2 toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
Projectnummer: 352683 Referentienummer: 500/352683/LV Datum: 30-07-2021
Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1
Definitief
1 (56)
Verantwoording Titel
Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1
Subtitel
Definitief
Projectnummer
352683
Referentienummer
110/352683/EC
Revisie
D2
Datum
30-07-2021
Auteur(s)
Lisanne Teunissen en Luuk Vranken
E-mailadres
luuk.vranken@sweco.nl
Gecontroleerd door
drs. Luuk Vranken
Goedgekeurd door
mr. Lourens Hogenbirk
2 (56)
Toelichting
Inhoudsopgave toelichting
1
Inleiding .................................................................................................................. 5
1.1
Aanleiding ................................................................................................................ 5
1.2
Doelstellingen .......................................................................................................... 8
1.3
Vigerend bestemmingsplan ..................................................................................... 9
1.4
Leeswijzer .............................................................................................................. 10
2
Huidige situatie .................................................................................................... 11
2.1
Ligging ontwikkelingsgebied en plangebied .......................................................... 11
2.2
Huidige ruimtelijke en functionele structuur .......................................................... 12
3
Beleidskader ........................................................................................................ 13
3.1
Algemeen .............................................................................................................. 13
3.2
Beleidsmatige verantwoording locatiekeuze ......................................................... 17
3.3
Duurzaamheid ....................................................................................................... 19
4
Planbeschrijving .................................................................................................. 23
4.1
Inleiding ................................................................................................................. 23
4.2
Achtergrond ........................................................................................................... 23
4.3
Locatiekeuze ......................................................................................................... 24
4.4
Ruimtelijke en functionele structuur ...................................................................... 25
4.5
Landschappelijke inpassing .................................................................................. 25
5
Milieu- en omgevingsaspecten .......................................................................... 27
5.1
Algemeen .............................................................................................................. 27
5.2
Toetsing m.e.r.-plicht ............................................................................................. 28
5.3
Bedrijven en milieuzonering .................................................................................. 28
5.4
Aardkundige waarden en archeologie ................................................................... 30
5.5
Bodem en ondergrond ........................................................................................... 31
5.6
Water ..................................................................................................................... 32
5.7
Klimaatadaptatie .................................................................................................... 35
5.8
Natuur en biodiversiteit .......................................................................................... 36
5.9
Landbouw .............................................................................................................. 37
5.10
Stof, geur en luchtkwaliteit .................................................................................... 38
5.11
Externe veiligheid .................................................................................................. 39
5.12
Lichthinder ............................................................................................................. 41
5.13
Verkeer en vervoer ................................................................................................ 41
5.14
Geluid .................................................................................................................... 43
5.15
Overige omgevingsaspecten ................................................................................. 44
5.16
Conclusie ............................................................................................................... 47
3 (56)
6
Juridische toelichting ......................................................................................... 49
6.1
Algemeen .............................................................................................................. 49
6.2
Verbeelding ........................................................................................................... 49
6.3
Regels ................................................................................................................... 49
7
Economische uitvoerbaarheid ........................................................................... 53
8
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 55
8.1
Inleiding ................................................................................................................. 55
8.2
Effecten sociale en maatschappelijke structuur .................................................... 55
8.3
Overleg in kader van artikel 3.1.1 Bro en participatie omgeving ........................... 55
8.4
Procedure .............................................................................................................. 56
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 13: Bijlage 14: Bijlage 15: Bijlage 16: Bijlage 17: Bijlage 18:
Toets ladder en PRV Beeldkwaliteitsplan Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Geluidsrapportage Luchtkwaliteit Ecologie en biodiversiteit Bodemonderzoek Externe veiligheid Watertoets Verkeersrapportage Toets straalpad, laagvlieggebied en radar Lichtemissie Windvang windturbines Landbouweffectrapportage Energiehuishouding Toetsing elektromagnetische velden Verslag overleg Nota zienswijzen
4 (56)
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Agriport A7 is een agrologistiek cluster centraal gelegen in de regio Noord-Holland Noord, langs de rijksweg A7 ten zuiden van Middenmeer in de gemeente Hollands Kroon, zie figuur 1.
Figuur 1: indicatieve weergave locatie Agriport A7
5 (56)
Agriport A7, of kortweg Agriport, is de benaming voor de gehele werklocatie bestaande uit onder andere het regionale bedrijventerrein voor agribusiness en logistiek, een concentratiegebied voor grootschalige glastuinbouw, het bedrijventerrein Venster-West en het wooncluster Wagenweijdt. Op de werklocatie zijn eveneens enkele grotere datacenters al ingepast. In onderstaande figuur 2 zijn de verschillende deelgebieden van Agriport weergegeven. Het deelgebied Agriport 1 wordt gebruikt om het gebied aan te duiden waar de eerste fase van de ontwikkeling is gerealiseerd. Agriport 1 is in figuur 2 in het groen aangegeven. Agriport 2 is het uitbreidingsgebied en is in figuur 2 in het blauw aangegeven. De uitbreiding voor in hoofdzaak grootschalige glastuinbouw is aangegeven als deelgebieden A1 t/m A3. De gronden ten noorden van het bestaande bedrijventerrein Venster-West zijn aangeduid als ‘deelgebied B’. Binnen het uitbreidingsgebied zijn de deelgebieden A1 en A2 bestemd en in gebruik voor in hoofdzaak grootschalige glastuinbouw. Deelgebieden A3 en B zijn in eerdere visies van gemeente, en de vigerende Omgevingsvisie Hollands Kroon, aangegeven als aanvullende mogelijkheden voor uitbreiding van de werklocatie.
Het gebied van de werklocatie waar onderhavig bestemmingsplan voor is opgesteld is in onderstaande figuur indicatief rood omkaderd en betreft een deel van het bestaande bedrijventerrein Venster-West en het ‘deelgebied B1’van Agriport 2.
Figuur 2: De werklocatie Agriport ten zuiden van Middenmeer. De werklocatie is verdeeld in twee ontwikkelingsfasen; Agriport 1 in groen en Agriport 2 in blauw. Rood omkaderd is het gebied waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld in globaal aangegeven.
6 (56)
Op en nabij het cluster zijn activiteiten in de voedsel- en agribusinessketens geclusterd ontwikkeld. Deze activiteiten worden gecombineerd met niet-agrarische functies voor onder andere optimalisatie van de logistiek en gecombineerd met ondersteunende voorzieningen, waaronder slimme nutsinfrastructuur, waar ook andere functies, zoals duurzame energie opwekking en datacenters, kunnen aanhaken. De locatie Agriport is door het NFIA1 (onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat), Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, Provincie Noord-Holland, gemeente en ontwikkelaar gepresenteerd aan diverse nationale en internationale partijen. De clustering van bedrijven die gebruik maken van dezelfde infrastructuur en bovendien gebruik kunnen maken van elkaars reststromen blijkt tot grote verduurzaming van de bedrijfsvoering te kunnen leiden voor de betrokken bedrijven (zie tevens bijlagen plantoelichting). Meerdere datacenterbedrijven hebben daarom interesse getoond om een vestiging te openen op het cluster. Op een deel van het regionale bedrijventerrein Agriport A7 is in 2013 een groot datacenter gevestigd. Door de vestiging van dit datacenter was de bestemde ruimte voor vestiging van datacenters op de locatie ingevuld. Op de werklocatie Agriport kunnen op andere geschikte locaties grotere datacenters worden ingepast.
