13.1. Ontwerpbestemmingsplan met bijlagen.pdf
Tekst van het document
A&W-notitie 19-403#3
Figuur 1: Het plangebied
3. Gebiedsbescherming en beoordeling
2
A&W-notitie 19-403#3
3
In Nederland zijn de meeste beschermde gebieden beschermd volgens de Wet natuurbescherming (Natura 2000) of regels omtrent het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). Daarnaast kunnen gebieden ook worden beschermd vanwege hun natuurwaarden via verordeningen of het bestemmingsplan. 3.1 Wet natuurbescherming (Natura 2000) De eerste stap in de beoordeling van activiteiten of plannen volgens de Wet natuurbescherming is de Voortoets. Daarin wordt bepaald of er een kans bestaat dat door een ingreep (significant) negatieve effecten optreden ten aanzien van de instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden. Natura 2000-gebied-wet natuurbescherming 3.1 Wet natuurbescherming (Natura 2000) De eerste stap in de beoordeling van activiteiten of plannen volgens de Wet natuurbescherming is de Voortoets. Daarin wordt bepaald of er een kans bestaat dat door een ingreep (significant) negatieve effecten optreden ten aanzien van de instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden. Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden zijn 'Waddenzee', ‘Duinen Den Helder-Callantsoog’ en ‘Zwanenwater & Pettemerduinen’, die respectievelijk op circa 4, 7 en 8 km afstand van het plangebied liggen.
De natuurwaarden waarvoor deze gebieden zijn aangewezen omvatten verscheidene habitattypen (vegetatietypen) en (vogel)soorten. De meeste natuurwaarden waarvoor de nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, zijn gebonden aan die gebieden en hebben om die reden geen ecologische relatie met het plangebied. Uitzondering hierop zijn ganzen en Smient waarvoor de Waddenzee is aangewezen. Deze mobiel soorten rusten binnen Natura 2000-gebieden, maar foerageren ook daarbuiten. Omdat het plangebied niet geschikt is als foerageergebied, zijn er geen effecten op deze soorten te verwachten. De werkzaamheden zijn kleinschalig van aard en er zijn om die reden bijna geen uitstralende effecten te verwachten. Uitzondering hierop is stikstofemissie door materieel bij de bouw van de woningen. Deze kan leiden tot stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie Het is mogelijk dat door uitvoering van de plannen een toename in stikstofdepositie veroorzaakt wordt. Stikstofdepositie kan schadelijk zijn voor Natura 2000-gebieden die zijn aangewezen ter bescherming van stikstofgevoelige habitattypen. Om de toename in stikstofdepositie te beperken, werd tot voor kort gewerkt volgens het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over het PAS, waaruit blijkt dat de regeling in de huidige vorm niet voldeed.
Hoe op dit moment moet worden omgegaan met projecten waarbij een toename in stikstofdepositie optreedt, is daardoor onduidelijk op het moment van opstellen van deze rapportage. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen zijn aanwezig in alle drie nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Gezien die afstand is niet uit te sluiten dat er negatieve effecten van de toename in stikstofdepositie op de habitattypen van betreffende Natura 2000-gebieden optreden. Om duidelijkheid te verkrijgen over het omgaan met stikstofdepositie, adviseren wij om een AERIUS berekening uit te laten voeren. Indien hieruit naar voren komt dat de stikstofdepositie op
A&W-notitie 19-403#3
4
stikstofgevoelige Natura 2000-habitattypen niet hoger is dan 0,00 (0,0049), dan zijn er geen significante effecten en hoeft er geen vergunning te worden aangevraagd. Boven de 0.00 (0,0049) wordt geadviseerd om in overleg te treden met het bevoegd gezag (de Provincie Noord-Holland). 3.2 Overige gebiedsbescherming Uit de kaartgegevens over wettelijk beschermde gebieden blijkt dat de planlocatie geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of andere gebieden die zijn beschermd vanwege hun natuurwaarden (Ganzenfoerageergebied en Weidevogelgebied). Bovendien is het gezien de aard van de werkzaamheden en de ligging van het plangebied in de bebouwde kom van Anna Paulowna onwaarschijnlijk dat de beoogde herinrichting van invloed is op de bovengenoemde beschermde gebieden in de omgeving en/of de daarbij behorende natuurwaarden. Om deze redenen wordt geconcludeerd dat de beoogde herinrichting van het plangebied niet stuit op bezwaren vanuit de ecologische wet- en regelgeving van gebiedsbescherming ten aanzien van het NNN, Ganzenfoerageergebied en Weidevogelgebied.
4. Soortbescherming en beoordeling Soortbescherming is in Nederland sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Aan de Wet natuurbescherming zijn drie lijsten met soorten gekoppeld. Het gaat om artikel 3.1 waar soorten van de Vogelrichtlijn onder vallen, artikel 3.5 waar soorten van de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn onder vallen en artikel 3.10 voor overige soorten. Soorten uit de eerste twee artikelen zijn daarmee Europees beschermd, terwijl soorten van artikel 3.10 nationaal beschermd zijn. Provincies hebben de mogelijkheid om voor soorten uit artikel 3.10 een vrijstelling te verlenen van enkele verbodsbepalingen. De Provincie Noord-Holland hanteert vanaf 1 januari 2017 een dergelijke lijst met (dier)soorten die een vrijstelling genieten bij o.a. ruimtelijke ontwikkeling. Gezien de ligging van het plangebied binnen stedelijk gebied zijn er beperkte mogelijkheden voor soorten die beschermd zijn volgens de Wnb. Hieronder is beschreven welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen en wat de consequenties daarvan zijn voor de beoogde ingrepen. 4.1 Algemeen Het plangebied bestaat uit een voormalige basisschool en omliggende grasvelden, bosschages, bomen en de directe omgeving daarvan.
Het is onwaarschijnlijk dat in het plangebied wettelijk beschermde soorten uit de volgende soortgroepen voorkomen en/of worden beïnvloed door de uitvoering van het beoogde project:
Ongewervelde diersoorten Planten Vissen Reptielen
De redenen die aan deze conclusie ten grondslag liggen, zijn één of meer van de volgende:
Het plangebied ligt niet binnen het verspreidingsgebied van deze soorten. In het plangebied is geen geschikt biotoop voor deze soorten aanwezig. Uitstralende effecten van de ingreep reiken niet dermate ver buiten de begrenzing van de locatie dat daardoor (mogelijk) leefgebied van deze soorten wordt beïnvloed.
A&W-notitie 19-403#3
5
De herinrichting van het plangebied veroorzaakt om deze redenen geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van bovengenoemde soortgroepen. 4.2 Amfibieën Amfibieën artikel 3.5 Wnb Van de Amfibieënsoorten die worden beschermd volgens artikel 3.5 Wnb komt alleen de Rugstreeppad voor in de omgeving van het plangebied (Van Delft et al. 2019). Vanwege de ligging van het plangebied, en de habitateisen van deze soort, kan de aanwezigheid van artikel 3.5 soorten in het plangebied worden uitgesloten. Amfibieën artikel 3.10 Wnb Door de aanwezigheid van de sloten, bosschages en gazon rondom de basisschool, kan het plangebied deel uitmaken van het leefgebied van enkele amfibieënsoorten die vallen onder artikel 3.10 van de Wnb, zoals Bruine kikker of Gewone pad. Voor bovengenoemde soorten geldt echter dat door Provinciale Staten van Noord-Holland een vrijstelling is verleend voor het overtreden van de verbodsbepalingen bij artikel 3.10 Wnb bij projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Andere amfibieënsoorten die zijn beschermd onder 3.10 Wnb en waarvoor geen vrijstelling geldt, worden binnen het plangebied niet verwacht, omdat het plangebied niet ligt in de nabijheid van het verspreidingsgebied van deze soorten. Conclusie amfibieën De plannen veroorzaken geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van amfibieën.
