CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Handboek bijzondere bijstand 2022 incidentele aanpassing Meedoen

Raad 20 december 2022, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Ondersteuning lage middeninkomens15.765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HANDBOEK BIJZONDERE BIJSTAND Hollands Kroon 2022

Tijdelijke wijziging Meedoen kalenderjaar 2023

1

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN 1.1

Bijzondere bijstand is maatwerk

5

1.2

Doen de kosten zich voor?

5

1.3

Terugwerkende kracht

5

1.4.

Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk?

6

1.5.

Vloeien de kosten voort uit bijzondere omstandigheden?

6

1.6

Reservering (sparen)

6

HOOFDSTUK 2 DRAAGKRACHT INKOMEN EN VERMOGEN 2.1

Draagkrachtgrenzen

7

2.2.

Vaststelling bijstandsnorm

7

2.3

Vaststelling inkomen

8

2.3.1.

Executoriaal beslag

8

2.3.2.

WSNP

8

2.3.3.

Regelingen op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

2.4.

Inkomen bij opname in een inrichting

9

2.5.

Draagkrachtperiode

10

2.6.

Aflossing leenbijstand

10

2.7

Vermogen

11

2. 8

Vermogen in de eigen woning

11

9

HOOFDSTUK 3 KOSTENSOORTEN 3.1

Bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar, zelfstandig wonend

11

3.2

Bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar in een inrichting

13

3.3

Bijstand voor personen opgenomen op grond van de Wet BOPZ

14

3.4

Normswijziging verblijf in inrichting

15

3.5

Vaste lasten tijdens verblijf in inrichting

16

3.6

Aanvulling op basistoelage WTOS

18

3.7

Bijzondere bijstand voor huur

19

3.8

Bijstand voor woonkosten eigen woning

21

3.9

Babyuitzet

23

3.10

Begrafenis- of crematiekosten

24

3.11

Kleding, schoenen en/of beddengoed

26

3.12

Verhuiskosten en dubbele huur

27

2

3.13

Reiskosten in verband met medische behandelingen en bezoek gezinsleden

28

3.14

Reiskosten schoolgaande kinderen in het voortgezet onderwijs

29

3.15

Reiskosten woon- werkverkeer

30

3.16

Kosten in verband met kinderopvang – eigen bijdragen en overblijfkosten

31

3.17

Computer of laptop voor kinderen

33

3.18

Kosten woninginrichting

34

3.19

Overbruggingsuitkering

35

3.20

Kindgebonden budget alleenstaande ouder kop

36

3.21

Kind gebonden budget alleenstaande ouder kop in geval van minderjarigen

38

3.22

Broodnoodvoorziening voor jongeren tijdens zoektijd van 4 weken

40

3.23

Bewindvoering, mentor en curatele

41

3.24

Budgetbeheer

43

3.25

Rechtsbijstand en griffierecht

44

3.26

Meedoen Hollands Kroon

46

HOOFDSTUK 4 CATEGORIALE BIJZONDERE BIJSTAND 4.1

Algemeen

48

4.2

Univé collectieve zorgverzekering gemeenten

48

HOOFDSTUK 5 MEDISCHE EN GEZONDHEIDSGERELATEERDE KOSTEN 5.1.

Algemeen

49

5.2.

Verplicht en vrijwillig eigen risico

50

5.3

De uitzonderingen

51

5.3.1.

Dringende redenen

51

5.3.2.

Bijzondere omstandigheden, maatwerk

51

5.3.3.

Inkomensafhankelijke eigen bijdragen

51

5.4

Eigen bijdrage WMO en WLZ

52

5.5.

Gezondheidsgerelateerde kosten

52

5.5.1

Meerkosten maaltijdvoorziening

53

5.5.2

Pedicure

53

5.5.3

Abonnement Wonen plus welzijn

54

3

HOOFDSTUK 6 INWERKINGTREDING 6

inwerkingtreding en citeertitel

54

Bijlagen: 1. Actuele bedragen 2. Overzicht wijzingen handboek

4

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN 1.1 Bijzondere bijstand is maatwerk De grondslag bij het beoordelen van het recht op bijzondere bijstand ligt in artikel 35 van de Participatiewet. Het college bepaalt per individu of de kosten bijzonder zijn en of we deze kosten vergoeden. In het handboek zijn een aantal standaard kosten opgenomen waarvoor het verlenen van bijzondere bijstand mogelijk is, verder nemen we hierin op hoe we omgaan met inkomen en vermogen. Beleidsregels dragen bij aan rechtszekerheid en rechtsgelijkheid en zien we als een kader. Een overzicht van bedragen is opgenomen in de bijlage. In het onderzoeksplan omschrijven wij welke bewijsstukken in het algemeen noodzakelijk zijn. Bijzondere bijstand is maatwerk. Bij iedere aanvraag geven we antwoord op de volgende vragen: 1. Doen de kosten zich voor? 2. Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk? 3. Vloeien de kosten voort uit bijzondere omstandigheden? 4. Kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, het vermogen en inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm?

1.2. Doen de kosten zich voor? In het algemeen geldt dat er een bewijs van betaling ingeleverd moet worden. De aanwezigheid van de kosten is hiermee aangetoond. Bij sommige kostensoorten wijken we hiervan af. In het handboek wordt dit per kostensoort omschreven.

1.3. Terugwerkende kracht Bijstand verlenen wij op aanvraag en in principe niet met terugwerkende kracht. Bijzondere omstandigheden zijn redenen om hier soepel mee om te gaan. Bijzondere bijstand kan met een jaar terugwerkende kracht worden toegekend, vanaf de eerste maand waarin de kosten zich voordoen (bij periodiek bijzondere bijstand). Het moment waarop de kosten zijn gemaakt is bepalend. De noodzaak moet nog wel vast te stellen zijn, bijvoorbeeld aan de hand van een betalingsbewijs. Bij incidentele kosten kijken wij naar de situatie op het moment van opkomen van deze kosten en of reeds in deze kosten is voorzien.

5

1.4. Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk? Bijzondere bijstand verstrekken we alleen als de kosten in het individuele geval daadwerkelijk noodzakelijk zijn. We gaan uit van het maatwerkprincipe. Daarom toetsen we altijd de omstandigheden van het individuele geval. De wetgever en jurisprudentie geven hierin enkele richtlijnen.

1.5. Vloeien de kosten voort uit bijzondere omstandigheden? Welke kosten in aanmerking komen voor bijzondere bijstand hangt af van de omstandigheden in het individuele geval. Omstandigheden zijn bijzonder als er kosten zijn die niet in de norm begrepen zijn. Voor kosten die uit de bijstandsnorm betaalt kunnen worden, verstrekken we in principe geen bijzondere bijstand. Denk hierbij aan de kosten voor levensonderhoud, vervoer, algemeen gebruikelijke verzekeringen en het sparen voor duurzame gebruiksgoederen. Bij de beoordeling of er sprake is van bijzondere omstandigheden kijken wij of sparen mogelijk was.

1.6 Reservering (sparen) In het algemeen kan er 5% van een uitkering gespaard worden. Bij een inkomen hoger dan de bijstandsnorm kan naast de 5% het volledige meerinkomen worden gespaard. Het aflossen op een schuld is geen reden om niet te sparen. Bij het beoordelen van de ruimte om te sparen, houden we rekening met de tijd die hiervoor was. Spaargeld dat binnen het vrij te laten vermogen valt, kan gebruikt worden voor de kosten. Bij vervangingsuitgaven kijken wij ook of er recht bestaat op de individuele inkomenstoeslag. Deze toeslag kan worden gebruikt voor vervangingsuitgaven. Is er toch geen geld en gaat het wel om noodzakelijke uitgaven? Afhankelijk van de situatie verstrekken wij de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening of een bedrag om niet. Het verstrekken van een geldlening moet wel verantwoord zijn. Wij letten op gevolgen van aflossing voor de lange termijn. Wij voorkomen opstapeling van schulden of het ontstaan van een nieuwe schuld als er net een schuldenregeling of WSNP is gestart. Wij verwijzen actief door naar schulddienstverlening. HOOFDSTUK 2 DRAAGKRACHT 2.1. Draagkrachtgrenzen Algemeen noodzakelijke kosten 100%:

6

Bij de volgende algemeen noodzakelijke kosten geldt een grens van 100% van de bijstandsnorm. Het inkomen hoger dan de bijstandsnorm rekenen we volledig tot de draagkracht: •

Woninginrichting (incl.witgoed en computer);

•

Baby uitzet;

•

De kosten van levensonderhoud (overbrugging, zakgeldregeling jongeren in inrichting etc);

•

Kosten in verband met wonen (kosten verhuizing, dubbele huur, huur en woonlasten eigen woning, aanhouden van een woning tijdens een opname).