Er is in 2015 een perceel beschikbaar gekomen aan de Tussenweg waar een tweede groter datacenter zich heeft gevestigd. Tevens bestaat de mogelijkheid om op het bedrijventerrein Venster-West een datacenter te vestigen. Op dit bedrijventerrein is echter nog circa 10 hectare uitgeefbaar. Na overleg met burgers en betrokken instanties is door gemeente Hollands Kroon in de ‘Omgevingsvisie Hollands Kroon’ aangegeven dat het bedrijventerrein Venster-West kan worden uitgebreid als er behoefte is aan nieuwe bedrijfsruimte. Dit bestemmingsplan is opgesteld om naar aanleiding van concrete interesse een ruimtelijk kader te scheppen voor optimalisatie en uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein VensterWest, zodat deze locatie kan worden benut om bedrijven met een grote ruimtevraag, zoals grote datacenters, optimaal te kunnen inpassen.
1
De Netherlands Foreign Investment Agency, kortweg NFIA, ondersteunt buitenlandse bedrijven die internationale activiteiten in Nederland opzetten of uitbreiden.
7 (56)
1.2 Doelstellingen Zoals verwoord in de visies van gemeente is de verdere ontwikkeling van Agriport binnen de gemeente Hollands Kroon een belangrijke schakel voor versterking van de regionale economie en werkgelegenheid en draagt daarmee bij aan verbetering van de woon- en werkbalans en behoud van het voorzieningenniveau. De ontwikkeling van datacenters is een extra impuls voor deze doelstellingen, voor zowel de directe als indirecte werkgelegenheid. Een datacenter biedt ook een goede mogelijkheid voor kennisontwikkeling en de kans is reëel dat werknemers, voor een flink deel ook hoger opgeleiden, zich zullen vestigen in de regio en/of de regio niet hoeven te verlaten. In de komende decennia zal er ook moeten worden gewerkt aan transities. Er zijn grote opgaven in samenhang met klimaatverandering, de overgang naar duurzame energie, verdere verstedelijking, bereikbaarheid, een gezonde leefomgeving, natuur en biodiversiteit en de economische transitie (naar steeds meer een kenniseconomie). Voor een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid is passende ruimte voor transities vereist. Op de werklocatie Agriport zijn in de afgelopen jaren meerdere initiatieven voor deze transities gecombineerd ontwikkeld. De ontwikkeling van datacenters is een extra impuls voor bovengenoemde doelstellingen.
Het datacenter draagt bij aan de (in)directe werkgelegenheid in de regio en biedt ook een goede mogelijkheid voor kennisontwikkeling. Eveneens is de kans reëel dat werknemers, voor een flink deel ook hoger opgeleiden, zich zullen vestigen in de regio en/of de regio niet hoeven te verlaten (zie tevens paragraaf 8.2), Het doel van datacenters is het efficiënt en betrouwbaar opslaan en verwerken van digitale informatie. De locatie Agriport heeft zich kwalitatief bewezen als geschikte vestigingslocatie voor grote datacenters. In de grootschalig verkavelde polder zijn dergelijke activiteiten qua schaalgrootte goed inpasbaar. Agriport is daarnaast een unieke locatie onder andere door de beschikbaarheid van benodigde infrastructuur en de mogelijke koppelingen voor efficiency verbetering en/of verduurzaming van functies. De combinatie van bestaande activiteiten en infrastructuur op Agriport en datacenters biedt kansen om de efficiency en duurzaamheid van beiden te versterken. Door een deel van het bestaande bedrijventerrein Venster-West in samenhang met ‘deelgebied B1’ te bestemmen, kan de vestiging van functies die meer ruimte vragen en een geluidszone kunnen vereisen, zoals grotere datacenters, hier naar behoefte ook mogelijk worden gemaakt.
8 (56)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Binnen het plangebied gelden in de huidige situatie onderstaande bestemmingsplannen en een provinciaal inpassingsplan. IMRO code
Naam bestemmingsplan/inpassingsplan
Vastgesteld
NL.IMRO.1911.BPagriport1va01
Agriport 1
20-09-2016
NL.IMRO.0463.Agriport-0401
Uitbreiding Agriport A7, Grootschalige Glastuinbouw
28-01-2010
NL.IMRO.0463.BPLG2009- va01
Buitengebied Wieringermeer 2009
27-10-2011
NL.IMRO.1911.BPLG2009hez01-VA01
Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiële herziening
06-11-2014
NL.IMRO.1911.BPAgriporthz01-VA01
Uitbreiding Agriport A7, grootschalige glastuinbouw, 1ste partiele herziening
26-03-2015
NL.IMRO.1911.WPAgriport0001-va01
Wijzigingsplan Uitbreiding Agriport A7 deelgebied A2W
07-03-2012
NL.IMRO.1911.BPMMTussenweg-va01
Tussenweg 10-16 Middenmeer
22-11-2016
NL.IMRO.9927.IPnetuitbreidkopnh-HB02
Netuitbreiding Kop van Noord-Holland
20-07-2017
BG
UA A7
BG
BG
A1
Figuur 3: Vigerende plannen (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Rode omkadering ontwikkelingsgebied en gele omkadering plangebied (tevens buitencontour geluidszone, zie tevens figuur 4 en de verbeelding)
9 (56)
De begrenzing van de belangrijkste, in bovenstaande tabel genoemde, bestemmingsplannen is met een gestippelde oranjelijn weergegeven. Het bestaande bedrijventerrein Venster-West is onderdeel van de eerste fase van de ontwikkeling ‘Agriport 1’. Voor deze gronden, met ”A1” weergegeven in figuur 3, geldt het bestemmingsplan ‘Agriport 1’. Op dit terrein is vestiging van onder andere datacenters al toegestaan binnen de bestemming ”Bedrijventerrein – 1’. Een deel van de gronden van dit terrein zullen echter in onderhavig bestemmingsplan opnieuw worden betrokken, zodat het bestaande bedrijventerrein integraal met de uitbreiding van dit terrein kan worden ontwikkeld. Voor de gronden direct ten noorden van het bedrijventerrein Venster-West, die in figuur 3 zijn aangeduid zijn als ”BG”, geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’. Dit plan is in 2011 door de voormalige gemeente Wieringermeer vastgesteld. In 2014 is dit plan partieel herzien en is door gemeente Hollands Kroon het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiele herziening’ vastgesteld. De gronden direct ten noorden van het bestaande bedrijventerrein Venster-West hebben momenteel overwegend de bestemming ‘Agrarisch’.
Voor een strook binnen de gronden waar het bestemmingsplan ’Buitengebied 2009’ van toepassing is, is in 2016 aanvullend het provinciaal inpassingsplan ‘Netuitbreiding Kop van Noord-Holland’ vastgesteld. Deze strook is in bovenstaande figuur met ‘PIP’ aangeduid. Hier geldt een dubbelbestemming ”Leiding – hoogspanning”, deze gronden zijn derhalve ook mede bestemd voor aanleg en in standhouden van ondergrondse hoogspanningskabels. De gronden ten oosten van de rijksweg A7 zijn opgenomen in het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Agriport A7 grootschalige glastuinbouw’. Hier geldt in hoofdzaak de bestemming ”Agrarischglastuinbouw” en een medebestemming voor datacenters (op een perceel ten noorden van de Tussenweg). De beoogde ontwikkeling, het bouwen van datacenters, is op het bestaande bedrijventerrein Venster-West toegestaan, maar is in deelgebied B1 (zie o.a. figuren 2 en 3) in strijd met de huidige bestemming. Na vaststelling van dit bestemmingsplan kunnen de betreffende gronden integraal worden ontwikkeld voor functies die meer ruimte vragen, zoals grotere datacenters. 1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan gaat vergezeld van deze toelichting, waarin de achterliggende gedachten van het plan zijn verwoord. Hoofdstuk 2 van de toelichting beschrijft de huidige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt aandacht besteed aan het vigerende beleid op verschillende bestuursniveaus.
