17.4. Regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Grasweg 17 Anna Paulowna Gemeente Hollands Kroon Regels
25 juni 2020 Planstatus: Ontwerp Plan-id: NL.IMRO.
Regels Inhoud:
Hoofdstuk 1 Inleidende regels ............................................................................................................ 3 Artikel 1
Begrippen .................................................................................................................... 3
Artikel 2
Wijze van meten .......................................................................................................... 8
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels ......................................................................................................... 9 Artikel 3
Agrarisch ...................................................................................................................... 9
Artikel 4
Wonen ....................................................................................................................... 10
Hoofdstuk 3 Algemene regels ........................................................................................................... 15 Artikel 5
Anti-dubbeltelregel ................................................................................................... 15
Artikel 6
Algemene gebruiksregels .......................................................................................... 16
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels ........................................................................................ 17
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels ........................................................................................ 18
Hoofdstuk 4 Overgang- en slotregels ................................................................................................ 19 Artikel 9
Overgangsrecht ......................................................................................................... 19
Artikel 10
Slotregel..................................................................................................................... 20
Bijlagen: Bijlage 1:
Lijst aan huisverbonden beroep of bedrijf
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1. het plan: het bestemmingsplan Grasweg 17 Anna Paulowna en Havenstraat 74 Zijdewind, van de gemeente Hollands Kroon; 2. het bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO. met de bijbehorende regels en bijlagen; 3. aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 4. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 5. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 6. aan-huis-verbonden beroep: een in bijlage 1 genoemd dienstverlenend beroep of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 7. achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw; 8.
agrarisch medegebruik: een agrarisch gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit agrarische gebruik is toegestaan; 9. bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
3
10. bebouwingspercentage: een in het plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouw- dan wel bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 11. bed & breakfast: een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch recreatieve activiteit. Onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 12. beroeps- c.q. bedrijfsoppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslagen administratieruimten en dergelijke; 13. bestaand: het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, krachtens een bouwvergunning/omgevingsvergunning voor het bouwen dan wel een vrijstelling op grond van de WRO, een ontheffing op basis van de Wro of een afwijkingsprocedure op basis van de Wabo; 14. bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 15. bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 16.
bijgebouw: en op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 17. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 18. bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 19. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 20. bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel;
4
21. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 22. bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 23. dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 24. daknok: het hoogste punt van een schuin dak 25. dakvoet het laagste punt van een schuin dak 26. dienstverlenend bedrijf: een bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kunstgalerieën en expositieruimten, de beoefening van scheppende kunst en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven, met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 27. erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 28. erkers en entreepartijen: een aan- of uitbouw of luifel aan een gevel op de begane grond van de woning die in functioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; ondergeschikte uitbouw op de begane grond van de woning; 29.
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 30. geluidgevoelig gebouw gebouw dat dient ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 31. hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder;
5
32. hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 33. luifel een beperkte overkapping op de begane grond van de woning, gedeeltelijk gelegen boven de voordeur; 34 maatschappelijke voorziening: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen, sporten recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, waaronder kinderopvang, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 35. mantelzorg: het bieden van zorg in een woning aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft de met de woonfunctie in overeenstemming is; 36. natuurtoets in het kader van de Wet Natuurbescherming een toets waarbij is onderzocht of op voorhand redelijkerwijs te verwachten is dat een ontheffing op grond van de Wet Natuurbescherming, indien vereist, kan worden verleend; 37.
openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 38. overkapping: een bouwwerk met een open constructie zonder eigen wanden, op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebouw of de standplaats; 39. paardenbak: een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony’s en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen; 40. peil: a. b.
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: • de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:
6
•
c.
de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij aanvang van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: • het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);
41. permanente bewoning: bewoning van een verblijf als hoofdverblijf; 42. schuilstal: een bouwwerk dat aan ten minste één zijde geheel open is (geen wand of af te sluiten wand) en uitsluitend dient c.q. wordt gebruikt voor het laten schuilen c.q. huisvesten van zogenoemde boerderijdieren, zoals rundvee, (trek)paarden, pony’s, geiten, schapen; 43. trainingsmolen: ruimte in de vorm van een cirkel, waar meerdere paarden tegelijk kunnen stappen, draven of galopperen door aansturing via een computergestuurde bedieningskast; 44. tweede bouwlaag de eerste verdieping van het hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen; 45. uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 46. visueel open erfafscheiding: een bouwwerk waarvan, loodrecht gemeten, 70% van de constructie licht en lucht doorlaat; 47. voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 48.
voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidsbelasting zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder; 49. wonen bewoning van een woning door één afzonderlijke huishouding; 50. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
7
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; b. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel c. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen; d. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; e. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; f. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; g. de oppervlakte van een overkapping: tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping; h.
meten: tot of vanuit het hart van een lijn op de (digitale) verbeelding. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, kozijnen, ventilatiekanalen, liftschachten, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,0 bedraagt. Onder de in sub e genoemde oppervlakte van een bouwwerk, vallen tevens overkappingen groter dan 0,5 m.
