2. Toelichting en regels ontwerp BP Lotweg 42 Anna Paulowna
Tekst van het document
Lotweg 42, Anna Paulowna
Bestemmingsplan
projectnummer versie datum
1217 Ontwerp 28 juni 2022
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 Ligging plangebied ........................................................................................................ 4 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5
2 2.1 2.2
Planbeschrijving ............................................................................................................ 6 Historische context ........................................................................................................ 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 6
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.4.1
Beleid .......................................................................................................................... 10 Inleiding ....................................................................................................................... 10 Rijksbeleid ................................................................................................................... 10 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................................. 10 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................................ 10 Nationaal waterbeleid ................................................................................................. 11 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 12 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 ............... 12 Regionale visie verblijfsrecreatie Noord-Holland Noord ............................................. 13 Handleiding ontwikkelkader verblijfsrecreatie Regio Noord-Holland Noord ............... 13 Regionaal en gemeentelijk beleid ............................................................................... 14 Omgevingsvisie gemeente Hollands Kroon ................................................................ 14
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 15 Archeologie en cultuurhistorie..................................................................................... 15 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 15 Water ........................................................................................................................... 16 Natuur ......................................................................................................................... 16 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 17 Geluid wegverkeer ...................................................................................................... 19 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 19 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 19 Externe veiligheid ........................................................................................................ 20 M.e.r.-beoordeling .......................................................................................................
21 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten .................................................................. 22
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 23 Algemeen .................................................................................................................... 23 Verbeelding ................................................................................................................. 23 Planregels ................................................................................................................... 23 Handhaafbaarheid ...................................................................................................... 25
6
Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 26
7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 27 Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro .......................................................... 27 Procedure bestemmingsplan ...................................................................................... 27
DNS Planvorming BV
2/43
REGELS .................................................................................................................................... 28 Hoofdstuk 1
Inleidende regels ............................................................................................. 29
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels ......................................................................................... 33
Hoofdstuk 3
Algemene regels.............................................................................................. 38
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels ................................................................................ 42
DNS Planvorming BV
3/43
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Het voornemen bestaat om het voormalige agrarische bedrijfsperceel aan de Lotweg 42 in Anna Paulowna een mini-camping met 15 overnachtingsplaatsen, ondergeschikte horeca en een voedselbos te realiseren. De locatie ligt op nog geen 500 meter vanaf het Amstelmeer. De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw ruimtelijk regime van kracht, waarbij het gewenste gebruik op de locatie planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
De locatie ligt in de Oostpolder, aan de noordkant achter de Amsteldijk en Amstelmeer . Het plangebied van dit bestemmingsplan wordt gevormd door de gronden aan de Lotweg 42 te Anna Paulowna. Het betreft de kadastrale percelen Anna Paulowna M1404, M1730 en M1732 (totaal ruim 1 hectare groot). Daarnaast maakt een deel van de agrarische gronden aan de oostzijde onderdeel uit van het plangebied omdat het geldende agrarisch bouwvlak ook op deze gronden van toepassing is. Het volledige agrarisch bouwvlak wordt wegbestemd.
Afbeelding 1.1: luchtfoto plangebied
DNS Planvorming BV
4/43
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor de locatie geldt het bestemmingsplan Buitengebied 2006 zoals vastgesteld op 19 januari 2009 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Anna Paulowna. In dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming Agrarische doeleinden I en geldt een bouwvlak. Ter plaatse is de uitoefening van agrarische bedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering toegestaan met een ondergeschikte tak van niet grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met een maximale oppervlakte van 250 m2
Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)’
Ter plaatse geldt ook het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren en Wonen’ waarin een nieuwe definitie van wonen is opgenomen (bewonen van een woning door één afzonderlijke huishouding) en is bepaald dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische aspecten worden toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid en ten slotte worden in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure uitgewerkt.
DNS Planvorming BV
5/43
2
Planbeschrijving
2.1
Historische context
Op 29 juli 1844 kreeg de ‘Maatschappij tot indijking van den Anna Paulowna Polder’ voor 20.000 gulden 5100 ha tussen de bedijkingen van het Koegras, de Zijpe en de Wieringerwaard of anders gezegd; het zuidelijk deel van het Balgzand. Daarbij kreeg zij toestemming tot afdamming van dat gedeelte der Zuiderzee. Aanvankelijk direct als landbouwgrond in gebruik genomen waarbij landarbeiders uit Gelderland naar dit gebied trokken. Het land bleek zo zout dat het een moeizaam begin was. Na enkele jaren werd de grond meer geschikt voor landbouw. In 1916 brak de Amstelmeerdijk door. De op het perceel aanwezige kapschuur was toen net gebouwd en heeft stand gehouden en staat er nu nog steeds. Het perceel waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft betreft een voormalige boerderij, bedrijfswoning en schuren. Het ruime perceel met diverse opstallen en een meer open veld met een dijkachtige wal is door de vorige eigenaren aangelegd. Omdat een voedselbos een groeitijd kent is al begonnen met de aanplant van diverse soorten. De omliggende percelen worden agrarisch gebruikt, waar wisselende gewassen worden geteeld, zoals aardappelen, gras, suikerbieten en tulpen. De wegen die op geplande afstanden van elkaar de omliggende dorpen met elkaar verbinden zijn kleinschalig en zijn aan beide zijde voorzien van sloten. Aan deze wegen liggen de verschillende boerderijen met diverse schuren.