Hoofdstuk 4 beschrijft het plan, waarin de te verwachten ontwikkelingen en het gewenste, ruimtelijke beeld onder woorden worden gebracht. De relevante milieu- en omgevingsaspecten van het plan komen aan bod in hoofdstuk 5. Een toelichting op de juridische onderdelen van dit bestemmingsplan is beschreven in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 en 8 beschrijven respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
10 (56)
2
Huidige situatie
2.1 Ligging ontwikkelingsgebied en plangebied Het uitbreidingsgebied aangrenzend en direct ten noorden van het bestaande bedrijventerrein Venster-West heeft een oppervlakte van circa 50 hectare bruto. Het bestaat uit een perceel die in onderstaande figuur is aangeduid met ‘B1’. Het bestaande bedrijventerrein Venster-West is in onderstaand figuur aangeduid als ‘V-W’ en heeft (inclusief waterpartijen) een oppervlakte van circa 20 ha bruto. Een groot deel hiervan (circa 10 ha) valt binnen het plangebied van onderhavig bestemmingsplan. De totale oppervlakte van het gebied waarvoor onderhavig plan is opgesteld is daarmee circa 60 ha bruto. Het gebied ligt aan de westzijde van de rijksweg A7 aan de Cultuurweg te Middenmeer (gemeente Hollands Kroon). In onderstaande figuur 4 is met het uitbreidingsgebied indicatief weergegeven.
B1
V-W
Figuur 4: begrenzing van het uitbreidingsgebied (licht blauw, B1) ten noordwesten van bestaande bedrijventerrein Venster-West (V-W). Met een gele lijn is indicatief de buitengrens van de geluidszone en daarmee het plangebied aangeduid.
De exacte plangrens is opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Het plangebied is groter dan het oppervlak van het bestaande bedrijventerrein Venster-West en het uitbreidingsgebied ‘deelgebied B1’. De reden hiervoor is dat er tevens een geluidszone rondom de ontwikkelgronden wordt opgenomen die deel uitmaakt van het bestemmingsplangebied.
11 (56)
2.2 Huidige ruimtelijke en functionele structuur Agriport 2, zoals weergeven in figuur 4, ligt in een besloten poldervak begrensd door de groenzomen langs de hoofdwaterstructuren gevormd door de Westfriesche vaart en de Medemblikkervaart. Dit deel van de werklocatie is bedoeld voor gefaseerde uitbreiding van functies voor de werklocatie. Ten oosten van de rijksweg A7 is dat in hoofdzaak uitbreiding voor grootschalige glastuinbouw. Fasen A1 en A2 zijn inmiddels daarvoor ontwikkeld. Fase A3 is in de Omgevingsvisie Hollands Kroon aangewezen voor verdere uitbreiding van de werklocatie. In eerdere planvorming voor de uitbreidingslocatie is het deel ten westen van de rijksweg A7 (en ten noorden van het bestaande bedrijventerrein Venster-West) aangeduid als deelgebied B. Parallel aan deelgebied B en het bestaande bedrijventerrein Venster-West ligt aan de westzijde de Cultuurweg en een groenzoom tussen deze weg en de Westfriesche vaart. De Cultuurweg ontsluit het gebied vanuit het noorden en het zuiden. Om sluipverkeer tussen de kernen Middenmeer en Medemblik over deze weg te voorkomen is ter hoogte van het bedrijventerrein Venster-West de weg afgesloten voor doorgaand gemotoriseerd verkeer. Het bestaande bedrijventerrein Venster-West is geheel bouwrijp ingericht. Het zuidelijk deel van dit terrein is woonrijp ingericht en de eerste bedrijven hebben zich hier gevestigd.
Het noordelijk deel van dit terrein is nog niet verkaveld. Voor kleinschalige functies is al wel een inrichtingsplan vastgesteld, maar dit deel van het bedrijventerrein kan ook worden gebruikt voor meer ruimte vragende bedrijfsactiviteiten zoals datacenters. Het bedrijventerrein is al gekoppeld met voorzieningen aan de oostzijde van de rijksweg A7. Het terrein is aan de zuidzijde ontsloten via de Westlanderweg, Nieuwelanderweg en Wagenpad naar de hoofdontsluiting van de werklocatie. Deze heeft in het zuiden en noorden een korte aansluiting op het hoofdwegennet. Voor ontsluiting van het bestaande bedrijventerrein Venster-West zijn nutsvoorzieningen onder de rijksweg gerealiseerd waaronder persriolering. Tevens liggen hoofdtransportleidingen voor leidingwater aan de oost- en westzijde van de rijksweg. De oppervlaktewaterstructuur ten westen van de rijksweg is al gekoppeld met de waterstructuur ten oosten van de rijksweg middels onder andere twee robuuste duikers ter hoogte van de Tussentocht en Wagentocht. Langs de rijksweg A7 is een zone (in 2020) ingericht met een verbreding van de grasberm langs de snelweg en een waterberging. Hierbij is rekening gehouden met de beoogde landschappelijke inpassing en de eisen voor werken langs de snelweg.
Binnen deelgebied B1 ligt in de huidige situatie woonbebouwing, water en andere functies grotendeels ten dienste van de agrarische bedrijvigheid. Binnen deelgebied ‘B1’ ligt een bouwblok van een melkveehouderij. Deze melkveehouderij is in 2018 verplaatst naar een nieuwe plek in de Wieringermeerpolder. Aan de noordgrens van deelgebied B1 staat een boerderij en twee ‘twee-onder-één-kap’ woningen. In de boerderij is een akkerbouwbedrijf gevestigd. Binnen de grens van het plangebied ligt aan de noordzijde een boerderij waar een grondverzet/loonbedrijf is gevestigd. Dit bedrijf heeft een bedrijfsbestemming en wordt opgenomen in het plangebied. Een deel van het plangebied (een strook in deelgebied B1) is, op grond van het inpassingsplan Netuitbreiding Kop van Noord-Holland, mede aangewezen voor ondergrondse hoogspanningsverbindingen ten behoeve van een transformatorstation aan de Tussenweg. Met dit transformatorstation en de verbindingen is de in de Wieringermeer opgewekte duurzame windenergie gekoppeld aan het landelijk net. Naast bovengenoemde boerderij en woningen direct ten noorden van deelgebied B1 zijn er een beperkt aantal verspreid gelegen woningen en boerderijen. In de omgeving van het ontwikkelingsgebied liggen drie woningen aan de Nieuw Almersdorperweg (westzijde) waarvan één een bedrijfswoning is van een boerderij.
