4. Vervolgonderzoek flora fauna Waardpolderhoofdweg 27 Wieringerwaard
Tekst van het document
Nader onderzoek naar Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen Wieringerwaard, Waardpolderhoofdweg 27
Wieringerwaard, Waardpolderhoofdweg 27 Nader onderzoek naar Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen in het kader van de Wet Natuurbescherming
Opdrachtgever
Fam. Spaans Waardpolderhoofdweg 27 1766 EB Wieringerwaard
Auteur
Ing. V. Ronde Witbolstraat 1 1706 CB Heerhugowaard Info@ecoadviesronde.nl
Rapportnummer
RA2023.02
Conceptversie
16-10-2023
Definitieve versie
..-..-2023
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 1.2 Ligging van het plangebied ............................................................................................................ 4 2 Methode ............................................................................................................................................... 5 2.1 Huismus ......................................................................................................................................... 5 2.2 Gierzwaluw .................................................................................................................................... 5 2.3 Vleermuizen................................................................................................................................... 6 3 Onderzoeksresultaten .......................................................................................................................... 7 3.1 Huismus .........................................................................................................................................
7 3.2 Gierzwaluw .................................................................................................................................... 8 3.3 Vleermuizen................................................................................................................................... 9 Zomer- en kraamverblijfplaatsen .................................................................................................... 9 Paarverblijven en zwermplaatsen ................................................................................................. 11 Foerageergebieden en vliegroutes................................................................................................ 11 4 Effectbeoordeling ............................................................................................................................... 12 Huismus ............................................................................................................................................. 12 Gierzwaluw ........................................................................................................................................ 12 Vleermuizen ......................................................................................................................................
12 5 Conclusie ............................................................................................................................................ 13 5.1 Conclusie ..................................................................................................................................... 13 5.2 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 13 Bijlage 1 Wetgeving ............................................................................................................................... 15 Bijlage 2 Bronnen .................................................................................................................................. 24
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Familie Spaans is voornemens om een locatie aan de Waardpolderhoofdweg 27 in Wieringerwaard te herinrichten. De plannen bestaan uit de sloop van de bestaande woning en het bouwen van een nieuwe woning. Voorafgaand aan de herinrichting van het plangebied heeft een quickscan plaatsgevonden (SAB, 2022). Uit deze quickscan is gebleken dat in het plangebied mogelijk onder de wnb beschermde, niet vrijgestelde soorten voorkomen. Het betreft Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen. Om het daadwerkelijk voorkomen van deze soorten vast te stellen of uit te sluiten heeft vervolgonderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek is in opdracht van Familie Spaans uitgevoerd door Ecologisch Adviesbureau Ronde in de periode april 2023 – oktober 2023. Deze rapportage beschrijft de gevolgde methodiek en de resultaten van het vervolgonderzoek.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Waardpolderhoofdweg in het buitengebied van Wieringerwaard. De woning heeft een op het zuiden gelegen tuin en in de directe omgeving is veel agrarisch land aanwezig. In de directe omgeving zijn daarnaast enkele woningen en boerenbedrijven aanwezig. Ten noordwesten van het plangebied is een outdoor recreatiepark gelegen. Aan de oostzijde van dit recreatiepark bevindt zich een bosschage. Aan de westzijde van de Waardpolderhoofdweg en tussen verschillende percelen zijn verschillen sloten aanwezig.
Figuur 1 De ligging van het plangebied (bij rode pijl) ten opzichte van de directe omgeving. Inzet: de omgrenzing van het plangebied rood omrand (bron: pdok.nl).
