2023 10 05 presentatie variantenonderzoek zoet-zout Den Oever
Tekst van het document
Variantenstudie Zoet-zoutovergang Den Oever Informatie over de voortgang
5 oktober 2023
Eerder dit jaar hebben we u gesproken over de variantenstudie zoet-zout Den Oever, tijdens een kennismakingsgesprek, de omgevingssessie en/of de verbredingsgroep. U hebt aangegeven graag geïnformeerd te blijven over de variantenstudie. We gebruiken deze mail om u op de hoogte te brengen van de voortgang. Achtergrond en doel variantenstudie In opdracht van Rijkswaterstaat voeren ingenieursbureau Witteveen + Bos, adviesbureau Wing en Strootman Landschapsarchitecten een variantenstudie naar een zoet-zoutovergang bij Den Oever uit. Het doel van de variantenstudie is drieledig: 1)
het efficiënter afvoeren van verzilt IJsselmeerwater naar de Waddenzee, om de zoetwatervoorraad beter te beschermen;
2)
een ecologisch functionele zoet-zoutovergang tussen Waddenzee en IJsselmeer, met bijbehorende ecotopen, die vismigratie bevordert en uitspoeling van zoetwatervissen naar de zoute Waddenzee vermindert;
3)
borging van goede ruimtelijke kwaliteit door rekening te houden met de monumentale waarde van de Afsluitdijk en aan te sluiten bij het Masterplan Beeldkwaliteit Afsluitdijk.
Hiermee bedienen we zowel opgaven van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), als die van het Deltaprogramma Zoet water (DPZw). We werken toe naar drie varianten waarvan de kansrijkheid beoordeeld wordt in het voorjaar van 2024. Kansrijkheid bestaat uit elementen als doelbereik, kostenefficiëntie en draagvlak. Het ontwerpproces doen we zeker niet alleen – we organiseren twee ontwerpsessies met inhoudelijke experts vanuit kennisorganisaties en twee omgevingssessies met de betrokkenen uit het gebied. Projectgebied We onderzoeken oplossingen aan de Den Oever zijde van de Afsluitdijk bij het Stevincomplex. We werken in dit gebied volgens een aantal uitgangspunten. Zo respecteren we de regels binnen het schootsveld van defensie (waar geen constructies boven water mogen uitsteken), ontwerpen we zodanig dat de afvoercapaciteit van de sluisluizen niet belemmerd wordt en houden we rekening met de Natura 2000 status van zowel IJsselmeer als Waddenzee.
Figuur: Het projectgebied van de variantenstudie (witte stippellijn langs de Afsluitdijk) en schootsveldgebied (donker vlak)
In de variantenstudie houden we ook rekening met ontwerpprincipes voor ruimtelijke kwaliteit (zie figuur).
Figuur: de ontwerpprincipes voor ruimtelijke kwaliteit
Acht basisvarianten Voor de zomer van 2023 zijn door Witteveen + Bos en Strootman acht basisvarianten ontworpen, met daarin verschillende oplossingsrichtingen om aan de drie opgaven bij te dragen. Deze zijn in juni ook besproken met stakeholders tijdens een ontwerpsessie met betrokkenen (Omgevingssessie I) en een ‘verbredingsgroep’ waarbij expliciet is nagedacht over raakvlakken met andere opgaven zoals recreatie en toerisme en scheepvaart. De opmerkingen die daar zijn gemaakt zijn zoveel mogelijk meegenomen in het trechteringsproces (zie volgend kopje).
