1. Wieringerwerf - Lelypark (ontwerp)- Toelichting.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark ontwerp
bestemmingsplan Toelichting
Wieringerwerf - Lelypark ontwerp 18-11-2021
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend juridisch-planologisch kader 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Ruimtelijke kwaliteit
11 11 12 14
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
17 17 19 20 22
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Bodem 4.3 Ecologie 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluidhinder 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Water 4.8 Hinder van bedrijven 4.9 Parkeren 4.10 Duurzaamheid 4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
23 23 24 26 31 32 32 33 33 34 35 35
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Toelichting op het juridische systeem 5.2 Bestemmingsplanprocedure 5.3 Regels
37 37 37 38
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41 41 41
3
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
4
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Toelichting
5
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
6
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Wieringerwerf is een van de vier hoofdkernen in Hollands Kroon en heeft een belangrijke regionale functie. Om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in deze kern op peil te houden, moeten er voor de toekomst van het dorp gerichte keuzes gemaakt worden voor de inrichting (herstructurering). Om ervoor te zorgen dat er ook in de toekomst fijn gewoond en geleefd kan worden, worden een aantal delen van het dorp aangepakt en vernieuwd. Met name het oudste en meest kenmerkende deel van Wieringerwerf is de komende jaren aan ingrijpende ontwikkelingen onderhevig. Het gaat hierbij om de volgende zaken: transformaties en leegstand in het winkelbestand; ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting en sportfaciliteiten; vervanging van woningen van de corporatie(s); vervanging van riolering en herinrichting van straten en pleinen. Het nu voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het versterken van de leefbaarheid (wonen) door middel van de sloop 32 woningen (8 bouwblokken van elk 4 woningen) en het realiseren van circa 110 woningen in diverse woningtypologiën met 'Verbinding' als het sleutelwoord voor deze nieuwe ontwikkeling.
Het plangebied heeft potentie om omringende woonwijken met elkaar te verbinden, om een nieuw woonmilieu te ontwikkelen en om de openbare ruimte op een dusdanige manier in te richten zodat er een ruimte ontstaat waar gerecreëerd kan worden en inwoners met elkaar in contact kunnen komen. In 2016 is het 'Vlekkenplan' door de gemeenteraad vastgesteld. Het vlekkenplan is verdeeld in vier deelgebieden met aandachtspunten die een integrale oplossing voor de verbetering van de leefbaarheid in de kern laten zien. De gronden zijn deels in eigendom van de gemeente Hollands Kroon en deels in eigendom van Wooncompagnie. Een deel van de gronden zal worden overgedragen aan Wooncompagnie voortvloeiend uit afspraken in relatie tot andere herstructureringsopgaven.
1.2
Plangebied
Met de naam Lelypark wordt de grote groene ruimte ten oosten van de Sternstraat en ten westen van de Waddenwijk aangemerkt. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de Verbindingsweg. Tot aan de jaren '80 van de vorige eeuw vormde de groene ruimte de landschappelijke overgang tussen het bebouwd gedeelte van Wieringerwerf met het aangrenzende landschap. De positie van het park veranderde door de komst van de Waddenwijk en andere woonwijken aan de oostzijde van Wieringerwerf. De ruimte kwam als een groene long tussen de verschillende woonwijken te liggen. De voorzieningen die lange tijd een plek vonden in het park zijn in de loop van de tijd naar een andere plek binnen de kern verhuisd. De exacte ligging van het plangebied blijkt uit de planbegrenzing van de verbeelding van het bestemmingsplan. Navolgende figuur geeft een indicatie van de ligging.
7
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Figuur 1. Ligging plangebied (dikke paarse lijn)
In latere versie plancontour BSP op luchtfoto plaatsen?
1.3
Geldend juridisch-planologisch kader
In het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Wieringerwerf', vastgesteld op 27 januari 2011. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de volgende bestemming Maatschappelijk, Groen en Wonen. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de plankaart van het bestemmingsplan weer.
8
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Figuur 2. Uitsnede bestemmingsplan 'Wieringerwerf' (2017) met plangebied aangeduid met paars kader.
Wonen is binnen de huidige bestemming slechts op enkele plekken toegestaan. Het realiseren van circa 110 woningen overeenkomstig het stedenbouwkundig plan (zie paragraaf 2.2) past niet binnen de huidige bestemming. Het voorliggende bestemmingsplan maakt het planvoornemen planologisch mogelijk.
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Ook is hier de beeldkwaliteit uiteengezet. Het van toepassing zijnde beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente is in hoofdstuk 3 uitgewerkt. Een omschrijving van de planologisch en milieukundige randvoorwaarden, ook wel omgevingsaspecten genoemd, is opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 betreft de juridische toelichting van het bestemmingsplan. Als laatste is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.
9
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
10
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Figuur 3. Ligging van het Lelypark in Wieringerwerf
Bebouwing De aanwezige bebouwing staat als solitaire blokken in de groene ruimte. Meest in het oog springend is het woon-zorgcentrum in het noordelijk deel van het park. Daarnaast zijn er nog een achttal kleine blokken met rijwoningen in het plangebied aanwezig. Deze rijwoningen – vier onder één kap - staan parallel aan de Ir. Ovingestraat, maar verspringen ten opzichte van elkaar. De woningen kennen nagenoeg geen privétuinen. Van oudsher waren er nog een aantal voor de samenleving van belang zijnde functies gehuisvest in het Lelypark. In 2013 is het onderkomen van de RSG Wiringherlant afgebroken nadat de scholengemeenschap aan de Dokter Tamsmalaan een nieuw onderkomen heeft betrokken. De oude locatie lag in het zuidelijk deel van het park aan de Ir. Ovingestraat. In de oksel van de Ir. Ovingestraat en de Prinses Marijkestraat ligt een door bomen omgeven veld waar de voetbalvereniging van Wieringerwerf haar eerste accommodatie heeft gehad. Bij de kruising van de Sternstraat met de Prinses Marijkestraat stond lange tijd een dansschool. Dit was oorspronkelijk de eerste gymzaal van het dorp.
11
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Figuur 4. Op de luchtfoto zijn de rijwoningen met de rode daken goed zichtbaar en hoe zij parallel aan de Ir. Ovingestraat staan.