4 Ecologisch adviesbureau Ronde
2 Methode 2.1 Huismus De aanwezigheid van Huismussen en de manier waarop zij gebruik maken van (delen van) het plangebied is onderzocht conform het Kennisdocument Huismus (BIJ12, versie 2.1 feb 2023). Voor de inventarisatie van nesten en essentieel leefgebied is in de periode 1 april – 15 mei tweemaal een bezoek gebracht aan het plangebied. Tussen de twee bezoeken zat een periode van minimaal 10 dagen en er is alleen geïnventariseerd bij goede weersomstandigheden (geen regen, harde wind of kou). De bezoeken hebben plaatsgevonden tussen 1 a 2 uur na zonsopkomst en 1 a 2 uur voor zonsondergang. Er is gelet op zingende mannetjes, vervoer van nestmateriaal, vervoer van faecespakketjes of voedsel, in- en uitvliegende dieren en jongen dieren. Datum
Tijdstip
Weersomstandigheden
Activiteit
(Temperatuur, bewolking in achtsten, wind)
15-4-2023
09:50 – 10:50
10°C, 1/8, NO3
2-5-2023
13:00 – 14:00
10°C, 7/8, N3
Inventarisatie nesten en essentieel leefgebied Inventarisatie nesten en essentieel leefgebied
2.2 Gierzwaluw De aanwezigheid van Gierzwaluwen en de manier waarop zij gebruik maken van (delen van) het plangebied is onderzocht conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017). Voor de inventarisatie van nesten is in de periode 1 juni – 15 juli driemaal een bezoek gebracht aan het plangebied. Minimaal één van de drie bezoeken heeft plaatsgevonden in de periode waarin doorgaans de jongen aanwezig zijn (20 juni-7juli). Tussen de verschillende bezoeken zat een periode van minimaal 10 dagen en er is alleen geïnventariseerd bij goede weersomstandigheden (droog weer en weinig wind). De bezoeken hebben plaatsgevonden van 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang. Aangezien op 9 juni en 7 juli aansluitend op het onderzoek naar gierzwaluw een onderzoek naar vleermuizen heeft plaatsgevonden is hier tot ruim na zonsondergang gekeken naar gierzwaluwen.
Datum
Tijdstip
Weersomstandigheden
Activiteit
(Temperatuur, bewolking in achtsten, wind)
9-6-2023 19-6-2023 7-7-2023
19:55 – 22:00 20:00 – 22:07 20:00 – 22:00
25°C, 0/8, NO4 18°C, 3/8, ZZW1 22°C, 0/8, NO3
Inventarisatie nesten Inventarisatie nesten Inventarisatie nesten
5 Ecologisch adviesbureau Ronde
2.3 Vleermuizen Het onderzoek naar de aanwezigheid en verspreiding van vleermuizen in het plangebied en de functies die het plangebied voor vleermuizen heeft is uitgevoerd conform de richtlijnen van het vleermuisprotocol 2021. Hierbij is vooral gekeken naar de functies die volgens de quickscan (SAB, 2022) mogelijk verwacht worden. Bij het vleermuisonderzoek is gebruik gemaakt van een batdetector met opnamefunctie (Pettersson D240X en Pettersson U384), een warmtebeeldcamera (Lahoux Spotter Elite 35V) en een sterke zaklamp (Fenix LR40R). Door in het plangebied te surveilleren en/of te posten op strategische plekken en video-opnames te maken met een warmtebeeldcamera is de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied in kaart gebracht. De methodiek die is aangehouden wordt per functie nader toegelicht. Zomer- en kraamverblijfplaatsen In de periode 15 mei – 15 juli 2023 is in het plangebied onderzoek gedaan naar zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen. Hierbij zijn twee avondrondes en één ochtendronde uitgevoerd. Een avondronde start vanaf zonsondergang en gaat door tot twee uur na zonsondergang. Een ochtendronde start twee uur voor zonsopgang en gaat door tot zonsopgang. Het onderzoek naar zomer- en kraamverblijfplaatsen is vanwege de grootte en overzichtelijkheid van het plangebied uitgevoerd door 1 persoon.
Paarverblijfplaatsen en middernachtzwermen In de periode 15 augustus – eind september is in het plangebied onderzoek gedaan naar paarverblijfplaatsen, baltsactiviteit en (indien te verwachten) middernachtzwermplekken. Het onderzoek naar paarverblijfplaatsen en middernachtzwermen is uitgevoerd door 1 persoon. Vanwege de lage bebouwing, beperkte invliegmogelijkheden en ontbreken van warmte bufferende capaciteit is geen specifiek onderzoek gedaan naar middernachtzwermen. Vliegroutes en foerageergebied Tijdens alle onderzoeksrondes is gelet op de aan- of afwezigheid van vliegroutes en zijn foeragerende vleermuizen in beeld gebracht. Zodoende kan er na afronding van alle onderzoeksrondes geconcludeerd worden of er vliegroutes en/of essentiële foerageerbieden in het plangebied aanwezig zijn. Datum
Tijdstip
Weersomstandigheden
Activiteit
(Temperatuur, bewolking in achtsten, wind)
9-6-2023
22:00 – 24:00
18°C, 0/8, NO4
30-6-2023
03:20 – 05:24
13°C, 0/8, NW2
7-7-2023
22:00 – 00:00
21°C, 0/8, NO3
18-8-2023
22:30 – 00:30
21°C, 4/8, NO2
24-9-2023
21:00 – 23:00
15°C, 0/8, ZZO3
Zomer- en Kraamverblijven, foerageergebied en vliegroutes. Zomer- en Kraamverblijven, foerageergebied en vliegroutes. Zomer- en Kraamverblijven, foerageergebied en vliegroutes. Paarverblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. Paarverblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes.
