3. Toelichting ontwerpbestemmingsplan Weereweg 55 Lutjewinkel.pdf
Tekst van het document
Tevens gelden dezelfde argumenten ten aanzien van zelfredzaamheid en bereikbaarheid die bij hierboven bij de verantwoording van het groepsrisico van Autoservice Lutjewinkel zijn genoemd. Transport over weg, water en spoor weg In de omgeving van het plangebied zijn transportroutes voor gevaarlijke stoffen over wegen gelegen die van invloed zijn op het plangebied. water In het plangebied en de directe omgeving hiervan zijn geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen over water aanwezig die van invloed zijn op het plangebied.
27
Bestemmingsplan Weereweg 55, Lutjewinkel
spoor In het plangebied en de directe omgeving hiervan zijn geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen over het spoor aanwezig die van invloed zijn op het plangebied. Transport door buisleidingen In het plangebied en de directe omgeving hiervan zijn geen buisleidingen voor de transport van gevaarlijke stoffen aanwezig die van invloed zijn op het plangebied. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van zes woningen die door middel van voorliggend bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt.
4.13 Duurzaamheid Wie tegenwoordig een woning bouwt, doet dit al bijna energieneutraal (EPC 0,4) en bij voorkeur met duurzame materialen. De regels hiervoor zijn de afgelopen jaren aangescherpt en vragen nu om nieuwe bouwconcepten. In 2020 moet worden voldaan aan de dan geldende BENG-eisen (bijna energieneutraal). Conclusie Het is de ambitie om in de nieuwe ontwikkeling, mogelijkheden te scheppen voor een blijvend duurzaam plan. Duurzaamheid zal op verschillende aspecten aandacht krijgen. Duurzame voorzieningen die getroffen worden op stedenbouwkundig niveau; • Toepassen van ledverlichting; • Veel groen ten behoeve van vogels en insecten; • Minimale oppervlakken aan verharding. Duurzame mogelijkheden op het niveau van de woningen; • De woningen worden gas-loos gebouwd; • Goede isolatie, luchtdichtheid en ventilatie; • Toepassingen zonnepanelen; • Hemelwater wordt afgekoppeld; • Toepassing warmtepomp; • Duurzame materialen en herbruikbare materialen hebben de voorkeur.
4.14 M.e.r. – beoordeling In Nederland is het verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbereiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieubeheer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. Het besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. De wijzigingen gelden met terugwerkende kracht vanaf 16 mei 2017. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer).
28
Bestemmingsplan Weereweg 55, Lutjewinkel
Conclusie Uit het natuuronderzoek, zoals beschreven in paragraaf 4.7 blijkt dat de ontwikkeling naar verwachting geen invloed heeft op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De voorgenomen ontwikkeling is ook niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet verplicht.
4.15 Beeldkwaliteit In het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord van de provincie Noord-Holland is het maken van een beeldkwaliteitsplan verplicht gesteld voor nieuwe ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied. Gezien de omvang, ligging en impact van het onderhavige project wordt voor het aspect beeldkwaliteit volstaan met een beeldkwaliteit-paragraaf. De intentie van de provincie daarbij is samengevat in het credo "behoud door ontwikkeling", waarbij een sterke nadruk wordt gelegd op 'regionale identiteit' en 'ruimtelijke kwaliteit'. De volgende vijf elementen worden van belang geacht voor een beeldkwaliteitsplan: - aandacht voor de ontwikkelingsgeschiedenis; - aansluiting bij de ordeningsprincipes van het landschap; - aansluiting bij de bebouwingskarakteristiek (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte); inpassing van het plangebied in de wijdere omgeving (grotere landschapseenheid); aandacht voor de bestaande kwaliteiten van het gebied en voor de maatregelen om negatieve effecten op deze kwaliteiten op te heffen. Wat de ontwikkelingsgeschiedenis betreft is het voorliggende plan, waarbij in een bestaande uitleg op een locatie waar voorheen een garagebedrijf was gevestigd zes eengezinswoningen worden gerealiseerd, in feite een voortzetting van de ingezette ontwikkeling.
Het ordeningsprincipe van het landschap is voor de onderhavige ontwikkeling geen item, in de kern Lutjewinkel is dit ordeningsprincipe al doorbroken. De geplande ontwikkeling zal qua architectuur en materialen aansluiten op de ambachtelijk-traditionele karakteristieken van de landelijke bebouwing van de omgeving. De landelijke bebouwing in Lutjewinkel en in de directe omgeving van het bouwplan bestaat uit woningen met een lage goothoogte en steile kappen, om bij dit beeld aan te sluiten is dit ook het uitgangspunt voor het bouwplan. Mede door het realiseren van parkeren op eigen terrein wordt de bestaande stedenbouwkundige structuur met de ingreep niet gewijzigd en bestaande kwaliteiten worden niet bedreigd. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling voldoet aan het provinciale uitgangspunt "behoud door ontwikkeling".