4.3 Vogels Broedvogels algemeen Alle in Nederland voorkomende vogelsoorten vallen onder artikel 3.1 Wnb. Bij werkzaamheden moet volgens de Wet natuurbescherming rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval is dat verstoord kan worden. Verstoring van nesten is niet toegestaan. Er kunnen vogels tot broeden komen in de bomen, het gaat dan om soorten zoals de Merel, Winterkoning en Houtduif. Ook kunnen langs de oevers van de vijver in het plangebied vogels tot broeden komen, daarbij gaat het om soorten zoals bijvoorbeeld Waterhoen en Meerkoet. Ten aanzien van broedende vogels zijn er verschillende mogelijkheden om conflicten met de Wet natuurbescherming te voorkomen. Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren is de meest zekere optie. Een alternatief is om werkzaamheden voor aanvang van het broedseizoen te beginnen, zodat broedpogingen in het werkgebied achterwege blijven door de verstoring tijdens de werkzaamheden. Er dient tevens te worden voorkomen dat tijdens werkzaamheden in het broedseizoen alsnog broedgevallen ontstaan die kunnen worden aangetast. Dit is mogelijk door geen geschikte plaatsen voor nesten te laten ontstaan, door bijvoorbeeld snoeihout snel af te voeren en bouwmateriaal goed af te dekken.
Mochten er toch vogels tot broeden komen die door de werkzaamheden kunnen worden verstoord, dan ontstaat mogelijk een conflict met de Wet natuurbescherming en moeten de verstorende werkzaamheden gestaakt worden tot na de broedperiode van de betreffende soort(en). Jaarrond beschermde nestplaatsen Buiten het broedseizoen vallen de meeste nestplaatsen niet onder de bescherming van de Wet natuurbescherming, maar een aantal vogelsoorten maakt gedurende het gehele jaar gebruik van
A&W-notitie 19-403#3
6
de nestplaats of keert bijvoorbeeld jaarlijks terug op dezelfde plaats. Hun nesten en de functionele leefomgeving daarvan worden daarom het gehele jaar beschermd. In augustus 2009 is onder de Flora- en faunawet een indicatieve lijst opgesteld van soorten met jaarrond beschermde nestplaatsen. Deze lijst is per 1 januari 2017 onveranderd overgenomen bij de Wet natuurbescherming. In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen jaarrond beschermde nestplaatsen van overige vogelsoorten vastgesteld en deze worden ook niet verwacht. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat de herinrichting leidt tot een aantasting van de functionele leefomgeving van jaarrond beschermde nestplaatsen in de omgeving. Conclusie vogels Ten aanzien van vogels geldt dat de uitvoering van de plannen geen conflict veroorzaken met de Wet natuurbescherming, mits broedende vogels en hun nesten niet worden verstoord. Hierboven is beschreven hoe aan deze voorwaarden kan worden voldaan. 4.4 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn beschermd onder artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor gelden voor deze soorten striktere beoordelingscriteria bij ontheffingsaanvragen dan bij de meeste andere beschermde zoogdiersoorten. Om deze redenen worden de vleermuizen in een aparte paragraaf besproken en worden de 'overige zoogdiersoorten' in §4.5 behandeld.
In de omgeving van het plangebied komt een aantal vleermuissoorten voor, namelijk Watervleermuis, Meervleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis en Gewone dwergvleermuis (NDFF; Hoogeboom 2011). Voor vleermuizen zijn drie onderdelen van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn voor de functionaliteit van het leefgebied. Deze zijn: verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes. Hieronder zijn deze drie elementen besproken. Verblijfplaatsen In de zomerperiode hebben vleermuizen in Nederland hun verblijfplaatsen voornamelijk in gebouwen en bomen. Tijdens de winter verblijven zij onder andere in gebouwen, bomen, bunkers en kelders. Tijdens het gebiedsbezoek zijn in de bomen holtes waargenomen die mogelijkheden bieden voor kraam-/zomer- of winterverblijfplaatsen. Het gebouw in het plangebied heeft meerdere openingen waardoor vleermuizen toegang tot de spouw kunnen krijgen en daarnaast is een bakstenen schoorsteen aanwezig die geschikt is voor verblijfplaatsen van bijvoorbeeld Laatvlieger. Daarom is de aanwezigheid van verblijfplaatsen in het gebouw niet uit te sluiten. Op het terrein zullen mogelijk op verschillende plekken bomen worden gekapt. Daarnaast zal het schoolgebouw gesloopt worden. Indien er verblijfplaatsen in de bomen en/of het gebouw aanwezig zijn, dan gaan deze verloren.
In dat geval is er een knelpunt met de Wet natuurbescherming. Om te bepalen hoe de plannen zich verhouden tot de Wet natuurbescherming is aanvullend onderzoek nodig naar de aan-/afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen en de bebouwing.
Foerageergebied en vliegroutes
A&W-notitie 19-403#3
7
Het plangebied is in potentie geschikt als foerageergebied voor een aantal van de bovengenoemde vleermuissoorten, zoals Laatvlieger, Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis. Door de beoogde ingrepen wordt daardoor mogelijk een deel van dit foerageergebied minder geschikt. Na herinrichting kan mogelijk een deel van het plangebied weer dienstdoen als foerageergebied van vleermuizen. Voor de betreffende soorten is in de omgeving bovendien voldoende alternatief foerageergebied voorhanden. Om deze redenen mag worden geconcludeerd, dat de functionaliteit van de in de omgeving aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen ten aanzien van foerageergebied blijft gewaarborgd. Bij verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebied maken vleermuizen gebruik van lijnvormige landschapselementen om zich te oriënteren. In het plangebied zijn dergelijke doorgaande lijnvormige elementen aanwezig langs de Sportlaan en de watergang aan de noordzijde. De beoogde herinrichting veroorzaakt naar verwachting geen noemenswaardige effecten op die elementen. Om die reden wordt geconcludeerd, dat de functionaliteit van de in de omgeving aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen ten aanzien van vliegroutes blijft gewaarborgd.
Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat aanvullend onderzoek nodig is naar de aan-/afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied om te bepalen hoe de herinrichting zich verhoudt tot de Wnb ten aanzien van vleermuizen. 4.5 Overige zoogdiersoorten Overige zoogdiersoorten artikel 3.5 Wnb (exclusief vleermuizen) Geen van de zoogdiersoorten beschermd volgens artikel 3.5 Wnb (exclusief vleermuizen) worden binnen het plangebied verwacht (Hoogeboom 2011, NDFF), omdat het gebied niet in het verspreidingsgebied van de betreffende soorten ligt, of het gebied geen geschikt biotoop vormt.. Overige zoogdiersoorten artikel 3.10 Wnb Uit verspreidingsgegevens van zoogdieren blijkt dat in de omgeving van het plangebied een aantal meer of minder algemeen voorkomende zoogdiersoorten voorkomt die zijn beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het betreft soorten zoals Huisspitsmuis en Egel (Hoogeboom 2011, NDFF). Provinciale Staten van Noord-Holland heeft vrijstelling van de Wnb verleend voor deze soorten bij projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Het plangebied is in principe geschikt als leefgebied voor de Steenmarter. Uit verspreidingsgegevens blijkt echter dat het plangebied buiten het verspreidingsgebied van de Steenmarter gelegen is (Hoogeboom 2011, NDFF). De soort wordt binnen het plangebied dan ook niet verwacht.
De volgens artikel 3.10 Wnb beschermde en niet vrijgestelde Bunzing, Hermelijn en Wezel komen voor in de omgeving van Anna Paulowna (Hoogeboom 2011, NDFF). Gezien de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom van Anna Paulowna worden deze soorten niet binnen het plangebied verwacht. Andere zoogdiersoorten, die zijn beschermd onder 3.10 Wnb en waarvoor geen vrijstelling geldt worden niet verwacht, omdat het plangebied in de bebouwde kom ligt en geen geschikt leefgebied vormt. Conclusie overige zoogdiersoorten
A&W-notitie 19-403#3
8
Om bovenstaande redenen zal door uitvoering van de geplande werkzaamheden geen conflict met de Wnb ontstaan ten aanzien van 'overige zoogdiersoorten'.
5. Conclusies Op basis van de voorgaande hoofdstukken kunnen voor het plangebied de onderstaande conclusies ten aanzien van de ecologische wet- en regelgeving (Wet natuurbescherming, NNN en overige gebiedsbescherming) worden getrokken. Gebiedsbescherming Wet natuurbescherming: Natura 2000 In het kader van de Voortoets wordt geadviseerd om een AERIUS berekening te laten uitvoeren (stikstofdepositie) om te kunnen bepalen of er een kans is op (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden (§3.1). Overige gebiedsbescherming De plannen veroorzaken geen conflict met de ecologische wet- en regelgeving ten aanzien van overige vormen van gebiedsbescherming (NNN, Ganzenfoerageergebied, weidevogelgebied). Soortbescherming Om te bepalen hoe de herinrichting zich verhoudt tot de Wet natuurbescherming is aanvullend onderzoek nodig naar de aan-/afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen (§4.4). De herinrichting veroorzaakt geen conflict met overige soorten, mits wordt voorkomen dat broedende vogels en hun nesten worden verstoord. In §4.3 is beschreven hoe aan die voorwaarde kan worden voldaan.
Literatuur ●
Hoogeboom, D. 2011. Verspreidingsatlas van de Zoogdieren van Noord-Holland. Werkatlas. Projectnummer 11-52507B. Landschap Noord-Holland, Castricum. ● Delft, J. van, J. Kranenbarg & P. Frigge (2019). Waarnemingenoverzicht 2017-2018. Bijlage RAVON 72, jaargang 21 (2). ●
Websites ● NDFF
bestemmingsplan Sportlaan 34 te Anna Paulowna
Bijlage 2 Aanvullend ecologisch onderzoek
43
Aanvullend onderzoek naar verschillende soort(groep)en in verband met herinrichting Molenvaart 12-14, Cornelis Keijzerlaan 36 en Sportlaan 34 en renovatiewerkzaamheden op de locaties van Aangenaam Besparen in Anna Paulowna Opdrachtgever Referentie
Woningstichting Anna Paulowna Schut, E. 2020. Aanvullend onderzoek naar verschillende soort(groep)en in verband met herinrichting Molenvaart 12-14, Cornelis Keijzerlaan 36 en Sportlaan 34 en renovatiewerkzaamheden op de locaties van Aangenaam Besparen in Anna Paulowna. A&W-notitie 3057. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden.
Projectcode Status Datum Projectleider Kwaliteitscontrole
3057 Definitief 21 oktober 2020 E. van der Heijden E.W. de Vries
Autori satie
E. van der Heijden
Inhoud 1. 2. 3. 4. 5.
Inleiding Methode aanvullend onderzoek Resultaten Effectbeoordeling Conclusies Literatuur Bijlagen
Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv Suderwei 2, 9269 TZ Feanwâlden tel. 0511 – 474764 email: info@altwym.nl website: www.altwym.nl
2
A&W notitie 3057
1. Inleiding In verband met de geplande herinrichting van percelen aan de Molenvaart 12-14, de Cornelis Keijzerlaan 36 en de Sportlaan 34 en renovatiewerkzaamheden op een aantal adressen voor het project Aangenaam Besparen in Anna Paulowna is geblek en dat aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuiz en op alle locaties noodzakelijk is. Voor Molenvaart 12-14 en de locaties van aangenaam besparen moet tevens onderzoek worden uitgevoerd naar nestplaatsen van Huismus en Gierzwal uw. Voor Molenvaart 12-14 dient daarnaast te worden onderzoc ht of het plangebied door Hermelijn en Wezel in gebruik (Oosterholt 2019a; Oosterholt 2019b; Oosterholt 2019c ; Schut 2019). In deze notitie presenteren wij de resultaten van dit aanvullend onderzoek en worden deze resultaten in het licht van de plannen beoordeeld volgens de ecologische wet - en regelgeving. In hoofdstuk 2 van dit rapport is de met hodiek van de uitgevoerde onderzoeken opgenomen. Hoofdstuk 3 bevat de resultaten van de onderzoeken en in hoofdstuk 4 is de effectbeoordeling van de beoogde herinrichting op de aanwezige natuurwaarden gedaan. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies van hoofdstuk 4 samengevat. Altenburg & Wymenga presenteert in dit rapport de resultaten van een onafhankelijk ecologisch onderzoek.
Het ecologisch onderzoek spreekt zich niet uit over de wens elijkheid van het onderhavige plan of een bepaalde ontwikkeling. Landschappelijke, archeologische of cultuurhistorische waarden komen niet aan de orde. Aan deze ec ologische beoordeling kunnen geen rechten worden ontleend.
2. Methode aanvullend onderzoek De adressen waar onderzoek is uitgevoerd zijn weergegeven in tabel 1. Hieronder is per soort(groep) beschreven op welke wijze het aanvullend onderzoek is uitgevoerd. Vleermuisonderzoek Om te bepalen op welke wijze vleermuizen gebruik maken van het plangebied en de omgeving, is nachtelijk vleermuisonderzoek uitgevoerd. Vleermuisonderzoek dient plaats te vinden volgens het Vleermuisprotoc ol 2017 (ministerie van E Z, Netwerk Groene Bureaus). Daarin is vastgelegd hoe vleermuisonderzoek aan foerageergebied, verblijfplaatsen en vliegroutes dient plaats te vinden om tot uitspraken t e kunnen komen die stand houden in juridische procedures. Bij vleermuisonderz oek moet rekening worden gehouden met een aantal veldbezoeken die ges preid in het jaar moeten plaats vinden. Uitgaande van de te verwac hten soort en, zijn hier volgens het protocol drie veldbezoeken aan kraam- en zomerverblijfplaatsen gedurende voorjaar-/zomer en twee veldbezoeken aan balts-/paarverblijfplaatsen tijdens nazomer/herfst uitgevoerd. Door een miscommunicatie werd op een gedeelte van de onderzoekslocaties de eerste onderzoeksronde tijdens nazomer/herfst te laat uitgevoerd om nog te voldoen aan het Vleermuisprotocol 2017. In tabellen 2 en 3 is weergegeven op welke data de onderzoeksrondes zijn uitgevoerd.