Aan de zuidzijde liggen twee twee-onder-een-kap woningen op meer dan 200 meter van het ontwikkelingsgebied en één woning van een voormalige boerderij aan het Wagenpad. Met deze objecten is in de planvorming rekening te houden. Andere woningen liggen op grotere afstand zodat effecten op voorhand zijn uit te sluiten.
12 (56)
De woonkern Middenmeer ligt ten noorden van het plangebied. De afstand tussen de grens van het ontwikkelingsgebied en de woonkern is meer dan 2 km. Ten zuiden van deze woonkern ligt de provinciale weg N242 waarop ook de Cultuurweg ontsluit.
3
Beleidskader
3.1 Algemeen Om een goed beeld te krijgen van het actuele beleidskader voor dit plan is in de navolgende tabel een overzicht gegeven van relevant nationaal, provinciaal/regionaal en lokaal ruimtelijk beleid. Het betreft het ruimtelijk beleid voor zover dat van belang is voor de beoogde ontwikkeling. Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Bij de voorbereiding van het plan was de SVIR van toepassing. Inmiddels is in samenwerking met overheden, maatschappelijke partijen en burgers de nieuwe Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het Rijk laat de sturing tussen verstedelijking en landschap over aan de provincies, om zo meer ruimte te laten voor regionaal maatwerk en geeft sturing voor wat betreft de nationale belangen door middel van omgevingsagenda’s. Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening, en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor meer decentrale opwekking en gebruik van elektriciteit. Het ‘smart grid’ op de locatie Agriport is al geschikt voor de inpassing van decentrale energieopwekking van o.a. wkk, zon en wind2 en gebruik van deze duurzame energie door een afnemer zoals een datacenter.
Dit plan is opgesteld om op een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein de vestiging van grote datacenters mogelijk te maken. De plaatsing van potentiële restwarmtebron bij restwarmtegebruikers zoals op Agriport wordt nagestreefd past in beleid opgenomen in het NOVI. Het project levert daarmee een bijdrage aan deze duurzame energie doelstellingen uit het rijksbeleid. Nederland wil digitaal koploper en de digitale toegangspoort worden van Europa. Daartoe heeft het Rijk samen met andere partijen een strategie ontwikkeld voor vestiging van (voldoende) datacenters (als onderdeel van de digitale infrastructuur) in Nederland. Mede op basis van de ‘Ruimtelijke strategie datacenters’ is in de Nationale Omgevingsvisie aangegeven dat de werklocatie een van de twee locaties is in Nederland voor grotere datacenters. Het plan geeft invulling aan deze ambities uit het rijksbeleid. Barro De juridische borging van de nationale belangen vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. In het Barro wordt een aantal projecten die van nationaal belang zijn genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden ingekaderd. Aan elk soort project wordt een set regels gekoppeld waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.
Volgens de toelichting van de Rijksoverheid draagt het Barro bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en “vermindering van de bestuurlijke drukte”. Het Barro brengt ook met zich mee dat gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakt aan een belang van één van de projecten in het Barro, nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. 2
Het slimme elektranet op de locatie Agriport is ontwikkeld door de ECW in samenwerking met Liander. ECW staat voor Energie Combinatie Wieringermeer. ECW is namens het collectief van de gevestigde bedrijven de particuliere netbeheerder voor energie-infrastructuur op de locatie en verzorgt tevens de winning en distributie van duurzame aardwarmte, zie www.ecwnetwerk.nl. Het elektranet op de locatie wordt ten behoeve van de duurzame energie opwekking in de Wieringermeer uitgebreid door Tennet en Liander, zie o.a. http://www.tennet.eu/nl/onshoogspanningsnet/onshore-projecten-nederland/kop-van-noord-holland/. Voor meer informatie over slimme elektrainfra zie tevens www.liander.nl.
13 (56)
De ontwikkeling van Agriport is niet aangewezen als project van nationaal belang. Tevens raakt het onderhavige bestemmingsplan niet aan de aangewezen nationale belangen. De beleidsruimte van de gemeente bij het invullen van dit bestemmingsplan wordt derhalve niet beperkt door het Barro. Rarro Het plangebied wordt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) niet als reserveringsgebied ten behoeve van de mogelijke uitbreiding van een hoofdweg of delen daarvan aangewezen. Derhalve wordt de ontwikkeling niet beperkt door de Rarro. Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het instrument om ruimtelijke behoeften als wonen, werken, recreëren, mobiliteit, water en natuur in een samenhangende benadering te verdelen. In de Wro zijn inhoudelijke en procedurele bepalingen opgenomen voor nieuwe bestemmingsplannen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder geregeld in artikel 3.1.6 leden 2-4 Bro. De ladder bevat treden die achter elkaar doorlopen worden en waarmee ruimtelijke besluiten moeten worden gemotiveerd.
Dit betekent dat als in een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, de behoefte aan die ontwikkeling moet worden beschreven. Indien de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. In artikel 1.1.1 sub i Bro is opgenomen wat verstaan dient te worden onder een stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In kader van eerdere procedures doorlopen voor de ontwikkeling van ruimte voor grote datacenters op de locatie Agriport is aan het Bro getoetst en bepaald dat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is voor de ontwikkeling grootschalige datacenters waarin het plan voorziet (voor toetsing van de ladder zie tevens bijlagen van de bestemmingsplan toelichting). Wel zal in het plan onderbouwing van de behoefte en de locatiekeuze moeten worden opgenomen, zodat dit kan worden beoordeeld uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wro. In paragraaf 3.2 en 4.3 is de locatiekeuze onderbouwd.
Gekozen is voor een locatie die optimaal aansluit op de bestaande infrastructuur die nodig is voor datacenters en al geruime tijd voor transformatie naar bedrijventerrein is aangemerkt. Op dit moment is geen alternatieve stedelijke locatie beschikbaar die geschikt is voor de beoogde ontwikkeling. Topsectorenbeleid Het kabinet wil topsectoren waarin Nederland wereldwijd uitblinkt, nog sterker maken. Om dat te bereiken, werken overheid, bedrijfsleven, universiteiten en onderzoekscentra samen aan kennis en innovatie. Op Agriport zijn diverse activiteiten uit topsectoren zoals logistiek, agribusiness &food, tuinbouw, ICT en energie geclusterd ontwikkeld. De komst van up-to-date en unieke dienstverlening die grotere datacenters kunnen bieden zal eveneens een positieve impuls kunnen zijn voor de topsectoren en het bedrijfsleven in het algemeen die in meer of minder mate gebruik maken van deze dienstverlening. Rijkscoördinatieregeling Windpark Wieringermeer In het plangebied van onderhavige bestemmingsplan staan geen windturbines en binnen het plangebied zijn ook geen windturbinelocaties geprojecteerd (zie https://windparkwieringermeer.nl). De dichtstbij gelegen windturbinelocatie ligt ten westen van het ontwikkelingsgebied op meer dan 1 kilometer afstand.
Wet beheer rijkswaterstaatwerken Voor concrete ontwikkelingen en werkzaamheden nabij bepaalde waterstaatwerken van het Rijk, zoals de snelweg A7, op grond van artikel 2 Wet beheer rijkswaterstaatwerken een vergunning bij Rijkswaterstaat moeten worden aangevraagd. In voorkomende gevallen kan het langs de snelweg tevens vereist zijn rekening te moeten houden met het kader ‘Beoordeling van objecten langs (auto)snelwegen’ van Rijkswaterstaat.
