CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Geactualiseerde toelichting Groetpolderweg 35 Winkel

Raad 23 november 2023, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel16.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging en begrenzing Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

2 2 3 7

2

Beschrijving van de Ontwikkeling

9

2.1 2.2 2.3 2.4

Beschrijving van de bedrijfssituatie Planvoornemen en gewenste situatie Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Parkeren en verkeer

9 10 12 16

3

Beleidskader

17

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

17 18 23

4

Randvoorwaarden

26

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Archeologie Cultuurhistorie Bodemkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geluid Geurhinder Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Externe veiligheid Water Besluit milieueffectrapportage

26 28 29 30 31 32 34 36 40 42 47

5

Juridische regelgeving

49

5.1 5.2 5.3

Inleiding Systematiek van de regels Beschrijving van de bestemmingen

49 49 50

6

Uitvoerbaarheid

51

6.1 6.2

Economische haalbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51 51

Bijlagen: 1. Onderbouwing noodzaak vergroting bouwvlak Groetpolderweg 35 te Winkel, AR Bedrijfsontwikkeling BV, d.d. 6 december 2021; 2. Quick scan Natuurwetgeving Groetpolderweg 35 te Winkel, Aeres Milieu B.V., d.d. 14 februari 2022, projectnummer AM22046; 3. Aerius-berekeningen stikstofdepositie, d.d. 9 oktober 2023; 4. Landschappelijk inrichtingsplan Groetpolderweg 35 te Winkel, d.d. 12 mei 2023; 5. Vormvrije MER, AR Bedrijfsontwikkeling BV, d.d. juni 2022, aangepast 27-12-2022; 6. Besluit omgevingsvergunning.

|2

1

INLEIDING

1.1 Aanleiding In juli 2022 zijn de regels voor het houden van biologische legkippen gewijzigd. Dit betekent dat de wintergarten (overdekte uitloop in de stal) bij het legkippenbedrijf aan de Groetpolderweg 35 in Winkel niet meer mag worden meegeteld voor het aantal leghennen dat mag worden gehouden in de bestaande bedrijfsgebouwen. Voor de ondernemer heeft dit wezenlijke impact op de bedrijfsvoering; zonder concrete maatregelen mogen er dan immers veel minder dieren worden gehouden dan onder de huidige wettelijke bepalingen. Voor het bedrijf aan de Groetpolderweg 35 in Winkel zou dat neerkomen op zo’n 20 % minder dieren. Om een duurzame en gezonde bedrijfsvoering in stand te kunnen houden is de ondernemer voornemens om de kippenstallen uit te breiden zodat het huidige aantal dieren ook in de komende jaren gehouden kan worden. Deze uitbreiding past echter niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. Er is derhalve een herziening van het bestemmingsplan nodig om de benodigde uitbreiding te kunnen realiseren.

1.2 Ligging en begrenzing

Figuur 1. Ligging plangebied in de omgeving

Het plangebied ligt aan de Groetpolderweg 35, 1731 NM te Winkel. Het daar gevestigde veehouderijbedrijf wordt gerund door maatschap Boekhorst. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Niedorp, sectie A, nummers 2206, 2642 en 2643 en noordoostelijk gelegen van het dorp Winkel in het landelijke gebied. De bebouwde komgrens van het dorp Winkel ligt op ca 1 km van de bedrijfslocatie. Het feitelijke dorpshart van Winkel begint op ruim 2 km van de bedrijfslocatie. In de Groetpolder zijn voornamelijk agrarische bedrijven gelegen met her en der verspreid woningen. Ten zuiden van het plangebied loopt de provinciale weg N242 (Winkel – Middenmeer). Oostelijk NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|3

van de planlocatie loopt het Groetkanaal. In Figuur 1 is de ligging van het plangebied in de wijdere omgeving weergegeven.

Figuur 2. Indicatieve begrenzing plangebied

In Figuur 2 is een indicatie opgenomen van de begrenzing van het plangebied waar het nieuwe bestemmingsplan op ziet. De exacte begrenzing van het plangebied volgt uit de verbeelding die onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het geldende bestemmingsplan op Groetpolderweg 35 is hoofdzakelijk het bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp (2013). Daarnaast liggen er nog enkele facetplannen over de locatie heen. Niet al die facetplannen bevatten ook daadwerkelijk regels voor het plangebied. Van toepassing zijn: - Bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp, onherroepelijk (vastgesteld d.d. 01-10-2013); - Gedeeltelijke bijgebouwenregeling in diverse bestemmingsplannen van Hollands Kroon, onherroepelijk (vastgesteld d.d. 05-03-2015); - Bestemmingsplan Parkeren en Wonen (vastgesteld d.d. 04-10-2018); - Facetbestemmingsplan Logies (vastgesteld d.d. 16-09-2021).

1.3.1 Geldende bestemmingen en regels Buitengebied 2013 Van toepassing zijn de regels van het bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp (2013). In dit bestemmingsplan heeft de locatie de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ met een functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ en een bouwvlak voor het aanwezige agrarische bedrijf. In Figuur 3 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|4

Figuur 3. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp, 2013.

De voor ‘agrarisch met waarden’ bestemde gronden zijn op grond van artikel 3.1 mede bestemd voor, in zoverre relevant voor dit plan: • de uitoefening van akkerbouw- en tuinbouwbedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; • ter plaatse van de aanduiding “intensieve veehouderij” ook de uitoefening van dierenhouderijbedrijven met een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; • hobbymatig agrarisch gebruik en het weiden van paarden ten behoeve van een bedrijfsmatige paardenhouderij dan wel een paardenhouderij als nevenactiviteit; • bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven; • behoud en versterking van aanwezige cultuurhistorische waarden in de vorm van waardevolle bestaande verkavelingspatronen; Daarnaast mogen de gronden worden gebruikt voor: • windturbines, met bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding “windturbine”; • opslag ten behoeve van akkerbouw- en tuinbouwbedrijven, ter plaatse van de aanduiding “opslag”; • medegebruik ten behoeve van aan de agrarische bedrijfsvoering ondergeschikte nevenactiviteiten in de vorm van: hobbymatige bed & breakfast, ondergeschikte detailhandel gerelateerd aan de uitoefening van het agrarisch bedrijf, bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2, paardenhouderij als nevenactiviteit; met de daarbij behorende voorzieningen.