Afbeelding 2.1: Foto huidige situatie
2.2
Toekomstige situatie
De nieuwe eigenaren hebben tot doel een camping te exploiteren in een groene setting. Het richt zich op recreanten met enerzijds een sportieve insteek, in verband met de nabijheid van het Amstelmeer, en anderzijds natuurliefhebbers. Het voedselbos met een grote variatie aan
DNS Planvorming BV
6/43
soorten biedt hiervoor de uitnodiging om in deze setting vakantie te vieren. Naast de bedrijfswoning is een perceel dat hiervoor wordt ingericht. Ook achter de bestaande schuren is nog plek om verschillende kampeerplekken te maken. In verband met de goede bereikbaarheid worden deze voor campers geschikt gemaakt. De schuren blijven op het perceel staan, maar krijgen een opwaardering in uitstraling en invulling. De camping betreft een seizoensgebonden bestemming waarbij gedurende 7 maanden per jaar kampeermiddelen geplaatst kunnen worden (van maart tot oktober). Doelgroep Met de nieuwe camping wordt aangesloten bij de groeiende behoefte aan kamperen in de natuur in combinatie met watersportactiviteiten in de nabijheid. De eigenaren willen een extra beleving bij hun camping bieden door het informeren en het laten proeven uit het voedselbos. Daarvoor richten zij zich op de doelgroep “avontuurlijkpaars en creatief inspirerend rood” Deze groepen hebben veel gemeen en laten zich graag verrassen. Avontuurlijk paars laat zich graag verrassen en inspireren, met name door cultuur. Nieuwe dingen zien, ontdekken en beleven. Het gewone is vaak niet goed genoeg, op zoek naar een bijzondere ervaring. Cultuur, activiteit en sportiviteit. Deze groep bevat vaak mensen in de leeftijdsgroep van 35-54 jaar oud. Deze groep heeft een voorkeur voor individuele activiteiten.
“Creatief en inspirerend rood” is van zichzelf creatief, op zoek naar uitdagingen en inspirerende ervaringen. Bewegen zich graag buiten de gebaande paden. Vaak hoog opgeleid, maar door het grote aandeel jongeren nog niet altijd hoog in inkomen. Recreatie betekent naast sportiviteit en ontspanning ook het zoeken naar vernieuwende stromingen, moderne kunst en andere culturen. Mocht de toestroom van de rode en paarse doelgroep tegenvallen dan zullen de eigenaren zich gaan richten op doelgroep “uitbundig geel” deze groep bevat echte levensgenieters. Houden van samen met anderen actief en sportief recreëren. Vaak jonge gezinnen. Zoeken graag de gezellige drukte op, recreëren is lekker eten, genieten en leuke dingen doen. Deze doelgroep beschikt over iets meer budget dan gemiddeld. Landschappelijke inpassing De kleinschalige camping krijgt een groene setting in de vorm van een voedselbos. De 15 kampeerplaatsen met elk een elektra aansluiting liggen daarin verscholen en zijn indirect zichtbaar vanaf het openbaar gebied. Het voedselbos met kamperen wordt binnen de bestaande contour van het perceel gerealiseerd. De bestaande opstallen worden gedeeltelijk gebruikt t.b.v. de kampeergasten. Op de kampeerplekken kunnen tenten, caravans en campers staan. Ook de minder ervaren kampeerders zijn welkom in de al ingerichte kampeertenten.
Binnen de bestaande bebouwing wordt een toiletgebouw gerealiseerd met wastafels, douches, afwas faciliteit en een ruimte dat bij slecht weer comfort bied. De al aanwezige bedrijfswoning wordt bewoond door de nieuwe eigenaren. Het is belangrijk dat zij hier wonen om de camping te laten slagen. Tijdens het kampeerseizoen zal de beheerder aanwezig zijn om gasten welkom te heten en er voor hen te zijn. De eigenaren zijn opgegroeid in Anna Paulowna en Breezand en kennen daarbij de omgeving goed. Ze kunnen hun gasten goed vertellen wat er allemaal te doen is in de omgeving en er is voor ieder wat wils.
