1.Toelichting bestemmingsplan Koggeweg 4 t Veld
Tekst van het document
Toelichting Koggeweg 4 ‘t Veld Gemeente Hollands Kroon
19 april 2023
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
2
Korte beschrijving plan Bestaande situatie Nieuwe situatie
7
7 10
3
Beleidskader
13
4
Milieu- en omgevingsaspecten
30
5
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
52
6
Juridische regeling
54
1.1 1.2 1.3 1.4
2.1 2.2
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4.1 4.2 4.3
5.1 5.2
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Aanleiding en doelstelling Plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer
Algemeen Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Inleiding Milieu-aspecten Omgevingsaspecten
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inleiding De verbeelding De regels Opbouw regeling per bestemming De bestemmingen
3 3 4 6
13 13 15 23 23
30 30 40
52 52
54 54 54 55 57
1 1.1
Inleiding Aanleiding en doelstelling Aan de Koggeweg 4 in ’t Veld bevond zich een tuinbouwbedrijf, waarvan de opstallen en voormalige bedrijfswoning nog aanwezig zijn. Er is een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van vier nieuwe woningen en het vervangen van de bedrijfswoning voor een reguliere woning. Deze vergunning is onherroepelijk, gelet op een uitspraak van de Raad van State d.d. 27 oktober 2012 (ECLI:NL:RVS:2021:2389). Hieraan ging een uitspraak van de rechtbank aan vooraf: https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/omgevingsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2020-8515. Gebleken is evenwel dat geïnteresseerde kopers andere wensen hebben ten aanzien van het ontwerp elk der woningen. Dit is op zich voorstelbaar, nu het zelf realiseren van een woning voor een gemiddeld inkomen/ huishouden een forse, vaak eenmalige investering betekent. Hoewel er dus bij recht 5 woningen gebouwd kan worden, is overwogen dat met een bestemmingsplanherziening beter invulling gegeven kan worden aan de behoefte. Daar voorziet dit bestemmingsplan in. In de juridische regeling wordt zoveel mogelijk aangesloten op de omgevingsvergunning. Dat houdt in dat de bouwvlakken, maximale goot- en bouwhoogte zijn afgestemd op de locatie en massa van de vergunde woningen.
1.2
Plangebied Het plangebied bevindt zich aan Koggeweg 4 in het dorp ’t Veld, gemeente Hollands Kroon. Het perceel is met het oog op de ontwikkelong reeds verdeeld in 5 kadastrale eenheden, NDP02-E-1975, groot 686 m2, NDP02-E-1976 groot 705 m2, NDP02-E1977, groot 684 m2, NDP02-E-1978, groot 691 m2 en NDP02-E-1979, groot 924 m2.
Plangebied uitgezoomd 3
Plangebied ingezoomd
1.3
Vigerende bestemmingsplannen Op dit moment geldt voor het plangebied primair het bestemmingsplan ’t Veld, Niedorp en Zijdewind – de Weel, vastgesteld 27 juni 2013. Er gelden twee bestemmingen: Agrarisch voor het noordelijk deel en Wonen voor het zuidelijk deel. Er is daar tevens een bouwvlak opgenomen waarbinnen een woning gebouwd mag worden. Voor het gehele gebied geldt ook een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4.
Uitsnede geldend bestemmingsplan
4
De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • de uitoefening van akkerbouw- en tuinbouwbedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; (..) • bedrijfswoningen, met dien verstande dat per bedrijf ten hoogste 1 bedrijfswoning is toegestaan, al dan niet in combinatie met aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, mits: • niet meer dan 1/3 deel van het totale oppervlak van de bedrijfswoning, inclusief bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 75 m², voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf wordt gebruikt; • alleen activiteiten worden uitgevoerd die niet meldingplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving en die genoemd zijn in bijlage 1 bij deze regels, dan wel naar aard en invloed daarmee gelijk te stellen zijn; • geen overwegende hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu; • geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk maken; • er geen reclame-uitingen groter dan 0,5 m² bij of aan de woning worden geplaatst, met een maximum aantal van 1, onder de voorwaarde dat deze niet verlicht mag zijn; • degene die het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf uitoefent, tevens de