Computerregeling kinderen en Meedoen Hollands Kroon 110% Voor de computerregeling en Meedoen Hollands Kroon geldt een maximum inkomensgrens van 110% van de bijstandsnorm.

Bijzondere kosten 120% Voor bijzondere kosten geldt een grens van 120% van de bijstandsnorm. Het inkomen hoger dan 120% rekenen we volledig tot de draagkracht. Collectieve zorgverzekering 130% Voor deelname aan de collectieve zorgverzekering geldt een maximuminkomensgrens van 130% van de bijstandsnorm.

2.2 Vaststelling bijstandsnorm De aanwezige draagkracht is het verschil tussen het inkomen en de bijstandsnorm. De bijstandsnorm is de norm zoals genoemd in paragraaf 3.2. van de Participatiewet, met uitzondering van art. 19a (de kostendelende medebewoner) en 22a (de kostendelersnormen). We houden geen rekening met feit dat er andere meerderjarige personen in de woning wonen. Bijzondere kosten gelden voor het individu. Het is niet redelijk om te verwachten dat medebewoners hieraan mee betalen. De beleidsregel lage woonlasten en commerciële huur Participatiewet 2015 is alleen van toepassing voor de lage woonlasten.

2.3 Vaststelling inkomen

7

Het inkomen stellen we op dezelfde manier vast als bij de algemene bijstand. We houden rekening met vrijlatingen. Wij gaan uit van het inkomen waarover redelijkerwijs beschikt kan worden. We houden geen rekening met aflossingen aan schulden, tenzij er sprake is van: •

Executoriaal beslag;

•

WSNP;

•

Gemeentelijke regelingen WGS.

2.3.1.Executoriaal beslag Het deel van het inkomen waarop executoriaal beslag ligt, rekenen wij niet mee tot het inkomen. De inwoner beschikt niet over dit deel van zijn inkomen. Wij onderzoeken of de beslaglegging juist is vastgesteld. De inwoner levert informatie aan om de hoogte van het beslag vast te stellen. Doet hij dit niet, dan houden wij rekening met het beslag wat opgelegd is. Bijv. het inkomen is € 2.000,-. Beslag € 1.000,-. Bij inleveren gegevens zou het beslag € 750,- zijn. Wij houden dan rekening met € 2.000,- minus € 750,- = € 1.250,-. Ook al heeft de inwoner feitelijk € 2.000,minus € 1.000,- = € 1.000,-.

2.3.2. WSNP Wet schuldsanering natuurlijke personen. Tijdens dit traject is het vrij te laten bedrag (VTLB) beschikbaar voor levensonderhoud en vaste lasten. Het VTLB is voor iemand die 18 uur per week werkt gelijk aan 90% van de bijstandsnorm plus gemiste toeslagen. Voor iemand die meer dan 18 uur per week werkt is dit 100%. Van de VTLB is 5% van de norm beschikbaar om te sparen voor vervangingsuitgaven. Het deel wat gespaard wordt voor de aflossing van schulden is geen inkomen. Bij de kosten van huur hoger dan de maximale huurgrens voor de huurtoeslag, noodzakelijke kosten budgetbeheer, budgetbegeleiding en beschermingsbewind kan de verplichting worden opgelegd om de WSNP bewindvoerder een hoger vrij te laten bedrag vast te laten stellen.

2.3.3. Regelingen op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Budgetcoaching Budgetcoaching zetten we in als een schuldregeling nog niet nodig is. De schulden zijn nog niet problematisch. Onder budgetcoaching valt; het treffen van betalingsregelingen, het budget op orde krijgen en het oplossen van kleine schulden.

8

De inwoner beschikt over zijn inkomen. De gewone draagkrachtregeling is van toepassing. Duurzame financiële dienstverlening Een schuldregeling is nog niet mogelijk. De reden kan zijn: fraude, hennepplantage, verslaving, een eerdere schuldregeling, niet op te lossen boedelscheiding etc. De inwoner leeft dan vaak van de beslag vrije voet omdat er beslag op het inkomen ligt. De inwoner beschikt niet over het inkomen waarop beslag ligt. De draagkrachtregel inkomen minus beslag is van toepassing. Stabilisatie ten behoeve van de schuldregeling Dit is de voorbereiding op de schuldregeling. De inwoner leeft vaak van de beslagvrije voet omdat er beslag op het inkomen ligt. Doel van dit traject is de situatie stabiel krijgen zodat de schuldregeling kan starten. Afwijzen van bijzondere bijstand voor noodzakelijke bijzondere kosten door geen rekening te houden met de reservering voor schuldeisers, kan de stabilisatie frustreren en dat is niet wenselijk. De inwoner beschikt niet over het inkomen waarop beslag ligt. De draagkrachtregel inkomen minus beslag is van toepassing Schuldbemiddeling/schuldregeling De schuldregeling loopt. De inwoner leeft van het VTLB, inkomen hierboven is voor de schuldeisers. De schulddienstverlener stelt het VTLB vast. Bij aanvragen bijzondere bijstand kijken wij of er in de VTLB rekening kan of is gehouden met de kosten.

Bij aanvragen vervangingsuitgaven kijken wij of er geld hiervoor is gereserveerd. Een toekenning is afhankelijk van de reservering.

2.4 Inkomen bij opname in een inrichting In de situatie dat belanghebbende opgenomen is in een inrichting is de bijstandsnorm voor personen in een inrichting van toepassing. De eigen bijdrage op grond van de Wet langdurige zorg wordt niet tot het inkomen gerekend. Vanzelfsprekend wordt voor de eigen bijdrage bij verblijf in een inrichting niet vergoed. Zie voorbeeld van berekening in werkafspraken.

2.5 Draagkrachtperiode

9

De draagkrachtperiode stellen we vast voor een jaar. We gaan uit van het inkomen op moment van aanvraag. De inwoner meldt wijzigingen in het inkomen. Het draagkrachtjaar start op de 1ste van de maand waarin de kosten zich voordoen.

Bijstand

Draagkracht?

Verrekening

Restant

Periode toekenning

Incidenteel

Ja

In 1x

Volgende toekenning

Periodiek

Ja

Maandelijks

-

Onbepaalde tijd

Periodiek

Nee

-

-

Onbepaalde tijd

Periodiek

Ja

Maandelijks

-

Onbepaalde tijd

&incidenteel

2.6 Aflossing leenbijstand Aflossing tijdens de bijstand Het bedrag van de aflossing is 5% van de bijstandsnorm. De maximale aflossingstermijn is 3 jaar. De hoogte van de aflossing, de ingangsdatum en de maximale aflossingstermijn vermelden wij in de beschikking. De lening wordt kwijtgescholden na drie jaar regelmatig aflossen. Aflossing bij ander inkomen tot 120% van de bijstandsnorm Het bedrag van de aflossing is 5% van de bijstandsnorm. De maximale aflossingstermijn is 3 jaar. De hoogte van de aflossing, de ingangsdatum en de maximale aflossingstermijn vermelden wij in de beschikking. De lening wordt kwijtgescholden na drie regelmatig aflossen Inkomen hoger dan 120% van de bijstandsnorm. Het bedrag van de aflossing is 5% van de bijstandsnorm + 35% van het meerinkomen. Dit is gelijk aan ons terugvorderingsbeleid. De maximale aflossingstermijn is 3 jaar. De hoogte van de aflossing, de ingangsdatum en de maximale aflossingstermijn vermelden wij in de beschikking. De lening wordt kwijtgescholden na drie regelmatig aflossen Aflossing wordt niet nagekomen De lening wordt omgezet naar een vordering. Als de betalingsverplichting niet wordt nagekomen kan er beslag worden gelegd.

10

Inkomen

Hoogte

duur

bijstand

5 % van de norm

36 maanden

Inkomen <120%

5% van de norm

36 maanden

Inkomen > 120%

5% van de norm +35% van het meerinkomen

36 maanden

2.7 Vermogen Het vermogen stellen we vast zoals bij algemene bijstand. Het vermogen is de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande, alleenstaande ouder of een gezin beschikt of kan beschikken. Artikel 34 lid 2 sub c is van toepassing in geval van periodieke bijzondere bijstandsverlening. Dat betekent dat spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen, niet als vermogen in aanmerking wordt genomen. Het is dus belangrijk om na te gaan of de toename het gevolg is van sparen of van toename in vermogen door bijv. een erfenis.