6 Ecologisch adviesbureau Ronde
3 Onderzoeksresultaten 3.1 Huismus Er zijn tijdens de veldbezoeken geen nesten van Huismus in of nabij het plangebied aangetroffen. De bebouwing binnen het plangebied wordt derhalve niet door Huismussen als voortplantingslocatie of essentieel leefgebied gebruikt. Tijdens de veldbezoeken zijn in het plangebied Putters, een Vink, een Pimpelmees en een Witte kwikstaart waargenomen. Van deze vogels zijn geen nesten waargenomen en is op basis van het gedrag (enkel foerageren en voorbijvliegen) te concluderen dat er geen nesten in de bebouwing aanwezig zijn. Op 15 april werd in de haag aan de noordzijde van het plangebied kortstondig een koppel Ringmussen waargenomen. Ze vlogen na enkele minuten richting het erf van een ten noorden gelegen woning.
Figuur 2 Putter in een boom (links) en een koppel Ringmussen (rechts) vliegt op uit de heg en vertrekt in noordelijke richting.
7 Ecologisch adviesbureau Ronde
3.2 Gierzwaluw Er zijn tijdens de veldbezoeken geen nesten van Gierzwaluwen in het plangebied aangetroffen. De bebouwing binnen het plangebied wordt derhalve niet door Gierzwaluwen als voortplantingslocatie gebruikt. In de omgeving van het plangebied zijn op 9 juni en 19 juni enkele overvliegende en foeragerende Gierzwaluwen waargenomen. Het foerageren vond plaatst boven het bosschage van het outdoor recreatiepark ten noordwesten van het plangebied. Op 7 juli waren er veel insecten in de lucht aanwezig. In de tuin zijn twee koolmezen waargenomen die foerageerden op nachtvlinders en boven het bosschage is rond 21.45 een overvliegende Gierzwaluw waargenomen.
Figuur 3 Met gele onderbroken lijn is de locatie aangegeven waar foeragerende Gierzwaluwen zijn waargenomen. Met rood is de omgrenzing van het plangebied aangegeven (bron: pdok.nl).
8 Ecologisch adviesbureau Ronde
3.3 Vleermuizen Tijdens het vleermuisonderzoek zijn vier soorten vleermuizen waargenomen. Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis en Laatvlieger. Hieronder wordt per periode beschreven welke vleermuizen tijdens het onderzoek zijn aangetroffen en hoe er gebruikt gemaakt is van het plangebied en de directe omgeving.
Zomer- en kraamverblijfplaatsen In het plangebied zijn geen zomerverblijven of kraamverblijven van vleermuizen vastgesteld. Tijdens de inventarisaties in de kraamperiode zijn in de directe omgeving van het plangebied enkele foeragerende en overvliegende Gewone dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen. Het betrof steeds één vleermuis per waarneming. Foerageren gebeurde langs de rand van het bosschage ten noordwesten van het plangebied. Er is geen binding aan de bebouwing van het plangebied of de directe omgeving geconstateerd in deze periode.
Foeragerende vleermuizen ter hoogte van de groene pijlen.
De rode pijl geeft de richting aan van de route die door verschillende langsvliegende vleermuizen werd gebruikt.
Vanuit de richting van de blauw pijl heeft de warmtebeeldcarmera opnames gemaakt van het plangebied.
Foeragerende Gewone dwergvleermuizen en een ruige dwergvleermuis bij de gele markering.
Figuur 4 Foerageerlocaties, route van langsvliegende vleermuizen en aanzichten van de warmtebeeldcamera op kaart ten opzichte van het plangebied (rood omrand).
9 Ecologisch adviesbureau Ronde
Op nabijgelegen akkers zijn enkele zoogdieren waargenomen. Het betreft Haas, Konijn, Bruine rat en Egel. Tijdens de ochtenronde op 30 juni is boven de akker ten oosten van het plangebied een uil waargenomen. Te ver weg om goed te kunnen zien welke soort het betrof.