A&W notitie 3057
3
Voor de complexen in tabel 3 geldt dat de eerste onderz oeksronde van het onderzoek naar balts-/paarverblijfplaatsen na 10 september werd uitgevoerd. Als gevolg daarvan was het niet mogelijk om het t weede bez oek uit te voeren met een tussenperiode van ten minste 20 dagen en nog binnen de optimale periode voor onderzoek naar balts -/paarverblijfplaatsen van vleermuizen. Om toch een goed beeld te krijgen van het aantal balts/paarverblijfplaatsen dat zich binnen deze plangebieden bevindt, is besloten om in de optimale onderzoeksperiode (nog vóór 1 oktober) twee onderzoeksrondes uit te voeren. Vervolgens is buiten dez e periode één aanvullende onderzoeksronde uitgevoerd om te voldoen aan de tussenperiode van ten minste 20 dagen. Dit bezoek werd uitgevoerd in de sub-optimale periode voor het uit voeren van onderzoek naar balts -/paarverblijfplaatsen van vleermuizen, die loopt tot 1 november (Vleermuisprot ocol 2020). Het bezoek werd zodanig gepland dat het werd uitgevoerd onder de best mogelijke weersomstandigheden. Het plangebied is tijdens de veldbezoeken 's nachts onderzocht met behulp van batdet ectoren van het type P ettersson D240x (het erodyne/time expansion). In tabel 1 en tabel 2 staan de dat a van de veldbezoeken. Tijdens de najaarsperiode werden baltsende mannetjes van de Gewone en de Ruige dwergvleermuis waargenomen.
A an de hand daarvan kan worden bepaald of zich balts/paarverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied bevinden. Voor de Gewone dwergvleermuis geldt dat de soort territoriaal is en met name vliegend baltst. De exacte locatie van de verblijfplaats ligt daarom in de nabije omgeving van waar de baltsende individuen worden waargenomen. Door de resultaten van de veldbezoek en te combineren kan het territorium worden vastgesteld, en kan worden ingeschat waar de verblijfplaats zich bevindt. De daadwerkelijke locatie van de verblijfplaatsen kan iets afwijken. Wel kan in de meerderheid van de gevallen goed worden vastgesteld of de verblijfplaats binnen of buiten het plangebied gelegen is. Omdat Ruige dwergvleermuizen veelal vanuit hun verblijfplaats baltsen, is de locatie van verblijfplaatsen van deze soort vaak beter vast te stellen. Hui smusonderzoek Voor onderz oek naar huismussen heeft BIJ12 een aantal eisen gesteld in het Kennisdocument Huismus (B IJ12 2017). De aan- of afwezigheid van de Huismus kan worden vastgesteld door het uit voeren van twee veldbezoek en in de periode 1 april t/m 15 mei óf 4 gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart t/m 20 juni met een minimale tussenperiode van 10 dagen. Geschikte momenten zijn met name geluidsluwe momenten (zoals tijdens zonsopgang) en zijn afhankelijk van weersomstandigheden.
In tabel 4 is de onderzoeksinspanning tijdens het huismussenonderzoek weergegeven. Gierzwaluwonderzoek Gierz waluwonderzoek is uitgevoerd volgens het Kennisdocument Gierz waluw (B IJ12 2017). Er zijn drie onderzoeksrondes uitgevoerd waarbij is gelet op invliegende gierz waluwen. In tabel 5 staan per complex de bezoekdata en de weersomstandigheden van het uitgevoerde aanvullende onderzoek.
4
A&W notitie 3057
Tabel 1. Overzicht van de adressen waar aanvullend onderzoek is uitgevoerd. Complex
Adres
Huisnummer
Plaats
Molenvaart
12-14
Anna Paulow na
Cornelis Keijzerlaan Sportlaan
36
Anna Paulow na Anna Paulow na
2020
Benodigd onderzoek Vleermuizen, Huismus, Gierzwaluw, Kleine marterachtigen. Vleermuizen
2020
Vleermuizen
Vleermuizen, Huismus, Gierzwaluw. Vleermuizen, Huismus, Gierzwaluw. Vleermuizen, Huismus, Gierzwaluw. Vleermuizen, Huismus, Gierzwaluw. Vleermuizen, Huismus, Gierzwaluw. Vleermuizen, Huismus, Gierzwaluw. Vleermuizen, Huismus, Gierzwaluw. Vleermuizen, Huismus, Gierzwaluw.
34
Uitvoeringsjaar 2020
Projecten Aangenaam besparen: K34
Burg. Mijnlieffstraat
20-54
Anna Paulow na
2022
Sportlaan
2-32
Anna Paulow na
2022
Van Foreeststraat
1-45 (oneven) 2-30 (even)
Anna Paulow na
2022
J. van Gijtenbeekstraat
2-48
Anna Paulow na
2022
Mr. Raapplein
1-15
Anna Paulow na
2022
Ds. Pareaulaan
1-27
Anna Paulow na
2022
U44
Past. Philipponastraat
19-61 (oneven) 2-44 (even)
Anna Paulow na
2022
V9
Past. Philipponastraat
1-17
Anna Paulow na
2022
K84
A&W notitie 3057
5
Tabel 2. Overzicht van de onderzoeksinspanning en de weersomstandigheden tijdens het vleermuisonderzoek in de plangebieden Molenvaart 12-14, Sportlaan 2-32, Burgemeester Mijnlieffstraat 20-54 en Pastoor Philipponastraat 19-61, 2-44 en 1-16.