4.16 Economische haalbaarheid Inleiding Bij de voorbereiding van een ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening 2008 (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan.
29
Bestemmingsplan Weereweg 55, Lutjewinkel
Het bestemmingsplan en het exploitatieplan De exploitatieopzet voor de bouw van de woningen en bijbehorende maatregelen (bouw- en woonrijp maken, saneren, verkeersmaatregelen, etc.) kent op deze locatie een positieve verwachting voor wat betreft het resultaat. Gemeentelijke kosten Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het bestemmingsplan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). Artikel 6.12 lid 2 sub b en c zijn voor dit project niet van toepassing. Anderszins verzekerd Deze verzekering blijkt uit het feit dat de begeleiding van de planologisch procedure door middel van het heffen van leges is gedekt, het aanleggen van voorzieningen in het exploitatiegebied niet aan de orde is en het opstellen van het ruimtelijke plan en de benodigde haalbaarheidsonderzoeken door de initiatiefnemer zijn bekostigd.
Voor de gemeente Hollands Kroon zijn derhalve geen kosten verbonden uit het opstellen en uitvoeren van het bestemmingsplan, behoudens kosten van ambtelijke inzet die gepaard gaan met de voorbereiding van het bestemmingsplan. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een exploitatieovereenkomst inclusief een overeenkomst inzake planschade gesloten. Voor de gemeente heeft de realisatie van het project derhalve geen onverwachte nadelige financiële gevolgen. Geconcludeerd kan worden dat, gelet op deze situatie, het opstellen van een exploitatieplan, als bedoeld in artikel 6.12 Wro, niet noodzakelijk is. Conclusie De economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan is voldoende aangetoond.
4.17 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inleiding Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn gedeeld met belanghebbenden. Het vooroverleg met de provincie Noord Holland heeft plaatsgevonden, bij de ontwikkeling wordt gekozen om de participatietrede 1 Informeren te hanteren, wat inhoudt dat informatie wordt gedeeld met belanghebbenden. De omwonenden worden geïnformeerd door middel van een brief en een beknopte presentatie. Deze worden gestuurd naar alle adressen aan beide zijden van de Weereweg tot 200 meter vanaf het perceel en aan alle adressen aan beide zijden van de Plantsoenstraat en de Plantsoendwarsstraat. Conclusie Aan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan wordt voldaan door middel van participatietrede 1 Informeren.
30
Bestemmingsplan Weereweg 55, Lutjewinkel
4.18 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
31
Bestemmingsplan Weereweg 55, Lutjewinkel
5 Wijze van bestemmen Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de vigerende bestemming “Wonen” gewijzigd in de bestemming “Wonen” met bouwvlakken voor de woningen. Bestemming “Wonen” Deze bestemming is toegekend aan de gronden waarop zich de woning bevindt. Op de verbeelding is de nieuw te bouwen woning strak omkaderd met een bouwvlak dat is gebaseerd op het schetsontwerp. Ook de goot- en bouwhoogte zijn vastgelegd op de in het schetsplan genoemde maten. De op de verbeelding opgenomen maten zijn naar boven toe afgerond. Indien bij het opstellen van de definitieve versie van de bouwplannen om bijvoorbeeld bouwtechnische redenen er enige decimeters moet worden afgeweken van het schetsplan dan is dit mogelijk binnen de regels van het bestemmingsplan. Binnen de bouwregels wordt een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Voor alle bouwwerken gelden maxima ten aanzien van goothoogten, bouwhoogten et cetera. Alleen voor hoofdgebouwen is de goothoogte op de verbeelding aangeduid. Voor het overige is het uitgeschreven in de regels. Deze normen beogen met name te voorkomen dat een bouwperceel volledig wordt bebouwd en dat stedenbouwkundig gezien ongewenste situaties ontstaan. De oppervlakte van het hoofdgebouw en de aan en uitbouwen en overkappingen is maximaal het percentage dat is aangegeven op de verbeelding.
De oppervlakte aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen op het bouwperceel bedraagt maximaal 50m2 . De regels bij deze bestemming bieden de mogelijkheid tot het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of bedrijf. Het gaat hierbij om dienstverlenende beroepen op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en bedrijven gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten. Belangrijk is dat de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat de ruimtelijke uitwerking of uitstraling in overeenstemming met de woonfunctie is.
32
Bestemmingsplan Weereweg 55, Lutjewinkel