CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

2. GOFLO Het Kippenhok incl. bijlagen

Raad 18 december 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel bindend advies oprichten pluimveebedrijf Oudelanderweg Middenmeer (onder voorbehoud) (afhankelijk van besluit in het oordeelvormende gedeelte)28.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Figuur 4-2 Aanbod agrarische bedrijven 27 september 2024

Op dit moment zijn er geen bedrijven beschikbaar met een bouwvlak van circa 3,5 hectare en de vereiste bestemming met intensieve aanduiding. Daarom is onderzocht of er andere bedrijven zijn waar de beoogde ontwikkeling eventueel gerealiseerd zou kunnen worden door uitbreiding en eventuele herbestemming van het bestaande bouwvlak. Ook is er gekeken of er bedrijven worden aangeboden die gecombineerd zouden kunnen worden. Gezien de ligging van de verschillende te koop staande bedrijven is combineren van twee locaties niet mogelijk. In de gemeente Heiloo bevindt zich één pluimveehouderij. Dit betreft echter een voormalig leghennenbedrijf dat niet meer over de vereiste bestemmingen beschikt, zoals een agrarische of intensieve bestemming. Bovendien ligt deze locatie dicht bij de kern van Heiloo, waardoor de beoogde ontwikkeling vanwege milieubelasting onwenselijk is op deze plek. Verder zijn er momenteel geen bedrijven met een intensieve bestemming te koop. Op dit moment staan er een tiental (glas)tuinbouwbedrijven te koop. Deze bedrijven zijn hoofdzakelijk ingericht voor de teelt van gewassen onder glas en bevinden zich niet solitair, maar juist in directe nabijheid van andere glastuinbouwbedrijven. Vanwege hun aard worden glastuinbouwbedrijven aangemerkt als voor geurgevoelige objecten.

Dit betekent dat bij de ontwikkeling van een pluimveehouderij in de nabijheid van dergelijke locaties rekening moet worden gehouden met geurhinder en de geldende geurwetgeving. Een pluimveehouderij nabij een glastuinbouwlocatie zou leiden tot een aanzienlijke toename van de geurbelasting op omliggende bedrijven. Om die reden is

24 

herontwikkeling van een (glas)tuinbouwbedrijf tot een intensieve veehouderij in deze context zowel planologisch als milieutechnisch onhaalbaar en maatschappelijk onwenselijk. In de provincie Noord-Holland hebben 15 bedrijven zich aangemeld voor de LBV- of LBVplusregeling, waaronder 14 melkveebedrijven en 1 pluimveebedrijf. Deze bedrijven komen op termijn beschikbaar als ze deelnemen aan de regeling. Het pluimveebedrijf valt echter af, omdat de regeling niet toestaat dat dezelfde diercategorie opnieuw wordt gehouden. Bovendien komen deze bedrijven in aanmerking voor de LBV-regeling vanwege hun ammoniak/stikstofdepositie op omliggende Natura-2000-gebieden. Het herontwikkelen van een bedrijf waarbij ammoniakemissie plaatsvindt is daarmee op deze locaties ongewenst aangezien de locaties zijn aangemerkt als zijnde 'Piekbelasters'. Wel zijn er diverse akkerbouwbedrijven te koop. Hoewel deze bedrijven op dit moment nog geen intensieve bestemming hebben, beschikken ze doorgaans over een bedrijfswoning, enkele bewaarschuren en een agrarische bestemming. Veel van deze bedrijven bevinden zich echter in de nabijheid van verschillende dorpskernen, zoals weergegeven in de navolgende figuur 4-3:

Figuur 4-3 aanbod akkerbouwbedrijven

De ontwikkeling voorziet in een uitbreiding met 220.000 vleeskuikens, wat gepaard gaat met een aanzienlijke milieubelasting. Hierdoor is deze ontwikkeling niet op elke locatie wenselijk of mogelijk.

 25

De bovengenoemde locaties zijn, gezien de ligging nabij dorpskernen, daarom ongeschikt voor deze ontwikkeling, wat betekent dat de realisatie elders moet plaatsvinden. Er zijn twee akkerbouwbedrijven die mogelijk een geschikte locatie kunnen zijn voor dit initiatief. Hoewel deze locaties nog niet over de juiste de intensieve aanduiding beschikken, liggen ze op een redelijke afstand van dorpskernen. Het betreft de locaties aan de Noorderkwelweg 6 te Wieringerwerf en de Kolhornerweg 10 te Middenmeer. De locatie aan de Noorderkwelweg 6 te Wieringerwerf bevindt zich in de gemeente Hollands Kroon en is omringd door akkerbouwpercelen. Het bedrijf heeft een agrarische bestemming en een agrarisch bouwvlak van 1,0 hectare. Aan de Noorderkwelweg zijn meerdere agrarische bedrijven, voornamelijk akkerbouwbedrijven, met een bedrijfswoning gevestigd. Deze bedrijfswoningen moeten wel worden aangeduid als gevoelig object voor onder andere geur, fijnstof en geluid. In de omgeving bevinden zich ook enkele burgerwoningen, waaronder één naast het bedrijf. Of aan de gestelde milieucriteria, zoals geur, fijnstof en geluid, kan worden voldaan is op voorhand niet te zeggen. Om dit te onderzoeken is het noodzakelijk om een plan- of project-m.e.r uit te voeren.

Figuur 4-4 Locatie Noorderkwelweg 6 te Wieringwerf (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

De locatie Kolhornerweg 10 te Middenmeer ligt in een agrarisch gebied, omgeven door akkerbouwpercelen en bevindt zich op een redelijke afstand van nabijgelegen burgerwoningen. Deze locatie, gelegen in de gemeente Hollands Kroon, heeft een agrarische bestemming en een agrarisch bouwvlak van 1,0 hectare. Hoewel de omliggende bedrijfswoningen onderdeel uitmaken van akkerbouwbedrijven, moeten deze woningen wel worden aangeduid als gevoelig object voor onder andere geur, fijnstof en geluid. Of aan de gestelde criteria voldaan kan worden voldaan is op voorhand niet te zeggen. Om dit te onderzoeken is het noodzakelijk om een plan- of project-m.e.r uit te voeren.

26 

Figuur 4-5 Locatie Kolhornerweg 10 te Middenmeer (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op basis van het voorgaande lijkt de locatie Kolhornerweg 10 te Middenmeer in eerste instantie het meest geschikt. Er zijn weinig nabijgelegen burgerwoningen, en er is voldoende ruimte voor de beoogde ontwikkeling. Om te onderzoeken of de gewenste ontwikkeling mogelijk is op deze locatie, maar ook op andere locaties, dient een plan- of project-m.e.r uitgevoerd te worden. Een dergelijke procedure vergt een aanzienlijke investering in geld en tijd van zowel de initiatiefnemer als van de betrokken bestuurlijke entiteiten. Door de lange doorlooptijd van een m.e.r-procedure is het echter niet haalbaar om een dergelijke procedure uit te voeren binnen het tijdsbestek van een eventuele aankoopprocedure. Dit zou betekenen dat de locatie aangekocht zou moeten worden zonder de garantie dat de ontwikkeling uiteindelijk op deze locatie gerealiseerd kan worden uitgevoerd. Investeren in een bedrijfslocatie die nog niet in eigendom is, en waarvan niet zeker is dat deze geschikt zal blijken, brengt voor de initiatiefnemer te veel onzekerheid met zich mee en is een te groot (financieel) risico voor het bedrijf. Op basis van het voorgaande is de conclusie dat niet op bestaande bouwpercelen in de behoefte kan worden voorzien. De locatie aan de Oudelanderweg kan wel in de behoefte voorzien. Hier is in het verleden al een plan-m.e.r.