DNS Planvorming BV
7/43
Afbeelding 2.2: Inrichtingsplan
Beoogde kwaliteit Nadrukkelijk dient hierbij te worden vermeld dat met het planvoornemen geen sprake is van het creëren van permanente woonverblijven van vaste gasten. Evenmin is sprake van de mogelijkheid van huisvesting van seizoenarbeiders. Voor de inrichting van het terrein met 15 kampeerplaatsen wordt het volgende gerealiseerd: - 4 toiletten, - 4 douches, - 2 afwasplaatsen, - 1 watertappunt en - 22 parkeerplaatsen t.b.v de camping (paragraaf 4.7) De ontvangst/ receptieruimte is gelegen in de aanbouw van de woning De grootte van de standplaatsen worden de volgende kengetallen aangehouden: - toeristische standplaats voor mobiele kampeermiddelen van 90 m2; - voor standplaatsen met vaste kampeermiddelen een verhouding van het aantal m2 aan bebouwing versus het aantal m2 aan beschikbare grond van 1 op 3. De met het planvoornemen voorgestane oppervlaktes per toeristische standplaats voor mobiele kampeermiddelen zijn:
DNS Planvorming BV
8/43
De randvoorwaarde wat betreft de grootte van toeristische standplaatsen is een flexibele eis. Hiervan mag worden afgeweken. De gestelde oppervlaktemaat van 90 m2 is aan de ruime kant, en vooral in dat geval – zoals in het planvoornemen - wanneer niet op de eigen standplaats wordt geparkeerd met een auto maar parkeervoorzieningen elders op het terrein worden getroffen. Daarnaast gaat het om eisen die zijn ontleend aan minicampings. Minicampings, ondergeschikt aan een andere functie zoals een agrarisch bedrijf, komen doorgaans in het landelijk gebied voor waar rust en ruimte voor handen is. Aan de verhouding bebouwing versus open ruimte in geval van standplaatsen voor vaste kampeermiddelen wordt in hoge mate aan tegemoet gekomen. Voorzieningen en landschappelijke inpassing Op het terrein is voldoende ruimte voor te bouwen voorzieningen, zoals een receptie, lichte horeca, opslagruimte voor machines en materialen en overige gebouwen, de bestaande opstallen bieden voldoende ruimte. Daarnaast worden speel- en sportvoorzieningen gerealiseerd in de vorm van een sport- en speelweide van circa 120 m2 centraal op het kampeerterrein. De landschappelijke inpassing vindt plaats door middel van een strook van minimaal 5 m. Aan de randen van het terrein, in aangezicht vanaf de openbare weg zal een groenzone worden gecreeerd.
DNS Planvorming BV
9/43
3
Beleid
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Betekenis voor het project Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het thema 'toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied'. Met het plan wordt een nieuwe, toekomstbestendige functie gegeven aan een vrijkomend agrarisch bedrijfsperceel.
Door de aanleg van een kampeerterrein in combinatie met een voedselbos versterkt dit de biodiversiteit dat verder rijkt dan het plangebied; het biedt ruimte aan kleine dieren en insecten; door de aanleg van diverse plantensoorten zorgt het voor een evenwichtige waterhuishouding, bodemdiversiteit en luchtkwaliteit. Het voegt landschapskwaliteit toe aan het landelijk gebied, kortom een kwaliteitsimpuls. 3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”
DNS Planvorming BV
10/43
Betekenis voor het project Uit jurisprudentie volgt dat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in onderlinge samenhang moet worden bezien in hoeverre het plan, voorziet in een functiewijziging, de aard van de voorziene functie, alsmede het planologische beslag dat de voorziene ontwikkeling op de ruimte legt in vergelijking met het voorgaande plan. In het onderhavige geval is slechts sprake van een functiewijziging en afname van de toegestane bouwmogelijkheden. Gezien de beperkte aard en omvang van de functiewijziging kan de in het plan voorziene ontwikkeling niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro is daarom niet van toepassing. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen. Ondanks het feit dat de ladder niet hoeft te worden doorlopen, kan worden opgemerkt dat de ontwikkeling in lijn is met het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, namelijk een zorgvuldig ruimtegebruik. 3.2.3 Nationaal waterbeleid Europese Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De belangrijkste doelstelling is het geven van een kader voor het beheer van oppervlaktewater en grondwater op basis van stroomgebieden en stroomgebieddistricten.
De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen en de gevolgen van overstroming en droogte beperken. Daarnaast wil de richtlijn de aan water gebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Waterbeleid voor de 21e eeuw’. De belangrijkste aanbevelingen waren: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte naast techniek en ‘vasthouden-bergenafvoeren’. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, heeft het kabinet zijn standpunt bepaald in de nota ‘Anders omgaan met water’ (2000). Deze Nota benadrukt dat het antwoord op de problemen niet alleen ligt in technische oplossingen, maar vooral ook in het ruimte geven aan water (flexibel peilbeheer en ruimtelijke maatregelen in de vorm van calamiteitenberging, piekberging en voorraadbeheer, etc.). Daarnaast moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om water vast te houden. Als meer water vasthouden niet zomaar gaat, moeten er voorzieningen worden aangelegd om tijdelijk water te bergen. Pas als deze twee mogelijkheden, vasthouden en bergen, zijn gebruikt mag het overtollige water worden afgevoerd.
Nota “Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw” Met de nota Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw wil het Rijk een ander waterbeleid realiseren. Er moet geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel, een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Nieuwe ruimtelijke besluiten mogen de problematiek van veiligheid en wateroverlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijke besluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en wateroverlast expliciet in beeld worden gebracht. De nota geeft twee drietrapsstrategieën als uitgangspunten. Voor waterkwantiteit bestaat die uit vasthouden, bergen en afvoeren. Voor waterkwaliteit is het schoonhouden, scheiden en zuiveren. Deze strategieën vertalen zich voor het stedelijk gebied in aandachtspunten als: meer ruimte voor water, relatie tussen het stedelijk water en het water in het omliggende gebied, vergroting van het waterbergend vermogen met name in de stadsranden, verbetering van de waterkwaliteit, vergroting van de belevingswaarde van water, en kansen voor natuur en recreatie in en rondom stedelijk water.
