CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Toelichting en regels.pdf

Raad 15 september 2022, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B133.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De directe lichtbeleving voor omwonenden zal worden gereduceerd door bovengenoemde maatregelen en/of door bijvoorbeeld een afschermende groenvoorziening. Ten zuiden en westen van deelgebied B is direct zicht op het plangebied beperkt door o.a. de afscherming van de bestaande groenzoom langs de Westfriesche vaart. De inpassing van groen aan de noordzijde van het gebied kan bijdragen aan het beperken van directe lichthinder. De andere zijden van het plangebied grenzen aan de rijksweg A7 en de bestaande werklocatie Agriport en lichtemissie van het datacenter is voor deze functies geen negatief effect, maar ook aan deze zijden zal de uitstraling van verlichting naar de omgeving worden beperkt middels bovengenoemde maatregelen. Door o.a. DGMR is met de huidige lichtmodellering een onderzoek uitgevoerd (zie bijlagen plantoelichting). De (in)directe lichtbeleving van uitbreiding van het bedrijventerrein zal beperkt zijn tot de nabije omgeving en niet rijken tot het dichtst bijgelegen natuurgebied het IJsselmeer op 4,5 km afstand. Voor de zorgvuldigheid is een toetsing uitgevoerd waarbij de lichtemissie van een datacenter is beoordeeld in samenhang met de lichtemissie van de bestaande delen van werklocatie Agriport. Op de bestaande werklocatie is sprake van lichtemissie als in de glastuinbouw assimilatiebelichting wordt toegepast.

Deze belichting is alleen ingeschakeld in de wintermaanden. Mede om deze reden is de lichtemissie van datacenters in het plangebied beoordeeld in samenhang met de lichtemissie van de glastuinbouw en zelfstandig. In wintermaanden, als er lichtemissie is van de glastuinbouw, levert de lichtemissie van een datacenterterrein geen significante toename van de verlichtingssterkte of (hemel)helderheid in de wijdere omgeving. In de avonden/nachten rond de zomer is er sprake van meer licht in de directe omgeving van het plangebied dan momenteel. De toename van de verlichtingssterkte of (hemel)helderheid is echter beperkt en getoetst aan richtwaarden acceptabel. Op basis van deze toetsing levert het aspect lichthinder geen belemmering op voor realisatie van een datacenter in het plangebied. 5.13

Verkeer en vervoer

41 (56)

Voor beoordeling van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid is door Sweco een beoordeling gemaakt (zie bijlagen). Hierbij is ingezoomd op de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Venster-West met deelgebied B1 voor de vestiging van grote datacenters. Verkeersafwikkeling Het zuidelijk deel van het plangebied grenst aan het bestaande bedrijventerrein Venster-West. Van de bestaande ontsluiting van dit bedrijventerrein kan ook gebruik gemaakt worden door het verkeer vanuit het plangebied. Op dit moment is ter hoogte van de Wagentocht een afsluiting geplaatst op de erfontsluitingweg langs deelgebied B1, de Cultuurweg. Deze afsluiting is geplaatst om te voorkomen dat verkeer via de (smalle) Cultuurweg de kortste route pakt van Medemblik naar Middenmeer. Deze afsluiting zal worden verplaatst naar een locatie ter hoogte van de Tussenweg (de noordzijde van deelgebied B1). De Cultuurweg is momenteel een erfontsluitingsweg voor bestemmingsverkeer naar de aanliggende percelen en een doorgaande fietsroute. In de opzet van het plan blijft dit in stand. De Cultuurweg zal voor deelgebied B1 wel een (alternatieve) toegang blijven voor nood- en hulpdiensten en in een tijdelijke situatie voor de afwikkeling van bouwverkeer. Indien vereist zullen in de uitvoeringsfase van het plan voor de afwikkeling van bouwverkeer langs deze weg maatregelen worden getroffen.

In de beoordeling uitgevoerd door Sweco (zie bijlagen) is onderbouwd dat het verkeer van het bestaande bedrijventerrein het Venster West en de uitbreiding daarvan met deelgebied B1 deels of geheel kan worden afgewikkeld via de noordelijke ontsluiting (via Flevoweg naar N242). Het verkeer van het bestaande bedrijventerrein het Venster West rijdt momenteel deels naar het zuiden (via Agriport naar N239). Indien ook het extra verkeer van de uitbreiding van dit bestaande bedrijventerrein deels naar het zuiden afwikkelt, is de toename van verkeer op de zuidelijke ontsluitingsstructuur gering en lager dan de dagelijkse fluctuaties in het verkeersaanbod van/naar de werklocatie. Maar op basis van de gemeten verkeersintensiteiten en het verkeersveiligheidsonderzoek is extra verkeer van de uitbreiding op de zuidelijke ontsluiting op dit moment niet wenselijk. Op basis van gegevens van de afgelopen jaren is een toename van de verkeersintensiteit geconstateerd op de zuidelijke ontsluiting (N239) van de werklocatie. Dit betreft waarschijnlijk veel tijdelijk verkeer, zoals bouwverkeer voor grote bouwprojecten. Dit tijdelijk verkeer zal naar verwachting sterk afnemen na 2021. De gemeente en de provincie onderschrijven de noodzaak om de zuidelijke ontsluiting (kruising N239) te reconstrueren en hebben hier ook al afspraken over gemaakt.

De geconstateerde toename is niet direct gerelateerd aan de effecten van dit bestemmingsplan, maar is aanleiding voor nader onderzoek naar de prognoses en het gehanteerde verkeersmodel. Mogelijk geven nieuwe inzichten aanleiding tot aanpassing van het ontwerp. De reconstructie is voor mogelijke uitvoering ingepland voor 2024-2025. Met provincie Noord-Holland is aanvullend afgesproken dat extra verkeer van de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein de zuidelijke ontsluiting niet zal belasten, tot duidelijk is dat dit extra verkeer ook goed verwerkt kan worden. De situatie zal in de uitvoeringsfase van het plan worden gemonitord, waardoor tijdig passende maatregelen kunnen worden ingezet. Uit aanvullend onderzoek in de uitvoeringsfase zal blijken wanneer en hoe de definitieve afwikkeling van het extra verkeer het best plaats kan vinden. Tot die tijd is het wenselijk een goede afwikkeling van het extra verkeer te borgen in het bestemmingsplan. Om deze afspraak juridisch te verankeren is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het plan. Verkeersveiligheid De wegen op de locatie Agriport zijn aangepast voor de nieuwe functies. De ontsluiting van het bestaande bedrijventerrein Venster-West is duurzaam veilig ingericht. Zoals hierboven aangegeven zal de afsluiting van de Cultuurweg worden aangepast.