procedure doorlopen, waardoor bekend is dat de ontwikkeling daar milieutechnisch gezien mogelijk is. Bij toetsing aan dit artikel is het daarom van belang om ook de historie van onderhavige ruimtelijke ontwikkeling in ogenschouw te nemen. De RO-procedure loopt al sinds 2012 en voor de bedrijfsverplaatsing is in 2017 reeds een bestemmingsplan vastgesteld, dit bestemmingsplan is echter vernietigd doordat het aspect stikstof niet voldoende was geborgd. Destijds voldeed de locatiekeuze aan zowel het provinciaal en gemeentelijke beleid waarbij op basis van uitgebreid vooronderzoek (o.a. milieueffecten) geconcludeerd is dat deze locatie de beste

 27

mogelijkheden biedt om een nieuw pluimveebedrijf te realiseren. De locatiekeuze is destijds gebaseerd op de volgende ruimtelijke argumenten:  de nieuwe locatie aan de Oudelanderweg ongenummerd is gelegen in een gebied dat in de structuurvisie van de provincie Noord-Holland is aangewezen als een gebied voor grootschalige landbouw;  de locatie is gelegen in een gebied dat door de gemeente Hollands Kroon in de structuurvisie van de voormalige gemeente Wieringermeer was aangewezen als gebied met behoud van de agrarische functie, met mogelijkheden tot schaalvergroting;  de locatie is gelegen in open gebied, waarin weinig mensen in de nabijheid van het bedrijf wonen en waarin op tenminste 400 meter afstand solitaire burgerwoningen (geen agrarisch bedrijfswoningen) zijn gelegen. Hierdoor wordt eventuele hinder geminimaliseerd;  de locatie is gelegen nabij de provinciale weg N242, waardoor de locatie goed ontsloten is en het verkeer van en naar het bedrijf geen (extra) hinder veroorzaakt in de directe omgeving van het bedrijf.

Ook nu is het nog steeds een zeer geschikte locatie voor onderhavig initiatief op basis van de volgende ruimtelijke argumenten:  de nieuwe locatie aan de Oudelanderweg ongenummerd is gelegen in een gebied dat in de omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland is aangewezen als een gebied voor het faciliteren van een duurzame agrifood-sector;  De locatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Hollands Kroon. De agrarische sector heeft hier een primaire functie. De gemeente verleent waar mogelijk medewerking aan het realiseren van nieuwe agrarische bouwblokken. Bij het realiseren van nieuwe bouwblokken, hanteert de gemeente een ja, tenzij- houding;  de locatie is gelegen in open gebied, waarin weinig mensen in de nabijheid van het bedrijf wonen en waarin op tenminste 400 meter afstand solitaire burgerwoningen (geen agrarisch bedrijfswoningen) zijn gelegen. Hierdoor wordt eventuele hinder geminimaliseerd.  de locatie is gelegen nabij de provinciale weg N242, waardoor de locatie goed ontsloten is en het verkeer van en naar het bedrijf geen (extra) hinder veroorzaakt in de directe omgeving van het bedrijf. Grootte bouwperceel Artikel 6.42 lid c en e (POV) gaan in op de omvang van het bouwvlak. Artikel 6.42 lid c bepaald dat bebouwing wordt geconcentreerd binnen een bouwperceel van ten hoogste 2 hectare.

Op basis van artikel 6.42, lid e, kan daarvan worden afgeweken indien de uitbreiding noodzakelijk is voor het agrarisch productieproces en het geen glastuinbouwbedrijf betreft. Met onderhavig initiatief worden de dieren gehouden volgens het 1-ster Beter Leven keurmerk om uitsluitende voor de Nederlandse markt te produceren. Met dit keurmerk krijgen de dieren meer ruimte, dit betekent dat het ruimtebeslag groter is dan bij een regulier bedrijf. Daarbij is er ten opzichte van het eerdere plan geen sprake meer van een patiostal (meerdere leeflagen), ook dit vraagt om meer ruimtebeslag. Ook is de gewenste omvang (220.000 vleeskuikens) noodzakelijk om een economisch en sociaal sterkt bedrijf te realiseren. Derhalve is een groter bouwvlak dan 2 hectare noodzakelijk voor het agrarisch productieproces. In de gewenste situatie is sprake van een bouwvlak van 3,80 hectare.

28 

Tevens is er slechts één bedrijfswoning aanwezig, dit is conform artikel 6.42, lid g (POV). Intensieve veehouderij Artikel 6.43 van de POV gaat in op de regels omtrent intensieve veehouderijen. Onder het eerste lid is bepaald dat een omgevingsplan niet voorziet in de nieuwvestiging van een intensieve veehouderij. In het tweede lid is bepaald dat kan worden afgeweken van het eerste lid indien de vestiging van een intensieve veehouderij zich richt op verplaatsing van een op 30 november 2011 in Noord-Holland bestaande veehouderij. Zoals reeds beargumenteerd in hoofdstuk 1 en 2 van deze GOFLO is er met onderhavige ontwikkeling sprake van de verplaatsing van de intensieve veehouderij aan de Tussenweg 10 naar de Oudelanderweg ongenummerd en betreft onderhavige procedure het vervolg op het vernietigde bestemmingsplan in 2018. Om aan lid twee te voldoen dient beoordeeld te worden of aan de Tussenweg 10 sprake was van een bestaande veehouderij op 30 november 2011. Deze beoordeling is ook onderdeel geweest van de gerechtelijk procedure betreffende het vernietigde bestemmingsplan. In de uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:1185) staat het volgende: “Uit artikel 1 van de PRV volgt dat onder ‘bestaand’ moet worden verstaan functies en bebouwing die rechtmatig aanwezig zijn dan wel waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend dan wel kan worden verleend.

In de toelichting bij de PRV staat dat het onderscheid tussen nieuw en bestaand van belang wordt geacht omdat de verordening bestaande functies en bebouwing en juridisch-planologische rechten respecteert. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Uitbreiding Agriport A7 Grootschalige glastuinbouw" in 2010 is aan de locatie aan de Tussenweg 10 de bestemming "Agrarisch Glastuinbouw" toegekend, bestemd voor glastuinbouwbedrijven. Ten tijde van het peilmoment 30 november 2011 was de pluimveehouderij niet langer planologisch bij recht toegestaan. Op grond van het gebruiksovergangsrecht in artikel 11, lid 11.2, van de planregels van het bestemmingsplan "Uitbreiding Agriport A7 Grootschalige glastuinbouw", dat voorschrijft dat gebruik dat onder het overgangsrecht is komen te vallen binnen een termijn van één jaar mag worden hervat, mocht het gebruik van de pluimveehouderij op het peilmoment nog wel worden hervat. De bedrijfsvoering is immers niet eerder dan in 2011 gestaakt, zodat het peilmoment viel binnen de termijn van één jaar. Het gebruik was dus in planologische zin op grond van het overgangsrecht toegestaan op het peilmoment.

Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de legaal opgerichte bedrijfsbebouwing nog aanwezig was en de omgevingsvergunning voor milieu overigens ook nog gold, is naar het oordeel van de Afdeling op het peilmoment sprake geweest van een bestaande intensieve veehouderij. Het betoog van De Faunabescherming dat de omgevingsvergunning voor milieu na de beëindiging van de bedrijfsvoering meteen had moeten worden ingetrokken, wat daar verder ook van zij, doet aan de geldigheid van deze vergunning niet af. Evenmin is in dit kader van belang dat de initiatiefnemer door de verkoop van het bedrijf geen eigenaar en vergunninghouder meer was.