2. 8 Vermogen in de eigen woning Het vermogen in de eigen woning rekenen wij niet mee.

HOOFDSTUK 3

KOSTENSOORTEN

3.1 Bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar, zelfstandig wonend

Omschrijving van de kosten De jongere van 18 tot en met 20 jaar die zelfstandig woont en onvoldoende inkomen heeft om in de kosten van levensonderhoud te voorzien. Artikel 12 van de participatiewet geeft ruimte om aanvullende bijzondere bijstand voor de kosten van levensonderhoud te verstrekken als de ouder(s) financieel niet willen of kunnen bijdragen. Drie groepen 1. De jongere die wegens omstandigheden noodzakelijk zelfstandig woont en onvoldoende eigen inkomsten heeft; 2. De jongere die wegens omstandigheden noodzakelijk zelfstandig woont en algemene bijstand ontvangt;

11

3. De studerende jongere die wegens omstandigheden noodzakelijk zelfstandig woont en waarbij de basis toelage tegemoetkoming scholieren (WTOS) onvoldoende is om in de kosten van levensonderhoud te voorzien. Voorliggende voorzieningen Ouders zijn tot de 21ste levensjaar onderhoudsplichtig voor hun kinderen. De jongere moet zijn ouders eerst een bijdrage vragen. Dit is niet altijd mogelijk. De algemene bijstand voor de jongere is laag. Hiermee kan niet worden voorzien in de kosten van levensonderhoud. De basistoelage WTOS is bedoeld voor de kosten van levensonderhoud en is niet inkomensafhankelijk. De aanvullende toelage is wel inkomensafhankelijk en bedoeld voor school en boekengeld. Recht op bijzondere bijstand Er is in ieder geval recht op aanvullende bijzondere bijstand als: •

De ouders van belanghebbende in het buitenland wonen en niet bereikbaar zijn;

•

de ouders van belanghebbende zijn overleden.

Er kan recht op aanvullende bijzondere bijstand zijn als: •

De relatie tussen de jongere en de ouders ernstig is verstoord (een grondig onderzoek door de consulent is nodig, informatie van hulpverlener en/of wederhoor bij de ouders);

•

de jongere al geruime tijd zelfstandig woont en in redelijkheid niet verwacht kan worden dat hij terug gaat naar de ouders (onderhoudsplicht geldt dan wel);

•

andere situaties die het zelfstandig wonen noodzakelijk maken.

De opsomming kan niet limitatief zijn. De rechter heeft beleid - waarin de bijstand zich beperkt tot bepaalde situaties - afgekeurd. De bijstand op grond van artikel 12 van de P-wet kan verstrekt worden aan: •

Alleenstaanden van 18 tot en met 20 jaar;

•

alleenstaande ouders van 18 tot en met 20 jaar;

•

gehuwden waarvan één van beide partners 18 tot en met 20 jaar is.

Bewijsstukken Het onderzoek naar het recht op bijzondere bijstand is gelijk aan een aanvraag voor levensonderhoud op grond van de P-wet. Hoogte bijzondere bijstand De bijzondere bijstand is het verschil tussen basistoelage WTOS of de norm waarop recht is op grond van de leeftijd en de norm waarop recht zou bestaan als hij of beide partners 21 jaar zouden zijn (artikel 21 en 22a P-wet) minus 15% van de norm. Het verschil tussen het minimum jeugdloon en de bijstand is anders te groot en de stimulans om te gaan werken klein. De eventuele bijdrage van de ouders die de jongere zelf ontvangt en de inkomsten van de jongere houden we in op de bijstand.

12

Ingangsdatum •

Gelijk aan de beoordeling algemene bijstand

Vorm bijzondere bijstand •

om niet

•

belastbare bijzondere bijstand

•

verhaal op onderhoudsplichtige ouders

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

De inlichtingenplicht die geldt voor personen die een uitkering voor levensonderhoud ontvangen, is van toepassing.

3.2 Bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar in een inrichting

Omschrijving van de kosten Jongeren van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijven hebben geen recht op algemene bijstand op grond van artikel 13 lid 2 onder a van de P-wet. De wetgever is van mening dat verstrekking van bijzondere bijstand in deze situatie geschikter is dan de verstrekking van een uitkering voor levensonderhoud. Het gaat bij verblijf in een inrichting om kosten waarin de inrichting niet voorziet. Voor personen van 21 jaar en ouder is er een aparte norm bij verblijf in een inrichting. Voorliggende voorzieningen Ouders zijn tot de 21ste levensjaar onderhoudsplichtig voor hun kinderen. Dat de ouder een eigen bijdrage betaalt op grond van de Jeugdwet ontslaat hem niet van de onderhoudsplicht. De jongere moet zijn ouders eerst een bijdrage vragen. Dit is niet altijd mogelijk. Recht op bijzondere bijstand Er is in ieder geval recht op bijzondere bijstand als: •

De ouders van belanghebbende in het buitenland wonen en niet bereikbaar zijn;

•

de ouders van belanghebbende zijn overleden.

Er kan recht op bijzondere bijstand zijn als: •

De relatie tussen de jongere en de ouders ernstig is verstoord (een grondig onderzoek door de consulent is nodig, informatie van hulpverlener en/of wederhoor bij de ouders);

De opsomming kan niet limitatief zijn. De rechter heeft beleid - waarin de bijstand zich beperkt tot bepaalde situaties - afgekeurd. De bijstand op grond van artikel 12 P-wet kan verstrekt worden aan: •

Alleenstaanden van 18 tot en met 20 jaar;

•

alleenstaande ouders van 18 tot en met 20 jaar ;

13

•

gehuwden waarvan één van beide partners 18 tot en met 20 jaar is. Als één van de partners buiten de inrichting verblijft, ontvangt die de norm die voor hem geldt (zie artikel 23 lid 3 van de P-wet).

Bewijsstukken •

Bewijs van ingangsdatum van opname in de inrichting

Hoogte bijzondere bijstand •

De hoogte is gelijk aan de normen die gelden voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden van 18 tot en met 20 jaar (artikel 20 lid 1 en 2 P-wet). Het is niet redelijk om jongeren die opgenomen zijn in een inrichting een hoger bedrag te verstrekken dan waar zij recht op zouden hebben als zij thuiswonend zouden zijn.

•

Het bedrag aan bijzondere bijstand vullen we aan met het bedrag zoals genoemd in artikel 23 lid 2 van de P-wet. Dat is het bedrag voor betaling van de premie zorgverzekering minus de zorgtoeslag.

•

In het geval de jongere al een uitkering op grond van de P-wet ontvangt is de ingangsdatum van de wijziging naar de bijzondere bijstand de 1e van de maand volgend op de volle maand van opname.

Ingangsdatum bijzondere bijstand •

Gelijk aan de beoordeling algemene bijstand

Vorm bijzondere bijstand •

om niet

•

belastbare bijzondere bijstand

•

verhaal op onderhoudsplichtige ouders

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

De inlichtingenplicht die geldt voor personen die een uitkering voor levensonderhoud ontvangen, is van toepassing.

3.3 Bijstand voor personen opgenomen op grond van de Wet BOPZ (Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen) of de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten Omschrijving van de kosten Personen die gedwongen zijn opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis zijn rechtens van hun vrijheid beroofd en daarom bestaat er geen recht op bijstand. De kosten van verblijf worden betaald op grond van de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg. Doordat zij geen recht op bijstand hebben, hebben zij voor de persoonlijke uitgaven en de premie zorgverzekering geen geld. In de P-wet (artikel 13 lid 3,

14

tweede zin) is voor de verstrekking van bijzondere bijstand een uitzondering gemaakt. Daarop bestaat wel recht. Voorliggende voorzieningen Er is geen voorliggende voorziening voor personen van 21 jaar en ouder. Voor personen van jonger dan 21 jaar, zijn de ouders onderhoudsplichtig. Recht op bijzondere bijstand Deze situatie is vergelijkbaar met personen die in een inrichting verblijven. Bewijsstukken •

Bewijs van ingangsdatum van opname in de inrichting.