Provinciaal en regionaal beleid
14 (56)
Beleidsagenda Energietransitie (2016-2020) en Routeplanner Energietransitie 2020-2050 De provincie heeft in de beleidsagenda drie speerpunten benoemd: 1. Energie besparen, 2. Duurzame energie opwekken en 3. Warmte en koude beter benutten. Voor de energietransitie zijn nieuwe energie(transport)systemen vereist en innovatie. Het lokale netwerkbedrijf ECW op Agriport wordt in de agenda als voorbeeld genoemd. De aanpak volgens de Trias Energetica op Agriport en het energieweb van ECW hebben geresulteerd in innovatieve netwerken waarop naast grootschalige duurzame windenergie en glastuinbouw ook datacenters al zijn aangesloten. De glastuinbouw maakt in toenemende mate gebruik van duurzame aardwarmte voor verwarming van de kassen. Hiervoor is een warmtedistributienet gerealiseerd waarmee ook warmteuitlevering tussen bedrijven kan worden gefaciliteerd. Door de ruimtelijke ordening op de locatie is onder andere restwarmte uitwisseling tussen bedrijven kansrijk en dit zal op objectniveau verder worden uitgewerkt. Hiermee wordt voldaan aan de beleidsagenda van de provincie Noord-Holland. In de Routeplanner Energietransitie schets provincie het beeld van de bestaande situatie en mogelijk routes naar een energieneutraliteit. Bovengenoemde beleid wordt eveneens als vertrekpunt genomen.
Voor datacenters beschrijft de planner kansen (zoals restwarmtebenutting en werkgelegenheid) en bedreigingen (zoals o.a. de beschikbaarheid van elektriciteit). De datacenters op de locatie Agriport maken gebruik van de beschikbare groene energie en zijn goed ontsloten via de bestaande en geprojecteerde verbindingen. Landelijk wordt eraan gewerkt om de knelpunten voor de uitwisseling van restwarmte weg te nemen. Deze uitwisseling wordt momenteel op kleine schaal toegepast. Na wegnemen van de knelpunten zal naar verwachting dit op grotere schaal ook toegepast gaan worden, waarbij de nabijheid van een warmtevraag en warmtenet, zoals op Agriport aanwezig, belangrijk is Omgevingsvisie NH 2050 In de Omgevingsvisie beschrijft de provincie haar visie op de provinciale ruimtelijke belangen. Het cluster Agriport is aangewezen als onderdeel van de Greenport Noord-Holland Noord, als concentratiegebied voor glastuinbouw en als grote werklocatie voor combinaties van functies zoals agribusiness, logistiek en datacenters. Vanuit de visie op de toekomst worden de uitdagingen voor de komende decennia op het gebied van klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik beschreven. Duurzaam ruimtegebruik is onder andere vertaald in het zorgdragen voor voldoende en gedifferentieerde ruimte voor economische activiteiten waaraan dit plan bijdraagt.
Provinciale belangen beschreven in deze visie zijn geborgd in een ruimtelijke (omgevings)verordening. Provinciale Ruimtelijke Verordening / Omgevingsverordening De Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) stelde regels, waaraan bestemmingsplannen, wijzigings- en uitwerkingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen (waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan) dienen te voldoen. Deze regels vloeien voort uit de Omgevingsvisie van Provincie en zijn grotendeels overgenomen in de nieuwe Omgevingsverordening (zie website provincie Noord-Holland). In deze verordening zijn eveneens regels opgenomen voor nieuwe functies en bebouwing in het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Bij de verordening behoren documenten met afspraken voor uitwerking van opgaven, zoals het ‘Regionale convenant werklocaties Kop van Noord-Holland’. Onderhavig bestemmingsplan moet aan deze regels voldoen. Strategische beleidskader economie 2016-2019 en Strategische visie Greenport Noord-Holland Noord 2050 De provincie Noord-Holland behoort tot de sterkste en vitaalste economische regio’s van Nederland. De provincie Noord-Holland heeft dus een prima uitgangspositie om een krachtige economische regio te blijven maar niets is gegarandeerd. De financiële crisis heeft zijn sporen nagelaten en maatschappij en wereldeconomie zijn in constante beweging.
De provincie Noord-Holland wil er alles aan doen om de economische motor harder te laten draaien en de economie duurzaam aan te jagen door ruimte te geven aan vernieuwing, duurzaamheid en ondernemerschap als basis voor welzijn en welvaart in de provincie. In dit kader focust de provincie in de uitvoering van dit beleid op behoud en versterken van een goed vestigingsklimaat voor bedrijven. Een voldoende kwalitatief en kwantitatief aanbod van ruimte is een cruciale randvoorwaarde voor de economie en bepaalt de aantrekkelijkheid van een regio voor economische activiteiten mede voor de vestiging van internationale bedrijven. Daarbij ziet de provincie als relevante aspecten zoals bijvoorbeeld aantrekkelijke en duurzame regionaal geclusterde werklocaties, een sterk innovatieklimaat en uitstekende digitale infrastructuur zoals de werklocatie Agriport als onderdeel van de Greenport Noord-Holland Noord. De Greenport heeft in een visie tot 2050 vijf hoofdopgaven benoemd; ruimte bieden voor agrarische ontwikkelen, optimaliseren van de draaischijffunctie, bouwen aan een aantrekkelijk agribusinesslandschap, realiseren van energieneutrale en klimaatadaptieve Greenport. Een combinatiegebied zoals Agriport waarin samengewerkt
15 (56)
wordt aan innovatieve oplossingen en functiemening, mede gericht wordt op energiebesparing en klimaatadaptie, ligt in lijn met deze visie. De realisatie van grotere datacenters in Noord-Holland Noord, door vooraanstaande nationale of internationale bedrijven in deze sector, zal eveneens bijdragen aan het realiseren van deze doelstellingen. Daarvoor is vereist dat ook provincie tijdig medewerking verleend aan het creëren van ruimte voor grote datacenters. In bredere zin zal de realisatie van grotere datacenters in Noord-Holland ook bijdragen aan versterken van de regio Amsterdam als Global Business Gateway en de versterking van het ICT cluster in de Randstad, inclusief een belangrijke impuls voor de Amsterdam Internet Exchange als een van de belangrijkste knooppunten in de wereld voor alle vormen van digitale communicatie.
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Hollands Kroon In de Omgevingsvisie van gemeente Hollands Kroon wordt het beleid voor de locatie Agriport A7 bestendigd zoals geformuleerd door provincie en gemeente in het afgelopen decennia. Een belangrijk kenmerk van Agriport A7 is samenwerking. Samenwerking binnen de keten, ketenintegratie en dwarsrelaties tussen verschillende ketens waarbij goede mogelijkheden ontstaan voor gebruik van reststromen (warmte, proceswater, CO2) van bedrijven in de omgeving. Daarmee is Agriport ook de plek voor datacenters nu zij onder andere kunnen bijdragen aan de concurrentiekracht en verduurzaming van het cluster. In de Omgevingsvisie is gesteld dat als er voldoende aantoonbare behoefte is aan nieuwe bedrijfsgrond uitbreiding in de richting van onderstaande locaties voor de hand ligt.