 29

Nu de PRV zich niet verzet tegen verplaatsing van bestaande intensieve veehouderijen, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het plan in zoverre in strijd is met de PRV. Het betoog faalt.” Op basis van het voorgaande is de conclusie dat met onderhavig initiatief sprake is van het verplaatsen van een bestaande veehouderij en voldaan wordt aan artikel 6.42 lid 2. Ruimtelijke inpassing Verder wordt er onder paragraaf 6.2.6 POV, Ruimtelijke inpassing in landelijk gebied, ingegaan op het werkingsgebied Landelijk gebied. Deze paragraaf gaat over de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het werkingsgebied Landelijk gebied. Artikel 6.70 POV gaat vervolgens in op de ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, hier is onder lid 1 bepaald dat de volgende zaken moeten worden betrokken bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren.

Bovenstaande aspecten worden nader besproken in paragraaf 5.11, Cultuurhistorie en Archeologie, van deze GOFLO. GEMEENTELIJK BELEID 4.4.1

Omgevingsvisie Hollands Kroon: Ruimte voor Elkaar

De omgevingsvisie is een integrale visie en een helder fundament voor het beleid van Hollands kroon en de uitvoering ervan voor de periode tot 2030. Het betreft naast ruimtelijke ordening ook onderwerpen als veiligheid, economische en technologische ontwikkelingen, natuur, milieu en bereikbaarheid. Dit moet meer samenhang brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving om flexibeler in te kunnen spelen op de veranderingen in de maatschappij. Vooral op strategisch niveau is deze samenhang van belang. Daarom worden in deze omgevingsvisie zoveel mogelijk onderwerpen binnen verschillende thema’s zoals Algemeen, Leven, Ondernemen, Groen, Toerisme & Recreatie en Water inhoudelijk met elkaar verbonden. De omgevingsvisie is opgebouwd uit twee hoofdonderdelen; beschreven richtingen en kaarten. Een richting kan een kader, ambitie, proeftuin of een uitwerking betreffen. De kaarten zijn een bundeling van themakaarten en vormen de ruimtelijke weergave van de richtingen. Binnen de visie is het onderwerp Ruimtelijke kwaliteit uitgewerkt. Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is “ontwikkelen met behoud van identiteit en kwaliteit”. Dat betekent dat de karakteristieke eigenschappen van de verschillende landschappen en de dorpen moeten worden meegenomen in plannen, en dat identiteit en kwaliteiten het vertrekpunt van ruimtelijke plannen is.

Met onderhavig plan wordt er aangesloten bij de identiteit en karakteristiek van het landschap, daarmee wordt er tevens aangesloten bij het onderwerp Landschappelijke inpassing & ontwikkeling.

30 

Voor het onderwerp Agrarische sector wordt er gesteld dat Hollands Kroon het grootste agrarische grondgebruik in de provincie Noord-Holland heeft. Er is een grote diversiteit aan agrarische activiteiten, en er wordt hierbinnen veel aandacht geschonken aan R&D en talentontwikkeling. Hollands Kroon wil, gezien het karakter van het gebied, inzetten om ruimte te bieden voor ondernemen in de agrarische sector waarbij er veel ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen. De gemeente verleent waar mogelijk medewerking aan het realiseren van nieuwe agrarische bouwblokken, waarbij er een ja, tenzij- houding wordt gehanteerd en waarbij de ontwikkeling van bouwblokken groter dan 2 hectare altijd maatwerk is. In de beoordeling zijn inpassing in en de effecten op de omgeving de belangrijkste criteria. Met onderhavig initiatief is sprake van een nieuw bouwblok met een omvang groter den 2 hectare. Met onderhavige GOFLO wordt onderbouwd dat de effecten op de omgeving aanvaardbaar zijn en hoe het initiatief wordt ingepast. Onderhavig initiatief is passend binnen de visie van de gemeente. 4.4.2

Brede welvaartskader Hollands Kroon

Gemeente Hollands Kroon heeft in het coalitieakkoord van 2022 opgenomen dat nieuwe ontwikkelingen vanuit het principe van brede welvaart moet worden bekeken. Het doel is om ontwikkelingen niet alleen op economische waarde te schatten, maar ook te kijken wat het effect ervan is op de maatschappij. Het brede welvaartskader van Hollands Kroon vloeit uit het Denkkader Brede Welvaart van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat – voor Hollands Kroon zijn acht kernthema’s relevant: 1. Leefomgeving 5. Gezondheid 2. Iedereen kan meedoen 6. Economie 3. Bereikbaarheid 7. Natuur 4. Veiligheid 8. Duurzame wereld Bovenstaande aspecten komen grotendeels aan bod in hoofdstuk 5 van deze GoFlo. In deze paragraaf zal op basis van de kernthema’s worden uiteengezet hoe wordt bijgedragen aan brede welvaart in Hollands Kroon. Zoals reeds benoemd is voor onderhavig initiatief een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Door het bedrijf zorgvuldig te integreren in het bestaande landschap, kan een agrarisch bedrijf niet alleen zijn functionele doelen bereiken, maar ook bijdragen aan de esthetische en ecologische waarde van de omgeving. De locatie voor de beoogde bedrijfsverplaatsing is momenteel nog onbebouwd en bestaat uit akkerland, zodoende valt er met de ontwikkeling een versterking van de lokale biodiversiteit te behalen.

Visueel gezien zorgt een landschappelijk inpassingsplan ervoor dat de agrarische bedrijfslocatie harmonieus opgaat in het omringende landschap, dit vermindert de visuele impact van de bedrijfsgebouwen en infrastructuur. Daarnaast speelt een landschappelijk inpassingsplan een rol in de versterking van de lokale biodiversiteit. Door het aanleggen van diverse habitats en het gebruik van inheemse planten wordt een omgeving gecreëerd die aantrekkelijk is voor een breed scala aan flora en fauna. Dit bevordert de ecologische weerbaarheid van het gebied en geeft schuilgelegenheid voor de lokale fauna. Een landschappelijke inpassing draagt in het kader van brede welvaart bij aan de leefomgeving en aan de natuur.

 31

In paragraaf 3.4 is reeds beargumenteerd dat er met de verplaatsing van het bedrijf geen negatieve effecten op volksgezondheid zijn te verwachten. Bovendien is op onderhavig bedrijf aandacht om een goede gezondheid van de dieren te waarborgen. Bij preventie van dierziekten zijn bedrijfsmanagement en -hygiëne zeer belangrijk. Door het waarborgen van een goed stalklimaat en te werken volgens goede reinigings- en hygiëneprotocollen wordt de ziektedruk op het bedrijf laag gehouden. Ook dient insleep van dierziekten te worden voorkomen. Bezoekers van het bedrijf hebben dan ook geen contact met de dieren in de stal, zodat eventuele besmetting van de dieren wordt voorkomen. Indien bezoek aan de stal nodig is dan worden de stallen betreden met bedrijfseigen kleding en schoeisel. Zoals reeds benoemd wordt met onderhavige ontwikkeling het aantal vergunde dieren significant teruggedrongen en wordt er aangesloten bij het Beter Leven 1 ster keurmerk. Hiermee wordt er aangesloten op socio-economische ontwikkelingen in de maatschappij en hogere eisen aan dierenwelzijn en duurzaamheid. Om ook in de toekomst te kunnen blijven voldoen aan de kwalitatieve en kwantitatieve eisen in de pluimveemarkt is het cruciaal dat initiatiefnemer beschikt over geschikte stalruimtes, zowel in kwantiteit als kwaliteit.