De Cultuurweg is een fietsroute voor recreatief en schoolgaand fietsverkeer. Bij de realisatie van deelgebied B1 blijft de bereikbaarheid voor fietsverkeer in principe gehandhaafd via de bestaande ontsluitingsstructuur (zoals Venster-West nu ook bereikbaar is).

42 (56)

De ontwikkeling van deelgebied B1 leidt naar verwachting ook tot gering meer fietsverkeer tussen deze ontwikkeling en (de fietsroutes naar) Middenmeer of andere omliggende woonkernen. Fietsverkeer vanuit het dorp Middenmeer kan via de tunnel onder de N242 parallel aan de Westfriesche vaart deelgebied B bereiken. Er zijn meerdere wegen beschikbaar met een lage verkeersintensiteit (zoals de Medemblikkersluisweg of Nieuwlanderweg) voor fietsverkeer naar andere woonkernen. 5.14

Geluid

Relevant kader Voor onderhavig bestemmingsplan is inzicht nodig naar de effecten van de ontwikkeling en de wijziging daarvan op de omliggende geluidsgevoelige bestemmingen. Het wettelijk kader voor geluid is grotendeels geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Hierin is een normering opgenomen voor wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Tot laatstgenoemde behoort de geluidsbelasting als gevolg van industrieterreinen waarop inrichtingen zijn gevestigd, die bij Algemene Maatregel van Bestuur zijn aangemerkt als een inrichting die 'in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken'. Door in een bestemmingsplan een bestemming op te nemen waarmee de vestiging van een inrichting die 'in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken' mogelijk wordt gemaakt, ontstaat er een industrieterrein op basis van de Wgh. Hierdoor ontstaat de plicht om eveneens een geluidszone rond het industrieterrein in het bestemmingsplan op te nemen. Er ontstaat dan een zogeheten gezoneerd industrieterrein. Bedrijven kunnen door middel van hun geluidscontour beperkingen opleggen ten aanzien van ontwikkelingen die geluidsgevoelig zijn. In dat geval wordt een zone vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. Buiten de zone gelden er met het oog op de zoneringsplichtige inrichting geen beperkingen voor geluidsgevoelige bestemmingen.

Binnen de zone zijn er wel beperkingen voor het bestemmen van geluidsgevoelige bestemmingen. Voor woningen en andere geluidsgevoelige objecten in de zone geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Door middel van een hogere waarde procedure kan een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) worden toegestaan op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen. Deze verhoging is mogelijk tot een maximale ontheffingswaarde. Deze maximale ontheffingswaarde is afhankelijk van de situatie. Toepassing Voor een datacenter zijn voorzieningen vereist voor bijvoorbeeld energie of koeling. Voor een groter datacenter is het mogelijk dat deze voorzieningen ingedeeld worden in een hogere milieucategorie met een grotere hinderafstand dan het datacenter zelf. Een richtafstand van maximaal 100-200 meter voor geluid kan aangehouden worden voor de geluidshinder van een groter datacenter met een uitloop naar 300 meter indien bronnen geplaatst worden nabij de rand en niet zijn afgeschermd. De grens van de dorpskern van Middenmeer ligt op grotere afstand (meer dan 2,3 km) van het plangebied. Binnen een afstand van 300 meter van de grens van het plangebied ligt een beperkt aantal (zes tot acht) geluidsgevoelige objecten. Om deze reden is in de regels van het plan voorzien dat de milieucategorie van activiteiten in het plangebied wordt beperkt.

De verkeersaantrekkende werking van een datacenter is, behoudens de bouwfase, beperkt. Voorzieningen, zoals koelinstallaties en noodstroomapparatuur, zijn alleen ingeschakeld naar behoefte. Om de uitvoerbaarheid en fasering van het plan te toetsen is door Peutz op basis van een ‘worst-case’ opzet van grotere datacenters een akoestisch rapport opgesteld (zie bijlagen). Rekening houdend met in de regels opgenomen toegestane milieucategorieën en representatieve waarden voor grote datacenters is getoetst aan wettelijke grenswaarden.

43 (56)

Eveneens is geluidshinder voor woningen langs de toegangswegen tot het plangebied getoetst. Het effect van lawaai van installaties, voor bijvoorbeeld de koeling en energievoorziening is afhankelijk van de plaatsing van deze voorzieningen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen. Om te borgen dat geluidsbronnen van de nieuwe functie geen hinder veroorzaken c.q. ruimtelijke ordeningstechnisch verantwoord worden ingepast is onder andere een geluidszone rond het plangebied voorzien. Op basis van het onderzoek van Peutz lijken er ook geen onoverkomenlijke belemmeringen voor het aspect geluid om het plangebied voor bedrijven/installaties te bestemmen tot en met milieucategorie 4.1. Alleen een groter transformatorstation vereist een milieucategorie 4.2 voor het aspect geluid. Indien zo’n station onderdeel is van een datacenter inrichting kan de hele inrichting gezien worden als een milieucategorie 4.2 inrichting. Om maatwerk te kunnen leveren is voor deze situatie een geluidszone voorzien en kan mede gegeven de omvang van het terrein bij de plaatsing van functies met geluid rekening worden gehouden. Een beperkt aantal woningen (drie aan de Nieuw Almersdorperweg) zouden bij volledige ontwikkeling van deelgebied B1 binnen de 50 dB(A) zone kunnen liggen. Geen enkele woning van derden ligt naar verwachting binnen de 55 dB(A)-contour.