DNS Planvorming BV
11/43
Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Dit staat in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022 – 2027. Uitgangspunt is schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Betekenis voor het project Onderdeel van het bestemmingsplan is de watertoets. In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het project Hieronder zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 toegelicht die voor de onderhavige ontwikkeling relevant zijn.
Artikel 6.10 Noord-Holland Noord landelijk gebied De locatie maakt onderdeel uit van het werkingsgebied ‘Noord-Holland Noord - Landelijk gebied’. In artikel 6.10 is bepaald een ruimtelijk plan kan voorzien in de mogelijkheid dat de bestaande bebouwing op een voormalig agrarisch bouwperceel, inclusief de agrarische bedrijfswoning(en) en uitgezonderd kassen, wordt gebruikt voor kleinschalige vormen van bijzondere huisvesting, werken, recreatie, gebruiksgerichte paardenhouderij of zorgfuncties indien: a. sprake is van volledige beëindiging van het agrarisch bedrijf; b. deze functie de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven en de woonfunctie van omringende woningen niet beperkt; c. buitenopslag buiten het bouwvlak niet is toegestaan; d. deze functie aantoonbaar geen onevenredige verkeersaantrekkende werking heeft en er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie; e. benodigde parkeerplaatsen op het eigen bouwperceel worden gerealiseerd; f. in geval van recreatiefuncties permanente bewoning wordt verboden. Aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. Er is ter plaatse geen sprake meer van een agrarisch bedrijf. In paragraaf 4.5 is gemotiveerd dat omringende agrarische bedrijven en de woonfunctie van omringende woningen niet wordt beperkt. Buitenopslag buiten het bouwvlak is
DNS Planvorming BV
12/43
op grond van de bestemming niet toegestaan. In paragraaf 4.7 is gemotiveerd dat het plan niet leidt tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. In de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Permanente bewoning is expliciet uitgesloten in de regels van de bestemming Recreatie – Verblijfsrecreatie. Artikel 6.16 Verblijfsrecreatie In artikel 6.16 zijn voor verblijfsrecreatie de volgende voorwaarden gesteld: a. Een ruimtelijk plan borgt bij bestaande en nieuwe verblijfsrecreatie de geformuleerde ambities van de binnen een regio opgestelde afspraken voor verblijfsrecreatie; b. Een ruimtelijk plan voorziet bij bestaande en nieuwe verblijfsrecreatie alleen in de mogelijkheid voor kort verblijf waarbij de verblijfsrecreant elders een hoofdverblijf heeft; c. Een ruimtelijk plan dat verblijfsrecreatie mogelijk maakt (bestaand en nieuw) stelt regels ter waarborging van een bedrijfsmatige exploitatie. In paragraaf 3.3.2 is aangegeven hoe het plan zich verhoudt tot het regionaal beleidskader op het gebied van verblijfsrecreatie. In de vergunning wordt geborgd dat geen sprake mag zijn van permanente bewoning in kampeermiddelen. Ook wordt hierin vastgelegd dat het moet gaan om een bedrijfsmatige exploitatie.
Artikel 6.59: Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.59 van de Omgevingsverordening moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied voldoen aan de ruimtelijke kwaliteits-eis. Er wordt met het plan aangesloten op de uitgangspunten uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie waarbij de landschappelijke karakteristieken en het verkavelingspatroon in tact blijft. De camping wordt landschappelijk ingepast (zie paragraaf 2.2). Er wordt voldaan aan de ruimtelijke kwaliteitseis. 3.3.2 Regionale visie verblijfsrecreatie Noord-Holland Noord In 2018 is de regionale visie verblijfsrecreatie Noord-Holland Noord vastgesteld. Het doel is dat Noord-Holland Noord in 2030 de meest vitale verblijfsregio van Nederland is. In de visie is aangegeven dat er ruimte is voor onderscheidend aanbod. Innovatie wordt gestimuleerd om het onderscheidend vermogen van Noord-Holland Noord, de marktregio en/of de locatie te vergroten. In de deelregio Noordkust, waar het plangebied binnen valt, wordt ingezet op een kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod: De huidige aantallen verblijfsrecreatie-eenheden worden gekoesterd en lagere densiteit (bebouwingsdichtheid), vernieuwing en kwaliteit wordt gestimuleerd. Indien mogelijk betekent dit dat het totale oppervlakte bestemd voor verblijfsrecreatie enigszins toeneemt (vanwege extensivering).
Betekenis voor het project Het bestemmingsplan is passend in de regionale visie door met name invulling te geven aan de ambities voor een onderscheidend aanbod en verbetering van het bestaand aanbod. 3.3.3 Handleiding ontwikkelkader verblijfsrecreatie Regio Noord-Holland Noord In totaal 18 gemeenten in de regio Noord-Holland Noord hebben in februari 2018 het Ontwikkelkader verblijfsrecreatie vastgesteld. Met dit kader kan de gemeente nieuwe initiatieven vanuit zowel een goede ruimtelijke ordening en economische meerwaarde beoordelen en regionaal afstemmen. Op basis van dit kader wordt de haalbaarheid van een initiatief vroegtijdig beoordeeld. Betekenis voor het project Aan de leidende componenten uit het ontwikkelkader worden als volgt voldaan: Regioversterkend: het initiatief ligt in weidse plattelandsomgeving in het agrarisch gebied van de kop van Noord-Holland, dit maakt de locatie kenmerkend voor de deelregio. Door naast kampeerplaatsen ook ruimte te bieden voor een aantal campers sluit de ontwikkeling beter aan op de wensen van de doelgroep. Ondernemingen in directe omgeving die van de ontwikkeling profiteren zijn met name de horecagelegenheden in van Ewijcksluis en Anna Paulowna, Wieringerwaard en Hippolytushoef en tevens de lokale winkels (zoals de supermarkt). Daarnaast kunnen vrijetijdslocaties zoals Hoenderdaell en Kruiszwin hiervan profiteren.