Verkeersstructuur De Ir. Ovingestraat is een belangrijke straat voor de interne bereikbaarheid doordat het voor de koppeling van de Verbindingsweg met de Brinkweg zorgt. Via deze route kunnen de inwoners van de wijken uit het oosten van Wieringerwerf, zoals de Planeten-, Schepen-, en Waddenwijk, bij de voorzieningen rondom de Brinkweg komen. Een andere mogelijkheid is om via de Prinses Marijkestraat en de Meeuwstraat bij de winkels aan de Terpstraat te komen. Er is voor gemotoriseerd verkeer geen doorgaande verbinding in oostelijke of westelijke richting door het Lelypark. Tevens halteert de bus (lijn 416) eens per uur op de Ir. Ovingestraat. Groen en water In het plangebied is een aantal beeldbepalende groenstructuren binnen het Lelypark aanwezig. Op luchtfoto (figuur 4) is de scheiding die de bosschage vormt tussen het Lelypark en de Waddenwijk goed te zien. De laanstructuur langs de Ir. Ovingestraat is eveneens een kenmerkende structuurdrager, maar eindigt daar waar het grote groene veld met het woonzorgcentrum begint. De functies die in het verleden een plek hadden in het plangebied waren gelegen in groene kamers. De randen van deze groene kamers zijn vanuit de lucht nog goed waarneembaar. Vanaf het straatniveau worden vooral de groene gesloten kaders ervaren en liggen de omsloten velden verscholen. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.
2.2
Toekomstige situatie
Als dorp in de regio moet Wieringerwerf alle zeilen bijzetten om een dynamische kern in Hollands Kroon te blijven. De kwaliteit van de kern van Wieringerwerf staat onder druk door de (landelijke) ontwikkelingen in de detailhandel, een krimpende bevolking en de ruimtelijke kwaliteit van het winkelgebied. In het vlekkenplan, waarmee de gemeenteraad in juni 2016 heeft ingestemd, wordt een aantal kansen en knelpuntenpunten benoemd (Bijlage 1). Het vlekkenplan is verdeeld in vier deelgebieden met aandachtspunten. In het vlekkenplan is deze locatie onderdeel van deelgebied 3: Het park als ontmoetingsplek met als thema wonen en recreëren in het groen. Binnen de grenzen van deelgebied 3 ligt de focus op het Lelypark. In het document 'Een stedenbouwkundige uitwerking (2017)' is een aantal deelgebieden die vallen binnen de herstructurering van Wieringerwerf verder uitgewerkt (Bijlage 2). Een dergelijke uitwerking voor deelgebied 3 is er tot op zekere hoogte gemaakt, maar heeft onvoldoende diepgang om duidelijke kaders mee te geven voor toekomstige ontwikkelingen. Op een abstract (schaal)niveau zijn de ontwikkelingsrichtingen beschreven.
12
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Nu de vraag (vanuit de samenleving) concreter wordt om de mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen binnen deelgebied 3 nader te onderzoeken, is het document 'Lelypark Wieringerwerf, Kaders en randvoorwaarden voor ontwikkelingen d.d. 21 augustus 2019' opgesteld (Bijlage 3). Dit document geeft meer richting om ontwikkelingen op een kwalitatief goede manier in te passen. Het document Lelypark Wieringerwerf, Kaders en randvoorwaarden heeft geresulteerd in onderstaand schetsontwerp die zijn uitwerking krijgt in dit bestemmingsplan. Dit schetsontwerp is een uitwerking van de structuurschets die inzet op een invulling van het Lelypark waarbij de verschillende buurten van Wieringerwerf aan elkaar gekoppeld worden. Om tot een wenselijke ruimtelijke ontwikkeling te komen wordt het raamwerk van het deelgebied vastgelegd. Binnen dit raamwerk ontstaan diverse ontwikkellocaties die op een nader moment verder stedenbouwkundig en architectonisch uitgewerkt kunnen worden. Het raamwerk moet voor de ruimtelijke samenhang zorgen. Het schetsontwerp is ook als Bijlage 4 bijgevoegd. nb. In het schetsontwerp is aan de westzijde ook het planvoornemen aan de Sternstraat weergegeven. Dit planvoornemen maakt geen onderdeel van onderhavig bestemmingsplan maar maakt onderdeel uit van het op 02-07-2020 vastgestelde bestemmingsplan Wieringerwerf Sternstraat - Patrijsstraat (NL.IMRO.1911.BPWwrfhz01-va01).
Figuur 5: schetsontwerp toekomstige situatie waarbij er is ingezet op het afronden van bouwblokken en het verbinden van verschillende buurten.
Stedenbouwkundige hoofdopzet Het aanwezige groen in de bestaande situatie voegt wat betreft belevingswaarde en gebruikerswaarde niet veel toe aan Wieringerwerf. In de nevenstaande studie is de kwaliteit van het groen ingezet om de leefbaarheid van dit deel van Wieringerwerf te vergroten en als middel in te zetten om de verschillende omringende woonwijken met elkaar te verbinden. De bestaande buurten liggen op veel plaatsen met de achterkant naar het groen en zullen in de beoogde toekomstige situatie zich juist gaan oriënteren op de groene ruimte.
13
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Programma In de verkavelingsstudie zijn circa 130 nieuwe wooneenheden ingetekend. Dit is exclusief eventuele wooneenheden die in het bestaande schoolgebouw worden gerealiseerd. De bestaande 32 wooneenheden in het Lelypark komen te vervallen. In deze studie is geen gestapelde woningbouw opgenomen. Het plan biedt ruimte aan verschillende woningtypologieën. Verkeerstructuur Het verlengen van de Karel Doormanstraat en de Prinses Marijkestraat in oostelijke richting in combinatie met het verleggen van de Ir. Ovingestraat is een ingrijpende verandering maar biedt meerdere kansen om een aantal opgaven en ambities integraal te benaderen. Deze ingreep maakt het mogelijk om aan de westelijke zijde ontwikkelruimte te realiseren waarbij woningen op het park georiënteerd kunnen worden. Bijkomend voordeel is de mogelijkheid om extra parkeerplaatsen te realiseren in een besloten binnengebied. Hiermee kan parkeerdruk in de Karel Doormanstraat aanzienlijk worden verlicht en tegelijkertijd de leefbaarheid vergroot. Het extra aantal parkeerplaatsen dat gerealiseerd kan worden om de parkeerdruk in de Karel Doormanstraat te verlichten hangt sterk af van het aantal nieuwe woningen dat in deze hoek gerealiseerd gaat worden. Met het verleggen van de Ir. Ovingestraat ontstaat ook in de noordwestelijke hoek van het plangebied meer ruimte om woningen te ontwikkelen die zich op de nieuwe Ir.
