2. Ontwerpbestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna toelichting en regels
Tekst van het document
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna ontwerp
bestemmingsplan Plan
Polderpark Anna Paulowna ontwerp
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend juridisch-planologisch kader 1.4 Leeswijzer
7 7 7 7 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
15 15 18 21 22
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Ecologie 4.3 Geluidhinder 4.4 Bodem 4.5 Externe veiligheid 4.6 Water 4.7 Hinder van bedrijven 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Overig 4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
25 25 26 28 28 29 30 33 34 35 36 36
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplanregels
39 39 39
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45 45 45
Regels
47
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
49 49 55
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Bos Groen Natuur Tuin Verkeer - Verblijf Water
57 57 59 61 63 65 67
3
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 9 Artikel 10
Wonen Waarde - Archeologie
69 73
Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
75 75 77 79 81 83
Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
85 85 87
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
Bijlage 2
Natuurinclusief programma
Bijlage 3
Archeologische quickscan
Bijlage 4
Ecologisch onderzoek
Bijlage 5
Inventarisatierapport beschermde soorten
Bijlage 6
AERIUS
Bijlage 7
Geluidsonderzoek
Bijlage 8
Bodemonderzoek
Bijlage 9
Evaluatierapport sanering puinverharding
Bijlage 10
Eindbrief Sanering
Bijlage 11
Watertoets
Bijlage 12
Aanvullend wateradvies
Bijlage 13
Verkeerskundig onderzoek
Bijlage 14
Vragen en antwoorden buurtbewoners
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Lijst aan huis verbonden beroepen en bedrijven
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
4
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Toelichting
5
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
6
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Woningstichting Anna Paulowna is voornemens om 41 woningen te realiseren in het Polderpark te Anna Paulowna. Het plan is een nieuwe woonbuurt tussen de Molenvaart en het natuurgebied Kruiszwin te vormen door 41 grondgebonden woningen op te richten. Het gebruiken en bebouwen van deze gronden is niet toegestaan in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Anna Paulowna 3'. De gronden zijn nu bestemd als 'Agrarische doeleinden II'. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt ten zuiden van de Kruiszwinsloot. Het plangebied wordt aan de zuidwestkant begrensd door de woonpercelen van de Molenvaart. De oostzijde wordt geflankeerd door de bossen van de Poldertuin. Een deel van deze gronden maken onderdeel uit van het plangebied. Aan de noordzijde van de Kruiszwinsloot bevindt zich natuurgebied Kruiszwin. Het plangebied bestaat uit het kadastrale percelen 213, 214 en 2374, 4825 sectie L van kadastrale gemeente Anna Paulowna. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 2,8 hectare. Navolgende figuur geeft de ligging van het plangebied weer.
Figuur 1. Weergave ligging plangebied (bron ruimtelijkeplannen.nl en topotijdreis.nl).
1.3
Geldend juridisch-planologisch kader
Op het plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied Anna Paulowna 3' zoals vastgesteld op 19 januari 2009 van toepassing. De gronden kennen de enkelbestemming 'Agrarische doeleinden II' en de dubbelbestemming 'krekenpatroon'. Voor de enkelbestemming zijn de volgende doeleindenomschrijvingen van toepassing op het plangebied: uitoefening van agrarische bedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met een ondergeschikte tak van niet grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met een maximale oppervlakte
7
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
van 250 m2; permanente bollenteelt; dagrecreatief medegebruik in de vorm van (onder andere) voeten fietspaden, ruiterpaden, picknickplaatsen of vissteigers Binnen de dubbelbestemming 'krekenpatroon' zijn de gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van het aanwezige krekenstelsel. Zonder vergunning is het verboden hier kreken te dempen of te (ver)graven. Daarnaast is het verboden zonder vergunning oever- of walbeschoeiing aan te brengen. Een vergunning kan worden verleend, mits is aangetoond dat de (cultuurhistorische) waarden van het aanwezige krekenpatroon daardoor niet wordt verstoord.
Figuur 2. Weergave geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Anna Paulowna 3' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Strijdigheid De beoogde bebouwing bestaat uit 31 levensloopbestendige sociale huurwoningen en 5 grondgebonden woningen éénlaags met kap en 5 grondgebonden woningen tweelaags met kap. Het planvoornemen is voor zowel bouwen als het gebruik strijdig met het geldend bestemmingsplan. Bestemmingsplan Parkeren en Wonen Op de percelen is daarnaast het 'bestemmingsplan Parkeren en Wonen', zoals vastgesteld op 4 oktober 2018, van toepasing. Het bestemmingsplan verwijst naar de parkeerregels zoals opgenomen in de
8
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
‘Parkeerregels Hollands Kroon 2018’. Hiermee wordt gewaarborgd dat een bouwplan niet leidt tot parkeerproblemen. Daarnaast is in het facetbestemmingsplan een uniform begrip van 'Wonen' opgenomen. Vanuit het oogpunt van een uniforme regeling, die rechtsgelijkheid biedt en duidelijk is voor alle inwoners en een goede basis geeft om op te treden tegen ongewenste vormen van gebruik, is een uniforme begripsbepaling voor het begrip ‘wonen’ vastgesteld. De regelingen zoals opgenomen in het bestemmingsplan zijn overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Gedeeltelijke herziening bijgebouwenregeling in diverse bestemmingsplannen van Hollands Kroon De gedeeltelijke herziening, vastgesteld op 5 maart 2015, herstelt een omissie met betrekking tot de bouwregels voor bijbehorende bouwwerken. De aanpassing is ook in voorliggend bestemmingsplan meegenomen. Facetplan – logies Het 'facetplan – logies', vastgesteld op 16 september 2021, is opgesteld om eenduidig te regelen wat logies is en wanneer logies is toegestaan. Tijdelijke huisvesting is hier expliciet uitgesloten. De aanpassing is ook in voorliggend bestemmingsplan meegenomen.