Hoogte van de bijzondere bijstand de hoogte van de bijstand gelijk aan de normen genoemd in artikel 23 van de P-wet. Voor personen van 18 tot en met 20 jaar is de hoogte van de bijstand gelijk aan de normen genoemd in artikel 20 lid 1 onder 1 en 2. De bedragen worden aangevuld met de toeslag op grond van artikel 23 lid 2 van de P-wet. Ingangsdatum •

Gelijk aan de beoordeling algemene bijstand

Vorm bijzondere bijstand •

om niet

•

belastbare bijzondere bijstand

•

verhaal op onderhoudsplichtige ouders, bij jongeren tot 21 jaar

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

De inlichtingenplicht die geldt voor personen die een uitkering voor levensonderhoud ontvangen, is van toepassing.

3.4 Normswijziging verblijf in inrichting Omschrijving van de kosten Dit onderdeel geeft een richtlijn voor het moment waarop de norm bij verblijf in inrichting ingaat. Opnames in een inrichting kunnen van korte duur zijn of herhaaldelijk achter elkaar plaatsvinden. Het is niet wenselijk om de norm steeds meteen om te zetten en bijzondere bijstand te beoordelen voor de vaste lasten. Wij hanteren daarom een richtlijn voor het moment waarop de norm bij verblijf in inrichting ingaat.

15

Als de inrichting buiten de gemeente is, is er sprake van ‘ tijdelijk verblijf buiten de gemeente’. De algemene en eventueel bijzondere bijstand zetten we voort zolang terugkeer naar de woning een reële optie is. Hierover kan informatie worden opgevraagd, bijvoorbeeld een behandelplan. Voorliggende voorzieningen Er is geen voorliggende voorziening. Recht op bijstand Er bestaat recht op algemene bijstand op grond van artikel 23 Pwet voor de inwoner ouder dan 21 jaar. Jongeren van 18 tot 21 jaar hebben geen recht op algemene bijstand. Voor deze groep is het verstrekken van bijzondere bijstand wel mogelijk. Hoogte van de bijzondere bijstand Niet van toepassing Ingangsdatum •

De norm wijzigt naar de norm voor verblijf in inrichting na drie maanden vanaf de datum wijziging.

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

De inlichtingenplicht die geldt voor personen die een uitkering voor levensonderhoud ontvangen, is van toepassing.

3.5 Vaste lasten tijdens verblijf in inrichting Omschrijving van de kosten Bij opname in een inrichting is de norm voor zak- en kleedgeld van toepassing. Het betalen van de vaste lasten kan niet uit deze lage norm. Als de woning niet is opgezegd omdat het gaat om een tijdelijke opname, lopen deze kosten wel gewoon door. De volgende kosten kunnen niet van de norm voor personen in een inrichting betaald worden en komen dus voor bijstandsverlening in aanmerking: •

kosten internet- televisieabonnement inclusief eventueel vast telefoonabonnement;

•

huur;

•

nota gas en elektrisch;

•

water (omgerekend naar maandbedrag);

•

premie van de inboedelverzekering (omgerekend naar maandbedrag).

•

Afvalstoffenheffing, omgerekend naar maandbedrag.

Als niet noodzakelijke kosten worden beschouwd: •

Kosten van mobiele telefoon, huur van telefoon en televisie tijdens de opname.

16

Voorliggende voorzieningen Er is geen voorliggende voorziening voor de kosten. Recht op bijzondere bijstand Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor de bovengenoemde vaste lasten vanaf het moment dat de norm wijzigt naar de norm voor verblijf in een inrichting (normwijziging bij opname in inrichting paragraaf 3.4) De intentie om terug naar de woning te gaan is een voorwaarde. Het is lastig om een uitspraak te doen over wat een tijdelijk opname is. Het is relevanter om de vraag te stellen of terugkeer naar de woning een reële optie is. Indien mogelijk en nodig vragen we de behandeld arts om informatie. Uiteraard alleen met toestemming. Beëindiging van de bijzondere bijstand Bij opzegging van de woning, betalen we de vaste lasten door tijdens de opzegtermijn van de huur. Daarna beëindigen we de bijzondere bijstand. Bij het verlaten van de inrichting beëindigen we de bijzondere bijstand, tenzij het zo goed als zeker is dat het verblijf in de woning zeer kort zal zijn. We verstrekken dan eventueel aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud. Nota gas, licht en water De maandelijkse nota van gas, licht en water komt voor vergoeding in aanmerking. Tijdens de periode van opname is er geen verbruik, maar voor gas, water en licht betalen we een gemiddeld maandbedrag. Dit is gebaseerd op het hele jaarverbruik.

In de zomer wordt als het ware te veel betaald in en in de winter te weinig. Het is handiger om het gehele termijnbedrag te betalen dan af te laten sluiten of het bedrag aan te laten passen. Bewijsstukken •

Zo mogelijk en nodig een schriftelijke verklaring van de behandelend arts over mogelijkheid terugkeer naar de woning.

Hoogte bijzondere bijstand Let op: draagkracht 100% •

De genoemde kosten vergoeden we volledig.

•

De bijstand betalen we maandelijks.

Ingangsdatum •

Gelijk aan datum wijziging algemene bijstand naar norm verblijf in inrichting

Vorm bijzondere bijstand •

Om niet.

17

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand De beschikking moet vermelden, dat de belanghebbende verplicht is om: •

Wijzigingen in zijn situatie door te geven en de datum van einde van opname door te geven met het wijzigingsformulier;

•

wijzigingen in de bedragen die betaald moeten worden, door te geven, omdat die van invloed zijn op de hoogte van de bijstand;

•

bij wijze van info in de beschikking vermelden dat de bijstand voor de vaste lasten beëindigd wordt met ingang van de datum van ontslag en dat de norm dan wijzigt naar de norm voor iemand die zelfstandig woont.

3.6 Aanvulling op basistoelage WTOS Omschrijving van de kosten De tegemoetkoming scholieren is voor studenten van 18 jaar of ouder die volledig dagonderwijs volgen dat geen beroepsonderwijs of hoger onderwijs is. Het gaat om de vmbo, havo, vwo en voortgezet speciaal onderwijs. De basistoelage voor levensonderhoud is niet inkomensafhankelijk. In januari 2019 bedraagt de toelage voor een thuiswonende student € 115,23 en voor een uitwonende student € 268,67. Voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar gaan we er van uit dat de ouders bijdragen in de kosten van levensonderhoud. Als de ouders financieel niet kunnen of willen bijspringen dan kan er bijzondere bijstand verleend worden als aanvulling op de basistoelage. Voorliggende voorzieningen •

Voor thuiswonende studenten van 18 tot en met 20 jaar bestaat de voorliggende voorziening uit de onderhoudsplicht van de ouders. De jongere die een aanvulling op zijn basistoelage aanvraagt zal dus in eerste instantie zelf aan de ouders een bijdrage moeten vragen.

•

Voor studenten van 21 jaar en ouder is er geen voorliggende voorziening.

Recht op bijzondere bijstand Er is recht op (aanvullende) bijzondere bijstand als: •

De ouders van de student op grond van de financiële situatie niet in staat zijn om het inkomen van het kind tot 21 jaar aan te vullen. Daarvan is in ieder geval sprake als de ouders een inkomen hebben dat gelijk is aan de bijstand. Is het inkomen hoger, dan maken we een draagkrachtberekening.

•

De student van 21 jaar en ouder heeft ongeacht het inkomen van de ouders recht op een aanvulling.

Geen verhaal op de ouders We gaan er vanuit dat ouders die voldoende financiële middelen hebben, het thuiswonende kind onderhouden. Het onderzoek naar de draagkracht van ouders maakt onderdeel uit van het recht op bijstand.

18

Bewijsstukken •

Het onderzoek naar het recht op bijzondere bijstand is gelijk aan een aanvraag voor levensonderhoud op grond van de P-wet.

Hoogte bijzondere bijstand •

We vullen het inkomen aan tot de voor de leeftijd en situatie van toepassing zijnde bijstandsnorm.

•

De inkomsten worden in mindering gebracht, zoals bij een uitkering voor levensonderhoud.

Vorm bijzondere bijstand •

om niet

•

belastbaar

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

De inlichtingenplicht die geldt voor personen die een uitkering voor levensonderhoud ontvangen, is van toepassing.

