4. Reactienota zienswijzen
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijzen en wijzigingen Behorende bij de coördinatieprocedure van TAM Omgevingsplan Torenstraat Middenmeer Datum: 21 april 2026
1 Aanleiding Het college heeft het TAM-IMRO Omgevingsplan Torenstraat Middenmeer voor een termijn van zes weken ter inzage gelegd. Het plan betreft een herontwikkeling van het plangebied door sloop van de bestaande woningen en nieuwbouw van maximaal 98 woningen. Aan de zijde van de woningen aan de Havenstraat zijn 18 levensloopbestendige woningen voorzien. Aan de zijde van de Kerkring zijn 12 rugaan-rugwoningen voorzien voor de doelgroep starters. Aan de noordzijde van de Torenstraat komt een appartementengebouw van deels 2 en deels 3 bouwlagen (46 woningen). Aan de zuidzijde van de Torenstraat zijn 22 eengezinswoningen voorzien. Gezamenlijk 98 woningen. In de bovengenoemde periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Er is één zienswijze ontvangen namens 5 families. In de voorliggende nota geeft het college haar reactie op deze zienswijze.
2 Leeswijzer De zienswijze is in deze nota samengevat en van commentaar voorzien. De geanonimiseerde zienswijze is als bijlage bij deze nota gevoegd.
3 Zienswijze Hieronder hebben wij de samengevatte zienswijze in een tabel per punt opgenomen en van een reactie voorzien. Ook is aangegeven of de reactie leidt tot aanpassing van het TAM-Omgevingsplan.
Indiener 1 Reactie
Beantwoording
Conclusie
De bewoners hebben afgelopen jaren meerdere Sinds de inloopavond van 5 juli 2023 is er meerdere malen Deze zienswijze leidt niet keren geprobeerd om met de Wooncompagnie contact geweest tussen de omwonenden, Wooncompagnie tot wijziging van het plan. in gesprek te komen dan wel gevraagd om en de gemeente, onder andere in de vorm van een gesprek informatie, toelichting en betrokkenheid bij de met de wethouder. Daarnaast heeft Wooncompagnie de planvorming. Met Wooncompagnie is contact omwonenden een rondleiding gegeven bij een vergelijkbaar geweest, maar dit heeft – op de aanpassing van project in Schagen. De participatie is doorgelopen tot aan één van de drie bouwblokken van drie naar twee het laatste keukentafel overleg van 13 januari 2026. Het lagen na – niet geleid tot wezenlijke participatieverslag is als bijlage bij deze reactienota aanpassingen van het gepresenteerde plan. toegevoegd. Er is geen sprake geweest van een vroegtijdige Naar aanleiding van de gesprekken met de buurt heeft en zorgvuldige participatie. Er heeft geen Wooncompagnie een significante wijziging in het ontwerp terugkoppeling plaatsgevonden op ingebrachte aangebracht. Het gedeelte van het appartementencomplex vragen, ideeën en zorgen van de bewoners. dat grenst aan het perceel van een van de participanten is verlaagd van drie naar twee bouwlagen.
Hierdoor zijn zes sociale-huurappartementen komen te vervallen. Daarnaast is de indeling van het woonblok gewijzigd, voor wat betreft de oriëntatie van de woonkamers in de appartementen. In de nieuwe situatie zijn de appartementen met de woonkamers georiënteerd op de binnentuin van het complex. Hierdoor kijken slechts de slaapkamer van de appartementen uit op de woningen aan de Torenstraat 7 en 9. Ook is op de resterende woonlaag afgezien van de bankjes die in de gevel worden geïntegreerd, zodat
bewoners daar, anders dan in de rest van het appartementencomplex, niet worden gestimuleerd om buiten te zitten. Gelet hierop is geen aanleiding om het plan aan te passen. De beleidsmatige en ruimtelijke onderbouwing De zienswijze bevat geen concrete toelichting, Deze zienswijze leidt niet van deze afwijking is onvoldoende gemotiveerd. onderbouwing of verwijzing naar specifieke onderdelen van tot wijziging van het plan. het besluit waarin de onderbouwing volgens indiener tekortschiet. Deze onderbouwing blijft met de zienswijze onbestreden, de zienswijze geeft daarom geen aanleiding tot een wijziging van het plan. Gelet hierop is geen aanleiding om het plan aan te passen. Het plan is niet aantoonbaar getoetst aan deze De indiener stelt dat de bouwhoogte van 10 meter in het Deze zienswijze leidt niet uitgangspunten uit de Omgevingsvisie. Zowel de plan niet aansluit bij de uitgangspunten uit de tot wijziging van het plan. destijds geldende als de nieuwe Omgevingsvisie Omgevingsvisie met betrekking tot de dorpse schaal en Wel wordt de toelichting benadrukken: maatwerk per kern, kleinschalige inbreidingen en behoud op het plan aangevuld met van de dorpse identiteit en straatbeeld. de gegeven motivering.
