CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

16. Juridisch advies bedrijfsverplaatsing VOF Kippenhok d.d. 19-11-2025 (VERTROUWELIJK)

Raad 18 december 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel bindend advies oprichten pluimveebedrijf Oudelanderweg Middenmeer (onder voorbehoud) (afhankelijk van besluit in het oordeelvormende gedeelte)10.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21 Vgl. Rb. Noord-Nederland 07-02-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:407, r.o. 4.7. 22 Vgl. Gh Arnhem-Leeuwarden 23 juni 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4761, r.o. 4.11 en 4.14.

13

het rijk in het debat betrekt, stelt de rechtbank vast dat de provincie noch het rijk voor de gemeente bindende publiekrechtelijke besluiten of maatregelen heeft genomen die de gemeente noodzaakt of dwingt om tot een concrete beperking of afboeking van plancapaciteit en nieuwbouw in het plangebied Noorderpolder II, “De Velden” over te gaan.’’23 Kortom, beleid kan met verloop van tijd wijzigen. Het staat de gemeente vrij om beleid(inzichten) te wijzigen, zeker naar mate het tijdsverloop langer is. Is de beleidswijziging ingegeven vanuit een noodzaak of (externe) dwang, dan is het verdedigbaar dat een weigering wegens een beleidswijziging niet leidt tot een schadeplicht, omdat dit niet aan de gemeente toerekenbaar is. Is de beleidswijziging echter ingegeven louter vanuit een politieke wens, zonder een noodzaak daartoe in het kader van een goede ruimtelijke ordening, dan kan dit – wanneer dit aan planologische medewerking in de weg staat – aansprakelijkheid opleveren. Wij begrijpen uit de vraagstelling dat de gemeenteraad een wijziging van de Omgevingsvisie voor ogen heeft die nog niet is vastgesteld. Naar wat wij begrijpen uit de vraagstelling, kan deze wijziging een belemmering opwerpen voor de beoogde ontwikkeling en overweegt de gemeenteraad, vooruitlopend daarop, mogelijk een negatief bindend advies af te geven.

Het is onze inschatting dat de gemeenteraad – voor zover het voorgaande juist is aangenomen – de aanvraag in beginsel ex nunc (naar huidig recht en beleid) moet beoordelen. Daar komt bij dat indien de beoogde wijziging van overheidswege plaatsvindt en de beleidsmatige keuze voortkomt uit louter een politieke wens van de gemeente (zonder concrete noodzaak hiertoe), de gemeente zich niet zonder meer op gewijzigd beleid kan beroepen bij een weigering. Bij een weigering op grond van gewijzigde beleidsinzichten, zal de gemeente goed moeten motiveren dat de belangen van de initiatiefnemer niet onevenredig worden geschaad; de gemeente zal dus een belangenafweging moeten maken (ook eventueel in het kader van art. 4:84 Awb, dat de gemeente de mogelijkheid biedt om – bij bijzondere omstandigheden – van beleid af te wijken) en tevens moeten motiveren waarom thans – anders dan bij de eerdere poging – niet meer kan worden meegewerkt (op basis van ruimtelijke/juridische overwegingen). Conclusie Samengevat concluderen wij dat de gemeente als rechtspersoon op grond van de overeenkomst gehouden is zich in te spannen om tot een haalbaar plan te komen en dat te realiseren. Het betreft een inspanningsverplichting voor het college van B&W en niet een prestatieverplichting voor de gemeenteraad. Risico op aansprakelijkheid bestaat alléén wanneer de gemeente zijn inspanningsverplichting niet nakomt.

Nu de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2018 en 2019 het bestemmingsplan en de verleende natuurvergunning heeft vernietigd, moeten partijen in overleg treden om met elkaar te komen tot een haalbaar plan. Dat betekent dat het plan waar nodig moet worden aangepast of nader moet worden gemotiveerd. De gemeente kan wijzigingen voorstellen voor zover dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor de realisatie van het plan. De inspanningsplicht vergt van de gemeente dat zij een serieuze poging doet om te komen tot een haalbaar plan. Het niet nakomen van een inspanningsplicht kan aansprakelijkheid voor schade opleveren. De gemeente moet de nodige zorgvuldigheid in acht nemen tijdens de procedure én zich serieus inspannen (en dus ook meedenken) waar het gaat om de ontwikkeling en uitvoering van de bedrijfsverplaatsing. Het voorgaande neemt verder niet weg dat de gemeenteraad op basis van ruimtelijke overwegingen moet bepalen of het plan wel of niet moet worden vastgesteld. Past het plan niet binnen een goede ruimtelijke ordening, dan moet de gemeenteraad gemotiveerd negatief adviseren (op basis van ruimtelijke overwegingen). Een gemotiveerd negatief advies leidt niet tot aansprakelijkheid, nu een resultaat niet overeen is gekomen.

Een bevoegdhedenovereenkomst tussen het college van B&W en een derde kan niet leiden tot een verplichting van de gemeenteraad om een bestemming te wijzigen of een positief bindend advies af te geven. De gemeenteraad blijft zelfstandig bevoegd tot het wijzigen van een bestemmingsplan en tot het bepalen wat hij aanvaardbaar acht in het kader van een evenwichtige toebedeling van functies aan locaties. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft herhaaldelijk geoordeeld dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan zelfstandig moet beoordelen of een initiatief planologisch aanvaardbaar is en dat deze beoordeling niet via een overeenkomst mag worden gebonden. In die zin is de gemeenteraad dus niet gebonden om een positief bindend advies af te geven. De gemeenteraad moet het plan beoordelen en een advies afgeven op basis van ruimtelijke, juridische en/of beleidsmatige overwegingen. Aan een negatief advies kan dwingende wet- en regelgeving en/of jurisprudentie ten grondslag liggen, als de gemeenteraad van oordeel is dat het plan hierdoor niet haalbaar zal zijn bij een rechter. Daarnaast kunnen gewijzigde beleidsinzichten aan een weigering ten grondslag liggen, echter, alléén wanneer de beleidswijziging is ingegeven door een bepaalde noodzaak of (externe) dwang (door omstandigheden).

Een beleidswijziging die louter uit een politieke wens voortkomt, kan óók als grondslag voor een negatief advies worden gehanteerd, echter, de 23 Vgl. Rb. Zeeland-West-Brabant 13 maart 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:1618.

14

gemeente loopt daarbij wel een risico op aansprakelijkheid. Bij een weigering moet het bestaan van de overeenkomst en het belang van de initiatiefnemer worden meegewogen in een belangenafweging. Een weigering dient te berusten op een deugdelijke motivering. Relevant is tot slot dat, indien er nog vragen, onduidelijkheden of belemmeringen bestaan met betrekking tot het huidige plan bestaan, de gemeenteraad ervoor kan kiezen een advies onder bepaalde voorbehouden uit te brengen. Het college kan de initiatiefnemer ook vragen om nadere informatie of een aanpassing van het plan. Bestaat die bereidheid tot aanpassing of het leveren van nadere informatie niet, dan kan de gemeente alsnog weigeren, zonder dat sprake is van een schending van de inspanningsverplichting. Wij hopen hiermee de vragen van de gemeenteraad naar volledigheid te hebben beantwoord. Vanzelfsprekend zijn wij beschikbaar voor overleg. Hoogachtend,

F.W. Horstman, advocaat N.J. Stephan, advocaat Tanger Advocaten N.V.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=485c2b22-bbdd-468f-96f7-473b13219aaa