3.7 Bijzondere bijstand voor huur

Omschrijving van de kosten De huur wordt betaald van de normbijstand en de huurtoeslag. Er zijn situaties waarin er geen huurtoeslag is toegekend of waarin er voor een beperkte of blijvende periode geen recht op een huurtoeslag bestaat. Voor een aantal van deze situaties kan bijzondere bijstand verleend worden. De woonkostentoeslag wordt verstrekt voor de duur van een jaar onder de voorwaarde dat er gezocht wordt naar goedkopere woonruimte. Verlenging is alleen mogelijk als huurder zich aantoonbaar maximaal heeft ingespannen om andere woonruimte te zoeken. Er kan tijdelijk afgezien worden van de voorwaarde om goedkopere woonruimte te zoeken in geval van bijzondere omstandigheden Voorliggende voorzieningen De voorliggende voorziening is in principe de huurtoeslag. Er zijn situaties waarbij de voorliggende voorziening niet, of niet voldoende toereikend is. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van de hoogte van het inkomen, de hoogte van de huur en de woonsituatie. Als er een medebewoner staat ingeschreven op het adres is de huurtoeslag lager, omdat het gezamenlijke inkomen telt. Kamerverhuur – die aan de belastingdienst is doorgegeven - heeft geen invloed op de huurtoeslag. Bij tussentijdse wijzigingen tijdens het huurtoeslagjaar wordt de hoogte van de huurtoeslag aangepast aan de nieuwe situatie, zodat er achteraf niet terugbetaald hoeft te worden.

De wijziging moet wel de huurder wel melden aan de belastingdienst.

19

Recht op bijzondere bijstand In de volgende situaties is een woonkostentoeslag mogelijk: •

De eerste maand huur van de woning is een gebroken maand. Dit is veelal het geval bij huisvesting statushouders en bij verhuizingen tijdens de bijstandsperiode. De verhuizing moet dan wel noodzakelijk zijn. Zie daarvoor onder verhuizingen.

•

De huur is hoger dan maximum grens van de huurtoeslag. Er is geen andere woning beschikbaar en het valt de huurder niet te verwijten dat hij in een dure woning woont.

Als niet noodzakelijk beschouwen we: •

De huur van een woning met een huurprijs boven de maximum huurprijs van de huurtoeslag, waarbij de woning geaccepteerd is tijdens de bijstandsperiode of kort daarvoor, terwijl bekend was dat huurder aangewezen zou raken op een uitkering. (Bij afwijzing voor een te hoge huur is het verstandig om de afwijzing te baseren op twee gronden: het feit dat de er bij een dergelijk hoge huur geen huurtoeslag verstrekt wordt (dus buiten de voorliggende voorziening is gelaten) en het ontbreken van bijzondere omstandigheden) •

Huur voor een niet zelfstandige wooneenheid. Een zelfstandige wooneenheid is een woning met een eigen toegangsdeur, die van binnen en buiten op slot kan. In de woning moeten op zijn minst aanwezig zijn: een eigen woon(slaap)kamer, een eigen keuken met aanrecht, aan- en afvoer voor water en een aansluitpunt voor een kooktoestel en een eigen toilet met waterspoeling

•

De kosten verbonden aan het wonen in een stacaravan, pension, hotel of bed&breakfast. (De afwijzing voor deze situaties moet gebaseerd worden op grond van het feit dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden. Er kan niet verwezen worden naar het feit dat de huur voor deze situaties nadrukkelijk buiten de huurtoeslagwet is gelaten.

•

De situatie dat de huurtoeslag te laat is aangevraagd, waardoor de huurtoeslag niet wordt toegekend of met ingang van een latere datum. (De afwijzing hiervoor moet gebaseerd worden op het feit dat er gebruik gemaakt kan worden van een voorliggende voorziening, die toereikend is en waarvan door eigen toedoen geen gebruik is gemaakt)

Toekenning voor in het algemeen gesproken niet noodzakelijke beschouwde kosten is alleen mogelijk in bijzondere omstandigheden, waarbij er geen sprake is van verwijtbaarheid en bij overmacht situaties. Bewijsstukken •

Een huurcontract voor de ingangsdatum van de huur. Dit is vooral belangrijk bij een gebroken maand.

•

Een huurspecificatie

•

Een beslissing van de belastingdienst als dat relevant is.

•

Een bewijs van inschrijving bij woningbouwvereniging(en) als de voorwaarde van het zoeken naar goedkopere woonruimte aan de bijstand is verbonden.

Hoogte bijzondere bijstand Let op: Draagkracht is 100%

20

De hoogte van de woonkostentoeslag bij een gebroken maand is dezelfde als de huurtoeslag waarop recht bestaat. De site van de belastingdienst gebruiken we voor de berekening. Het bedrag berekenen we op basis van het aantal dagen van de maand waarop recht bestaat op de woonkostentoeslag. Bij een huur hoger dan maximumbedrag bedraagt de woonkostentoeslag in ieder geval het bedrag dat aan huurtoeslag toegekend kan worden bij een maximumhuur. De huur boven het maximumbedrag, vergoeden we volledig. Per 1 juli van ieder jaar wijzigt de huurprijs. De hoogte van de woonkostentoeslag passen we hierop aan.

Vorm bijzondere bijstand •

Om niet.

•

Geldlening (art. 42, lid 2 onder b) als de bijstandsverlening noodzakelijk is als gevolg van tekort schietend besef van verantwoordelijkheid.

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

Bij bijstand voor huur boven maximum huurgrens zal belanghebbende zich aantoonbaar maximaal moeten inspannen om goedkopere woonruimte te zoeken.

•

Bij bijstand in de vorm van een lening (te kort schietend besef van verantwoordelijkheid) nemen we de terugbetalingsverplichting in de beschikking op.

•

Verhuizing melden.

3.8 Bijstand voor woonkosten eigen woning Omschrijving van de kosten Net als huur moeten de woonlasten in verband met de eigen woning betaald kunnen worden van de bijstandsnorm. De woonkostentoeslag kennen we toe voor de duur van een jaar onder de voorwaarde dat de woning wordt verkocht en er naar een goedkopere woonruimte wordt gezocht. Verlenging is alleen mogelijk als er aantoonbaar maximaal is ingespannen om andere woonruimte te zoeken. Er kan tijdelijk afgezien worden van de voorwaarde om goedkopere woonruimte te zoeken in geval van bijzondere omstandigheden Voorliggende voorzieningen Bij betaling van rente voor hypotheek bestaat er recht op een belastingteruggave. Die teruggave kan achteraf na afloop van het kalenderjaar via de belastingteruggave worden ontvangen. De teruggave kan

21

ook maandelijks via de voorlopige teruggave worden ontvangen. De teruggave voorziet slecht in een deel van de kosten. Recht op bijzondere bijstand De woonlasten voor de eigen woning vergelijken we met de huur. Is er in een huursituatie recht op een huurtoeslag dan wordt daarvoor in de plaats bij de eigen woning een woonkostentoeslag verstrekt. Bij woonlasten boven de maximale huurgrens geldt hetzelfde als bij een huur boven de maximum huurgrens. Bij “Bijzondere bijstand voor huur” (3.6) van dit Handboek staan situaties omschreven waarbij geen recht op bijzondere bijstand is. Dat is ook van toepassing voor woonlasten bij de eigen woning.

Bewijsstukken De hoogte van de woonkostentoeslag is afhankelijk van de hoogte van de woonlasten. Om de woonlasten te berekenen zijn de volgende bewijsstukken nodig: •

De akte van de hypotheek + bewijs van maandelijks te betalen rente;

•

de aanslag onroerende zaakbelasting;

•

de gegevens over erfpachtcanon;

•

de aanslag waterschapsheffing, eigenaarsdeel ;

•

de rekening van de premie opstalverzekering;

•

de rekening van de vereniging van eigenaren;

•

de premies/subsidies die u krijgt omdat u een eigen huis heeft;

•

de beslissing voorlopige teruggave van de belastingdienst.

Het gaat natuurlijk om de bewijsstukken van de kosten die ook werkelijk gemaakt worden. Hoogte bijzondere bijstand Let op: 100% draagkracht De woonlasten berekenen we aan de hand van bovengenoemde bewijsstukken + de onderhoudskosten eigen woning. De onderhoudskosten voor de eigen woning zijn per 01-07-2012 voor het laatst gepubliceerd in Schulinck. Vanaf die datum worden de laatst gepubliceerde bedragen verhoogd met het percentage van de consumentenprijsindex. Als de teruggave van de belastingdienst op grond van een voorlopige teruggave wordt ontvangen dan wordt het direct op de rente in mindering gebracht. Wordt het achteraf uitbetaald na aangifte en aanslag dan vorderen we het bedrag dat terugontvangen is voor de rente terug. Na vaststelling van de hoogte van de woonlasten, berekenen we de woonkostentoeslag net zoals bij “Bijzondere bijstand voor huur” (zie 3.6).