bewoner van de woning is; • er geen activiteiten ten aanzien van een horecabedrijf of een seksinrichting worden uitgeoefend; • er geen detailhandel plaatsvindt, anders dan onderschikte detailhandel; • er geen buitenopslag ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf plaatsvindt; en tevens voor: (..) • medegebruik ten behoeve van aan de agrarische bedrijfsvoering ondergeschikte nevenactiviteiten in de vorm van: • hobbymatige bed & breakfast voor maximaal 4 personen, met dien verstande dat: o deze functie uitsluitend in de bestaande bedrijfswoning en de bestaande bijbehorende bouwwerken mag worden uitgeoefend; o er geen eigen kookgelegenheid is toegestaan, tenzij gebouwen zijn voorzien van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding - stolp”; o permanente bewoning niet is toegestaan; o geen overwegende hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu; o geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; o het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; o het parkeren op eigen erf plaatsvindt; • ondergeschikte detailhandel voor zover deze direct gerelateerd is aan de uitoefening van het agrarisch bedrijf; 5
• •
bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 van de als bijlage 2 bij deze regels opgenomen Staat van bedrijven; paardenhouderij, tot een oppervlakte van ten hoogste 300 m², exclusief de oppervlakte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de paardenhouderij als nevenactiviteit, zoals een paardenbak, trainingsmolen en longeercirkel,
Een gebruik voor reguliere bewoning is niet toegestaan binnen deze bestemming. Voor het deel met bestemming Wonen is het gebruik toegestaan, maar komt de plek van het bouwvlak niet overeen met de gedachte nieuwe locatie van het meest zuidelijk bouwvlak. Bovendien is geregeld dat maximaal het bestaande aantal woningen is toegestaan, en naast het meest zuidelijke bouwvlak komt het gewenste nieuwe bouwvlak ten noorden daarvan deels ook binnen de bestemming Wonen. De dubbelbestemming Archeologie -4 regelt dat er archeologisch onderzoek moet plaatsvinden als sprake is van bouwinitiatieven. De verplichting geldt niet voor bouwplannen die betrekking hebben een oppervlakte van niet meer dan 2.500 m² en ondieper dan 40 cm. Aangezien de woningen gefundeerd worden, zal de diepte worden overschreden. Het artikel levert dus strijd op. Zie hiervoor verder paragraaf 4.3.3. Tevens geldt een Parapluplan Parkeren en Wonen (vastgesteld 27 september 2018), waarin onder meer is geregeld dat het begrip wonen is toegevoegd aan het primaire bestemmingsplan, alsook dat er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein moeten komen. Zie daarvoor paragraaf 3.5.2 en 4.3.5. Tot slot gelden ook de bestemmingsplannen facetplan-logies (vastgesteld 16 september 2021) en Gedeeltelijke herziening bijgebouwenregeling in diverse bestemmingsplannen van Hollands Kroon (vastgesteld 5 maart 2015).
Deze plannen hebben geen relevantie voor het plan dat voorligt en zijn daarom buiten beschouwing gelaten.
1.4
Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan moet voldoen. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. In hoofdstuk 5 komen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod. De toelichting besluit met een hoofdstuk met de juridische toelichting.
6
2 2.1
Korte beschrijving plan Bestaande situatie De planlocatie ligt binnen West-Friesland. Vanaf de 11e eeuw begon men met de aanleg van de Westfriese Omringdijk. Aanleg van dijk beschermde West-Friesland tegen de zee. De dijk werd gebouwd met behulp van duizenden palen, enorme hoeveelheden zeewier en met veelal vlakbij afgegraven grond. In de twaalfde eeuw, na totstandkoming van de Omringdijk, was West-Friesland eigenlijk een bedijkt eiland. De nederzettingen zijn in de loop van de tijd uitgegroeid tot dorpen en steden. De Westfriese Omringdijk is in 1320 een gesloten geheel geworden.
Kaart Jacob van Deventer, 1558 De provincie Noord-Holland schaart West-Friesland qua landschapstype in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie onder ‘oud zeekleilandschap’; Nieuwe Niedorp en Oude Niedorp zijn dijkdorpen. Doordat het gebied is ontgonnen als veengebied, kent het ook de ruimtelijke karakteristieken van een veengebied, met langgerekte lintdorpen, een regelmatige, opstrekkende verkaveling en veel sloten, vaarten en tochten om het water af te voeren/op te slaan. Met name voormalige kreeklopen, waren aantrekkelijke woonplaatsen in het gebied. In het oostelijke deel van West-Friesland, woonde men hoofdzakelijk op de flanken van deze kreekruggen. Vanaf de middeleeuwen ontstonden hier lange dorpslinten. De eerste ontginningen zijn meestal vanaf waterlopen uitgevoerd. Vanuit deze nederzettingen werd het land aan weerszijde ontgonnen, door loodrecht op de bewoningslinten stroken te graven. Deze langgerekte lintdorpen in het open Westfriese land zijn dan ook één van de kernkwaliteiten van het landschap. Voor de openheid geldt als kernkwaliteit: − Kleinschalige zeekleipolders. − Half-open landschap, overwegend vlak met tuinbouw, gras- en bouwland. − Kreekruggen (West-Friesland), ontgonnen veenvlakte, oude en jonge zeeklei en terpen − Mate van openheid: landschap met een half-open karakter.