Het geldende bouwvlak dat momenteel op de locatie ligt meet ongeveer 152 meter lang en 81 meter breed (oppervlak ca. 1,23 hectare). Alle bouwwerken, zowel woning met

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|5

bijgebouwen als bedrijfsgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden of te staan. Dit geldt ook voor bedrijfsmatige voorzieningen zoals sleufsilo’s, voerplaten en andere opslagvoorzieningen. Het planvoornemen past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Ook niet binnen de opgenomen flexibiliteitsregels. Het nu geldende ‘moederplan’ (Buitengebied voormalige gemeente Niedorp) zal in dit bestemmingsplan het uitgangspunt zijn voor de op te nemen planregeling.

1.3.2 Aangepaste regelingen In de drie facetbestemmingsplan zijn aangepaste regels opgenomen voor enkele specifieke onderwerpen. Deze zullen in het voorliggende bestemmingsplan overgenomen worden. Het gaat dan om de volgende aanpassingen ten opzichte van het moederplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp uit 2013.

Aanpassing bijgebouwen-regeling (2015) • In het bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp is voor het hier relevante artikel 3.2 de zinsnede "verminderd met de daadwerkelijke oppervlakte van het hoofdgebouw" geschrapt door deze aanpassing.

Parkeren en Wonen (aanpassing 2018): Het facetplan ‘Parkeren en Wonen’ heeft een aantal regelingen in het geldende moederplan aangepast. Ook deze worden overgenomen •

Het begrip “wonen” is als volgt aangepast: Wonen: bewonen van een woning door één afzonderlijke huishouding;

•

Er zijn algemene bouwregels toegevoegd of vervangen: Parkeervoorzieningen bij bouwen Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode, welke door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld. Afwijkingsbevoegdheid bij bouwen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in vorige lid indien: a. het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of; b. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; c. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van de hardheidsclausule in de 'Parkeerregels

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|6

Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode. •

Er zijn algemene gebruiksregels toegevoegd of vervangen: Het gebruik en parkeervoorzieningen Een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van de functie van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode, welke door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld. Afwijkingsbevoegdheid voor het gebruik bij en van parkeervoorzieningen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het vorige lid indien: a. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; c. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van de hardheidsclausule in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode.

•

Er zijn regels voor strijdig gebruik toegevoegde of vervangen: Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij de parkeergelegenheid die is vereist en aangelegd moet worden op grond van regels voor het parkeren niet in stand wordt gelaten.

•

Er zijn regels toegevoegd voor toepassing van wijzigingsbevoegdheden: Toepassen wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag maakt niet eerder gebruik van een in een moederplan gegeven wijzigingsbevoegdheid dan nadat is verzekerd dat in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien ten behoeve van de nieuwe functie of de intensivering van de bestaande functie. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van parkeernormen in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode, welke door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld. Uitzondering voor de wijzigingsbevoegdheid Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing indien: a. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; c. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd;

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|7

onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van de hardheidsclausule in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode.

Facetplan Logies (2021): Het facetplan ‘Logies’ heeft een aantal regelingen in het geldende moederplan aangepast. Ook deze worden overgenomen. •

Het begrip “huisvesting tijdelijke medewerkers” is opgenomen: het tijdelijk huisvesten van economische actieve migranten die tot doel hebben op eigen initiatief en vrijwillig arbeid en inkomen te verwerven;

•

Het begrip “Logies” is opgenomen: het bedrijfsmatig bieden van nachtverblijf, met uitzondering van tijdelijke huisvesting;

•

Het begrip “Tijdelijke huisvesting” is opgenomen: huisvesten van personen voor de duur van ten minste 2 weken;

•

Er zijn regels voor strijdig gebruik en afwijking daarvan toegevoegde of vervangen: Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken van gronden of bouwwerken voor tijdelijke huisvesting met uitzondering van bestaande tijdelijke huisvesting, dan wel de reeds vergunde tijdelijke huisvesting ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerp van dit plan. Afwijking van het strijdige gebruik: Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in vorige lid voor het huisvesten van tijdelijke medewerkers indien voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de 'beleidsregels logiesfuncties tijdelijke medewerkers Hollands Kroon', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode, welke door de gemeenteraad is vastgesteld.

1.4 Leeswijzer In de navolgende hoofstukken worden achtereenvolgens de beoogde ontwikkeling beschreven (hoofdstuk 2), het beleid van rijk, provincie en gemeente beschreven (hoofdstuk 3) en ingegaan op de (milieu)planologische randvoorwaarden die gelden voor de ontwikkeling (hoofdstuk 4). Hierbij wordt de ontwikkeling getoetst aan de geldende inhoudelijke kaders. In hoofdstuk 5 worden de toegepaste regels beschreven en in hoofdstuk 6 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan toegelicht. Tot slot maken enkele bijlagen bij de toelichting onderdeel uit van deze planologische verantwoording van de beoogde ontwikkeling.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|8

Een en ander dient ter motivatie en toelichting van het juridisch bindende deel van dit bestemmingsplan dat bestaat uit de verbeelding en bijhorende planregels. Bij de planregels zijn tevens enkele bindende bijlagen opgenomen.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|9

2

BESCHRIJVING VAN DE ONTWIKKELING

2.1 Beschrijving van de bedrijfssituatie 2.1.1 Ontwikkeling van het bedrijf Het bedrijf aan de Groetpolderweg 35 te Winkel is vanaf 2001 een gemengde veehouderij met een melkrundveetak en een pluimveetak. De pluimveetak is sinds 2001 aanwezig. Toentertijd is gestart met 26.000 opfokhennen voor legrassen. De melkrundveetak bestond toen uit 91 melkkoeien en 60 stuks vrouwelijk jongvee. In 2013 is het aantal opfokhennen uitgebreid naar 39.780 stuks en de melkrundveetak uitgebreid naar 100 melkkoeien en 60 stuks vrouwelijk jongvee. In 2016 werd het aantal melkkoeien nogmaals uitgebreid naar 160 stuks. In 2018 is de pluimveetak vervolgens omgeschakeld van reguliere opfokhennen naar 16.500 stuks biologische legkippen met uitloopweide. Naast de toen nog aanwezige 160 melkkoeien en 90 stuks vrouwelijk jongvee. Voor deze laatste ontwikkeling is door de provincie NoordHolland ook een Natuurbeschermingswetvergunning afgegeven.

