1. Verordening fysieke leefomgeving, versie 13-12-21.pdf
Tekst van het document
Artikel 8.4 Sluitingstijden 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op: a. maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 06.00 uur; b. op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur; c.
op 1 januari tussen 04.00 uur en 06.00 uur.
2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 3. Voor een openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 4. Het eerste en het tweede lid gelden niet in die situaties waarvoor in of volgens de Wet milieubeheer bepalingen zijn opgenomen. 5. Na 01.00 uur mogen geen bezoekers meer worden toegelaten in een openbare inrichting.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
26
6. De burgemeester kan voor het beschermen van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of voor bijzondere omstandigheden, voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 7. Lid 6 geldt niet voor die situaties waarover in artikel 13b van de Opiumwet bepalingen zijn opgenomen.
Artikel 8.5 Het bevoegd gezag als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is, zoals omschreven in artikel 174 van de Gemeentewet en welke bereikbaar is voor publiek dan treedt het college van burgemeester en wethouders, volgens de toepassing van artikel 8.3 en 8.4, op als bevoegd bestuursorgaan.
Paragraaf 3 Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet Artikel 8.6 Para-commerciële rechtspersonen 1. Para-commerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank van maandag tot en met zondag na 12.00 uur tot twee uur na de laatste activiteit, maar uiterlijk tot 00.00 uur. Artikel 1 van de Alcoholwet is van overeenkomstige toepassing. 2. De burgemeester kan 12 keer per jaar ontheffing verlenen. 3. Het is para-commerciële rechtspersonen verboden sterke drank te verstrekken. 4. Het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten voor personen die niet bij de activiteiten van de bedoelde rechtspersoon betrokken zijn, zijn verboden.
Paragraaf 4 Toezicht op speelgelegenheden Artikel 8.7 Speelgelegenheden 1. Voor het exploiteren van een speelgelegenheid is een vergunning van de burgemeester nodig. 2. Er is geen vergunning nodig voor: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen, vergunning is verleend; b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel vergunning mag verlenen; c.
speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden; •
om het kleine kansspel zoals wordt bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen, te beoefenen,;
•
om te spelen op speelautomaten zoals wordt bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen;
•
om de handeling zoals wordt bedoeld in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen uit te voeren.
Artikel 8.8 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
27
Paragraaf 5 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 8.9 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een, volgens artikel 174a van de Gemeentewet a. gesloten woning; b. een niet voor publiek bereikbaar lokaal; c.
een bij die woning of dat lokaal behorend erf,
te betreden. 2. Het is verboden een, volgens artikel 13b van de Opiumwet, a. gesloten woning; b. een niet voor het publiek toegankelijk lokaal; c.
een bij die woning of dat lokaal behorend erf;
d. een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf, te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen van wie de aanwezigheid in de woning of het lokaal om dringende reden nodig is.
Artikel 8.10 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor inbreken.
Artikel 8.11 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen en voor het publiek toegankelijke ruimtes 1. Het is verboden om op een openbare plaats of in een voor het publiek bereikbare ruimte zonder reden aanwezig te zijn, op een manier die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarvoor in de artikelen 424, 426b is of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 andere bepalingen zijn opgenomen.
Artikel 8.12 Verplichte route 1. Het is de, door de burgemeester aangewezen groepen van personen, verboden op de door hem aangewezen tijdstippen van een door hem aangewezen route af te wijken. 2. De burgemeester kan bepalen om af te wijken van het in het eerste lid gestelde verbod.
Artikel 8.13 Verboden drankgebruik 1. Op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het bevoegd gezag aangewezen gebied, mag geen alcoholhoudende drank worden gebruikt. Aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank mag een persoon ook niet bij zich hebben.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
28
2. Het bepaalde in liet eerste lid geldt niet voor: a. een terras dat hoort bij een horecabedrijf zoals wordt bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. de plaats, die niet een horecabedrijf is, zoals wordt bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt volgens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 8.14 Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek bereikbare openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die door een rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet als hiervoor over dit onderwerp al bepalingen zijn opgenomen het Wetboek van Strafrecht.
Paragraaf 6 Honden Artikel 8.15 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het bevoegd gezag aangewezen plaats; c.
op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
2. Het bevoegd gezag kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt. 3. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.
Artikel 8.16 Verontreiniging door honden 1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: a. op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers; b. op een voor het publiek bereikbare en ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; c.
op een andere door het bevoegd gezag aangewezen plaats.
2. Het bevoegd gezag kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt. 3. Als de eigenaar of houder van de hond er voor zorgt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden opgeruimd dan vervalt de strafbaarheid van de overtreding op het gebod die in het eerste lid is bepaald. 4. In ieder geval moet ieder persoon, die met een hond in de onder lid 1 a t/m c genoemde gebieden is, verplicht een goed opruimmiddel bij zich hebben zodat eventuele hondenuitwerpselen onmiddellijk kunnen worden verwijderd.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
29
Artikel 8.17 Gevaarlijke honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander: a. niet anders dan kort aangelijnd nadat het bevoegd gezag aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk vindt en daarom een aanlijngebod om het gedrag van die hond nodig is; b. niet anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het bevoegd gezag aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk vindt en daarom een aanlijn- en muilkorfgebod om het gedrag van die hond nodig is. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 8.15, eerste lid onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.
Paragraaf 7 Vuurwerk en carbid Artikel 8.18 Verkoop consumentenvuurwerk Voor de verkoop van consumentenvuurwerk is een vergunning nodig. De vergunning is gebonden aan de locatie.
Artikel 8.19 Carbid, acetyleengas afkomstig van carbid en gasmengsels of stoffen met vergelijkbare eigenschappen 1. Het is verboden: a. acetyleengas (C2H2) afkomstig van een reactie tussen carbid (calciumcarbid-chemische formule CAC2); b. water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen; c.
al dan niet vernevelde, vloeistoffen of stoffen met vergelijkbare eigenschappen, in een wel of niet afgesloten vat, bus, fles of dergelijk voorwerp op explosieve wijze te verbranden op zo een manier dat daardoor gevaar, schade of hinder voor de omgeving kan worden veroorzaakt.
2. Het is verboden carbid op of aan de openbare weg of op een voor publiek bereikbare plaats bij zich te hebben of achter te laten zodat anderen per ongeluk met de stof in contact kunnen komen. 3. Het is verboden carbid af te leveren en voor aflevering bij zich te hebben als wordt vermoed of als bekend is dat daarvan gebruik wordt gemaakt zoals wordt omschreven in lid 1. 4. Het bepaalde in lid 2 en 3 geldt niet voor de persoon die kan aantonen dat het carbid niet bedoeld is voor het genoemde in lid 1. 5. Het verbod zoals opgenomen in lid 1 onder b en c geldt niet voor het normale gebruik van wettelijk toegestane verbrandingsmotoren. 6. Het verbod zoals opgenomen in lid 1 onder a, geldt niet voor het gebruik van carbid voor het bereiken van een knaleffect of het verschieten van voorwerpen, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
30
a. Het gebruik mag alleen plaatsvinden met een of meer melkbussen, of voorwerpen die daarop lijken, met elk een maximale inhoud van 50 liter. b. Het gebruik mag alleen plaatsvinden op 31 december van 10.00 uur tot uiterlijk 1 januari 02.00 uur. c.
Er een melding wordt gedaan welke voldoet aan de regels die zijn opgenomen in artikel 3.1.7.
d. Bij het verschieten van voorwerpen moet de schootsrichting zijn aangegeven en de plaats vanwaar geschoten wordt. Deze plaats moet gelegen zijn: •
op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing, en
•
op een afstand van tenminste 300 meter van voorzieningen die worden gebruikt worden voor het houden van dieren.
7. Dit artikel is niet van toepassing als de Wet Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht geldt.
Paragraaf 8 Drugsoverlast Artikel 8.20 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet, is het verboden op of aan de weg te gaan staan of heen en weer te bewegen met als doel om middelen die worden bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, wel of niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Het is ook verboden om op of aan wegen te zijn, in of op een voertuig, daarmee heen en weer of rond te rijden, met hetzelfde doel zoals in de eerste zin staat beschreven.
Artikel 8.21 Drugsgebruik in het openbaar Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 8.22 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan volgens artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in •
artikel 8.1 samenscholingsverbod;
•
artikel 7.3 aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg;
•
artikel 8.13 verboden drankgebruik;
•
artikel 8.14 verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties;
•
artikel 8.21 drugsgebruik in het openbaar;
•
artikel 8.30 verbod om vuur te stoken,
groepsgewijs niet naleven.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
31
Artikel 8.23 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan volgens artikel 151b van de Gemeentewet een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. De burgemeester doet dat als de openbare orde wordt verstoord door de aanwezigheid van wapens of als er ernstige vrees is dat dit kan ontstaan.
Artikel 8.24 Cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester mag volgens artikel 151c van de Gemeentewet vaste camera’s plaatsen voor een bepaalde periode voor het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 8.25 Woonoverlast zoals wordt bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Gedrag vanuit een woning of een bij die woning horend erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of erf, mag geen ernstige of herhaaldelijke hinder veroorzaken voor mensen die om deze woning of erf heen wonen. De persoon die de woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of dit, tegen betaling, in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, moet daarvoor zorgen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.
Paragraaf 9 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Artikel 8.26 Geluidhinder 1. Het is verboden toestellen of geluidsapparaten te laten werken of een activiteit te doen op een manier zodat het voor iemand die in de buurt woont of voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Dit geldt niet voor apparaten die zorgen voor knallen om vogels of wilde dieren te verjagen. 2. Een knalapparaat mag alleen in werking zijn als: a. er een melding voor is gedaan; b. het alleen wordt gebruikt voor de noodzakelijke verjaging van wild en/of gevogelte om schade aan gewassen te voorkomen dan wel te verminderen; c.
het alleen in werking is tussen 07.00 uur en 21.00 uur;
d. het op een geluidsgevoelig object van een derde een waarde van maximaal 75 dB(A) veroorzaakt; e. de afstand tussen een knalapparaat en een geluidsgevoelig object van een derde minimaal 250 meter bedraagt Een bedrijfswoning in het buitengebied wordt niet gezien als een geluidsgevoelig object van een derde; f.
de afstand tussen een knalapparaat en de openbare weg minimaal 50 meter bedraagt;
g. de loop van een knalapparaat niet op een geluidsgevoelig object staat gericht; h. de knalfrequentie maximaal 6 knallen per uur bedraagt;
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
32
i.
binnen 50 meter van een knalapparaat geen ander knalapparaat in werking is;
j.
dit apparaat iedere keer na 3 dagen, tenminste 25 meter wordt verplaatst;
k.
dit apparaat op hetzelfde perceel, tijdens een aangesloten periode van maximaal 4 weken in werking is.
3. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1 voor evenementen, wegwerkzaamheden, werkzaamheden aan het spoor of bouwwerkzaamheden of andere bijzondere aangelegenheden. Dan gelden de volgende voorwaarden: a. voor evenementen moet de ontheffing gelijk met de aanvraag van een evenementenvergunning worden aangevraagd; b. er moet een geluidsonderzoek worden aangeleverd. 4. Het verbod geldt niet als daarvoor regels zijn bepaald in de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale Omgevingsverordening Noord-Holland.
Artikel 8.27 Bescherming van Flora en Fauna 1. De eigenaar of gebruiker van gronden is verplicht de volgende plantensoorten te verwijderen: a. Reuzenbereklauw (Heracleaum mantegazzianum) voordat de plant tot bloei komt; b. Japanse Duizendknoop (Fallopia Japonica) voordat de plant tot bloei komt; c.
De Akkerdistel (Cirsium-soorten) en Akkermelkdistel (Sonchus-soorten) voordat deze tot knopvorming komen.
Paragraaf 10 Andere onderwerpen die te maken hebben met de huishouding van de gemeente Artikel 8.28 Inzameling van geld of goederen 1. Om een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daarvoor een intekenlijst aan te bieden is een vergunning nodig. 2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt ook verstaan: a. het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken; b. het aanbieden van diensten; c.
het aanvaarden van geld of goederen als daarbij wordt gezegd of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of voor een deel voor een liefdadig of ideëel doel bestemd is.
3. Er is geen vergunning nodig voor een inzameling die alleen in een kleine kring gehouden wordt. 4. Het collecteren is toegestaan op maandag t/m zaterdag tussen 08:00 en 20:00 uur.
Artikel 8.29 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
33
2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
Paragraaf 11 Verbod vuur te stoken Artikel 8.30 Verbod om afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of op een andere manier vuur te stoken 1. Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden of op een andere manier vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod geldt niet als het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, als geen afvalstoffen of geïmpregneerd hout worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, als dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3. Het bevoegd gezag kan in bepaalde gevallen ontheffing te verlenen. 4. Het verbod geldt niet als hiervoor iets is geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale Omgevingsverordening.
Paragraaf 12 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke Artikel 8.31 Seksinrichtingen 1. Voor het leiden of wijzigen van een seksinrichting of escortbedrijf is een vergunning van de burgemeester nodig. 2. Voor het aanvragen van een vergunning gelden de regels die zijn opgenomen in artikel 3.1 lid 9. 3. De burgemeester kan voor niet meer dan twee seksinrichtingen vergunning verlenen.
Artikel 8.32 Gedragseisen eigenaar en beheerder 1. De eigenaar en de beheerder: a. staan niet onder curatele, zijn niet onder toezicht geplaatst en zijn niet uit de ouderlijke macht of de voogdij gezet; b. is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c.
is minimaal 21 jaar.
2. Naast de gestelde eisen in lid 1, zijn de eigenaar en de beheerder niet: a. met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis volgens artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
34
c.
binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf zoals wordt bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: •
bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
•
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
•
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
•
de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen;
•
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
•
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, behalve als de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de beslissing op de aanvraag van de vergunning; b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 5. De eigenaar/ondernemer of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen eigenaar/ondernemer of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor tenminste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 8.31, eerste lid, is ingetrokken, behalve als aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.
Artikel 8.33 Sluitingstijden 1. Van maandag tot en met zondag tussen 04.00 en 06.00 uur is de seksinrichting gesloten en is het verboden om bezoekers binnen te laten of te laten verblijven. 2. Als er belangen zijn die niet bij elkaar passen of als het niet klopt met de bepalingen in dit hoofdstuk dan kan de burgemeester met een regel voor een aparte seksinrichting, tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of, tijdelijk of voor altijd, een gedeelte of de gehele inrichting sluiten. 3. Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet als hierover in de daarin geregelde onderwerpen al regels zijn bepaald in of door de Wet milieubeheer.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
35
4. Net zoals is bepaald in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het tweede lid bedoelde besluit bekend zoals staat in artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 8.34 Aanwezigheid van en toezicht door eigenaar en beheerder 1. Tijdens de openingstijden van de seksinrichting moet de eigenaar of beheerder, die op de vergunning zijn genoemd, aanwezig zijn. 2. De eigenaar en de beheerder zorgen er de hele tijd voor dat in de seksinrichting: a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen die dat niet mogen volgens de bepaalde regels in de Wet arbeid vreemdelingen en/of de Vreemdelingenwet. c.
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen die jonger zijn dan 18 jaar;
d. bedrijfsafspraken worden gemaakt waarbij de toepassing van veilige sekstechnieken van de prostituées verbeterd wordt; e. bedrijfsafspraken worden gemaakt waardoor de prostituées ervan verzekerd zijn dat zij voor zichzelf mogen beslissen; f.
bedrijfsafspraken worden gemaakt waarbij wordt meegewerkt aan projecten die gezondheidsproblemen voorkomen.
Artikel 8.35 Straatprostitutie - nieuw voorstel Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere manier, voorbijgangers tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken.
Artikel 8.36 Sekswinkels Het runnen van een sekswinkel is voor bescherming van de openbare orde of de woon- en leefomgeving, niet toegestaan.
Artikel 8.37 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende (de persoon die recht heeft op) een vast gevestigde zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische karakter openlijk te tonen, aan te bieden of aan te brengen: a. als het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de manier van tonen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
36
b. op een andere manier dan volgens de door het bevoegd bestuursorgaan voor de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tonen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die bedoeld zijn voor het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Artikel 8.38 Aanvullende weigeringsgronden Naast de algemene weigeringsgronden zoals die staan in artikel 3.6 kan de vergunning ook worden geweigerd als: 1. de eigenaar of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 8.32 gestelde eisen; 2. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn die dat niet mogen volgens artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of door bepalingen in of door de Wet arbeid vreemdelingen en/of de Vreemdelingenwet. 3. de veiligheid van personen of goederen in gevaar is; 4. de arbeidsomstandigheden van de prostituee in gevaar zijn.
Artikel 8.39 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 2:1 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 8.40 Wijziging beheer 1. Als een beheerder het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf echt heeft beëindigd, geeft de eigenaar daarvan binnen een week na de echte beëindiging van het beheer, schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. 2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder als het bevoegd bestuursorgaan, op aanvraag van de eigenaar, heeft besloten de verleende vergunning, volgens de wijziging in het beheer, te wijzigen. Wat er bepaald is in artikel 8.38, eerste lid, aanhef en onder a, is op dezelfde manier van toepassing. 3. In afwachting van het bedoelde besluit in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de eigenaar de aanvraag, zoals wordt bedoeld in het tweede lid, heeft ingediend. De nieuwe beheerder kan het beheer uitoefenen tot dat over de aanvraag is besloten.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
37
Hoofdstuk 9 Winkeltijden a. Feestdagen: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, eerste en tweede Kerstdag. b. Werkdagen: maandag tot en met zaterdag.
Artikel 9.1. (Algemene) vrijstelling voor zon- en feestdagen gedurende bepaalde uren Voor de in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Winkeltijdenwet opgenomen verboden geldt van 08.00 uur tot 20.00 uur een algemene vrijstelling.
Artikel 9.2. Ramadan De, in artikel 2, tweede lid, van de Winkeltijdenwet, opgenomen verboden over de zondag en de feestdagen, gelden tijdens de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang, niet voor het te koop aanbieden en verkopen van brood en gebak dat speciaal bestemd is voor hen die zich aan de Ramadan houden.
Artikel 9.3. Individuele ontheffingen (besluit over uitzondering) 1. Het bevoegd gezag kan een ontheffing verlenen op het in artikel 2, eerste lid, van de Winkeltijdenwet opgenomen verbod als het gaat over: a. werkdagen voor 06.00 uur en na 22.00 uur; b. op tijden die vallen buiten de algemene vrijstelling voor de zon- en feestdagen zoals opgenomen in artikel 9.1. 2. De ontheffing kan naast de algemene weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 3.6, worden geweigerd als de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel op basis van de ontheffing.
Artikel 9.4. Intrekken of wijzigen ontheffing Het bevoegd gezag kan, naast de algemene intrekkingsgronden zoals opgenomen in artikel 3.5, een ontheffing intrekken of wijzigen als het open zijn van de winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse.
Hoofdstuk 10 Regels over duurzaamheid - GERESERVEERD Hoofdstuk 11 Afvalstoffen - GERESERVEERD Hoofdstuk 12 Havens - GERESERVEERD
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
38
Hoofdstuk 13 Toezicht en handhaving Artikel 13.1 Toezichthouders Toezichthouders zijn personen die door een besluit van het bevoegd gezag of de burgemeester zijn aangewezen om toezicht te houden op de naleving van de regels die bepaald zijn in deze verordening.
Artikel 13.2 Binnentreden woningen Toezichthouders zoals opgenomen in lid 1 mogen een woning binnen treden zonder toestemming van de bewoner als dit nodig is om de openbare orde, veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen te beschermen.
Hoofdstuk 14 Strafbepalingen Artikel 14.1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens het bepaalde in a. hoofdstuk 7 b. hoofdstuk 8 c.
en de op grond van artikel 3.5 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
wordt bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. Bij oplegging van een straf zoals opgenomen in het eerste lid kan openbaarmaking van het vonnis worden gelast.
Hoofdstuk 15 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 15.1 Intrekking, vervallen bepalingen De volgende verordeningen worden ingetrokken: •
Gemeentelijke bouwverordening 2012
•
Erfgoedverordening 2020
•
Verordening op de prostitutiebedrijven Hollands Kroon 2015
•
Algemene plaatselijke verordening Hollands Kroon 2021
•
Beleidsregels intrekking omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten 2015
•
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon 2014
De volgende artikelen vervallen: Artikel 4.10 en 4.11 (voormalige kapvergunning)
Artikel 15.2 Overgangsbepalingen 1. Besluiten genomen bij of volgens de in artikel 7.1 genoemde regels worden aangemerkt als omgevingsvergunningen genomen volgens deze verordening.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
39
2. Aanvragen voor vergunningen en ontheffingen op het gebied van de fysieke leefomgeving waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden afgehandeld volgens de regels van de verordeningen die golden op het moment van de aanvraag. Aanwijsbesluiten genomen op basis van de Erfgoedverordening worden ook aangemerkt als aanwijsbesluiten volgens deze verordening. 3. Handhavings- en gedoogbesluiten op basis van de in artikel 7.1 genoemde regels worden aangemerkt als handhavings- en gedoogbesluiten genomen volgens deze verordening. 4. Aanwijzingsbesluiten van toezichthouders bij of volgens de in artikel 7.1 genoemde regels worden aangemerkt als aanwijsbesluiten van toezichthouders genomen volgens deze verordening. 5. Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen bij of volgens de in artikel 7.1 genoemde regels wordt beslist met inachtneming van deze verordening. 6. Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig en in gebruik zijn genomen geldt de schriftelijke toestemming of vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning volgens deze afdeling. 7.
Als het bevoegd gezag van mening is dat een schriftelijke toestemming of een al verleende vergunning zoals bedoeld wordt in het zesde lid, niet voldoet aan de voorschriften bij of volgens deze verordening kan zij de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het bevoegd gezag meer informatie over de leiding moet verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet indienen. Doet hij dit niet dan vervalt de schriftelijke toestemming op een tijdstip die door het bevoegd gezag wordt bepaald. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2022 of, als de Omgevingswet later in werking treedt, het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fysieke leefomgeving gemeente Hollands Kroon Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 16 december 2021. De griffier,
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
De voorzitter,
-
40
Werkingsgebied Aardkundige waarden
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
41
TOELICHTING Verordening fysieke leefomgeving
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
42
Ter voorbereiding op de Omgevingswet is een Verordening fysieke leefomgeving (Vfl) opgesteld. In deze verordening komen de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving samen. Omdat niet alle regels opgenomen kunnen worden in een verordening zijn er tevens beleidsregels horende bij de verordening fysieke leefomgeving opgesteld. De Vfl, inclusief beleidsregels vormt, samen met onze Omgevingsvisie, de instructieregels vanuit het Rijk en de provincie en de bruidsschat (de regels die vanuit het Rijk naar gemeenten komen), de basis voor het Omgevingsplan. Hollands Kroon is in 2012 ontstaan door een fusie tussen de voormalige gemeenten Anna Paulowna, Niedorp, Wieringen en Wieringermeer. Een deel van het beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving is in de loop van de jaren samengevoegd. Maar voor een groot deel van de bestemmingsplannen geldt dit niet. Door het opstellen van de Vfl en bijhorende beleidsregels maken wij voor bepaalde onderwerpen al een eerste slag in het samenvoegen en actualiseren van deze regels. Een groot deel van de regels in de Vfl en bijhorende beleidsregels gaat straks in één keer over naar het Omgevingsplan. Er blijft ook een deel achter. Bijvoorbeeld de regels die vallen onder de bevoegdheid van de burgemeester zoals de openbare orde. In de Omgevingswet is bepaald dat deze regels niet in het Omgevingsplan opgenomen mogen worden.
Wij kiezen er bewust wel voor om ook deze regels mee te nemen in de Vfl, zodat alle regels op het gebied van de fysieke leefomgeving op één plaats zijn gebundeld. Bepaalde hoofdstukken of delen daarvan zijn een verordening zoals in de landelijke wetgeving daarvoor is bepaald. Dit gaat bijvoorbeeld om het hoofdstuk Afvalstoffen en Erfgoed. Naast het samenvoegen van de regels is dit ook hét moment om kritisch te kijken naar de regel zelf. Past een regel nog bij Hollands Kroon? Is er een aanpassing nodig of kan de regel wellicht geschrapt worden? Voor onze inwoners zijn de huidige regels niet altijd begrijpelijk. Daarom wordt de nieuwe verordening zo veel als mogelijk in begrijpelijke taal (taalniveau B1) geschreven. De regelingen voor de bruidsschat zijn nog niet in deze verordening opgenomen. De gemeente kiest ervoor om deze regels die nu vanuit het Rijk zijn voorgeschreven nog niet aan te passen. De regels zijn bij ondernemers bekend en werken. Omdat er nu al zo veel veranderingen zijn lijkt het te veel om nu ook die ongeveer 600 regels ook nog eens aan te passen. Daarnaast willen wij kijken welke regels uit de bruidsschat regionaal afgestemd moeten worden om zo shoppen van bedrijven te voorkomen. Dit wordt met de Omgevingsdienst en de regiogemeenten opgepakt.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Dit hoofdstuk bevat de omschrijving van de begrippen die in de volgende hoofdstukken zijn opgenomen.
Hoofdstuk 2 Algemene regels ter instandhouding, bescherming, onderhoud en beheer fysieke leefomgeving Dit hoofdstuk is gebaseerd op artikel 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet. In de fysieke leefomgeving vindt een breed scala aan activiteiten plaats, die door veel verschillende mensen/bedrijven worden uitgevoerd en die verschillend van aard, omvang en duur zijn. Ook de gevolgen van
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
43
die activiteiten voor de fysieke leefomgeving verschillen. De algemene zorgplicht houdt in dat iedereen bij zijn activiteiten voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving in acht neemt. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de verontreinigingen bij werkzaamheden. In het kader van de algemene zorgplicht is de veroorzaker verplicht dit op een juiste en veilige manier op te ruimen. Het artikel uit de voorgaande APV hierover, komt dan ook niet als zodanig terug in deze verordening. De functies van de zorgplicht zijn: •
bewust maken van de eigen verantwoordelijkheid van burgers voor de behartiging of het ontzien van bepaalde belangen,
•
bieden van een leidraad voor gedrag, wanneer geen concrete gedragsbepalingen voorhanden zijn of deze niet toereikend blijken,
•
bieden van een maatstaf voor de beoordeling van gedrag, en – bieden van een rechtvaardigingsgrond voor bestuursrechtelijke handhaving in gevallen van onmiskenbare
strijd met de zorgplicht
(vangnetfunctie). In de verordening is het oplaten van ballonnen niet toegestaan. Ballonnen komen na het oplaten ongecontroleerd neer en veroorzaken op de bodem en in het waterschade aan het milieu. Dieren kunnen verstrikt raken in (de resten van) neergekomen ballonnen en zien deze aan voor voedsel. Ballonnen veroorzaken zo sterfte onder dieren. Daarnaast leveren ballonnen die opgelaten worden met hete lucht door middel van een brandertje door de constructie en het open vuur, ook een risico op schade en brand op. Het gaat hier dus zowel om met gas gevulde ballonnen als om ballonnen met een brandertje die onder allerlei namen in de handel zijn (herdenkingsballon, geluksballon, vuurballon, gelukslampions, Thaise wensballon enzovoorts). Om te voorkomen dat ook weerballonnen en heteluchtballonnen onder het verbod vallen is opgenomen dat het alleen ballonnen betreft die zonder sturing wegdrijven.
Hoofdstuk 3 Proces In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over het proces voor het indienen van een aanvraag, ontheffing, melding of kennisgeving. Onder de Omgevingswet dient een aanvraag omgevingsvergunning via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ingediend te worden. Dit geldt niet als het DSO op dat moment hier nog niet in voorziet. Wanneer het DSO (nog) niet de mogelijkheid biedt om de aanvraag, ontheffing, melding of kennisgeving in te dienen, dient dit via de gemeentelijke website te gebeuren. In de voorgaande verordeningen zijn verschillende procedureregels en termijnen opgenomen. In deze verordening is één procedure opgenomen die voor alle aanvragen hetzelfde is. Het bevoegd orgaan beslist binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag behalve als in de verordening of in wetgeving een andere termijn is bepaald. In deze verordening zijn burgemeester en wethouders in beginsel het bevoegd gezag. Als er sprake is van een ander bevoegd gezag dan is dat in het artikel specifiek benoemd.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
44
Bij een vergunning of melding kunnen voorschriften worden opgenomen. Deze voorschriften zijn bijzondere verplichtingen die alleen voor deze vergunninghouder gelden. Dit kunnen ook beperkingen zijn voor bijvoorbeeld plaats en tijdsduur. Dit geldt bijvoorbeeld bij schaarse vergunningen zoals standplaatsen, prostitutiegerelateerde zaken en vanzelfsprekend is het verplicht de voorschriften na te komen. In de verordening zijn algemene weigeringsgronden opgenomen. Deze weigeringsgronden gelden voor alle benodigde vergunningen en ontheffingen. In sommige situaties zijn er specifieke weigeringsgronden. Deze zijn dan opgenomen in het betreffende artikel en niet in hoofdstuk 3. Een voorbeeld hiervan is artikel 7.12 Standplaatsvergunning. Hierin is opgenomen dat naast de algemene redenen om te weigeren (artikel 3.6) toestemming ook kan worden geweigerd als er door bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente te veel aanbod is uit één tak van handel. Als het aantal vergunningen of ontheffingen dat verleend kan worden beperkt is en er meer vergunningen of ontheffingen gevraagd worden dan kunnen worden verleend geldt een maximale termijn van 5 jaar. Het gaat hierbij in ieder geval om vergunningen en ontheffingen voor standplaatsen, kansspelen en sexinrichtingen.
Hoofdstuk 4 Erfgoed Het doel van de regels in dit hoofdstuk is het behouden en beschermen van onroerend cultureel erfgoed dat onvervangbaar is. Onroerend cultureel erfgoed is van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of van uitzonderlijke schoonheid. Door de aanwijzing als rijk, provinciaal of gemeentelijk monument, archeologisch monument of beschermd stads- of dorpsgezicht, krijgt het erfgoed waar het over gaat, een beschermde status. In dit hoofdstuk zijn de regels uit de ‘Erfgoedverordening Hollands Kroon’ overgenomen. De mogelijkheid tot het aanwijzen van bijzonder erfgoed is in deze verordening toegevoegd. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het aanwijzen van tuunwallen, zoals we die kennen op Wieringen (artikel 4.14 bijzonder erfgoed). Daarnaast is een regeling toegevoegd met betrekking tot de molenbiotoop rondom onze historische molens. De regeling ziet toe op de bescherming van de molenbiotoop buiten de bebouwde kom. In de verordening is opgenomen dat de gemeente een erfgoedregister bijhoudt. In het erfgoedregister zijn de monumenten opgenomen. Het erfgoedregister kan iedereen inzien op de gemeentelijke website. Voor de aanwijzing of aanpassing van een gemeentelijk monument vraagt de gemeente advies aan de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit.
Voor het verbouwen, strijdig gebruiken of aanleggen bij een beschermd gemeentelijk, provinciaal of rijksmonument is een omgevingsvergunning nodig. Ook hierover adviseert de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit. De aanwijzing van de genoemde commissie is niet in deze verordening geregeld. Hollands Kroon wil haar bijzondere gebouwen behouden. Maar oude(re) panden vragen ook onderhoud en soms zijn de kosten zo hoog dat een andere functie nodig is. Om deze panden te behouden werkt de gemeente mee aan het splitsen van karakteristieke gebouwen in een of meerdere wooneenheden. Het gaat in dit artikel
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
45
om panden die al een woonbestemming hebben. Panden die een andere bestemming hebben doorlopen een andere procedure omdat daar de onderliggende bestemming aangepast moet worden. Bijvoorbeeld bij een agrarisch perceel dat naar wonen wordt veranderd. Ook gelden daar andere regels op grond van de provinciale verordening. Om inzichtelijk te maken wat er op het erf en met het gebouw gebeurt moet een erfinrichtingsplan worden toegevoegd aan de aanvraag. Dit is onderdeel van de vergunning zodat ook duidelijk is dat de situatie zo moet worden uitgevoerd en zo blijft. Hierin moeten onder andere de plek van de parkeerplaatsen worden aangegeven, de landschappelijke inpassing van eventuele bijgebouwen en de nieuwe erfindeling. De uitvoering van normaal onderhoud is toegestaan zolang de bijzonderheden, beschrijving, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument of de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigen. Hierbij geldt dat wanneer bepaalde materialen of technieken niet meer beschikbaar zijn of toegepast worden volstaan kan worden met een waardig alternatief. Nieuw in de verordening is een regeling ter bescherming van aardkundige waarden. Deze regeling lag eerder bij de provincie. Met de komst van de provinciale Omgevingsverordening is deze regeling komen te vervallen. Om de aardkundige waarden te kunnen beschermen is er een regeling opgenomen in deze verordening.
Hoofdstuk 5 Begraven Het hoofdstuk over begraven heeft een grote verandering ondergaan ten opzichte van de eerdere Verordening en het uitvoeringsbesluit. Een heel aantal bepalingen over de uitvoering en toezicht op begraafplaatsen waren opgenomen in de verordening, maar hoorden feitelijk thuis in het uitvoeringsbesluit. Ook de afmetingen van grafbedekking en maatregelen die het aanzicht van de begraafplaatsen regelden zijn verplaatst naar het uitvoeringsbesluit. Het college kan in een uitvoeringsbesluit meer regels stellen voor zaken die nodig zijn voor het verzorgen en het onderhoud van de begraafplaatsen. Inhoudelijk zijn er weinig wijzigingen aan de afmetingen van de grafbedekking of asbussen. Wat is veranderd is dat er geen omgevingsvergunning meer nodig is voor het aanbrengen van grafbedekking als deze past in de voorwaarden van het uitvoeringsbesluit. Wel is een melding verplicht zodat de beheerder weet wat er wordt geplaatst, de kosten daarvan in rekening kunnen worden gebracht en kan worden gekeken of het aanzicht van de begraafplaats niet wordt aangetast.
Hoofdstuk 6 Welstand – gereserveerd
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
46
Hoofdstuk 7 Openbare ruimte De regels in hoofdstuk 7 zijn opgenomen voor een goede inrichting en gebruik van de openbare ruimte. De regels komen grotendeels overeen met de regels die in de APV zijn opgenomen. Met betrekking tot de regels voor parkeren is opgenomen dat als parkeernorm wordt uitgegaan van het gemiddelde van de minimale en maximale parkeerkencijfers van het CROW. Dit geldt ook voor fietsparkeren. Uitgangspunt voor parkeren en laden en lossen bij bedrijven dat dit op eigen terrein dient plaats te vinden. Als dit niet mogelijk is, kan hiervan worden afgeweken. De stedelijkheidsklasse (hoeveel adressen er zijn in een gebied van 1 vierkante kilometer) van Anna Paulowna, Hippolytushoef en Wieringerwerf is "weinig stedelijk". De andere kernen en het buitengebied vallen onder de stedelijkheidsklasse "niet stedelijk". De stedelijke zone is in alle kernen "rest bebouwde kom" en buiten de kernen "buitengebied". Het maken van een uitweg kan momenteel met een melding. In de verordening is een vergunningplicht opgenomen. De vergunningplicht komt voort uit de regels die in het kader van de Omgevingswet vanuit het rijk naar gemeenten gaan, de zogenoemde Bruidsschat. De regels in de Bruidsschat krijgen wij op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Aanpassing van de regels is mogelijk middels het Omgevingsplan.
De perceeleigenaar/gebruiker moet een parkeerplaats die hoort bij een woning in stand houden. Anders komt de parkeerdruk alsnog in de wijk te liggen. Hiervoor moet een contract worden opgesteld. Daar zit ook een boeteclausule in om te waarborgen dat de parkeerplaats ook echt blijft liggen. Het parkeren van grote voertuigen is recent weer opgenomen in de APV en daarom ook in de Vfl. Er wordt soms overlast ervaren van het parkeren van (bedrijfs-) busjes in straten. Met het opnemen van die regels ontstaat een handhavingstitel om dat te voorkomen. In de verordening zijn regels voor handelsreclame toegevoegd. Deze regels werden gemist in beoordeling van aanvragen voor het plaatsen van reclame. Reclame is alleen toegestaan op eigen terrein. Voor het plaatsen van reclame is een omgevingsvergunning nodig. In bepaalde situaties is dit, binnen de bebouwde kom niet noodzakelijk.
Hoofdstuk 8 Openbare orde en veiligheid De regels in hoofdstuk 8 zijn bedoeld voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid. De regels komen overeen met de regels uit de APV. Daarnaast zijn ook de regels uit de Verordening op de prostitutiebedrijven Hollands Kroon 2015 opgenomen in het hoofdstuk. Voor de bescherming van flora en fauna zijn eigenaren of gebruikers van gronden verplicht de Reuzenberenklauw en de Japanse Duizendknoop te verwijderen. In de voorgaande APV waren ook de distel (Cardius-soorten), mariadistel (Silybium-soorten), wegdistel (Onopordon-soorten), ridderzuring (Rumex
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
47
obtusifolius) en Jacobskruid (Senecio jacobaea) opgenomen. Over laatst genoemde soorten hebben wij de laatste jaren geen meldingen ontvangen deze kunnen dan ook komen te vervallen.
Hoofdstuk 9 Winkeltijden De winkeltijdenverordening is behoorlijk op de schop gegaan. De openingstijden op de zondag zijn verruimd. Tussen 8 uur in de ochtend en 8 uur in de avond mogen winkels open zijn. In de eerdere verordening waren allerlei uitzonderingsregels opgenomen voor bijvoorbeeld videotheken, bloemisten of carnavalswinkels. Naast dat sommige van deze categorieën winkels eigenlijk niet meer voorkomen, werd er ook nooit een beroep op gedaan om af te wijken. Daarom is gekozen voor een algemene vrijstelling voor alle winkels. Dat is eenduidig en helder. Omdat de Ramadan niet binnen een vaste periode wordt gehouden, is hiervoor nog wel een aparte bepaling voor opgenomen. Winkels die speciale Ramadan-gerelateerde goederen verkopen mogen gedurende die periode open twee uur voor zonsopgang tot zonsondergang als dat valt buiten de openingstijden van 8 uur 's ochtends tot 8 uur 's avonds.
Hoofdstuk 10 Regels over duurzaamheid - Gereserveerd Hoofdstuk 11 Afvalstoffen - Gereserveerd Omdat de Omgevingswet is uitgesteld en de afvalstoffenverordening moet worden aangepast per 1-1-2022 is dit hoofdstuk voor nu gereserveerd. Dit zal op een later tijdstip worden ingevoegd.
Hoofdstuk 12 Havens – Gereserveerd Hoofdstuk 13 Toezicht en handhaving In deze artikelen wordt de aanwijzing van toezichthouders geregeld.
Hoofdstuk 14 Strafbepalingen Veel van de bepalingen in de Verordening fysieke leefomgeving zijn zorgplichten of zaken die bij recht zijn toegestaan. Wij gaan namelijk uit van vertrouwen in onze inwoners, bedrijven en instellingen. Voor een aantal bepalingen blijft het wenselijk om hier strafbepalingen aan te blijven koppelen. Dat zijn voornamelijk bepalingen die uit de voormalige APV komen ten aanzien van afval.
Hoofdstuk 15 Overgangs- en slotbepalingen In dit hoofdstuk wordt geregeld hoe aanvragen worden afgehandeld die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn ingediend.
Verordening fysieke leefomgeving, versie 1.0
-
48