2. Bestemmingsplan, toelichting en regels
Tekst van het document
DNS Planvorming BV
27/46
REGELS
REGELS
DNS Planvorming BV
28/46
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan
het bestemmingsplan ‘De Groenhof Breezand – 1e herziening’ met identificatienummer NL.IMRO.1911.BP#####-on01 van de gemeente Hollands Kroon. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan-huis-verbonden beroep of bedrijf
een in bijlage 1 genoemd dienstverlenend beroep of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
afhankelijke woonruimte
een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9
bebouwingspercentage
een in het plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouw- dan wel bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.10
bedrijf
een onderneming waarin doorgaans met economisch oogmerk goederen worden vervaardigd, bewerkt, verwerkt, verhandeld en opgeslagen, danwel diensten worden verleend.
DNS Planvorming BV
29/46
Hoofdstuk 1
1.11
Inleidende regels
beroeps- c.q. bedrijfsoppervlakte
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.12
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.13
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw. of ander bouwwerk, met een dak; 1.15
bijgebouw
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en door ligging, constructie en/of afmetingen daaraan ondergeschikt is; 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.17
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond. 1.18
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel. 1.20
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.21
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.22
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.23
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling voor verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
DNS Planvorming BV
30/46
Hoofdstuk 1
1.24
Inleidende regels
druiplijn
de horizontale snijlijn van het oplopende dakvlak met het daaronder gelegen buitenwerkse gevelvlak; dit betekent dat in voorkomende gevallen de druiplijn wordt bepaald overeenkomstig het hieronder staande:
1.25
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.26
evenement
een voor het publiek toegankelijke activiteit met een beperkte duur van ten hoogste veertien dagen. Onder de duur van de activiteit wordt eveneens de periode verstaan die benodigd is voor het opbouwen en afbreken van de voor de activiteit benodigde voorzieningen; 1.27
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.28
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.29
horeca
een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, dan wel het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie; 1.30
kampeermiddel
een mobiel en/of demontabel kampeermiddel en/of vast kampeermiddel dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.31
ondergeschikte detailhandel
detailhandelsactiviteiten die aan te merken zijn als rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van een niet-detailhandelsbedrijf en daaraan in bedrijfseconomisch en ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn; 1.32
onderkomens
voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken – voertuigen, vaartuigen, arken, toercaravans, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, alsook tenten;
DNS Planvorming BV
31/46
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
1.33 overkapping elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand.
1.34
permanente bewoning
bewoning van een gebouw als hoofdverblijf. 1.35
peil
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. 1.36
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.37
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen is een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.38
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel(s) van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt 1.39
wonen
bewonen van een woning door één afzonderlijke huishouding; 1.40
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming, al dan niet noodzakelijk is;
DNS Planvorming BV
32/46
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Inleidende regels
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. De goothoogte van een lessenaarsdak wordt bepaald door de hoogte van de goot aan de lage zijde van het dak. 2.2
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. De bouwhoogte van een lessenaarsdak wordt bepaald door de hoogte van de hoge zijde van het dak. 2.4
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:
tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.6
de horizontale diepte van een gebouw:
de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd. 2.7
de oppervlakte van een overkapping:
tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 2.8
meten:
bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de (digitale) verbeelding. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, kozijnen, ventilatiekanalen, liftschachten, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 m bedraagt.
DNS Planvorming BV
33/46
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3
3.1
Sport - IJsbaan
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Sport – IJsbaan’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
een ijsbaan; speelvoorzieningen; agrarisch medegebruik; evenementen;
en tevens voor: e. aan de bestemming ondergeschikte horeca-activiteiten; met de daarbij behorende: f. groenvoorzieningen; g. openbare nutsvoorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; h. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; i. water 3.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: 1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 50 m²; 3. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3 m. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van erf- of perceelsafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; 2. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 8 m; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; het woon- en leefklimaat van de omgeving, bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2, sub a, onder 1, voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van de bestemming buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. de oppervlakte van een gebouw niet meer dan 50 m² mag bedragen; b. de bouwhoogte van een gebouw niet meer dan 3 m mag bedragen. 3.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats;
DNS Planvorming BV
34/46
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen.