Met voorliggend initiatief wordt een hoogwaardig, duurzaam en toekomstbestendig bedrijf gerealiseerd. Op basis van het voorgaande, alsmede hetgeen in hoofdstukken 3 en 5, kan worden geconcludeerd dat er met onderhavig initiatief wordt bijgedragen aan verschillende thema’s van brede welvaart. 4.4.3

Tijdelijk deel Omgevingsplan

De strijd met het tijdelijk deel van het Omgevingsplan, bestaande uit de Bruidsschat (Omgevingsplan gemeente Hollands Kroon) en het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiële herziening’ is reeds besproken in paragraaf 1.3 van deze GoFlo. Aangezien er sprake is van de verplaatsing van een bestaand bedrijf naar een onbebouwd stuk grond en er gebruik wordt gemaakt van een BOPA-procedure is een extensieve toetsing aan het tijdelijk deel, bedoelend het bestemmingsplan, niet relevant. Er mag echter geen strijd met de regels in de Bruidsschat bestaan. De regels zoals in de Bruidsschat worden zodoende meegenomen voor de beoordeling van de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving in de navolgende hoofdstuk 5.

0

FYSIEKE LEEFOMGEVING In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij onderhavige activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De aspecten sluiten aan op de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 van de Omgevingswet. BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Het milieubeleid en de daarop gebaseerde regelgeving spelen een belangrijke rol bij het ruimtelijk ordeningsbeleid. Beide beleidsterreinen richten zich op de bescherming van de kwaliteit van de (leef)omgeving. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. De milieuzonering heeft twee doelen:  het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;  het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt onder de Omgevingswet de “Milieuzonering Nieuwe Stijl” gehanteerd. In plaats van een milieuzonering aan de hand van zones met oplopende milieucategorieën en een ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’ krijgt de milieuzonering nieuwe stijl vorm door zones die bij grotere afstand tot de woonomgeving voorzien in een oplopende gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf zonder een ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’. Met het oog op etfal en een veilige en gezonde fysieke leefomgeving is het uitgangspunt voor bedrijventerreinen: functiescheiding en het aanhouden van voldoende afstand tot gevoelige gebouwen en locaties. Hoe groter deze afstand, hoe meer gebruiksruimte de bedrijven op een bedrijventerrein krijgen in het omgevingsplan. Echter is de Milieuzonering Nieuwe Stijl niet van toepassing op agrarische bedrijven, de nieuwe systematiek gaat namelijk over milieuhinderlijke activiteiten op reguliere bedrijventerreinen en andere industriële werkterreinen. Voor voorliggend initiatief kan er dus niet worden gekeken naar een specifieke gebruiksruimte. Om alsnog voldoende scheiding van functies te borgen, wordt er voor onderhavig project gekeken naar de publicatie Bedrijven en Milieuzonering 2009 van de VNG, aangezien dit de laatst beschikbare handreiking is voor agrarische bedrijven.

In de VNG-publicatie uit 2009 wordt er een onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen in een gemengd gebied en ontwikkelingen in een rustige woonwijk. Aangezien er in de omgeving van onderhavig plangebied relatief weinig sprake is van een menging van functies, waar weinig verstoring plaatsvindt, wordt het plangebied in dit geval aangewezen als gelegen binnen het type rustige woonwijk. De activiteiten binnen het beoogde bedrijf aan de Oudelanderweg ongenummerd

1

kan volgens de richtafstandenlijst van Bedrijven en Milieuzonering 2009 worden geschaard onder SBI-code 01472 ‘Fokken en houden van pluimvee: opfokkippen en mestkuikens’, hiervoor gelden de volgende richtafstanden:  Geur: 200 meter;  Stof: 30 meter;  Geluid: 50 meter;  Gevaar: 0 meter. Voor de richtafstanden moet er worden getoetst aan gevoelige functies, zoals woon-, onderwijs-, gezondheidszorg-, of bijeenkomstfuncties. De richtafstand moet worden gemeten vanaf de grens van het nieuwe bouwvlak van onderhavig bedrijf tot de gevel van het betreffende gevoelige object. Het dichtstbijzijnde gevoelige object betreft de nog niet gerealiseerde maar wel vergunde bedrijfswoning aan de Oudelanderweg 53, gelegen op een afstand van ca. 30 meter van het te realiseren bedrijf. Ook ligt de Oudelanderweg 51 op ca. 350 meter. De meest nabijgelegen burgerwoning betreft de Alkmaarseweg 27, gelegen op ca. 530 meter afstand. Hiermee wordt er, op de Oudelanderweg 53 na, ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor onderhavige activiteit. In de navolgende paragraven wordt ingegaan op de aspecten geur, stof, en geluid. In deze paragraven wordt beargumenteerd dat, ondanks dat voor de woning aan de Oudelanderweg 53 niet voldaan wordt aan de richtafstanden, er wel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Echter is het ook relevant om in te gaan op de omgekeerde werking van de milieuzonering, ook wel: wordt er voldoende afstand gehouden tussen de te realiseren bedrijfswoning en het meest dichtstbijzijnde agrarische bedrijf? Het meest nabijgelegen agrarisch bedrijf betreft het bedrijf aan de Oudelanderweg 53. De nieuwe bedrijfswoning aan de Ouderlanderweg ong. wordt op circa 33 meter afstand van het bouwvlak van het bedrijf aan Oudelanderweg 53 opgericht. Het bedrijf aan de Oudelanderweg 53 betreft eveneens een pluimveehouderij, waardoor van dezelfde richtafstanden kan worden uitgegaan als hiervoor uiteengezet. Hieruit valt te concluderen dat de bedrijfswoning op het aspect geur en geluid de bedrijvigheid zou kunnen belemmeren, uitgaande van de richtafstanden. In de navolgende paragraaf zal aan de hand van de geurregelgeving en een akoestisch rapport worden beargumenteerd dat er desalniettemin sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van bedrijfswoning aan de Oudelanderweg ongenummerd. GEUR Het waarnemen en waarderen van geur verschilt per persoon. Naast het feit dat mensen het kunnen ervaren als hinderlijk, kan het waarnemen van een onaangename geur samenhangen met klachten zoals depressie, verminderde kwaliteit van leven en moeheid (Op den Kamp, 2006). De hinder gaat dan vergezeld met stress-gerelateerde lichamelijke gezondheidseffecten.

Er is geen eenduidige relatie bekend tussen de hoogte van de geurbelasting en de mate van klachten die ontstaan. Ook kan een onaangename geur veroorzaken dat mensen niet graag thuis zijn of naar buiten willen gaan (Op den Kamp, 2006). Voor de mate van geurhinder geeft de Omgevingswet geen waarden of bandbreedten. Wel zijn er wettelijke geurnormen waaraan men zich moet houden.

2

De gemeente moet bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen (artikel 5.92 lid 1 Bkl). Dit werkt twee kanten op:  enerzijds bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen, en  anderzijds bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van reeds bestaande geur veroorzakende bedrijven. De gemeente moet overwegen wat de beste locatie is voor een activiteit of voor een geurgevoelig gebouw. De geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit wordt verder ook geborgd in artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet. Onderhavig initiatief betreft het verplaatsen van een bestaand agrarisch bedrijf naar een nieuwe, reeds onbebouwde locatie. Bij de besluitvorming omtrent de ontwikkeling van dit bedrijf dient in het kader van het aspect geur antwoord gegeven te worden op de vraag of er ter plaatse van omliggende geurgevoelige objecten een minimaal aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Dit borgt de belangen van deze objecten. Zoals in de vorige paragraaf reeds naar voren is gekomen, bevindt het meest nabijgelegen (geur)gevoelige object (Oudelanderweg 53 zich op een afstand van ca. 30 meter ten opzichte van de grens van het bouwvlak. De afstand tot de te realiseren stallen bedraagt ca. 100 meter.