Het aantal gehinderden is dan beperkt. Voor de betreffende woningen die potentieel binnen de zone (50 dB(A)) liggen zal zodra de terrein indeling duidelijk is middels een modelberekening beoordeeld worden of wettelijke grenswaarden gehaald kunnen worden. Daarbij zal naast plaatsing van geluidsbronnen ook gerichte toepassing van geluidreducerende maatregelen (bijvoorbeeld afschermingen) worden beoordeeld. Indien met extra maatregelen de 50 dB(A) etmaalwaarde toch wordt overschreden zal een hogere grenswaarde kunnen worden vastgesteld, gelijktijdig met de procedure van het bestemmingsplan. Met een milieuzonering en het opnemen van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder kan de geluidbelasting op woningen in de omgeving worden beperkt, een haalbare inrichting van het terrein worden gerealiseerd en belangrijk nadelige effecten voor de omgeving worden vermeden. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering is voor de realisatie van een datacenter op de voorgestelde locatie. 5.15

Overige omgevingsaspecten

Radar en straalpad Voor bouwhoogtes van enige omvang wordt in de Wieringermeer getoetst of er hinder kan ontstaan voor bestaande en geprojecteerde radarsystemen van vliegvelden en de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). Voor de bouwhoogte die in dit bestemmingsplan mogelijke worden gemaakt is een dergelijke toetsing niet vereist. Over de Wieringermeer ligt een aantal straalpaden van zenders. Deze straalpaden liggen niet over het plangebied en zijn daarmee geen belemmering voor dit plan. Het toetsingsdocument is in de bijlagen bij deze toelichting gevoegd. Laagvlieggebied In Nederland kan het Ministerie van Defensie in principe overal trainingen uitvoeren waarbij laag gevlogen wordt. De Wieringermeer is ook aangewezen als laagvlieggebied. Gegeven de bouwhoogten die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt is dit geen belemmering (zie tevens toetsing in de bijlagen). Energie In de kop van Noord-Holland is veel potentie voor duurzame energieopwekking. De kop van Noord-Holland is een belangrijk gebied voor de productie van windenergie. Gemeente en provincie hebben ook kaders gesteld voor de opwekking van grootschalige zonne-energie. Op de werklocatie Agriport wordt momenteel gebruik gemaakt van energie van de zon en duurzame aardwarmte voor de energievoorziening van de kassen. De kop van Noord-Holland is

44 (56)

een van de beste gebieden in Nederland voor de landbouw door het gunstige gematigde klimaat. Dit gematigde klimaat is ook gunstig voor energie-efficiënte koeling van datacenters. De beschikbaarheid van water, en de mogelijkheden om dit duurzaam in te zetten, draagt daar ook aan bij. Voor het thema energie specifiek voor de nieuwe functie datacenters is in de bijlagen een notitie opgenomen. Restwarmte van datacenters kan op het cluster worden hergebruikt voor bijvoorbeeld de verwarming van kassen. De decentrale energieopwekking in de kassen, met warmte-krachtkoppeling (wkk), produceert elektriciteit die, naast de duurzame windenergie, kan worden gebruikt in de datacenters. Datacenters zijn grootverbruiker van elektriciteit. Net zoals gebruikt voor de locatieontwikkeling, passen zij de Trias energetica toe. Grote datacenters passen energiebesparing en energie-efficientie maximaal toe, zodat een zo laag mogelijk verbruik vereist is voor de data opslag en verwerking. Het resterende stroomverbruik wordt door grotere datacenters veelal voor meer dan de helft ingevuld met duurzame energie 15. Via de infrastructuur op de werklocatie en de aansluitingen op het landelijk net zijn datacenters voorzien van een (duurzame) robuuste elektriciteitsaansluiting en kunnen lokaal of elders opgewekte duurzame stroom gebruiken.

De bovengenoemde mogelijkheden zijn een goed platform voor de vestiging van datacenters. Om te borgen dat bovengenoemde uitwisseling van energiestromen tot stand komt, zal hierin per overeenkomst anderszins worden voorzien. In voorgaande paragrafen zijn bijkomstige effecten voor het thema energie beschreven, zoals de geluidsemissie van koel- en elektriciteitinstallaties en de effecten van deze installaties op de luchtkwaliteit. De effecten van deze installaties voor de omgeving zijn relatief beperkt.

15

Zie bijvoorbeeld https://sustainability.google/projects/announcement-100/ of de website van de Dutch Data Center Association

45 (56)

Windvang windturbines Binnen het plangebied staan geen windturbines. Eveneens is het plangebied niet aangewezen in het ‘Windplan Wieringermeer’ als locatie voor toekomstige windturbines. De meest nabij gelegen turbine staat aan de Nieuw Almersdorperweg op meer dan 1 kilometer afstand van het ontwikkelingsgebied. In het ontwikkelingsgebied wordt geen bouwhoogte mogelijk gemaakt die sterk afwijkt van de bouwhoogte in vigerende bestemmingsplannen en tussen deze turbine en het gebied ligt een groenstrook met bomen. Andere windturbines liggen op grotere afstand waarbij tevens kan worden betrokken dat de overwegende windrichting zuidwest is. Het plan heeft daarmee geen materieel effect voor windturbines in de omgeving van het plangebied (zie tevens beoordeling in de bijlagen). Elektromagnetische velden Voor een datacenter wordt de invloed van elektromagnetische velden op de werking van de computers in het datacenter voorkomen door de computers in gebouwen op te stellen zodat deze zijn afgeschermd. Dit betekent ook dat van appartauur in de gebouwen geen velden buiten de gebouwen waar te nemen zijn. Elektromagnetische velden op een datacenterperceel zal zijn beperkt tot de elektromagnetische velden verbonden aan het transport van elektriciteit. Voor een datacenter zal een aansluiting op het openbare elektriciteitsnet vereist zijn.

Voor de aansluiting wordt een transformatorstation gerealiseerd. Het station en de kabels van/naar het station zijn te beoordelen als mogelijke bronnen voor elektromagnetische velden. De Europese Unie heeft - in een aanbeveling (1999/519/EG) - een referentieniveau van 100 microTesla voor bescherming van mensen vastgelegd. Het RIVM geeft aan dat deze waarde van 100 microtesla in Nederland op voor publiek toegankelijke plaatsen nergens wordt overschreden, ook niet in de buurt van hoogspanningsverbindingen. Wel hanteert het Rijk een voorzorgsbeleid voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Geadviseerd wordt om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan, waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is van 0,4 microTesla (de magneetveldzone). Het beleidsadvies is niet van toepassing op transformatorstations of ondergrondse kabels waar het bestemmingsplan in voorziet16. Maar als voorzorg voor ondergrondse verbindingen en stations kan worden getoetst aan dit advies en is bij andere projecten gebleken dat bij ondergrondse hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstations op enkele tientallen meters van de voorzieningen geen sprake meer is van overschrijding van de waarde van 0,4 microTesla17.