Bovenstaande figuur is opgenomen in de Omgevingsvisie Hollands Kroon. De linker figuur betreft de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Venster-West ten westen van de rijksweg A7. De rechter figuur geeft aan welke ruimte in de Omgevingsvisie is beschreven voor uitbreiding van de werklocatie ten oosten van de rijksweg A7 (in hoofdzaak deelgebied A3 zoals weergegeven in figuur 2). Bovenstaand figuur is in zoverre relevant voor onderhavig bestemmingsplan dat op het bedrijventerrein Venster-Wenst de vestiging van datacenters al is toegestaan. Het terrein biedt echter nog niet voldoende ruimte voor een groter datacenter. Voor deze uitbreiding is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. Het plan sluit daarmee aan op de gemeentelijke omgevingsvisie. (concept) Gebiedsplan ‘Productielandschap Wieringermeer’ De gemeente Hollands Kroon heeft samen met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de provincie Noord-Holland een (concept) plan voor het productielandschap in de Wieringermeerpolder opgesteld. In het (concept) gebiedsplan is aangegeven wat er mogelijk is binnen het gebied Wieringermeer en welke ontwikkelprincipes er dan gelden voor nieuwe ontwikkelingen. De Wieringermeer is een dynamisch gebied waarin veel gebeurt; denk aan de ontwikkeling van Agriport met kassen en datacenters, maar ook aan de realisatie van Windpark Wieringermeer.
Inmiddels is door gemeente besloten het gebiedsplan niet zelfstandig vast te stellen. Het proces van het concept Gebiedsplan Wieringermeer heeft inzichten, informatie en inhoudelijke kaders opgeleverd en daarnaast zijn er
16 (56)
nieuwe trends en ontwikkelingen die zullen worden betrokken bij het proces voor de actualisatie van de Omgevingsvisie (en het daaruit voortkomende omgevingsplan).
Op hoofdlijn zijn uit bovenstaande samenvatting de volgende conclusies te trekken met betrekking tot het beleidskader: •
De inpassing van datacenters op de werklocatie Agriport sluit goed aan op de ambities en beleid van het Rijk, provincie Noord-Holland, de regio en gemeente Hollands Kroon mede voor wat betreft klimaatbestendigheid en duurzaam ruimtegebruik.
•
In bredere zin is de ontwikkeling van een groter datacenter een verdere versterking van de regionale economie, van de internationale concurrentiekracht van Noord-Holland en van de ICT-sector in de provincie en de Randstad.
•
Binnen het ruimtelijk beleid van gemeente is aangegeven dat uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Venster West op de werklocatie Agriport bij voorkeur plaatsvindt in de richting waarin dit plan voorziet. Voor het bestemmingsplan is, naast de medewerking van gemeente, ook de medewerking van provincie en regio vereist.
•
De ontwikkelingsprincipes zoals genoemd in het gebiedsplan ‘Productielandschap Wieringermeer’ voor o.a. de landschappelijke inpassing en het thema water zijn voor het plan relevant.
•
Voor onderbouwing van het plan is het van belang om in de toelichting op deze nieuwe stedelijke ontwikkeling onder andere de aspecten die volgen uit provinciaal ruimtelijk beleid te beschrijven. Hierbij dient het kader van het Rijk voor werken in de zone direct langs de rijksweg A7 ook te worden betrokken.
•
Voor de volledigheid van de toelichting is het gepast te beschrijven hoe het plan is getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ en mogelijke effecten voor de windvang van nabijgelegen windturbines te beschrijven.
Voor een aantal van de bovengenoemde beleidsaspecten wordt in de navolgende paragrafen een nadere toelichting gegeven. 3.2 Beleidsmatige verantwoording locatiekeuze In kader van eerdere procedures doorlopen voor de ontwikkeling van ruimte voor grote datacenters op de werklocatie Agriport is beoordeeld hoe dit zich verhoudt tot de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (hierna Ladder). Voor de inpassing van deze nieuwe functie is bepaald dat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is voor de ontwikkeling van grootschalige datacenters waarin het plan voorziet (voor toetsing van de ladder zie tevens bijlagen van de bestemmingsplan toelichting). Wel zal in het plan onderbouwing van de behoefte en de locatiekeuze moeten worden opgenomen, zodat dit kan worden beoordeeld uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wro. In o.a. deze paragraaf is de locatiekeuze onderbouwd. De locatiekeuze, door partijen die een groter datacenter willen bouwen in Nederland, is een project op zich. Zij beoordelen vele mogelijke locaties in Nederland (en Europa). Zij krijgen daarvoor informatie aangedragen van alle kansrijke terreinen van onder meer het NFIA en de regionale ontwikkelingsbedrijven.
Op basis van een scala aan selectiecriteria, is in NoordHolland één locatie geselecteerd en geschikt bevonden voor de vestiging van grotere datacenters: Agriport. De locatie is daarmee de enige locatie in de regio die kan voldoen aan de door deze partijen gestelde eisen. De komst van de eerste twee datacenters op Agriport heeft deze geschiktheid bevestigd. De vraag of er ruimte beschikbaar is op andere terreinen in de regio, al dan niet na herstructurering of intensivering, is daarmee niet relevant. Voor de ruimtevraag van grotere datacenters is dan ook geen sprake van een ‘regionale behoefte’. Het
17 (56)
betreft hier immers geen woningbouw, detailhandel, gemengde bedrijfsfuncties of kantoren, waarvoor op meerdere plaatsen ruimte beschikbaar is binnen de regio. De ruimtevraag van datacenters is gericht op locaties waar kan worden voldaan aan gestelde selectiecriteria en waar voldoende ruimte beschikbaar is. Op de werklocatie Agriport is de noordelijke helft van het bestaande regionale bedrijventerrein Agriport A7 (bruto 40 ha) in 2013 benut voor de realisatie van het eerste grote datacenter. Het zuidelijke deel van dit bedrijventerrein is ook grotendeels uitgegeven. De resterende ruimte op het zuidelijk deel van dit bedrijventerrein is te klein om een tweede groter datacenter te kunnen inpassen. Daarbij geldt dat de vestiging van datacenters in of direct naast het grootschalige glastuinbouwgebied goede kansen biedt voor koppelen, versterken en verduurzaming van de activiteiten. Op de locatie Agriport is in 2015 een perceel van 70 ha bestemd voor datacenters. Deze locatie is inmiddels uitgegeven en de bouw van datacenters op dit perceel is gestart. Het bestaande bedrijventerrein Venster-West is ingericht en vestiging van datacenters is hier al toegestaan. Op dit bedrijventerrein is echter nog circa 10 hectare beschikbaar, dat onvoldoende is voor een groter datacenter met een omvang van 20 ha (of groter).