DNS Planvorming BV
35/46
Hoofdstuk 2
Artikel 4
4.1
Bestemmingsregels
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. paden; c. parkeren. 4.2
Bouwregels
a. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van erkers en entreepartijen, met dien verstande dat: 1. de diepte van erkers en entreepartijen niet meer mag bedragen dan 1,5 m; 2. de afstand van erkers en entreepartijen tot aan de bestemmingsgrens van de bestemming 'Verkeer - Verblijf' niet minder mag bedragen dan 1,5 m; 3. erkers en entreepartijen mogen worden gebouwd aan zowel de voorgevel als een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw; 4. de breedte van erkers en entreepartijen niet meer mag bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel; 5. de breedte van erkers en entreepartijen niet meer mag bedragen dan 1/3 van de breedte van de zijgevel; 6. de bouwhoogte van erkers en entreepartijen niet meer mag bedragen dan 0,30 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevels van gebouwen mag niet meer bedragen dan 1 m; 2. de bouwhoogte van overige erf- en perceelsafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 1 m. 4.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: het stallen of laten stallen van vlieg-, vaar- en voertuigen, anders dan ten behoeve van het woongenot.
DNS Planvorming BV
36/46
Hoofdstuk 2
Artikel 5
5.1
Bestemmingsregels
Verkeer - Verblijf
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Verkeer - Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten; b. voet- en fietspaden. met de daarbij behorende: c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; g. water; h. bruggen en andere kunstwerken ten behoeve van het kruisen van water. 5.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van wegen en openbare nutsvoorzieningengelden de volgende regels: 1. de inhoud per gebouw mag niet meer bedragen dan 50 m³; 2. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3 m. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m.
DNS Planvorming BV
37/46
Hoofdstuk 2
Artikel 6
6.1
Bestemmingsregels
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en oeverstroken; b. een speeleiland; met de daarbij behorende: c. groenvoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; e. speelvoorzieningen ten behoeve van een speeleiland; f. voorzieningen zoals bruggen ten behoeve van voetgangers en fietsers. In de bestemming zijn niet begrepen: steigers en vlonders. 6.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van wegen en openbare nutsvoorzieningengelden de volgende regels: 1. de inhoud per gebouw mag niet meer bedragen dan 50 m³; 2. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 m. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m. 6.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen.
DNS Planvorming BV
38/46
Hoofdstuk 2
Artikel 7
7.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met: aan huis verbonden beroepen of bedrijven; bed and breakfast, met de daarbij behorende: b. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; c. openbare nutsvoorzieningen; d. water. 7.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: 1. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de naar de weg gekeerde gevel(s) in de naar de weg gekeerde bouwgrens dienen te worden gebouwd; 2. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” aangegeven aantal; 3. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte(m)” aangegeven goot- en bouwhoogte; 4. de dakhelling mag niet minder of meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding “minimale - maximale dakhelling (graden)” aangegeven dakhelling; 5. de afstand van de niet aangebouwde zijde van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder bedragen dan 3 m. b. Voor het bouwen van dakkapellen op het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: 1. per dakvlak van een woning mag ten hoogste 1 dakkapel worden gebouwd; 2. de hoogte van de dakkapel mag niet meer dan 1,75 m zijn, gemeten vanaf de voet van de dakkapel; 3. de onderzijde van de dakkapel mag niet minder dan 0,5 m en niet meer dan 1 m boven de dakvoet liggen; 4. de bovenzijde van de dakkapel mag niet minder dan 0,5 m onder de daknok liggen; 5.
de zijkanten van de dakkapel mogen niet minder dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak liggen; 6. bij twee-onder-één-kapwoningen en rijwoningen mogen dakkapellen op de tussenmuur worden geplaatst met dien verstande dat dit bij de twee betrokken woningen gelijktijdig wordt uitgevoerd; 7. bij meerdere dakkapellen op een doorgaand dakvlak dienen de dakkapellen regelmatig te worden gerangschikt op een horizontale lijn. c.