Figuur 5 Haas op een akker in de nacht (links, beeld van warmtebeeldcamera) en konijnen op een akker (rechts).
Figuur 6 Screenshot uit een videopname met de warmtebeeldcamera. Aanzicht vanuit het oosten richting de woning.
10 Ecologisch adviesbureau Ronde
Paarverblijven en zwermplaatsen Tijdens de inventarisaties in het paarseizoen zijn in het plangebied geen paarverblijven van vleermuizen vastgesteld. Op 18 augustus is enkele malen een in vlucht baltsende Gewone dwergvleermuis waargenomen langs de Waardpolderhoofdweg ten westen van het plangebied. Op 24 september zijn boven een grote Els op het erf van de buren ten zuiden van het plangebied twee foeragerende Gewone dwergvleermuizen waargenomen. Rond 21.35 werd daar ook een Ruige dwergvleermuis waargenomen. In vlucht liet deze Ruige dwergvleermuis werfroep horen. Beide soorten dwergvleermuizen toonden geen interactie met de bebouwing in het plangebied. Om 22:04 en 22:44 is boven de tuin ten zuiden van de bebouwing een overvliegende Gewone grootoorvleermuis waargenomen.
Figuur 7 Sonogram van de werfroep van een Ruige dwergvleermuis.
Foerageergebieden en vliegroutes Tijdens verschillende inventarisatierondes zijn in de directe omgeving van het plangebied enkele foeragerende Gewone dwergvleermuizen en Laatvliegers waargenomen. In het plangebied zelf zijn geen foeragerende vleermuizen waargenomen. Het plangebied is derhalve geen essentieel foerageergebied. Tijdens de inventarisatierondes zijn af en toe langsvliegende (Gewone dwergvleermuis) en hoog overvliegende (Laatvlieger) vleermuizen waargenomen. Met name langs de weg en de rand van het bosschage van het outdoor recreatieterrein. Deze locaties vallen niet onder het plangebied. Daarnaast zat er echter geen vast patroon in het overvliegen wat betreft tijdstip, richting en aantallen. Gezien het ontbreken van een vast patroon in tijdstip en richting en de lage aantallen kan worden geconcludeerd dat er geen essentiele vliegroute aanwezig is nabij het plangebied.
11 Ecologisch adviesbureau Ronde
4 Effectbeoordeling Huismus Er zijn geen Huismussen en nesten van Huismus in het plangebied aangetroffen. Daarnaast is in het plangebied geen foerageergebied voor Huismussen aanwezig. De geplande ingreep in het plangebied zal daarom geen negatieve effecten hebben op in de omgeving aanwezige Huismussen en hun functionele leefomgeving.
Gierzwaluw Er zijn geen nesten van Gierzwaluw in het plangebied aangetroffen. De geplande ingreep in het plangebied zal daarom geen negatieve effecten hebben op nestlocaties van Gierzwaluwen.
Vleermuizen Verblijfplaatsen In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. De geplande ingreep in het plangebied zal daarom geen negatieve effecten hebben op verblijfplaatsen van vleermuizen. Foerageergebied In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele foeragerende vleermuizen waargenomen. De locaties waar foeragerende vleermuizen zijn aangetroffen blijven in het geheel onaangetast. Ook wordt door de geplande ingreep geen verstoring van deze foerageergebieden verwacht. Er worden daardoor geen negatieve effecten op foerageergebieden van vleermuizen verwacht. Vliegroutes Er zijn geen vaste vliegroutes van vleermuizen vastgesteld tijdens het vleermuisonderzoek. Negatieve effecten op vaste vliegroutes zijn hierdoor uitgesloten.
12 Ecologisch adviesbureau Ronde
5 Conclusie 5.1 Conclusie Huismus Er zijn geen Huismussen en nesten van Huismus vastgesteld in het plangebied. Er is tevens geen essentieel leefgebied van Huismussen aanwezig in het plangebied. Negatieve effecten op Huismussen en hun essentiële leefgebied zijn uitgesloten. Vervolgstappen voor Huismussen zijn derhalve niet aan de orde. Gierzwaluw Er zijn geen nesten van Gierzwaluw vastgesteld in het plangebied. Negatieve effecten op nesten van Gierzwaluw zijn uitgesloten. Vervolgstappen voor Gierzwaluwen zijn derhalve niet aan de orde. Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld in het plangebied. Het plangebied betreft geen essentieel foerageergebied en er zijn geen vaste vliegroutes aanwezig binnen het plangebied. Negatieve effecten op verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en vliegroutes zijn uitgesloten. Vervolgstappen voor vleermuizen zijn derhalve niet aan de orde.