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 een beschrijving van het planvoornemen opgenomen. In hoofdstuk 3 volgt een uiteenzetting van het van toepassing zijnde beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente. Een omschrijving van de planologische en milieukundige randvoorwaarden, ook wel omgevingsaspecten genoemd, is opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 betreft de juridische toelichting van het bestemmingsplan. Als laatste is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.
9
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
10
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied 'Polderpark' omvat drie agrarische percelen ten zuiden van het Kruiszwin te Anna Paulowna. Het Kruiszwin is een natuurlijke geul die oorspronkelijk onderdeel uit maakte van een groter krekensysteem dat via het Lage Oude Veer uitmondde in de Waddenzee. De noordzijde van het plangebied kijkt uit over het polderland van natuurgebied de Kruiswin. De omgeving van het plangebied wordt aan de zuidkant gekenmerkt door de lintbebouwing aan de Molenvaart. Iets verder ten zuiden van het plangebied bevindt zich het winkelcentrum van Anna Paulowna, dat gekenmerkt wordt door relatief nieuwe bebouwing en veelal meerlaags is uitgevoerd.
Figuur 3. Weergave huidige situatie gezien vanaf natuurgebied het Kruiszwin op de locatie van het Polderpark
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie worden 41 woningen gerealiseerd. Waarvan 31 levensloopbestendige sociale huurwoningen. Daarnaast voorziet het plan in vijf grondgebonden woningen éénlaags met kap en vijf grondgebonden woningen tweelaags met kap op vrije kavels. Parkeren wordt deels op eigen terrein en deels door middel van parkeerkoffers opgelost. Een centrale toegangsweg ontsluit de nieuwe wijk aan de weg Molenvaart. Navolgende figuren geven een impressie van de nieuwe inrichting en bebouwing.
11
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Figuur 4. Situatietekening nieuwe situatie (Bron: INBO Heerenveen, 2023)
Beeldkwaliteitsplan Voor het beoogde planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, zie Bijlage 1 Het beeldkwaliteitsplan doorloopt een eigen procedure maar is volledigheidshalve opgenomen als bijlage bij de toelichting. In het gehele ontwerp en het beeldkwaliteitsplan is rekening gehouden met de landschappelijke kwaliteiten zoals beschreven in 3.2.3. Daarnaast is rekening gehouden met het dorps-dna van Anna Paulowna: Excentrische ligging van het oorspronkelijke vaartdorp en de verbondenheid met het landschap d.m.v. doorzichten en routes. Anna Paulowna is te typeren als een vaartdorp. Daarmee is het dorp onlosmakelijk onderdeel van het omringende agrarische landschap. Deze verwevenheid van dorp en platteland is een te koesteren ruimtelijke kwaliteit. De ingredienten hiervan zijn de volgende: 1. De Molenvaart is de belangrijkste ruimtelijke structuur. Hij bepaalt de hoofdrichting (west-oost) van de polder en het dorp 2. De (lint)bebouwing is georiënteerd op de Molenvaart 3. Vanaf de openbare ruimte in het lint aan de noordzijde van het dorp zijn er momenteel weinig doorzichten naar het open landschap 4. De hoofdgroenstructuur bestaat uit laanbeplanting langs wegen en vaarten 5. Kerken, scholen en andere openbare gebouwen staan op stedenbouwkundige belangrijkste structuur, de Molenvaart. 6. Er is vrijwel geen afwisseling in bouwhoogtes.
De hiervoor genoemde elementen zijn als volgt uitgewerkt: Openbare ruimte
12
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Voor het betreffende planvoornemen is een natuurinclusief programma, zie Bijlage 2, opgesteld. Hierin zijn kansen voor de ontwikkeling van het Polderpark opgenomen. Het natuurinclusieve programma is in detail uitgewerkt in het beeldkwaliteitsplan, dit wordt zelfstandig vastgesteld en geborgd in de planregels van dit bestemmingsplan. De openbare ruimte krijgt een parkachtig landschappelijk karakter. De verharding is geminimaliseerd en het groen in het straatbeeld overheerst. Sociale huur Iedere woning krijgt een terras van 4 bij 2,5 meter Tussen de woningen een groene haag / scherm; ca. 2m hoog en 3 meter diep. Het scherm is mee ontworpen met de woning (robuust, natuurlijk, permanent) Aan de straatzijde een lage haag van 1m hoog, ook voor bergingen langs Vanaf het terras tot de HaHa (verdiepte droge gracht) is een minimaal 2 meter brede zone (gras) die door de woningstichting wordt onderhouden (gemaaid). Vrije kavels Aan de adreszijde een lage haag (1 meter hoog) die ook tussen de woningen tot 2 meter achter de voorgevelrooilijn doorloopt. Tussen de woningen een hoge haag van 2 meter, die begint vanaf 2 meter van de voorgevelrooilijn en doorloopt tot 1 - 2 meter voor de achtergrens (HaHa of kruin van het talud van de sloot). Dit geldt ook voor de erfgens van de zijtuinen. Op de achtergrens zijn géén hagen of schuttingen toegestaan.