DNS Planvorming BV
13/43
Meerwaarde in de markt: Door de toenemende vraag naar recreatief aanbod, waaronder het boerenkamperen die zich steeds verder over de provincie strekt sluit dit initiatief goed aan bij de marktwensen. Tevens is er een groeiende marktwens naar luxe en natuurlijk kamperen. Door de beperkte grootte van het terrein bestaat de mogelijkheid de camping als groep af te huren. Er is een groeiende vraag naar groepslocaties (bijvoorbeeld voor familieweekenden) vanuit de omliggende regio, waar deze locatie een goede mogelijkheid voor biedt. Dit zijn drie doelgroepen die uitstekend aansluiten op de mogelijkheden van de camping, waarvoor het aanbod op dit moment beperkt is. De locatie is nabij de startpunten van twee wandelroutes (Van Ewijcksluis en Breezand) van wandelnetwerk Noord-Holland. Daarnaast zijn natuurgebied Kruiszwin en het Landgoed Hoenderdaell op 15 minuten fietsafstand geschikte voorzieningen voor vrijetijdsbesteding voor de campinggasten. Het gebied is tevens uitermate geschikt voor recreatieve fietsroutes met de bloeiende bollenvelden in april en mei als toeristische trekpleister. Voor de actieve recreant die voor de watersport naar deze camping komt is er voldoende aanbod en ruimte bij en op het Amstelmeer. In Schagen en Den Helder zijn voldoende culturele activiteiten te vinden. Waarbij kunstproject de Nollen de bezoekers kan aanspreken.
Er wordt vooral gericht op de doelgroep avontuurlijk paars en creatief inspirerend rood. Wanneer de toestroom van eerder genoemde doelgroepen tegenvalt zullen de eigenaren zich gaan richten op de grote doelgroep “uitbundig geel”. In hoofdstuk 2 is nader ingegaan op de doelgroep. Economisch haalbaar: Het ontwikkelkader is gebaseerd op dezelfde principes als de recreatieve visie. Er is slechts ruimte voor onderscheidend aanbod. Er is sprake van een centrale bedrijfsmatige exploitatie en het concept past goed in de omgeving. Een bebouwingsdichtheid van 15% voor campings en bungalowparken is de norm om het gewenste streefbeeld en de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het ontwikkelkader van de regio door een verbetering van het bestaand aanbod. Het plan ondersteund recreatief ondernemerschap door 15 kampeerplaatsen toe te staan.
3.4
Regionaal en gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie gemeente Hollands Kroon In de Omgevingsvisie, vastgesteld op 29 november 2016, is een integrale visie voor het beleid van Hollands Kroon en de uitvoering ervan voor de periode tot 2030 opgenomen. Het betreft naast ruimtelijke ordening ook onderwerpen als veiligheid, economische en technologische ontwikkelingen, natuur, milieu en bereikbaarheid. Dit moet meer samenhang brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving om flexibeler in te kunnen spelen op de veranderingen in de maatschappij. Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is “ontwikkelen met behoud van identiteit en kwaliteit”. Dat betekent dat er voldoende rekening moet worden gehouden met de karakteristieke eigenschappen van de verschillende landschappen en de dorpen. Identiteit en Kwaliteit vormen het vertrekpunt van ruimtelijke plannen. Dit zet ontwikkelingen niet op slot. De gemeente vindt het van belang dat een initiatief een bijdrage levert aan de identiteit en kwaliteit van de specifieke plek. In de omgevingsvisie is aangegeven dat voor de gemeente Hollands de vrijetijdsbusiness voor de regio van levensbelang is. De gemeente hanteert voor het recreatief beleid het onderzoek ‘Vraaggerichte ontwikkeling en positionering vrijetijdsproduct Hollands Kroon’.
Betekenis voor het project Het bestemmingsplan sluit aan bij de gemeentelijke ambitie om het buitengebied aantrekkelijk en afwisselend te houden voor recreanten en toeristen. Daarnaast is de ruimtelijke inpassing op authentieke wijze vormgegeven door de kampeermiddelen ruimtelijk in te passen conform de provinciale leidraad. Er wordt aangesloten bij de uitkomsten van het onderzoek ‘Vraaggerichte ontwikkeling en positionering vrijetijdsproduct Hollands Kroon’ (zie hoofdstuk 2, kopje ‘doelgroep’).
DNS Planvorming BV
14/43
4
Milieu- en omgevingsaspecten
In het kader van de ruimtelijke procedure wordt het project, in het kader van wet- en regelgeving en het kader van een goede ruimtelijke ordening, getoetst op een groot aantal milieu- en omgevingsaspecten. Hieronder is per aspect de betekenis voor het plan aangegeven.