Molenvaart 12-14
Datum
Periode
Doel
Weersomstandigheden
4 juni 2020
Avond
5 juli 2020
Ochtend
8 juli 2020
Avond
24 augustus 2020
Avond
21 september 2020
Avond
Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen Balts-/paarverblijfplaatsen vleermuizen Balts-/paarverblijfplaatsen vleermuizen
Temp ± 12 oC, droog, w indkracht 3 NW, 4/8 bew olkt Temp ± 17 oC, droog, w indkracht 5 ZW, geheel bewolkt Temp ± 15oC, droog, w indkracht 2 NO, geheel bew olkt Temp ± 15oC, droog, w indkracht 2 W onbewolkt Temp ± 14oC, droog, w indkracht 2 NO, onbew olkt
Sportlaan 2-32 en Burgemeester Mijnlieffstraat 20-54 4 juni 2020 Avond Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen
Temp ± 12 oC, droog, w indkracht 3 NW, 4/8 bew olkt
5 juli 2020
Ochtend
Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen
Temp ± 17 oC, droog, w indkracht 5 ZW, geheel bewolkt
8 juli 2020
Avond
24 augustus 2020
Avond
21 september 2020
Avond
Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen Balts-/paarverblijfplaatsen vleermuizen Balts-/paarverblijfplaatsen vleermuizen
Temp ± 15oC, droog, w indkracht 2 NO, geheel bew olkt Temp ± 15oC, droog, w indkracht 2 W onbewolkt Temp ± 14oC, droog, w indkracht 2 NO, onbew olkt
Pastoor Philipponastraat 19-61, 2-44 en 1-16 Datum
Periode
Doel
Weersomstandigheden
27 mei 2020
Avond
14 juni 2020
Ochtend
5 juli 2020
Avond
21 augustus 2020
Avond
14 september 2020
Avond
Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen Balts-/paarverblijfplaatsen vleermuizen Balts-/paarverblijfplaatsen vleermuizen
Temp ± 14 oC, droog, w indkracht 3 NO, onbew olkt Temp ± 16 oC, droog, w indkracht 2 N, 6/8 bew olkt Temp ± 16oC, droog, w indkracht 3 ZW, 7/8 bewolkt Temp ± 20oC, droog, w indkracht 4 ZW onbewolkt Temp ± 18oC, droog, w indkracht 2 NO, onbew olkt
6
A&W notitie 3057
Tabel 3. Overzicht van de onderzoeksinspanning en de weersomstandigheden tijdens het vleermuisonderzoek in de plangebieden waarbij een extra najaarsronde is uitgevoerd in de suboptimale periode. Dit betreft de locaties Cornelis Keijzerlaan 36, Sportlaan 34, Van Foreestraat 1-54 en 2-30. J. van Gijtenbeekstraat 2-48, Mr. Raapplein 115 en Ds. Pareaulaan 1-27. Cornelis Keijzerlaan 36 (Postkantoor)
Datum
Periode
Doel
Weersomstandigheden
19 mei 2020
Avond
Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen
Temp ± 13 oC, droog, w indkracht 2 W, 7/8 bewolkt
12 juni 2020
Ochtend
5 juli 2020
Avond
23 september 2020
Avond
30 september 2020
Avond
13 oktober 2020
Avond
Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen Kraam-/zomerverblijfplaatsen vleermuizen Balts-/paarverblijfplaatsen vleermuizen Balts-/paarverblijfplaatsen vleermuizen Balts-/paarverblijfplaatsen vleermuizen
Temp ± 15 oC, droog, w indkracht 3 NO, geheel bew olkt Temp ± 16 oC, droog, w indkracht 3 ZW, geheel bewolkt Temp ± 16 oC, droog, w indkracht 4 Z, 7/8 bewolkt Temp ± 15 oC, droog, w indkracht 3 Z, 6/8 bewolkt Temp 11 0C, droog, w indkracht 3N, 7/8 bew olkt
Doel
Weersomstandigheden
Sportlaan 34 (De Meerpaal) Datum
Periode
Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 14 oC, droog, w indkracht vleermuizen 2 NW, 1/8 bew olkt 18 juni 2020 Ochtend Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 15 oC, droog, w indkracht vleermuizen 1 NO, 4/8 bew olkt 8 juli 2020 Avond Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 15 oC, droog, w indkracht vleermuizen 2 O, geheel bew olkt 23 september 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp ± 16 oC, droog, w indkracht vleermuizen 4 Z, 7/8 bewolkt 30 september 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp ± 15 oC, droog, w indkracht vleermuizen 3 Z, 6/8 bewolkt 13 oktober 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp 11 0C, droog, w indkracht vleermuizen 3N, 7/8 bew olkt J.C.
van Gijtenbeekstraat 38-48 (even); 25-45 (oneven); 2-36 (even) ZUID Datum Periode Doel Weersomstandigheden 10 juni 2020 Avond Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 14 oC, droog, w indkracht vleermuizen 3 NO, geheel bew olkt 20 juni 2020 Ochtend Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 15 oC, droog, w indkracht vleermuizen 3 ZW, 1/8 bewolkt 11 juli 2020 Avond Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 14 oC, droog, w indkracht vleermuizen 2 NW, 2/8 bew olkt 23 september 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp ± 16 oC, droog, w indkracht vleermuizen 4 Z, 7/8 bewolkt 30 september 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp ± 15 oC, droog, w indkracht vleermuizen 3 Z, 6/8 bewolkt 13 oktober 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp 11 0C, droog, w indkracht vleermuizen 3N, 7/8 bew olkt Van Foreestraat 1-23 (oneven) en 24-54 (even); Dom inee Pareaulaan 1-13; Ds.
Heldringastraat 2-32 (oneven) OOST Datum Periode Doel Weersomstandigheden 3 juni 2020 Avond Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 14 oC, droog, w indkracht vleermuizen 3 N, geheel bew olkt 25 juni 2020 Ochtend Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 18 oC, droog, w indkracht vleermuizen 2 NO, onbew olkt 12 juli 2020 Avond Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 14 oC, droog, w indkracht vleermuizen 1 NO, onbew olkt 23 september 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp ± 16 oC, droog, w indkracht vleermuizen 4 Z, 7/8 bewolkt 30 september 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp ± 15 oC, droog, w indkracht vleermuizen 3 Z, 6/8 bewolkt 13 oktober 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp 11 0C, droog, w indkracht vleermuizen 3N, 7/8 bew olkt 26 mei 2020
Avond
A&W notitie 3057
7
Van Foreestraat 2-16 (even) en 18-30 (even); Mr. Raapplein 1-15 (oneven); Dom inee Pareaulaan 17-27 NOORD Datum Periode Doel Weersomstandigheden 10 juni 2020 Avond Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 14 oC, droog, w indkracht vleermuizen 3 NO, geheel bew olkt 12 juli 2020 Ochtend Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 11 oC, droog, w indkracht vleermuizen 1 NW, onbew olkt 13 juli 2020 Avond Kraam-/zomerverblijfplaatsen Temp ± 17 oC, droog, w indkracht vleermuizen 3 ZW, geheel bewolkt 23 september 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp ± 16 oC, droog, w indkracht vleermuizen 4 Z, 7/8 bewolkt 30 september 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp ± 15 oC, droog, w indkracht vleermuizen 3 Z, 6/8 bewolkt 13 oktober 2020 Avond Balts-/paarverblijfplaatsen Temp 11 0C, droog, w indkracht vleermuizen 3N, 7/8 bew olkt
Tabel 4. Overzicht van de onderzoeksinspanning en de weersomstandigheden tijdens het huismusonderzoek. Molenvaart 12-14; Sportlaan 2-32 en Burgemeester Mijnlieffstraat 20-54