De regelgeving omtrent geur afkomstig van veehouderijen is opgenomen in paragraaf 22.3.6.2 van de Bruidsschat, bestaande uit Omgevingsplan gemeente Hollands Kroon, alsmede in paragraaf 5.1.4.6.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

5.2.1

Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden

In artikel 22.98 van het omgevingsplan Omgevingsplan gemeente Hollands Kroon, zijn met het oog op het voorkomen of beperken van geurhinder bij het houden van landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor emissiegrenswaarden vastgesteld. Hieruit blijkt dat, voor een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied, er een maximale geurbelasting van 8,0 ouE/m3 is toegestaan. Onderhavig werkingsgebied is niet aangewezen als gelegen in een concentratiegebied volgens bijlage I van de Meststoffenwet (artikel 5.108, lid 1 Bkl), derhalve kan er uit worden gegaan van een maximale geurbelasting van 8,0 ouE/m3 op gevoelige objecten. De dorpskernen van Aartswoude, Winkel en Middenmeer liggen op afstanden van respectievelijk 1,5, 3,2 en 4,5 kilometer. Derhalve wordt er ook getoetst aan enkele adressen binnen de bebouwde kom, waarvoor een maximale geurbelasting van 2,0 ouE/m3 is vastgesteld, zoals bepaald in artikelen 5.109 Bkl en 22.98 Bruidsschat. Om te toetsen of er aan de maximaal toegestane emissiewaarden wordt voldaan, is er een berekening opgesteld volgens de Handleiding V-Stacks Vergunningen. Hiermee kan de individuele geurbelasting op een geurgevoelig object, gemeten vanuit het geurproducerende object, worden vastgesteld. In deze berekening worden agrarische bedrijfswoningen, zoals de woning aan de Oudelanderweg 53 niet meegenomen.

Hiervoor gelden vaste afstanden, zie volgende subkopje. De uitkomsten van de V-stacks berekening zijn opgenomen in tabel 5-1 op de volgende pagina en in de bijbehorende bijlage 3.

3

Uit de tabel op de volgende pagina blijkt dat de emissie van de Oudelanderweg ongenummerd op de omliggende geurgevoelige objecten ruim onder de geurnorm van 8,0 ouE/m3 blijft voor objecten buiten de bebouwde kom, en onder de 2,0 ouE/m3 blijft voor objecten binnen de bebouwde kom. Op basis van de V-Stacks berekeningen kan er derhalve worden geconcludeerd dat het aspect geur geen belemmering vormt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving, alsmede voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Tabel 5-1: geurbelasting op geurgevoelige objecten (bron: V-Stacks v2020)

5.2.2

Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzonder geurgevoelige objecten

In artikel 22.100 aanhef en sub a is opgenomen dat artikel 22.98 niet van toepassing is tot een geurgevoelig object dat een functionele binding heeft met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan als voldaan wordt aan de afstand van 50 meter. Deze afstand dient gemeten te worden vanaf het emissiepunt tot aan de gevel. De toekomstige bedrijfswoning aan de Oudelanderweg 53 betreft een geurgevoelig object met een functionele binding met een dierenverblijf. Derhalve is artikel 22.100 van toepassing op dit geurgevoelig object. De afstand tussen het dichtstbijzijnde emissiepunt en de gevel van de woning bedraagt circa 95 meter. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de minimale afstand van 50 meter. Ook de nieuw bedrijfswoning aan de Oudelanderweg ong. betreft een geurgevoelig object met een functionele binding met een dierenverblijf. Derhalve is ook artikel 22.100 van toepassing op de nieuwe bedrijfswoning (geurgevoelig object). De afstand tussen het dichtstbijzijnde emissiepunt (Oudelanderweg 53 en de gevel van de woning bedraagt circa 85 meter. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de minimale afstand van 50 meter.

5.2.3

Cumulatieve geurhinder

De cumulatieve geurbelasting is de totale geurbelasting veroorzaakt door alle veehouderijbedrijven in de omgeving (binnen 2 kilometer) van een geurgevoelig object. In het omgevingsplan zijn echter nog geen geurnormen opgenomen (artikel 5.92 lis 1 Bkl) om het woon- en leef klimaat te toetsen. Derhalve wordt het woon- en leefklimaat bepaald aan de hand van de milieukwaliteitscriteria van het

4

RIVM. In onderstaande tabel, en bijlage 4 zijn de resultaten van de cumulatieve geurhinder en het bijbehorende woon- en leefklimaat inzichtelijk gemaakt.

Op basis van de bovenstaande tabel is de conclusie dat ten opzichte van de vergunde situatie de gecumuleerde geurbelasting op bijna alle woningen daalt, derhalve is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat Voor de Crossbaan is zelfs sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat. Aan de Oudelanderweg 53 stijgt de gecumuleerde geurbelasting met 0,79 odeur. Dit is een zeer geringe stijging van circa 2,6 procent. Het woon- en leefklimaat op de Oudelanderweg 53 wijzigt niet. Daarbij moet ook worden opgemerkt dat Oudelanderweg 53 een agrarisch bedrijfswoning betreft behorend bij een pluimveehouderij. Dit betekent dat de geurbelasting op de bedrijfswoning voornamelijk wordt veroorzaakt door de eigen geuremissie. Dit blijkt ook uit de tabel. In de laatste twee kolommen is de geurbelasting en het bijbehorende woon- en leefklimaat weergeven zonder de veehouderij aan de Oudelanderweg ongenummerd. Hieruit blijkt dat wanneer er geen geuremissie plaatsvindt vanaf de Oudelandereweg ongenummerd er aan de Oudelanderweg 53 nog steeds een geurbelasting van 27,17 odeur plaats vindt en dat het woon- en leefklimaat ook geclassificeerd wordt als ‘extreem slecht’. Hieruit blijk dat de bijdrage van de veehouderij aan de Oudelanderweg ong. aan de gecumuleerde geurbelasting op de Oudelanderweg 53 slecht 3,41 odeur bedraagt, dit is circa 11 procent.

Al met al dient geconcludeerd te worden dat de veehouderij aan de Oudelanderweg ong. geen invloed heeft op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de Oudelanderweg 53 en dat het woon- en leefklimaat voornamelijk wordt bepaald daar het eigen pluimveebedrijf. Derhalve is, ondanks een ‘extreem slecht’ woon- en leefklimaat, sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. LUCHTKWALITEIT De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) afdeling 2.2. De luchtkwaliteit wordt hier aan de hand van verscheidene omgevingswaarden uiteengezet. Bij de start van een plan moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Hierbij moet aannemelijk worden gemaakt dat de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld, waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. De nieuwe

5

regels maken onderscheid in plannen die wel en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Als een plan NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zijn de voorwaarden voor NIBM opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor streefwaarden kan er worden gekeken naar de omgevingswaarden voor PM10, zoals bedoeld in Bkl artikel 2.5, eerste lid. De omgevingswaarde voor fijnstof is vastgesteld op 40 μg/m3 als kalenderjaargemiddelde. De artikelen 5.53 en 5.54 van het Bkl gaan in op de NIBM-bijdrage van activiteiten. Als sprake is van een beperkte toename van luchtverontreiniging die niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht (NIBM) hoeft een project niet langer meer getoetst te worden. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. De NIBM-regeling geldt niet altijd voor veehouderijen. Enkele locaties zijn uitgezonderd van de NIBM-regeling. Dit zijn locaties met een hoge fijnstofconcentratie (PM10). Het gaat om locaties in de gemeenten Asten, Barneveld, Deurne, Ede, Nederweert, Renswoude en Scherpenzeel.

