbine zelf (direct) als het effect van de windturbine op andere risicovolle objecten (indirect). Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) beschermt gebouwen en locaties door grenswaarden. Aandachtsgebieden Het werken met aandachtsgebieden is een andere manier van omgaan met het groepsrisico (GR). Het GR is een maat om de kans weer te geven dat een incident met meerdere dodelijke slachtoffers optreedt. Het GR is ook een maat voor maatschappelijke ontwrichting. De meeste risicovolle milieubelastende activiteiten veroorzaken een of meerdere aandachtsgebieden. Het Bkl geeft in welke situaties sprake is van een aandachtsgebied. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden aandachtsgebieden alleen voor die wegen die in het basisnet zijn aangewezen. Daar waar een brand- of explosieaandachtsgebied geldt, kan in het omgevingsplan worden gekozen voor het aanwijzen van een brand- of explosievoorschriftengebied. Wanneer nieuwe zeer kwetsbare gebouwen worden toegelaten, is het aanwijzen van een brand- en/of voorschriftengebied verplicht.

Daar binnen gelden dan automatisch de aanvullende bouwvoorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Deze komen bovenop de standaard bouweisen. Beoordeling

Figuur: Uitsnede signaleringskaart ODNHN

Activiteiten binnen het plangebied Het plangebied voorziet in een pluimveehouderij met bedrijfswoning en ondersteunende activiteiten of voorzieningen waaronder een propaantank. Het betreft een milieubelastende activiteit met externe veiligheidsrisico’s genoemd in bijlage VII van het Bkl. Uit de ruimtelijke onderbouwing wordt niet duidelijk welke inhoud de opslagtank heeft. Ook informatie over plaatsgebonden risico en omvang van aandachtsgebieden blijft onvermeld. De beoogde propaantank dient getoetst te worden aan de van toepassing zijnde artikelen van het Bkl.

Zaaknummer - OMG-041595/DMS490080

Pagina 5 van 9

Figuur: gewenste situatie

Activiteiten buiten plangebied In de nabije omgeving van het plangebied zijn enkele buisleidingen gelegen. Er is geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour. Het plangebied ligt wel volledig binnen het brandaandachtsgebied van de buisleidingen. Conclusie In de ruimtelijke onderbouwing is gesteld dat externe veiligheid geen belemmeringen oplevert, echter dit is niet nader toegelicht of onderbouwd. Feitelijk ontbreekt een deugdelijke toetsing aan de van toepassingen zijnde artikelen uit het Bkl. Onduidelijk is waarom in de ruimtelijke onderbouwing is gerefereerd aan inmiddels vervallen regelgeving. Daarnaast wordt geconstateerd dat gebezigde terminologie gedateerd is. Omdat het plangebied is gelegen binnen aandachtsgebieden van risicovolle activiteiten, wordt de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord door het bevoegd gezag in de gelegenheid gesteld, advies uit te brengen met betrekking tot hulpverlening en zelfredzaamheid in geval van een calamiteit. Hiertoe heeft de OD-NHN op 12 november 2024 de veiligheidsregio om advies verzocht. Zodra het advies is ontvangen, zal het advies doorgestuurd worden naar de gemeente. Advies Geadviseerd wordt de ruimtelijke onderbouwing op bovenstaande punten te laten aanpassen. 3.4 Geluid, paragraaf 5.4 Paragraaf 5.4.1 Geluid door wegen en spoorwegen De in paragraaf 5.4.1 opgenomen tekst is niet volledig.

In de paragraaf is een uitsnede van de geluidkaart uit de Atlas Leefomgeving opgenomen. Op deze uitsnede is het geluid veroorzaakt door het wegverkeer weergegeven voor het peiljaar 2021. Hoewel hiermee een indicatie is te geven hoeveel geluid door wegverkeer op de gevels van de te realiseren bedrijfswoning verwacht mag worden, is de Atlas Leefomgeving niet geschikt voor het toetsen van het geluid door wegen aan de standaardwaarden uit het Bkl.

Zaaknummer - OMG-041595/DMS490080

Pagina 6 van 9

Er dient een akoestisch onderzoek naar het geluid door wegen uitgevoerd te worden, waarbij wordt uitgegaan van de verkeersgegevens voor het toekomstig maatgevende jaar. Dit is meestal het jaar ten minste 10 jaar na realisatie van het plan. Wanneer uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er sprake is van een overschrijding van de standaardwaarden, dient onder meer de waarde van het gezamenlijk geluid vastgelegd te worden in het Omgevingsplan. In het geval dat het gezamenlijk geluid op de gevel meer dan 53 dB bedraagt, hetgeen hier op basis van de uitsnede van de Atlas Leefomgeving ook verwacht mag worden, dient ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning een aanvullend akoestisch onderzoek naar de geluidwering van de gevel uitgevoerd te worden. Paragraaf 5.4.2 Geluid door industrieterreinen De in paragraaf 5.4.2 opgenomen tekst is akkoord. Paragraaf 5.4.3 Geluid door activiteiten De in paragraaf 5.4.3 opgenomen tekst is akkoord. 3.5 Luchtkwaliteit, paragraaf 5.3 De in paragraaf 5.3 opgenomen tekst is akkoord.

3.6 Natuur, paragraaf 5.8 Wettelijk kader Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit Een activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied is vergunningplichtig op grond van artikel 5.1 Ow. Er is geen vergunningplicht als de activiteit als vergunningsvrij is aangemerkt (art 11.16 – 11.21 Bal). Activiteiten voor het beheer van een Natura 2000-gebied of activiteiten die geen significante negatieve effecten hebben zijn niet vergunningplichtig. Maar op grond van de algemene zorgplicht (art 1.7a Ow) en de specifieke zorgplicht (artikel 11.6 Bal) dienen er maatregelen getroffen te worden om de negatieve gevolgen te voorkomen. Een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend via het digitale loket DSO. Voor een Natura 2000-activiteit is GS bevoegd gezag (artikel 4.6 lid 1 onder e Ob). Als een Natura 2000-activiteit gelijk wordt aangevraagd met een activiteit waarvoor B&W bevoegd gezag (artikel 5.12 Ow) is, dan geldt er een advies en instemmingsplicht door GS (artikel 16.15 en 16.16 Ow en artikel 4.25 Ob). De indieningsvereisten waaraan een aanvraag om omgevingsvergunning moet voldoen staan in de Omgevingsregeling (artikel 7.197h Or).

Ook het gebruik van AERIUS staat hierin genoemd (artikel 4.15 Or). Voor een Natura 2000-activiteit geldt de uitgebreide voorbereidingsprocedure (artikel 10.24 Ob) Flora en fauna-activiteit Voor de soortenbescherming geldt een zorgplicht voor een ieder (art 11.27 Bal). Naast deze zorgplicht geldt er een vergunningplicht voor een flora en fauna-activiteit (art 5.1 lid 2 onder g Ow). Het is verboden om zonder vergunning een flora en fauna-activiteit te verrichten voor de gevallen genoemd in art. 11.37 en 11.46 Bal. GS is bevoegd gezag voor een aanvraag van een flora en fauna-activiteit mits deze aanvraag enkelvoudig wordt gedaan. (art 4.6 lid 1 onder e Ob). Gaat de aanvraag van een flora en faunaactiviteit gepaard met een andere activiteit dan is GS-adviseur (instemming) voor (meestal) burgemeester en wethouders (art 4.25 lid 1 onder e Ob). Er is niet langer meer sprake van een aanhaakverplichting of onlosmakelijke samenhang. De flora en fauna-activiteit is geen magneetactiviteit. Een aanvraag voor een flora en fauna-activiteit doorloopt de reguliere korte periode van 8 weken. Deze periode kan éénmaal met 6 weken verlengd worden (art 16.64 Ow). Onder de Omgevingswet

Zaaknummer - OMG-041595/DMS490080

Pagina 7 van 9

is niet langer meer sprake van een ontheffing. We kennen alleen nog de vergunningplicht. In artikel 4.18 ev Or worden de vergunningsvrije gevallen genoemd. De inhoudelijke beoordeling van een vergunning gebeurt door toepassing van de beoordelingsregels van art. 5.29 Ow en 8.74i ev (paragraaf 8.6.2 Bkl). Alle regels voor natuur worden beleidsneutraal omgezet. Het normenkader, beschermingsniveau, instrumenten en de bevoegdheidsverdeling gebeurt door omzetting van de regels. De ontwikkelde rechtspraak is na de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog steeds van toepassing. Beoordeling NNN en BPL Het plangebied ligt op circa 0.7 km van het dichtstbijzijnde NNN gebied en op circa 1.5 km van het dichtstbijzijnde BPL gebied. Gebiedsbescherming De geplande activiteiten vinden plaats op circa 10.3 km van Natura 2000-gebied(en) IJsselmeer. Externe negatieve effecten door geluid, licht, trillingen, optische verstoring en overige effecten (behalve: stikstof) op de instandhoudingsdoelen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Stikstof/AERIUS Er is geen berekening van de stikstofdepositie als gevolg van dit plan/project uitgevoerd of aangeleverd. Het is nodig om voor het gedeelte Stikstof een aanvraag te doen bij het bevoegd gezag, de Provincie Noord Holland.

Het gebruik van een emissiearm stalsysteem maakt dat er op voorhand niet te zeggen is of er ook daadwerkelijk een vergunning verleend kan worden. Soortenbescherming De quickscan is beoordeeld en akkoord bevonden. De quickscan is niet ouder dan 3 jaar (veldbezoek heeft op 9 augustus 2024 plaatsgevonden), bevat voldoende foto’s van het plangebied om een goede indruk te krijgen en de soortgroepen zijn op een juiste wijze beschreven. Er zijn geen overtredingen van de verbodsbepalingen te verwachten. Verdere vervolgstappen in het kader van Soortenbescherming zijn niet nodig. Wijs de initiatiefnemer op de algemene zorgplicht in het kader van natuur. Daarnaast verzoeken wij u de initiatiefnemer te wijzen op de mogelijkheden tot natuur inclusief bouwen. Zie ook: https://www.checklistgroenbouwen.nl/ Ruimtelijke onderbouwing Paragraaf 5.8 ziet toe op het onderdeel natuur. Voor de QuickScan is het akkoord. Stikstof moet worden afgestemd met het bevoegd gezag. Conclusie Uit de beoordeling blijkt dat: • Het plangebied geen onderdeel uitmaakt van het NNN of BPL. • Vervolgstappen in het kader van Gebiedsbescherming (overige effecten) niet nodig zijn. • Het onderdeel stikstof moet worden afgestemd met het bevoegd gezag. • De quickscan akkoord is. Verdere vervolgstappen in het kader van Soortenbescherming zijn niet nodig. • De tekst van de ruimtelijke onderbouwing akkoord is.

Advies • Voor stikstof is een vergunning benodigd. Er moet worden overlegd met het bevoegd gezag (GS van Noord-Holland) • Ook in het kader van de nog op te stellen MER moeten de gevolgen voor gebieden (onderdeel stikstof) worden beschouwd. Wij adviseren daarom om vroegtijdig in overleg te treden met het bevoegd gezag. • Het project kan in het kader van natuur nog niet uitgevoerd worden. 3.7 Trillingen Geadviseerd wordt een trillingen paragraaf op te nemen in de ruimtelijke onderbouwing. 4. Toetsing Omgevingsverordening NH2022 Wij hebben het voorliggende plan getoetst aan de Omgevingsverordening Noord-Holland, maar enkel voor wat betreft de onderdelen welke binnen het toetsingskader vallen van de OD NHN, of wel de milieuregels. Aan de ruimtelijke regels is niet getoetst, deze toetsing ligt bij de gemeente.

Zaaknummer - OMG-041595/DMS490080

Pagina 8 van 9

Artikel 4.22 (Weigering wijziging veehouderij) Conform artikel 4.22 van de Omgevingsverordening NH2022 moet een omgevingsvergunning voor een wijziging in het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee worden geweigerd als de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding van het aantal dieren van één of meer diercategorieën en een tot de veehouderij behorend dierenverblijf geheel of gedeeltelijk is gelegen in het werkingsgebied ‘Beoordeling veehouderij en ammoniak’. De dichtstbijzijnde gebieden die zijn aangewezen in de ‘Beoordeling veehouderij en ammoniak’ zijn ‘Het Wildrijk’ en het ‘Zwanenwater & Pettemerduinen’, beide op circa 17 kilometer van de projectlocatie. Gelet op voorgaande is de ‘Beoordeling veehouderij en ammoniak’ in dit geval geen weigeringsgrond voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Artikel 4.26 (Vaststelling stiltegebieden) De locatie is niet gelegen in het werkingsgebied van een stiltegebied zoals aangewezen in bijlage 9b. Disclaimer: In dit advies wordt ingegaan op de aspecten, die onderdeel zijn van de Dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente en de OD NHN (oftewel: onderdeel zijn van door de gemeente overgedragen taken).

Zaaknummer - OMG-041595/DMS490080

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=7182a332-99f6-4743-a37e-99306c5fde85