22

De hoogte van de woonkostentoeslag herberekenen we per 1 juli van ieder jaar omdat de hoogte van de huurtoeslag dan ook verandert. Vorm bijzondere bijstand •

Om niet,

•

In de vorm van een lening als de noodzaak van de kosten verwijtbaar is of als belanghebbende binnenkort over middelen beschikt (artikel 48 lid 2 sub a en b van de P-wet).

•

De bijzondere bijstand wordt niet ten laste van de krediethypotheek gebracht. Zie artikel 50 lid 2 van de P-wet Dit is alleen mogelijk voor algemene bijstand.

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

Bij bijstand voor woonlasten boven maximum huurgrens zal belanghebbende zich aantoonbaar maximaal moeten inspannen om de woning te verkopen en een huurwoning te zoeken waarvoor een huurtoeslag mogelijk is.

•

Bij bijstand in de vorm van een lening moet de terugbetalingsverplichting in de beschikking worden opgenomen.

•

Verhuizing moet vanzelfsprekend gemeld worden met het wijzigingsformulier.

•

In die gevallen waarin de rente niet met een voorlopige teruggave wordt ontvangen, wordt de verplichting opgelegd om een kopie van de belastingaangifte te bewaren en deze samen met de beslissing van de voorlopige teruggave in te leveren voor 1 augustus van het jaar na het belastingjaar. Aan de hand daarvan wordt een deel van de woonkostentoeslag teruggevorderd.

3.9 Babyuitzet Omschrijving van de kosten De kosten van de aanschaf van een babyuitzet zijn kosten die uit de bijstandsnorm en/of individuele inkomenstoeslag betaald moeten kunnen worden. Voor noodzakelijke kosten kan bijstand worden verstrekt. Er kan bijstand aangevraagd worden vanaf de zesde maand van de zwangerschap. Voorliggende voorzieningen Voor de kosten van een babyuitzet moet gespaard worden. Recht op bijzondere bijstand Babybox 1 van de Stichting babyspullen www.stichtingbabyspullen.nl. Inhoud van het pakket: kleertjes van maat 50 tot en met 65 en de meest noodzakelijke spullen zoals een fles met speen, een molton, een laken, een slaapzak, luiers etc. De babybox kan op twee manieren worden geleverd: -

Uit voorraad als de gemeente de boxen in voorraad heeft;

-

Door verzending van het verwijsformulier die op de website staat. De inkomensconsulent vult in en verstuurt de verwijsbrief. De babybox wordt thuis bezorgd. Voor de verzendkosten moet de ontvanger € 6,95 betalen.

23

In overleg met de aanstaande ouder(s) wordt bekeken wat er noodzakelijk is. Uitgangspunt is dat de onderstaande spullen tweedehands worden aangeschaft. Kan via Marktplaats, kringloopwinkel, Arker Boetje in Middenmeer, advertenties supermarkt etc. Het gaat om de volgende artikelen: •

Bedje inclusief matras;

•

Box;

•

Maxi cosi;

•

Combiwagen.

We verlenen geen bijstand voor spullen die al aanwezig zijn. Als het om een 2e of daaropvolgende kind gaat, gaan we er vanuit dat een baby pakket en eventueel een bedje voldoende is (ligt aan leeftijd van het oudere kind). Bewijsstukken •

Aanstaande ouder(s) meldt de vermoedelijke bevallingsdatum, we vragen geen gegevens op.

Hoogte bijzondere bijstand Let op: 100% draagkracht •

Zie de bijlage voor actuele bedragen

Vorm bijzondere bijstand Als er geen spaargeld is om de kosten van te betalen moet de volgende afweging gemaakt worden: •

Bijstand in de vorm van een lening als er verwijtbaar niet (voldoende) gespaard is.

•

Bijstand in de vorm van om niet als er geen sprake is van verwijtbaarheid

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

Het geld moet besteed worden waarvoor het bedoeld is.

3.10 Begrafenis- of crematiekosten Omschrijving van de kosten Alle kosten die verband houden met de begrafenis of crematie van een overledene, voor zover deze kosten noodzakelijk zijn en niet betaald kunnen worden uit de nalatenschap. Voorliggende voorzieningen Wanneer een uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering onderdeel uitmaakt van de nalatenschap, moeten de kosten zoveel mogelijk daaruit worden voldaan. Recht op bijzondere bijstand

24

Bijzondere bijstand voor uitvaartkosten kan verleend worden aan ouders, kinderen, behuwd kinderen, schoonouders en stiefouders (Zie artikel 392-396 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek) Het gaat om degenen die bij leven onderhoudsverplichting zouden zijn geweest voor de overledene. Bij de afhandeling van de aanvraag moet dus bepaald worden door hoeveel personen een bijdrage betaald kan worden. Alleen voor het aandeel in de kosten van aanvrager wordt bijstand verleend. Er bestaat geen recht op bijstand voor de kosten van of in verband met een begrafenis in het buitenland (territorialiteitsbeginsel) De volgende kosten kunnen als noodzakelijk worden aangemerkt: •

legeskosten overlijdensakte

•

maximaal 50 rouwkaarten

•

werkzaamheden uitvaartverzorger

•

eenvoudige kist

•

grafrechten (voor een algemeen graf, niet voor een graf in eigendom)

•

rouwauto met maximaal 1 volgauto

•

opbaren in rouwcentrum

•

eenvoudige grafzerk

Als niet noodzakelijke kosten worden beschouwd: •

rouwadvertentie

•

kosten eredienst en/of kosten die voortvloeien uit culturele en religieuze achtergrond

•

koffietafel etc.

Voor kosten crematorium zie tabel 12.2 van Nibud prijzengids. Bewijsstukken •

Raadplegen in BRP wie er naast aanvrager verplicht zijn om te betalen

•

Nota van de uitvaartverzorger

•

Bij het verstrekken van leenbijstand; een kopie van de aangifte voor de successierechten

Hoogte bijzondere bijstand •

zie bijlage voor actuele bedragen

Vorm bijzondere bijstand •

Om niet, tenzij;

•

De erfenis is nog niet vastgesteld. Uit de erfenis komen waarschijnlijk middelen. Er wordt leenbijstand verstrekt (art. 48, lid 2 onder a Pwet).

Aan de bijstand verbonden verplichtingen •

Het geld moet besteed worden waarvoor het bedoeld is.

25

•

Als bijstand in de vorm van een lening is toegekend moet de aanslag voor de successierechten worden ingeleverd, zodat bepaald kan worden welk deel uit de nalatenschap kan worden betaald.

3.11 Kleding, schoenen en/of beddengoed Omschrijving van de kosten De kosten van aanschaf en reiniging van kleding, schoenen en beddengoed zijn kosten die algemeen gebruikelijk zijn en die van de bijstandsuitkering betaald worden. Er zijn bijzondere situaties dat de kosten in verband met kleding etc. hoger zijn dan gebruikelijk. Dat kan het gevolg zijn van ziekte of handicap. Voorliggende voorzieningen Ouders met een thuiswonend gehandicapt kind van 3 tot 18 jaar oud hebben recht op dubbele kinderbijslag als voor het kind een CIZ-indicatie is afgegeven. De dubbele kinderbijslag is een voorliggende voorziening voor de extra kosten en kleding, schoenen en/of beddengoed. Voor volwassenen kan de WMO een voorliggende voorziening zijn (bijvoorbeeld schootskleed scootmobiel). Recht op bijzondere bijstand De volgende kosten kunnen als noodzakelijk worden aangemerkt: •

De kosten van het draaien van meer wassen;

•

het meer dan één keer douchen per dag;

•

het meer dan gemiddeld vervangen van kleding of beddengoed;

•

de aanschaf van duurdere kleding.

Het moet in alle gevallen gaan om extra kosten ten opzichte van een gebruikelijke situatie en de kosten moeten noodzakelijk zijn. Voor de vaststelling van de noodzaak wordt een medisch advies gevraagd aan een onafhankelijke derde partij. Noodzakelijke bewijsstukken •

incidentele kosten: de uitgaven voor kleding en beddengoed moeten achteraf worden verantwoord met bonnen.

•

Periodieke kosten: als het gaat om kosten met een periodiek karakter dan stellen we een maand bedrag vast.

•

een advies van Treve.