De begrenzing van de locaties staat in de Omgevingsregeling (Or). Onderhavige locatie is niet binnen deze begrenzing gelegen waardoor de NIBM-regeling onverminderd van toepassing is. Onderhavig initiatief betreft de verplaatsing van een pluimveehouderij naar een nieuwe, onbebouwde locatie. Derhalve is er op de locatie logischerwijs sprake van een stijging van fijnstofemissies, om te bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving is er een ISL3afijnstofberekening uitgevoerd volgens het laatste model (Geomilieu-versie V2024.2). Uit artikel 2.5 Bkl blijkt dat de hoogst toelaatbare concentratie PM10 50 μg/m3 als 24-uurgemiddelde mag zijn, dat ten hoogste 35 maal per kalenderjaar wordt overschreden (lid a); en 40 μg/m3 als kalenderjaargemiddelde (lid b). De fijnstofberekening is bijgevoegd in bijlage 5, in de onderstaande tabel 5-2 zijn de resultaten weergegeven:

Tabel 5-2: ISL3a fijnstofberekening

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de toegestane normen niet worden overschreden.

6

5.3.1

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat

In de beoogde situatie wordt er een bedrijfswoning gerealiseerd bij de te realiseren bedrijfsbestemming aan de Oudelanderweg ongenummerd te Middenmeer. Het is derhalve relevant om te toetsen of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiervoor wordt er gebruik gemaakt van de kaart van de RIVM welke de luchtvervuiling in beeld brengt, gebaseerd op een combinatie van een GCN (Grootschalige Concentratiekaarten Nederland)-kaart en de verkeersgegevens van de NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit)-kaart. Onderstaande figuur 5-1 geeft PM10-concentraties weer op basis van jaargemiddelden, uitgedrukt in microgram per kubieke meter (µg/m3):

Figuur 5-1: fijnstofconcentratie plangebied (bron: Atlasleefomgeving.nl); O = beoogde woning

Ter plaatse van de te realiseren woning geldt er een achtergrondconcentratie van fijnstof van tussen de 16 en 18 μg/m3, hiermee wordt er ruimschoots voldaan aan de grenswaarde van 40 μg/m3. Derhalve is ter plaatse van het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot fijnstofconcentraties. Op basis van het Bkl is het echter ook benodigd om de stikstofconcentraties inzichtelijk te maken, onderstaande figuur 5-2 maakt zodoende de stikstofconcentratie op de bedrijfslocatie inzichtelijk:

7

Figuur 5-2: stikstofconcentratie plangebied (bron: Atlasleefomgeving.nl); O = beoogde woning

Zoals blijkt uit de bovenstaande figuur ligt de beoogde woning in twee vlakken, ter plaatse van de beoogde woning geldt een fijnstofconcentratie van tussen de 13,36 μg/m3 en 16,32 μg/m3 stikstof. Zoals blijkt uit de legenda is er in het gehele plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Op basis van het voorgaande kan er worden geconcludeerd dat het aspect ‘luchtkwaliteit’ geen belemmering vormt voor de bedrijfsverplaatsing naar de Oudelanderweg ongenummerd. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot fijnstof, zowel binnen het plangebied als voor de omgekeerde werking naar de omliggende gevoelige objecten door de bedrijfsvestiging. 5.3.2

Spuitzones

De gemeente Hollands Kroon heeft de ‘Notitie gewasbeschermingsmiddelen en spuitzonering’ vastgesteld. Deze notitie geeft uitgangspunten om ontwikkelingen aan te toetsen waarbij ook rekening wordt gehouden met een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones. Op basis van de notitie moet worden beoordeeld of er voldoende afstand wordt gehouden tot de te realiseren woning in verband met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de omringende agrarische percelen. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat een afstand van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in het algemeen niet onredelijk wordt geacht (ECLI:NL:RVS:2016:855). Er kan ook een kleinere afstand worden aangehouden als er sprake is van een “deugdelijke motivering die gebaseerd is op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek”. Bij de beoordeling of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moet niet alleen rekening worden gehouden met de bestaande situatie, maar ook met de maximale planologische mogelijkheden van het plan (o.a. ECLI:NL:RVS:2022:166). Daarbij is het uitgangspunt dat die beoordeling dient te worden gemaakt aan de hand van een representatieve invulling van wat ter plaatse planologisch maximaal is toegestaan (ECLI:NL:RVS:2021:2579).

8

Voor het realiseren van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen er ook driftbeperkende maatregelen worden genomen. Dit kan bijvoorbeeld een erfafscheiding betreffen die hoger reikt dan de spuithoogte, maar dit kan ook worden geborgd door (bestaande) afschermende bebouwing (ECLI:NL:RVS:2016:855). Ten noorden van de Oudelanderweg ongenummerd ligt het perceel Wieringermeer (WRG03) C 582 waar gewasbescherming wordt gebruikt. De nieuw te bouwen bedrijfswoning ligt op circa 52 meter van de uiterste locatie waar gewasbescherming mag worden gebruikt, hiermee wordt er voldaan aan de minimale afstand van 50 meter en is er ook wat betreft gewasbeschermingsmiddelen en spuitzonering sprake van een goed woon- en leefklimaat. GELUID Regels over geluid in het omgevingsplan moeten voldoen aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze instructieregels heeft het Rijk gesteld bij het beoordelen van geluid. De regels in het omgevingsplan gelden voor degene die een activiteit verricht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de geluidregels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer overgeheveld naar de Bruidsschat. 5.4.1

Geluid door industrieterreinen

De gemeente Hollands Kroon heeft enkele gezoneerde industrieterreinen, dit zijn bedrijventerreinen waar zware industrie wordt toegestaan. De regels die hiervoor in de Omgevingswet zijn opgesteld, zijn niet van toepassing omdat het plangebied niet in de invloedssfeer van een gezoneerd industrieterrein is gelegen.

5.4.2

Geluid door wegen en spoorwegen

Afdeling 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving gaat in op het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Bij de toepassing van deze afdeling worden geluidgevoelige gebouwen in aanmerking genomen die zijn toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en geheel of gedeeltelijk in een geluidaandachtsgebied liggen (artikel 3.18, lid 2). Onderhavig document voorziet in de BOPAprocedure en de beoogde bedrijfswoning is gelegen binnen een geluidaandachtsgebied, zoals bedoeld in artikel 3.20 Bkl, door de aanwezigheid van de gemeentelijke Oudelanderweg en de provinciale Alkmaarseweg. Voor de oprichting van de bedrijfswoning is een onderzoek wegverkeerslawaai opgesteld door G&O cunsult, zie bijlage 6. De conclusie van het rapport luidt als volgt: Ter plaatse van de gevels van de beoogde bedrijfswoning aan de Alkmaarseweg ong. te Middenmeer bedraagt de geluidbelasting afkomstig van de gemeentelijke wegen ten hoogste 48 dB. Derhalve wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB. Ter plaatse van de gevels van de beoogde bedrijfswoning aan de Alkmaarseweg ong. te Middenmeer bedraagt de geluidbelasting afkomstig van de zoneplichtige provinciale weg,

