2. Toelichting bestemmingsplan Noorderdijkweg 25a Wieringerwerf
Tekst van het document
het desbetreffende watersysteem de toename van de piekafvoer kan verwerken." Watertoets Met behulp van de watertoets is getoetst of binnen nieuwe plannen voldoende aandacht aan de waterhuishouding is besteed.
31
Beoordeling en conclusie Nu er geen water wordt gedempt, is geen watervergunning nodig. Het aspect water vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling. In het Nationaal Waterprogramma ligt het gebied binnen het IJsselmeer/ Natura 2000-gebied. Daar wordt in navolgende paragraaf op ingegaan. In dit bestemmingsplan is voorts geregeld dat op of in water niet mag worden gebouwd (er kunnen op water dus geen recreatiewoningen, al dan niet op palen komen). 4.2.2
Natuur Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden van het plangebied. Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming zijn de Wet natuurbescherming en provinciale verordeningen van toepassing. De provincies beschermen via provinciale verordening waardevolle natuurgebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland, weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied. Daarnaast kunnen natuurgebieden of andere gebieden die essentieel zijn voor het behoud van bepaalde flora en fauna, aangewezen worden als Europees vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijngebied (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Ook de bescherming van individuele plant- en diersoorten is geregeld in deze wet. Beoordeling Gebiedsbescherming: Het plangebied is gelegen in het Natura 2000-gebied het IJssel- en Markermeer. Het gaat om het opnieuw mogelijk maken van functies op een plaats waar deze eerder ook al waren toegestaan. Daarbij wordt tevens opgemerkt dat betreffende aantallen recreatiewoningen en ligplaatsen nu al mogelijk zijn maar dan in het gebied ten westen daarvan. Slechts de plek waar deze kunnen worden gerealiseerd wordt met dit bestemmingsplan aangepast.
Slechts het gebied dat eerder is wegbestemd wordt dus toegevoegd, maar in planologische zin zijn er niet meer recreatiewoningen of ligplaatsen mogelijk. Het bestemmingsplan voorziet in 55 recreatiewoningen, maar er zijn er al 34 aanwezig. Er kunnen er dus 21 bijkomen. Met een stikstofberekening is aangetoond dat er geen toename van stikstofdepositie op enig Natura 2000-gebied is als gevolg van het plan, zie bijlage. Hierbij is alleen de gebruiksfase in ogenschouw genomen. De recreatiewoningen worden gasloos gebouwd. Daarom is er alleen sprake van een toename van verkeer dat een verhoging van stikstofuitstoot met zich meebrengt. Er is –zeer worst case—uitgegaan van 8 mvt/etmaal/ recreatiewoningen en er is ontsloten op het heersende verkeersbeeld, in dit geval de A7. Voor eventuele uitstoot tijdens de bouwfase geldt dat op grond van artikel 2.9a van de Wnb de gevolgen van de stikstof-depositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, tweede lid.
Op grond van artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming worden als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet aangewezen: het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen en het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.
32
Nu de recreatiewoningen worden geplaatst in een afgeschermd havengebied waar reeds meerdere recreatiewoningen en (permanent aanwezige) schepen aanwezig zijn, zijn er ook anderszins geen effecten op de instandhoudingsdoelstellingen zoals geformuleerd voor het Natura 2000-gebied het IJsselmeer. Het plangebied ligt binnen Natuurnetwerk Nederland, het betreft een verbindingszone. In hoofdstuk 3 is reeds ingegaan op dit onderwerp. Het plangebied ligt voorts ook niet in of nabij weidevogelleefgebied. Soortenbescherming Er worden als onderdeel van dit bestemmingsplan geen bomen gekapt, bebouwing gesloopt of water gedempt. Gelet hierop kan op voorhand worden geconcludeerd dat van aantasting van de vaste rust- of verblijfplaats van strikt beschermde soorten geen sprake kan zijn. Conclusie Het bestemmingsplan is haalbaar voor wat betreft natuur. 4.2.3
Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Op grond van het overgangsrecht van deze wet zijn de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 van kracht gebleven totdat de Omgevingswet in werking treedt. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Beoordeling Dit plan voorziet niet in grondroerende werkzaamheden: de recreatiewoningen en de ligplaatsen komen op het water. Zodoende kunnen er geen archeologische relicten worden aangetast en is archeologisch onderzoek niet nodig. Conclusie Het aspect archeologie is geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.2.4
Cultuurhistorie Algemeen In 2012 is de Modernisering Monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Onder meer heeft dit tot gevolg dat in bestemmingsplannen cultuurhistorie meegewogen dient te worden. Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen.