2.1.2 Nieuwe regels voor biologisch houden van leghennen De laatste vergunningssituatie is gebaseerd op de regels die in 2018 van toepassing waren voor het houden van biologische leghennen. Kort gezegd kwam dat neer op de volgende berekening van het te houden aantal dieren: (de totaal beschikbare oppervlakte aan strooisel in de stal + de oppervlakte van de voliërestellingen in de stal + wintergarten) x 6 dieren per m2. In bijlage 1, pagina 2, is een berekening van de leverancier Vencomatic Group opgenomen die aangeeft dat de kippenstallen op dat moment geschikt waren voor 16.511 leghennen. Deze berekening laat ook zien dat de toegepaste systemen voldoende capaciteit en oppervlak boden voor het houden van dat aantal dieren. Omdat onder de nieuwe regels de zogenaamde wintergarten niet meer meetelt voor het aantal te houden dieren levert de ondernemer 560 m2 ‘stalruimte’ in. Dit betekent dat er vanaf dat moment dus nog maar (1.125 m2 + 1.067 m2 =) 2.192 m2 beschikbaar is. Beschikbaar oppervlak Staloppervlakte Wintergarten Voliërestellingen Aantal dieren / m2 Maximum aantal dieren

6

2018 1.125 m2 560 m2 1.067 m2 2.752 m2 16.511 st

2022 1.125 m2 0 m2 1.067 m2 2.192 m2 13.152 st

Tabel 1. Huidige en nieuwe aantallen dierplaatsen

Dit betekent dat er nog maar 13.152 leghennen gehouden mogen worden volgens de nieuwe normen. Oftewel 3.359 leghennen minder (20% minder dieren). Een dergelijke NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|10

vermindering van de dieraantallen drukt dusdanig zwaar op de bedrijfsvoering dat de ondernemer genoodzaakt is om maatregelen te nemen. Op grond van de huidige bedrijfsvoering is een duurzame bedrijfsvoering het meest gebaat bij het behouden van tenminste de huidige productiecapaciteit. Om die reden kiest de ondernemer ervoor om het bruikbare staloppervlak onder de nieuwe regels te vergroten, zodat hetzelfde aantal leghennen kan worden gehouden binnen het gerealiseerde biologische systeem. Dit betekent echter wel dat hiervoor extra stalruimte moet worden gerealiseerd en het bouwvlak moet worden vergroot.

2.2 Planvoornemen en gewenste situatie De ondernemer beschikt over ca. 6,6 ha uitloopweide direct naast de pluimveestallen. Volgens de regelgeving mogen 2.500 legkippen per ha uitloopweide worden gehouden, wat ca. 16.500 leghennen betekent. Behoud van het aantal dieren is voor een duurzame bedrijfsvoering van groot belang. Ze willen daarom de kippenstal verlengen om aan de nieuwe oppervlakte-eisen voor de stallen te kunnen voldoen, met behoud van hetzelfde aantal dieren.

Uitbreiding kippenstal en mestloods

Nieuw bouwvlak: 2,0 ha

Huidige bouwvlak: 1,23 ha

Bestaande ruwvoederopslag

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|11

Figuur 4. Bestaande en beoogde situatie bouwperceel (boven) en uitloopweide met rode lijn aangegeven (onder).

Om de gewenste capaciteit te kunnen realiseren moet de stal 20,70 meter worden verlengd, waardoor het huidige bouwvlak aan de noordoostzijde wordt overschreden. Daarnaast is er een mestloods van nog eens ca. 10 meter nodig voor het opslaan en drogen van de pluimveemest. De geldende vergunning schrijft voor dat de pluimveemest moet worden opgeslagen en elke 14 dagen moet worden afgevoerd van het bedrijf. Door de mest langer in deze mestloods op te kunnen slaan en tegelijk indroging plaats vindt, wordt er bespaard op de mestafzetkosten. Derhalve is ca 8 meter extra bouwruimte nodig achter de gewenste uitbreiding van de pluimveestal. Totaal wordt het bouwvlak dan met ruim 30 meter overschreden. De kippenstal is ca. 25 meter breed. Het huidige bouwvlak is ongeveer 152 meter lang en 81 meter breed. De huidige ruwvoederopslag is echter niet binnen het bouwvlak opgenomen. De gemeente Hollands Kroon acht wel wenselijk. Hiervoor is uitbreiding van het bouwvlak nodig aan de zuidoostzijde. Al met al ontstaat hierdoor een nieuw bouwvlak van 182 meter lang en 110 meter breed (ca. 2,0 hectare).

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|12

Het bouwperceel zal uiteindelijk ook landschappelijk worden ingepast. Hiervoor is een landschappelijk inrichtingsplan opgenomen in deze toelichting.

Figuur 5. Schetsplan en doorsnede van nieuwe kippenstal.

2.3 Ruimtelijke en landschappelijke inpassing 2.3.1 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Provinciale Staten hebben 2018 de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vastgesteld. In dit beleidskader is door de provincie aangegeven welke landschappelijke en cultuurhistorische elementen betrokken moeten worden bij ontwikkelingen. In 2020 is deze Leidraad verankerd in de Omgevingsverordening Noord-Holland. Daarmee is de Leidraad bestendigd in de regels voor de fysieke leefomgeving. De benadering in de Leidraad is ‘behoud door ontwikkeling’. Aangegeven is hoe rekening gehouden moet worden met de geschiedenis en de inrichtingsprincipes van het landschap en met de bebouwingskarakteristiek en de inpassing van een ontwikkeling in de omgeving. De Leidraad onderscheid daarbij 20 ensembles en 10 provinciale structuren. Elk van die ensembles en structuren gaat in op de ontstaansgeschiedenis, op de dynamiek en op de belangrijkste drie kernwaarden: • Karakteristiek; • Ruimtelijke dragers en openheid; • Ruimtelijke beleving.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|13

Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die daarbij horen. Het ensemble ter plaatse is Wieringen – Wieringenmeer. De structuurdrager is Westfriese Omdijkring. Het ensemble bestaat uit het voormalige eiland Wieringen met een zeer oud, kleinschalig, reliëfrijk, cultuurhistorisch waardevol keileemlandschap, de kleinere aandijkingenlandschappen Polder WaardNieuwland en Groetpolder. Daarnaast het veel recenter gerealiseerde, grootschalige, vlakke en open droogmakerijlandschap van de Wieringermeerpolder en het Amstelmeer. Specifiek is de Groetpolder een Figuur 6. Ligging plangebied in ensemble Wieringen karakteristiek landschap dat tegen de Wieringermeer. Westfriese Omdijkring ligt en waarmee de overgang van de Wieringen – Wieringermeer naar het ensemble West-Friesland west begint. De landschappelijke en cultuurhistorische verschillen zijn groot binnen het ensemble, mede doordat de stapsgewijze verovering van land op water in heel verschillende perioden heeft plaatsgevonden. De Westfriese Omringdijk vormt aan de zuidzijde de aansluiting met het oude zeekleilandschap. De geschiedenis van het keileemlandschap van Wieringen dateert van de voorlaatste ijstijd ten gevolge van opstuwing door landijs. Het eiland had geen strandwallen, duinen en strand.

Tot circa 1.000 jaar geleden lag de keileembult van Wieringen in een uitgestrekt veengebied dat de rest van het ensemble bedekte. Het veengebied werd in de vroege middeleeuwen in ontginning genomen. Door de ontwatering van het veen daalde het maaiveld en werd het veen vatbaar voor overstromingen. Het dichtstbijzijnde vasteland lag achter de Westfriese Omringdijk. Eeuwen later werden de aandijkingen gerealiseerd. In 1847 werd de Groetpolder, samen met de Waardpolder, aangedijkt vanaf het vasteland. Beide polders zijn rechtlijnig ingericht met een centraal bewoningslint in de lengterichting van de polder. De Westfriese Omringdijk vormt een grens tussen land en water, tussen oud en nieuw en tussen het binnen- en buitendijks. Het landschappelijk karakteristiek van Polder Waard-Nieuwland en Groetpolder omvat een heldere rechtlijnige opbouw van een kleine polder met rijndijken en een bebouwingslint. De openheid en ruimtebeleving kan worden omschreven als relatief open, met de ringdijken als ruimtelijke begrenzing. De ruimtelijke dragers van de kleine polders zijn het middenlint (sloot) en de omringende dijken. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen bij te laten dragen aan de zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek, versterking van de openheid en helder positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

Concreet betekent dit voor het erf en de omgeving van initiatiefnemer: • behouden van doorzichten vanaf de linten naar het open landschap; • behoud gebiedseigen kenmerken zoals aanwezige beplanting; • nieuwbouw zorgvuldig in te passen met respect voor bestaande erfcompositie. NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|14

Door de hoogte is de omringdijk markant aanwezig in het landschap. Vanaf de dijk is weids uitzicht op het landschap en het erf van initiatiefnemer. Er geldt een kwaliteitszone van 200 meter vanaf deze dijk welke vrijgehouden dient te worden van bebouwing. De schaal van de nieuwbouw is gelijk aan de schaal van de Figuur 7. Westfriese Omringdijk uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. bestaande bebouwing. De nieuwe bebouwing wordt ook ingepast achter de bestaande bebouwing, bezien vanaf het centrale lint van de Groetpolderweg. Er ontstaat geen nieuwe massa of breder front. Zichtlijnen worden behouden. Het erf vormt een compact geheel en ligt op ruime afstand van andere bebouwingsclusters. Het bouwperceel behoud een duidelijk eigen karakter en eenheid en is er sprake van geconcentreerde bebouwing. Met het gewenste bouwplan kan tevens optimaal gebruik worden gemaakt van reeds bestaande voorzieningen met betrekking tot de uitweg, nutsvoorzieningen en terreinverharding. 2.3.2 Landschappelijk inrichtingsplan De bedrijfslocatie wordt landschappelijk ingepast, zoals opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan behorende bij dit plan (zie bijlage 4). Uitvoering is geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels. De inpassing is afgestemd op het lokale landschap en de aanwezige omgevingskenmerken en -kwaliteiten.

Hierbij is tevens een voorziening opgenomen om het hemelwater binnen het plangebied vast te houden (zie ook paragraaf 4.10). De specifiek bedrijfsvoering van de pluimveetak en de rundveetak leggen een aantal beperkingen op voor een optimale landschappelijke inpassing. De ondernemer heeft voor de landschappelijke inpassing afwegingen moeten maken tussen een optimale inpassing en de (praktische) eisen vanuit de bedrijfsvoering. Zo is de beoogde watervoorziening in de vorm van open water niet optimaal voor de diergezondheidsrisico’s. Open water trekt ook wilde vogels aan wat het risico voor o.a. vogelgriep vergroot. Om die reden is er voor gekozen om deze watervoorziening zo nabij de woonbebouwing te situeren en te voorzien van opgaande beplanting aan de randen. Hiermee wordt een dergelijk open water minder aantrekkelijk voor trekvogels als foerageer- en overnachtingsplaats. In de boomgaard grenzend aan de weg worden fruitbomen aangeplant. De boomgaard wordt afgescheiden door een haag. Aan de achterzijde van de boomgaard wordt een gemengde struweelhaag aangeplant om de biodiversiteit te vergroten, maar ook om de gleufsilo’s aan het oog te onttrekken. Vanaf de weg wordt het zicht op de agrarische bebouwing deels onttrokken door een windsingel. De bomenrij zal bestaan uit verschillende inheemse boomsoorten.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|15

Figuur 8. Landschappelijke inpassing Groetpolderweg 35 Winkel

In de uitloopweide voor het pluimvee is gekozen om enkele solitaire bomen te plaatsen die niet schadelijk zijn voor het pluimvee en tegelijk voor schaduwplekken kunnen zorgen. Op basis van de landschapskenmerken is gekozen om deze notenbomen in lijnopstelling te plaatsen, parallel aan de weg langs de pluimveestal. De bereikbaarheid is daarmee voor het pluimvee optimaal en het sluit aan bij de landschappelijke kenmerken van het gebied. De rundveetak vraagt daarnaast om vrije uitloopmogelijkheden en open zichtlijnen vanuit de rundveestal naar de aangrenzende weides. Belemmerende struweelbeplanting is dan hinderlijk voor het toezicht en de bereikbaarheid van de weides door het vee. Om die reden is er voor gekozen om robuuste en opgaande beplanting aan de achterzijde van het perceel te mijden. Het landschappelijk inrichtingsplan voorziet in de volgende landschappelijk ingepaste elementen: Omschrijving Bestaand Tuinen zijde Groetpolderweg Perceelsranden noord-westzijde Nieuw Gemengde struweelhaag

Boomsingel Solitaire bomen Hoogstamboomgaard

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Type / soorten

Aantal / oppervlak

Bestaande inrichting siertuin Laan- en bermbeplanting Gemengde inheemse soorten, zoals geoorde wilg, vogelkers, zwarte els en hazelaar. (minimaal 5 m1 breedte) Esdoorn, els en kastanje Kraakwilg Walnoot Hoogstam fruitbomen, met bloemen kruidenrijk grasland (appel, peer, pruim)

Ca 200 m2

37 st. 5 st. 8 st. 14 st.

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|16

Ondiepe poel Haag

Tevens hemelwateropvang Veldesdoorn (in lijnbeplanting)

Min 100 m2 Ca 25 m1

In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is het kaartbeeld van het inrichtingsplan o pgenomen. De landschappelijke inrichting en uitvoering en instandhouding ervan zijn via de regels geborgd voor de lange termijn.

2.4 Parkeren en verkeer De bedrijfsvoering zal niet wezenlijk veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Het dieraantal blijft gelijk en daarmee ook de benodigde grondstoffen en aanverwante zaken. Door de nieuwe mestopslagloods zullen er minder vaak verkeersbewegingen zijn voor de afvoer van de mest. Omdat de mest langer op locatie mag worden opgeslagen zullen de vervoersbewegingen zich concentreren en op minder momenten gaan plaatsvinden. Voor wat betreft het parkeren zal dit na de ontwikkeling nog steeds op eigen terrein worden gerealiseerd. Er is ruimschoots verharding en fysieke ruimte aanwezig en reeds ingericht om te voorzien in de parkeerbehoefte. Er zijn geen significante veranderingen in het verkeer of de parkeersituatie te verwachten.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|17

3

BELEIDSKADER

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Conclusie Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale karakter. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels stelt over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan het Barro aan gemeenten opdragen in de toelichting van een bestemmingsplan bepaalde zaken te motiveren. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 30 november 2011 in werking getreden. NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|18

Conclusie Door het nationale karakter van het Barro en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Zo zijn er in de nabijheid van het plangebied geen buisleidingen of hoogspanningsleidingen gelegen van nationaal belang. Ook andere elementen komen in de nabijheid van het plangebied niet voor. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen.

3.1.3 Ladder van duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is herzien en per 1 juli 2017 is de ‘Nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking’ in werking getreden. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing Om te bepalen of een planvoornemen ‘ladderplichtig’ is, moet eerst getoetst worden of de voorziene ontwikkeling een stedelijke ontwikkeling is.

Dit bestemmingsplan voorziet in het uitbreiden van een agrarisch bouwvlak voor een bestaande intensieve veehouderij. Er is ook geen sprake van de toevoeging van enige vorm van stedelijke functie(s). Het voorliggende bestemmingsplan is niet ‘ladderplichtig’.

3.1.4 Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.

3.2 Provinciaal beleid Voor het provinciaal beleid zijn drie beleidsdocumenten van belang: • de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050; • de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020; • de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie uit 2018.

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (vastgesteld op 19 november 2018). In de visie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. De provincie wil balans tussen NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|19

economische groei en leefbaarheid. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. In de visie zijn ook vijf bewegingen met principes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland: Hierin is het benutten van de unieke ligging van NoordHolland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling: Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s: Dit gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele omliggende regio vitaal houden. 4. Nieuwe energie: Benutten van de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: Hierin staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Het plangebied valt in het gebied waar de provincie zich richt op een 'Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving'. In Noord-Holland is er voor een natuurlijke en vitaal landelijke omgeving een goede balans nodig tussen de agrifoodsector en de natuur- en watersystemen. De landelijke omgeving in Noord-Holland is van oudsher bepaald door het watersysteem, het landbouwkundig gebruik en de natuurgebieden. De provincie zoekt continu naar de juiste balans tussen een gezonde leefomgeving, een sterke economische ontwikkeling en robuuste natuurlijke systemen.

De agrifoodsector geeft steeds vaker invulling aan de gewenste balans. Dit gebeurt door het vergroten en benutten van biodiversiteit (onder andere in de bodem), technologische ontwikkelingen, door natuur onderdeel te laten zijn van de bedrijfsvoering, efficiëntieverbetering en verbetering en vernieuwing van gewassen. Uit oogpunt van het bieden van voedselzekerheid en voedselveiligheid is een verantwoorde voedselproductie een gezamenlijke ambitie van de provincie en de sector. Verantwoord wil zeggen: onder gezonde en gecontroleerde omstandigheden. De regels voor dit gebied zijn uitgewerkt in de Omgevingsverordening. Het voorliggende plan is ten behoeve van een biologische leghennenbedrijf dat eerder al de omslag heeft gemaakt van de meer traditionele veehouderij naar een meer verantwoorde productievorm. Over het algemeen leidt dat ook tot een extra ruimteclaim. Onder meer om de milieukundige druk op de omgeving te verlagen. De nu voorgenomen ontwikkeling volgt grotendeels uit veranderde wet- en regelgeving en de bedrijfseconomische gevolgen daarvan. Voor wat betreft de provinciale ambities uit de Omgevingsvisie 2050 levert het plan geen belemmering op. Het plan past verder binnen de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050.

3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 De provinciale Omgevingsverordening stelt aan gemeenten (instructie)regels voor het opstellen van bestemmingsplan. In de vigerende provinciale Omgevingsverordening NoordHolland 2020 zijn in afdeling 6.3 regels opgenomen voor de land- en tuinbouw.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|20

In artikel 6.33 zijn de regels opgenomen voor agrarische bedrijven. Voor het voorliggende bestemmingsplan zijn de navolgende artikel(leden) van belang. Onder de betreffende leden is gemotiveerd dat voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden:

Figuur 9. Zonering 'Agrarische bedrijven' en 'Landelijk gebied' uit Omgevingsverordening 2020.

Artikel 6.33 Agrarische bedrijven 1. Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied agrarische bedrijven voorzien in agrarische bedrijven, waarbij geldt dat:  De locatie ligt binnen het werkingsgebied agrarische bedrijven (zie Figuur 9). b.

bebouwing wordt geconcentreerd in een bouwperceel, waarbij de omvang van het bouwperceel ten hoogste 2 hectare bedraagt.  Het plan voorziet in een logisch en samenhangend bouwperceel van maximaal 2,0 hectare.

c.

bij het toestaan van een nieuw bouwperceel wordt gemotiveerd waarom niet op bestaande bouwpercelen in de behoefte kan worden voorzien, waarbij ingegaan wordt op de mogelijkheden tot hergebruik van bouwpercelen die niet meer voor de agrarische functie worden benut en op het combineren van functies op bestaande bouwpercelen.  Niet van toepassing.

d.

in afwijking op onderdeel a is een omvang van het bouwperceel van meer dan 2 hectare toegestaan, indien de uitbreiding noodzakelijk is voor het agrarisch productieproces en het geen glastuinbouwbedrijf betreft.  Niet van toepassing.

e.

in afwijking op onderdeel a geldt dat de omvang van een bouwperceel voor een glastuinbouwbedrijf meer kan bedragen dan 2 hectare, indien het bedrijf grenst aan bestaand stedelijk gebied, niet grenst aan andere glastuinbouwbedrijven, sprake is van grondgebonden teelt en sprake is van aantoonbare duurzame synergie met aangrenzende stedelijke functies.  Niet van toepassing.

f.

per volwaardig agrarisch bedrijf kan ten hoogste één bedrijfswoning worden toegestaan.  Er is één bestaande bedrijfswoning toegestaan en aanwezig. Dat veranderd niet in het nieuwe plan.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|21

g.

in afwijking van onderdeel e geldt dat een extra bedrijfswoning kan worden toegestaan, indien dit noodzakelijk is voor het toezicht op de bedrijfsvoering.  Niet van toepassing.

h.

ten behoeve van de bedrijfsvoering kan worden voorzien in de huisvesting van tijdelijke werknemers, indien: i. de huisvesting wordt voorzien binnen het bouwperceel, en; ii. het een ondergeschikte functie ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf betreft.  Niet van toepassing.

i.

indien het agrarisch bedrijf is gelegen in veenpolderlandschap, bevat het ruimtelijk plan een verbod op het scheuren van grasland, tenzij wordt aangetoond dat dit bijdraagt aan meer biodiversiteit in het grasland en daarbij bodemerosie en extra CO2 uitstoot wordt vermeden.  Het plangebied voorziet slechts in de bestemming van een agrarisch bouwvlak ten behoeve van de bedrijfslocatie.  Het plangebied ligt niet in een Veenpolderlandschap.

Artikel 6.34 Intensieve veehouderij 1. Een ruimtelijk plan voorziet niet in de vestiging van intensieve veehouderij of de al dan niet gedeeltelijke omschakeling van bestaande agrarische bedrijven naar intensieve veehouderij.  Er is sprake van een bestaande en vergunde biologische pluimveebedrijf dat ter plaatse van de huidige bedrijfslocatie uitbreid. Er is geen sprake van vestiging of omschakeling naar een intensieve veehouderij. 2.

In afwijking van het eerste lid is vestiging van intensieve veehouderij mogelijk indien dit zich richt op verplaatsing van op 30 november 2011 in Noord-Holland bestaande intensieve veehouderij in Noord-Holland.  Niet van toepassing.

3.

Voor zover een ruimtelijk plan betrekking heeft op een bestaande intensieve veehouderij zoals bedoeld in het tweede lid geldt bij uitbreiding dat ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren.  Niet van toepassing.

3.2.3

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie verankerd in de Omgevingsverordening In afdeling 6.5 Ruimtelijke inpassing in landelijk gebied stelt de Omgevingsverordening ook ruimtelijke kwalitatieve eisen aan ontwikkelingen in het hele aangeduide landelijke gebied. Dit is gekoppeld aan de voorheen van toepassing zijnde Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (de Leidraad). Dat is in de verordening vertaald in concrete regels en opgenomen in artikel 6.59. Hieronder wordt aan de hand van dat artikel gemotiveerd voldoet aan deze kwalitatieve eisen uit de Omgevingsverordening. Hierbij is van belang dat voornoemde regels veel meer leidend en toetsend zijn dan artikel 6.59. Dit artikel gaat over de ambities en ontwikkelprincipes uit de Leidraad. Deze zijn richtinggevend en een ontwikkeling moet dus ‘rekening houden met’ die ambities en NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|22

principes. Ontwikkelprincipes die kansen betrekken zijn meer inspirerend bedoeld en moeten worden ‘betrokken bij’ de ontwikkeling. Artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1. Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden.  De ‘Leidraad’ is van toepassing en dient betrokken te worden bij het planvoornemen. 2.

Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren.  Deze elementen zijn meegenomen bij het opgestelde landschappelijke inpassingsplan en de vormgeving van het bouwvlak. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.1. Uitvoering is geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels.

3.

In aanvulling op het tweede lid, wordt bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in de Amstelscheg rekening gehouden met de karakteristieken en de ontwerpprincipes inzake de samenhang, de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van het landschap, zoals beschreven in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde rapport ‘Gebiedsperspectief en Beeldkwaliteit Amstelscheg’ (nr. 2011-66880).  Niet van toepassing.

4.

De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid.  Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.1 voor de verantwoording voor de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

5.

Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen, ook in een vroeg stadium, inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing.  Niet van toepassing.

3.2.4 Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciale beleid: ✓ Het plan past binnen de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. ✓ Het plan voldoet aan de geldende regels uit de Omgevingsverordening NoordHolland 2020 ✓ Het plan geeft invulling aan de ontwikkelingsrichting en een verantwoording van de ruimtelijke kwaliteitseisen uit de Leidraad landschap en cultuurhistorie. NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|23

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie De gemeente Hollands Kroon heeft een omgevingsvisie vastgesteld voor het hele grondgebied voor de periode tot 2030. Naast ruimtelijk beleid gaat de visie ook in op aspecten als veiligheid, economische ontwikkelingen, natuur, milieu en bereikbaarheid. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is ontwikkelen met behoud van identiteit en kwaliteit. Dat betekent dat iedereen zich bewust moet zijn van de karakteristieke eigenschappen van de verschillende landschappen en dorpen. En dat identiteit en kwaliteiten het vertrekpunt voor een ontwikkeling is. Echter, dit zet ontwikkelingen nadrukkelijk niet op slot. Ruimtelijke kwaliteit vraagt voortdurend om aandacht en moet in de werkwijze van (gebieds)ontwikkeling verankerd zijn. De volgende kerngedachten liggen aan deze werkwijze ten grondslag: ✓ Ruimtelijke kwaliteit is overal en voor iedereen anders, ✓ Ruimtelijke kwaliteit groeit in een cyclisch planproces, ✓ Gebruikers staan centraal, ✓ Rekening houden met de historische context. De gemeente wil de kwaliteit en diversiteit van het landschap en dorpen onderbouwd (laten) ontwikkelen, verbeteren en indien nodig transformeren.

Thema Landschap Voor landschappelijke inpassing en verbetering zijn enkele concrete uitgangspunten geformuleerd die moeten helpen bij het noodzakelijke maatwerk als zich ontwikkelingen voordoen: ✓ Hollands Kroon is en blijft een agrarische gemeente wat betekent dat voor het buitengebied het agrarisch belang zwaarwegend is. ✓ Een aantrekkelijk en afwisselend gebied voor recreanten en toeristen. ✓ Landschappelijke verschillen en overgangen worden behouden en waar mogelijk versterkt. Cultuurhistorische waarden worden gekoesterd. ✓ Bij maatwerk voor grootschalige projecten (groter dan 2 hectare) kunnen, indien dit voor landschappelijke inpassing wenselijk is, voorschriften worden opgelegd met betrekking tot de erfbeplanting.

Thema Agrarische sector De agrarische sector krijgt thematische aandacht in de Omgevingsvisie. Immers, het aandeel agrarische bedrijven in Hollandse Kroon is groot. Ze heeft de meeste landbouwbedrijven en het grootste agrarische grondgebruik in de hele provincie. Alle landbouwsectoren zijn aanwezig in de gemeente. Dit wordt versterkt door goede vestigingsfactoren, waaronder toeleveranciers, goede ontsluiting en veel research & development. De gemeente wil ondernemers dan ook ruimte bieden. De agrarische sector is de primaire functie in het buitengebied en deze is aan vele ontwikkelingen onderhevig. Aan de ene kant neemt door schaalvergroting de bedrijfsomvang toe, aan de andere kant richt een deel van de bedrijven zich op specialisatie of verbreding. Daarnaast zoeken bedrijven meer aansluiting bij maatschappelijke ontwikkelingen zoals biologische landbouw, zorg, recreatie et cetera. NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|24

Voor deze ontwikkelingen is een economisch duurzaam bedrijf van belang. Ruimte om te ondernemen is cruciaal en een bouwperceel van voldoende omvang is daarbij noodzakelijk. KADERS: • Het grondgebied is van oudsher gericht op land-, tuinbouw en visserij. Dit vindt de gemeente belangrijk en daarom wordt dit gefaciliteerd met inachtneming van de veranderde structuur zoals tijdens landinrichtingsprojecten is ontstaan; • Hollands Kroon is de ideale plek voor nieuwe agrarische initiatieven en ontwikkelingen; • Iedereen heeft dezelfde bouwrechten, tenzij ze in een specifiek gebied zitten. Uitgangspunt zijn bouwblokken van 2,0 hectare voor bestaande bedrijven. Grotere bouwblokken kunnen indien noodzakelijk, maar dat is altijd maatwerk; • Er moet sprake zijn van circulaire economie, waarbij reststoffen of grondstoffen lokaal gebruikt of hergebruikt kunnen worden; • Waar mogelijk wordt medewerking verleend aan het realiseren van nieuwe agrarische bouwblokken. Volgens een ‘ja, tenzij-houding’. Bij de beoordeling zijn inpassing in en de effecten op de omgeving de belangrijkste criteria.

Thema Milieu Goede kwaliteit van water, bodem en lucht zijn essentieel voor kwaliteit van leven en gezondheid van mens en dier. Het zijn ook voorwaarden voor ecologische vitaliteit en diversiteit. Daarnaast vindt de gemeente economische ontwikkelingen ook belangrijk. Het doel op milieugebied is om ruimte te bieden aan ontwikkeling in een gezonde en schone leefomgeving. Milieuhinder wordt daarbij tegengegaan op plekken waar het moet en ruimte voor economische ontwikkelingen kan worden gegeven op plekken waar het kan. In Hollands Kroon zijn weinig milieuknelpunten. Dat moet zo blijven. Hiervoor wil de gemeente onder de Omgevingswet ook gebruik maken van gebiedsgericht milieubeleid en verschillende normen. Tot die tijd geldend de wettelijke normen. KADERS: • Geluid en geur vormen over het algemeen geen hinder in Hollandse Kroon. Nieuwe initiatieven moeten hieraan bijdragen; • In het buitengebied kan enige geuroverlast zijn als gevolg van agrarische activiteiten. Dit vindt de gemeente acceptabel; • Er is een laag externe veiligheid-risicoprofiel. De gemeente zet in om behoud van dat profiel; • De lucht in Hollands Kroon is en blijft schoon.

Conclusie De ontwikkeling van het biologische pluimveebedrijf sluit aan bij de voornaamste thema’s uit de Omgevingsvisie Hollands Kroon. Er wordt geen inbreuk gedaan op de gestelde ambities en doelen van de gemeente. Op onderdelen sluit de nieuwe bedrijfsvoering zelfs beter aan bij de gestelde ambities, daaronder in ieder geval begrepen het meer circulair produceren doordat de mest langer ter plaatse opgeslagen blijft en ingedroogd wordt. Stoffen blijven hierdoor langer en makkelijker in het gebied. Ook de biologische productiewijze van het bedrijf en de nieuw uit te voeren landschappelijke inpassing geven invulling aan de gestelde ambities.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|25

3.3.2 Bestemmingsplan In paragraaf 1.3 is al uitvoerig ingegaan op het geldende bestemmingsplan en de doorgevoerde herzieningen van enkele regels. De voorliggende ontwikkeling past niet binnen de geldende planregels is reeds geconcludeerd. Van belang is dat er sprake is van een set planregels die inmiddels gedateerd kan worden genoemd. In de Omgevingsvisie Hollands Kroon 2050, maar ook in de regels van de provincie (Omgevingsverordening) is inmiddels verankerd dat bestemmingsplannen uit (mogen) gaan van agrarische bedrijfspercelen van 2,0 hectare bouwperceel. Het huidige bestemmingsplan Buitengebied uit 2013 is destijds nog gebaseerd op een beleidsuitgangspunt van 1,0 hectare bouwvlak met een wijzigingsoptie tot maximaal 1,5 hectare. Door nieuwe inzichten, veranderde eisen uit de markt en vanuit de leefomgeving, andere voorwaarden voor een duurzame bedrijfsvoering en andere factoren is een grotere omvang vaak noodzakelijk. In de gemeentelijke Omgevingsvisie is recentelijk ook opgenomen dat de gemeente vindt dat ‘Iedereen dezelfde bouwrechten heeft, tenzij ze in een specifiek gebied zitten. Uitgangspunt zijn bouwblokken van 2,0 hectare voor bestaande bedrijven. Grotere bouwblokken kunnen indien noodzakelijk, maar dat is altijd maatwerk’.

Als dit (straks) doorvertaald wordt naar een nieuwe planregeling voor onderhavige locatie, dan is er geen aanleiding om te veronderstellen dat er geen 2,0 hectare omvang toegekend zou kunnen worden. Van belang is dat de ondernemer begin 2022 al wordt geconfronteerd met nieuwe eisen voor het houden van biologische leghennen en dat voor een duurzame bedrijfsvoering er zo snel mogelijk een uitbreiding van stalruimte gerealiseerd moet worden. Wachten op een integrale herziening van het bestemmingsplan doet te veel inbreuk op een verantwoorde bedrijfsvoering wat betreft de benodigde productiecapaciteit.

Conclusie Het planvoornemen past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Om die reden is een herziening noodzakelijk. Daarbij is er wel urgentie om de uitbreiding te realiseren. Vervolgens is van belang dat de Omgevingsvisie van de gemeente Hollands Kroon reeds aangeeft dat op termijn bouwvlakken van 2,0 hectare in ieder geval aanvaardbaar zijn.

3.3.3 Conclusie Het planvoornemen past weliswaar niet binnen het geldende bestemmingsplan, maar wel binnen de concreet aangeduide beleidslijn voor bestaande agrarische bedrijven uit de Omgevingsvisie van de gemeente. Het bestemmingsplan geeft invulling aan de daarbij gestelde voorwaarden.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|26

4

RANDVOORWAARDEN

4.1 Archeologie 4.1.1

Beleid

Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die volgt uit Europees beleid; het ‘Verdrag van Malta’. Dit Europese verdrag regelt hoe omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz).

Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en vervangt gedeeltelijk de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De wet regelt dat gemeenten belast zijn met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit overgegaan in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet c.q. de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meegewogen worden in de besluitvorming.

Gemeentelijke archeologiebeleid Het bestemmingsplan stelt regels ten aanzien (mogelijke) verstoring van de archeologische waarden in een gebied. Dit is in de regels opgenomen en ingedeeld in verschillende gebieden. Hiermee wordt onderscheid gemaakt in de archeologische verwachtingswaarden van ieder gebied. Bepaalde gebieden genieten een zwaardere bescherming dan andere op basis van de verwachtingen dat er iets wordt gevonden en op basis van in het verleden uitgevoerde onderzoeken of vondsten. Het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’, een van de lagere categorieën van bescherming. De verwachting van archeologische vondsten in het poldergebied zijn in het algemeen laag te noemen. Aan deze categorie zijn echter nog wel regels gebonden die al dan niet archeologisch onderzoek noodzakelijk maken bij de vergunningverlening voor de activiteiten bouwen en/of werken en werkzaamheden.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|27

4.1.2 Verantwoording Het plangebied ligt binnen de Groetpolder die in de 19e eeuw is drooggelegd. Sindsdien is de polder in gebruik voor agrarische doeleinden. Op de locatie Groetpolderweg 35 is al langere tijd een agrarisch bedrijf gevestigd. De uitbreiding van het bouwvlak staat extra bebouwingsmogelijkheden toe ten opzichte van het huidige gebruik. Het planvoornemen is echter om maar deels nieuwe bebouwing op te richten. Verder worden enkele bestaande voorzieningen binnen het bouwvlak gebracht, waarvoor geen (mogelijk) verstorende werkzaamheden hoeven verricht hoeven te worden. Op basis van het vigerend bestemmingsplan kent het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Voor dergelijke gronden is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bouwplannen die: • die betrekking hebben op een oppervlakte van niet meer dan 2.500 m²; • die betrekking hebben op een oppervlakte van meer dan 2.500 m², maar die niet dieper gaan dan 40 cm.

Figuur 10. Plangebied in gebied met 'Waarde Archeologie 4'.

Met dit bestemmingsplan wordt het bouwvlak vergroot met circa 0,77 hectare (7.700 m2). Binnen het nieuwe bouwvlak is bebouwing mogelijk en kunnen dus ook ingrepen voorkomen die mogelijk de archeologische waarden kunnen aantasten. De uitbreiding van de bebouwing binnen het nieuwe bouwvlak (de stal) bedraagt echter maar 750 m2. Dit is ruim onder de grens van 2.500 m2. Een archeologisch onderzoek is voor de uitvoering van dit project niet noodzakelijk. Wel zal er een regeling in het plan opgenomen moeten worden die de bescherming van het archeologische waarde op lagere termijn borgt. De nu geldende archelogische dubbelbestemming wordt hiervoor overgenomen in de planregels.

NL.IMRO.1911.BpBG2010hz002-va01

Bestemmingsplan Groetpolderweg 35 Winkel

|28

4.1.3 Conclusie Er is geen nader archeologisch onderzoek noodzakelijk voor de uitvoering van het planvoornemen. In de regels van het nieuwe bestemmingsplan moeten de geldende regels ter bescherming van de archeologische waarden overgenomen worden.

4.2 Cultuurhistorie 4.2.1

Beleid

Wettelijk kader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. De Erfgoedwet van 2016 bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Een groot deel van de wet- en regelgeving is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. In de toelichting van een bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

Het bevoegde gezag voor een bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie moeten worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=c3ba9185-7e10-4cbd-9059-438995e78e3a