In overeenstemming met het BKP is een bebouwingsvrijezone opgenomen op de achterste perceelsgrenzen van de woningen. Met deze bebouwingsvrijezone wordt alle bebouwing uitgesloten. Het betreft hier een natuurinclusief plan, waarbij het versterken en benutten van de bestaande landschappelijke kwaliteiten van de het Kruiszwin en het behoud van identiteit voorop staan. De stevige structuur van de polder en het weidse uitzicht zijn een belangrijk onderdeel van deze identiteit. Deze bebouwingsvrijezone draagt bij aan de beleving van de kwaliteiten van het natuurgebied op de openbare wandelpaden Welstand Woningen Er is ruimte voor de bouw van 31 levensloopbestendige woningen en 10 vrije kavels. Voor de hoofdvorm van de architectuur zijn de arbeiderswoningen van de eerste pioniers in de ‘Geldersche buurt’ de inspiratie. De woningen hebben een sterke samenhang passend bij het bijzondere karakter van de landschappelijke setting. Vormgeving en materiaalkeuze van de woningen passen in het omringende landschap van het Polderpark. De samenhang in architectuur komt tot uitdrukking in de keuze voor verwantschap in opbouw van het volume, ligging op de kavel en verwantschap in materiaal- en kleurgebruik en detaillering.
Beeldkwaliteit woningen Gevelcompositie Een sterke samenhang in architectuur door eenzelfde architectuurstijl, plaatsing en kapvorm Architectonische uitwerking is zorgvuldig en robuust De woningen zijn eenduidig in hoofdvolume, heldere volumes van één of twee lagen met een kap; afhankelijk van het deelgebied Ingetogen, maar zorgvuldige detaillering Afwijkende dakvormen zijn niet toegestaan De woningen zijn alzijdig vormgegeven Materialisatie Eenduidig kleur- en materiaalgebruik in natuurlijke aardse tinten Hoofdzakelijk toepassing van baksteen in de gevels (min. 70%) Baksteen in aardse, gedekte kleurstelling Houten gevelbekleding in neutrale lichte kleurstelling
13
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Dakbedekking in keramische pannen in zwart of antraciet Mat zwarte zonnepanelen Duurzaamheid Maatregelen uit het Natuurinclusief programma voor Polderpark (opgesteld door Faunest) zijn meegenomen in het ontwerp van de woningen en worden geregeld in de planregels van voorliggend bestemmingsplan. In of aan de (kop)gevels dienen per bouwblok minimaal 4 vestigingsmogelijkheden opgenomen te worden voor tenminste 2 verschillende vliegende soorten. De daken van de woningen lenen zich voor het plaatsen van PV panelen, deze worden op het dak geplaatst in rechthoekige, aaneengesloten vlakken, waarbij de panelen alle dezelfde richting hebben. Op schuine daken volgen de PV panelen de hellingshoek van het dakvlak. Het toepassen van duurzame (gevel) materialen in het ontwerp van de woningen wordt toegejuicht; Het toepassen van groene begroeide gevels is toegestaan. Krekenpatroon In het geldend bestemmingsplan is op de gronden een dubbelbestemming 'Krekenpatroon' opgenomen. De omgeving van Anna Paulowna heeft lange tijd onder invloed gestaan van de zee. Tijdens de laatste transgressie is een uitgebreid geulen- en krekenstelsel tot ontwikkeling gekomen. De hoofdgeul van dat stelsel was het Oude Veer. Belangrijke zijtakken waren het Kleimeer, Razend zwin, Boermanszwin en het Kruiszwin (onderdeel plangebied).
Dit kreken-, of zwinnenstelsel heeft voor een groot deel het grillige patroon van de jongere zavel- en kleiafzettingen van oostelijk deel van de Anna Paulownapolder veroorzaakt. Deze landschappelijke elementen zijn eveneens verankerd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland. In de meest recente versie hiervan (2018) zijn echter de gronden van het Kruiszwin niet langer aangewezen als bpl of aardkundig waardevol. Het Kruiszwin is omgeven door natuurontwikkeling (noordzijde) en bebouwing (zuidzijde) waardoor de aardkundige waarde van deze kreek is afgenomen. De ondergrond onder de overige bestaande bebouwing in het gebied wordt ook als minder waardevol beschouwd. De aanwezige landschappelijke en natuurlijke elementen in het plangebied en omgeving, waaronder het krekenpatroon, zijn wel betrokken in de verdere planuitwerking, zie ook Bijlage 1. Vanwege de afgenomen aardkundige waarde van het krekenpatroon is het niet langer noodzakelijk een dubbelbestemming in het plan op te nemen.
Poldertuin Naast het plangebied ligt de poldertuin. Een deel van dit plangebied is nog bestemd als agrarisch maar is feitelijk in gebruik als bos. Planologisch is bollenteelt op dit perceel toegestaan. Om te voorkomen dat eventuele hinder vanwege deze planologische mogelijkheden ontstaat, wordt met voorliggend bestemmingsplan de bestemming in overeenstemming gebracht met het feitelijk gebruik.
14
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die in 2024 in werking treedt. De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro.
Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst. De algemene denklijn van de NOVI is in de planvorming betrokken.
15
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan, nationaal belang 13 met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Nationaal belang 13 van de SVIR van het Rijk vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 3.1.6, lid 2 Bro schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder moet voldoen. De tekst uit het Bro luidt nu als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De Ladder is onder andere van toepassing op ontwikkelingen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
Afweging 1.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?
De handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. In dit geval betreft het 'wonen'. Als een plan met overige functies, zoals wonen, wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bepaalt men door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit rechtspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat niet iedere ontwikkeling van onder meer woningbouw als stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Zo is geoordeeld dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling als meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Vanaf 12 woningen is dan sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorgenomen ontwikkeling betreft 41 woningen. In de planologische situatie zijn woningen niet op de percelen toegestaan. Er worden dus 41 woningen toegevoegd. Er is daarmee sprake van een stedelijke ontwikkeling. 2.
Is de stedelijke ontwikkeling nieuw?
De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan wordt met het onderhavige bestemmingsplan bebouwing mogelijk gemaakt waar dat eerst niet mogelijk was. Er is aldus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
16
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
3.
Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied?
Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte aan die ontwikkeling worden gemotiveerd. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied is in onderhavig project de gemeente Hollands Kroon en omliggende gemeenten. De woningen zullen voor het grootste gedeelte bewoond worden door de inwoners uit de gemeente of omliggende gemeenten. 4.
Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling?
Zoals hiervoor al staat vermeld, moet de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, worden beschreven. Dat houdt in dat gekeken moet worden naar de vraag, in dit geval de vraag naar woningen. Het aanbod van dit onderhavige bestemmingsplan moet daarin passen. Voor deze kwantitatieve behoefte geldt dat daarvan in de gemeente Hollands Kroon absoluut sprake is. Zoals blijkt uit de woonvisie (als opgenomen in de Omgevingsvisie, zie 3.4.1) moeten in totaal in de periode 2020-2030 1.030 extra woningen worden gebouwd. Per jaar betekent dat minimaal honderd woningen. Om deze doelstelling te behalen zijn plannen nodig voor 1.670 woningen. Voor deze 1.670 woningen bestaat op dit moment capaciteit van achthonderd woningen. Voor negenhonderd woningen wordt nog gezocht. Een groot deel van die nieuwbouwplannen moet worden gerealiseerd binnen de vier hoofdkernen, zoals Anna Paulowna. Naast kwantitatieve aspecten, spelen ook kwalitatieve aspecten een rol bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. In juli 2023 is woonbehoefteonderzoek 2023-2033 van bureau KAW aan de gemeenteraad ter kennis gesteld. Voor de kern Anna Paulowna is de woonbehoefte per woontype tot 2033 in beeld gebracht.
Hieruit komt naar voren dat er in Anna Paulowna wat betreft sociale- en vrije huur een sterkte behoefte aan appartementen en hofje/patio woningen is. Voor koopwoningen is er behoefte aan vooral rij- en 2-onder-1-kap woningen, maar ook aan vrijstaande woningen, kavels, appartementen en patio/hof-woningen. Voor de kwalitatieve behoefte geldt dat de woningbehoefte van 1.670 woningen kan worden onderverdeeld in: Segment
Aandeel toevoeging
sociale huur
25%
middeldure huur en sociale koop (tot €200.000,--)
10-15%
betaalbare koop (€200.000,-- tot €265.000,--)
30-40%
middeldure- en dure koop (vanaf €265.000,--)
20-30%
Woningstichting Anna Paulowna, Stichting Huurdersorganisatie Woningstichting Anna Paulowna en de gemeente Hollands Kroon hebben naar aanleiding van het Regionale Actieprogramma Noord-Holland Noord, prestatieafspraken gemaakt over het aanbieden van voldoende sociale huurwoningen in de gemeente. Voorliggend plan is opgenomen in deze prestatieafspraken en opgenomen in het Regionaal Actieprogramma. Het aantal huishoudens van de gemeente Hollands Kroon blijft groeien tot 2030. Van groot belang is dat de bevolkingssamenstelling verandert door ontgroening en vergrijzing. Ouderen willen en kunnen steeds langer thuis wonen. Om te kunnen en blijven voorzien in voldoende woningen voor iedereen is het toevoegen van extra woningen aan de woningvoorraad noodzakelijk. In de huursector wordt 80% van de woningen toegewezen aan één of tweepersoonshuishoudens. Gezien de ligging (bij het winkelcentrum Molensluis) en gezien de levensloopbestendige uitvoering van de sociale huurwoningen zullen deze bij voorrang aan senioren worden toegewezen. Om te kunnen blijven voorzien in voldoende woningen worden met het planvoornemen 31 grondgebonden sociale huurwoningen gebouwd en 10 vrijstaande koopwoningen.
17
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Zo bezien kan gesteld worden dat de planologische ontwikkelingen van dit bestemmingsplan door het toevoegen van 41 woningen niet leidt tot enige leegstand of anderszins tot onaanvaardbare situaties waardoor geen sprake meer zou zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast levert het plan een bijdrage aan een aanwezige woningbouwbehoefte in Anna Paulowna. 5.
Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
Vervolgvraag is of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ligt. Als bestaand stedelijk gebied wordt op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, sub h, van het Bro aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. In de jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2015:1340) is het begrip 'bestaand stedelijk gebied' verder ingevuld. Het plangebied is gelegen achter (ten noorden van) het bebouwingslint van de Molenvaart in Anna Paulowna. Hoewel op dit moment geen bebouwing in het plangebied aanwezig is, grenst het plangebied aan de zuidkant direct aan het stedelijk gebied van Anna Paulowna (woningen). Het afschermende water aan de noorkant (Kruiszwinsloot) maakt dat het plangebied landschappelijk gezien aansluiting vindt bij het bestaand stedelijk gebied. Als aangegeven bij vraag 4 voorziet het plan in een aanwezige behoefte aan woningen in Anna Paulowna.
In Anna Paulowna zijn geen reële alternatieve locaties in bestaand stedelijk gebied aanwezig die voorzien in voldoende ruimte voor een woninbouwprogramma van 41 woningen. Aan de hand van voorstaande uiteenzetting met betrekking tot de Ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat het planvoornemen aansluit bij de uitgangspunten van het Barro.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050
De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die wij maken. In de omgevingsvisie is het principe van 'lokaal wat kan, centraal wat moet' leidend. Hieruit komen een aantal hoofdthema's naar voren: Noord-Holland in beweging, op weg naar een economische en duurzame toekomst; dynamisch schiereiland, benutten van een unieke ligging; metropool in ontwikkeling, vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaans systeem; sterke kernen, sterke regio's, sterke kernen houden regio's vitaal; nieuwe energie, economische kansen benutten van energietransitie; natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agri-foodsector. Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van agrarische gronden direct ten noordoosten van Anna Paulowna.