8
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3
Agrarisch
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van agrarische bedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; b. permanente bollenteelt; met de daarbij behorende: c. groenvoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; f. water. 3.2 Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van gebouwen mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten een bouwvlak mag niet meer dan 1 m bedragen. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van landbouwontsluitingspaden; b. het aanleggen van voet- en fietspaden; c. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen; De in sub 3.3 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning; De onder sub 3.3 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de verkeersveiligheid.
9
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen al dan niet in combinatie met: 1. aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven mits: • niet meer dan 1/3 van het totale oppervlak van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, voor de uitoefening van het aan-huisverbonden beroep of bedrijf wordt gebruikt; • alleen activiteiten worden uitgevoerd die niet meldingplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving en die genoemd zijn in bijlage 1 bij deze regels, dan wel naar aard en invloed daarmee gelijk te stellen zijn; • geen overwegende hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu; • geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk maken; • er geen reclame-uitingen groter dan 0,5 m² bij of aan de woning worden geplaatst, met een maximum aantal van 1, onder de voorwaarde dat deze niet verlicht mag zijn; • degene die het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf uitoefent, tevens de gebruiker van de woning is; • er geen activiteiten ten aanzien van een horecabedrijf of een seksinrichting worden uitgeoefend; • er geen detailhandel plaatsvindt, anders dan onderschikte detailhandel; • er geen buitenopslag ten behoeve van
het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf plaatsvindt; 2. het hobbymatig gebruik van bestaande gebouwen voor bed & breakfast voor maximaal 4 personen, met dien verstande dat: • er geen eigen kookgelegenheid is toegestaan; • permanente bewoning niet is toegestaan; • geen overwegende hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu; • geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; • het parkeren op eigen erf plaatsvindt; met de daarbij behorende: d. groenvoorzieningen; 10
e. f. g. h. i.
openbare nutsvoorzieningen; speelvoorzieningen; verkeers- en verblijfsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; waterlopen en waterpartijen.
4.2 Bouwregels
a.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen van woningen gelden de volgende regels: 1. het aantal woningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen dan wel het ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” aangegeven aantal; 2. woningen dienen vrijstaand te worden gebouwd; 3. de oppervlakte per hoofdgebouw mag niet meer dan 120 m² bedragen, dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien deze meer is; 4. de gezamenlijke oppervlakte van een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de op grond van het bepaalde onder 3 toegelaten maximale oppervlakte van het hoofdgebouw, vermeerderd met de in lid 4.2, sub b, onder 3 toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken; 5. de goothoogte mag niet meer dan 5 m bedragen, dan wel ten hoogste de bestaande goothoogte indien deze meer is; 6. de bouwhoogte mag niet meer dan 9 m bedragen, dan wel ten hoogste de bestaande bouwhoogte indien deze meer is; 7. de dakhelling mag niet minder dan 30° bedragen, dan wel ten minste het bestaande aantal graden indien dit minder is; 8. de afstand van de niet aaneen gebouwde zijde(n) van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 5 m te bedragen, dan wel ten minste de bestaande afstand indien deze minder is;
b.
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij hoofdgebouwen de volgende regels: 1. bijbehorende bouwwerken dienen op ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1, mag 1 uitbouw vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: a. de diepte van de uitbouw mag ten hoogste 1,5 m bedragen; b. de breedte van de uitbouw mag ten hoogste 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedragen; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd; 3. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de op grond van het bepaalde in sub a, onder 3 toegelaten maximale oppervlakte van het hoofdgebouw, vermeerderd met: a. 125 m² bij vrijstaande woningen op bouwpercelen groter dan 750 m²; 11
4. 5.
6. 7.
8. 9. e.
b. 150 m² bij vrijstaande woningen op bouwpercelen groter dan 1000 m²; het bebouwingspercentage op een bouwperceel mag ten hoogste 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bedragen; de goothoogte van aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen mag ten hoogste 3 m bedragen dan wel de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd, voor zover het aan- en uitbouwen betreft, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte van aanen uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen indien deze meer bedraagt; de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen mag ten hoogste 3 m bedragen; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen, waarbij de bouwhoogte in ieder geval 1 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; een dakoverstek mag ten hoogste 0,5 m bedragen; ondergronds bouwen is niet toegestaan.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevels van gebouwen mag niet meer bedragen dan 1 m; 2. de bouwhoogte van overige erf- en perceelsafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m.
4.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het landschaps- en bebouwingsbeeld; • de milieusituatie; • het uitzicht van woningen van derden; • de verkeersveiligheid, nadere eisen stellen aan de plaats van bebouwing.