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: 1. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel, met dien verstande dat deze gezamenlijke oppervlakte nooit meer dan 100 m² mag bedragen; 2. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m, danwel, ten hoogste 0,30 m boven de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd; 3. indien vrijstaande bijgebouwen worden voorzien van een kap mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; 4. indien vrijstaande bijgebouwen plat worden afgedekt, mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan 3,5 m.
DNS Planvorming BV
39/46
Hoofdstuk 2
7.3
Bestemmingsregels
Specifieke gebruiksregels
7.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van aan- en uitbouwen en bijgebouwen als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor het stallen van onderkomens voor een periode langer dan 8 achtereenvolgende dagen; c. het gebruiken van een woning voor recreatieve bewoning. 7.3.2 Aan huis verbonden beroep en bedrijf Aan-huis verbonden beroepen en bedrijven zijn in overeenstemming met de woonfunctie, mits: a. niet meer dan 1/3 van het totale oppervlak van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 120 m², voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf wordt gebruikt; b. alleen activiteiten worden uitgevoerd die niet meldingplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving en die genoemd zijn in bijlage 1 bij deze regels, dan wel naar aard en invloed daarmee gelijk te stellen zijn; c. geen overwegende hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu; d. geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; e.
het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; f. het parkeren op eigen erf plaatsvindt; g. er geen reclame-uitingen groter dan 0,5 m² bij of aan de woning worden geplaatst, met een maximum aantal van 1, onder de voorwaarde dat deze niet verlicht mag zijn; h. degene die het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf uitoefent, tevens de gebruiker van de woning is; i. er geen activiteiten ten aanzien van een horecabedrijf of een seksinrichting worden uitgeoefend; j. er geen detailhandel plaatsvindt, anders dan onderschikte detailhandel; k. buitenopslag ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf uitsluitend is toegestaan binnen de grenzen van het achtererfgebied; 7.3.3 Bed & breakfast Tot een gebruik in overeenstemming met de woonfunctie wordt mede gerekend het hobbymatig gebruik van bestaande gebouwen voor bed & breakfast voor maximaal 4 personen, met dien verstande dat: a. er geen eigen kookgelegenheid is toegestaan; b. permanente bewoning niet is toegestaan; c. geen overwegende hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu; d. geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; e.
het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; f. het parkeren op eigen erf plaatsvindt;
DNS Planvorming BV
40/46
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
DNS Planvorming BV
41/46
Hoofdstuk 3
Artikel 9
5.1
Algemene regels
Algemene bouwregels
Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, balkons, hellingbanen, dakoverstekken, funderingen, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt en de oppervlakte niet meer dan 6 m²; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt. 9.2
Parkeren
9.2.1 Parkeervoorzieningen Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de Parkeerregels Hollands Kroon 2018. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de gewijzigde regels. 9.2.2 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.1 indien: a. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; c. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; onder de voorwaarde dat dit mogelijk is indien de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geeft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en de verkeerssituatie ter plaatse.
DNS Planvorming BV
42/46
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1
Parkeren
10.1.1 Parkeervoorzieningen Een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van de functie van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de Parkeerregels Hollands Kroon 2018. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de gewijzigde regels. 10.1.2 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1.1 indien: a. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; c. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; onder de voorwaarde dat dit mogelijk is indien de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geeft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en de verkeerssituatie ter plaatse. 10.2
Strijdig gebruik
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij de parkeergelegenheid die is vereist en aangelegd op grond van artikel 10.1 niet in stand wordt gelaten.
DNS Planvorming BV
43/46
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de woonsituatie; de milieusituatie, waaronder de akoestische aspecten; de waterhuishouding; het woon- en leefklimaat in de omgeving, bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages indien dit om constructieve redenen noodzakelijk is; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. het bepaalde in het plan en toestaan de bouwhoogte van andere bouwwerken ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; d. het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: 1.
de inhoud per gebouwtje niet meer dan 100 m³ bedraagt; 2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 15 m bedraagt.
DNS Planvorming BV
44/46
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 12 Overgangsrecht
12.1
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
DNS Planvorming BV
45/46
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Overgangs- en slotregels
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ’De Groenhof Breezand – 1e herziening’.
DNS Planvorming BV
46/46