7
Het dorpsDNA van dijkdorpen bestaat onder meer er uit dat: 1. de weg of dijk de ruimtelijke structuurdrager is; 2. de bebouwing is georiënteerd op de structuurdrager en er 3. rafelige dorpsranden zijn (er is dus een zachte overgang dorp –landschap). De kernen in dit gebied zijn ontstaan als agrarische nederzettingen. De ontginning van het gebied vond plaats vanaf de terpen, langs ontginningsassen haaks op de dijk. Langs deze ontginningsassen ontwikkelde zich lintbebouwing. De linten werden onderling verbonden door de (aanvankelijk) onbebouwde wegen haaks op de lintbebouwing. Uiteindelijk raakten deze wegen ook voor een deel bebouwd. Het plangebied is gelegen in het dorp ‘t Veld. De eerste bebouwing kwam langs het Rijderdijkje dat de eerste bewoners beschermde tegen het water. Later is dat water ingepolderd, zoals de Leyerpolder, de Tjaddinxpolder en de polder Ooster- en Westerkoggen. Er voerde eind 1700 geen behoorlijke weg naar het oude kerkgebouw in 't Veld, dat gesitueerd was op de plek, waar ook de huidige kerk staat. Kerkgangers moesten het bereiken via een modderpad, dat vanaf de Weel leidde door het land tot achter de boerderij Rijderstraat 20 en vervolgens over het Rijderdijkje, dat uit kwam bij een boerderij vanwaar een pad liep naar de kerk. In 1818 werd de eerste verharde weg aangelegd, de Rijdersstraat, tot aan de kerk.
Het tweede gedeelte vanaf de kerk naar de Kolonie, te weten de Westerweg, kwam pas in 1868 tot stand. De Koggeweg vormt één van de toegangswegen naar het dorp. Er staan aan weerszijden nu meerdere woningen, waarvan enkelen recent gebouwd. Aan de Koggeweg 4 was een tuinbouwbedrijf aanwezig, waarvan bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen nog aanwezig zijn. Erachter bevindt zich een volkstuincomplex en daar achter een sporthal met sportvelden. De gebouwen aan de Koggeweg 4 beslaan een oppervlakte van ca. 585 m2, zijn vervallen en het geheel geeft een rommelige indruk. Gelet op het feit dat er in de omgeving meerdere woningen aanwezig zijn, is het opnieuw realiseren van een tuinbouwbedrijf in ruimtelijk opzicht niet een gewenste situatie. De locatie dient zich aan voor bedrijfssanering waarna er ruimte is voor een verkaveling met enkele woningen. Aan de overzijde is tamelijk recent een soortgelijke ontwikkeling plaatsgevonden: er is een bedrijf gesaneerd waarna er enkele woningen zijn gebouwd.
Impressie plangebied 8
De mogelijkheden hiertoe zijn opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp (met aanduiding 9 wooneenheden, NL.IMRO.1911.BpBuitengebied2010-va02, vastgesteld 1 oktober 2013 ), resp. omgevingsvergunning Koggeweg 17 NL.IMRO.1911.OVBpBg2010003-va01, vergund 17 februari 2016 resp. omgevingsvergunning Rijdersstraat 128a en Koggeweg 1 in 't Veld, nieuwbouw 2 woonhuizen (NL.IMRO.1911.OVBPG2010005-va01, vergund 9 november 2017).
Impressies nieuwbouw overzijde
9
2.2
Nieuwe situatie Voor het voornemen als beschreven is door de gemeente reeds een omgevingsvergunning verleend (19 juni 2019), uitgaande van navolgende situaties en impressies. Het ging i.c om 5 woningen, bestaande uit twee bouwlagen met kap, na sloop bestaande woning en opstallen.
Situatieschets omgevingsvergunning
Impressie vergunning De Raad van State heeft op 27 oktober 2021 geoordeeld dat de locatie is gelegen binnen Bestaand Stedelijk Gebied en dat daarom de vergunning (mede) terecht is afgegeven. De overweging van de Raad van State luidt als volgt: Het gedeelte van het perceel waarop de bestemming ‘Agrarisch’’ rust beslaat slecht 0,22 ha. Op het perceel rust naast de bestemming ‘agrarisch’ de bestemming ‘Wonen’. Op de gronden ten noordwesten van het perceel rust ook een woonbestemming. 10
Daarnaast rust op de gronden tegenover de Koggeweg op grond van het bestemmingsplan ‘Buitengebied voormalige gemeente Niedorp’ ook de bestemming ‘Wonen’. Dit betekent dat het perceel waarop woningen 2a, 2b en 2v worden gerealiseerd aan drie zijden worden omsloten door gronden waarop de bestemming ‘Wonen’ rust en aan één zijde gronden met de bestemming ‘Recreatie- Volktuin’. Daarnaast wordt het perceel ook feitelijk aan drie zijden omsloten door woningen en aan één zijde door een volkstuinencomplex. De bestaande bebouwing op het perceel die in het geheel wordt verwijderd is 585 m2 en de nieuwe bebouwing bestaande uit de 5 woningen zijn in totaal 575 m2, waarvan 345 m2 in beslag wordt genomen door de woningen 2a, 2b en 2c. De afdeling acht het niet realistisch om bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, de voorheen geldende agrarische bestemming doorslaggevend te laten zijn. De Afdeling komt daarom in dit geval tot de conclusie dat, niet alleen de woningen 2d en 4, maar ook de woningen 2a, 2b en 2c zijn voorzien binnen bestaand stedelijk gebied. Van strijd met artikel 5c van de PRV is dan ook geen sprake. Wel zijn enkele andere gebreken in het besluit geconstateerd, die hersteld moesten worden.