Door het in ontwikkeling nemen van gronden direct aangrenzend aan dit terrein, kan het geheel worden benut voor vestiging van een groot datacenter. Indien dat gebeurt zal wederom, circa 10 hectare, bedrijventerrein worden afgeboekt van het regionale bedrijventerreinenaanbod. In de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020, behorende bij de Omgevingsvisie van provincie Noord-Holland, worden regels gegeven voor bestemmingsplannen die nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken. In de bijlagen van deze toelichting is onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de relevante regels uit de verordening. Daarbij is ook aandacht besteed aan toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening. In deze bijlage wordt ook aangegeven welke regels uit de provinciale verordening voor het plan relevant zijn en op welke wijze in de onderbouwing van het plan hieraan invulling is gegeven. De regiopartners hebben de werklocatie Agriport aangewezen voor de bovenregionale vraag voor grotere datacenters en vastgelegd in het ‘Regionale Convenant werklocatie Kop van Noord-Holland’:
Zolang de vraag zich op Agriport blijft manifesteren, is voldoende voorraad (met name voor datacenters) hier essentieel. Deze voorraad moet ook ruimte blijven bieden aan de koppeling tussen glastuinbouw en datacenters, de verwachting is dat hier de komende jaren meer synergie zal optreden. De markt wil hier graag zitten dus hier moet op worden ingespeeld. Momenteel is al 70 hectare, naast de bestemming voor glastuinbouw, mede bestemd voor datacenters. Partijen erkennen dat een ijzeren voorraad voor deze doelgroep noodzakelijk is, deze voorraad moet ook gelijk uitgeefbaar zijn want lange procedures zijn een minpunt voor de doelgroep van datacenters. Bron: Regionale Convenant werklocatie Kop van Noord-Holland, 2016
Het plan voldoet daarmee aan de afspraken die regio en provincie hebben gemaakt in kader van het ‘Regionale Convenant werklocatie Kop van Noord-Holland’. Door medewerking aan het plan te verlenen worden de betrokken provinciale en regionale belangen niet geschaad. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een concrete behoefte en de ruimtelijke kwaliteit wordt geborgd. De provincie en de regio ondersteunen de ontwikkeling. Daarmee is voldaan aan de vereiste onderbouwing van het plan gericht op de besluitvorming.
18 (56)
3.3 Duurzaamheid In algemene zin maakt digitale dataopslag onder meer het ‘anders werken’ mogelijk. Hierdoor kan woon-werkverkeer worden beperkt (zoals de moeizame arbeidspendel uit Noord-Holland Noord naar de Randstad) en heeft daarmee een positief effect op de reductie van de broeikasgasemissie. Digitale dataopslag verbetert tevens de efficiëntie op veel maatschappelijke gebieden, hetgeen een netto lastenbesparing oplevert voor burgers en het bedrijfsleven3. Daarnaast zijn er kansen om de inpassing van een datacenter op de locatie duurzaamheid vorm te geven. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen duurzaamheid op locatieniveau en op objectniveau. Duurzaamheid op locatieniveau De locatie Agriport is al duurzaam ingericht voor de voorziene bedrijfsactiviteiten. Voorbeelden van de duurzame inrichting zijn: • De wegen zijn duurzaam veilig ingericht en zijn daarvoor - waar nodig - verbreed en voorzien van fietsstroken of gescheiden fietspaden. Er is in de afgelopen jaren meer dan vijf kilometer aan gescheiden fietspad aangelegd.
• Meer dan 40 hectare aan waterlopen en compensatiewaterbergingen wordt ingepast om wateroverlast voor de omgeving te voorkomen. De grotere waterpartijen worden natuurvriendelijk ingericht met plas-dras oevers en worden landschappelijk ingepast. De nieuwe waterstructuur heeft daarnaast een functie gekregen als bluswatervoorziening voor alle nieuwe functies in het gebied. De riolering op de locatie Agriport is 100% gescheiden uitgevoerd. Hemelwater zal bij voorkeur worden hergebruikt of geïnfiltreerd door waar mogelijk toepassing van waterdoorlatende verharding of infiltratievoorzieningen. Hemelwater (of schoon proceswater) kan worden opgevangen en nuttig (her)gebruikt als giet- of koelwater of afgevoerd op lokaal oppervlaktewater. De afvoercapaciteit van het afvalwater wordt zoveel mogelijk beperkt. Waar mogelijk wordt afvalwater gezuiverd/hergebruikt en het resterende, voornamelijk huishoudelijk afvalwater, wordt gecontroleerd afgevoerd naar een rioolwaterzuivering.
• De locatie is aangelegd met een gesloten grondbalans. Bij de aanleg is vrijkomende grond direct nuttig hergebruikt, zodat primaire brandstofverbruik en CO 2-emissies van bouwverkeer zijn beperkt, evenals geluidshinder hiervan voor de omgeving.
• Er is nieuwe groenvoorziening gerealiseerd voor inpassing van nieuwe functies op Agriport, waarbij rekening is gehouden met de structuur van het landschap, de aansluiting op bestaande groenvoorziening en de eisen van de gemeente en de omgeving.
• Duurzaam meervoudig ruimtegebruik wordt toegepast voor bijvoorbeeld hemelwaterberging. Hemelwater voor gietwaterbereiding in de kassen wordt deels in de ondergrond opgeslagen, onder de kassen en bedrijfsgebouwen. Het ruimtegebruik voor reguliere hemelwaterberging bovengronds kan hiermee worden beperkt. Verder wordt de bodem onder de bebouwing ook gebruikt voor duurzame warmte/koudeopslag en aardwarmtewinning.
• Op de locatie is door actieve samenwerking van de bedrijven binnen ECW een slim energieweb aangelegd, zodat energiebesparing en energie-efficiency kan worden geoptimaliseerd en eveneens duurzame energieopwekking kan worden ingepast, resulterend in een aanzienlijke reductie van onder meer de CO2-emissie.
• De locatie is ontwikkeld in een door gemeente begrensd deel van de Wieringermeerpolder, zodat de openheid in het resterende deel van de polder in tact blijft. De landschappelijke 3
Zie bijvoorbeeld http://www.microsoft.com/netherlands/msnederland/microsoft-in-nederland/microsoft-technologie-enecologische-duurzaamheid.aspx of website Dutch Datacenter Association.
19 (56)
inpassing van nieuwe functies is in het verleden uitgewerkt in diverse beeldkwaliteitsplannen. Er kan worden geconstateerd dat inpassing van nieuwe functies op de werklocatie op hoofdlijn voldoet aan de streefbeelden die in deze plannen waren geschetst.
• Agriport is in korte tijd uitgegroeid tot een internationaal aansprekende locatie. Dit succes is grotendeels te danken aan het maatschappelijke draagvlak en de open samenwerking tussen het bedrijfsleven, betrokken instanties en de omgeving.
• Infrastructuur en vastgoed worden op de locatie zo opgezet dat deze kunnen voldoen voor meerdere doelen. Geïnspireerd door duurzaam vastgoedbeheer wordt op de locatie gestreefd dit zo te realiseren dat meerdere functies hier flexibel tijdelijk of permanent kunnen worden gefaciliteerd. Er is doorlopend aandacht voor meervoudig en flexibel gebruik van de (bedrijfs)ruimte en infrastructuur om de dynamiek op de locatie te behouden. Dit wordt ondersteund door samenwerkingsverbanden gericht op beheer en onderhoud van de infrastructuur, locatie en het vastgoed zodat deze op een voldoende hoog niveau blijven.
• Tenslotte, zoals al eerder verwoord en gericht op de kansen in de circulaire economie, worden op de locatie functies geclusterd, zodat uitputting van grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen wordt beperkt door onder meer maximalisatie van besparingen, optimalisatie van de efficiency en het hergebruik van reststromen. Duurzaamheid op objectniveau Op objectniveau is er nog geen uitgewerkt bouwplan van een datacenter beschikbaar. In de bijlagen is voor het thema energie voor datacenters algemene informatie opgenomen. Ondanks dat nog geen specifiek bouwplan beschikbaar is, kan gesteld worden dat hier kansen liggen om de duurzaamheid van de vestiging van datacenters nog verder te verbeteren. Hieronder wordt ingegaan op de energievoorziening op objectniveau. Voor de onderbouwing van de landschappelijk inpassing van een datacenter op de betreffende locatie wordt verwezen naar hoofdstuk 4 en de bijlagen van de plantoelichting. Een aantal aanvullende duurzaamheidsaspecten is: • Bij de bouw van datacenters wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van standaard prefab modules waardoor o.a. bouwafval tot een minimum wordt beperkt; • In het gebruik van bouwmaterialen op Agriport zijn eisen gesteld om verontreiniging van afstromend hemelwater te beperken; • Bij de inpassing van datacenters op deze locatie zal tevens aandacht worden gegeven aan de veiligheid.