Gegeven de omvang van het ontwikkelingsgebied, de afstanden tot woningen in de omgeving van het gebied, de mogelijk tracés voor kabels en de in de regels voorziene hinderafstand tot woningen is redelijkerwijs te verwachten dat deze velden (op zich en in cumulatie met gebruikelijke velden in of nabij woningen) geen belemmering voor het plan (zie tevens bijlagen). Kabels en leidingen In het plangebied liggen momenteel kabels en leidingen voor reguliere nutsvoorzieningen van de bestaande woon- en werkfuncties. De kabels en leidingen liggen ter hoogte van de Tussenweg. Met deze tracés zal rekening worden gehouden met de inrichting van het datacenter. Langs de Cultuurweg ligt een hoofdtransportleiding van drinkwaterbedrijf PWN. Deze leiding zal worden gehandhaafd en een datacenter kan op deze leiding een aansluiting krijgen. Dwars over het noordelijk deel van het plangebied ligt een zone voor bestaande en geprojecteerde ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Deze zone worden opgenomen in het bestemmingsplan. Met deze zone wordt rekening gehouden met de inrichting van het plangebied. In een datacenter wordt het stroomverbruik van de servers omgezet in laagwaardige warmte. Deze warmte kan op verschillende manieren worden benut o.a. voor de verwarming van de 16 17

zie bijvoorbeeld kennisplatform EMV op https://www.kennisplatform.nl zie o.a. PIP Netuitbreiding Kop van Noord-Holland op www.ruimtelijkeplannen.nl

46 (56)

eigen bedrijfsgebouwen. Een overschot warmte kan met warm waterleidingen worden afgevoerd naar derden. De vereiste warm- en koud water leidingen worden dan ondergronds geplaatst en zijn sterk geïsoleerd om de warmte niet kwijt te raken. Dergelijke leidingen liggen nu al op de werklocatie Agriport voor distributie van duurzame aardwarmte. Het netwerk kan worden uitgebreid om ook een overschot restwarmte van datacenters te leveren aan warmtegebruikers. Aanleg en gebruik van deze leidingen heeft geen effect op de omgeving anders dan gebruikelijk bij aanleg en gebruik van 'normale' nutskabels en leidingen. Andere vereiste nutsleidingen voor een datacenters (gas, water, elektra, riolering etc.) zijn al aangelegd op/nabij het plangebied of aansluiting van het datacenter op de al beschikbare voorzieningen zullen geen noemenswaardige effecten op de omgeving hebben. Afval Bouwafval wordt bij de realisatie van datacenters zoveel mogelijk vermeden. De apparatuur voor een datacenter wordt zo besteld en afgeleverd, dat deze vrijwel zonder verpakking- en bouwafval direct kan worden geplaatst en aangesloten. Verder zal vrijkomende grond van bouw- en inrichtingswerkzaamheden op de locatie worden hergebruikt in een gesloten grondbalans.

5.16 Conclusie De informatie opgenomen in voorgaande paragrafen geeft als resultaat dat met betrekking tot de milieu- en omgevingsaspecten er geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van datacenters op de betreffende locatie of, zover deze er zijn, in de opzet van het plan er rekening mee is gehouden.

47 (56)

48 (56)

6

Juridische toelichting

6.1 Algemeen Bij de opzet van dit bestemmingsplan is gekozen voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan waarin de regels voor het bestaande bedrijventerrein Venster-West grotendeels als basis zijn genomen en zijn gecombineerd met regels voor de uitbreiding van dit terrein. Het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan de eisen die gelden voor het opstellen van een bestemmingsplan, zoals neergelegd in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). Voor het plan is gebruikt gemaakt van de SVBP 2012. Het juridisch bindende deel van dit bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden; regels omtrent de toegelaten bebouwing en regels betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor gemeente, burgers en ontwikkelaar bindende onderdelen van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan voor de besluitvorming en kan worden gebruikt voor de uitleg van regels en/of verbeelding.

6.2 Verbeelding Op de verbeelding is het plangebied aangeduid waarvoor de regels opgenomen in dit bestemmingsplan zullen gelden. Als ondergrond voor de verbeelding van het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) waar nodig aangevuld met kadastrale gegevens. Daardoor is snel en helder te zien waar percelen, bebouwing, wegen, waterlopen etc. zich bevinden en is de begrenzing van het gebied eenduidig bepaald. De BGT geeft de situatie weer zoals deze was ten tijde van de vaststelling van het plan. Op de verbeelding zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen, gebiedsaanduidingen (geluidzone en wijzigingsgebied), maatvoeringen en functieaanduiding aangegeven. 6.3 Regels Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de SVBP gebruikt. In onderstaande toelichting wordt kort ingegaan op de regels van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 1. Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn de begrippen opgenomen relevant voor dit bestemmingsplan. Voor de begrippen is aangesloten bij de voor dit plan relevante vigerende bestemmingsplannen. Artikel 2. Wijze van Meten In dit artikel is de wijze van meten vastgelegd met betrekking tot o.a. de hoogte en oppervlakte van bouwwerken.

49 (56)

Hoofstuk 2. Bestemmingsregels Artikel 3 ‘Bedrijventerrein’ Dit artikel beschrijft de regels die van toepassing zijn voor gebruik en bouwen in het deel van het plangebied dat is aangewezen als bedrijventerrein. De bestemming maakt de ontwikkeling van datacenters en de daarbij behorende voorzieningen (waaronder verkeersfuncties) mogelijk binnen de gehele bestemming ‘bedrijventerrein’. Op het zuidelijk deel van de bestemming worden de bestaande bedrijfsfuncties van het bedrijventerrein Venster-West toegestaan. Binnen deze bestemming is ook de bepaling ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 2’ opgenomen. Deze bepaling komt oorspronkelijk uit het inpassingsplan ’Netuitbreiding Kop van Noord-Holland’. De wijzigingsbevoegdheid staat, onder de gestelde voorwaarden, toe dat binnen die zone naast de bestemming ’Bedrijventerrein’ ook de dubbelbestemming ’Leiding – Hoogspanning’ wordt gelegd ten behoeve van de aanleg van een hoogspanningsverbinding. Artikel 4 ’Leiding – Hoogspanning’ Dit artikel is opgenomen om de regels van het provinciaal ‘Inpassingsplan netuitbreiding Kop van Noord-Holland’ op te nemen. De regels zijn van toepassing in het deel van het plangebied dat op de verbeelding met een dubbelbestemming is aangeduid voor hoogspanningsverbindingen.