Het betreft de volgende onderwerpen zoals die door de Rechtbank Noord-Holland zijn aangegeven: • In verband met de strijdigheid met de PRV dient bij het nieuw te nemen besluit op de aanvraag alsnog (kenbaar) in (voor)overleg met GS plaats te vinden en advies gevraagd te worden aan de Agrarische adviescommissie. • Bij het nieuw te nemen besluit op de aanvraag moet het plan alsnog aan de Provinciale Omgevingsvisie NH 2050 getoetst worden en concreet gemotiveerd dient uit een gezet waarom aan die visie is voldaan. • Bij het nieuw te nemen besluit op de aanvraag dient aan gegeven te worden aan welke Leidraad(2010) of 2018) getoetst is en waarom en wat de conclusie hiervan is. Beoordeeld moet worden, zo nodig in overleg met GS, of de drie woningen die binnen de huidige bestemming Agrarisch zij ngesitueerd in vereenstemming zijn met artikel 15 van de PRV. • In het kader van het nieuw te nemen besluit hoeft geen nader onderzoek meer te worden verricht naar vleermuizen. Dit zogenaamde ‘reparatiebesluit’ heeft de gemeente genomen op 3 mei 2022. De relevante passages uit dit besluit zijn in deze toelichting opnieuw opgenomen. Met het plan wordt een bijdrage geleverd aan de leniging van de nog altijd grote behoefte aan woningen. Het gaat bovendien om een locatie binnen Bestaand Stedelijk Gebied, zodat (de openheid van) het landelijk gebied niet aangetast wordt.
Bovendien past het plan binnen het landschap en de cultuurhistorie, zie hiervoor meer in detail paragraaf 3.3.2. Het straat- en bebouwingsbeeld wordt met de nieuwe stedenbouwkundige invulling versterkt. Daarbij wordt in dit bestemmingsplan de opbouw en uitgangspunten van de verleende omgevingsvergunning gevolgd: de bouwvlakken van de nieuwe woningen zijn gebaseerd op voornoemde situatieschets en de toegestane goot- en bouwhoogten ook.
11
Verder verbetert de ruimtelijke kwaliteit doordat vervallen gebouwen worden gesaneerd en tot slot wordt een bedrijf gelegen nabij meerdere woningen en waarvan (in potentie) milieu-overlast uitgaat, gesaneerd, hetgeen dus bijdraagt aan het woon- en leefklimaat ter plaatse voor reeds aanwezige omwonenden. Voorts worden met het plan de lichte en zware TNO-normen niet overschreden 1, waarbij blijkens jurisprudentie geldt dat daarnaar verwezen mag worden (ECLI:NL:RVS:2023:172). Ook vindt er geen onevenredige aantasting van privacy (de afstand tot belendende percelen van de nieuwe woningen is meer dan 2 m; dit is de afstand genoemd in artikel 5.50 Burgerlijk Wetboek om voldoende privacy te garanderen) of schaduwwerking op bestaande woningen plaats, zodat -opnieuw- sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Zodoende kan meegewerkt worden aan het initiatief. In navolgende hoofdstukken volgt een toets aan het ruimtelijk relevant beleid van de diverse overheden ne vervolgens aan milieu- en omgevingsaspecten.
1
De 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam.
De 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. 12
3 3.1
Beleidskader Algemeen Planologische besluitvorming dient te passen binnen de ruimtelijke kaders die ontworpen worden op alle verschillende overheidsniveaus. Ter verkenning van de beleidsruimte wordt daarom in dit hoofdstuk het ruimtelijk (relevante) beleid weergegeven.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie 2021 De kaders van het rijksbeleid op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en per 1 januari 2021 in werking getreden. De NOVI vervangt vanaf dat moment de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actiever Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat. In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en economisch groeipotentieel; 3.
sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken worden 21 nationale belangen benoemt in de NOVI waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Deze 21 nationale belangen hebben ook een relatie met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie ook paragraaf hierna.