• dorpse schaal en maatwerk per kern; In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met • kleinschalige inbreiding in kleine kernen; • behoud van dorpse identiteit en straatbeeld; deze kernwaarden. Het huidige straatbeeld van de Torenstraat wordt niet volledig gehandhaafd, onder andere • een woonmilieu met relatief veel vanwege een toename in de wettelijk verplichte eengezinswoningen. bouwhoogten van verdiepingen. Hoewel deze wijziging De voorgestelde bouwmassa en gevelhoogtes afwijkt van de bestaande situatie, blijft de dorpse identiteit tot circa 10 meter sluiten niet aan op het
bestaande straatbeeld en de schaal van de Torenstraat.
geborgd door het toepassen van variaties in de voorgevelrooilijn, materialisering en passend kleurgebruik. De ontwerpkeuzes zorgen ervoor dat, ondanks de gewijzigde bouwmassa, de dorpse uitstraling binnen de nieuwe ontwikkeling behouden blijft. De bouwhoogte van 10 meter betreft geen onevenredige aantasting van het straatbeeld. Hier is juist maatwerk toegepast omdat het hier een bijzonder woonproduct betreft (component van zorgaanbieder erin in samenwerking met Wooncompagnie). Daarnaast is er gekozen voor de meest optimale invulling van de locatie in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingswet, de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit heeft geleid tot een toename van het aantal woningen en de keuze voor gestapelde bouw in plaats van enkel eengezinswoningen of hofjeswoningen. Drie bouwlagen beschouwen wij niet als hoogbouw, maar als gestapelde bouw: een hoogte die past binnen de dorpse schaal, mede gezien het feit dat een veelvoorkomende woning vaak twee etages heeft en voorzien is van een kap. De rooilijn verspringt meerdere plekken, waardoor het bouwvolume wordt opgebroken en een ‘fijnere korrel’ ontstaat. Dit zorgt voor meer variatie en nuance in het straatbeeld en versterkt daarmee het dorpse karakter van
de bebouwing. Daarnaast sluit het plan aan in materialisering op zijn omgeving. Hiermee vindt de beoogde verdichting plaats, zonder dat het plan zich vervreemdt van de bestaande context. Gelet hierop is geen aanleiding om het plan aan te passen. Er had een zwaardere of volledige m.e.r.De indiener stelt dat een zwaardere of volledige m.e.r.Deze zienswijze leidt niet afweging moeten plaatsvinden waarin procedure had moeten worden doorlopen en dat tot wijziging van het plan. alternatieven met betrekking tot schaal, alternatieven in schaal, dichtheid en positionering hadden dichtheid en positionering zijn onderzocht. moeten worden onderzocht. Gezien de schaal van de ontwikkeling, de Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten geldt echter geen afwijking van het bestemmingsplan en de vaste drempelwaarde voor het verplicht uitvoeren van een impact op een dorpsstraat achten wij de plan- of project-m.e.r. Onderzocht moet worden of de gekozen lichte m.e.r.-beoordeling onvoldoende ontwikkeling belangrijke nadelige milieugevolgen kan zorgvuldig. hebben. Dit is beoordeeld in de aangeleverde aanmeldnotitie m.e.r., waarin aspecten zoals verkeer, geluid, natuur, luchtkwaliteit en externe veiligheid zijn onderzocht en geconcludeerd is dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
Op basis van Bijlage V van het Omgevingsbesluit en de uitvoeringslijnen van het IPLO is in dat geval een zwaardere m.e.r.-procedure niet vereist. De uitgevoerde lichte m.e.r.beoordeling is daarmee zowel juridisch als inhoudelijk voldoende zorgvuldig. Nu de beoordeling uitwijst dat
relevante milieugevolgen zijn uitgesloten, zou een volledige m.e.r.-procedure geen nieuwe inzichten opleveren. De noodzaak en onderbouwing van deze extra In de Woonvisie Hollands Kroon 2024 wordt aangegeven Deze zienswijze leidt niet verdichting ontbreekt, evenals een aantoonbare dat bij sloop‑nieuwbouwopgaven verdichting mogelijk en tot wijziging van het plan. koppeling met lokale woningbehoefte per wenselijk is, mits deze aansluit bij de behoefte op de doelgroep. De Woonvisie Hollands Kroon 2024 locatie, past binnen het stedenbouwkundig draagvermogen en het woningbouwbehoefteonderzoek 2023 en in afstemming met de omgeving wordt uitgewerkt. Deze vormen het inhoudelijk kader voor woningtypen uitgangspunten zijn toegepast: het plan betreft en aantallen. Voor Middenmeer geldt een herstructurering, voldoet aan de behoefte aan sociale huur bandbreedte van 65 tot 145 woningen. Sinds en zorggeschikte woningen in Middenmeer en is in overleg vaststelling van deze visie zijn al 24 woningen met de omgeving tot stand gekomen. aan de Brugstraat, 7 levensloopwoningen aan De in de zienswijze genoemde bandbreedte van 65–145 de Sportweg, 34 woningen in De Oude Beurs en woningen voor Middenmeer betreft een indicatief 48 tijdelijke woningen aan Hoornseweg programmeringskader. Tijdelijke woningen tellen niet mee gerealiseerd.
in de structurele programmering en vormen geen beperking voor het realiseren van permanente woningen. De ontwikkeling past binnen de gemeentelijke opgave en binnen de regionale woonbalans zoals vastgelegd in o.a. het Woonakkoord 2022–2026. Daarnaast zijn de ambities voor woningaantallen bijgesteld (verhoogd) met onder andere een addendum op de Woondeal NHN. Gemeente Hollands Kroon krijgt daarin de ruimte om woningen toe te voegen binnen het gebied van de A7 Corridor, waar Middenmeer onder valt.
