1. Voorgestelde aanpassing paragraaf 4.7 toelichting
Tekst van het document
Aanpassing toelichting bestemmingsplan artikel 4.7 AGRARISCH GEBIED Bij de teelt van gewassen (akkerbouw, fruitteelt) moet rekening worden gehouden met 'spuitzones'. Dit is een zone (gebaseerd op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State), die moet worden aangehouden ten opzichte van de gronden waarop gewassen worden gehouden en waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. De zone is bedoeld om, voor omliggende functies, een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen en voor de omliggende agrarische bedrijven dat zij hun bedrijfsvoering ongehinderd kunnen uitvoeren. De richtafstanden die zijn opgenomen in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) hebben geen betrekking op open teelten en zijn daarmee niet bruikbaar (ABRvS 23 september 2009, zaaknummer 200900570/1/R2). Bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bestaan wettelijk geen bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen worden geteeld en nabijgelegen woningen. In het kader van een bestemmingsplan dient een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen plaats te vinden. Hierbij dient de aan te houden afstand tussen de activiteit en nabijgelegen gevoelige objecten zodanig gekozen te worden, dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object kan worden gegarandeerd.
Vanwege het ontbreken van wetgeving is een in de praktijk (als gevolg van jurisprudentie) gegroeide vuistregel ontstaan die aangeeft dat een afstand van 50 m tussen agrarische gronden met open teelten (veelal fruitteelt) en een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies in acht moet worden genomen. Een kortere afstand tussen een gevoelig object en de omliggende agrarische bedrijvigheid is mogelijk, mits daarvoor een deugdelijke motivering aanwezig is. Deze motivering moet gebaseerd zijn op een op de locatie toegesneden onderzoek. De afgelopen jaren zijn bij locatiespecifieke onderzoeken om een korte afstand dan 50 meter te motiveren diverse rekenmethodieken gehanteerd. Door recente jurisprudentie van 19 oktober 2022 (ABRvS 202100769/1/R4) is gebleken dat ook de laatst gehanteerde rekenmethodiek (EFSA rekenmethode) niet houdbaar is bij locatiespecifike onderzoek. Op dit moment is er geen rekenmethode aanwezig die juridisch stand houdt. De gemeente Hollands Kroon heeft, om te voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied stil komen te staan, een Notitie gewasbescherming en spuitzonering vastgesteld (7 maart 2023). De notitie geeft uitgangspunten om ontwikkelingen in de nabijheid van agrarische percelen aan te toetsen, waarbij rekening wordt gehouden met een goed woon- en leefklimaat.
De beleidsnotitie betreft een tijdelijk document, tot een nieuwe landelijke rekenmethodiek is vastgesteld. In de beleidsnotitie wordt ruimte geboden voor maatwerk in situaties dat op percelen gelegen naast agrarische percelen sprake is van intensivering van gebruik. In bijlage 2 bij de beleidsnotitie is een tabel opgenomen aan de hand waarvan dat maatwerk kan worden beargumenteerd. Locatie Met dit planvoornemen vindt een intensivering van het gebruik op het perceel plaats. Het gaat hier om een wijziging van agrarisch naar wonen. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van 11 nieuwe woningen en het positief bestemmen van de bestaande bedrijfswoning. Het voormalige agrarische bedrijf wordt wegbestemd. De gronden aangrenzend aan het plangebied zijn Het omliggende gebied is conform provinciaal beleid aangewezen als BPL Schagen. Eén van de kernkwaliteiten van dit gebied is de geschiktheid als habitat voor weidevogels. Het toevoegen van opgaande elementen die leiden tot een verkleining van het habitat (verkleinen grootschalig open gebied) of een verlaging van het waterpeil is een aantasting van de kernkwaliteit van het BPL. Bestaande elementen tasten deze kernkwaliteiten niet aan. In de bestaande situatie zijn de omliggende gronden in gebruik als grasland.
Vanwege de beschermde status als BPL is het wijzigen van dit agrarisch gebruik naar opgaande teelt of akkerbouw niet waarschijnlijk (strijdigheid provinciaal beleid). De huidige wet- en regelgeving heeft daarin het geldende bestemmingsplan ingehaald.
Het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied voormalige gemeente Niedorp' is van toepassing op de omliggende percelen die gekleurd zijn omcirkeld. Navolgende figuur geeft een weergave van de planologische situatie waarna per perceel wordt aangegeven welke situatie hierop van toepassing is.
Figuur X. Bestemmingsplan
Aan de west- en zuidzijde van het plangebied (kadastraal perceel BSG00-G-773) zijn agrarische gronden gelegen. Op deze gronden is het 'bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp' van toepassing. Conform de regeling in het geldende bestemmingsplanbeheersverordening is de teelt van gewassen op deze gronden mogelijk. De agrarische gronden (rood omkaderd) zijn in eigendom van initiatiefnemer. Deze gronden behoorden tot het voormalig agrarisch bedrijf en waren destijds als zodanig in gebruik. Het hedendaagse en toekomstige gebruik van deze gronden is slechts grasland. Er is geen intentie om deze gronden te verkopen of verpachten voor het agrarisch gebruik. De eigenaren hebben per brief verklaard dat sprake is van ander agrarisch gebruik en dat toepassing van gewasbescherming hier niet aan de orde is. Op dit besluit is een kettingbeding van toepassing. Er is tevens toestemming verkregen om het gebied als bufferzone te gebruiken. De gronden ten oosten van het plangebied (kadastraal perceel BSG00-G-622, oranje omkaderd) zijn eveneens bestemd als agrarisch. Ook op deze gronden is de teelt van gewassen planologisch mogelijk. Deze gronden zijn in gebruik als paardenweide waarbij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet aan de orde is. Dit is eveneens niet in de lijn der verwachtingen dat dit in toekomst gaat gebeuren.
De gronden ten oosten van het plangebied (kadastraal perceel BSG00-G737, groen omkaderd) zijn bestemd als agrarisch waar teelt van gewassen planologisch mogelijk is. De gronden zijn echter te nat voor agrarisch gebruik. Het ligt niet voor de hand dat de gronden zodanig worden verbeterd dat de gronden wel geschikt
worden gemaakt voor bollen en/of fruitteelt. Gewasbescherming is hier in de huidige en toekomstige situatie niet aan te verwachten. Daarnaast is de windrichting in het plangebied doorgaans in zuidwestelijke richting en staat daarmee van de locatie af. Als er al sprake is van gewasbescherming dan is hier geen drift te verwachten. De gronden ten zuiden van het plangebied (kadastraal perceel BSG00-G734, paars omkaderd) zijn in eigendom van een agrariër in de nabije omgeving. Op deze gronden kan gewasbescherming worden toegepast. De afstand tussen de woonpercelen (bestemming) en die agrarische gronden bedraagt circa 20 meter. Op deze gronden wordt één keer in de zes jaar gewasbescherming toegepast. Overeenkomstig het Activiteitenbesluit wordt bij dit gebruik drift reducerende spuitkoppen ingezet. Vanaf 2030 gelden strengere eisen voor het gebruik van gewasbescherming. Daarnaast is de windrichting in het plangebied doorgaans in zuidwestelijke richting en staat daarmee van de locatie af. Van eventuele drift in het plangebied is nagenoeg geen sprake. Drift ontstaat met name bij hoge fruitteelt dat in een dergelijke gebied (aangewezen als BPL en natte gronden) niet te verwachten is. In de overige jaren zijn de gronden in gebruik als grasland. Maatregelen Voor het betreffende plan is een landschappelijke inpassing opgesteld waarvan de uitwerking en instandhouding juridisch is geborgd.
De woonpercelen dienen daarmee voorzien te worden van opgaande bomen. Deze opgaande bomen kunnen gezien worden als afschermende beplanting. Voor de zuidelijke woonpercelen grenzend aan het gebied waar ééns in de zes jaar gewasbescherming wordt toegepast, wordt een bufferzone opgenomen. De bufferzone kent een diepte van 15-20 meter dat op het woonperceel begrensd wordt door een afschermende haag en diverse bomen van 1,5 meter diepte. De aanleg en instandhouding van de bufferzone en afschermende beplanting wordt in koopcontracten vastgelegd. Tenslotte is het gehele plangebied voorzien van een omkadering door een watergang. De watergang kent een breedte van circa 5 meter en heeft daarmee eveneens een afschermende werking.
Hoewel niet volledig voldaan kan worden aan de hiervoor genoemde afstand van 50 meter worden de woonpercelen voorzien van afschermende beplanting en een afschermende watergang. Daarnaast wordt er wel een kleine bufferzone gerealiseerd. Hiermee wordt de kans op overlast vanwege drift op de woonpercelen verkleind naar nihil. Daarnaast is vanwege de huidige wet- en regelgeving het toepassen van akkerbouw- of fruitteelt op de omliggende agrarische gronden niet te verwachten. Voor voorgenomen ontwikkeling kan dan ook gesteld worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als het gaat om bedrijfshinder vanwege omliggende agrarische gronden. Daarnaast worden nabijgelegen agrarische bedrijven niet in de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt vanwege de voorgenomen ontwikkeling.