Artikel 5 ’Waarde - Archeologie’ Deze dubbelbestemming is uit vigerende bestemmingsplannen overgenomen om conform de Erfgoedwet, mogelijke archeologische waarden te waarborgen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 ’Anti-dubbeltelregel’ Het artikel ‘Anti-dubbeltelregel’ bevat een standaard regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Artikel 7 ’Algemene bouwregels’ In dit artikel is bepaald dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk slechts wordt verleend als er in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of daarvan sprake is, wordt bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeerregels. In het geval van bijzondere omstandigheden of als op een andere geschikte wijze in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien, kan worden afgeweken van dit artikel, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse. Artikel 8 ‘Algemene gebruiksregels’ In dit artikel is bepaald dat een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van een functie slechts wordt verleend als er in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of daarvan sprake is, wordt bepaald aan de hand van de gemeentelijk parkeerregels.

In het geval van bijzondere omstandigheden of als op een andere geschikte wijze in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien, kan worden afgeweken van dit artikel, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse. Artikel 9 ‘Algemene aanduidingsregels’ In dit artikel zijn de bepalingen voor de ’geluidzone – industrie 1’ opgenomen. Deze zone is gelegen rondom het bedrijventerrein. Op de buitengrens van de zone mag de geluidsbelasting vanwege de inrichting(en) niet meer bedragen dan 50dB. Ter plaatse van de aanduiding geldt dat er geen woningen en andere geluidgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geluidhinder mogen worden gerealiseerd.

50 (56)

Artikel 10 ’Algemene wijzigingsregels’ In dit artikel is voor het plangebied opgenomen welke wijzigingen binnenplans kunnen worden toegestaan op het gebied van archeologie en bedrijfsactiviteiten. Artikel 11 ’Overige regels’ In dit artikel is de van toepassingverklaring van onderhavige bestemmingsplan geregeld. Onder sub a is bepaald dat het bestemmingsplan geldt in aanvulling op de regels en verbeelding van de daar opgesomde bestemmingsplannen en inpassingsplan. Hiermee zijn de bepalingen ten aanzien van de ’Geluidzone – industrie 1’ een aanvulling op de overige regels uit de opgesomde plannen. Onder sub b is opgenomen dat er ter plaatse van de bestemming ’Bedrijventerrein’ uit onderhavige bestemmingsplan geen sprake is van een aanvulling op de huidige plannen (zoals geregeld onder sub a), maar voorliggend bestemmingsplan volledig in de plaats treedt van de regels en verbeelding van de genoemde bestemmingsplannen en inpassingsplan. Hoofdstuk 4 Overgang- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht In het overgangsrecht is een standaard regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd.

Artikel 13 Slotbepaling Dit artikel geeft aan onder welke naam de regels dienen te worden aangehaald. Dit bestemmingsplan dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld.

51 (56)

52 (56)

7

Economische uitvoerbaarheid

Als gevolg van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient er in het kader van een bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van dit bestemmingsplan. In het volgende hoofdstuk wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. Volgens artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening dient de gemeenteraad een grondexploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Volgens het tweede lid van dit artikel kan de gemeenteraad besluiten af te wijken van het vaststellen van een exploitatieplan indien het kostenverhaal van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Voor dit bestemmingsplan is dit laatste van toepassing en is een exploitatieplan daarom niet nodig. De kosten voor de grondexploitatie, inclusief een kwaliteitsverbeteringsbijdrage en eventuele planschade, zijn verzekerd door middel van een met initiatiefnemer gesloten zogenaamde anterieure overeenkomst. Om deze reden is het risico voor gemeente om medewerking te verlenen aan dit plan beperkt. Een zakelijke beschrijving van de anterieure overeenkomst zal op de gebruikelijk wijze worden gepubliceerd.

Initiatiefnemer kan tevens beschikken over de gronden die worden bestemd voor realisatie van datacenters en de nog beschikbare gronden op de aangrenzende locatie VensterWest zodat deze integraal kunnen worden ontwikkeld. Er is concrete interesse getoond voor realisatie van datacenters op deze locatie. Op basis van bovenstaande kan in redelijkheid verwacht worden dat het plan kan worden verwezenlijkt in de reguliere plantermijn en is daarmee de economische uitvoerbaarheid van het plan in voldoende mate gewaarborgd.

53 (56)

54 (56)

8

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

8.1 Inleiding In dit hoofdstuk is aangegeven of het plan naar aanleiding van reacties, of op basis van voortschrijdend inzicht, is aangepast. Tevens is beknopt de procedure voor het plan beschreven. Allereerst wordt op hoofdlijn aangegeven wat de lokale en regionale effecten kunnen zijn van de vestiging van datacenters voor de sociale en maatschappelijk structuur. 8.2 Effecten sociale en maatschappelijke structuur De ontwikkeling van de locatie Agriport heeft invloed op de lokale en regionale sociale en maatschappelijke structuur. Er zullen naar verwachting circa 3000-4000 arbeidsplaatsen ontstaan binnen het gehele gebied van Agriport. In 2017 kon al geconstateerd worden dat de groei van de werkgelegenheid de grens van 2000 FTE overschrijdt. De nut en noodzaak voor ontwikkeling van het plangebied is door de vestiging van een twintigtal bedrijven op de bedrijventerreinen (waaronder twee grote datacenters) en tien grootschalige glastuinbouwbedrijven kwalitatief bewezen. Door het aantrekken van de nieuwe bedrijvigheid en de daarmee gemoeide werkgelegenheid is de omzet voor bestaande bedrijven, winkels en voorzieningen lokaal en in de regio behouden en soms toegenomen. Voor de bestaande middenstand en maatschappelijk leven heeft dat een impuls gegeven. Ondanks de financiële crisis heeft het bestaande voorzieningenniveau binnen de regio zich weten te handhaven.

