1. Uitvoerings- & Handhavingsstrategie 2024-2028
Tekst van het document
De melding bevat de gegevens en bescheiden die staan genoemd in artikel 2.21 van het Bbl. Een belangrijk onderdeel van de gereedmelding is de verklaring van de kwaliteitsborger. Gebruik van het pand is niet toegestaan zonder (complete) gereedmelding en daartegen zal in beginsel handhavend worden opgetreden. Gereedmelding compleet maar toch sprake van een afwijking van bouwregelgeving Het kan voorkomen dat een gereedmelding voldoet aan de eisen uit artikel 2.21 van het Bbl terwijl het bevoegd gezag toch van oordeel is dat het bouwwerk niet aan de regelgeving voldoet. In die situatie kan worden besloten handhavend op te treden en wanneer dat noodzakelijk is, kan worden besloten dat het bouwwerk niet in gebruik mag worden genomen. Kwaliteitsborger is in gebreke Het kan voorkomen dat de kwaliteitsborger de rol van toezichthouder op een onjuiste manier uitvoert. Het is in beginsel aan de initiatiefnemer om de kwaliteitsborger hierop aan te spreken. Wanneer dit niet tot verandering leidt, kan dit een reden zijn om contact op te nemen met de instrumentaanbieder. De instrumentaanbieder houdt toezicht op het werk van de kwaliteitsborgers. Wanneer dit ook niet tot verbetering leidt, volgt een brief vanuit het bevoegd gezag naar de instrumentaanbieder. Er wordt ook een afschrift gestuurd naar de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw en de kwaliteitsborger in kwestie.
Uitvoeringdilemma’s In de handreiking Toezicht en Handhaving Wet kwaliteitsborging bouw van de VNG wordt een aantal uitvoeringsdilemma’s geschetst. Hieronder wordt aangegeven hoe vanuit de gemeente Hollands Kroon hiermee wordt omgegaan. Kleine afwijking Er is een wetstechnische oplossing in voorbereiding voor situaties waar bij de gereedmelding een verklaring van de kwaliteitsborger ontbreekt dat het bouwwerk voldoet aan de daarvoor geldende regels
53
maar dit slechts is wegens een kleine, niet herstelbare afwijking waarbij handhaving op het verbod op ingebruikname disproportioneel kan zijn. Er is in dat geval sprake van een onvolledige gereedmelding. Het college kan ervoor kiezen om bij een ingebruiknamebesluit niet handhavend op te treden wanneer het gaat om een klein afwijking en handhaving disproportioneel is. Daarbij is het wel van belang dat het college beschikt over de rapportage van de kwaliteitsborger zoals bedoeld in artikel 3.86 van het Bkl. Er kan sprake zijn van een kleine afwijking wanneer: • • •
Dit verschil niet of nauwelijks met het blote oog waarneembaar is; Derden door dit verschil niet in hun belangen worden geschaad; Het ongedaan maken van de afwijking buitenproportioneel hoge kosten met zich meebrengt.
Gefaseerde ingebruikname Bij grote woningbouwprojecten worden woningen in delen opgeleverd. Tussen de eerste fase en de laatste fase kan een lange periode zitten. Het kan voorkomen dat de woningen van de eerste fase al gereed zijn voor bewoning en dat nog moet worden begonnen met de bouw van de woningen uit de laatste fase. Vanuit Hollands Kroon wordt daarom gekozen voor de werkwijze dat het uitgangspunt is dat per fase een bouwmelding wordt gedaan. Daardoor kan per fase een gereedmelding worden gedaan. Daardoor wordt voorkomen dat de gereedmelding pas gedaan kan worden wanneer de laatste fase is afgerond. Casco bouw In sommige gevallen bouwt een aannemer het casco en bouwt de nieuwe eigenaar de woning af met bijvoorbeeld een badkamer. Dat betekent dat kan voorkomen dat wanneer de aannemer klaar is, het gebouw nog niet voldoet aan de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving. In dat geval kan nog geen goedgekeurde verklaring van de kwaliteitsborger worden overlegd wat betekent dat nog geen volledige gereedmelding kan worden ingediend. Het gebruik van de woning is dan nog niet toegestaan.
54
Bijlage 6. Sanctiestrategie Handhaving en Gedogen Sanctiestrategie Wanneer is besloten dat handhavend wordt opgetreden, dient het juiste middel daarvoor te worden bepaald. De bestuursorganen van de gemeente Hollands Kroon maken hierbij gebruik van de interventiematrix zoals deze is opgenomen in de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Per overtreding wordt bekeken wel middel geschikt is om de overtreding te beëindigen. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: •
Het bevoegd gezag legt in beginsel een herstelsanctie op;
•
Bij het opleggen van een herstelsanctie wordt in principe een last onder dwangsom opgelegd, tenzij de doelmatigheid en effectiviteit daar niet mee gediend zijn;
•
Alleen wanneer het bevoegd gezag van mening is dat niet kan worden volstaan met een herstelsanctie, legt het bevoegd gezag een bestuurlijke boete op
Beschikbare handhavingsmiddelen Waarschuwing Als een overtreding wordt geconstateerd waarvan het effect op de omgeving beperkt is, de overtreding qua omvang en aard beperkt is en in het handhavingsbeleid wordt geen prioriteit gegeven aan de overtreding, wordt een waarschuwing gegeven. Dit kan zowel mondeling als op schrift. Dit betekent niet dat de overtreding in stand kan blijven. Last onder dwangsom Een last onder dwangsom is een bestuurlijke herstelsanctie. Een last onder dwangsom is gericht aan een overtreder. De last bevat een opdracht om een overtreding geheel of gedeeltelijk te herstellen. In de last wordt een termijn opgenomen waarbinnen hieraan voldaan moet zijn. Als daar niet aan wordt voldaan, verbeurt de overtreder een dwangsom. De hoogte van deze dwangsom is afhankelijk van een aantal factoren waaronder de ernst van de overtreding en het voordeel dat een overtreder behaalt met de overtreding. Wanneer een dwangsom volledig is verbeurd, volgt een aparte invorderingsprocedure. Als de overtreding nog niet is beëindigd, kan een nieuwe last onder dwangsom worden opgelegd. In de Wabo was een grondslag opgenomen voor het opleggen van een bouwstop. In de Omgevingswet is deze grondslag niet opgenomen. Een bouwstop kan nog steeds maar moet dan door middel van een normale herstelsanctie. Last onder bestuursdwang Een last onder bestuursdwang is een bestuurlijke herstelsanctie.