Ovingestraat en het Lelypark oriënteren. Er zijn kansen om de Waddenwijk aan de noordzijde een (extra) ontsluitingsoptie te geven. Hiermee wordt, voor in ieder geval het langzaam verkeer, de verbinding met het centrumgebied sterk verbeterd. In het verlengde van de Prinses Marijkestraat kan een voetgangersbrug de verbinding met de Waddenwijk en het centrum nog verder versterken. Groen en water Binnen dit peilgebied ligt nog een opgave om de hoeveelheid oppervlakte water uit te breiden. Ten oosten van de nieuwe verlegde Ir. Ovingestraat begeleidt een nieuwe waterpartij de route naar het Loggersplein. Met de realisatie van deze waterpartij wordt aan die behoefte invulling gegeven. De nieuwe waterpartij wordt, middels een duiker, aangesloten op de bestaande waterpartij die de scheiding vormt tussen de Schepenwijk en de Planetenwijk. Ook is er een mogelijkheid om aansluiting te zoeken op het water in de poldersloten ten noorden van de Waddenwijk. Aan de zijde van de nieuwe Ir. Ovingestraat zal een flauw talud het hoogte verschil tussen het maaiveld en de waterlijn vormgeven. Op deze manier zal het water ook vanaf het straatniveau worden ervaren. De nieuwe Ir. Ovingestraat zal aan de zijde oostelijke zijde van de straat vanaf de Verbindingsweg tot aan het Loggersplein door een bomenrij worden begeleid.
Op de plaats waar er aan de westzijde van de straat geen woningen staan zal er aan die zijde ook een bomenrij de rijbaan flankeren. Vanuit de Waddenwijk is een groene loper uitgelegd richting de Sternstraat/ Meeuwstraat. De bestaande fietsroute aan de westzijde van de Waddenwijk, die aansluiting heeft op de fietspaden langs de Verbindingsweg, krijgt een meer open karakter en maakt visueel onderdeel uit van het profiel langs het water.
2.3
Ruimtelijke kwaliteit
De gemeenteraad van de gemeente Hollands Kroon heeft op 19 december 2013 de Welstandsnota Hollands Kroon vastgesteld. In de welstandsnota zijn drie typen gebieden onderscheiden: welstandsvrij; welstandsluw; welstandsintensief.
14
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Het plangebied is gelegen in een welstandsvrij gebied. In deze gebieden worden de bouw- of verbouwplannen niet op welstand getoetst. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de uiterlijke verschijningsvorm van het bouw- of verbouwplan. Sterk bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit zijn de wegenstructuur in combinatie met het groen-/waterstructuur. Gebouwen worden in maximaal drie lagen (max. 9 m) uitgevoerd.
15
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
16
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen wetten, regels en beleid van het Rijk, de provincie, eventueel regionaal gevoerd beleid op intergemeentelijk niveau en de gemeente.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt.
De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio's 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst. De NOVI is nog niet in werking getreden en vormt daarmee nog geen formeel toetsingskader voor voorliggend planvoornemen. De algemene denklijn van de NOVI is wel in de planvorming betrokken.
17
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)
Op 13-03-2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Hierin is de visie van het Rijk op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een selectieve inzet van het rijksbeleid waarbij 13 nationale belangen aan de orde zijn die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het Kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. 3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordenig (2011)
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijke plan nationaal belang 13 met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling (Trede 1). Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien (Trede 2).
In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. De eerste afweging in de toetsing aan de Ladder is het beantwoorden van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiervoor kan worden gekeken naar jurisprudentie. Uit rechtspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat niet iedere ontwikkeling van onder meer woningbouw als nieuwe stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Voor woningbouwlocaties geldt dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Ladder moet dan op dit bouwplan worden toegepast. Met het planvoornemen worden circa 100 woningen gerealiseerd en kan hiermee beschouwd worden als woningbouwlocatie en dus een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is toegepast waarmee ook nut en noodzaak van het plan is aangetoond.
Het onderhavige plangebied betreft een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Op basis van de vereisten van Trede 1 van de Ladder is in kwantitatief opzicht ruim voldoende actuele regionale behoefte. Zie hiervoor paragraaf 3.3. Met de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking en de ruimtelijke kwaliteit wordt voldaan aan het beleid van de provincie. Het planvoornemen is regionaal afgestemd en opgenomen in de woningbouwprogrammering.
18
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Conclusie Voorliggend voornemen maakt onderdeel uit van de regionale woningbouwafspraken. Er is voldoende behoefte naar de extra woningen en er is sprake van een planvoornemen die slechts binnengemeentelijke gevolgen heeft. De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Met het planvoornemen is dan ook sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Het planvoornemen voldoet aan de criteria van de Ladder.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050 (2018)
De in 2022 verwachte Omgevingswet zal veel bestaande wetgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening en milieu vervangen. De Provincie Noord-Holland anticipeert hierop door als eerste stap, samen met stakeholders en inwoners, de Omgevingsvisie NH2050 op te stellen als opvolger van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 (met als ondertitel “Kwaliteit door veelzijdigheid”) uit 2010. De omgevingsvisie is vormvrij en bevat een geheel nieuwe, de provincie zelfbindende, visie die gedragen wordt door zoveel mogelijk partijen. Hiervoor zijn verschillende participatievormen ingezet (co-creatie, consultatie) en is zowel online als offline het gesprek met belanghebbenden en belangstellenden aangegaan. De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. Doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. De provincie stuurt aan op “balans tussen economische groei en leefbaarheid”, dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat.
Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. Uit de ambties en doelstellingen zoals opgenomen in de NH2050 blijkt dat: b. Wonen en Werken Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Het onderhavige woningbouwplan draagt op lokaal niveau bij aan de volgende ambities voor de provincie Noord Holland: een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving; klimaatbestendig en waterrobuust; vergroten van de biodiversiteit omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Zoals een gezonde leefomgeving en een aantrekkelijke verstedelijking woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Het planvoornemen past binnen de gestelde doelstellingen en ambities in de NH2050.
19
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
3.2.2
Omgevingsverordening NH2050
Op 1 september 2020 hebben Gedeputeerde Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, en de Wegenverordening. Uitgangspunt voor stedelijke functies is dat zoveel mogelijk het landschap wordt gespaard. Dit houdt in dat bestaande kernen de aangewezen locatie zijn voor wonen en werken. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw of voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meeste actuele cijfers. Voor de functiewijziging naar woondoeleinden die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, kan worden aangegeven dat uit de verordening geen beperkingen voortvloeien voor de onderhavige woningbouwontwikkeling. 3.2.3
Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025
In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. In paragraaf 3.3.1 wordt hier nader op ingegaan.
3.3
Regionaal beleid
De provincie Noord-Holland streeft naar het realiseren van voldoende woningen van passende kwaliteit, waarbij zoveel mogelijk in binnenstedelijk gebied wordt gebouwd. De woningbouwopgaven voor de provincie zijn door de gemeenten in regioverband vastgelegd in Regionale Actieprogramma's (RAP's). De RAP's geven uitvoering aan de provinciale woonvisie en bevatten kwantitatieve en kwalitatieve afspraken. De gemeente Hollands Kroon maakt samen met de gemeenten Texel, Den Helder en Schagen onderdeel uit van de RAP-regio Kop van Noord-Holland. 3.3.1
Regionaal actieprogramma wonen 2017- 2020 (RAP2.0)
Het RAP2.0 bevat procesafspraken over de periode tot en met 2020. In het RAP worden bestaande regionale afspraken bestendigd. De regio Kop van Noord-Holland heeft al afspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering in het Kwalitatief Regionaal Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland (hierna: KwK) en over het levensloopbestendig en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Het RAP 2.0 is bedoeld om de diverse onderwerpen integraal op elkaar af te stemmen, waarbij de reeds gemaakte afspraken worden gerespecteerd. De afspraken in dit RAP zijn gebaseerd op de provinciale woningbouwprognose. De nieuwe prognose van de provincie laat zien dat de bevolking in de Kop op de korte termijn een kleine groei heeft, vooral door buitenlandse migratie. De binnenlandse migratie blijft negatief. Er is door vergrijzing een toename van alleenstaande ouderen (65+). Er is tevens een daling van de natuurlijke aanwas; er sterven meer mensen dan er worden geboren. Dit betekent dat er de komende jaren woningen vrijkomen door vergrijzing en sterfte. Op de korte termijn is er iets meer ruimte (groei) voor de woningbouwplannen, maar op de lange termijn laat de prognose een algehele daling zien van de bevolking.
20
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Figuur pm. Provinciale woningbehoefte prognose 2017 Vraaggestuurd bouwen Het convenant Kwalitatief woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland (KwK, 28 oktober 2015) wordt als afweginginstrument voor bouwplannen gebruikt en de regionale afstemming hierover. Binnenstedelijk bouwen en transformatie Door toepassing van kwantitatieve en kwalitatieve programmering in het KwK en het hanteren van de systematiek van het afwegingskader krijgen binnenstedelijke woningbouwplannen voorrang. De planlocatie is een binnenstedelijke locatie. Duurzaam bouwen De regio richt zich op het behalen van de duurzaamheidsopgaven voor de regio uit het SER-energieakkoord en de verduurzaming van de particuliere en corporatievoorraad. De regio voert met samenwerkingspartners een 'meerjarenaanpak' uit betreffende verduurzaming van de regio. Er is geen regionaal duurzaamheidsbeleid, gemeenten benutten ieder de eigen mogelijkheden en doelstellingen.
3.3.2
Kwalitatief woningbouw programma voor de Kop van Noord Holland
Ingediende woningbouwplannen worden getoetst op basis van door de regio vastgestelde objectieve kwaliteitscriteria. Wanneer een plan positief wordt beoordeeld en past binnen de kwantitatieve aantallen, wordt een woningbouwplan opgenomen in het KWK. Dit resulteert in een gezamenlijk en dynamisch overzicht van woningbouwplannen. Het KwK wordt als instrument voor woningbouwplanning periodiek geactualiseerd, waarbij wordt aangesloten op de harde plancapaciteiten op de ontwikkelingen uit de bevolkingsprognoses. Er wordt met het KwK gestuurd en gemonitord op realisatie van de kwalitatief beste plannen. Het meest recente KwK betreft het convenant Regionale samenwerkings-afspraken woningbouw van de Koop van Noord-Holland 2020-2030. De voorgenomen planontwikkeling is in het KWK opgenomen. Dit betekent dat binnen de regio overeenstemming bestaat dat zowel op kwantitatief als kwalitatief niveau er behoefte is aan de toevoeging van de woningen. De herstructurering vindt plaats binnen de kern Wieringerwerf. Er is op deze locatie daarom sprake van een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, zoals in het Besluit ruimtelijke ordening 'bestaand stedelijk gebied' is gedefinieerd. De woningen worden door middel van herstructurering mogelijk gemaakt. Daarmee voorziet dit plan in de behoefte aan woningen binnen bestaand stedelijk gebied.
21
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie gemeente Hollands Kroon
Ruimte voor kwalitatief hoogwaardig wonen en leven is een speerpunt uit de Omgevingsvisie. De gemeente wil de meest aantrekkelijke woon- en leef gemeente van Noord-Holland Noord worden. De gemeente hecht er belang aan dat er condities worden gecreëerd voor goede, gedifferentieerde woon- en leefmilieus. Hiervoor wordt er ruimte geboden aan vernieuwend en innovatief bouwen. Daarnaast wordt er uitgegaan van betrokkenheid van bewoners bij de inrichting van de woon- en leefomgeving. Niet krimp, maar groei is de toekomst voor Hollands Kroon. De inzet voor regionaal overleg over het Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK) vanaf 2020 is een substantiële groei van het aantal inwoners tot circa 55.000 in 2030.
3.4.2
Woonvisie Gemeente Hollands Kroon
De Woonvisie Hollands Kroon (vastgesteld 17 december 2020) heeft als eerste prioriteit de ambitie focus op bouwen. Dit ook vanuit het gegeven dat er urgentie is om de woningvoorraad aan te vullen. Voor woningbouw in de gemeente Hollands Kroon wordt aansluiting gezocht op de regionale afspraken zoals opgenomen in het Kwalitatief Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland. In deze afspraken is de nieuwbouwruimte per gemeente vastgelegd. Voorliggend voornemen maakt onderdeel uit van de regionale woningbouwafspraken. Er is voldoende behoefte naar de extra woningen en er is sprake van een planvoornemen die slechts binnengemeentelijke gevolgen heeft. Het planvoornemen sluit aan op het gemeentelijke Woningbouwbeleid.
22
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Hoofdstuk 4 4.1
Milieuaspecten
Erfgoed
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2019 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.1.1
Archeologie
In de omgevingsvisie Hollands Kroon staat dat Hollands Kroon wordt gekenmerkt door een rijk bodemarchief, waarvan de bewaarcondities over het algemeen gunstig zijn. Er zijn tevens drie archeologische gebieden van provinciaal belang binnen de gemeentegrenzen. Door de provincie Noord-Holland is de Cultuurhistorische Waardenkaart. De Cultuurhistorische Waardenkaart biedt uitgebreide informatie die in de planvorming en de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen gebruikt kan worden. Uit de waardenkaart blijkt dat de archeologisch waardevolle terreinen buiten het bestemmingsplangebied liggen. Gelet hierop mag worden aangenomen dat voor dit bestemmingsplan verder geen rekening hoeft te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische resten in het plangebied.
Figuur 6. Provinciaal archeologische gebieden (bron: www.omgevingsvisie.hollandskroon.nl)
Conclusie
23
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Op grond van het bovenstaande kan worden gesteld dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet door archeologische verwachtingswaarden wordt beperkt. NOTA BENE Archeologische bescherming blijft op grond van de Erfgoedwet gewaarborgd. Dit betekent dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag (i.c. gemeente Hollands Kroon). 4.1.2
Cultuurhistorie
Als handreiking voor het onderzoek naar cultuurhistorie is de Cultuurhistorische Waardenkaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in het plangebied en directe omgeving geen cultuurhistorische aspecten aanwezig zijn die mogelijkerwijs moeten worden beschermd met dit bestemmingsplan. Conclusie Op grond van het bovenstaande kan worden gesteld dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet door cultuurhistorische verwachtingswaarden wordt beperkt.
4.2
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing, waarin is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen er sprake is van een saneringsgeval. Onderzoek Om te bepalen of de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor het beoogde gebruik is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In Bijlage 5 bij deze toelichting is de volledige rapportage opgnomen. Hieruit blijkt dat: Ter plaatse van een perceel grenzend aan de Prinses Marijkestraat is een een sterke verhoging aan minerale olie in de grond gemeten (MM1, 1,7 – 1,9 m-mv). Op basis van het oliechromatogram lijkt het te gaan om huisbrandolie. In de horizontaal afperkende boringen op circa vijf meter afstand (02, 03, 04, 05) is visueel en analytisch geen olie aangetoond. In het grondwater is eveneens geen minerale olie gemeten. Aan de noordzijde van de onderzoekslocatie (Lelypark) is ter plaatse een lichte verhoging aan PAK gemeten. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhogingen aan PAK gemeten. De lichte verhoging blijft binnen de lokale achtergrondwaarden uit de bodemkwaliteitskaart.
Aanvullend bodemonderzoek binnen onderhavige onderzoekslocatie wordt hier niet noodzakelijk geacht. Ter plaatse van boring/peilbuis 84 is een matige verhoging aan minerale olie in de grond gemeten. In het grondwater ter plaatse zijn sterke verhogingen aan barium, minerale olie en benzeen gemeten. Voor naftaleen en som xylenen wordt de tussenwaarde overschreden. Daarnaast zijn enkele lichte verhogingen aan vluchtige aromaten en chlooralifaten gemeten. Op basis van de sterke verhoging aan benzeen (kritisch) geldt voor deze locatie de veiligheidsklasse ‘zwart vluchtig’. Boring 84 is geplaatst in een bosschage aan de zuidoostkant van de onderzoekslocatie. Er is geen duidelijke oorzaak bekend voor deze verontreiniging. Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. De hypothese van een asbestonverdachte locatie wordt gehandhaafd. Aanbevelingen:
24
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
De olieverontreiniging bij boring 01 is op een afstand van vijf meter afgeperkt. De verontreiniging is visueel aangetroffen van 1,5 tot 2,8 m-mv. Onbekend is welk deel hiervan sterk verontreinigd is. Het kan daarom niet worden uitgesloten dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m³ sterk verontreinigd). Wanneer er graafwerkzaamheden worden voorzien ter plaatse, wordt aanbevolen om nader onderzoek te doen naar de olieverontreiniging. Als er geen graafwerkzaamheden worden voorzien ter plaatse, kan nader onderzoek ons inziens achterwege blijven. De aangetroffen verontreiniging bij boring 84 is in het geheel nog niet afgeperkt. De omvang en ernst van de verontreiniging zijn derhalve onbekend. Deze verontreiniging vormt daarom aanleiding tot nader onderzoek, mede omdat boring 84 gelegen is ter plaatse van de te nieuw te graven vijver. Voorafgaand aan het uitvoeren van werkzaamheden in het plangebied wordt waar nodig aanvullend onderzoek verricht om de bodemkwaliteit definitief vast te stellen. De asfaltverhardingen in het Lelypark zijn buiten het onderzoek gelaten. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan de ontwikkeling het asfalt alsnog te onderzoek op PAK ter bepaling van de afvoermogelijkheden.
Indien onder het asfalt een puinfundatie aanwezig is, dient deze eveneens te worden onderzocht op de hergebruiksmogelijksheden Achtergrondwaarde PFAS in Noord-Holland: In Nederland wordt de norm om te bepalen of een bodem wel of niet verontreinigd is, gebaseerd op de aangetroffen achtergrondwaarden. De achtergrondwaarden geven aan hoeveel er van een bepaalde stof in het milieu zit. Voor PFAS bestonden eerder nog geen achtergrondwaarden. De provincie Noord-Holland heeft daarom een achtergrondwaardenonderzoek uitgevoerd. Verspreid over de provincie zijn 100 zogenaamd onbelaste locaties onderzocht. Dit zijn plekken die niet door lokale bronnen verontreinigd zijn. Op basis van dit onderzoek heeft de provincie eigen, provinciale achtergrondwaarden vastgesteld voor PFAS. Zie het Rapport Achtergrondwaarden PFAS Noord-Holland. De PFAS-norm in Nederland bedraagt 0,8 microgram per kilo grond. Uit het rapport blijkt dat rondom Wieringerwerf de norm tussen de 0,5 en 0,7 bedraagt. Binnen onderhavig project wordt het gebied met een gesloten grondbalans opnieuw ingericht. Gelet hierop is nader onderzoek naar PFAS niet noodzakelijk.
Figuur 7: fragment PFAS totaal Noord Holland uit rapport Achtergrondwaarden PFAS Noord-Holland
25
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Conclusie De onderzoeksresultaten vormen, met inachtneming van de aanbevelingen, geen belemmeringen voor een toekomstige woonbestemming.
4.3
Ecologie
In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming, zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb), Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de provinciale ruimtelijke verordening. Door Bureau Aandacht Natuur is in 2019 en 2020 een natuurtoets uitgevoerd (Bijlage 6). Het verkennend veldonderzoek heeft op 16 juli 2019 plaatsgevonden. Aanvullend hierop heeft in het najaar van 2019 een vleermuisonderzoek plaatsgevonden en in het voorjaar en de zomer van 2020 gecontinueerd. De conclusies en advies van de uitgevoerde natuurtoets worden hieronder verder besproken. Gebiedsbescherming Gezien de ligging in Wieringerwerf en de minimale afstand van circa 4,7 kilometer, wordt niet verwacht dat er negatieve effecten zijn te verwachten op de Natura 2000 gebied het IJsselmeer. De projectlocatie en de directe omgeving bevatten geen elementen die de specifieke waarden van het Natura 2000 gebieden versterken en hebben dan ook geen functie voor de daarin aanwezige kwalificerende vogelsoorten, habitattypen en habitatsoorten.
Echter is het mogelijk dat met uitbreiding van de woningbouw een extern effect optreedt door de toename van stikstofdepositie door o.a. de bouwwerkzaamheden en verkeersbewegingen op stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000 gebied de Waddenzee. Ten behoeve van de voorgestane herinrichting en woningbouw uitbreiding is door BûgelHajema adviseurs een stikstof-berekening in Aerius uitgevoerd (zie onderstaand en Bijlage 7). Hieruit kwam naar voren dat het planvoornemen zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase geen extern effect heeft op Natura 2000 gebieden door toedoen van een stikstofemissie. Op basis van de voorgenomen plannen zijn er binnen Natura 2000 gebieden geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j en is er geen sprake van negatieve effecten van het planvoornemen op Natura 2000 gebieden. Het plan is daarmee op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening. Een vergunningaanvraag in het kader van de Wet Natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk. Tevens vinden de werkzaamheden niet plaats in terreinen die zijn aangewezen als (onderdeel van) NNN, een ecologische verbindingszone (evz) of een Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Een nadere of uitgebreide toetsing ten aanzien van de gebiedsbescherming in het kader van de Wet Natuurbescherming is dan ook niet aan de orde.
Soortbescherming Flora Met betrekking tot de aanwezige flora zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen binnen het projectgebied te Wieringerwerf. Aan de hand van huidige verspreidingsgegevens (FLORON/NDFF, 2017) en groeiplaatsomstandigheden van beschermde plantensoorten, is tevens het voorkomen van, binnen de Wet Natuurbescherming, beschermde plantensoorten binnen de projectlocatie niet te verwachten. Gezien de aanwezige terreintypen binnen de projectlocatie, is een nader onderzoek naar beschermde plantensoorten of een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet Natuurbescherming niet aan de orde. Vogels Op en aan het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende broedvogels aangetroffen dan wel te verwachten. Voor alle beschermde inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet Natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. In de
26
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
praktijk betekent dit dat storende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen1 uitgevoerd mogen worden. Handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels (categorie 1 t/m 4) verstoren zijn eveneens niet toegestaan. Nestlocaties van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw worden gezien als een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats. Voor de verstoring van deze verblijfplaatsen en belangrijk leef- of foerageergebied is ook buiten het broedseizoen een ontheffing noodzakelijk. In het bosgedeelte ten zuiden van het Lelypark (tussen de Ir Ovingestraat en Borndiep) is een broedgeval van ransuil aanwezig. Met de voorgenomen herstructurering bestaat het voornemen om dit bosgedeelte te verwijderen om plaats te maken voor bebouwing en open water (vasthouden oppervlaktewater). Met de voorgenomen plannen wordt dusdanig ingegrepen in de landschappelijke structuur binnen het Lelypark, dat het aannemelijk is dat ransuil hier als broedvogel verdwijnt. Er dient daarom een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd voor het verstoren en verwijderen van een nestlocatie van ransuil bij herinrichting van Lelypark en omgeving.
Inmiddels zijn de eerste gesprekken met provincie Noord-Holland gevoerd (bevoegd gezag voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming) over het verlenen van de noodzakelijke ontheffing gevoerd. Met betrekking tot gebouwbewonende jaarrond beschermde soorten vormen de (voormalige) seniorenwoning aan het Lelypark geen geschikte vaste rust- en verblijfplaats voor jaarrond beschermde vogelsoorten, vanwege de aanwezigheid van vogelschroten, het ontbreken van (aanvliegbare) hoekpannen en op basis van het flauwe daktalud. Met uitzondering van één vastgesteld nestlocatie van huismus (op basis van zangpost mannetje huismus) in de oudbouw van basisschool “Het Baken” zijn er geen vaste rusten verblijfplaatsen voor huismus of gierzwaluw vastgesteld in de te slopen bebouwing. De oudbouw van de basisschool blijft echter gehandhaafd binnen de herinrichting, waardoor er geen sprake is van een aantasting van nestlocaties van huismus met de voorgenomen herinrichting. Indien de oudbouw van de basisschool Het Baken dusdanig wordt gerenoveerd dat het dak moet worden vervangen of geïsoleerd, is een ontheffingsaanvraag voor het verwijderen van een nest van huismus wel aan de orde. Verder bevindt de kolonie van huismus zich buiten het plangebied, aan de zuidzijde van de Prinses Marijkestraat.
Mogelijk zal een deel van het functioneel leefgebied van de aanwezige populatie huismus (tijdelijk) worden aangetast. Het inrichtingsplan voorziet ook aan de noordzijde van de Princes Marijkestraat in een vrij ruim opgezette (woon)wijk met voldoende groenelementen, zoals plantsoenen en een bomenrij langs de straat. De achteruitgang van het functioneel leefgebied van huismus heeft slechts betrekking op een klein deel van het leefgebied, de woonwijk ten zuiden van de Princes Marijkestraat maakt geen onderdeel uit van het plangebied, waarmee er voldoende alternatief leefgebied aanwezig is in de vorm van tuinen en hagen. Gezien de voorgestane herinrichting en de situering van de (kern van de) kolonie huismus, is het dan ook niet noodzakelijk een ontheffingsaanvraag te doen voor het verwijderen van functioneel leefgebied van huismus. Andere gebouwbewonende jaarrond beschermde vogelsoorten zoals kerkuil of steenuil worden gezien de aanwezige bebouwing niet verwacht en kunnen worden uitgesloten van de projectlocatie. Vleermuizen Aan de hand van het vleermuisonderzoek is gebleken dat de het deelgebied van enig belang is voor vleermuizen. Potentieel geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen zijn niet aangetroffen en ook de te slopen bebouwing bevat geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen.
Met betrekking tot de voorgenomen sloop- en kapwerkzaamheden is dan ook geen ontheffingsaanvraag noodzakelijk voor het verwijderen van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel zijn de aanwezige groenstructuren van enig belang als functioneel leefgebied van soorten als gewone dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Van laatvlieger zijn net buiten het plangebied kraamkolonies vastgesteld en van gewone grootoorvleermuis een (zomer)verblijfplaats in de kerktoren aan de Meeuwstraat 44 ten westen van het plangebied. Van gewone dwergvleermuis zijn er rondom het
27
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
plangebied enige paarverblijfplaatsen aanwezig en foerageren er gedurende het jaar enkele tientallen dieren verspreid binnen het plangebied. Echter zijn er met uitzondering van laatvlieger geen duidelijke vliegroutes vastgesteld binnen het plangebied. Van laatvlieger is in de kraamperiode een vliegroute over het open parkgedeelte van Lelypark waargenomen, waarna de dieren zich verspreidden over het plangebied om bij open, beschutte delen enige tijd te foerageren. Het noordelijk deel van het betreffende open parkgedeelte, blijft in de plannen gehandhaafd. Het verdere plangebied zal opnieuw worden ingericht met een ruim opgezette, vrij groene woonwijk eveneens voorzien van groenelementen, grasvelden en een ruime waterpartij. Met de voorgenomen herinrichting wordt niet verwacht dat de aangetroffen kolonie laatvlieger zal verdwijnen. De waargenomen vliegroute maakt geen gebruik van in het landschap aanwezige lijnvormige structuren, waardoor een vaste vliegroute (in de vorm van een bomenrij o.i.d.) niet zal verdwijnen. Ook met betrekking tot gewone dwergvleermuis zijn er geen duidelijke groenstructuren aan te wijzen die van belang zijn als vliegroute of belangrijk foerageergebied. Foeragerende dieren zijn verspreid over het plangebied aangetroffen en bevinden zich zowel in de omgeving van bestaande bebouwing als groenstructuren.
Vanwege de ruime opzet van de herinrichtingsplannen en de beoogde realisatie van nieuwe laanstructuren, afgewisseld met open water en grasvelden, wordt niet verwacht dat de uiteindelijke herinrichting een negatief effect zal hebben op de lokale populatie van laatvlieger en gewone dwergvleermuis. Het is echter mogelijk dat er in de tussentijd, afhankelijk van de fasering van de sloop-, kap- en nieuwbouwplannen tijdelijk een achteruitgang van het functioneel leefgebied ontstaat. Zeker met betrekking tot gewone grootoorvleermuis kan een grootschalige herinrichting van het plangebied leiden tot een dusdanige achteruitgang van kwaliteit aan leefgebied dat de verblijfplaats niet meer functioneert. Gewone grootoorvleermuizen jagen doorgaans in de directe omgeving van hun verblijfplaats tot op een afstand van maximaal 3 kilometer (zoogdiervereniging.nl) en jagen meestal op beschutte plekken in bos en kleinschalig parkachtig landschap, boven bospaden en langs bosranden. Dergelijke structuren zijn beperkt aanwezig in en rond Wieringerwerf. Tevens maken gewone grootoorvleermuizen ter oriëntatie veelal gebruik maken van landschappelijke structuren zoals hagen en houtwallen. Vanuit de verblijfplaats in de kerktoren aan de Meeuwstraat 44 is geen alternatieve groenstructuur in de directe omgeving aanwezig welke leidt naar (andere) geschikte foerageergebieden in Wieringerwerf.
Ten noorden en westen van de verblijfplaats bevindt zich het winkelgebied van Wieringerwerf welke is voorzien van vrij veel verlichting. Ten zuiden van de kerk liggen woonwijken en ontbreken (mede vanwege de herinrichting van de Patrijsstraat) groenstructuren, zie figuur 8. Aangezien gewone grootoorvleermuis moeilijk waarneembaar is met de batdetector, is het beeld van de verspreiding van gewone grootoorvleermuis binnen het plangebied niet toereikend. Het is echter aannemelijk dat - gezien het ontbreken van andere geschikt leefgebied in de omgeving van de kerk aan de Meeuwstraat 44 - de gewone grootoorvleermuizen voornamelijk gebruik maken van de singels en bosschages rond de voormalige sportvelen en het beboste deel van het plangebied en hiervandaan naar het noorden vliegen om te jagen in en rond het bosgebied aan de Oom Keesweg. Daarbij zijn gewone grootoorvleermuizen, in tegenstelling tot de meer algemene soorten laatvlieger en gewone dwergvleermuizen meer gevoelig voor verstoring door verlichting. Met de voorgenomen herinrichting worden de huidige groenstructuren, met uitzondering van de singel langs het fietspad aan de achterzijde van de Westwal, volledig verwijderd en opnieuw ingericht.
Hiermee zal ten aanzien van gewone grootoorvleermuis een achteruitgang plaatsvinden ten aanzien van het functioneel leefgebied en dient ontheffing te worden aangevraagd voor de (tijdelijke) verstoring hiervan. De eerste besprekingen met de provincie Noord-Holland zijn hierover reeds gevoerd.
28
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
Figuur 8. Doorlopende groenstructuren (gele pijlen) vanuit de verblijfplaats van gewone grootoorvleermuis (rode ster) zijn uitsluitend aanwezig binnen het plangebied
In verband met de totale herinrichting en de huidige functie van het plangebied voor vleermuizen, dient de aanbeveling om gebruik te maken van de in figuur 9 met het groene vinkje aangegeven type armaturen. Indien dit in combinatie met vleermuisvriendelijke, amberkleurige led, verlichting (www.zoogdiervereniging.nl) en eventueel een dimtijdschakelaar of bewegingsmelder wordt uitgevoerd, kan een negatief effect van verlichting op vleermuissoorten als laatvlieger en gewone dwergvleermuis ook tijdens de omvormingsfase worden uitgesloten. Hiermee is een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet Natuurbescherming voor het verstoren van functioneel leefgebied voor de aangetroffen soorten laatvlieger, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis niet noodzakelijk. Verder voorziet de herstructurering in de uitbreiding van het oppervlakte water, wat een positieve bijdrage zal leveren aan het voorkomen van vleermuizen door een toename aan voedselaanbod. Ook hierbij dient het aspect van straatverlichting te worden meegenomen. Om verstoring van het foerageergebied van vleermuizen te voorkomen, dient te worden voorkomen dat de waterelementen en oeverzones worden beschenen. De ecoloog heeft aanbevolen om in de omgeving van waterelementen eveneens de in figuur 9 met het groene vinkje aangegeven type armaturen te gebruiken. De gemeente zal deze aanbeveling uitvoeren.
Figuur 9. Gunstige en ongunstige toepassingen van verlichting voor vleermuizen en andere nachtdieren
Overige (grondgebonden) zoogdieren Op de projectlocatie zijn naast het voorkomen van vleermuizen de beschermde (grondgebonden) zoogdieren wezel, hermelijn en/of bunzing te verwachten. Verder worden hoofdzakelijk algemeen voorkomende beschermde soorten verwacht. Voor deze laatste groep geldt een vrijstelling met betrekking
29
bestemmingsplan Wieringerwerf - Lelypark
tot een ruimtelijke ingreep of bestendig beheer. Met betrekking tot de (kleine marterachtigen) zijn met het nader onderzoek geen exemplaren of sporen/beelden daarvan aangetroffen. De bosvakken aan de zuidzijde van Lelypark en de singels rondom de voormalige sportvelden maken geen onderdeel uitmaken van het essentieel leefgebied van (kleine) marterachtigen. Met de voorgenomen herinrichting van de ruimtelijke structuren en aanwezige groenelementen in Lelypark en omgeving te Wieringerwerf, worden verblijfplaatsen van genoemde soorten niet verstoord of verwijderd. Aan de hand van het nader onderzoek is een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet Natuurbescherming of extra mitigerende maatregelen niet noodzakelijk. Aan de hand van de (huidige) literatuurgegevens en habitatvoorkeuren, kan het voorkomen van andere beschermde (grondgebonden) zoogdiersoorten binnen de projectlocatie worden uitgesloten en is een nader onderzoek of ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet Natuurbescherming niet aan de orde. Amfibieën Met betrekking tot de herstructurering kunnen een aantal algemeen voorkomende amfibieën worden verwacht. Voor deze soorten geldt een vrijstelling bij een ruimtelijke ingreep of bestendig beheer. Wel is te allen tijde de zorgplicht zoals bedoelt in Wet Natuurbescherming van toepassing.
Verder is aan de hand recente verspreidingsgegevens bekend dat de beschermde rugstreeppad voorkomt in de omgeving van het projectgebied. Echter ontbreekt in de huidige situatie geschikt leefgebied voor de soort. In het kader van de voorgenomen plannen is een nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag met betrekking tot rugstreeppad dan ook niet noodzakelijk. Overige beschermde soorten Andere beschermde soorten dan hierboven genoemd worden niet verwacht binnen de projectlocatie. Nader onderzoek naar het voorkomen van andere beschermde soorten is dan ook niet noodzakelijk. Echter kunnen veranderingen in de situatie binnen het plangebied of in de planvorming altijd leiden tot andere inzichten en daarmee tot wijziging van deze conclusies. Mogelijk kunnen gedurende het planproces of de werkzaamheden zich nieuwe soorten gaan vestigen. Bij constatering van een beschermde soort tijdens de voorgenomen activiteiten blijft het alsnog noodzaak om maatregelen te nemen of ontheffing aan te vragen voor deze soort(en). Houtopstanden Met de herinrichting zal een deel van het bosgebied en aanwezige singels verdwijnen. De houtopstanden liggen echter binnen de bebouwde kom en vallen hiermee niet onder het beschermingsregime van de Wet Natuurbescherming. Een kapmelding bij het bevoegd gezag (provincie / RUD) is dan ook niet noodzakelijk.
Stikstof Een AERIUS-berekening van de stikstofuitstoot van het planvoornemen moet uitwijzen of er negatieve effecten in het kader van de Wnb beschermde gebieden zullen optreden. Op basis daarvan kan worden bepaald of vervolgstappen nodig zijn, zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb. Op 23 oktober 2020 is de berekening stikstofdepositie voor onderhavig project uitgevoerd (Bijlage 7). De berekeningen met AERIUS genereren een rekenresultaat waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar zowel tijdens de bouw- als tijdens de gebruiksfase. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. Die is overigens op grond van de per 1 juli 2021 van kracht geworden Wet stikstofreductie en natuurherstel sowieso niet nodig voor de eventuele stikstofdepositie tijdens de bouwfase.