Datum
Periode
Doel
Weersomstandigheden
Temp ± 7 oC, droog, w indkracht 2W, 5/8 bewolkt 18 april 2020 Overdag Nestplaatsen Huismus Temp ± 14 oC, droog, w indkracht 4 NO, 1/8 bew olkt Van Foreestraat 1-54 en 2-30, J. van Gijtenbeekstraat 2-48, Mr. Raapplein 1-15 en Ds. Pareaulaan 1-27 2 april 2020
Overdag
Nestplaatsen Huismus
Datum
Periode
Doel
Weersomstandigheden
18 april 2020
Overdag
Nestplaatsen Huismus
29 april 2020
Overdag
Nestplaatsen Huismus
Temp ± 13 oC, droog, w indkracht 4NO, 2/8 bew olkt Temp ± 10 oC, droog, w indkracht 2 Z, geheel bewolkt
8
A&W notitie 3057
Tabel 5. Overzicht van de onderzoeksinspanning en de weersomstandigheden tijdens het gierzwaluwonderzoek. Molenvaart 12-14 en Sportlaan 2-32 en Burgemeester Mijnlieffstraat 20-54
Datum
Periode
Doel
Weersomstandigheden
4 juni 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
14 juni 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
7 juli 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
Temp ± 12 oC, droog, w indkracht 4 NW, 6/8 bew olkt Temp ± 15 oC, droog, w indkracht 2 NW, geheel bew olkt Temp ± 15 oC, droog, w indkracht 3 NO, geheel bew olkt
Pastoor Philipponastraat 19-61, 2-44 en 1-16 Datum
Periode
Doel
Weersomstandigheden
27 mei 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
13 juni 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
5 juli 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
Temp ± 15 oC, droog, w indkracht 3 NO, 2/8 bew olkt Temp ± 19 oC, droog, w indkracht 3 NO, 6/8 bew olkt Temp ± 18 oC, droog, w indkracht 4 ZW, 7/8 bewolkt
J.C. van Gijtenbeekstraat 38-48 (even); 25-45 (oneven); 2-36 (even) Datum
Periode
Doel
Weersomstandigheden
Temp ± 14 oC, droog, w indkracht 2 NW, 1/8 bew olkt 1 juni 2020 Avond Nestplaatsen Gierzwaluw Temp ± 17 oC, droog, w indkracht 3 NO, 1/8 bew olkt 1 juli 2020 Avond Nestplaatsen Gierzwaluw Temp ± 17 oC, droog, w indkracht 4 ZW, geheel bewolkt Van Foreestraat 1-23 (oneven) en 24-54 (even); Dom inee Pareaulaan 1-13; Ds. Heldringastraat 2-32 (oneven) 26 mei 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
Datum
Periode
Doel
Weersomstandigheden
Temp ± 14 oC, droog, w indkracht 2 NW, 1/8 bew olkt 3 juni 2020 Avond Nestplaatsen Gierzwaluw Temp ± 16 oC, droog, w indkracht 4 N, geheel bew olkt 2 juli 2020 Avond Nestplaatsen Gierzwaluw Temp ± 16 oC, droog, w indkracht 3 ZW, 7/8 bewolkt Van Foreestraat 2-16 (even) en 18-30 (even); Mr. Raapplein 1-15 (oneven); Dom inee Pareaulaan 17-27 26 mei 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
Datum
Periode
Doel
Weersomstandigheden
26 mei 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
10 juni 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
3 juli 2020
Avond
Nestplaatsen Gierzwaluw
Temp ± 14 oC, droog, w indkracht 2 NW, 1/8 bew olkt Temp ± 15 oC, droog, w indkracht 4 NO, geheel bew olkt Temp ± 16 oC, droog, w indkracht 4 ZW, geheel bewolkt
A&W notitie 3057
9
Onderzoek naar Hermelijn en Wezel Uit de quickscan is gebleken dat binnen het plangebied aan de Molenvaart 12-14 mogelijkheden aanwezig zijn voor verblijfplaatsen van Hermelijn en Wezel. Het onderzoek naar Hermelijn en Wezel is uitgevoerd volgens de richtlijnen beschreven in de Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Bouwens 2017). Voor het vaststellen van Hermelijn en Wezel zijn een cameraval en een zogenaamde Mostela ingezet op locaties waar de soorten verwacht werden. De cameraval neemt een foto zodra deze beweging detecteert. Een Mostela is een inloopbox waar kleine marterachtigen in kruipen uit nieuwsgierigheid. In de box bevindt zich een camera die de soort vervolgens vastlegt. De camera en de Mostela hebben tussen 19 maart en 19 mei 2020 (circa 9 weken) in het plangebied gestaan (voor locaties van de cameraval en de Mostela, zie figuur 1).
Figuur 1. Locaties van de geplaatste Mostela en cameraval.
3. Resultaten De resultaten van het aanvullend onderzoek zijn per complex samengevat in tabel 6. De aangetroffen nest- en verblijfplaatsen zijn weergegeven in bijlagen 1-4. Hieronder zijn de resultaten kort beschreven per soortgroep. Vleermuizen Kraam-/zomerverblijfplaatsen In geen van de plangebieden werden kraamverblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Wel werden in de J. van Gijtenbeekstraat 2-48 twee zomerverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis aanget roffen (zie bijlage 2). Het bet reft hier verblijfplaatsen met in totaal vier dieren. Op andere locaties binnen de plangebieden werden geen aanwijzingen voor kraam/zomerverblijfplaatsen van vleermuizen, zoals in- of uit vliegende dieren of z wermende dieren, aangetroffen.
10
A&W notitie 3057
Balts-/paarverblijfplaatsen Tijdens het najaarsonderzoek naar vleermuizen werden op een aantal locaties balts /paarverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis of Ruige dwergvleermuis aa ngetroffen (zie tabel 6 en bijlagen 1 en 2). V oor balts-/paarverblijfplaatsen geldt dat het verblijfplaatsen betreft die door één mannetje en hooguit enkele vrouwtjes worden gebruikt. De mannetjes van Gewone en Ruige dwergvleernmuis bezetten hun balts-/paarverblijfplaats meestal al in de voorafgaande zomer en zijn dan bij onderzoek lastiger vast te stellen. Dit was in elk geval vastgesteld bij een verblijfplaats aan de Van Gijtenbeekstraat (zie zomer-/balts verblijfplaats bijlage 2). Bovendien kan op basis van het uitgevoerde onderzoek niet worden uitgesloten dat de balts-/paarverblijfplaatsen tevens dienst doen als winterverblijfplaats gedurende (een deel van) de overwint ering van dez e soorten. Om die redenen wordt ervan uit gegaan dat de aangetroffen verblijfplaatsen in principe jaarrond in gebruik kunnen zijn. Gierzwaluw Alleen in de Burgemeester Mijnlieffstraat 20 -54 en de Sportlaan 2-32 (Complex K34) werden nestplaatsen van Gierzwaluw aanget roffen (zie tabel 6 en bijlage 4). In dat c omplex werden in totaal 21 nestplaatsen van Gierz waluw vastgesteld. In geen van de andere complexen werden nestplaatsen van deze soort waargenomen.
Hui smus Alleen in de Pastoor Philipponastraat (complexen U44 en V9) werden nestplaatsen van Huismus aangetroffen. In t otaal werden er 31 nestplaatsen van deze soort aangetroffen (zie tabel 6 en bijlage 3). In de overige complexen bevinden zich geen nestplaatsen van Huismus. Hermelijn en Wezel Op de camerabeelden verkregen van de Mostela en de cameraval werden geen marterachtigen waargenomen. Wel werden Merel, Roodborst, Egel, Huiskat, Hond, Tuinhommel en Veldmuis vastgelegd op beeld.