De komst van nieuwe datacenters in het plangebied zal voor bovengenoemde aspecten een aanvullende impuls zijn. Tijdens de bouwfase van een datacenter zullen tientallen werknemers van lokale en regionale bouw-, installatiebedrijven en andere dienstverlening (zoals beveiliging) zijn betrokken. Tijdens de exploitatiefase is de directe werkgelegenheid in een datacenter circa 4-5 FTE per hectare en kan daarmee oplopen met circa 250 FTE. Een deel daarvan zal hoger opgeleid zijn en direct betrokken zijn bij de dataopslag. Daarnaast zal vast personeel vereist zijn voor taken als beveiliging en onderhoud (van installaties en opstallen). Ook creëert de komst van een datacenter indirecte werkgelegenheid voor allerhande ondersteunende diensten zoals voor toelevering van gebruiksmaterialen. 8.3 Overleg in kader van artikel 3.1.1 Bro en participatie omgeving Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders waar nodig vooroverleg te plegen met de gemeente(n), het hoogheemraadschap, de provincie en de (vertegenwoordigers van de) minister waarvan de belangen in het plan in het geding zijn. Het overleg dient ertoe de gevolgen van het plan voor deze belangen te bespreken. Het overleg met het hoogheemraadschap is gericht op de gevolgen van het plan op de waterhuishouding, die met behulp van de watertoets zijn onderzocht.

Overlegpartners kunnen bovendien van te voren aangeven of in bepaalde gevallen geen overleg is vereist. De provincie Noord-Holland en regionale partners zijn nauw betrokken bij het aantrekken van internationaal aansprekende partijen naar dit regionale cluster voor de realisatie van datacenters. Over het voornemen dit bestemmingsplan in procedure te brengen is door gemeente met o.a. provincie overleg gevoerd. Hiermee is deels al invulling gegeven aan een deel van het vooroverleg. Het plan wordt gerealiseerd binnen de begrenzing van de bestaande werklocatie. Het betreft een perceel waarvoor in de Omgevingsvisie van gemeente uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Venster West is aangegeven. Met de betrokkenen gevestigd in

nl_rapport.docx 20161201

55 (56)

het ontwikkelingsgebied is de voorgenomen ontwikkeling afgestemd en in de procedure is ruimte voor overleg en afstemming van het plan met omwonenden. Er is een concept ontwerp bestemmingsplan opgesteld en aan de overlegpartners toegezonden. De reacties van de overlegpartners op het concept ontwerpplan zijn verzameld en beantwoord in een verslag, dat als bijlage bij dit plan is opgenomen. In zoverre de reacties van overlegpartners aanleiding waren om het concept ontwerpbestemmingsplan aan te passen, is dit vermeld in dit verslag en zijn deze aanpassingen doorgevoerd in het ontwerp bestemmingsplan. 8.4 Procedure Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening met de bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage gelegd. De kennisgeving van de terinzagelegging is op de gebruikelijke wijze (in de Staatscourant en in het Gemeenteblad) bekendgemaakt. Voor de beantwoording van zienswijzen is een nota opgesteld. In de nota is tevens aangegeven of, en zo ja op welke wijze, het ontwerpbestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van de zienswijzen (en/of voortschrijdend inzicht). De nota is opgenomen als bijlage van het bestemmingsplan en is bij de besluitvorming over het plan betrokken door de gemeenteraad. Bij de vaststelling heeft de gemeenteraad een amendement aangenomen, dat eveneens is verwerkt in dit plan.

Na publicatie van de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad volgt een beroepstermijn van zes weken. Na het vaststellingsbesluit zal elke individuele indiener van een zienswijze (of de gemachtigde daarvan) een brief ontvangen waarin de beantwoording van de zienswijze is beschreven en waarin is aangegeven of de zienswijze leidt tot aanpassing van het plan. In de brief zal ook worden aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn beroep kan worden aangetekend tegen het vastgestelde bestemmingsplan.

nl_rapport.docx 20161201

56 (56)

Regels

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 2 van 28

Inhoudsopgave regels

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

5 5 12

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Bedrijventerrein Leiding - Hoogspanning Waarde - Archeologie

13 13 17 19

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

21 21 22 23 24 25 26

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

27 27 28

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 Beeldkwaliteitseisen datacenter

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 3 van 28

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 4 van 28

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 1.1

Begrippen

plan

het bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 met identificatienummer NL.IMRO.1911.BPAgriportB1-va01 van de gemeente Hollands Kroon; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.6

aansluiting

een verbinding die via een veld met de rail is verbonden en daarmee onderdeel uitmaakt van het hoogspanningsnet; 1.7

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8

bebouwingspercentage

een in het plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouw- dan wel bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.9

bedrijf

een onderneming waarin doorgaans met economisch oogmerk goederen worden vervaardigd, bewerkt, verwerkt en/of opgeslagen; 1.10

bedrijfsgebouw

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, daaronder niet inbegrepen kassen;

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 5 van 28

1.11

bedrijfsgebonden kantoren

een deel van een bedrijf (al dan niet in hetzelfde gebouw als waar de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden), waarbinnen administratieve en daarmee gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten ten behoeve van dat bedrijf worden uitgeoefend; 1.12

bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.13

bedrijven voor agribusiness en logistiek

1. bedrijven, die direct agrarische producten kweken, bewerken of verwerken uit de sectoren akkerbouw, bollenteelt, tuinbouw, glastuinbouw en veeteelt en bedrijven die (mede) de logistiek daarvan verzorgen; en/of 2. bedrijven die een ondersteunende functie vervullen voor de bedrijven op het bedrijventerrein en de regio; en/of 3. bedrijven, die logistieke stromen verbinden, regisseren en clusteren om het vrachtvervoer over de weg te beperken, door op- en overslag van producten (groothandel) op het bedrijventerrein Agriport A7; 1.14

belemmeringenstrook

een strook grond of water waaraan beperkingen kunnen worden opgelegd in verband met de veiligheid van ondergrondse en/of bovengrondse kabels en leidingen 1.15

bestaand

bij bouwwerken: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; bij gebruik: ten tijde van het van kracht worden van het betreffende gebruiksverbod. 1.16