12
4.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 4.2, sub b, onder 7 en toestaan dat de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken ten hoogste 8 m mag bedragen, waarbij de bouwhoogte in ieder geval 1 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, mits: 1. de verhoging van de bouwhoogte niet leidt tot een onevenredige verslechtering van de bezonningssituatie van omliggende percelen; 2. de verhoging van de bouwhoogte niet zorgt voor een onevenredige inbreuk op de privacy bij de omliggende percelen; 3. er vooraf een planschadeovereenkomst wordt ondertekend; De onder a genoemde omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het landschaps- en bebouwingsbeeld; • de milieusituatie; • het uitzicht van woningen van derden; • de verkeersveiligheid. 4.5 Specifieke gebruiksregels
Als gebruik in strijd met de bestemmingsomschrijving als bedoeld lid 4.1 wordt in ieder geval aangemerkt: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van aan-huisverbonden beroepen en bedrijven anders dan bedoeld in lid 3, sub a, onder 1; b. het gebruik van woningen voor recreatieve bewoning; c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; d. het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning; e. het gebruik van bijbehorende bouwwerken als afhankelijke woonruimte; f. het gebruik van bebouwing voor het uitoefenen van een bed & breakfast, anders dan bedoeld in lid 3.1, sub a, onder 2. 4.6. Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
lid 4.5, sub c en toestaan dat een dagrecreatieve voorziening in de vorm van een theetuin, een openbaar toegankelijke bloementuin of een vergelijkbare dagrecreatieve voorziening wordt gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. de dagrecreatieve voorziening onderschikt dient te zijn aan de woonfunctie; 2. de dagrecreatieve voorziening geen onevenredige verkeersaantrekkende werking mag hebben; 3. het parkeren op eigen erf plaatsvindt; 4. er geen meldingplichtige horeca-activiteiten mogen plaatsvinden;
13
b.
c.
d.
lid 4.5, sub d en toestaan dat een bijbehorend bouwwerk tijdelijk als afhankelijke woonruimte wordt gebruikt, mits: 1. dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg. Om deze noodzaak aan te tonen, is een indicering van een onafhankelijke indicatieorganisatie nodig; 2. de oppervlakte van de afhankelijke woonruimte maximaal 70 m² bedraagt; 3. het parkeren op eigen erf plaatsvindt; 4. binnen 6 maanden na beëindiging van de mantelzorg het gebruik van het bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte ongedaan wordt gemaakt; het bepaalde in lid 4.5, sub d en toestaan dat naast de in lid 4.2, sub b, onder 3 genoemde oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken een tijdelijke (al dan niet aangebouwde) mantelzorgwoning wordt gerealiseerd, mits: 1. dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg. Om deze noodzaak aan te tonen, is een indicering van een onafhankelijke indicatieorganisatie nodig; 2. de oppervlakte van de tijdelijke (al dan niet aangebouwde) mantelzorgwoning maximaal 70 m² bedraagt; 3. het in lid 3.2, sub b, onder 4 genoemde bebouwingspercentage in acht wordt genomen; 4. het parkeren op eigen erf plaatsvindt; 5.
binnen 6 maanden na beëindiging van de mantelzorg de tijdelijke (al dan niet aangebouwde) mantelzorgwoning is verwijderd; het bepaalde in lid 4.5, sub f en toestaan dat een bedrijfsmatige bed & breakfast voor maximaal 7 personen wordt toegestaan, met dien verstande dat: 1. deze functie uitsluitend mag worden uitgeoefend in het hoofdgebouw en/of de bijbehorende bouwwerken; 2. er geen eigen kookgelegenheid is toegestaan; 3. permanente bewoning niet is toegestaan; 4. geen overwegende hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woonen leefmilieu; 5. geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 6. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; 7. het parkeren op eigen erf plaatsvindt.
De onder a tot en met d genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden verleend, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het landschap- en bebouwingsbeeld; • de milieusituatie; • het uitzicht van woningen van derden; • de verkeersveiligheid;
14
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
15
Artikel 6
Algemene gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. b. c.
het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van seksinrichtingen; het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van risicovolle inrichtingen; het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen.
16
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. de op de verbeelding aangeduide en/of in het regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, uitsluitend indien dat om constructieve redenen noodzakelijk is; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c.. het bepaalde in het plan en toestaan dat antennemasten worden gebouwd met een hoogte van ten hoogste 40 m; d. het bepaalde in het plan en toestaan dat wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, toiletgebouwtjes, en naar de aard daaraan gelijk te stellen gebouwtjes en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd mits: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 100 m³ bedraagt; 2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 15 m bedraagt. De onder a tot en met d genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden verleend, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het landschap- en bebouwingsbeeld; • de milieusituatie; • het uitzicht van woningen van derden; • de verkeersveiligheid;
17
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het landschaps- en bebouwingsbeeld; • de sociale veiligheid; • de verkeersveiligheid; • de woonsituatie; • de milieusituatie, waaronder de akoestische aspecten; • de waterhuishouding; • het woon- en leefklimaat in de omgeving,
a.
het plan wijzigen ten behoeve van een transformatorstation, gasdrukmeet- en regelstation, rioolgemaal en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen en andere bouwwerken van openbaar nut tot een maximum inhoud van 400 m³ en een maximum bouwhoogte van 4 m.
18
Hoofdstuk 4 Overgang- en slotregels Artikel 9
Overgangsrecht
9.1 Overgangsrecht bouwwerken
a.
b.
c.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop de omgevingsvergunning voor het bouwen is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
9.2 Overgangsrecht gebruik
a.
b.
c.
d.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
19
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: “Regels van het bestemmingsplan Grasweg 17 Anna Paulowna en Havenstraat 74 Zijdewind“
20