Met voorliggend plan wordt de sterke kern Anna Paulowna in stand gehouden en versterkt overeenkomstig de speerpunten van de Omgevingsvisie.
18
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Op 22 oktober 2020 hebben Gedeputeerde Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Op 16 november 2020 is deze in werking is getreden. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, en de Wegenverordening. Uitgangspunt voor stedelijke functies is dat zoveel mogelijk het landschap wordt gespaard. Dit houdt in dat bestaande kernen de aangewezen locatie zijn voor wonen en werken. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw of voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meeste actuele cijfers. Artikel 6.3 uit de verordening is op het plan van toepassing. Dit artikel betreft 'Nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. In dit artikel is opgenomen dat een ruimtelijke plan uitsluitend kan voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt afspraken. Paragraaf 3.1.3. is reeds ingegaan op de beoogde ontwikkeling in relatie tot de vraag naar de ontwikkeling. Hieruit blijkt dat het voornemen aansluit op de regels zoals opgenomen in de Omgevingsverordening.
Het plangebied is gelegen in het door de provincie aangewezen Landelijk gebied. Artikel 6.59 is daarmee op het plan van toepassing. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het werkingsgebied landelijk gebied wordt rekening gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Zie hiervoor paragraag 3.2.3. Het plan is daarnaast voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) van de provincie.
3.2.3
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (Leidraad) is op 10 april 2018 vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Holland. Het is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De Leidraad 2018 is in de Omgevingsverordening NH2020 verankerd in artikel 6.59 (ruimtelijke kwaliteitseis). De vernieuwde Leidraad beschrijft de bestaande waarden en ontwikkelkansen in de verschillende gebieden in Noord-Holland. De algemene ambitie daarbij is om bij ruimtelijke ontwikkelingen bij te dragen aan de zichtbaarheid en herkenbaar het houden van de landschappelijke karakteristiek, bij te dragen aan (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. De kaart van de provincie is daartoe onderverdeeld in twintig landschappelijke eenheden, zogenaamde ensembles, en tienprovinciale structuren. Het plangebied is gelegen in het esemble Koegras-Anna Paulownapolder. Dit ensemble bestaat uit twee kuststroken en daarachter aandijkingenlandschap.
De Noordzeekust bestaat uit een smalle strook met reliëfrijk jong duinlandschap, met een abrupte overgang naar de aandijkingen. De ruim 5.000 hectare grote Anna Paulownapolder was een van de jongste aandijkingen en is in 1845 en 1846 ingedijkt en drooggemalen. Aandijkingen zijn vaak grootschalig, geometrisch en open en als geheel ingericht. Bijzonder aan de Anna Paulownapolder is dat de geschiedenis van het oude wadkrekensysteem ook na inpoldering nog steeds goed herkenbaar is. Het Kruiszwin, gelegen ten noorden van het plangebied is een natuurlijke geul (priel), die onderdeel uit maakte van een groter wadkrekensysteem dat vervolgens via het Lage Oude Veer uitmondde in de Waddenzee. De polder heeft een grootschalige geometrische verkaveling, met een kaveldiepte van circa 500 meter. Langs de wegen die circa 1 km uit elkaar liggen laanbeplantingen en boerenerven en lint)bebouwingen. De beleving is zeer open en vlak bloembollenland. Tegen het plangebied aan ligt het natuurgebied het
19
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Kruiszwin dat bestaat uit open riet- en bloemrijke graslanden. Er zijn geen aanduidingen op de provinciale kaarten maar in het plangebied zelf, op de rand van het dorp, is dit zeker een belangrijke (woon)kwaliteit. Het Kruiszwin ten noorden van het plangebied is 34 ha groot en maakt onderdeel uit van de ecologische verbindingszone Noordboog die loopt van het Zwanenwater bij Callantsoog tot het IJsselmeer. Het meest opvallende fenomeen in het Kruiszwin is de zeer sterke kwel van zout grondwater. Zilte tot brakke omstandigheden zijn een zeldzaamheid geworden binnen het Noord-Hollandse grondgebied. Er komen rieten graslanden voor met veel brakke soorten, waaronder zulte, zilte rus, zilte schijnspurrie, aardbeiklaver en stomp kweldergras. Een deel van het terrein ligt tamelijk laag en heeft ook waterberging als functie. Bij hevige regenval lopen de laagste delen onder water. Dit voorkomt wateroverlast in de rest van de polder. Op de hoge delen aan de noordkant van het terrein zijn bloemrijke graslanden met een wandelpad, picknickplekken en natuurspeelplekken voor de jeugd. Schotse hooglanders zorgen er voor dat het gebied een open karakter houdt. In paragraaf 2.2 is een nadere uitwerking gegeven van de inpassing van het planvoornemen in de landschappelijke karakeristieken.
3.2.4
Woonagenda 2020-2025
In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De provincie streeft naar voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwantitatieve en kwalitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale programma's. In paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan.
3.2.5
Masterplan wonen
De komende jaren helpt de provincie gemeenten om sneller meer betaalbare woningen te bouwen om het woningtekort in Noord-Holland terug te dringen. Voor 2030 moeten er 165.000 nieuwe woningen worden bijgebouwd. Om dit te bereiken, hebben Gedeputeerde Staten het Masterplan Wonen opgesteld. Om te zorgen dat er in 2030 165.000 extra woningen zijn, heeft de provincie in kaart gebracht wat de zogenaamde ‘reële plancapaciteit’ is. Dit is de optelsom van nieuw te bouwen woningen in alle gemeentelijke bestemmingsplannen in Noord-Holland. Het gaat dan zowel om plannen die nog moeten worden vastgesteld als plannen die al zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Deze plannen moeten daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. De reële plancapaciteit legt daarom de aantallen vast die met hulp en ondersteuning gebouwd kunnen worden tussen nu en 2030. De provincie legt daarbij de focus op de grotere projecten waarmee snel veel woningen gebouwd kunnen
20
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
worden. Het kabinet met minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft dezelfde insteek. De komende maanden overlegt de provincie met gemeenten en het Rijk om scherpe keuzes te maken over welke projecten prioriteit krijgen.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Woondeal Noord-Holland Noord
In deze woondeal geven regio Noord-Holland Noord en provincie Noord-Holland de grootste opgaven weer, wordt de huidige, innovatieve wijze van samenwerking om deze opgaven aan te pakken toegelicht en wordt afgesloten met een overzicht van concrete maatregelen waarvoor de hulp van het rijk wordt gevraagd. De scope van de woondeal is om de steden hun eigen karakter te laten houden en tegelijk flexibel in te spelen op de groei van inwoners. Uitgangspunt voor de regio is dat zoveel mogelijk binnenstedelijk en rond OV-locaties wordt gebouwd. Het planvoornemen betreft de realisatie van woningbouw op een buitenstedelijke locatie maar direct grenzend aan en omsloten door binnenstedelijke functies, waarmee het te beschouwen is als binnenstedelijke locatie. Het planvoornemen is in overeenstemming met de Woondeal Noord-Holland Noord.
3.3.2
RegioAkkoord 'De Kop Groeit'
Door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland is in 2020 het RegioAkkoord "De Kop Groeit" vastgesteld. In dit document is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop van Noord-Holland te realiseren tot 2030 waarbij is aangegeven dat het belangrijk is om in deze behoefte te voorzien en de woningbouwproductie te versnellen. Uitgangspunt hierbij is "sterke kernen, goede voorzieningen" waarbij er ruimte wordt geboden voor kleinschalige woningbouw in het landelijk gebied, aan de randen van de kern. Het planvoornemen betreft de realisatie van woningbouw in het landelijk gebied aan de rand van de kern Anna Paulowna. Zoals blijkt uit navolgende paragrafen voorziet het planvoornemen in een directe behoefte. Het plan is dan ook in overeenstemming met het Regioakkoord.
3.3.3 Convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw Kop van Noord-Holland 2020-2030 Voor de regio is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraag gestuurd woningbouwprogramma tot 2030. Dit is vastgelegd in het Convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 (Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop). Met het convenant beogen de vier Kopgemeenten en de provincie Noord-Holland een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland. Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma('s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland. De partijen erkennen de aparte status van de gemeente Texel. Het convenant is grotendeels een procesdocument. Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering tot 2030 (kwantitatieve afspraken) is een kwalitatief afwegingskader vastgelegd. Met een werkwijze van adaptief programmeren wordt gewerkt aan een optimale balans tussen vraag- en aanbod van woningen. Deze werkwijze biedt ruimte voor de bovengenoemde ambities van de regio en de mogelijkheid om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen.
Door middel van monitoring kan het programma tijdig worden bijgesteld, zodat er continu gewerkt wordt aan de juiste hoeveelheid woningbouwplannen in de Kop van Noord-Holland.
21
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
In kwantitatieve zin is het basisvertrekpunt de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2021-2050, opgesteld door de provincie. In bijlage 4 van het convenant is het totaalprogramma weergegeven. De getoonde lijsten betreffen een 'vertreklijst', hiermee wordt voldaan aan de provinciale regels. Gedurende de looptijd van het convenant zal er adaptief geprogrammeerd worden. Dit zal gaan resulteren in mutaties van de getoonde vertreklijst. De actuele lijst/ overzicht is, gedurende de looptijd, te raadplegen in www.plancapaciteit.nl. Het plan ligt in een kern die gemiddeld scoort in het KWK 2020-2030. Het planvoornemen is opgenomen in de lijst voor Hollands Kroon als opgenomen in bijlage 4 (categorie medium) van het convenant.
3.3.4
Regionaal Woonakkoord
Vier gemeenten uit de Kop van Noord-Holland zetten zich in om de komende vijf jaar voor iedereen een passende woning te realiseren. Op 8 maart 2022 zijn de gemeente Texel, Den Helder, Hollands Kroon en Schagen en de provincie Noord-Holland hiervoor het regionaal woonakkoord aangegaan. De nadruk in het woonakkoord ligt op: Het tekort aan woningen in de Kop. Om hier gehoor aan te geven mogen de regiogemeenten meer woningen adaptief in het programma opnemen. Het toevoegen van betaalbare woningen, tijdelijke woningen, doorstroming en passende woningen voor senioren. Binnenstedelijk bouwen en bouwen nabij OV-knooppunten. Er wordt ingezet op OV-bereikbaarheid in combinatie met de aanleg van regionale doorfietsroutes en het beter gebruiken van weginfrastructuur. Ook maakt het akkoord vroegtijdige afstemming van woningbouwplannen in het landelijk gebied mogelijk. Over plannen in het Bijzonder Provinciaal Landschap blijven de partijen met elkaar in gesprek. Het regionaal woonakkoord 2022-2026 bestaat uit een bestuursakkoord met geformuleerde doelen voor de komende 5 jaar en een uitvoeringsagenda met concrete acties. Het woonakkoord is op 8 maart 2022 aangegaan door de provincie Noord-Holland en de colleges van de gemeenten Texel, Den Helder, Hollands Kroon en Schagen. Het planvoornemen is meegenomen in het Regionaal Woonakkoord.
In dit akkoord is als bijlage een lijst met plannen in het landelijk gebied opgenomen, waarvan dit plan er één is.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie gemeente Hollands Kroon (2016)
In de raadsvergadering van 22-11-2016 is de Omgevingsvisie gemeente Hollands Kroon vastgesteld. De omgevingsvisie wordt jaarlijks herzien. De meeste recente versie is op 19 januari 2021 vastgesteld. Hierin staat het ontwikkelen van de fysieke leefomgeving voor op de lange termijn beschreven. In de omgevingsvisie is onder meer op het thema wonen ingegaan. Invulling van dit thema is gebaseerd op de in 2020 vastgestelde woonvisie (zie 3.4.2). Hiervoor geldt dat de gemeente de focus verlegd naar kwaliteit in plaats van kwantiteit. Meer ruimte voor gewenste ontwikkelingen kan worden geboden als dat nodig is. Ruimte voor kwalitatief hoogwaardig wonen en leven is daarbij het speerpunt voor de gemeente. Voor woningbouw in de gemeente Hollands Kroon wordt aansluiting gezocht op de regionale afspraken zoals opgenomen in het Kwalitatief Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland. In deze afspraken is de nieuwbouwruimte per gemeente vastgelegd. Het planvoornemen is opgenomen in de regionale afspraken. De locatie is gelegen aangrenzend aan de bebouwde kom van Anna Paulowna. Voor het planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin aandacht is besteed aan de landschappelijke waarden in het plangebied. In de uitwerking van het planvoornemen is rekening gehouden met onder andere het aangrenzende natuurgebied Kruiszwin gelegen ten noorden van het plangebied.
Het plan doet geen afbreuk aan de aanwezige landschappelijke kwaliteiten. Het plan is passend binnen de Omgevingsvisie.
22
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
3.4.2
Woonvisie
De gemeenteraad heeft op 17 december 2020 een nieuwe woonvisie aangenomen. Belangrijkste doel in de Woonvisie is dat de gemeente een aantrekkelijk woongebied voor de inwoners moet blijven. Hiervoor staan uitgangspunten en kaders in de woonvisie. Uitgangspunt is een gezonde woningvoorraad en groei. Een woningvoorraad die past bij de behoefte en klimaatbestendig is, met een groene inrichting die bijdraagt aan de gezondheid en het welzijn van de inwoners. De gemeente richt zich actief op jongeren, starters en ouderen ten behoeve van een betere balans van verschillende woningtypen op de woningmarkt. Bij plannen van vanaf 40 woningen wordt ingezet op 25% sociale huur. Met het planvoornemen worden 41 woningen mogelijk gemaak. 31 woningen daarvan betreffen woningen bedoeld voor de sociale huursector. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de hiervoor genoemde uitgangspunten in de woonvisie. 3.4.3
Welstandsnota
De gemeente Hollands Kroon werkt sinds 28 december 2013 met een 'nieuwe' welstandsnota. In deze nota wordt gewerkt met drie verschillende soorten welstandsgebieden: welstandsvrij; welstandsluw; welstandsintensief. De locatie bevindt zich in een welstandsvrij regime. Het welstandsbeleid beperkt zich op het voorkomen van excessen. De bebouwing dient aan te sluiten bij de omgeving. Dit geldt ook voor de materialen en kleuren van het bouwwerk. Voor het betreffende planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In dit beeldkwaliteitsplan is rekening gehouden met de principes zoals opgenomen in de welstandsnota. Hoewel het plangebied is gelegen in een welstandsvrij regime is in bouwstijl aansluiting gezocht bij de omgeving en het nabijgelegen natuurgebied Kruiszwin. Het beeldkwaliteitsplan doorloopt een zelfstandige procedure en maakt onderdeel uit van de regels van dit bestemmingsplan.
23
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
24
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Hoofdstuk 4 4.1
Milieuaspecten
Erfgoed
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze op 1 januari 2024 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden rekening wordt gehouden. 4.1.1
Archeologie
Gemeente Hollands Kroon heeft in 2022 haar Beleidskaart Archeologie vastgesteld waarin de bescherming van archeologische waarden is opgenomen. Voor het plangebied is een beschermingsregime opgenomen dat bij ingrepen groter dan 10.000 m2 een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In dergelijke gebieden is een lage verwachting van archeologische waarden. Het meest zuidoostelijk gelegen deel van het plangebied ligt een zone met een hoge archeologische waarde voor de Nieuwe Tijd. Hier is een vrijstellingsgrens van 100 m2 aan verbonden. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 3 ha. Naar aanleiding hiervan is advies gevraagd aan Archeologie West-Friesland. Uit het advies, zie Bijlage 3, komt naar voren dat in het zuidwestelijk deel van het plangebied mogelijk vindplaatsen uit de periode Ijzertijd- Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn op het veen, dat is afgedekt door laatmiddeleeuwse afzettingen. Voor het het deel met de hoge verwachtingswaarde in het zuidoostelijk deel van het plangebied kan de hoge waarde op basis van nadere bestudering van het historisch kaartmateriaal komen te vervallen. Geadviseerd wordt om voor het gehele plangebied een archeologische dubbelbestemming op te nemen met een vrijstellingsgrens tot 10.000 m2. Bij de uitwerking van de bouwplannen zal een definitief advies worden gegeven over de ingrepen in relatie tot de archeologische waarden.
Het advies is in de regels en verbeelding van voorliggend plan overgenomen. Conclusie De uitvoerbaarheid van het voornemen wordt niet door de aanwezigheid van eventuele archeologische waarden belemmerd. NOTA BENE De archeologische meldingsplicht blijft van kracht. Dit betekent dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente Hollands Kroon. 4.1.2
Cultuurhistorie
De cultuurhistorische waarden in Anna Paulowna zijn opgenomen in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de Provincie Noord-Holland. Uit deze leidraad blijkt dat in en in de omgeving van het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Het krekenpatroon is in het moederplan geregeld middels een (oude) dubbelbestemming. Het
25
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
oorspronkelijke krekenpatroon is niet meer aanwezig. De landschappelijke waardevolle elementen zijn wel verwerkt in In het voorliggende bestemmingsplan maar hoeven niet als zodanig meer beschermd te worden. Conclusie Het planvoornemen wordt niet door het aspect cultuurhistorie in uitvoerbaarheid belemmerd.
4.2
Ecologie
In het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. Dit is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening NH2020. Onderzoek Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het planvoornemen is een ecologische inventarisatie van het plangebied uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in Bijlage 4. Uit dit onderzoek komen de volgende resultaten naar voren: SOORTENBESCHERMING Bij het veldbezoek in januari 2022 is geconstateerd dat het plangebied in potentie geschikt is voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli.
Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (Huismus, Sperwer, Ransuil en Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten. In het onderzoeksgebied kunnen beschermde amfibieën en grondgebonden zoogdieren voorkomen die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn of als 'andere soort'. Het gaat om de Rugstreeppad (land- en voortplantingsbiotoop), kleine marterachtigen en vleermuizen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is nader onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten noodzakelijk. Met deze reden is door Van der Goes en Groot in de periode april-september 2022 nader onderzoek naar beschermde soorten in het plangebied uitgevoerd, zie Bijlage 5. Rugstreeppad en kleine marterachtigen Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er in het plangebied geen waarnemingen zijn gedaan van Rugstreeppad of kleine marterachtigen. De geplande werkzaamheden hebben daardoor geen negatief effect op deze soorten. Broedvogels In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen.
Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli.
26
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Vleermuizen Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied alleen langsvliegende, in vlucht baltsende en foeragerende vleermuizen zijn waargenomen. Het foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied maakt slechts een klein deel uit van een veel groter foerageergebied en is geen essentieel deel van het leefgebied. De vleermuizen kunnen derhalve uitwijken. Aanbevolen wordt uitstraling van licht op de noordelijk gelegen watergang en natuurgebied Kruiszwin door inrichting van de wijk te voorkomen of te minimaliseren. Lichtuitstraling tijdens werkzaamheden dient ook voorkomen te worden. Vanwege het ontbreken van beschermde gebruiksfuncties die in betekenende mate worden aangetast, is het niet nodig ontheffing aan te vragen in het kader van Wnb. Voor overige aanwezige soorten geldt onverminderd de zorgplicht. Om de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren: Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten. Om schade aan vissen en amfibieën te beperken moeten de werkzaamheden aan wateren en oevers zoveel mogelijk worden uitgevoerd in de periode augustus tot en met oktober in verband met de perioden van voortplanting en overwintering.
Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat 's nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.
GEBIEDSBESCHERMING Gezien de ligging van het plangebied direct naast het NNN is een toetsing van de gevolgen van dit plan voor de effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden in het NNN mogelijk aan de orde. Hierover wordt vooroverleg gevoerd met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland. Het plangebied ligt op meer dan 3 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, de Waddenzee. Gezien de grote afstand en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Stikstofberekening De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat waarmee wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Zie Bijlage 6. Conclusie De effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabijgelegen NNN relevant, hierover wordt vooroverleg gevoerd met Provincie Noord-Holland. Aanbevolen wordt uitstraling van licht op de noordelijk gelegen watergang en natuurgebied Kruiszwin door inrichting van de wijk te voorkomen of te minimaliseren.
Lichtuitstraling tijdens werkzaamheden dient ook voorkomen te worden. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. De zorgplicht geldt onverminderd voor aanwezige soorten. Mocht aan bovenstaande worden voldaan dan vormt het aspect ecologie geen belemmering voor het planvoornemen.
27
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
4.3
Geluidhinder
De Wet geluidhinder (Wgh) is erop gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de 'geluidsbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm. Voor het wegverkeerslawaai is deze norm 48 dB; voor spoorweglawaai bedraagt deze 55 dB en voor industrielawaai is de norm 50 dB(A). Onderzoek De in de nabijheid van het plangebied gelegen Molenvaart kent ter plaatse een maximumsnelheid van 50 km/uur. Een weg met een snelheidsregime van 50 km/uur of meer kent op grond van de Wet geluidhinder een zone, in dit geval een zone van 200 meter, gerekend uit de as van de weg. Voor binnen deze zone te realiseren geluidsgevoelige bebouwing dient akoestisch onderzoek te worden verricht. De woningen liggen niet binnen de zone van andere wegen, spoorlijnen of industrieterreinen waarmee deze aspecten buiten beschouwing blijven. Het onderzoek is uitgevoerd op 10-8-2023, zie Bijlage 7. Uit de rekenresultaten met het opgestelde rekenmodel blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Molenvaart op geen van de woningen hoger is dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. Er is geen sprake van geluidsaccumulatie. De Wet geluidhinder brengt voor deze woningen geen verdere verplichtingen met zich mee.
Conclusie Het planvoornemen is wat het betreft het aspect geluidhinder uitvoerbaar.
4.4
Bodem
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting inzicht verkregen moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder andere inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is dus feitelijk een onderdeel van de onderzoeksverplichting van B en W en de gemeenteraad bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Hierbij moet worden opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen. Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek inzake de betreffende verdachte locatie kunnen uitwijzen of er voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan worden vastgesteld of inderdaad sprake is van bodemverontreiniging, en zo ja, in welke mate en van welke omvang. Op basis van een nader onderzoek kan de provincie bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of er beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen.