2. BP Moerbeek 6_6a en 10 't Veld_Toelichting
Tekst van het document
23
Moerbeek 6/6a en 10 't Veld
Figuur 7. Luchtfoto met beschikbare ruimte benodigde parkeerplaatsen (Bron luchtfoto PDOK viewer en projectie parkeerplaatsen Bugel Hajema Adviseurs)
4.10 Duurzaamheid Duurzaamheid van een gebied of in relatie tot een ruimtelijke ontwikkeling kan tot uitdrukking komen in de thema's: kwaliteit van de leefomgeving, water, energie, mobiliteit, natuur/ecologie en milieu. Onder deze laatste kan onder meer het volgende worden verstaan: gezondheid, externe veiligheid, materiaalkeuze en hergebruik van materialen, duurzaam slopen, geluid, lucht en beheer/onderhoud van een gebied of gebouw. Er bestaat geen wettelijke verplichting om het thema duurzaamheid in bestemmingsplannen vast te leggen. Wel vormt het een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en daarmee een belangrijk aandachtspunt in het overheidsbeleid. Gemeenten streven in dat kader naar een duurzame (gebouwde) omgeving. Bij de ontwikkeling van een nieuw gebouw is het uitgangspunt om zoveel mogelijk duurzaam te bouwen. Gemeente Hollands Kroon heeft zich in het gemeentelijk duurzaamheidsprogramma uitgesproken voor een energiezuinige en duurzame bebouwde omgeving. De gestelde doelen daarbij zijn o.a.:
24
Moerbeek 6/6a en 10 't Veld
energiebesparing; toepassing van duurzame energie; energieneutraal en klimaatbestendig. Bij de bouw van het project is rekening gehouden met de landelijke ontwikkeling om het gebruik van aardgas uit te faseren. Het gebouw is voorzien van zeer hoge isolatiewaarden voor de buitenschil in combinatie met een lage temperatuur verwarmingssysteem. Voor de warmtebron wordt een bodem-energiesysteem met warmtepomp toegepast. Daarnaast is rekening gehouden met mogelijkheden om zelf energie op te wekken door middel van zonnepanelen. Tot slot wordt er gebruik gemaakt van douchewarmte terugwinning.
4.11 Leefomgeving De projectlocatie is gelegen in buurtschap De Moerbeek met in de directe omgeving agrarische bedrijven (waaronder een ander bedrijf van Wit Flowerbulbs B.V.) en woningen. Buurtschap de Moerbeek telt ongeveer 120 inwoners en is gelegen in een lint met een centraal liggende 'kern'. De projectlocatie is gelegen aan het lint op circa 1,5 kilometer van de centraal liggende 'kern'. De afstand van de logiesaccommodatie tot de dichtstbijzijnde burgerwoningen aan de Moerbeek 4 en 8 bedraagt voor beide woningen circa 155 meter. De woning op nummer 3 is betrokken als direct aanliggende woonlocatie van indieners van zienswijzen. Bewoners van dit adres hebben zowel in eerdere procedures als in de huidige zienswijze hun belangen kenbaar gemaakt. Deze locatie is daarom nadrukkelijk meegenomen in de beoordeling van het woon- en leefklimaat. De logiesaccommodatie is primair bedoeld voor buitenlandse werknemers van Wit Flowerbulbs B.V. die reeds werkzaam zijn voor het bedrijf, maar momenteel binnen een straal van circa 15 kilometer elders gehuisvest zijn. Op een afstand van circa 1,5 kilometer bevindt zich daarnaast een zelfstandige logiesaccommodatie op Moerbeek 38, waar 40 buitenlandse werknemers zijn gehuisvest bij een volwaardig agrarisch bedrijf.
Deze locatie behoort tot een andere onderneming (WFB Tulips B.V.) en ligt in de kern van Lutjewinkel, waardoor sprake is van een afzonderlijke exploitatie en oriëntatie. Alleen wanneer de bezetting lager ligt dan het aantal beschikbare plaatsen op Moerbeek 6/6a kan tijdelijk verhuur aan derden plaatsvinden. Dit gebruik blijft beperkt en is aantoonbaar ondergeschikt: de inkomsten uit logies bedragen circa 2,5% van de totale omzet van Wit Flowerbulbs B.V. Daarmee verandert dit niets aan het karakter van de voorziening als nevenactiviteit bij een volwaardig agrarisch bedrijf.
25
Moerbeek 6/6a en 10 't Veld
Figuur 7. Aantal arbeidsmigranten binnen een straal van twee kilometer vanaf Moerbeek 6a 't Veld
Figuur 8. Aantal arbeidsmigranten binnen een straal van twee kilomoter vanaf de Moerbeek op de grens tussen 't Veld en Lutjewinkel
De leefomgeving is de omgeving waarin mensen wonen, werken en recreëren. Binnen buurtschap De Moerbeek zijn geen voorzieningen aanwezig. Zowel de vaste inwoners als de buitenlandse werknemers zijn aangewezen op omliggende dorpen, waaronder Zijdewind, 't Veld en Lutjewinkel, en op grotere kernen zoals Schagen. Daarmee moet de leefomgeving in bredere zin worden beschouwd: het gaat niet alleen om het buurtschap zelf, maar ook om de oriëntatie op omliggende verzorgingsgebieden. Uit de figuren blijkt dat er binnen een straal van twee kilometer vier locaties zijn waar buitenlandse werknemers worden gehuisvest, waarvan twee binnen De Moerbeek. Deze twee locaties liggen circa 1,5 kilometer uit elkaar. Hoewel de buurtschappen ’t Veld en Lutjewinkel ruimtelijk dicht bij elkaar liggen, zijn de oriëntatie en voorzieningen verschillend. Moerbeek 6/6a richt zich primair op ’t Veld, terwijl Moerbeek 38 is georiënteerd op Lutjewinkel. Daarmee blijft de verhouding tussen het aantal inwoners en het aantal gehuisveste arbeidsmigranten in balans: de huisvesting is verspreid over meerdere locaties en georiënteerd op verschillende dorpen en voorzieningen, waardoor geen onevenredige druk op één buurtschap of verzorgingsgebied ontstaat. Voor de exploitatie van de logiesaccommodatie is een exploitatievergunning verleend.
Onderdeel daarvan is een beheerplan dat door het college is beoordeeld en geborgd. Dit beheerplan voorziet in maatregelen om overlast voor de omgeving te voorkomen. Daarnaast is het buitenterrein landschappelijk ingepast met een grondwal en erfbeplanting als fysieke afscheiding richting de omliggende percelen. Op de locatie zelf zijn faciliteiten aanwezig (kantine/ontspanningsruimte, erf, fietsenstalling). In de bedrijfswoning is permanent een beheerder namens Wit Flowerbulbs B.V. woonachtig. Daarmee is toezicht en een aanspreekpunt voor zowel bewoners als omwonenden verzekerd. Bij de beoordeling van de effecten is rekening gehouden met de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland (24 april 2019, HAA 19/1460), waarin is benadrukt dat aandacht moet zijn voor cumulatieve effecten van meerdere logiesvoorzieningen in kleine buurtschappen. In dit geval is sprake van afzonderlijke ondernemingen: Wit Flowerbulbs B.V. exploiteert Moerbeek 6/6a en 10, terwijl WFB Tulips B.V. Moerbeek 38 exploiteert. Door de spreiding en de verschillende oriëntatiegebieden ontstaat geen onevenredige belasting van de leefomgeving.
26
Moerbeek 6/6a en 10 't Veld
De verkeersdruk blijft beperkt. Uitgangspunt is 2,2 verkeersbewegingen per kamer per etmaal, wat voor 28 kamers neerkomt op circa 62 bewegingen. Dit blijft ruimschoots binnen de capaciteit van de Moerbeek als erftoegangsweg (maximaal 1.000 motorvoertuigen per etmaal). Het grootste deel van de verplaatsingen vindt gebundeld plaats via busjes; privéverplaatsingen zijn beperkter van omvang en vallen binnen de CROW-norm. Daarmee is ook verkeer geen knelpunt. Ten aanzien van de elektriciteitsvoorziening is navraag gedaan bij Liander. Op Moerbeek 10 is een grootverbruikersaansluiting aanwezig met voldoende capaciteit. Er zijn geen meldingen van spanningsklachten of netcongestie. Daarmee vormt de netbelasting geen belemmering voor de bedrijfsvoering of de huisvesting. Hoewel de verhouding tussen het aantal extra bewoners en de omvang van het buurtschap aandacht vraagt, leidt dit niet tot een onevenredige aantasting van de leefbaarheid. Daarbij weegt mee dat: de verkeersbewegingen grotendeels per busje plaatsvinden, de afstand tot de dichtstbijzijnde woningen circa 155 meter bedraagt, landschappelijke inpassing het effect verzacht, en permanent toezicht via de bedrijfswoning naleving en rust waarborgt. Conclusie: ook in de context van een klein buurtschap leidt de aanwezigheid van de logiesaccommodatie niet tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat.
4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling De m.e.r.-beoordeling houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. De activiteiten die in het plangebied worden beoogd komen niet voor op de D-lijst. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is daarom niet aan de orde. Eventuele milieueffecten zijn in voorgaande paragrafen al voldoende onderzocht. Op grond hiervan kan in alle redelijkheid worden aangenomen dat de toekomstige activiteiten in het plangebied geen onaanvaardbare gevolgen voor het milieu zullen hebben.
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Toelichting op het juridische systeem
In de voorgaande hoofdstukken zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke en functionele situatie in het plangebied aangegeven. Deze uitgangspunten zijn getoetst aan de omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de bestemmingen (de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden) toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten hun juridische vertaling in het eigenlijke plan hebben gekregen. De bepalingen die betrekking hebben op de te onderscheiden bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Het bestemmingsplan geeft aan voor welke doeleinden de gronden zijn bestemd. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) toegepast. De regels zijn zo opgesteld dat deze gebruikt kunnen worden in een analoog alsook in een digitaal raadpleegbaar bestemmingsplan. Het digitale plan verschaft de burger 'online' informatie over het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale plannen zijn per 01-01-2010 verplicht op grond van de Wro. Op basis van de Wro is het digitaal vastgestelde bestemmingsplan leidend. Als er een verschil
27
Moerbeek 6/6a en 10 't Veld
bestaat tussen het analoge en digitale bestemmingsplan, is de digitale versie bepalend qua vormgeving en inhoud.
5.2
Bestemmingsplanprocedure
In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 Bro haar voornemen beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Ingekomen reacties worden voor zover noodzakelijk verwerkt in de regels en verbeelding. Terinzageleggingsfase Het ontwerpbestemmingsplan wordt na aankondiging in de Staatscourant, huis-aan-huis en de website www.officielebekendmakingen.nl voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage.
Dit gebeurd als volgt: Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Belanghebbenden zijn diegenen die tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze hebben ingediend en diegenen die hebben aangetoond in redelijkheid niet in de mogelijkheid zijn geweest om een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Indien geen beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk.
5.3
Regels
De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier hoofdstukken: 1.
2.
In de Inleidende regels zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de Bestemmingsregels zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. In
28
Moerbeek 6/6a en 10 't Veld
3.
4.
paragraaf 5.2.2 volgt in het kort een nadere toelichting op de bestemmingen. In de Algemene regels staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende algemene bouw- en gebruiksregels. De afwijkingsmogelijkheden in de verschillende bestemmingen en de algemene afwijkingsregels zorgen voor enige flexibiliteit van het plan. De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht, zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. Tenslotte bevat het bestemmingsplan nog Overgangs- en slotregels. Dit betreft artikelen onder het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken en gebruik en de slotregel.
Hoofdstuk 1: Inleidende regels BEGRIPPEN In dit artikel worden waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Een deel van deze begrippen is voorgeschreven in de SVBP2012. WIJZE VAN METEN De wijze waarop maten, afstanden en dergelijke gemeten moeten worden, is voor een belangrijk deel voorgeschreven in de SVBP2012. Deze regels zijn overgenomen in artikel 2 van dit bestemmingsplan. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitbepalingen opgenomen. De toekenning van bestemmingen tot een bepaald perceel is gebaseerd op het gewenste gebruik en een verantwoorde inpassing. In totaal zijn er twee artikelen, te weten: 'Agrarisch met waarden' en 'Waarde - Archeologie 4'. Beide artikelen zijn ontleend aan het 'Bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp' waarbij voor de bestemming 'Agrarisch met waarden' geldt dat deze is toegesneden op het specifieke planvoornemen. Dat houdt in dat (specifieke) aanduidingen die niet in het plangebied voorkwamen, zijn geschrapt. Tegelijkertijd zijn er enkele regels toegevoegd.
Het gaat dan om regels over het afwijken van de bouwregels en het afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van de realisatie van één gebouw voor een logiesfunctie voor de huivesting van maximaal 40 tijdelijke werknemers te realiseren. Dit gebouw mag uitsluitend op het perceel van Moerbeek 6 worden gebouwd. Tot slot wordt opgemerkt dat de 'Waarde - Archeologie 4' ongewijzigd is gebleven ten aanzien van het 'Bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp'. Hoofdstuk 3: Algemene regels Hoofdstuk 3 van de bestemmingsregels omvatten de algemene regels. De algemene regels gelden in het algemeen voor het gehele bestemmingsplan en staan min of meer los van de specifieke bestemmingsregels en worden om die reden altijd in een apart hoofdstuk opgenomen. ARTIKEL 6 - ANTI-DUBBELTELREGEL De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan. ARTIKEL 6 - ALGEMENE BOUWREGELS In de algemene bouwregels is de regeling parkeren van het bestemmingsplan opgenomen.
ARTIKEL 7 - ALGEMENE GEBRUIKSREGELS In de algemene gebruiksregels is geregeld welk gebruik in ieder geval tot strijdig gebruik met de in het plan opgenomen bestemmingen wordt gerekend. Ook zijn hier regels opgenomen omtrent het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid.
29
Moerbeek 6/6a en 10 't Veld
ARTIKEL 8 - ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren. ARTIKEL 9 - ALGEMENE WIJZIGINGSREGELS De algemene wijzigingsregels bieden de mogelijkheid voor burgemeester en wethouders om de in het plangebied opgenomen bestemming onder voorwaarden te wijzigen ten behoeve van de aanleg van of een wijziging in de bestaande infrastructuur. ARTIKEL 10 - ALGEMENE WIJZIGINGSREGELS De overige regels bepaalt dat het bevoegd gezag de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheden alleen kan gebruiken als vaststaat dat in dat wijzigingsplan wordt voorzien in voldoende parkeergelegeheid. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels ARTIKEL 11 EN 12: OVERGANGSRECHT EN SLOTREGELS Overeenkomstig de in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht en de SVBP2012 zijn de overgangs- en slotregels in de afsluitende artikelen van de regels opgenomen.
5.4
Aanpassingen vanwege uitspraak ABRvS
Op 19 juli 2023 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) uitspraak gedaan in de zaak waarin beroep is ingesteld tegen het bestemmingsplan 'Moerbeek 6/6a en 10 't Veld'. Naar aanleiding van de uitspraak is het bestemmingsplan aangepast. Het betreft de volgende aanpassingen: In de bestemmingsomschrijving van 'Agrarisch met waarden' is onder a aan de uitoefening van akkerbouw- en tuinbouwbedrijven met een grondgebonden agrarisch bedrijfsvoering toegevoegd dat het moet gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf. Dit sluit aan bij de Omgevingsverordening Noord-Holland, want ook daarin gaat het om een 'volwaardig agrarisch bedrijf'. De begrippen 'volwaardig agrarisch bedrijf' en 'agrarisch bedrijf' zijn overgenomen uit de Omgevingsverordening. Het huisvesten van maximaal 40 tijdelijke werknemers is bij recht mogelijk indien aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Voor het bouwen van een gebouw voor de huisvesting van de tijdelijke werknemers is niet meer aangesloten bij de bouwregels voor een bedrijfsgebouw, maar is een specifieke regeling voor de bouw van een logiesgebouw opgenomen. In de regels is bepaald dat dit logiesgebouw uitsluitend is toegestaan op het perceel van het adres Moerbeek 6/6a. Verder zijn er maatvoeringseisen opgenomen.
Voor de duidelijkheid is 'relatie' ook als begrip toegevoegd waarin nogmaals staat dat het 'een figuur die ter plaatse van de aanduiding 'relatie' twee bouwvlakken met elkaar verbindt en daardoor één volwaardig agrarisch bedrijf met één agrarisch bouwperceel is toegestaan'. Van belang is dat het logiesgebouw op één van de door de aanduiding 'relatie' met elkaar verbonden bouwpercelen mag worden gebouwd en dat deze binnen het bouwvlak op één van beide bouwpercelen moet worden gebouwd. In de bestemmingsomschrijving is het gebruik van de huisvesting voor tijdelijke werknemers aan voorwaarden verbonden. Het gebruik is uitsliutend toegestaan op het adres Moerbeek 6/6a. Daarin is benadrukt dat het maximaal om 40 tijdelijke werknemers mag gaan. Daarnaast is aangegeven dat het logiesgebouw niet voor permanente bewoning mag worden gebruikt. Het is alleen toegestaan als ondergeschikte functie van een akkerbouw- en tuinbouwbedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf. Het woord 'gelijktijdig' is toegevoegd om aan te geven dat op hetzelfde tijdstip maximaal 40 tijdelijke werknemers aanwezig mogen zijn. Verder zijn enkele regels uit de Beleidsregels logiesfuncties arbeidsmigranten januari 2023 overgenomen.
Gelet op de uitspraak en de tegenstrijdigheden tussen de planregels en de beleidsregels is het niet passend om naar de beleidregels te verwijzen. Daarom zijn de relevante regels direct opgenomen in de planregels en is een dynamische verwijzing naar de Beleidsregels in dit plan niet meer aan de orde. De begrippen zijn in lijn gebracht met de Omgevingsverordening. Daarnaast is aansluiting gezocht bij
30
Moerbeek 6/6a en 10 't Veld
een plan voor huisvesting van tijdelijke werknemers op een andere locatie in de gemeente Hollands Kroon. Het begrip 'bouwperceel' is gelijk aan de definitie van de 'agrarisch bouwperceel' in de Omgevingsverordening. In het begrip 'huisvesting van tijdelijke werknemers' is aangegeven dat het om tijdelijke huisvesting van de tijdelijke werknemers gaat. Wat tijdelijke huisvesting inhoudt is ook gedefinieerd. Verder is een tijdelijke werknemer een tijdelijke medewerker die voor een ander werkt en daarvoor betaald wordt. Een definitie van tijdelijke medewerker is toegevoegd. Ook zijn de begrippen 'logies', 'logiesgebouw' en 'logiesverblijf' toegevoegd. Daarmee kan er nu geen twijfel over bestaan dat er maar één logiesgebouw voor de huisvesting van maximaal 40 tijdelijke werknemers mag worden gebouwd en dat dit gebouw alleen op het perceel Moerbeek 6/6a mag worden gebouwd ten behoeve van de met de aanduiding 'relatie' met elkaar verbonden bouwvlakken voor één volwaardig agrarisch bedrijf en één agrarisch bouwperceel. Deze regeling is in overeenstemming met de regeling in de Omgevingsverordening Noord-Holland.
5.5
Coördinatieregeling
Op het voorliggende bestemmingsplan en op de omgevingsvergunning voor de bouw van het plan is de coördinatieregeling op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. Artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening stelt twee eisen aan de toepassing van de coördinatieregeling. Het moet gaan om de verwezenlijking van gemeentelijk beleid en het moet wenselijk zijn om de gecoördineerde besluitvorming in te zetten voor de verwezenlijking van dat beleid. Coördinatie is alleen toegestaan wanneer een bestemmingsplan en een omgevingsvergunning deel uitmaken van de te coördineren besluiten. Het bestemmingsplan is vereist om te waarborgen dat het om uitvoering van gemeentelijk beleid gaat. Als er op uitvoering gerichte elementen in het bestemmingsplan voorkomen, is het wenselijk om in één procedure zowel de planologische wijziging - het bestemmingsplan als de concrete uitwerking in de vorm van een bouwplan te regelen. Daarmee is de samenhang tussen de besluiten maximaal zichtbaar. Het voorliggende plan voldoet aan de wettelijke eisen om de coördinatieregeling te kunnen toepassen. De efficiënte procedure van de coördinatieregeling zorgt naar verwachting voor tijdwinst, lagere procedurekosten en minder bestuurlijke lasten.
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 6.12 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Wat onder grondexploitatie als een bouwplan moet worden verstaan, is in artikel 6.2.1 Bro aangegeven. Hieruit blijkt dat het planvoornemen van deze ruimtelijke onderbouwing niet als bouwplan wordt aangemerkt. Een gebouw dat met ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte wordt uitgebreid, wordt wel als bouwplan aangemerkt. Het voorliggende planvoornemen is echter dusdanig beperkt dat derhalve niet van een bouwplan kan worden gesproken. Er hoeft daarom geen exploitatieplan in het kader van de Grondexploitatiewet als onderdeel van de Wro te worden opgesteld. De kosten voor de bouw, alsook de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken, worden door initiatiefnemer gedragen. De kosten voor de gemeente betreffen de gebruikelijke kosten voor de planbegeleiding. Deze kunnen worden gedekt uit de legesheffing. Initiatiefnemer van het planvoornemen is een private partij. De
31
Moerbeek 6/6a en 10 't Veld
kosten voor realisatie van het planvoornemen komen voor rekening van de initiatiefnemer. Door het vaststellen van het bestemmingsplan is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het projectgebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. Diegenen die schade lijden omdat hun onroerend goed in waarde vermindert, kunnen de schade verhalen (voor zover deze redelijkerwijs niet voor de aanvrager behoort te blijven) wanneer dit boven de 2% van de waarde van het onroerend goed uitkomt. Afspraken over de mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zijn in de tussen initiatiefnemer en gemeente overeengekomen anterieure overeenkomst opgenomen. Voorgaande betekent dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Overleg omwonenden
In het kader van de omgevingscommunicatie en participatie zijn diverse bijeenkomsten voor de omwonenden georganiseerd. Zowel in de vorm van fysieke bijeenkomsten als een online meeting. Tijdens deze bijeenkomsten waren telkens veel buurtbewoners aanwezig en is veel besproken. Bepaalde punten zijn door Wit Flowerbulbs meegenomen in het beheerplan. Op 23 augustus 2021 is een bijeenkomst georganiseerd waarin onder andere het door Wit Flowerbulbs opgestelde beheerplan zou worden besproken. Voor deze bijeenkomst zijn geen aanmeldingen ontvangen. 6.2.2
Bestemmingsplanprocedure
Gevolgde procedure voorafgaand aan het ingestelde beroep Het ontwerpbestemmingsplan en -omgevingsvergunning hebben in het kader van de coördinatieregeling vanaf 20 juli 2020 voor 6 weken ter inzage gelegen. Door het gecoördineerd voor te bereiden treden het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning gelijktijdig in werking. Er zijn tijdens de zienswijzen periode vier zienswijzen ingediend. De vier ingediende zienswijzen hebben betrekking op het bestemmingsplan en zijn in de Nota zienswijzen beantwoord. In de nota is tevens aangegeven of, en zo ja op welke wijze, het ontwerpbestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van de zienswijzen (en/of voortschrijdend inzicht). De nota is opgenomen als bijlage bij het raadsbesluit van het bestemmingsplan en is bij de besluitvorming over het plan betrokken door de gemeenteraad. De zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de regels van het bestemmingsplan. Wel is naar aanleiding van de zienswijzen de toelichting van het bestemmingplan aangevuld. Paragraaf 2.2 van de toelichting wordt aangevuld ten aanzien van de relatie tussen perceel Moerbeek 6 en 6a tot Moerbeek 10. Paragraaf 4.11 van de toelichting wordt aangevuld ten aanzien van het planvoornemen en de leefomgeving. Ook hebben de zienswijzen niet geleid tot wijzigingen in de ontwerp omgevingsvergunning.
Op 28 oktober 2021 heeft de gemeenteraad van Hollands Kroon het bestemmingsplan vastgesteld. Het raadsbesluit en de reactienota zienswijzen zijn als Bijlage 10 bijgevoegd. De verleende omgevingsvergunning is als Bijlage 11 bijgevoegd. Tegen deze besluiten is beroep ingesteld en de besluiten zijn vernietigd. Procedure aangepast bestemmingsplan Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is het bestemmingsplan aangepast, zie hiervoor paragraaf 5.4. Gelet op de met name juridisch technische aanpassingen die planologisch ondergeschikt zijn, is geen vooroverleg gevoerd met betrokken instanties. Bovendien is de regeling volledig in lijn gebracht met de Omgevingsverordening van de provincie
32
Moerbeek 6/6a en 10 't Veld
Noord-Holland. Dit aangepaste plan wordt als ontwerp ter inzage gelegd waarbij een ieder, waaronder de betrokken instanties de gelegenheid krijgen om hun reactie door middel van het indienen van een zienswijze kenbaar kunnen maken. Het bestemmingsplan wordt vervolgens met beantwoording van de eventuele zienswijzen ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Na publicatie van de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad volgt een beroepstermijn van zes weken. Na het vaststellingsbesluit zal elke individuele indiener van een zienswijze (of de gemachtigde daarvan) een brief ontvangen waarin de beantwoording van de zienswijze is beschreven en waarin is aangegeven of de zienswijze leidt tot aanpassing van het plan. In de brief zal ook worden aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn beroep kan worden aangetekend tegen het vastgestelde bestemmingsplan.
33