A&W notitie 3057
11
Tabel 6. Resultaten van het uitgevoerde aanvullend onderzoek.
Baltsverblijfplaatsen Ruige dwergvleermuis
Nestplaatsen Huismus
Nestplaatsen Gierzwaluw
-
Baltsverblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis
12-14 36 34
Kraam-/Zomer verblijfplaatsen
Huisnummer
Adres
Complex Molenvaart 12-14 C. Keijzerlaan 36 Sportlaan 34
1 1
-
-
-
Projecten Aangenaam besparen: K34
Burg. Mijnlieffstraat
20-54
-
1
-
-
14
K84
Sportlaan Van Foreeststraat
2-32 1-45 (oneve n) 2-30 (even) 2-48
-
1
1 -
-
7 -
-
-
1
-
-
2 Zomer Gew one dw ergvleermu is* -
2
2
-
-
1 2
1 -
10
-
-
-
-
14
-
-
1
-
7
-
J. van Gijtenbeekstraat
U44
V9
Mr. Raapplein Ds. Pareaulaan Past. Philipponastraat
Past. Philipponastraat
1-15 1-27 19-61 (oneve n) 2-44 (even) 1-17
* waarvan 1 ook als balts-/paarverblijfplaats werd gebruikt
4. Effectbeoordeling Vleermuizen In de meeste onderzochte complexen zijn gedurende de diverse perioden van onderzoek verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Voor de complexen aan de Molenvaart 12 -14, Sportlaan 34 en C. Keijzerlaan 36 is lopende het onderzoek een ontheffingsaanvraag ingediend bij de Omgevingsdienst Noord -Holland Noord (ODNHN). Op basis van de resultaten van het gehele onderzoek vervalt de noodzaak voor de aanvraag van het complex aan de C. Keijzerlaan 36, omdat daar geen verblijfplaatsen zijn aangetroffen. De ontheffingsaanvraag is wel nodig voor de complexen Molenvaart 12-14 en S portlaan 34, omdat bij de uit voering van de bijbehorende plannen in elk complex een verblijfplaats (jaarrond) van Gewone dwergvleermuis tijdelijk verloren gaat. Voorafgaand aan het veldonderzoek zijn op basis van expert-judgement al tijdelijke compenserende maatregelen in de vorm van vleermuiskasten gerealiseerd. Voor de complexen in die in het kader van het project Aangenaam besparen worden gerenoveerd, geldt dat mogelijk ook verblijfplaatsen van vleermuizen (tijdelijk) worden aangetast of vernield. Daarom al in die gevallen voorafgaand aan de uit voering van de werkzaamheden een separate ontheffing moet en worden aangevraagd bij en zijn verleend
12
A&W notitie 3057
door de ODNHN. Aangezien die projecten op de planning staan voor 2022, is hier de mogelijkheid om tijdig en passend tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen te realiseren voorafgaand aan het actieve seizoen van vleermuizen in 2021. Hui smus en Gierzwaluw Van de Huismus werden alleen nestplaatsen aangetroffen in de Pastoor Philipponastraat. Van de Gierz waluw werden alleen nestplaatsen aangetroffen in de Burgemeester Mijnlieffstraat 20-54 en de Sportlaan 2-32. Door uit voering van de plannen zullen alle aangetroffen verblijfplaatsen van Huismus en Gierzwaluw mogelijk worden aangetast. In dat geval dient hiervoor voorafgaand aan de uit voering van de werkzaamheden een ontheffing te zijn verkregen bij het bevoegd gezag. Voor Huismus dienen tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen ten minste 3 maanden voor aanvang van de werkzaamheden te zijn gerealiseerd. V oor Gierzwaluw dient voor aanvang van het broedseizoen medio april 2021 tijdelijke compensatie te worden gerealiseerd, omdat de aanvang van de werkzaamheden gepland is in 2022. Hermelijn en Wezel Omdat op de beelden van de cameraval en de Mostela geen Hermelijnen en Wezels te zien zijn geweest, mag ervan worden uitgegaan dat het plangebied van het complex Molenvaart 12-14 geen onderdeel is van het leefgebied van de beide soorten.
Om die reden veroorz aakt de uit voering van de plannen in dat gebied geen knelpunt met de Wnb ten aanzien van kleine marterachtigen die zijn beschermd volgens artikel 3.10 van die wet.
5. Conclusies Door uit voering van de plannen z al in sommige gevallen een conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan door het aantasten van zomer- en balts-/paarverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis, balts-/paarverblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis en nestplaatsen van Huismus en Gierzwaluw. Voorafgaand aan de uit voering van de geplande werkzaamheden dient voor de betreffende complexen een ontheffing te zijn verkregen bij het bevoegd gezag (de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord).
Literatuur Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Rapport van de Zoogdiervereniging 2017.32. Oosterholt D. D. 2019a. Ecologische beoordeling van herinrichting terrein voormalige locatie basisschool De Meerpaal, Woningstichting Anna Paulowna. A&W -notitie 19-403#3. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Oosterholt D. D. 2019b. Ecologische beoordeling van herinrichting percelen Molenvaart 1214 te Anna Paulowna. Woningstichting Anna Paulowna. A&W -notitie 19-403#1. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Oosterholt D. D. 2019c. Ecologische beoordeling van herinric hting Cornelis Keijzerlaan 36 te Anna Paulowna, Woningstichting Anna Paulowna. A&W -notitie 19-403#2. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Schut, E. 2019. Ecologische quickscan van woningrenovatie 2019-2025 Woningstichting Anna Paulowna. A&W-notitie 3057. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden.
A&W notitie 3057
BIJLAGEN Bijlage 1: verblijfplaatsen van vleermuizen in de Pastoor Philipponastraat.
13
14
A&W notitie 3057
Bijlage 2: verblijfplaatsen van vleermuizen in de overige complexen.
A&W notitie 3057
Bijlage 3: nestplaatsen van Hui smus in de Pastoor Philipponastraat.
15
16
A&W notitie 3057
Bijlage 4: nestplaatsen van Gierzwaluw aan de Sportlaan en de Burg. Mijnlieffstraat.
bestemmingsplan Sportlaan 34 te Anna Paulowna
Bijlage 3 Ontheffing Wnb
61
bestemmingsplan Sportlaan 34 te Anna Paulowna
Bijlage 4 Aeriusberekening
73
Bereke ning s tiks tofdep osi tie S por tl aan 34
D EFI NITIE F
Bereke ning s tiks tofdep osi tie S por tl aan 34
D EFI NITIE F
Bijlagen: Toelichting en bijlagen
26 november 2020 Projectnummer 819.03.50.00.00.00
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
4
3
Ligging projectgebied
5
4
Invoergegevens AERIUS
6
4.1
Aanlegfase
6
4.1.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
6
4.1.2
Werkverkeer (bron 2)
7
4.2 4.3
Gebruiksfase
7
4.2.1
7
Verkeersgeneratie appartementen (bron 3 t/m 5)
Totale emissie
7
5
Model
9
6
Rekenresultaten en conclusie
10
26 november 2020
1
Inleiding In het kader van het bestemmingsplan ‘Sportlaan 34’ te Anna Paulowna’ is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van het appartementencomplex aan de Sportlaan 34 te Anna Paulowna in de gemeente Hollands Kroon berekend. Woningstichting Anna Paulowna is voornemens om 30 appartementen in de sociale huur sector te realiseren. Het perceel zal bouwrijp door de gemeente worden aangeleverd. De omvang van het project is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (26 november 2020). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.