4.1
Archeologie en cultuurhistorie
Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze nieuwe wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Als gevolg van het verdrag van Valletta (Malta) is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat gemeenten rekening moeten houden met cultuurhistorie bij het opstellen van bestemmingsplannen. Betekenis voor het project De gronden in het plangebied hebben een lage archeologische verwachting. Archeologisch onderzoek is hier nodig bij bodemingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 40 cm. Er vinden geen bodemingrepen plaats. Archeologisch onderzoek is om die reden niet noodzakelijk. De archeologische dubbelbestemming uit het voorgaande bestemmingsplan is in dit bestemmingsplan overgenomen. Het plangebied ligt in een aandijkingslandschap zonder aardkundig monument of aardkundig waardevol gebied. De structuurdragers van het landschap worden gevormd door de verkaveling en de aanwezige structuur van wegen en watergangen. Ook de openheid van het landschap in blokken is van belang.
In paragraaf 2.3 is nader toegelicht op welke wijze het landschap in het plan is geïntegreerd en welke belangenafweging hierbij is gemaakt. De bestaande structuur van de kavels blijft behouden. Er is sprake van een functiewijziging met bijbehorende opstallen en een afname in bouwmogelijkheden ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan.
4.2
Bodemkwaliteit
In een bestemmingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het plan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Betekenis voor het project Het Bodemloket geeft inzicht in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Tevens wordt weergegeven waar vroeger (verdachte) activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt en waar mogelijk bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. De informatie van het Bodemloket geeft voor de locatie geen aandachtspunten aan.
DNS Planvorming BV
15/43
Ten behoeve van de nieuwe verblijfsrecreatieve functie is uitsluitend sprake van kortdurend verblijf. Gelet op de thans beschikbare informatie is er geen aanleiding om aan te nemen dat de resultaten een belemmering vormen voor de nieuwe functie.
4.3
Water
Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan. Hierbij wordt ingegaan op onder andere de beleidsuitgangspunten van het waterschap, de huidige en de toekomstige waterhuishouding in het plangebied. De planontwikkeling kan effecten hebben op de hoeveelheid verharding en het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zal het plan beoordelen op haar effecten. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Betekenis voor het project Er is geen sprake van een toename van verhard oppervlak. Door middel van de aanwezige septic tank wordt het afvalwater van de camping gezuiverd. De capaciteit van de huidige tank is niet voldoende, er wordt bij het toiletgebouw speciaal een tank geplaatst die voldoende is voor de grootte van de camping. Hierbij zal worden voldaan aan het Activiteitenbesluit, artikel 3.5. Het plan is voorgelegd aan het HHNK. Het advies van het HHNK is in deze paragraaf verwerkt.
4.4
Natuur
In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Betekenis voor het project Gebiedsbescherming Op 2 kilometer afstand ten noorden van de planlocatie bevindt zich het Natura 2000-gebied Waddenzee. Het gebied tussen de aangewezen Waddenzee en de planlocatie betreft het Amstelmeer. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Met betrekking tot stikstofdepositie volgt uit door de gemeente Hollands Kroon uitgevoerd onderzoek dat in het grootste deel van de gemeente, waaronder het onderhavige plangebied, geen stikstofdepositieberekening nodig is voor bouwactiviteiten voor particulieren met bouwplannen voor maximaal 11 woningen. De verkeersgeneratie van 15 kampeerplaatsen is kleiner dan 11 woningen.
De stikstofdepositie die de uitvoering van het plan zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Bijzonder provinciaal landschap De planlocatie is niet aangemerkt als Bijzonder provinciaal landschap. Natuurnetwerk Nederland Het plan vindt niet plaats in of aan terreinen die zijn aangewezen als (onderdeel van) Natuurnetwerk Nederland (NNN) of een natuurverbinding. Het meest nabijgelegen NNN-gebied bevindt
DNS Planvorming BV
16/43
zich op circa 450 meter afstand. Gelet op deze afstand zal geen sprake zijn van negatieve effecten. Een verdere toetsing ten aanzien van de NNN in het kader van de Wet Natuurbescherming is hiervoor niet aan de orde. Soortenbescherming Het plangebied bestaat uit kort gemaaid gras (gazon) en biedt geen plaats voor beschermde plantensoorten. Er worden geen bomen gekapt. Het plangebied is tevens ongeschikt als permanent leefgebied voor beschermde diersoorten. Het gebied zal, gezien de ligging en aard van het plangebied, hooguit dienst doen als incidenteel foerageergebied of incidentele route voor kleine algemene diersoorten. De voorgenomen ontwikkeling zal dan ook geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van aanwezige planten- en diersoorten. Aangezien voor de algemeen voorkomende soorten een vrijstelling van de Wet natuurbescherming geldt, worden vervolgacties niet noodzakelijk geacht. Wel zal rekening moeten worden gehouden met de algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat er niet willens en wetens schade mag worden toegebracht aan beschermde natuurwaarden. Mochten tijdens de uitvoering beschermde soorten worden waargenomen, dienen de werkzaamheden te worden gestaakt en moet op dat moment contact worden gezocht met een ecoloog.