De herbouw op deze locatie draagt aantoonbaar bij aan het tekort in het sociale segment en sluit aan bij de lokale behoefte aan passende, toekomstbestendige woningen voor kleine huishoudens en zorgdoelgroepen. Daarmee is de onderbouwing van de verdichting aanwezig en voldoet het plan aan de kaders van de Woonvisie. Gelet hierop is geen aanleiding om het plan aan te passen. Zonder een concreet sociaal plan is niet te Bij herstructureringsprojecten is standaard sprake van een Deze zienswijze leidt niet beoordelen of deze ontwikkeling daadwerkelijk sociaal plan. Een dergelijk sociaal plan heeft echter tot wijziging van het plan. bijdraagt aan leefbaarheid en verbinding in de betrekking op de rechtspositie en begeleiding van huurders wijk, zoals beoogd in beleid. Aanvullend die hun woning moeten verlaten als gevolg van sloop of verzoeken wij de gemeente inzicht te geven in renovatie. De indiener van de zienswijze doelt met deze wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en zienswijze niet op een dergelijk sociaal plan, maar op het borging van dit sociale programma, en op welke borgen van leefbaarheid en sociale samenhang binnen de wijze dit in de tijd wordt gemonitord en beoogde nieuwbouwontwikkeling. geëvalueerd.
De aanleiding om in dit verband te spreken over sociale aspecten is gelegen in de ambitie van initiatiefnemer Wooncompagnie om, in samenwerking met Woonzorggroep Samen, Wonen Plus Welzijn en de gemeente Hollands Kroon, te werken aan de totstandkoming van een woongemeenschap. Het doel daarvan is dat bewoners naar elkaar omzien en – waar nodig – passende (gezondheids-)zorg en ondersteuning beschikbaar is. Deze samenwerking ziet primair op het
sociale en organisatorische domein en niet op ruimtelijke of planologische aspecten. De woningtoewijzing vindt plaats via het geldende regionale toewijzingssysteem voor woningzoekenden. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat dit systeem, generiek of specifiek voor dit project, leidt tot leefbaarheidsproblemen. In het kader van de beoogde woongemeenschap wordt – aanvullend en uitsluitend vanwege dit specifieke concept – overwogen om bij de toewijzing aandacht te hebben voor de bereidheid van kandidaat-huurders om bij te dragen aan het collectief. Dit betreft een overweging en geen planologisch afdwingbaar onderdeel van de ontwikkeling. Ook als van dergelijke selectie wordt afgezien, bestaat er geen aanleiding om te veronderstellen dat de leefbaarheid in het geding zal zijn. Voor zover de indiener verzoekt om inzicht te geven in verantwoordelijkheden, borging en monitoring van het sociale programma, wordt opgemerkt dat deze aspecten geen onderdeel vormen van het omgevingsplan of de planologische besluitvorming. De Omgevingswet en het omgevingsplan stellen kaders voor de fysieke leefomgeving. Binnen dit wettelijk kader is geen ruimte om woningtoewijzing, sociaal beheer, de organisatie van een woongemeenschap of de monitoring van sociale effecten planologisch vast te leggen of te toetsen.
De uitvoering, borging en eventuele evaluatie van sociale programma’s vallen binnen de verantwoordelijkheid van de betrokken maatschappelijke partijen en de reguliere samenwerking in het sociale domein. Deze aspecten maken geen juridisch bindend onderdeel uit van het plan en kunnen daarom niet via deze zienswijzeprocedure worden afgedwongen of beoordeeld. Gelet hierop is geen aanleiding om het plan aan te passen.
4 Conclusie De ingediende zienswijze leidt niet tot een wijziging van het plan. De regels en verbeelding van het plan blijven ongewijzigd. Wel wordt naar aanleiding van de zienswijze de toelichting aangevuld met de gegeven motivering op de zienswijze. Daarnaast wordt ambtshalve één wijziging op het ontwerp voorgesteld van een kennelijke verschrijving. In de toelichting is op meerdere plaatsen sprake van 44 bestaande woningen in het plangebied; op één plek wordt 41 genoemd. In de toelichting van het vast te stellen plan wordt dit aangepast tot een eenduidig sloopaantal van 44 woningen waarbij het maximale aantal van 98 nieuwe woningen ongewijzigd blijft.
5 Bijlagen 1. Geanonimiseerde zienswijze.