Een last onder bestuursdwang is gericht aan een overtreder. Bij een last onder bestuursdwang geeft het bestuursorgaan een termijn om de overtreding te beëindigen en anders beëindigt het bestuursorgaan zelf de overtreding. De kosten die hierbij worden gemaakt worden verhaald op de overtreder. De termijn om de overtreding te beëindigen is
55
onder andere afhankelijk van de spoedeisendheid. In sommige spoedeisende gevallen kan niet worden gewacht op de overtreder die de overtreding beëindigt. In dat geval treedt het bestuursorgaan direct op. Dit is bijvoorbeeld het geval bij levensbedreigende situaties, brandgevaarlijke situaties, bedreiging van de openbare orde, etc. In de Wabo was een grondslag opgenomen voor het opleggen van een bouwstop. In de Omgevingswet is deze grondslag niet opgenomen. Een bouwstop kan nog steeds maar moet dan door middel van een normale herstelsanctie. Preventieve herstelsanctie Wanneer er nog geen sprake is van een overtreding maar gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigt, kan het bestuursorgaan een preventieve herstelsanctie opleggen. Het moet daarbij gaan om een met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de overtreding gaat plaatsvinden. Het doel hiervan is voorkomen dat de overtreding wordt begaan. Intrekken verleende vergunning Op grond van artikel 18.10, eerste lid, van de Omgevingswet kan het bevoegd gezag een beschikking geheel of gedeeltelijk intrekken als in strijd met de beschikking of met de voor de activiteit waarvoor de beschikking is gegeven, geldende regels is of wordt gehandeld.
Daarnaast kan het bevoegd gezag een beschikking intrekken op grond van artikel 18.10, vierde lid, van de Omgevingswet wanneer de beschikking is gegeven op basis van een onjuiste of onvolledige opgave van gegevens of wanneer sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 5.37, tweede lid van de Omgevingswet, wanneer de activiteit wordt verricht door een ander dan degene aan wie de omgevingsvergunning is verleend. Of het college hier gebruik van maakt wordt per geval bekeken. Bestuurlijke boete In paragraaf 18.1.4 van de Omgevingswet is aangegeven bij welke overtredingen artikelen uit de Omgevingswet een bestuurlijke boete opgelegd kan worden. Bij Hollands Kroon wordt in beginsel terughoudend omgegaan met het opleggen van een bestuurlijke boete. Slechts wanneer het bestuursorgaan van mening is dat een herstelsanctie niet voldoende is en een bestraffende sanctie op zijn plaats is, wordt gebruik gemaakt van het instrument. Bestuurlijke strafbeschikking De bestuurlijke strafbeschikking is een middel dat gebruikt wordt bij de handhaving van overtredingen met een geringe impact. De bestuurlijke strafbeschikking valt onder het strafrecht. De beschikking is geen herstelstanctie maar een bestraffende sanctie. De inning van de bestuurlijke strafbeschikking verloopt via het CJIB.
Beschikking in het kader van Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften Bij een aantal verkeersovertredingen is een boa bevoegd om een beschikking op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften op te leggen. Tegen deze beschikking kan bezwaar worden gemaakt en daarna eventueel beroep worden ingediend. De administratieve afhandeling
56
wordt verzorgd door het CJIB. Indien een boa niet is aangewezen voor het optreden tegen strafbare feiten, wordt de overtreding gemeld bij de politie Noord-Holland Noord. Sluiten panden Het bevoegd gezag heeft in verschillende situaties de mogelijkheid om panden, inrichtingen of woningen te sluiten wegens het verstoren van de openbare orde. Het gaat hierbij onder andere om sluiting op grond van artikel 174a van de Gemeentewet, artikel 13b Opiumwet, artikel 17 Woningwet, Alcoholwet Bij de controles en handhaving van de Alcoholwet hanteren we een afwijkende sanctiestrategie Alcolholwetvergunning aanwezig: • • • •
Stap 1 – Bij een eerste overtreding volgt een mondelinge waarschuwing en wordt een termijn meegegeven om de overtreding te beëindigen. Er wordt een rapportage opgemaakt. Stap 2 – Wanneer de overtreding niet binnen de termijn wordt beëindigd, wordt een tweede rapportage opgemaakt en volgt een boete. Stap 3 – Er wordt herhaaldelijk gecontroleerd op het naleven van de geconstateerde overtreding. Stap 4 – Bij het herhaaldelijk overtreden wordt de drank- en horecavergunning ingetrokken.
Geen aanwezigheid Alcoholwetvergunning: • • •
Stap 1 – Bij eerste overtreding voornemen opleggen last onder dwangsom Stap 2 – Bij tweede overtreding last onder dwangsom opleggen Stap 3 – Bij derde overtreding bestuursdwang toepassen
Gedogen Voor bestuursorganen geldt een beginselplicht tot handhaving. Dat brengt met zicht mee dat terughoudend wordt omgegaan met de mogelijkheid om een overtreding te gedogen. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt gedoogd. Deze uitzonderlijke gevallen kunnen voorkomen bij een overgangssituatie of een overmachtssituatie wanneer de belangenafweging het gedogen niet in de weg staat. Er kan sprake zijn van een overmachtssituatie wanneer sprake is van een onverwachte, niet voorzienbare van buiten komende oorzaak/omstandigheid. Van een overmachtssituatie is in de praktijk slechts zelden sprake. Van een overgangssituatie kan sprake zijn wanneer en zicht is op legalisatie. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer nieuwe wetgeving in voorbereiding is. Daarnaast kan een bestuursorgaan ander beleid opstellen waarin wordt afgeweken van deze hoofdlijn. Wanneer hier sprake van is, wordt dit specifiek benoemd in het beleid en wordt dit beperkt tot een specifiek onderwerp. Andere overheden en eigen overheid Activiteiten die door of namens de gemeente Hollands Kroon worden uitgevoerd dienen ook aan alle weten regelgeving te voldoen. Om die reden wordt in een situatie dat de gemeente kan worden aangemerkt als overtreder op eenzelfde manier opgetreden als richting inwoners en bedrijven. Ook andere overheden worden op een gelijke wijze behandeld.
57
Begunstigingstermijn Een herstelsanctie is erop gericht om de overtreding te beëindigen. In een herstelsanctie wordt over het algemeen een termijn gegeven om de overtreding te beëindigen. Deze termijn heet de begunstigingstermijn. De begunstigingstermijn wordt per geval bepaald en gemotiveerd. Een begunstigingstermijn dient voldoende lang te zijn om de overtreding te beëindigen. De termijn mag niet langer zijn dan noodzakelijk om de overtreding te beëindigen. Het is mogelijk de begunstigingstermijn te verlengen voordat deze verstreken is. Als de begunstigingstermijn is verstreken, kan deze niet meer worden verlengd. Wanneer sprake is van meerdere overtreding waarvoor aparte lasten worden opgelegd, kunnen ook verschillende begunstigingstermijnen worden bepaald. Maximale hoogte dwangsom In artikel 5:32b, derde lid van de Awb is opgenomen dat een dwangsom in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. Bestuursorganen hebben daarmee een grote mate van beoordelingsruimte die door de rechter terughoudend getoetst moet worden. Een dwangsom dient hoog genoeg te zijn om een prikkel te vormen voor de overtreder om de overtreding te beëindigen. Een dwangsom mag echter niet onevenredig hoog zijn in verhouding tot de overtreding. Dat betekent dat het vaststellen van de hoogte van een dwangsom maatwerk is.
Omstandigheden die bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsom worden meegenomen zijn onder andere of sprake is van recidive, het voordeel dat wordt behaald met de overtreding en de gevolgen van de overtreding. Het doel van de dwangsom is om de overtreder ertoe te bewegen de overtreding te beëindigen. Het doel van de dwangsom is niet om de overtreder te straffen. Bij het vaststellen van de dwangsom kan worden gekozen voor het verbeuren van een dwangsom ineens, het verbeuren van een bedrage per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd of per overtreding van de last. Daarbij wordt per situatie gekeken of een dwangsom ineens, per tijdseenheid of per overtreding wordt verbeurd. Tevens wordt een bedrag vastgesteld waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.
58
Bijlage 7. (Werk)processen Voor alle teams en hun werkwijzen geldt dat wij aansluiten bij de Omgevingswet. Wettelijke procedures zijn vertaald naar (werk)processen in worden nader uitgewerkt in onderstaand. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het uitgangspunt. Wettelijk termijnen worden in acht genomen maar we sluiten ook aan bij begrippen als belanghebbende en toetsen aanvragen/ verzoeken formeel inhoudelijk. Maar ook klantgerichtheid vertaalt zich naar procedures en de (werk)processen. Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) In de VFL zijn mogelijkheden gecreëerd tot het verlenen van vergunningen en ontheffingen van verboden. De keuze tussen vergunning en ontheffing wordt in het algemeen bepaald door de aard van de activiteiten. Zijn die onder bepaalde voorwaarden aanvaardbaar (of zelfs gewenst), dan ligt een vergunningenstelsel voor de hand. Gaat het in de regel om ongewenst gedrag, dat onder bepaalde omstandigheden bij wijze van uitzondering aanvaardbaar is, dan valt te denken aan een systeem van ontheffingen. Daarbij zal het vaak gaan om het inperken van de gevolgen van de activiteit.
Werkwijze VFL-vergunningverlening en aanverwante bijzonder wetten Binnenkomst (vergunningen, ontheffingen, meldingen of kennisgevingen) De vergunningen, ontheffingen, meldingen of kennisgevingen, worden aangevraagd op basis van de Verordening Fysieke Leefomgeving (hierna: VFL), Alcoholwet, Winkeltijdenwet en andere Bijzondere wetten. De aanvragen komen binnen via de webformulieren op de website van de gemeente Hollands Kroon en worden ingeboekt in het VTH- systeem waarna de werkverdeling plaatsvindt. Voortraject De aanvraag voor een evenementenvergunning wordt tegenwoordig gecombineerd met de aanvraag voor een ontheffing voor het schenken van zwak-alcoholhoudende dranken bij evenementen, mits hier gebruikt van wordt gemaakt. Hierdoor is er geen aparte aanvraag voor een ontheffing meer nodig. Dit om de administratieve last(en) voor organisatoren te verminderen. De kansspelvergunning, , ontheffing Zondagswet, ontheffing geluid, ontbrandingstoestemming vuurwerk (melding bij provincie), helikopterlanding (TUG-ontheffing van provincie) wordt apart behandeld of combineert indien hier de mogelijkheid voor is. De aanvraag en de daarbij behorende gegevens worden ingediend bij het bevoegd gezag via het daarvoor bestemde digitale formulier dat beschikbaar is via de landelijke voorziening; Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Als deze weg niet is opengesteld dient het formulier op de website van Hollands Kroon te worden gebruikt. Een Bibob-toets vindt op basis van, het Bibob beleid Hollands Kroon 2019, uitsluitend plaats bij evenementen als het een risicovol evenement betreft. Een Bibob-toets kan in zijn algemeenheid plaatsvinden, maar dient dit wel goed onderbouwd te worden. Bij initiatieven waarbij een alcoholwetvergunning en exploitatievergunning of een terrasvergunning nodig zijn, krijgt een aanvrager desgewenst uitleg over de procedures en in te dienen stukken. Er zijn intern afspraken gemaakt over het begeleiden van de ondernemers. Het team Bedrijvigheid zal de aanvrager of exploitant hierin meenemen om hen zo goed mogelijk vooraf van informatie te voorzien. Welke vergunningen of ontheffingen zijn er nodig? Hoelang duurt het proces en welke wet- en regelgeving is van belang? Voor overige aanvragen is geen vooroverleg proces ingericht. Vragen die daarover binnenkomen worden binnen de reguliere
59
klantcontactsystemen behandeld. Behandeling De aanvragen voor vergunningen en/of ontheffingen worden, op basis van de VFL en de Alcoholwet, behandeld conform de procedures zoals beschreven in de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). Bij een melding geldt dat de melding alleen beoordeeld wordt op volledigheid. De aanvragen waarbij het gebruik van gronden evident is (land, terrein, veld of erf), moet heb gebruik passen in het geldende omgevingsplan. Er dient dan een toets aan het omgevingsplan plaats te vinden. . Evenementen In artikel 7.14 lid 1 VFL is opgenomen dat voor de organisatie van een evenement een vergunning van de burgemeester nodig is. Artikel 7.14 lid 2 maakt een uitzondering op die regel voor het organiseren van kleine evenementen, zoals een buurt-barbecue en/of straatfeest een meldingsplicht geldt. Deze melding wordt getoetst aan de hiervoor geldende algemene voorwaarden. Een klein evenement valt onder het begrip evenement, maar onder voorwaarden is er geen vergunning vereist. Hiervoor is gekozen in het kader van de vermindering van administratieve lasten. Bij de beoordeling van de evenementenvergunning of -melding wordt ook beoordeeld of een gebruiksmelding in het kader van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop) nodig is.