Vanuit de Wet natuurbeschermingen zijn er geen belemmeringen die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft indicatieve afstanden tussen woningen en bedrijven met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot milieuzonering is enerzijds de mogelijke hinder vanaf het kampeerterrein relevant en anderzijds eventuele hinder van bedrijven in de omgeving van het kampeerterrein. Kampeerterrein De VNG-brochure geeft voor kampeerterreinen een richtafstand van 50 meter aan ten opzichte van woningen in een rustig woongebied. Het maatgevende milieuaspect voor deze afstand is geluid. Ook spelen de aspecten geur en gevaar een rol.
De meest nabijgelegen woning staat op circa 230 meter afstand van het plangebied. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Spuitzones In de directe omgeving van het plangebied zijn gronden met een agrarische bestemming aanwezig waarop een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering is toegestaan. Op deze gronden kunnen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de drift van gewasbeschermingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de gewasbeschermingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid van omwonenden. Het uitgangspunt dat volgt uit jurisprudentie is dat een afstand van 50 meter
DNS Planvorming BV
17/43
tussen gevoelige functies en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk is. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag, mensen verblijven of samenkomen. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en dat er anderzijds geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van omwonenden danwel mensen die op de locatie verblijven. Deze afstand is echter indicatief. Daarnaast moet hierbij de kanttekening gemaakt worden dat deze zone van 50 meter uitgaat van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen zonder enige vorm van driftreductie. Op grond van artikel 3.78a van het Activiteitenbesluit geldt dat er verplicht ten minste 75% driftreducerend gespoten moet worden. Uit jurisprudentie volgt dat er zich omstandigheden kunnen voordoen waar van deze aan te houden afstand gemotiveerd kan worden afgeweken. In dit geval is bovendien van belang dat ter plaatse al een gevoelige functie is toegestaan, namelijk een bedrijfswoning. Tevens geldt binnen de agrarische bestemming al een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor een boerencamping in de vorm van het plaatsen van ten hoogste 15 kampeermiddelen. Gevoelige functie Het kampeerterrein biedt uitsluitend kortdurend verblijf aan.
Gasten verblijven één of meerdere dagdelen op het kampeerterrein, waardoor in bepaalde mate sprake is van spuitgevoeligheid. Voor de verblijfsrecreatieve functie kan echter uitgegaan worden van een mindere mate van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen, omdat hier niet permanent wordt verbleven. Bovendien is het kampeerterrein uitsluitend van maart tot oktober geopend. In vergelijking tot permanente bewoning is in deze situatie dus sprake van een functie waarbij aanwezigen slechts beperkte tijd zouden kunnen worden blootgesteld aan drift van gewasbeschermingsmiddelen. Maximale planologische mogelijkheden In het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2006 zijn de agrarische gronden in de directe omgeving bestemd als Agrarische doeleinden I. Binnen deze bestemming is de uitoefening van agrarische bedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering toegestaan met een ondergeschikte tak van niet grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Het gebruik van gronden ten behoeve van houtteelt en boomkwekerijen is in de specifieke gebruiksregels expliciet uitgesloten. Fruitteelt is niet uitgesloten. Fruitteelt komt echter in de wijde omgeving niet voor. Het feitelijke gebruik van de agrarische gronden is gericht op akkerbouw.
Voor de gronden aan de oostzijde, die onderdeel uit maakten van het agrarisch bouwvlak, is in dit bestemmingsplan vastgelegd dat fruitteelt en boomkwekerijen niet zijn toegestaan. Agrariërs worden niet in de bedrijfsvoering beperkt als gevolg van het plan omdat ter plaatse al een gevoelige functie is toegestaan. Sloten Het kampeerterrein wordt omgeven door een brede sloot. Volgens het Activiteitenbesluit mag er geen gewasbeschermingsmiddel in het oppervlaktewater terecht komen. Op grond hiervan kan er vanuit gegaan worden dat de drift van de middelen niet tot het kampeerterrein kan komen. De staplaatsen komen bovendien op ruime afstand van de sloot te staan. In de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat de sloten binnen het plangebied in stand moeten blijven. Groenbuffer Aan de buitenzijde van het kampeerterrein wordt langs de sloot een groenbuffer aangelegd die eventuele resten van gewasbeschermingsmiddelen zal tegenhouden. In de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat een dichte groensingel van minimaal 5 meter breed wordt gerealiseerd en deze in stand wordt gehouden. Aan de zuid- en westzijde is al een beplante grondwal aanwezig. Hierbij is van belang dat de overheersende windrichting in dit gebied zuidwest is.
DNS Planvorming BV
18/43
Conclusie Op grond van de specifieke kenmerken van het project en de locatie wordt geconcludeerd dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de aangrenzende agrarische gronden een goed verblijfsklimaat niet in de weg staat. Tevens worden agrariërs niet in de bedrijfsvoering beperkt als gevolg van het plan omdat ter plaatse al een gevoelige functie is toegestaan.
4.6
Geluid wegverkeer
Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op geluidgevoelige bestemmingen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Betekenis voor het project Een kampeerterrein is een niet-geluidgevoelige functie volgens de Wet geluidhinder. Een toets aan de Wet geluidhinder is daarom niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel van belang dat er een aanvaardbaar verblijfsklimaat aanwezig is binnen het plangebied. De staanplaatsen van de camping bevinden zich in een rustig buitengebied. Wegverkeersgeluid zal een goed verblijfsklimaat op de camping niet in de weg staan.