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.17

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18

bijbehorend bouwwerk

aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; 1.19

bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.20

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 6 van 28

1.21

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.22

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.23

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel; 1.24

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.25

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26

bouwwerk, geen gebouw zijnde

elk bouwwerk geen gebouw zijnde; 1.27

dagrecreatief medegebruik

een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, met uitzondering van verblijfsrecreatieve voorzieningen; 1.28

datacenter

een bedrijf dat zich in hoofdzaak richt op het digitaal opslaan en verwerken van informatie, waaronder mede begrepen bedrijven gericht op de computerservice en informatietechnologie noodzakelijk voor datacenters; 1.29

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.30

erf

onbebouwd gedeelte van een bouwperceel; 1.31

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met minimaal twee wanden omsloten ruimte vormt; 1.32

geluidgevoelig object

gebouw dat dient ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.33

geluidzone-industrie

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 7 van 28

de met de aanduiding 'geluidzone-industrie' aangegeven zone, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege een gezoneerd industrieterrein of inrichting de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan; 1.34

geluidzoneringsplichtige inrichting

een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.35

grondgebonden agrarische bedrijven

een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt; 1.36

hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.37

hoogspanningsverbinding

ondergrondse (hoogspannings)verbinding die is bestemd voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 110 kV of hoger; 1.38

horecabedrijf

een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie; 1.39

internetdetailhandel

detailhandel in goederen, die via internet worden verkocht zonder dat daarbij afhaalmogelijkheden of een toonbankfunctie wordt geboden; 1.40

kabelbed

ruimtebeslag dat door een gemeenschappelijk tracé van één of meer kabels, die toebehoren aan één netwerkbeheerder, wordt gevormd; 1.41

kampeermiddel

tenten, tentwagens, kampeerauto’s of caravans dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voor zover niet als bouwwerk aan te merken, die geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf dan wel voor nachtverblijf van personeel, werkzaam op het kampeerterrein waar deze onderkomens of voertuigen zijn geplaatst; 1.42

kennisintensieve en innovatieve bedrijven

een bedrijf gericht op dienstverlening of onderzoek en ontwikkeling van kennisintensieve/innovatieve producten en technieken, met proefopstellingen en demonstratieruimte;

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 8 van 28

1.43

landschappelijke waarde

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.44

maaiveld

de hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op de bestaande bebouwing; 1.45

mestopslagplaats

een constructie van beton, hout of staal, dan wel een aarden put bekleed met folie of beton, dan wel een gemetselde constructie die geheel of gedeeltelijk is ingegraven en wordt omgeven door een grondwal ten behoeve van de opslag van drijfmest. Onder een mestopslagplaats wordt niet begrepen een mestkelder, zijnde een volledig ondergrondse bak, die is gecombineerd met een gebouw; 1.46

normale onderhoudswerkzaamheden

werkzaamheden die periodiek moeten worden uitgevoerd ter instandhouding van de met de bestemming beoogde doeleinden; 1.47

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes en apparatuur voor telecommunicatie; 1.48

ondergeschikte detailhandel

detailhandelsactiviteiten die aan te merken zijn als rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van een niet-detailhandelsbedrijf en daaraan in bedrijfseconomisch en ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn; 1.49

ondergeschikte horeca

horeca-activiteiten die aan te merken zijn als rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van een niet-horecabedrijf en daaraan in bedrijfseconomisch en ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn; 1.50

ondergeschikt kantoor

een gebouw of een deel van een gebouw dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten, waarbij deze werkzaamheden en activiteiten uitsluitend worden verricht ten dienste van en ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op hetzelfde bouwperceel; 1.51

overkapping

een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet, óf met ten hoogste twee wanden is omsloten; 1.52

peil

a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: - de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een b. perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: - de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij aanvang van de bouw; indien c. op het water wordt gebouwd: - het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 9 van 28

1.53

perceelsgrens

een grens van een bouwperceel; 1.54

risicovolle inrichting

een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, niet zijnde een 'lagedrempelinrichting' als bedoeld in artikel 1 lid 1 van het Besluit risico's zware ongevallen 2015; 1.55

seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/ pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.56

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel(s) van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.57

voorgevellijn

de gevel van een woning of hoofdgebouw, alsmede het verlengde daarvan, langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing de evenwijdige aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluiteind aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; 1.58

voorkeursgrenswaarde

de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder; 1.59

wonen

bewonen van een woning door één afzonderlijke huishouding; 1.60

woning

een (gedeelte van een) gebouw dat uitsluitend dient voor de huisvesting van één huishouden; 1.61

woonschip

schip dat uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is voor bewoning; 1.62

zakelijk toerisme

de activiteiten van personen die reizen naar en verblijven op plaatsen buiten hun normale omgeving, voor niet langer dan een (aaneengesloten) jaar, om redenen van zaken;

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 10 van 28

1.63

zelfstandig kantoor

een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij de dienstverlening niet ten dienste staat van en verbonden is aan de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, maar een afzonderlijke eenheid vormt.

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 11 van 28

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstanden

afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot erfafscheidingen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2

afstand tot de (zijdelingse) bouwperceelgrens van een bouwperceel

tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.3

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, ventilatieafvoer, hijskranen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel met uitzondering van dakkapellen; daar waar aangekapt wordt aan het bestaande dakvlak wordt de goot niet als goothoogte gerekend; 2.6

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 12 van 28

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 3.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. datacenters, al dan niet zijnde geluidszoneringplichtige inrichtingen en met de daaraan ondersteunende en noodzakelijke installaties ten behoeve van de koelwater-, elektriciteiten energievoorziening met inachtname van het bepaalde in artikel 9.1.2 en zover deze vallen binnen milieucategorie 1 tot en met 3.2 en voor zover voor een thermische centrale of andere verbrandingsinstallatie een vermogen van 300 megawatt niet wordt overschreden; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1' kennisintensieve en innovatieve bedrijven zover deze vallen binnen milieucategorie 1 tot en met 3.2, van de Staat van bedrijfsactiviteiten in de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1' bedrijven voor agribusiness en logistiek zover deze vallen binnen milieucategorie 1 tot en met 3.2, van de Staat van bedrijfsactiviteiten in de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten; d. nutsvoorzieningen, kabels en leidingen; met daarbij behorende: e. infrastructurele voorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen, waterberging en groenvoorzieningen; f. wegen en parkeervoorzieningen; g. ondergeschikte horeca; h.