9

inclusief correctie van artikel 110g, ten hoogste 49 dB. Derhalve wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 58 dB. Voor het bepalen van het woon- en leefklimaat is in onderhavige situatie ook noodzakelijk dat naast het geluid door wegen ook het geluid door activiteiten wordt beoordeeld en meegenomen. Het geluid door activiteiten wordt in de volgende paragraaf besproken. 5.4.3

Geluid door activiteiten

Artikel 22.57 van de Bruidsschat stelt dat er vastgestelde waarden gelden voor het geluid door een activiteit bij een te realiseren geluidgevoelig gebouw, gemeten op de te realiseren gevel (lid b). Dit wordt onderschreven in artikel 5.60, lid a, Bkl. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is de toegestane geluidsbelasting door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1 Bruidsschat behorend bij artikel 22.63, zowel als in artikel 5.65 Bkl en de bijbehorende tabellen. De tabel zoals in de Bruidsschat staat onderstaand afgebeeld in tabel 5-4:

Tabel 5-3: Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw (bron: Omgevingsplan gemeente Hollands Kroon, tabel 22.3.1)

In na directe omgeving van de nieuwe bedrijfswoning is sprake van een tweetal activiteiten. Het betreft het motorcrossterrein ten westen de nieuwe bedrijfswoning en het pluimveebedrijf ten oosten ven de nieuwe bedrijfswoning. De geluidseffecten van beide activiteiten worden navolgend uiteengezet. Motorcrossterrein Zoals reeds benoemd in deze GOFLO wordt er nabij de Oudelanderweg ongenummerd een motorcrossterrein gerealiseerd. Door samenvoeging van 3 motorcrossverenigingen uit Alkmaar, Den Helder en Nieuwe Niedorp in de Stichting NHGS Phoenix willen de motorcrossers uit Noord-Holland hun krachten bundelen om een permanente motorsportvoorziening te realiseren. De Stichting NHGS Phoenix heeft Exploitatiemaatschappij Sphinx BV opgericht, die verantwoordelijk zal zijn voor de aanleg van de crossbaan en de exploitatie. De Stichting NHGS Phoenix en de Exploitatiemaatschappij Motorsportfederatie Sphinx BV hebben gezamenlijk een businessplan opgesteld voor de realisatie op de locatie.

10 

Na jaren vooronderzoek en onderhandelen, is er gestart met de daadwerkelijke planologische regeling om dit nieuwe motorsportterrein mogelijk te maken. Hierbij is een mer-procedure doorlopen. Rondom de locatie is naar aanleiding van de mer een geluidszone bepaald, hier zal later in deze paragraaf verder op in worden gegaan. Activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken Artikel 5.78b Bkl wijst onder lid 1 de activiteiten aan die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 2.11a van de Omgevingswet. Artikel 2.11a Ow gaat in op geluidproductieplafonds vastgesteld rondom industrieterreinen. In artikel 5.78, eerste lid, onder a, wordt er verwezen naar Bijlage VIII Bal voor aanwijzing van activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. Onder R. wordt “Autosport en motorsport, zoals crossterrein, racebaan of kartbaan” aangewezen.

de omschrijving hierbij is als volgt: “De activiteit, bedoeld in artikel 3.304, als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.305, en voor zover het gaat om het gedurende meer dan acht uur per week gebruiken van daarvoor opengestelde terreinen, geen openbare weg zijnde, voor het in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of voor recreatieve doeleinden, rijden met bromfietsen, motorvoertuigen of andere gemotoriseerde voertuigen voorzien van verbrandingsmotoren, waarbij buiten beschouwing blijven terreinen die langer zijn opengesteld voor het houden van wedstrijden op die terreinen of het voorbereiden van zodanige wedstrijden gedurende ten hoogste drie weekeinden per kalenderjaar, waarbij tot het weekeinde worden gerekend daarop aansluitende dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen.” Op basis van het bovenstaande is het motorcrossterrein Middenmeer een activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken, hiervoor zijn tevens regels opgesteld in het Bkl. De regels die hiervoor zijn opgesteld zijn echter niet relevant voor de beoogde ontwikkeling aan de Oudelanderweg ongenummerd. Wel wordt er verwezen naar tabel 5.65.1 Bkl, welke de standaardwaarden bevat voor het toelaatbare geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw.

Deze tabel sluit aan bij tabel 22.3.1 van de Bruidsschat, maar breidt deze enigszins uit:

Tabel 5-4: Standaardwaarde toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw (bron: tabel 5.65.1 Bkl)

Zoals gesteld in artikel 5.65, lid 1 onder a, bevat een omgevingsplan de bovenstaande standaardwaarden, alsmede het maximaal geluidniveau, voor het toelaatbare geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw. Het is relevant om te bepalen of er sprake is van een acceptabel geluidniveau ter plaatse van de gevel van de beoogde bedrijfswoning. Om dit te bepalen kan er worden gekeken naar de geluidzone van het motorcrossterrein.

 11

Geluidzone motorcrossterrein Middenmeer Ten tijde van het schrijven van deze GOFLO ligt de partiële herziening van het bestemmingsplan Geluidzone motorcrossterrein Middenmeer in voorontwerp (23 juli 2020). In dit plan zijn verscheidene situaties voor geluidbelasting opgenomen, echter is er een geluidcontour vastgesteld in het voorontwerp, deze is afgebeeld in de onderstaande figuur 5-4:

Figuur 5-3: geluidzone motorcrossbaan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Zoals blijkt uit voorgaande figuur 5-4, ligt een groot deel van het plangebied binnen de geluidzone van het motorcrossterrein. Zoals bepaald in artikel 4.1, lid a, van het bestemmingsplan Geluidzone motorcrossterrein Middenmeer zijn de gronden binnen de zone bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op nieuwe geluidgevoelige objecten als gevolg van een motorcrossterrein, alsmede voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting (onder Ow: locatie) als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder (oud recht). Lid b van artikel 4.1 stelt tevens dat geluidgevoelige objecten uitsluitend zijn toegestaan indien de geluidbelasting vanwege het motorcrossterrein op de gevels van deze geluidgevoelige objecten niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. De maximaal toegestane geluidbelasting door activiteiten op het te realiseren geluidgevoelige gebouw volgens het Bkl is omschreven in de voorgaande tabel 5-4. In de MER voor het motorcrossterrein zijn verscheidene geluidcontouren opgesteld voor verschillende situaties. In de voorkeursvariant, die voortkomt uit de mer, zijn meerdere keuzes gemaakt voor de inrichting van het terrein. Deze keuzes zijn meegenomen in het uitgevoerde

12 

geluidsonderzoek en hierdoor ook meegenomen in de geluidcontour die met de partiële herziening van het bestemmingsplan wordt vastgelegd. De volgende keuzes zijn gemaakt:  Extra hoge springbulten.  Schermen in plaats van wallen.  Beperkt gebruik tijdens de aanlegfase De ruimtelijke, milieu-, en natuurprocedures voor de realisatie van het motorcrossterrein lopen naast onderhavige procedure voor het realiseren van de bedrijfsverplaatsing naar de Oudelanderweg ongenummerd, inclusief de realisatie van de bijbehorende bedrijfswoning. Om een zo goed mogelijk woon- en leefklimaat te realiseren, alsmede om de (bedrijfseconomische) belangen van alle partijen te behartigen, is er sprake van een nauwe samenwerking tussen het motorcrossterrein en initiatiefnemer. Zo worden er bijvoorbeeld geluidwerende maatregelen genomen om geluidbelasting op de bedrijfswoning te minimaliseren. In de onderstaande figuur 5-5 zijn de geluidcontouren van het motorcrossterrein opgenomen, in deze afbeelding zijn verder de omliggende geluidgevoelige objecten gevisualiseerd, waaronder de Oudelanderweg ongenummerd (hier: Oudelanderweg 55):