13
Beoordeling en conclusie Er zijn geen Rijksbelangen in het geding. 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen van nationaal belang uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. De volgende onderwerpen worden in het Barro genoemd: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Beoordeling en conclusie Het plan valt niet binnen de reikwijdte van één van de onderwerpen uit het Barro. Er zijn hierin daarom geen regels opgenomen die van belang zijn voor het onderhavige plangebied. Het plan is hierdoor niet strijdig met het Barro.
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking Het laatste nationale belang, zorgvuldige afweging, is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening. De regeling komt er op neer dat van bepaalde ontwikkelingen nut en noodzaak dient te worden aangetoond. Op 1 oktober 2012 is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 lid 2 Bro vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd.
Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Wat onder ‘stedelijke ontwikkeling’ en ‘bestaand stedelijk gebied’ wordt verstaan is in het Bro opgenomen en verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of
14
zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Onder ‘bestaand stedelijk gebied’ verstaat het Bro een ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Niet elke ontwikkeling van stedelijke aard wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder. Uit enkele uitspraken blijkt dat plannen tot 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling zijn aan te merken. Zie onder meer 201308263/2/R4 en 201302867/1/R4201501297/1/R4. Ook inpandige functiewijzigingen zijn in beginsel niet als stedelijke ontwikkeling aan te merken. Zie onder meer een uitspraak van de Afdeling van 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2316) of de uitspraak van de Afdeling van 21 januari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:96) inzake een functiewijziging van een restaurant. Bedrijfsuitbreidingen tot 400 m2 (ECLI:NL:RVS:2014:4409) of van een winkel met 400 m2 (ECLI:NL:RVS:2014:4409), of van een kantoor met 540 m2 (201506789/1/A1) worden niet gezien als stedelijke ontwikkeling.
Uitzondering hierop vormt een ontwikkeling waarvan de aard en impact zodanig substantieel is dat deze aanleiding geeft de ontwikkeling wel als stedelijke ontwikkeling te merken. Een functiewijziging naar een hotel met 160 kamers is daar een voorbeeld van (ECLI:NL:RVS:2016:1064). Beoordeling en conclusie Zoals aangegeven, ligt de locatie binnen Bestaand Stedelijk Gebied, ondanks het feit dat een klein deel de bestemming Agrarisch kent. De redenen hiervoor zijn dat het slechts om een klein perceel gaat, ca. 0,22 ha, en dat het mede gezien de ingeklemde ligging niet reeel is dat de gronden op een effectieve wijze agrarisch gebruikt kunnen worden. Bovendien wordt de locatie aan weerszijden door woningen omringd en maakt het ruimtelijk deel uit van het dorp ’t Veld. Er wordt voorts onder de ‘grens’ van 11 woningen gebleven. Om deze redenen kan een nadere toets aan de Ladder achterwege blijven.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie NH2050 (2018) Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige
15
leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: 1. Leefomgeving a. Klimaatverandering: Noord-Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in NoordHolland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. 2. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c.
Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. 3. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. 1. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. 2. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. 3.
Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden.
16
4. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Beoordeling en conclusie Het voorliggende initiatief is niet in strijd met de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie. Het zorgen voor voldoende woningen is een belangrijke provinciale doelstelling. Het initiatief speelt daar op in past zodoende binnen de Omgevingsvisie. 3.3.2
Omgevingsverordening NH2020 (2020) Op 11 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de verordening staan de regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. In de verordening zijn regels opgenomen over onderwerpen in zowel het landelijke als het stedelijke gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Een deel van de regels is alleen van toepassing voor het landelijk gebied. Aan Bestaand Stedelijk Gebied wordt in de omgevingsverordening minder vereisten gesteld. Beoordeling en conclusie Het plan is zoals aangegeven niet als stedelijke ontwikkeling aan te merken. De provincie hanteert voor het begrip stedelijke ontwikkeling namelijk hetzelfde begrip als het Besluit ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.1). De locatie is gelegen in de werkingsgebieden Landelijk Gebied (Noord-Holland Noord).
Werkingsgebied Landelijk Gebied Provinciale Omgevingsverordening Gelet hierop is een aantal artikelen relevant. Allereerst artikel 6.10 Noord-Holland Noord landelijk gebied 1. Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied Noord-Holland Noord landelijk gebied uitsluitend voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.
17
2. De in het eerste lid genoemde afspraken kunnen alleen afspraken bevatten over locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten. 3. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan ook voorzien in functiewijziging van een stedelijke functie of van een agrarisch bouwperceel naar wonen in de vorm van maximaal twee burgerwoningen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: o ter plaatse van de bestaande stedelijke functie of agrarisch bouwperceel is ten minste één bedrijfswoning planologisch toegestaan; o de functiewijziging naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet; o de bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden; en o een tweede burgerwoning is alleen mogelijk als meer dan 1.500 m² grondoppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak wordt gesloopt. 4. In afwijking van het eerste lid kan een nieuwe burgerwoning worden toegestaan, indien deze woning wordt gesitueerd in een dorpslint en hierbij een aanwezige bedrijfswoning binnen het werkingsgebied glastuinbouwconcentratiegebied wordt wegbestemd en gesloopt. 5.
In afwijking van het bepaalde eerste lid kan een ruimtelijk plan voorzien in een functiewijziging van een karakteristieke boerderij naar een woonfunctie waarbij de karakteristieke boerderij mag worden gesplitst in meerdere burgerwoningen, indien geen afbreuk wordt gedaan aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing. 6. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen aan de afspraken, bedoeld in het eerste lid. Er wordt voldaan lid 2: de locatie is gelegen binnen een bestaand dorpslint. Met de provincie is voorts afgesproken gemeentelijke locaties BSG voor minder dan 12 woningen niet afzonderlijk door de regio te worden beoordeeld. De locatie is opgenomen in het Kwalitatief Woningbouwprogramma regio Kop van Noord-Holland (KWK). Het aantal van 4 extra woningen past binnen de gemeentelijke woningbouwopgave. Het plan is daarmee dus regionaal en provinciaal afgestemd. Relevant is verder artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1. Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 2. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a.
rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en
18
i. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. 3. In aanvulling op het tweede lid, wordt bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in de Amstelscheg rekening gehouden met de karakteristieken en de ontwerpprincipes inzake de samenhang, de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van het landschap, zoals beschreven in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde rapport ‘Gebiedsperspectief en Beeldkwaliteit Amstelscheg’ (nr. 2011-66880). 4. De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. 5. Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen, ook in een vroeg stadium, inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie verdeelt en beschrijft 20 ensembles en 10 provinciale structuren die zich onderscheiden in de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van landschap en cultuurhistorie. Ambities en ontwikkelprincipes in de Leidraad geven richting bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Op basis van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zijn voor de planlocatie de volgende aspecten van belang: • de planlocatie ligt in het ensemble West-Friesland West; • West-Friesland is een oud zeekleilandschap met de Omringdijk als duidelijke rand; • rond ’t Veld heeft de ruilverkaveling het landschap ingrijpend veranderd, maar kleine • droogmakerijen en historische structuren zijn nog herkenbaar. • er is sprake van een ‘mozaïekachtig landschap’, waarin de open ruimten alzijdig zijn begrensd; • de soms grillige en langgerekte linten zijn belangrijke structuurdragers in dit gebied. De overgang tussen de kern en het landelijke lint is vervaagd. Een heldere positionering van ruimtelijke ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke dragers is gewenst.
Landschappelijk ensemble West-Friesland West, lint met stolpen Koggeweg zichtbaar (bron: Leidraad LC) 19
Op basis van de Leidraad zijn voor de planlocatie Koggeweg 4 ‘t Veld cultuurhistorische aspecten die via het ruimtelijke traject worden beschermd van belang, zoals het karakteristieke landschapspatroon en de ruimtelijke context van de planlocatie: Historische en landschappelijke context Het plangebied ligt in de gemeente Hollands Kroon, in het oude zeekleilandschap van West-Friesland. In dit gebied heeft de zee een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van het landschap. Na de vorming van de ondergrond en de daarop aanwezige natuur, heeft de mens het landschap in gebruik genomen en in grote mate gevormd. Kreekruggen De eerste bewoning in het zeekleilandschap, dat regelmatig te kampen had met wateroverlast, vond plaats op terpen die werden aangelegd. De hogere kreekruggen waren veilige en droge plekken voor wegen en wonen, hier bevinden zich de eerste dorpen. De voormalige wadvlakten vormen nu de laag gelegen en overwegend open kommen. Westfriese Omringdijk In de 11e en 12e eeuw ging men zich meer structureel beschermen tegen het water en werd het gebied bedijkt. De plaatsnaam ’t Veld komt voort uit een open plek in het veld. De eerste bebouwing kwam langs het Rijderdijkje wat de eerste bewoners beschermde tegen het water.Dijken werden aaneengesloten tot de uiteindelijke Westfriese Omringdijk, die aan het begin van de 13e eeuw gereed was.