ondergeschikte kantoren, waarbij het aantal m2 bedrijfsvloeroppervlakte voor kantoren niet meer mag bedragen dan 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte. 3.2

Bouwregels

Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. de bouw van bedrijfswoningen is niet toegestaan; b. de afstand tussen de naar de ontsluitende weg toegekeerde gevel, zijnde de voorgevelrooilijn, van een hoofdgebouw en de perceelsgrens bedraagt minimaal 5 m; c. de afstand tussen bedrijfsgebouwen en de zijdelingse perceelsgrens dient tenminste 3 m te bedragen, met dien verstande dat, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1', de afstand van de bedrijfsgebouwen tot de as van de rijksweg A7 minimaal 125 meter en tot de as van de Cultuurweg minimaal 20 meter bedraagt; d. de afstand tussen bouwwerken, geen gebouwen zijnde en de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 3 meter te bedragen, met dien verstande dat, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1', de afstanden tot de as van de rijksweg A7 minimaal 75 meter en tot de as van de Cultuurweg minimaal 20 meter bedraagt; e. de hoogte van bedrijfsgebouwen mag ten hoogste 15 m bedragen; f. in afwijking van het bepaalde onder sub e mag de hoogte van bedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m)” maximaal de daar aangegeven maat bedragen; g. de hoogte van erfafscheiding mag ten hoogste 2,5 m bedragen;

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 13 van 28

h. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 10 m bedragen; i. in afwijking van het bepaalde onder sub h mag de hoogte van een vrijstaande schoorsteen ten hoogste 25 m bedragen; j. het bouwperceel mag maximaal voor 80% worden bebouwd; k. bebouwing en groenvoorziening ten behoeve van een datacenter is alleen toegestaan als in de zone langs de rijksweg A7 mede wordt voldaan aan de eisen zoals opgenomen in Bijlage 2 Beeldkwaliteitseisen datacenter. 3.2.1 Bestaande maten a. voor een bouwwerk dat krachtens een bouwvergunning of een omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan de in hoofdstuk 2 voorgeschreven maximummaten, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan de in hoofdstuk 2 voorgeschreven minimummaten, als ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden; b. ingeval van herbouw is sub a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing indien de herbouw op dezelfde plaats geschiedt; c.

op een bouwwerk als hiervoor bedoeld is het overgangsrecht bouwwerken, zoals opgenomen in dit plan, niet van toepassing. 3.3

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 onder g ten behoeve van een maximum bouwhoogte van 4 m, indien: 1. er tegen de uitbreiding van de bebouwing uit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan, en; 2. de beperkingen welke voortvloeien uit aanwezige risicocontouren als gevolg van de rijksweg A7 in acht worden genomen. b. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 ten behoeve van: 1. anders dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)", afwijkingen van de bouwhoogte met niet meer dan 5 meter voor zover dit om technische redenen en/of redenen van doelmatigheid noodzakelijk is en uit het oogpunt van welstand en beeldkwaliteit niet bezwaarlijk is; 2. afwijkingen van bebouwingsgrenzen en voorgeschreven maten met ten hoogste 10% maar niet meer dan 2 m voor zover dit om technische redenen en/of redenen van doelmatigheid noodzakelijk is en uit het oogpunt van welstand en beeldkwaliteit niet bezwaarlijk is; 3.

het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde, gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van openbare nutsdoeleinden of andere naar doelstelling daarmede vergelijkbare instellingen, zoals gasreduceerstations, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en wachthuisjes voor verkeersdiensten, onder de voorwaarde dat:  de inhoud van de gebouwtjes niet meer bedraagt dan 75 m3;  de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: 1. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van detailhandel, uitgezonderd internetdetailhandel of ondergeschikte detailhandel van op het bedrijventerreinen geproduceerde producten;

Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Pagina 14 van 28

2. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor buitenopslag van onbebouwde gronden aan de randen van het bestemmingsvlak voor een voorgevelrooilijn of aan de zijde van de rijksweg A7; 3. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor risicovolle inrichtingen; 4. het gebruiken of laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van seksinrichtingen; 5. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen; 6. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van de opslag van afvalstoffen, met uitzondering van mestopslag ten behoeve van een agrarisch bedrijf; 7. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van de opslag van in ongerede geraakte voertuigen e.d.; 8. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van de standplaatsen voor kampeermiddelen; 9. het gebruiken van (vrijstaande) bijbehorende bouwwerken (of een gedeelte van een hoofdgebouw) als zelfstandige en/of als afhankelijke woonruimte; 10. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van zelfstandige kantoren; 11. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van geluidgevoelige objecten. 3.4.2

Voorwaardelijke verplichting - verkeersontsluiting

Het gebruiken of laten gebruiken, alsmede bouwen of laten bouwen, van de gronden aangewezen voor ‘bedrijventerrein’, behoudens de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1', mogen worden gebruikt voor de in dit artikel genoemde functies en bebouwing indien zodanige (verkeers)maatregelen zijn getroffen dat de extra verkeerstroom van/naar deze gronden de kruising Agriport-Koggenrandweg-N239-Coppershorn niet belast. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1

Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 onder a, b en c; a. ten behoeve van bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1', die niet zijn opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, maar die gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijk zijn te stellen aan de toegelaten bedrijfsactiviteiten; b. ten behoeve van bedrijfsactiviteiten, die voorkomen in milieucategorie 4.1 in de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, mits gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving de omliggende woningen en bedrijven niet onevenredig nadelig worden beïnvloed; c. ten behoeve van datacenters inclusief daarvoor benodigde voorzieningen waaronder begrepen een transformatorstation in maximaal milieucategorie 4.2 in de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, mits gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving de omliggende woningen en bedrijven niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. 3.5.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=ed028178-d556-4948-b636-6e805533b3dd