Hoogte en duur bijzondere bijstand •

De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld met behulp van de prijzengids NIBUD.

•

De duur van de periodieke bijzondere bijstand is afhankelijk van de duur van de indicatie.

Vorm bijzondere bijstand •

Om niet

26

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

Incidentele kosten: bonnen van gemaakte kosten.

3.12 Verhuiskosten en dubbele huur

Omschrijving van de kosten Het gaat om de kosten van de verhuizing van de inboedel en de kosten van de dubbele huur bij een noodzakelijke verhuizing. Voorliggende voorzieningen Vanaf het moment dat bekend is dat er een noodzaak is om te verhuizen, mag er verwacht worden dat er gespaard wordt voor de kosten. Ook de individuele inkomenstoeslag kan gebruikt worden voor de kosten. De Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) is een voorliggende voorziening als de woning waarin belanghebbende woont niet aangepast kan worden en verhuizing naar een aangepaste woning de oplossing is. In dat geval kunnen de verhuiskosten door de WMO vergoed worden. Recht op bijzondere bijstand Er bestaat recht op bijzondere bijstand als de verhuizing noodzakelijk is. Bij een medische indicatie moet de vraag beantwoord worden of het een verhuizing is die door de WMO kan worden vergoed. Is dat niet het geval dan kan er in bepaalde situaties een onafhankelijke derde advies gevraagd worden. Er zijn echter ook situaties die zo duidelijk zijn dat een advies niet nodig is. De sociale noodzaak voor de verhuizing kan divers zijn. De consulent motiveert in het rapport de noodzaak van de verhuizing. De volgende kosten zien we als noodzakelijk: •

Voor de verhuizing van de inboedel wordt de huur van een bus (meubelbak met laadklep en steekwagen) vergoed. Prijsindicatie: Bij Rozing in Anna Paulowna zijn de kosten voor één dag huur inclusief 150KM € 120,00.

•

Kosten van een verhuizing door een verhuisbedrijf zijn alleen als noodzakelijk aan te merken als er geen andere oplossing voor handen is.

•

De kosten van dubbele huur bij een verhuizing binnen de gemeente.

Niet noodzakelijke kosten: •

De kosten van dubbele huur bij een verhuizing buiten de gemeente.

Bewijsstukken •

Bewijs van inschrijving bij de woningbouwvereniging of een ander document waaruit blijkt vanaf wanneer er gezocht/uitgezien is naar een andere woning.

•

(Pro forma) nota van de huur van de bus of verhuisbedrijf.

27

•

Huurcontract en huurspecificatie voor vaststelling van de hoogte van de dubbele huur.

Hoogte bijzondere bijstand Zie onder recht op bijzondere bijstand. Vorm bijzondere bijstand •

Om niet; als er geen spaargeld is, omdat sparen niet mogelijk was.

•

Geldlening (art. 48, lid 2 onder b Pwet); als er wel gespaard had kunnen worden voor de noodzakelijke verhuizing. Er is dan sprake van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

Inlevering van de nota van de huur van de bus of verhuisbedrijf als deze nog niet aanwezig was op moment van toekenning.

3.13 Reiskosten in verband met medische behandelingen en bezoek gezinsleden Omschrijving van de kosten Reiskosten zijn in het algemeen kosten die van de bijstandsuitkering betaald kunnen worden. De reiskosten zoals hieronder genoemd zijn kosten die het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden. Het gaat om reiskosten in verband met: •

bezoek aan gedetineerde of persoon die in AZC verblijft en die tot het gezin behoorde of kan gaan behoren;

•

bezoek aan een in het ziekenhuis of inrichting opgenomen gezinslid;

•

regelmatig bezoek aan een arts, ziekenhuis of andere hulpverlener. Het moet wel gaan om behadelingen waarvoor de zorgverzekering een vergoeding geeft, of de behandelkosten vergoed worden door de gemeente;

Voorliggende voorzieningen Met een specifieke medische indicatie worden reiskosten naar ziekenhuis en behandelaars vergoed. Hiervoor is een machtiging vereist. Voor reizen met de eigen auto geldt een vergoeding van € 0,31 per kilometer. Er is een volledige vergoeding voor de kosten van openbaar vervoer. De basisverzekering rekent een eigen bijdrage. Het gemeentepakket Compact vergoed deze eigen bijdrage. Recht op bijzondere bijstand In geval van detentie of verblijf AZC vergoeden we reiskosten als: •

de gedetineerde vóór de detentie tot het gezin van aanvrager behoorde of in geval van verblijf AZC tot het gezin kan gaan behoren;

•

de gedetineerde verblijft in een gesloten inrichting (= geen recht op verlof) en de inrichting binnen Nederland ligt;

•

de bezoekfrequentie maximaal 1 keer per week per gezinslid is.

28

In geval van in ziekenhuis of inrichting opgenomen gezinsleden geldt het volgende: •

bij opname in ziekenhuis is de frequentie 1 keer per dag voor 1 gezinslid;

•

bij opname in een inrichting is de frequentie 1 keer per week per gezinslid.

In geval bezoek aan arts etc. wanneer: •

Eén van de gezinsleden minimaal 2 keer per maand naar een arts, ziekenhuis of andere hulpverlener moet reizen.

Niet noodzakelijke kosten: •

Reiskosten naar gedetineerden die met weekendverlof kunnen.

Bewijsstukken •

In geval van bezoek aan AZC controleren we de familiebanden in BRP.

•

Van bezoek aan gedetineerden: verklaring Penitentiaire inrichting.

•

Van bezoek aan gezinslid in ziekenhuis: verklaring van opname (begin en einddatum) in ziekenhuis.

•

Van bezoek aan inrichting bij opname van gezinsleden: verklaring van de inrichting.

•

Van bezoek aan artsen etc. : afspraken overzicht

Hoogte bijzondere bijstand •

Auto: kilometervergoeding van € 0,19 per kilometer

•

OV: de goedkoopste vorm van reizen.

Vorm bijzondere bijstand •

Om niet

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

De bijstand betaald na inlevering van afsprakenkaarten/verklaringen.

3.14 Reiskosten schoolgaande kinderen in het voortgezet onderwijs Omschrijving van de kosten Het gaat om reiskosten van huis naar school van kinderen die voortgezet onderwijs volgen en waarvan de school op een afstand van 15 kilometer (enkele reis) vanaf het woonadres ligt. Voorliggende voorzieningen Vanaf 1 januari 2017 is voor mbo-studenten onder de 18 jaar het studentenreisproduct (ov-jaarkaart) een voorliggende voorziening. Voor het overige zijn er geen voorliggende voorzieningen. De bijdrage op grond van de WTOS en het kindgebonden budget zijn geen voorliggende voorzieningen. Het kindpakket Meedoen Hollands Kroon is ook geen voorliggende voorziening. Het is niet bedoeld voor reiskosten van

29

en naar school. Van ouders verwachten we dat zij een bepaald bedrag per maand besteden aan de reiskosten. Dat bedrag is bepaald op € 45,-- per maand per gezin en is gebaseerd op een normale uitgave voor woon-school-verkeer per gezin. Recht op bijzondere bijstand Er is recht op bijzondere bijstand voor de reiskosten voortgezet onderwijs van huis naar school en retour als; •

de school de dichtstbijzijnde school is waar passende onderwijs gevolgd kan worden;

•

de afstand van huis naar school meer is dan 15 kilometer enkele reis (fietsafstand);

•

de reiskosten meer bedragen dan € 45,00 per maand.

Hoogte bijzondere bijstand •

Tijdens de schoolvakanties geven we geen vergoeding.

•

De bijstand betalen we per maand gedurende 10 maanden per jaar.

•

Bij de start van het schooljaar (of de maand waarin de vergoeding start) berekenen we hoe hoog de kosten gemiddeld per maand zijn. Daarvoor raadplegen de websites van vervoerders of vragen we een bewijsstuk van de kosten.

•

De reiskosten van het eerste kind worden vergoed minus de aftrek van € 45,00 per maand.

•

De reiskosten volgende kinderen vergoeden we volledig.

Vorm bijzondere bijstand •

Om niet.

Verplichtingen voor aanvrager die opgenomen worden in de beschikking •

De bewijsstukken van de betalingen moeten tot 3 maanden na afloop van het schooljaar worden bewaard.