De dienstverlening van een datacenter vereist een hoge mate van betrouwbaarheid. De opgeslagen gegevens moeten altijd voor de gebruikers toegankelijk zijn. In de uitwerking van de datacenterlocaties zal extra aandacht worden gegeven aan behoud van een omgeving vrij van belemmeringen in de nabijheid van de datacenters en eisen voor veiligheid, rampenbestrijding en anti- terrorismemaatregelen. Een voorbeeld is een slimme situering van de waterstructuur die noodzakelijk is voor de waterhuishouding. Dit kan, naast andere noodzakelijke beveiligingsmaatregelen, de vrije toegang voor derden tot een datacenterlocatie mede beperken. Het onderscheid tussen landbouw, agribusiness en andere bedrijvigheid vervaagt. Soms levert integratie van sectoren milieuvoordelen op. Vestiging van een datacenter op de werklocatie Agriport A7 is hiervan een voorbeeld. Op de locatie Agriport kan een unieke koppeling tussen datacenters en kassen ontstaan door energie-uitwisseling en beter gebruik van onder andere elektra, warmte, water en CO2. Het betreft een nieuwe combinatie waarvoor nog geen beleid is opgesteld. Wel is in het kader van de vestiging van het eerste datacenter op Agriport hiervoor de mening gevraagd van diverse instanties.
Volgens LTO Noord Glaskracht is de ontwikkeling van een innovatieve samenwerkingsvorm tussen datacenter- en tuinbouwbedrijven een belangrijke stap richting de realisatie van een duurzame sector. Het is ook een stap naar meer decentrale kringlopen voor energievoorziening. Milieufederatie Noord-Holland beschrijft dat de vestiging van een datacenter de CO2-efficiency van een glastuinbouwbedrijf en andere
20 (56)
bedrijven van Agriport kan verbeteren. De nabije ligging is daarbij een aspect dat van groot belang is voor een hoge CO2-efficiency. Uit energetisch oogpunt is het dus zonder meer een goede zaak om koppeling van een datacenter met een glastuinbouwbedrijf mogelijk te maken. Op dit moment maken alle glastuinbouwbedrijven op Agriport gebruik van WKK’s (warmtekrachtkoppeling) om elektriciteit te produceren, waarbij de restwarmte van dit proces wordt gebruikt om de kassen te verwarmen. Een datacenter gebruikt elektriciteit in de computers en daarbij komt restwarmte vrij. Deze restwarmte kan direct of indirect nuttig worden gebruikt, bijvoorbeeld voor de energievoorziening van de eigen bedrijfsgebouwen en kassen. De tuinders in de Wieringermeer hebben al aangegeven dat zij bereid zijn, indien haalbaar, deze restwarmte nuttig te willen inzetten in hun kassen. Het feit dat de levensduur van een kas vergelijkbaar is met die van een datacenter (beide ongeveer 20 jaar), maakt dat de wederzijdse afhankelijkheid van energie- en warmtelevering in balans is. Ook Innovatienetwerk is van mening dat er grote mogelijkheden zijn voor een energetische koppeling tussen glastuinbouw en datacenters. Deze koppeling leidt tot een efficiënter energiegebruik van deze twee grootverbruikers, waardoor de economische concurrentiepositie van beide bedrijfstakken versterkt.
Tegelijkertijd heeft de samenwerking een enorme potentie voor milieuwinst. Daaraan wordt toegevoegd dat dit soort innovatieve samenwerking veelal technische en praktische kennis genereert, dat de aanzet kan vormen tot verdere verduurzaming van de sectoren. Tot slot heeft de ontwikkeling van duurzame energie in de Kop van Noord-Holland baat bij de inpassing van grotere datacenters op de locatie Agriport. De aansluiting van het datacenter op de infrastructuur die noodzakelijk is om de duurzame en decentrale energieopwekking aan te sluiten op het landelijk net draagt in belangrijke mate bij aan de kosten voor deze infrastructuur. Beide functies hebben immers baat bij een robuuste aansluiting op het landelijk net. Ook deze koppeling resulteert daarmee in verdere verduurzaming, immers de (maatschappelijke) kosten voor duurzame energie alternatieven dalen hierdoor.
21 (56)
22 (56)
4
Planbeschrijving
4.1 Inleiding Voor het ontwikkelingsgebied is concrete interesse om een datacenter te vestigen, mits voldoende geschikte ruimte is voorzien. In de onderstaande paragrafen is de achtergrond van de ontwikkeling en de ruimtelijke en functionele structuur van de locatie en het perceel beschreven. Op dit moment is nog geen concreet bouwplan van een datacenter in het uitbreidingsgebied beschikbaar. In algemene termen worden de voorgenomen uitvoering en inpassing van een groot datacenter beschreven. 4.2 Achtergrond De voormalige gemeente Wieringermeer en de provincie Noord-Holland hebben in een studie4, afgerond in 2002, de kansen en bedreigingen voor bestaande en nieuwe ontwikkelingen in de Wieringermeer in kaart gebracht. In de studie worden ontbrekende schakels benoemd, die vereist zijn voor de gelijktijdige versterking van de lokale en regionale economie en de leefbaarheid in de kop van Noord-Holland. In 2004 hebben de provincie Noord-Holland en de voormalige gemeente Wieringermeer de aftrap gegeven voor de ontwikkeling van een ontbrekende schakel; het agribusiness en logistiek cluster Agriport. In de afgelopen jaren is er veel werk verzet. Het cluster is (inter)nationaal op de kaart gezet en fysiek vormgegeven.
De focus van de ontwikkeling was in de afgelopen jaren vooral gericht op het bij elkaar brengen van activiteiten uit de agribusiness en logistieke ketens en daarmee clusteren, samenwerken in de keten en schakels verbinden en efficiënter vervoer en logistiek, regisseren. Deze clustering resulteert o.a. in minder ‘foodmiles’ voor de producten geteeld in de Kop van Noord-Holland. Deze clustering biedt ook kansen voor het aanhaken van zogenaamde crossovers zoals weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 5: Clustering en crossovers
Vanaf de start van de ontwikkeling is gebruik gemaakt van o.a. de Ladder van Lansink om grondstoffen verbruik te beperken, minder afval te produceren en door hergebruik kosteneffectiever te werken. Voorbeelden hiervan zijn het maximaliseren van de inzet van hemelwater in de glastuinbouw (inclusief ondergrondse opslag) en hergebruik van diverse reststromen die vrijkomen op de locatie en bij bedrijven in de directe omgeving (onder andere hergebruik van plantmateriaal, cacaodoppen en snijresten van vleesverwerking). Tevens is in de 4
‘Wieringermeer, de ontbrekende schakel?’, gemeente Wieringermeer 2002