4.7
Verkeer en parkeren
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project Verkeer Volgens de CROW-publicatie 381 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ wordt voor een kampeerterrein een verkeersaantrekkende werking van 0,4 motorvoertuigen per dag per staanplaats aangehouden. Met een volledige bezetting van de 15 plaatsen betekent dit 6 verkeersbewegingen per dag. Dit is exclusief 10% voor bezoekers van gasten. Mogelijk dat de verkeersgeneratie in de praktijk iets hoger ligt. De beperkte verkeerstoename zal niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling in de omgeving van het plangebied. Daar komt bij dat op grond van de huidige bestemming en het voorgaande gebruik als kwekerij, ook sprake is van een verkeersaantrekkende werking. Parkeren In maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders de ‘Parkeerregels Hollands Kroon 2018 vastgesteld. De parkeerregels gaan uit van de gemiddelde parkeerkencijfers van het kenniscentrum CROW. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van deze regeling en de normen die daarin zijn opgenomen. Er moet rekening worden gehouden met 1,3 parkeerplaatsen per staplaats. Inclusief bezoek bedraagt de parkeerbehoefte 1,41 parkeerplaats per staplaats.
Voor het kampeerterrein zijn (naar boven afgerond) 22 parkeerplaatsen nodig. Voor de vrijstaande woning bedraagt de parkeerbehoefte 2,8 parkeerplaatsen. In totaal zal het plan voorzien in minimaal 25 parkeerplaatsen. Op het perceel is hier voldoende ruimte voor. In de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd.
4.8
Luchtkwaliteit
Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijkeconomische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: grenswaarden niet worden overschreden; de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft;
DNS Planvorming BV
19/43
het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit; het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Betekenis voor het project Gelet op de beperkte omvang van het project is geen sprake van een significante bijdrage aan de luchtverontreiniging.
In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan.
4.9
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen: bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt; transportroutes (wegen, waterwegen, spoorwegen) waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd; ondergrondse buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor LPG-tankstations geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tevens de circulaire effectafstanden externe veiligheid lpg-tankstations. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen waterwegen is het wettelijk kader vastgelegd het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De normen voor ondergrondse buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).
Betekenis voor het project Risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen zijn niet aanwezig in de omgeving van het plangebied. Er zijn voor het plan geen belemmeringen aanwezig op het gebied van externe veiligheid. Over het planvoornemen heeft advisering vanuit de lokale brandweer plaatsgevonden. In de ‘Handreiking Brandveiligheid Kampeerterreinen’ en ‘Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019’ zijn maatregelen opgenomen om kampeertereinen brandveilig in te richten. Om een adequate blussing op het terrein zoveel mogelijk te garanderen, dient één opstelplaats voor de brandweer te worden gecreëerd die te allen tijde bereikbaar is. Geconstateerd is dat er
DNS Planvorming BV
20/43
voldoende hoeveelheid bluswater in de nabijheid van de camping aanwezig is. De maximale afstand tussen opstelplaats met brandweeringang respectievelijk bluswatervoorziening van 40 m respectievelijk 8 m. Wat betreft de maximale opkomsttijd voor logiesfuncties is 8 minuten op grond van de Wet op de Veiligheidsregio’s de norm. Het kampeerterrein valt binnen de opkomsttijden van de brandweer. De brandveilgheidseisen zijn voor zover noodzakelijk op de inrichtingstekening verwerkt. Een opstelplaats en aanrijroute op het terrein ten behoeve van een tankautospuit is opgenomen in het plangebied. De opstelplaats is ook te gebruiken voor andere hulpdiensten als politie en ambulance. In overleg met PWN zal een brandkraan worden aangebracht.
Afbeelding 4.1: Opstelplaats brandweer
4.10
M.e.r.-beoordeling
Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Betekenis voor het project In het Besluit milieueffectrapportage zijn m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en indicatieve drempelwaarden opgenomen. Op de D-lijst onder categorie D 11.2 geldt voor het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een drempelwaarde van 100 hectare en van 2.000 woningen. In dit geval is sprake van de transformatie van een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning naar een mini-camping met bedrijfswoning. Dit kan niet worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject. Het is gelet op de hiervoor behandelde milieu- en omgevingsaspecten bovendien uitgesloten dat belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.
Er hoeft derhalve geen m.e.r. beoordelingsprocedure te worden gevolgd.
DNS Planvorming BV
21/43
4.11
Conclusie milieu- en omgevingsaspecten
De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
DNS Planvorming BV
22/43
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.
5.2
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.
5.3
Planregels
In dit bestemmingsplan komt de volgende bestemming voor: Agrarisch Recreatie – Verblijfsrecreatie Waarde – Archeologie 3 De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels. Artikel 1: Begrippen geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.
Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend.
DNS Planvorming BV
23/43
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Deze artikelen bevatten de regels welke direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Per bestemming en per artikel geldt in de meeste gevallen het volgende stramien: a. een beschrijving van de bestemming; b. de bouwregels: regels omtrent hoogte, bebouwingsdichtheid enz. De bouwregels geven aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. c. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de bouwregels; d. (eventueel) een omschrijving van de specifieke gebruiksregels; e. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de gebruiksregels; De aanduidingen zijn op de verbeelding met een lettercode aangegeven, die in de regels terug zijn te vinden. Beschrijving van de bestemmingen: