17.3 Toelichting.pdf
Tekst van het document
De omringende bedrijven zullen door de bouw van drie nieuwe woningen niet in hun bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Voor de particuliere woningen op Grasweg 15 A, 22 en 26 en Middenweg 9 en 9A geldt dat door de herontwikkeling van het perceel Grasweg 17 de ontwikkelingsmogelijkheden worden verbeterd. Planlocatie Havenstraat 74 Zijdewind Rondom de planlocatie aan de Havenstraat zijn in de huidige situatie alleen maar particulieren woningen aanwezig. Door de bouw van een nieuwe woning op de planlocatie aan de Havenstraat worden deze woningen niet in hun mogelijkheden beperkt. Conclusie: Door de ontwikkeling van het plan op beide planlocaties worden de omringende bedrijven en woningen niet in hun ontwikkelings-/gebruiksmogelijkheden beperkt.
7.9
Milieueffectrapportage (MER)
Een m.e.r.- beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), Voor activiteiten in onderdeel C geldt direct een m.e.r.-plicht. Voor activiteiten in onderdeel D is het niet zeker of er belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Of een bepaalde activiteit in een bepaalde omvang belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, is afhankelijk van het soort activiteit, de omvang daarvan en het type procedure. De drempelwaarden waarbij een m.e.r.-plicht aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Op voorliggend plan is de drempelwaarde voor stedelijke ontwikkelingsprojecten van toepassing (D 11). In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: a. een oppervlakte van 100 hectare of meer; b. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; c. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het voorliggende plan is niet van dusdanige aard en schaal dat deze drempelwaarden worden overschreden.
Er geldt om die reden een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In dit bestemmingsplan zijn de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de toekomstige activiteiten in het plangebied geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen hebben.
7.10 Duurzaamheid In de Omgevingsvisie van de gemeente Hollands Kroon staat aangegeven dat: • duurzaamheid een leidend en verbindend principe is; • slimme energie de toekomst heeft.
28
Uiteraard wordt bij de bouw van de woningen rekening gehouden met de landelijke ontwikkeling om het gebruik van aardgas voor woningen uit te faseren. Een nieuwe woning moet daardoor worden voorzien van zeer hoge isolatiewaarden met voorkeur voor een lage temperatuur verwarmingssysteem. Daarnaast wordt rekening gehouden met mogelijkheden om zelf energie op te wekken door middel van zonnepanelen en/of zonneboiler. Door de initiatiefnemer zal gebruik onder andere gebruik worden gemaakt van het onafhankelijk adviesbureau Duurzaam Bouwloket en de website van Milieucentraal. Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe woningen kan dit worden getoetst.
29
8.
Juridische aspecten
8.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van initiatief juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.
8.2
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. Tevens wordt met functieaanduidingen de gebruiksmogelijkheden nader gespecificeerd. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.
8.3
Planregels
In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: • Wonen • Agrarisch Binnen de regels is zowel sprake van positieve bestemmingen, als van een globale eindbestemming met uitwerkingsplicht. Een positieve bestemming geeft een directe bouwtitel. De bouwvergunning wordt verleend indien deze voldoet aan het gestelde in de Woningwet. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. 8.3.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels. Artikel 1: Begrippen Geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.
30
Artikel 2: Wijze van meten Geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. 8.3.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Deze artikelen bevatten de regels welke direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Per bestemming en per artikel geldt in de meeste gevallen het volgende stramien: a. een beschrijving van de bestemming; b. de bouwregels: regels omtrent hoogte, bebouwingsdichtheid enz. c. de bouwregels geven aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. d. (eventueel) een ontheffingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders met betrekking tot bouwregels; e. (eventueel) een omschrijving van de specifieke gebruiksregels; f. (eventueel) een ontheffingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders met betrekking tot gebruiksregels; De aanduidingen zijn op de verbeelding met een lettercode aangegeven, die in de regels terug zijn te vinden. Beschrijving van de bestemmingen: Artikel 3: Agrarisch De gronden aangeduid met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor: a. de uitoefening van agrarische bedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; b. permanenten bollenteelt met de daarbij behorende: c. groenvoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; f. water. Artikel 4: Wonen De gronden aangeduid met de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met: • aan huis verbonden beroepen of bedrijven; • bed and breakfast; met de daarbij behorende: b.
tuinen, erven en terreinen; c. wegen en paden; d. groenvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; f. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; 31
g.
water.
Artikel 5: Anti-dubbeltelbepaling Op grond van de antidubbeltelbepaling is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan er wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing. Artikel 6: Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn de vormen van gebruik opgenomen die strijdig zijn met het bestemmingsplan Artikel 7: Algemene afwijkingsregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken ten aanzien van het bouwen van kleine niet voor bewoning dienende gebouwtjes, het overschrijden van bepalingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken. Artikel 8: Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor kleine overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen. Artikel 9: Overgangsrecht Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik.
Bepaald wordt dat bouwwerken welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering zijn, dan wel gebouwd kunnen worden krachtens een bouwvergunning, en afwijken van het plan, mogen, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, alsmede na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gedaan. Tevens is bepaald dat burgemeester en wethouders eenmalig ontheffing kunnen verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. De overgangsbepaling is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Voor gebruik is de bepaling opgenomen dat het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Hierbij is bepaald dat het verboden is om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Ten derde is bepaald dat indien het gebruik na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, het verboden is om dit gebruik hierna te hervatten of te laten hervatten. Deze overgangsbepaling is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het
32
voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Artikel 10: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan.
8.4
Handhaafbaarheid
Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan, dus ook bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan “Grasweg 17 Anna Paulowna en Havenstraat 74 in Zijdewind”, is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang: • • • •
voldoende kenbaarheid geven aan het plan; voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan; inzichtelijke en realistische regeling; handhavingsbeleid.
33
8.5
Economische uitvoerbaarheid
Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met afdeling 6.2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat regels voor het verhaal van exploitatiekosten. De verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan (artikel 6.2, lid 1 Wro) bestaat alleen ten aanzien van gronden waarop een in artikel 6.2.1 Bro aangewezen bouwplan is voorgenomen en alleen voor zover het kostensoorten betreft die in artikelen 6.2.3 en 6.2.4 zijn aangewezen. Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de planologische procedure. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie door derden, diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. Het wijzigen van de bestemming van agrarisch naar wonen en de bouw van vier woningen op het perceel Grasweg 17 in Anna Paulowna en Havenstraat 74 in Zijdewind betreft een particulier initiatief. Door gemeente Hollands Kroon zal met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst worden gesloten om eventuele toe te wijzen planschade voortvloeiende uit het voorliggende bestemmingsplan te kunnen verhalen.
8.6
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8.6.1. Belanghebbenden
Het bestemmingsplan “Grasweg 17 Anna Paulowna en Havenstraat 74 in Zijdewind” Paulowna” zal gedurende een termijn van 6 weken ter inzage worden gelegd. Belanghebbenden worden hierdoor in staat gesteld om op het bestemmingsplan een zienswijze in te dienen. Door de initiatiefnemer zijn de belanghebbenden rond beide planlocaties op de hoogte gesteld van de ontwikkeling van het plan. De omwonenden hebben zich akkoord verklaard met de ontwikkeling van het plan.
34