Afbeelding 1 – Omvang projectgebied
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
26 november 2020
3
2
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor de het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld.
Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling. Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid om voor woningbouwprojecten waarbij er sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem.
In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstof reducerende maatregelen, waaronder de verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur, opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70 % worden besteed aan economische ontwikkelingen.
26 november 2020
4
3
Ligging projectgebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het projectgebied gelegen aan de Sportlaan te Anna Paulowna. Het betreft de oude locatie van openbare basisschool De Meerpaal. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.
Afbeelding 2 – Ligging projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden
De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -
Waddenzee, gelegen op een afstand van circa 4 km;
-
Duinen Den Helder-Callantsoog, gelegen op een afstand van circa 7 km.
-
Noordzeekustzone, gelegen op een afstand van circa 8 km;
-
Zwanenwater & Pettemerduinen, gelegen op een afstand van circa 9 km.
26 november 2020
5
4
Invoergegevens AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de appartementen gasloos worden uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit zal geborgd moeten worden in de ruimtelijke procedure. Ten behoeve van bouwwerkzaamheden en de verkeersgeneratie van de appartementen zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 3).
4.1
Aanlegfase
4.1.1 Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1) In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. De gegevens over de in te zetten mobiele werktuigen, het aantal draaiuren en het bouwjaar (stageklasse) zijn door de opdrachtgever verstrekt en waar nodig aangevuld met gegevens gebaseerd op het bronbestand van BügelHajema Adviseurs1. Het stationair draaien van de mobiele werktuigen is reeds opgenomen in de onderstaande draaiuren. De sloopt duurt ongeveer 15 dagen, de bouw neemt ongeveer 200 dagen in beslag en de inrichting van het terrein 20 dagen. Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie Aantal Werktuig kW Sloop Bouw
Aanleg Terrein
30 30 30 30 500 500 500 300
m2 m2 m2 m2
generator kraan graafmachine kraan betonstorter heistelling graafmachine trilplaat shovel shovel
Aanleg Groen totale emissie NOx mobiele werktuigen 1
4 110 200 200 200 200 200 10 60 60
Belasting2 34% 61% 69% 69% 69% 69% 69% 40% 55% 55%
Emissie factor 8,8 0,9 0,8 1 1 1 0,8 1,1 0,9 0,9
Eenheid
8 8 4 4 1 1 1
u/ u/ u/ u/ u/ u/ u/
app. app. app. app. 50 m2 50 m2 50 m2
Draaiuren 6 uur 95 uur 240 uur 240 uur 120 uur 120 uur 10 uur 10 uur 10 uur 3 uur
Stage klasse IV IV IV IV IV IV IV IIIa IV IV
Emissie NOx 0,07 kg 5,74 kg 26,50 kg 33,12 kg 16,56 kg 16,56 kg 1,10 kg 0,04 kg 0,35 kg 0,09 kg 100,13 kg
Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door
BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen. 2
De belasting is het vermogen van het mobiele werktuig wat gemiddeld gebruikt wordt.
26 november 2020
6
4.1.2 Werkverkeer (bron 2) Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Deze gegevens zijn door de opdrachtgever verstrekt. -
licht verkeer 1480 ritten/jaar;
-
middelzwaar vrachtverkeer 110 ritten/jaar;
-
zwaar vrachtverkeer 80 ritten/jaar.
Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van figuur 6.1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2019’ (tabel 2). Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen
- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen
Middelzware motorvoertuigen
- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen
Zware motorvoertuigen
-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger
De totale emissie van het werkverkeer bedraagt ongeveer 0,47 kg NOx/jr.
4.2
Gebruiksfase
4.2.1 Verkeersgeneratie appartementen (bron 3 t/m 5) In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers uit de categorie 'huur, appartement, midden/goedkoop (inclusief sociale huur)' (maximaal 4,5 ritten per appartement, weinig stedelijk, rest bebouwde kom). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met in totaal 135 ritten per etmaal. De totale emissie van de verkeersgeneratie van de appartementen in de gebruiksfase bedraagt in dat geval ongeveer 4,07 kg NOx/jr.
4.3
Totale emissie
De totale emissie van het project in de aanlegfase bedraagt ongeveer 100,6 kg NOx/jr.
De totale emissie van het project in de gebruiksfase bedraagt ongeveer 4,07 kg NOx/jr.
26 november 2020
7
De totale emissie van het project in de aanleg- en gebruiksfase bedraagt ongeveer 104,67 kg NOx/jr.
26 november 2020
8
5
Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (26 november 2020). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2021. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.
Afbeelding 3 - AERIUS model
26 november 2020
9
6
Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen en seperaat toegevoegd.
Afbeelding 4 - Rekenresultaat
Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.
26 november 2020
10
Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RfvyweB8ayVk (26 november 2020) pagina 1/7
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Woningstichting Anna Paulowna
Sportlaan 34, 1761 ZB Anna Paulowna
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan locatie Meerpaal
RfvyweB8ayVk
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
26 november 2020, 14:10
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Situatie 1
NOx
104,67 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Bouw 30 appartementen op Meerpaal locatie Aanleg- en gebruiksfase (2021)
Resultaten
Situatie 1
RfvyweB8ayVk (26 november 2020) pagina 2/7
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
100,13 kg/j
Werkverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Verkeersgeneratie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Verkeersgeneratie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,57 kg/j
Verkeersgeneratie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,55 kg/j
RfvyweB8ayVk (26 november 2020) pagina 3/7
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
AFW
Mobiele werktuigen 117196, 541455 100,13 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Bouw Kraan 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
33,12 kg/j < 1 kg/j
AFW
Bouw Graafmachine 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
26,50 kg/j < 1 kg/j
AFW
Bouw Betonstorter 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
16,56 kg/j < 1 kg/j
AFW
Bouw Heistelling 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
16,56 kg/j < 1 kg/j
AFW
Groenvoorziening Shovel 60 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
AFW
Aanleg terrein Graafmachine 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
1,10 kg/j < 1 kg/j
AFW
Aanleg terrein Trilplaat 10 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
AFW
Aanleg terrein Shovel 60 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
AFW
Sloop kraan 110 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
5,74 kg/j < 1 kg/j
AFW
Sloop generator 4 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RfvyweB8ayVk (26 november 2020) pagina 4/7
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
1.480,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
110,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
80,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Verkeersgeneratie 117193, 541445 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
135,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Werkverkeer 117327, 541330 < 1 kg/j < 1 kg/j
Verkeersgeneratie 117114, 541493 1,57 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
68,0 / etmaal NOx NH3
1,57 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RfvyweB8ayVk (26 november 2020) pagina 5/7
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Verkeersgeneratie 117265, 541366 1,55 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
67,0 / etmaal NOx NH3
1,55 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RfvyweB8ayVk (26 november 2020) pagina 6/7
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020