3.15 Reiskosten woon- werkverkeer Omschrijving van de kosten Reiskosten van de inwoner in verband met woon- werkverkeer als de werkgever niet of niet volledig vergoed. Het gaat om inwoners die geen uitkering voor levensonderhoud van de gemeente ontvangen. Er is ook geen reintegratie traject vanuit de gemeente ingezet. De vergoeding stopt als er geen noodzaak meer is. Voorliggende voorzieningen •

Gehele of gedeeltelijke vergoeding door de werkgever;

•

Mogelijkheid om de afstand lopend of fietsend (max 15 KM) af te leggen;

30

•

In geval de reiskosten niet betaald kunnen worden door beslaglegging, WSNP of schuldenregeling is het laten wijzigen van de beslagvrije voet of vrij te laten bedrag een voorwaarde die maximaal benut moet worden.

Hoogte van de bijzondere bijstand Let op: draagkracht 120% •

de vergoeding bedraagt bij het gebruik van de eigen auto of brommer € 0,19 per kilometer en de afstand wordt bepaald met gebruik van www.routenet.nl.

•

voor de vergoeding bij gebruik van het openbaar vervoer wordt uitgegaan van de informatie zoals beschikbaar op www.9292ov.nl.

Bewijsstukken •

Verklaring van werkgever dat de reiskosten niet of gedeeltelijk vergoed worden.

•

In geval van gedeeltelijke vergoeding en/of variabele kosten, bewijs van vergoeding.

Vorm bijzondere bijstand •

Om niet

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand •

De inlichtingenplicht die geldt voor personen die een uitkering voor levensonderhoud ontvangen, is van toepassing.

3.16 Kosten in verband met kinderopvang – eigen bijdragen en overblijfkosten Omschrijving van de kosten Het gaat om de kosten van: •

het inschrijfgeld bij de kinderopvangorganisatie;

•

de kosten van bemiddeling van de gastouderorganisatie;

•

overblijfkosten op school.

De eigen bijdrage die de ouder moet betalen: •

op grond van de Wet kinderopvang in verband met werk;

•

voor kinderopvang in verband met sociaal medische indicatie;

•

voor kinderopvang op grond van de Voor- en vroegschoolse educatie;

•

voor de eigen bijdrage voor de peuteropvang (dagopvang) die aangeboden wordt door de kinderopvangcentra voor maximaal 7 uren per week.

31

Voorliggende voorzieningen Voor kosten in verband met re-integratie is vergoeding op grond van de Beleidsregel ondersteunende voorzieningen re-integratie een voorliggende voorziening. Voor het overige is er geen voorliggende voorziening voor de kosten.

Recht op bijstand Er is recht op bijzondere bijstand als het gaat om de hierboven genoemde kosten. De noodzaak wordt aangenomen als door de belastingdienst de kinderopvangtoeslag is toekend. Is dit niet het geval dan beoordelen we de individuele noodzaak. Het Rijk stelt een maximum uurtarief voor kinderopvang vast. We verstrekken geen bijstand voor kosten hoger dan het maximum uurtarief.

Noodzakelijke bewijsstukken Voor kinderopvang en buitenschoolse opvang •

Beslissing van de dienst Toeslagen over de vergoeding van de kinderopvang of

•

gegevens van het inkomen en het contract met de kinderopvangorganisatie op grond waarvan met een proefberekening de vergoeding van de dienst Toeslagen kan worden berekend;.

•

Nota van het inschrijfgeld en nota of bewijsstuk van de kinderopvangorganisatie waarin staat hoeveel bemiddelingskosten betaald moeten worden.

Voor kinderopvang op grond van VVE en SMI •

Contract met de kinderopvangorganisatie

•

Nota van de kinderopvangorganisatie waarin staat wat de ouder moet betalen

Voor overblijfkosten •

Nota van de school waarin staat hoeveel er betaald moet worden en hoe vaak het kind of de kinderen overblijven.

Hoogte bijzondere bijstand •

Volledige vergoeding inschrijfgeld kinderopvangorganisatie;

•

Volledige vergoeding kosten bemiddeling van de gastouderorganisatie;

•

Volledige vergoeding overblijfskosten gedurende een schooljaar;

•

Volledige vergoeding eigen bijdrage Wet kinderopvang gedurende een kalenderjaar, rekening houdend met maximumtarief;

•

Volledige vergoeding eigen bijdrage SMI en VVE gedurende een kalenderjaar of gelijk aan indicatie wijkteammedewerker, rekening houdend met maximumtarief.

Vorm bijzondere bijstand •

Om niet

32

•

Op verzoek betalen we de bijzondere bijstand aan de opvangorganisatie

Verplichtingen voor aanvrager bij toekenning van de bijstand In de beschikking wordt opgenomen dat: •

De ouder de gemeente op de hoogte moet houden van wijziging of beëindiging van de kinderopvang of overblijven op school;

•

De eigen bijdrage in verband met de Wet kinderopvang betalen we maandelijks. Een maandelijkse nota inleveren is niet nodig.

3.17 computer of laptop voor kinderen Omschrijving van de kosten Zodra kinderen voldoende leesvaardig zijn, is het goed voor hun ontwikkeling dat ze thuis op een computer kunnen werken. Voorliggende voorzieningen Een computer is in de regel een artikel dat van een bijstandsuitkering gekocht moet kunnen worden. Voor schoolgaande kinderen is het duidelijk dat er een computer aanwezig hoort te zijn. We eisen niet dat hiervoor gereserveerd moet worden. Bij een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm verstrekken we een vergoeding voor een computer de kinderen. Recht op bijzondere bijstand •

Het gezin met schoolgaande kinderen vanaf het 3e jaar basisonderwijs tot 18 jaar heeft recht op één computer.

•

Inschrijving bij de school is bepalend voor het recht bij toekenning. Het schooljaar waarin het kind 18 jaar wordt is het laatste jaar waarin een computer kan worden toegekend.

•

Er kan eens in de vijf jaar een computer verstrekt worden.

Als niet noodzakelijke kosten worden beschouwd: •

De vervanging van een computer die niet ouder is dan vijf jaren.

Bewijsstukken •

Bewijs van bestelling als voorschieten van het bedrag niet mogelijk is en na aanschaf bewijs van betaling.

Hoogte bijzondere bijstand Let op: draagkrachtregel 110% •

Voor de computer of laptop is de maximale vergoeding € 429,00 (prijzengids Nibud).

33

Vorm bijzondere bijstand •

Om niet.

Verplichtingen •

Inleveren bewijs van aanschaf

3.18 Kosten woninginrichting Omschrijving van de kosten Kosten van woninginrichting kunnen bestaan uit: •

Een volledige inrichting, meest voorkomend bij toewijzing van een woning aan statushouders;

•

een gedeeltelijke inrichting na verhuizing of echtscheiding;

•

vervanging van inboedel of stoffering in geval van slijtage.

Voorliggende voorzieningen De kosten van woninginrichting zijn kosten die betaald kunnen worden van de bijstandsnorm en/of de langdurigheidstoeslag. Als er geen spaargeld is maken we de volgende afweging: •

Bijstand in de vorm van een lening als er verwijtbaar niet (voldoende) gespaard is en de noodzakelijke verhuizing daardoor niet mogelijk is.

•

Bijstand in de vorm van om niet als er niet verwijtbaar niet (voldoende) gespaard is.

Recht op bijzondere bijstand Statushouder: Van statushouders die zich vanuit een Asielzoekerscentrum in een woning vestigen, kan niet verwacht worden dat zij reserveren. Zij krijgen een geldlening voor een volledige inrichting. Over een periode van maximaal drie jaar betalen zij 5% van de bijstandsnorm inclusief vakantiegeld terug. Nadat aan de aflossingsverplichting is voldaan, wordt het restantbedrag kwijtgescholden. Dit wordt vermeld in de toekenningsbeschikking. Gedeeltelijke inrichting of vervanging Bij gedeeltelijke inrichting na verhuizing of echtscheiding en vervanging van inboedel vergoeden we maximaal de bedragen zoals Nibud aangeeft. We kijken ook naar actuele bedragen bij bedrijven zoals mediamarkt, cool blue etc. In het algemeen geldt dat wanneer er sprake is van nalatigheid aan de zijde van aanvrager (niet gereserveerd of onverantwoordelijk omgegaan met spullen) dan kan er bij de bijstandsverlening uitgegaan worden van de goedkoopst mogelijke oplossing. Als niet noodzakelijk wordt beschouwd De kosten voor de 1ste woninginrichting. We gaan er vanuit dat een ieder hiervoor geld spaart.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=df420892-184e-4229-906c-da7a2feac1e2