33
Beoordeling en conclusie In hoofdstuk 2 is reeds ingegaan op de geschiedenis; de cultuurhistorische waarden van de locatie worden niet aangetast. Cultuurhistorie vormt geen beperking voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.2.5
Verkeer en parkeren De jachthaven is bereikbaar via de Noorderdijk, die de toename aan verkeer naar verwachting kan verwerken. Het betreft een theoretische toename, omdat de aantallen ligplaatsen en recreatiewoningen al mogelijk zijn op basis van het geldende bestemmingsplan, slechts het gebied waar deze kunnen worden gerealiseerd, wordt vergroot. Op eigen terrein is tevens ruimschoots voldoende plek aanwezig om in de parkeerbehoefte te voorzien. Uitgegaan wordt van steeds één parkeerplaats per recreatiewoning. Conclusie Verkeer en parkeren vormt geen beperking voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
34
5 5.1
Juridische regeling Planonderdelen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende planregel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1. via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In het voorschrift van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen; 2. via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc.. Via een aanduiding wordt in de planregels ‘iets’ geregeld.
Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen bestemmingsregel hebben. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de planregels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens). Planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels. Het hoofdstuk “inleidende regels bestaat uit een tweetal artikelen te weten de begrippen en de wijze van meten. In de begripsbepaling worden begrippen waar nodig beschreven om interpretatieproblemen te voorkomen. Veelal worden begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt en daar een bijzondere betekenis hebben, die afwijkt van of niet voorkomt in het “normale” spraakgebruik. Wanneer een begrip niet opgenomen is in de begripsomschrijvingen/-bepalingen en er ontstaat een interpretatieprobleem dan is het normale spraakgebruik richtinggevend. De begripsomschrijvingen/bepalingen zijn niet uitputtend bedoeld. De belangrijkste en/of onduidelijke begrippen zijn opgenomen in dit artikel.
De wijze van meten beschrijft hoe de genoemde maatvoeringen in de diverse bestemmingsbepalingen gemeten dienen te worden.
35
2. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de planregels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Eerst voor gebouwen, dan voor de overige bouwwerken. Deze worden genoemd ‘bouwwerken, geen gebouwen zijnde’, en betreffen de constructies van enig omvang die toch geen gebouw zijn. Te denken valt aan erfscheidingen, hekwerken, lichtmasten, speelvoorzieningen, vlaggenmasten, lantaarnpalen, en dergelijke. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel een aanlegvergunningstelsel en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk overgangsregels en een slotregel opgenomen.
Hoewel het hier in wezen ook algemene regel betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. Toelichting De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
5.2
De bestemmingen In het bestemmingsplan is een bestemming Recreatie – Jachthaven opgenomen, met een regeling die grotendeels overeenkomt met de regeling hiervoor uit het geldende bestemmingsplan. Voor het maximaal aantal recreatiewoningen is aanvullend geregeld dat er maximaal 34 gebouwde recreatiewoningen aanwezig mogen zijn (i.c. de huidige gebouwde recreatiewoningen; de overige 21 moeten dus als drijvende recreatiewoning worden gerealiseerd). De gebiedsaanduidingen uit het geldende bestemmingsplan zijn opnieuw opgenomen. De maximale oppervlakte bedrijfsgebouwen van 5.000 m2 is opnieuw opgenomen, maar met de toevoeging dat recreatiewoningen hiervan uitgezonderd zijn (hiervoor geldt een separate regeling met maximale oppervlakte en maximale aantal). Tot slot is een specifieke gebruiksregel opgenomen die dicteert dat het terrein bedrijfsmatig geëxploiteerd moet worden.
36
6 6.1
Economische uitvoerbaarheid Inleiding Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan (bestemmingsplan) dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Doorgaans is in dit kader de vraag relevant of er gemeentelijke kosten zijn en hoe deze verhaald worden. Deze vraag omhelst tevens eventuele planschade.
6.2
Beoordeling plan Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het plan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). De begeleiding van de planologische procedure is door middel van het heffen van leges gedekt. Daarnaast is het aanleggen van voorzieningen in het aangrenzende openbaar gebied niet aan de orde en wordt het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing door de initiatiefnemer bekostigd. Voor de gemeente Hollands Kroon zijn derhalve geen kosten verbonden aan het opstellen en uitvoeren van dit plan. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een planschadeovereenkomst afgesloten.
6.3
Conclusie De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee voldoende aangetoond.
37
7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg Het plan wordt in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de overleginstanties. De reacties worden t.z.t. hier samengevat en van een antwoord voorzien.
7.2
Zienswijzen Op de bestemmingsplanprocedure is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In navolging hiervan wordt het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage worden gelegd. Een ieder kan in deze periode zienswijzen indienen. De zienswijzen die binnen de termijn binnenkomen worden te zijner tijd hier beantwoord.
7.3
Conclusie pm
38