Figuur 5-4: geluidzone voorkeursvariant (bron: toelichting Geluidzone motorcrossterrein Middenmeer);

 13

rood vlak = bedrijfslocatie (indicatief)

Uit de bovenstaande figuur blijkt dat de geluidsbelasting (Ldag) is gelegen binnen de contour van 40 dB(A), hiermee wordt er onder de toelaatbare waarden, zoals bedoeld in tabel 5.65.1 Bkl, gebleven. In de dagperiode (07:00-19:00) wordt het meeste geluid geproduceerd door de motorcross, hieruit kan worden afgeleid dat de geluidbelasting in de overige perioden lager zal liggen. Verder heeft het motorcrossterrein een geluidmeting uitgevoerd op de locatie van de meest dichtbijzijnde gevel van de beoogde bedrijfswoning aan de Oudelanderweg ongenummerd. De achtergrondbelasting van geluid, komend van de omliggende wegen, is tevens ook meegenomen. De uitkomsten zijn in de onderstaande figuur 5-6 afgebeeld:

Figuur 5-5: achtergrondgeluid op de Oudelanderweg ongenummerd

Zoals blijkt uit de bovenstaande figuur is het daggemiddelde vastgesteld op 45 dB(A) op de gevel van de bedrijfswoning, zoals benoemd betreft dit het geluid van het motorcrossterrein én de wegen. Bovendien is de maximale geluidbelasting vastgesteld op 58 dB(A) LAmax, waarmee er ruimschoots onder het toegestane maximum zoals bedoeld in tabel 5.56.1 Bkl wordt gebleven. Verder is uit de bovenstaande figuur op te merken dat de bijdrage van het weggeluid (Weg_Dag) een zeer significante bijdrage levert aan de geluidbelasting, hier kan uit worden afgeleid dat het weggeluid het geluid van de motorcross grotendeels overschaduwt. Verder worden er in de aanleg van de motorcrossterrein verscheidene geluidbeperkende maatregelen genomen, zoals geborgd in bijlage 1 van het ontwerpbestemmingsplan. Echter zijn hier

14 

veel verschillende opties opgenomen. Zodoende is er voor de realisatie van onderhavig initiatief overleg met de initiatiefnemers van het motorcrossterrein, hiermee worden de specifieke maatregelen ten behoeve van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de bedrijfswoning afgestemd. Zo wordt een acceptabel geluidniveau geborgd met de toepassing van een aardewal van 9,5 meter, zoals blijkt uit bijlage 1 van het ontwerpbestemmingsplan Geluidzone motorcrossterrein Middenmeer. Geluid door pluimveehouderij (Oudelanderweg 53) Ten oosten van de nieuwe bedrijfswoning is een pluimveehouderij gevestigd. Ten behoeve van de nieuwe bedrijfswoning dient onderzocht te worden of de nieuwe bedrijfswoning voldoet aan de maximale grenswaarden voor geluid afkomstig van het aangrenzende pluimveebedrijf Voor de oprichting van de bedrijfswoning is een onderzoek industrielawaai opgesteld door G&O cunsult, zie bijlage 6. De conclusie van het rapport luidt als volgt: Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 45 dB(A) etmaalwaarde van de vast opgestelde installaties wordt met de representatieve bedrijfssituatie van het naastgelegen bedrijf overschreden ter hoogte van de beoogde bedrijfswoning gedurende de avond- én nachtperiode.

Het maximale beoordelingsniveau van 70 dB(A) etmaalwaarde wordt met de representatieve bedrijfssituatie overschreden ter hoogte van de beoogde bedrijfswoning gedurende de nachtperiode. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 50 dB(A) etmaalwaarde betreffende de “Bedrijven en Milieuzonering” wordt met de representatieve bedrijfssituatie van het naastgelegen bedrijf niet overschreden ter hoogte van de beoogde bedrijfswoning. Het maximale beoordelingsniveau van 70 dB(A) etmaalwaarde wordt met de representatieve bedrijfssituatie overschreden ter hoogte van de beoogde bedrijfswoning gedurende de nachtperiode. Met inachtneming van de maatregelen en opmerkingen genoemd in hoofdstuk 6.2, 6.3 6.4 én 6.5 is ter hoogte van de beoogde bedrijfswoning sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat én wordt de nabij gelegen pluimveehouderij niet in hun mogelijkheden belemmerd. De geluidbelasting bij de beoogde bedrijfswoning heeft bij de oostelijke gevel een dermate hoge geluidsbelasting dat een standaard karakteristieke geluidwering van geveldelen (GA;k) van 20 dB niet afdoende is om een binnenwaarde van 33 dB, volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving, Artikel 4.103, te waarborgen. Zie hoofdstuk 6.3 voor de benodigde gevelwering.

Geluid door pluimveehouderij (Oudelanderweg ongenummerd) Verder is het relevant om te beoordelen of de geluidsproductie vanaf de Oudelanderweg ongenummerd voldoet aan de geluidsnormen. Ter beoordeling hiervan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door G&O Consult, deze wordt navolgend uiteengezet. In opdracht van de initiatiefnemer is door G&O Consult een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het bedrijf gelegen aan de Alkmaarseweg ongenummerd te Middenmeer. Op basis van de

 15

inventarisatie van de activiteiten bij de eigenaar is, zover noodzakelijk, een geluidsmodel opgezet waarbij het langtijdgemiddelde geluidsniveau, het maximaal geluidsniveau en de indirecte hinder is beoordeeld. Het onderzoek heeft als doel het bepalen van de toekomstige geluidsbelasting op omliggende geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen van derden, als gevolg van de aangevraagde bedrijfsactiviteiten. De resultaten zijn vervolgens getoetst aan de gestelde eisen van het omgevingsplan van de gemeente Hollands Kroon. Navolgend zijn de onderzoeksresultaten opgenomen, zie ook bijlage 7: “Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) etmaalwaarde in de representatieve bedrijfssituatie, van enkel vast opgestelde bronnen, wordt niet overschreden. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) etmaalwaarde wordt in de representatieve bedrijfssituatie, van het gehele bedrijf tevens niet overschreden. Voor wat betreft het maximaal geluidsniveau, hier wordt op alle rekenpunten voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde. Ten tijde van de regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie, afvoer vleeskuikens, vinden overschrijdingen plaats van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter hoogte van de gevels van de omliggende geluidsgevoelige objecten met ten hoogste 6 dB én van het maximaal geluidsniveau met ten hoogste 8 dB.

Het pluimveebedrijf aan de Alkmaarseweg ong. te Middenmeer zal zich direct ontsluiten via de Oudelanderweg/Alkmaarseweg naar de Alkmaarseweg (N242). Dit betreft een doorgaande weg met een maximum snelheid van 80 km/uur. Gelet op het beperkt aantal voertuigen dat de inrichting bezoekt mag verondersteld worden dat het verkeer direct opgaat in het heersende verkeersbeeld van de N242. Derhalve is de indirecte hinder niet nader beschouwd in dit onderzoek.” In het bovenstaande citaat wordt gesproken over een regelmatige afwijking, dit betreft de activiteit “afvoer vleeskuikens” in de nachtperiode. Verzocht wordt om deze activiteit te vergunnen als “Regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie” voor ten hoogste 1 keer per week. Op basis van het rapport in bijlage 7 wordt de geluidsituatie als vergunbaar geacht. 5.4.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=6e55a9c4-763a-4603-89b1-ecf5a48cda93