5.2 Advies en vervolgstappen Conform de quickscan (SAB, 2022) wordt aanbevolen om de sloopwerkzaamheden te laten plaatsvinden buiten de periode waarin de meeste vogelsoort broeden (grofweg 15 maart – 15 juli). Hiermee wordt voorkomen dat nesten van vogels worden verstoord of vernietigd. Tijdens de uitvoer van de werkzaamheden dient ten alle de zorgplicht in acht te worden genomen. Om aan de zorgplicht te voldoen kunnen de volgende richtlijnen worden gehanteerd:
• •
•
Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten; Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden, zoals sloop van de bebouwing en bouwrijp maken van de kavel, dient één richting op te worden gewerkt, richting te behouden leefgebied van aanwezige fauna. Hierdoor krijgt fauna de kans te ontvluchten en wordt voorkomen dat dieren worden ingesloten. Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt om te voorkomen dat vleermuizen of andere dieren worden verstoord. In het geval van gebruik van verlichting dient dit niet op vegetatie of de ruime omgeving te worden gericht maar enkel op het uit te voeren werk.
13 Ecologisch adviesbureau Ronde
Bijdragen aan verhoging van biodiversiteit en versterking van populaties In Nederland wordt veel gebouwd en verbouwd. Vaak gaan hierbij verblijf- of groeiplaatsen van flora en fauna verloren. Gemeenten, ontwikkelaars en bouwbedrijven kunnen door enkele simpele maatregelen een belangrijke stimulans geven aan de lokale natuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: • • • •
Het plaatsen van kasten voor vleermuizen, Huismussen en Gierzwaluwen. Het aanbrengen van inheemse beplanting die geschikt is voor insecten als vlinders en bijen. Het plaatsen van insectenhotels. Het aanleggen van structuurrijke elementen die gebruikt kunnen worden als verblijfplaats, foerageergebied of dekking biedende looproute voor zoogdieren. • Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers langs watergangen. De kosten van dergelijke maatregelen zijn vaak relatief laag. De bijdrage aan de natuur, en daarmee de leefomgeving van de mens zijn hoog en tevens ontzettend belangrijk. Ecologisch Adviesbureau Ronde adviseert u graag over welke natuur stimulerende maatregelen passen bij uw project.
14 Ecologisch adviesbureau Ronde
Bijlage 1 Wetgeving Huidige natuurwetgeving Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.” Soortbescherming Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten.
Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie 0) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 1.
15 Ecologisch adviesbureau Ronde
Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.
Vrijgestelde soorten per provincie. X= vrijgesteld, 1= vrijgesteld juli – september, 2= vrijgesteld 15 aug – 15 okt, 3= vrijgesteld mrt-april en juli t/m november 4= 15 aug t/m feb (bron: ecologica.eu).
16 Ecologisch adviesbureau Ronde
Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten.
Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie 0) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie 0) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient een van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. Ontheffing is in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna.
¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.
17 Ecologisch adviesbureau Ronde
Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna. Ontheffing is in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan. Ontheffing is nodig ter voorkoming van schade of overlast. Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna. Ontheffing is nodig ter beperking van de omvang van een populatie van dieren in het verband met veelvuldig veroorzaakte schade. Ontheffing is nodig ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden. Ontheffing is nodig in verband met bestendig beheer en onderhoud infrastructuur, waterwerken, land- en bosbouw etc. Ontheffing is nodig in het algemeen belang Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd.
Er zijn vier verschillende categorieën ‘broedvogels met jaarrond beschermde nesten’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina. De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf kan het zijn dat zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan moet worden betrokken.
18 Ecologisch adviesbureau Ronde
Soort
Categorie Toelichting codes
Boomvalk
4
Buizerd
4
Gierzwaluw
2
Grote gele kwikstaart
3
Havik
4
Huismus
2
Kerkuil
3
Oehoe
3
Ooievaar
3
Ransuil
4
Roek
2
Slechtvalk
3
Sperwer
4
Steenuil
1
Wespendief
4
Zwarte wouw
4
Vogelsoorten waarvan de nesten in principe jaarrond zijn beschermd met beschermingscategorie: 1 = soorten die ook buiten het broedseizoen het nest gebruiken als vaste rust- of verblijfplaats; 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop; 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing; 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in staat zijn een nest te maken.
Voor soorten met jaarrond beschermde nesten kan soms, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, kan de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen. Categorie 5-soorten Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie. Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook soorten met jaarrond beschermde nesten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’.
19 Ecologisch adviesbureau Ronde
Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goedgekeurde gedragscode, hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld. Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschappelijke- of natuurwaarden. Natura 2000 Nederland en andere EU-landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Natura 2000-gebieden.
Een overzicht van Natura 2000-gebieden is te vinden op: https://www.natura2000.nl/gebieden Habitattoets Wanneer plannen bestaan uit een project en ook voor zogenaamde ‘andere handelingen’ in of rond een Natura 2000-gebied, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen. Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend. Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings- en verstoringstoets. Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten.
Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000-gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 20 Ecologisch adviesbureau Ronde
2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Om de mate van stikstofvervuiling te volgen en te reguleren is de zogenaamde ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS) in werking getreden. Boven bepaalde ‘drempelwaardes’ kan een project vanwege neergeslagen stikstof meldings- of vergunning plichtig zijn. Overige gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland (NNN), in de wet: Ecologische Hoofdstructuur EHS Via de Wet Ruimtelijke Ordening wordt het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) planologisch beschermd. Op grond van artikel 2.10.4 Barro geldt er een algemeen beschermingsregime voor EHS-gebieden. Dit algemene regime bestaat eruit dat er geen toestemming mag worden verleend aan activiteiten die per saldo leiden tot een significante aantasting van de zogenaamde ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ of tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Toestemming voor dergelijke activiteiten kan wel worden gekregen indien er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. In de provinciale verordening moet dit ‘nee tenzij’-regime zo worden vastgelegd dat hieraan in alle bestemmingsplannen en/of omgevingsvergunningen voor het afwijken van bestemmingsplannen wordt voldaan.
Overige natuurwetgeving Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra) beschermen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘weidevogelleefgebieden’ van de Provincie Noord-Holland. Per plangebied zal op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn. Houtopstanden Houtopstanden groter dan 10 are of bomenrijen bestaand uit meer dan 20 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom, zijn beschermd. Men dient vergunning of ontheffing te verkrijgen indien dergelijke houtopstanden moeten worden gekapt of gerooid. In sommige gevallen is een herplantplicht aan de orde.
Procedure Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit de onderstaande figuur te worden gevolgd. Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen.
21 Ecologisch adviesbureau Ronde
Stappenplan Ministerie van Economische Zaken en Klimaat met betrekking tot ontheffing.
22 Ecologisch adviesbureau Ronde
Ontheffingsaanvraag Wnb Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van: Een projectplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven. Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3-5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen. Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO). Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket (OLO) dan aan te geven dat ‘Handelingen worden verricht met gevolgen voor beschermde dieren en planten’. Ook hierbij dient een projectplan en inventarisatie bijgevoegd te worden. De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeeft voor het ‘natuur’ onderdeel van de omgevingsvergunning.
De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd. Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door de provincie. Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes, strafrechtelijke vervolging of het stilleggen van werkzaamheden
23 Ecologisch adviesbureau Ronde
Bijlage 2 Bronnen Geraadpleegde literatuur •
•
• • • • • •
Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (red.) 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noordhollandse zoogdierstudiegroep (NOZOS), Alkmaar Scharringa, K. (C.J.G.), Ruitenbeek, W & Zomerdijk, P.J. (red) (2010) Atlas van de NoordHollandse broedvogels 2005-2009. Heiloo: Landschap Noord-Holland & samenwerkende vogelwerkgroepen Noord-Holland SAB, 2022. Quick scan natuur. Wieringerwaard, Waardpolderhoofdweg 27. SAB adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling. Kennisdocument Huismus, Bij12, versie 2.1, 2023 Kennisdocument Gierzwaluw, Bij12, 2017 Vleermuisvakberaad (Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging VZZ en Gegevensautoriteit Natuur). Vleermuisprotocol 2021, 1 januari 2021. Schober, W & Grimmberge, E., 1989 A guide to bats of Britain and Europe. The Hamlyn Publisching group limited, London. Kapteyn, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noord-Hollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem.
Internet www.zoogdiervereninging.nl www.vleermuis.net www.vleermuizenindestad.nl www.pdok.nl
24 Ecologisch adviesbureau Ronde