Een melding Bgbop is niet nodig als een evenementenvergunning is vereist en in het kader daarvan de benodigde gegevens (indieningsvereisten als bedoeld in artikel 2.3 Bgbop) moeten worden aangeleverd. Een vergunningsaanvraag kan door de burgemeester geweigerd worden. Voor de evenementenvergunning geldt een afwijkend indieningstermijn op basis van het evenementenbeleid 2024. Het indieningstermijn bij een regulier evenement betreft minimaal acht weken, bij aandachtsevenement is dit 20 weken en bij een risicovol-evenement is dit 25 weken. Het bevoegd gezag weigert, op basis van artikel 3.6 VFL, een vergunning of ontheffing als de aanvraag te kort voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Zwak-alcoholhoudende dranken bij evenementen Artikel 35 van de Alcoholwet stelt dat de burgemeester ten aanzien van het verstrekken van zwakalcoholhoudende dranken op aanvraag ontheffing kan verlenen van het in artikel 3 voor de uitoefening van het horecabedrijf gestelde verbod, bij een in de beschikking aangewezen bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen. Dit betekent dat er op het evenement alleen zwak-alcoholhoudende dranken mag worden verstrekt voor maximaal 12 aaneengesloten dagen.
Na het verstrijken van de 12 dagen is het niet meer mogelijk om zwak-alcoholhoudende dranken te verstrekken op het evenement.
60
Organogram evenementenproces
61
Alcoholwet Vanaf 1 juli 2021 is de Drank- en Horecawet overgegaan in de Alcoholwet. In deze wet staan (vergunning)regels met betrekking tot bedrijven en werkzaamheden waarin of in het kader waarvan alcoholhoudende drank worden verstrekt. Op basis van de Alcoholwet kennen we de volgende vergunningen en meldingen: • • •
Alcoholwetvergunning (inclusief paracommercieel) Ontheffing art. 35 (Ontheffing schenken van zwak-alcoholhoudende dranken) Wijziging alcoholwetvergunning
Artikel 3 van de Alcoholwet stelt dat het verboden is zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Dit geldt ook voor paracommerciële rechtspersonen (zoals stichtingen of verenigingen voor de exploitatie van bijvoorbeeld sportkantines en/of buurt- en dorpshuizen), waarbij dus een vergunning van de burgemeester vereist is. De Alcoholwet bepaalt welke aanvullende documenten bij de vergunningaanvraag ingediend moeten worden en geeft het wettelijke toetsingskader aan. Elke aanvraag wordt volledig getoetst en zo nodig worden er voorschriften aan de vergunning verbonden. Daarnaast wordt er bij de toetst uitvraag gedaan bij Justid (Ministerie van Justitie en Veiligheid) voor het verkrijgen van Justitiële Informatie. Vanuit het wettelijke toetsingskader is er een beoordeling van het ‘slecht levensgedrag’. Bij relevante antecedenten van (toekomstige) leidinggevenden van het horecabedrijf of het slijtersbedrijf vindt altijd afstemming met de politie plaats. In de Alcoholwet staat in artikel 4 dat bij gemeentelijke verordening regels kunnen worden gesteld t.a.v. paracommerciële rechtspersonen.
In artikel 6 staat dat op de voorbereiding van een beslissing tot verlening van een vergunning aan een paracommerciële rechtspersoon de uitgebreide procedure van toepassing is als bedoeld in Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Verder staan er nog inhoudelijke beoordelingsregels in artikel 8, lid 6 en artikel 9, regels over aanvraagformulieren in artikel 26 en strafrechtelijke bepalingen in artikel 45. In de VFL zijn regels over paracommercie opgenomen, vooral om daarmee oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Deze regels hebben betrekking op schenktijden, bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn. Voor het afwijken van de schenktijden is een ontheffing vereist. Exploitatie openbare inrichting Naast een Alcoholwetvergunning is voor openbare inrichtingen ook een exploitatievergunning verplicht. Artikel 8.3 VFL stelt dat voor het exploiteren van een openbare inrichting een vergunning van de burgemeester nodig is. De VFL heeft hierin een definitie van de openbare inrichting opgenomen: ''De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt en/of dranken worden geschonken en/of rookwaren of spijzen voor consumptie worden verstrekt of bereid.
Een openbare inrichting zijn in ieder geval: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis. Een openbare inrichting is ook het bijbehorende terras en eventuele andere buitenactiviteiten die bij deze afgesloten
ruimte horen. Ook een inrichting waar logies wordt geboden, maar die niet als voor publiek toegankelijk kan worden aangemerkt is een openbare inrichting''. Deze vergunning geldt ook voor een publiek toegankelijk ruimte waar al dan niet bedrijfsmatig, eetwaren of (alcoholvrije) dranken worden verstrekt en/of bereid. Een Shoarmazaak, cafetaria en andere soortgelijke eetgelegenheden waarbij er geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt zijn een openbare inrichting in de zin van de VFL en dus exploitatievergunning plichtig. Er wordt ook een exploitatievergunning verstrekt op aanvraag voor het laten verblijven van zogenaamde arbeidsmigranten. Dit wordt in de VFL omschreven als een inrichting exploiteren waar logies wordt geboden, maar die niet als voor publiek toegankelijk kan worden aangemerkt is een openbare inrichting.
Ontheffing sluitingstijden Openbare inrichten zijn gesloten, op grond van artikel 8.4 VFL, van maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 06.00 uur, op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur en op 1 januari tussen 04.00 uur en 06.00 uur. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. (Algemene) vrijstelling voor zon- en feestdagen gedurende bepaalde uren Artikel 9.1 VFL stelt, in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Winkeltijdenwet opgenomen verboden geldt van 10.00 uur tot 18.00 uur een algemene vrijstelling geldt. Het bevoegd gezag kan, op grond van artikel 9.3 VFL, ontheffing verlenen op het in artikel 2, eerste lid, van de Winkeltijdenwet opgenomen verbod als het gaat over: werkdagen voor 06.00 uur en na 22.00 uur, op tijden die vallen buiten de algemene vrijstelling voor de zon- en feestdagen zoals opgenomen in artikel 9.1. Organiseren incidentele festiviteiten Artikel 7.17 VFL maakt mogelijk dat een openbare inrichting maximaal 6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar mag organiseren. De organisator van een incidentele festiviteit dient een ontheffing aan te vragen. Een bedrijf of instelling mag de licht- en geluidnormen een aantal keer per jaar overschrijden. Bijvoorbeeld bij een sportevenement of bij een festiviteit met livemuziek. Dit noemen we een incidentele festiviteit.
Bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen, hebben vaak geen vergunning nodig voor festiviteiten Wet Bibob Op basis van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren of daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob bij het Landelijk Bureau Bibob aan te vragen. In het Bibob beleid Hollands Kroon 2019, staat aangegeven in welke gevallen de Wet Bibob wordt toegepast. De controle wordt doorgaans uitgevoerd door de Bibob-coördinator van de gemeente Hollands Kroon. Bij bijzondere omstandigheden kunnen de medewerkers van Vergunningen de Bibob-
coördinator hierin ondersteunen. Op basis van de uitkomst van deze controle wordt bepaald of uitgebreidere controle nodig is. Afstemming door medewerkers en de Bibob-coördinator vindt regelmatig plaatst tijdens periodieke overleggen. Wet op de Kansspelen Voor het exploiteren van een speelgelegenheid is een vergunning van de burgemeester nodig. Een speelgelegenheid is een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. In de Wet op de Kansspelen staan regels omtrent vergunningen met betrekking tot kansspelen, zoals loterijen en casino’s. Op basis van de wet op de kansspelen kan een vergunning gevraagd worden voor het houden van een loterij of bingo of voor het plaatsen van een kansspelautomaat in een hoogdrempelige inrichting. Deze aanvragen worden getoetst aan de regels uit de Wet op de kansspelen. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten toegestaan. Winkeltijdenwet Wanneer winkels open mogen of dicht moeten zijn, is geregeld in de Winkeltijdenwet. Het uitgangspunt van de Winkeltijdenwet is dat de winkels op zon- en feestdagen en voor 6.00 uur en na 22.00 uur gesloten zijn.
Maar gemeenten kunnen zelf bepalen of (en in hoeverre) zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze verboden.
Overige vergunningen/ontheffingen op grond van de VFL Standplaatsvergunning Voor het innemen van een standplaats is een vergunning nodig op basis van artikel 7.12 VFL. Standplaatsen zijn een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plek waar mensen spullen of hulp te koop aanbieden, verkopen of afleveren. Er wordt dan bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een kraam, een wagen, een tafel of een hiermee vergelijkbaar object. Onder standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt zoals staat in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; een vaste plaats op een evenement zoals staat in artikel 7.2. Plaatsen voorwerpen openbare weg in strijd met functie daarvan Artikel 7.2 VFL stelt dat het is niet toegestaan de openbare weg, een gedeelte van de openbare weg of een openbare plaats die in beheer is van de gemeente anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. dat schade toebrengt aan de weg of openbare plaats; b. dat een gevaar oplevert voor het gebruiken van de weg of openbare plaats of voor het doelmatig en veilig kunnen gebruiken van de weg of openbare plaats; c. de weg of openbare plaats niet kan worden verzorgd en onderhouden; d. de inrichting en/of het gebruik afwijkt van de publieke functie en openbare bestemming.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 1 genoemde verbod.
Carbid, acetyleengas afkomstig van carbid en gasmengsels of stoffen met vergelijkbare eigenschappen In de gemeente Hollands Kroon is op grond van artikel 8.19 VFL verboden acetyleengas (C2H2) afkomstig van een reactie tussen carbid (calciumcarbid-chemische formule CAC2) water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen, al dan niet vernevelde, vloeistoffen of stoffen met vergelijkbare eigenschappen, in een wel of niet afgesloten vat, bus, fles of dergelijk voorwerp op explosieve wijze te verbranden op zo een manier dat daardoor gevaar, schade of hinder voor de omgeving kan worden veroorzaakt. Een uitzondering voor het gebruik van carbid voor het bereiken van een knaleffect of het verschieten van voorwerpen, als voldaan wordt aan de voorwaarden, waaronder een melding wordt gedaan welke voldoet aan de regels die zijn opgenomen in artikel 3.1.8 VFL. Geluidshinder In artikel 8.26 staan regels opgenomen om geluidshinder te voorkomen en waar nodig handhavend op te treden.
Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1 voor wegwerkzaamheden, werkzaamheden aan het spoor of bouwwerkzaamheden of andere bijzondere aangelegenheden Verklaring geen bezwaar Als een organisator een toertocht, (sport)wedstrijd of ander evenement organiseert die niet start of eindigt in de gemeente Holland Kroon, maar hier wel doorheen gaat, dan heb je toestemming nodig van de Gemeente Hollands Kroon. Dit is een verklaring van geen bezwaar (VGB). De verklaring vraag je aan bij de gemeente Holland Kroon. Staandwantvissen Voor het staandwantvissen dient een melding te worden gedaan voor de verlenging voor de vrijstelling voor recreatieve visserij met staandwant. Het Uitvoeringsregeling visserij verbindt hier regels en voorschriften aan.
Vastgestelde werkprocessen Omgevingswet en Wkb De intake- en omgevingstafel
Integraal werkproces Wkb
Werkwijze Toezicht en Handhaving Werkwijze Toezicht Toezicht op de uitvoering van de verleende vergunning vormt het slotstuk van het vergunningenproces. Per jaar worden er circa 250 controles uitgevoerd op de bouwplaats door onze toezichthouders. Naast het toezicht op de bouwactiviteiten en de bouwplaats omvat het tevens het beoordelen van administratieve bescheiden, zoals rapportages en het laten nader (laten) beoordelen van aangetroffen afwijkingen. Jaarlijks worden er circa 200 vergunningen gereed gemeld. Dat betekent dat de uitvoering is afgerond en akkoord is bevonden. Zowel wat betreft de frequentie en de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend heeft de gemeente beleidsvrijheid. Hollandskroon heeft als uitgangspunt dat elke vergunning in de uitvoering wordt gecontroleerd. De uitvoerder blijft verantwoordelijk voor een juiste uitvoering, het toezicht controleert op hoofdlijnen. Daarbij staat veiligheid (constructieve veiligheid, brandveiligheid, installaties) voorop. De frequentie en de diepgang van de controle hangen af van het type bouwwerk en de observaties van de toezichthouder gedurende het vergunningen en controleproces. Met de introductie van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is de verwachting dat de minimaal benodigde capaciteit afneemt omdat het toezicht op de bouw dan gedeeltelijk wordt overgenomen door de kwaliteitsborger van de aannemer.
Bij het toezicht geldt in zijn algemeenheid dat de toezichthouder zich kan identificeren en zijn wettelijke bevoegdheden spaarzaam, maar daar waar nodig, gebruikt. Bij het aangaan van gesprekken met (mogelijke) overtreders en de overig betrokkenen is het doel om te komen tot een gelijkwaardige dialoog met de overtreder om de juiste feiten en omstandigheden te achterhalen. De aangesprokene wordt uitgenodigd om zijn/haar perspectief weer te geven. De toezichthouder beoordeelt altijd de mogelijkheden om te komen tot een oplossing en daartoe tot afspraken te komen. Daarbij speelt de ernst van de overtreding een rol, maar ook de persoon van de overtreder en eventueel overige betrokkenen. Eventuele afspraken en termijn worden schriftelijk vastgelegd in het controlerapport en gecontroleerd. Het controlerapport voldoet aan de minimale eisen die de Raad van State daaraan stelt (zie kader). Nalevingsstrategie handhaving: Preventie De gemeente Hollands Kroon verkiest een nalevingsstrategie die goed gedrag stimuleert en overtredingen voorkomt. Hollands Kroon richt zich in eerste instantie op preventie door gesprek te gaan met onze inwoners en ondernemers. Dit neemt niet weg dat de gemeente doorpakt daar waar nodig is. De kernwaarden bij onze nalevingsstrategie is het geven van duidelijkheid en een focus op de eigen verantwoordelijkheid.
Voorlichting Een belangrijk element van elke preventiestrategie is voorlichting. Veel overtredingen worden immers begaan door onbekendheid met de regels van bijvoorbeeld het omgevingsplan. Uitleg over de regels, over het onderliggende doel ervan en de wijze waarop de gemeente toezicht blijft daarom belangrijk. Zichtbaarheid en nazorg Zichtbaarheid van het toezicht en de mogelijke gevolgen van een overtreding zijn een belangrijke factor bij het voorkomen van overtredingen. Ook willen we voorkomen dat overtreders opnieuw in de fout gaan en een nieuwe overtreding plegen. Daarom besteden we veel ‘nazorg’ in de vorm van her controles om recidive te voorkomen door in het toezicht zichtbaar te zijn nadat de overtreding is beëindigd. Werkwijze formeel handhavingsverzoek Verschil klacht of handhavingsverzoek » Handhavingsverzoek Het is van belang dat duidelijk is of iemand een klacht of een verzoek om handhaving indient. Een handhavingsverzoek is een aanvraag zoals bedoeld in artikel 1:3, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat een verzoek om handhaving moet worden gedaan door een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 1:2, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht. De Algemene wet bestuursrecht, waaronder paragraaf 4.1.3.2 (Dwangsom bij niet tijdig beslissen), zijn van toepassing. Het bevoegd gezag is verplicht om een besluit te nemen op het verzoek.
Dit besluit bestaat een handhavingsbesluit of uit een afwijzing van het verzoek. Het indienen van een verzoek om handhaving kan niet anoniem » Klacht/melding Onderdeel van de bestuursrechtelijke handhavingstaak is het behandelen van klachten over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet. Als er sprake is van een spoedsituatie bij ernstige hinder of direct gevaar, dan wordt er direct een controle uitgevoerd n.a.v. de ontvangen klacht/melding. In meeste andere gevallen wordt er n.a.v. de klacht/melding een handhaafzaak aangemaakt en deze wordt, conform de prioriteit uit het VTHbeleid en de beschikbare capaciteit, opgepakt. Indieningsvereisten handhavingsverzoek Een verzoek om handhaving moet voldoen aan de indieningsvereisten van de artikelen 4:1 en 4:2 Awb. Een ontvankelijk handhavingsverzoek is: • • • • •
schriftelijk ingediend; ondertekend; voorzien zijn van de naam van de aanvrager; voorzien van het adres van de aanvrager; voorzien van een dagtekening; en
•
voorzien van een aanduiding van het besluit dat wordt gevraagd.
Anonieme handhavingsverzoeken kunnen niet in behandeling worden genomen en worden behandeld als klacht/melding. Bij onduidelijkheid over de vraag of er al dan niet sprake is van een formeel verzoek om handhaving, neemt de behandelend ambtenaar contact op met de indiener. Ontvangst handhavingsverzoek De verzoeker om handhaving ontvangt binnen twee weken na binnenkomst van zijn verzoek een ontvangstbevestiging. Als het verzoek onduidelijk en/of onvolledig is, stelt de gemeente de verzoeker in de gelegenheid om het verzoek binnen een bepaalde termijn aan te vullen. Als blijkt dat de gemeente een handhavingsverzoek heeft ontvangen terwijl de gemeente daarop niet het bevoegde gezag is, dan wordt het handhavingsverzoek op grond van artikel 2:3 Awb doorgezonden aan het bevoegde orgaan. De afzender wordt hiervan in kennis gesteld. Gemeente niet altijd bevoegd Het kan voorkomen dat klachten of handhavingsverzoeken bij de gemeente binnen komen die niet behoren tot een gemeentelijke toezichts- en handhavingstaak. In veel gevallen gaat het dan om zaken waarbij de direct betrokkenen zelf verantwoordelijk zijn voor de oplossing van het probleem. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan meldingen van huurders die een geschil hebben met hun verhuurder (woningcorporatie of particulier). In dergelijke gevallen wordt de melder geïnformeerd en doorverwezen naar bijv.
de woningcorporatie, de GGD of buurtbemiddeling. Als gemeente zijn wij slechts belast met het toezicht op, en de handhaving van, verschillende publiekrechtelijke wet- en regelgeving. Overtreding van dergelijke wetgeving geeft ons een titel om iemand aan te spreken, en zo nodig middels sancties de naleving van wet- en regelgeving af te dwingen. Het gaat onze taak en expertise te buiten om men van advies in privaatrechtelijke aangelegenheden te voorzien. Dit betekent dat wij als gemeente zijnde hierin niet kunnen optreden. Werkwijze beoordeling Handhavingsverzoek Formele toets Belanghebbende Bij de ontvangst van een verzoek om handhaving wordt getoetst of de indiener van dit verzoek belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 lid 1 Awb aangemerkt als belanghebbende dan wordt het aangevraagde verzoek om handhaving niet-ontvankelijk verklaard. Beslistermijn Voor het bepalen van een redelijke termijn voor de behandeling van een handhavingsverzoek is de jurisprudentie van de Raad van State over dat onderwerp van belang. Er kan niet worden volstaan met de mededeling dat zal worden gehandhaafd. Binnen de bepaalde termijn dient het daadwerkelijke handhavingsbesluit te zijn genomen dan wel te middels voldoende onderbouwing te
worden verlengd. Bij veel handhavingsverzoeken is het nodig om onderzoek te verrichten op grond van het gelijkheidsbeginsel (de vraag of gelijke gevallen ook gelijk behandeld worden). Dit type onderzoek vergt zeer veel toezichts- en handhavingscapaciteit. Voor de toepassing van het gelijkheidsbeginsel is een beleidslijn opgesteld. Daar komt bij dat de vastgestelde handhavingsstrategie de stappen voorschrijft voor het nemen van een handhavingsbesluit: De eerste stap bestaat uit een controle ter plaatse door een toezichthouder van de gemeente. Deze controle wordt uitgevraagd door middel van een verzoek tot inspectie formulier. De tweede stap is het beoordelen van hetgeen is geconstateerd. Levert dit een overtreding op van wet- en regelgeving waar een bestuursorgaan van de gemeente het bevoegd gezag voor is? Als geen sprake is van een overtreding, wordt het verzoek om handhaving afgewezen. Tegen dit besluit staan rechtsmiddelen open. Als sprake is van een overtreding, wordt een legalisatieonderzoek gedaan. Daarbij wordt gekeken of de situatie alsnog gelegaliseerd kan worden door bijvoorbeeld een omgevingsvergunning. Een aanvraag daarvoor is dan uiteindelijk wel noodzakelijk. Indien de situatie niet te legaliseren is, volgt een brief waarin het bevoegd gezag het voornemen uit om een handhavingsbesluit te nemen.
De overtreder en eventuele belanghebbenden krijgen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Wanneer eventuele zienswijze geen aanleiding geen om anders te doen besluit en nog steeds sprake is van een overtreding, wordt een handhavingsbesluit genomen. Tegen dit besluit staan rechtsmiddelen open. Uit het voorgaande blijkt dat de procedure voor de afhandeling van een handhavingsverzoek veel tijd in beslag neemt. Procedureel leidt dit tot de volgende werkwijze: De verzoeker om handhaving ontvangt een ontvangstbevestiging. In de ontvangstbevestiging geven we duidelijk aan waar het handhavingsverzoek precies op ziet. Hiermee bakenen we de omvang van het verzoek af. Wordt er daarna een nieuw onderdeel door de verzoeker ingebracht? Dan wordt beoordeeld of sprake is van een uitbreiding van het verzoek om handhaving of een nieuw verzoek om handhaving. Indien we de termijn van 8 weken (artikel 4:13 Awb) niet halen, dan wordt binnen die periode de termijn middels een brief verlengd (artikel 4:14 Awb). Weet je hoe lang je nog nodig hebt, noem dan die termijn. Weet je het niet, dan ligt een verlenging van 8 weken voor de hand.
Als er sprake is van een situatie dat in overleg tussen partijen naar een minnelijke oplossing wordt gezocht, dan wordt dat formeel vastgelegd op basis van 4:15 Awb. De termijn voor het geven van een beschikking kan namelijk worden opgeschort gedurende de termijn waarvoor de aanvrager schriftelijk met uitstel heeft ingestemd. Los van de termijnen, is een zo spoedig mogelijke afhandeling uiteraard te allen tijde het streven.
Bijlage 8. Uitvoeringsorganisatie De gemeente is verplicht haar uitvoeringsorganisatie zo inrichten te dat het aan bepaalde eisen voldoet. Kort gezegd komt dit neer op het regelen van een scheiding van functies, de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de organisatie ook buiten kantooruren en de beschrijving van werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening. Omdat wij er waarde aan hechten dat onze werknemers beschikken over de meest actuele kennis wordt ook aandacht besteed aan opleidingen. In dit hoofdstuk worden al deze zaken toegelicht. Scheiding taken Het verlenen van omgevingsvergunningen en het toezicht op het naleven hiervan wordt gescheiden uitgevoerd. Hierdoor zijn vergunningverleners niet betrokken bij het toezicht op vergunningen waarvan zij de voorschriften hebben opgesteld. De gemeentelijke organisatie en de uitvoeringsdiensten moeten ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn voor toezicht en handhaving. Bereikbaar voor het melden van acute klachten en beschikbaar voor het behandelen van incidenten. Om dit te waarborgen zijn er verschillende (piket)regelingen. Milieu, evenementen en bedrijven De OD is 24 uur per dag bereikbaar. Buiten kantoortijd wordt het klachtenteam opgeroepen: •
• •
wanneer een bedrijf een vermelding heeft dat een klachtenmedewerker buiten kantoortijd moet worden opgeroepen. Bijvoorbeeld bij een horecabedrijf waar eerder klachten over zijn geweest. bij een melding over een ongewoon voorval. bij 3 milieuklachten binnen 1 uur of bij 5 milieuklachten gedurende 24 uur met vermoedelijk dezelfde oorzaak.
Bouwen Er is 24 uur per dag een medewerker met de expertise bouwen beschikbaar. De bereikbaarheid loopt via de meldkamer. In de praktijk wordt een medewerker bouwen met name buiten kantooruren opgeroepen bij brand in verband met eventueel instortingsgevaar. De brandweer heeft dan bouwkundig advies nodig. Indien nodig wordt contact gelegd met een medewerker met constructieve kennis van de afdeling Dienstverlening, cluster vergunningen. Klachten en meldingen Klachten over onveilige of kapotte zaken in de openbare ruimte kunnen 24 uur per dag gemeld worden aan het Klant Contact Centrum (KCC) via website. Hierbij kan gedacht worden aan gaten in de weg, omgewaaide bomen, kapotte lantaarnpalen, kapotte speeltoestellen, etc. Ook meldingen van woonoverlast of eenvoudige verkeersproblemen kunnen gemeld worden. Bij woonoverlast kan gedacht worden aan: burenlawaai, overbevolking en bouwvallige, onveilige en/of sterk vervuilde percelen/ woningen.
Grote incidenten en rampen Voor rampen, crises en grote incidenten heeft de gemeente een crisisplan (regionaal crisisplan vanuit de Veiligheidsregio). Vanuit de meldkamer dan wel de plaats incident kan ervoor gekozen worden om op te schalen naar de GRIP structuur. Er zijn collega’s (Officier van Dienst/ Adviseur Openbare Orde) op hard piket (Piket Veiligheid) die 24 uur per dag en 7 dagen per week opgeroepen kunnen worden. Samen met andere operationele diensten kan de collega beslissen dat er wordt opgeschaald en op dat moment kunnen lokale en/of districtelijke collega’s uit de crisisorganisatie worden opgeroepen. Dit zijn interne collega’s dan wel collega’s van omliggende gemeenten die getraind zijn om hun functie tijdens een crisis uit te oefenen. Processen en procedures Processen en procedures zijn vastgelegd en geïntegreerd in de VTH applicaties als openwave, DSO maar ook in processen zoals in de bijlagen bij vergunningstrategie en werkprocessen opgenomen Opleidingen In de kwaliteitscriteria is vastgelegd welke kennis en vaardigheden VTH-medewerkers moeten bezitten om de gewenste kwaliteit van uitvoering te leveren. Er is blijvende aandacht om medewerkers te laten voldoen aan de kwaliteitscriteria. Hiervoor is opleidingsbudget beschikbaar. Voor de Omgevingswet is een separaat opleidingsplan gemaakt om de medewerkers van voldoende kennis en vaardigheden te voorzien.
62
Bijlage 9 Samenwerking In de onderstaande tabel zijn onze externe partners aangegeven bij welke onderwerpen de samenwerking wordt opgezocht en op welke manier dit gebeurt.
Brandweer/Veiligh eidsregio NHNH
De Veiligheidsregio adviseert en ondersteunt de gemeente in het kader van de vergunningverlening (bouwen, milieu, gebruik) op het gebied van brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, brandveiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen en ruimtelijke ordening inclusief externe veiligheid van brandveilig gebruik. Ook voert de veiligheidsregio op deze gebieden toezicht uit.
De samenwerkingsafspraken tussen de Veiligheidsregio en de gemeente liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst. De veiligheidsregio rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden.
Omgevingsdienst NHNH
De OD voert namens Hollands Kroon de wettelijke én enkele aanvullende (milieu)taken uit. Zo adviseert de OD de gemeente bij vergunningverlening en meldingen op het gebied van milieuaspecten. Ook voeren zij toezicht uit op de milieuaspecten. Hieronder valt onder andere structureel milieutoezicht, ketentoezicht en bedrijfsmatige saneringen.
De gemeente Hollands Kroon heeft een dienstverleningsovereenkomst met de OD voor leveren van advies en het uitvoeren van milieutoezicht. Deze taken worden jaarlijks in een uitvoeringsprogramma vastgelegd.
Politie
De politie sluit regelmatig aan bij controles.
Met betrekking tot gezamenlijke controles is afstemming met politie op operationeel niveau, waarbij prioriteiten en capaciteit worden afgestemd. Als we een trend signaleren, waarbij we politieinzet nodig hebben voor controles, zoeken we op dat moment afstemming op operationeel niveau.
OM
Afstemming over strafrechtelijke handhaving.
In het driehoeksoverleg worden, indien nodig, gezamenlijke afspraken gemaakt met politie, OM en gemeente met betrekking tot specifieke casussen
Inspectie SZW
SZW is verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden van werknemers. Daarnaast sporen ze fraude, uitbuiting en georganiseerde criminaliteit binnen de keten werk en inkomen op. Gezamenlijk optrekken om misstanden integraal aan te pakken.
Door samen actief integrale controles uit te voeren maar ook casussen te bespreken op voorhand. Tevens hebben we onderling nauw contact om signalen door te geven zodat ieder vanuit zijn eigen expertise hierop kan handelen.
Andere gemeenten
Kennisoverdracht & consultatie via werkgroepen en overlegvormen.
Kennis delen bv. op het gebied van woonoverlast in de werkgroep die door het CCV georganiseerd wordt. Tevens direct contact met gemeenten wanneer er vragen zijn op verschillende thema’s.
Liander
Kennisdelen en aanpakken van energiefraude.
Deelname van Liander bij integrale controles, in het bijzonder bij de aanpak van hennepkwekerijen. Hierbij dragen ze tevens zorg voor een veilige werkomgeving van de partner op locatie.
Woningcorporaties
Vergroten van de leefbaarheid binnen de woonwijken.
Deelname van de woningbouwcorporaties aan de buurtregie, korte lijntjes tussen de toezichthouders en leefbaarheidsconsulenten.
GGD
GGD is belast met het houden van toezicht (inspectie) op de Wet op Kinderopvang.
GGD inspecteert, gemeente handhaaft indien nodig. Hierbij is het delen van voornamelijk inspectierapporten van toepassing.
Beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van de inwoners van Hollands Kroon
Integrale controles uitvoeren wanneer er sprake is van bv. vervuilde woningen.
Bureau HALT
Doorverwijzen van minderjarigen om recidive (alcohol- en drugsgebruik) te voorkomen.
Contact met HALT te intensiveren, afspraken met HALT, politie en gemeente te maken.
Gemeentelijke adviescommissie
Deze commissie is belast met het beoordelen van initiatieven en aanvragen die betrekking hebben op Rijksmonumenten.
Deze commissie (en zijn leden) wordt benoemd door de gemeenteraad. Tweewekelijks komt de commissie in een openbare vergadering bijeen en worden de zaken behandeld.
Provincie Noord-Holland
Bij een aantal ruimtelijke afwegingen (Omgevingsbesluit Hoofdstuk 4) dient afstemming gezocht te worden met de provincie.
Over de afstemming met de provincie zijn werkafspraken gemaakt. Is advies noodzakelijk dan is wordt de zaak rechtstreeks doorgestuurd aan de beleidsafdeling.
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Bij een aantal ruimtelijke afwegingen (Omgevingsbesluit Hoofdstuk 4) dient afstemming gezocht te worden met het waterschap.
Met het waterschap zijn werkafspraken gemaakt. Eventuele adviezen worden rechtstreeks opgevraagd.