Figuur: de acht basisvarianten
Het ‘waarom’ achter de variantenstudie Het verbeteren van het ecosysteem en het tegengaan van de zoutindringing zijn twee belangrijke opgaven in het IJsselmeergebied, zeker in de hoek bij Den Oever. Het IJsselmeergebied heeft natuurwaarden van internationale betekenis. Het gebied is erg belangrijk voor broedvogels zoals de roerdomp, lepelaar en visdief, en voor watervogels die hier voedsel zoeken en ruien. Dit zijn veelal viseters en vogels die hun voedsel op de bodem van het meer zoeken. Toch kampt het IJsselmeer met lage biodiversiteit. Sinds de aanleg van de Afsluitdijk zijn er 40% minder soorten aanwezig. Daarnaast verhindert de Afsluitdijk vismigratie en is er een onnatuurlijk abrupte zoet-zout overgang aanwezig, zonder ruimte voor brakke habitats. Tevens is er vrijwel geen waarschuwingszone voor zoetwatervis en is er geen terugkeermogelijkheid voor de zoetwatervis die uitspoelt tijdens het spuien via het Stevingcomplex naar de voor hen veel te zoute Waddenzee. Dit betreft grote hoeveelheden vis, die in zout water niet overleven. Een tweede zeer belangrijke opgave van het IJsselmeergebied betreft de zoetwatervoorziening voor een groot deel van de landbouw en ook voor bepaalde natuurgebieden. Daarnaast voorziet het zoete water van het IJsselmeergebied een groot deel van Nederland van drinkwater, met een innamepunt bij Andijk.
Het waarborgen en behouden van de zoetwatervoorraad is een belangrijke opgave voor het ministerie van IenW. Het indringen van zout bij de sluiscomplexen in de Afsluitdijk is een mogelijke bedreiging voor deze zoetwatervooraad. De ambitie is om een geleidelijke overgang van zoet naar zout water te maken waarbij ook maatregelen worden getroffen worden om indringing van zout bij het Stevincomplex richting het zoete IJsselmeer efficiënter te beheersen.
Trechtering naar drie varianten Tijdens de zomer van 2023 is gewerkt aan de trechtering van acht naar drie nader te onderzoeken varianten, waarbij de reikwijdte van de verschillende oplossingsrichtingen zoveel mogelijk is behouden. In de drie varianten komen elk van de locaties van de basisvarianten terug: (A) langs de Afsluitdijk met onderwatermaatregelen in het schootsveld, (B) parallel langs de Afsluitdijk met een opening naar de Waddenzee en (C) in de Zuiderhaven (zie figuur op volgende pagina).
Figuur: de drie varianten die nu doorberekend worden
Modelberekeningen Van deze drie varianten wordt nu modelmatig berekend in hoeverre ze bijdragen aan het doelbereik. Na de eerste rekenronde wordt een optimalisatie van de varianten uitgevoerd - denk aan het aanpassen van maatregelen zodat ze beter werken. Eén van de aanpassingen is bijvoorbeeld het verleggen van hevels zodat ze beter functioneren. Vervolgens worden de varianten besproken met experts vanuit kennisorganisaties, verder geoptimaliseerd en daarna besproken met omgevingspartijen (Omgevingssessie II, zie hieronder). Beoordelingskader De kansrijkheid van de varianten wordt beoordeeld door toepassing van een beoordelingskader. De criteria in het beoordelingskader worden de komende maanden opgesteld. Op 7 december organiseren we Omgevingssessie II, waar een groot aantal van u inmiddels voor uitgenodigd is. Daar horen we graag uw aandachtspunten voor de drie varianten en de criteria van het beoordelingskader. Mocht u niet bij de eerste omgevingssessie geweest zijn, maar wel graag willen meedoen aan de tweede, neem dan contact met ons op (zie contactinformatie onderaan). Proces in 2024 Na een tweede ronde modelberekeningen (december-januari) worden de drie varianten beoordeeld op doelbereik en ‘effecten’, zoals gevolgen voor andere gebruiksfuncties. In februari 2024 worden de omgevingspartijen weer meegenomen in de resultaten, met dit keer de beoordeling van de varianten.
In het voorjaar van 2024 wordt de variantenstudie afgerond. Mocht u nog vragen hebben, weet ons te bereiken. Mede namens omgevingsmanager Edwin Verdonschot van Rijkswaterstaat (tel 06 – 2278 8279), Vriendelijke groet, Marieke Verweij (tel 06 – 42 711 505), adviseur omgevingsmanagement bij Wing