West-Friesland was een grote landkern geworden, omgeven door water. Doornhet blijvende gevaar van overstromingen bleef de bewoning geconcentreerd op de hoger gelegen delen. Op de hogere kreekruggen ontstond lintbebouwing, door het aaneengroeien van kleine terpen. De meeste dorpen in de omgeving zijn ontstaan als agrarische nederzettingen en kenmerken zich nog door de lintstructuur (zoals Winkel, Nieuwe Niedorp, Zijdewind, Oude Niedorp, Haringhuizen, Barsingerhorn en ’t Veld). De linten werden onderling verbonden door de (aanvankelijk) onbebouwde wegen haaks op de lintbebouwing. De Koggeweg is ontstaan als weg langs de Nieuwe Sloot, de weg langs de scheiding tussen De Leijen Polder en De Kostverloren Polder. Langs de dijk is van oudsher sporadisch bebouwing aanwezig. Aansluitend op het dorp ´t Veld is een kleine lintstructuur ontstaan. Rond 1850 kenmerkte dit landschap zich door de openheid, met alleen beplanting in de linten en om de boerderijen. De ontsluiting van het gebied is grofmazig en kent een zekere noord-zuidrichting me een enigszins kronkelig verloop van de wegen Ruilverkaveling Door de ruilverkavelingen die rondom het plangebied, in de Niedorper koggen, zijn uitgevoerd in de jaren ’70, is de oorspronkelijke structuur van het landschap ingrijpend veranderd. De fijnmazige verkaveling is vervangen door een meer rechthoekig en grootschaliger patroon.
Met het verdwijnen van de oorspronkelijke stroken- en blokverkaveling verdween ook het microreliëf uit het landschap. Vele terpen zijn afgegraven, sloten en vaarwegen zijn omgezet in verharde wegen en er zijn nieuwe wegen aangelegd. Verder is er wegbeplanting aangebracht en is de waterbeheersing aangepast door de aanleg van diverse nieuwe waterlopen. Ook zijn de dorpen in de loop der tijd uitgebreid en zijn er verspreid in het gebied meer boerderijen komen te staan.
20
Dorpsontwikkeling 't Veld is van oorsprong een streekdorp. Het dorp heeft zich voornamelijk aan de noordzijde van de oorspronkelijke lintbebouwing ontwikkeld. Aan de zuidzijde is een directe relatie tussen het landschap en het open landschap. Aan de zuidzijde is het gebied deels besloten door de aanwezigheid van bosschages en laanbeplanting langs de wegen.
2020 Historische ontwikkeling landschap van 1925 tot 2020 Afweging, verantwoording landschap en cultuurhistorie De algemene ambitie volgens de Leidraad is om ruimtelijke ontwikkelingen: • bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke
21
karakteristiek, • bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en • helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. De beoogde planontwikkeling sluit op de volgende wijze aan op bovenstaande ambities: 1. Het mozaïeklandschap wordt behouden en versterkt Het dorp ’t Veld heeft zich langs de historische dijk Rijdersdijk in oost-westrichting verdicht. De bebouwing oriënteert zich op deze weg. Haaks hierop staan wegen het agrarisch gebied in. De Koggeweg is de weg langs een historische polderdijk. Langs de weg heeft verdichting plaatsgevonden ter plaatse van de kruising met het lint van ’t Veld. Hoewel de karakteristieke verkavelingspatronen voor een deel reeds zijn verdwenen in de ruilverkavelingsprojecten die in de (voormalige) gemeente Niedorp hebben plaatsgevonden, streeft de gemeente Hollands Kroon ernaar de nog aanwezige karakteristieke verkavelingspatronen zoveel mogelijk te behouden. Er is sprake van een mozaïeklandschap, met onregelmatige blokverkavelingen. Het oorspronkelijke verkavelingspatroon blijft met beoogde ontwikkeling in stand. Het lint geeft een heldere rand aan de open ruimtes in het landschap. de woningen aan de Koggeweg voegen zich binnen de lintbebouwing en vormen samen een ensemble; 2.
Het plan stoort de (beleving van de) openheid niet Het natuurlijke reliëf en de kunstmatige dijken zijn de belangrijkste ruimtebepalende elementen op de planlocatie. Verdichting vindt plaats op de kreekruggen en langs de dijken. Daarmee blijft de omgeving open. De planontwikkeling versterkt het bestaande lint langs de Koggeweg, die haaks staat op de Rijdersstraat. Het perceel wordt op dit moment ingesloten door stedelijke functies, zoals woningbouw, volkstuinen en sportvelden. Bebouwing en beplanting belemmeren een vrij zicht op het landschap. De openheid haaks op de dorpsstructuur wordt niet aangetast. Vanaf de Koggeweg is de openheid van het landschap goed beleefbaar. Deze situatie blijft met de beoogde planontwikkeling in stand. De beslotenheid van de planlocatie blijft intact, er wordt gestreefd naar een zo veel mogelijk groene uitstraling; 3. Het plan versterkt de historische ruimtelijke dragers De ontwikkellocatie sluit aan op de beslotenheid van bebouwing en beplanting rondom het dorp. Ter plaatste wordt de reeds aanwezige lintbebouwing langs de Koggeweg versterkt. De nieuwe woningen voegen zich binnen de karakteristiek van de gevarieerde lintbebouwing met erven en versterken daarmee de (historische) ruimtelijke dragers. De opzet van het plan sluit aan bij de landschappelijke en cultuurhistorische context en geeft aan de locatie een passende invulling. 3.3.3
Woonagenda 2020-2025 In de Woonagenda 2020 – 2025 heeft de provincie bepaald dat er voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen moeten komen. Specifiek voor het woonbeleid van de provincie geldt dat de vraag leidend is. Dat heeft niet alleen betrekking op de kwantiteit, bepaald door de huishoudensgroei, maar eerst en vooral op de kwaliteit: het juiste type woningen voor alle verschillende doelgroepen. De provincie is niet verantwoordelijk voor wonen en zorg. Daarom wil de provincie geen kaders meegeven. Wel vraagt de provincie aandacht voor het realiseren van geschikte en bijzondere woonvormen en het bevorderen van doorstroming om zo
22
het zelfstandig wonen te stimuleren. De vrijstaande woningen dragen bij aan de leniging van de behoefte aan woningen.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Regionaal Actieprogramma Kop van Noord-Holland 2017 - 2020 In het RAP is opgenomen dat de regio vooral inzet op kwaliteit boven kwantiteit. Woningbouwlocaties en transformatiemogelijkheden liggen vooral binnenstedelijk. Er is daarnaast voldoende stimulans en ruimte voor nieuwe initiatieven en woonexperimenten. De bevolkingsgroei- en samenstelling in de Kop verandert. De regio anticipeert hierop door in te zetten op verduurzaming van het wonen door levensloopbestendigheid, energiebesparing en nieuwe woonconcepten te verkennen. Specifiek voor de gemeente Hollands Kroon is beschreven dat de gemeente het faciliteren van initiatieven van bewoners als uitgangspunt neemt. Het accent op voorzieningen ligt in de vier grote kernen waar deze behouden en versterkt zullen worden om de groeiende doelgroep zorgvragers zo goed mogelijk te bedienen. Deze opgave zal samen met inwoners en welzijnsorganisaties georganiseerd en ingevuld worden. De gemeente kijkt naar innovatieve oplossingen, via diverse proeftuinen, voor leegstand zodat de ruimtelijke kwaliteit centraal blijft staan. Het verzorgen van kwaliteit van woningen is de basis voor de woon- en leefomgeving in Hollands Kroon. Het voorliggende initiatief voorziet in de vraag naar zorgwoningen.
De locatie ligt niet in een kern, maar betreft wel een stedelijke functie waar via transformatie een passende woonvorm kan worden gerealiseerd waar behoefte aan is. Zoals aangegeven, in paragraaf 3.1, voorziet dit plan niet in een stedelijke ontwikkeling. Er worden 5 woningen toegevoegd, ver onder de ‘grens’ van 11 woningen. In hoofdstuk 2 is voorts ingegaan op de kernkwaliteiten van dit deel van Noord-Holland en is aangegeven dat deze niet worden aangetast met dit plan. Er wordt voorts ingespeeld op de geformuleerde ambities uit de Leidraad voor Landschap en Cultuurhistorie (zie ook eerder dit hoofdstuk). Het initiatief past zodoende binnen de Omgevingsverordening.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Omgevingsvisie Hollands Kroon Op 29 november 2016 heeft de gemeenteraad van Hollands Kroon de Omgevingsvisie Hollands Kroon vastgesteld. De omgevingsvisie is een inspiratie- en koersdocument voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Het doel van deze omgevingsvisie is het uitdagen om initiatieven te nemen en deze te realiseren. De gemeente hanteert het ‘ja, tenzij’ principe, waardoor samen met initiatiefnemers bekeken wordt hoe initiatieven gerealiseerd kunnen worden.
23
Beoordeling Relevant zijn met name de onderwerpen ‘ruimtelijke kwaliteit’, ‘landschappelijke kwaliteit’, en ‘wonen’. Ruimtelijke kwaliteit Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is “ontwikkelen met behoud van identiteit en kwaliteit”. Dat betekent dat wij ons bewust moeten zijn van de karakteristieke eigenschappen van de verschillende landschappen en de dorpen. En dat identiteit en kwaliteiten het vertrekpunt van ruimtelijke plannen is. Dit zet ontwikkelingen niet op slot. Ruimtelijke kwaliteit vraagt voortdurend aandacht. De focus op kwaliteit moet in de werkwijze van gebiedsontwikkeling verankerd zijn. De volgende kerngedachten liggen aan deze werkwijze ten grondslag. − Ruimtelijke kwaliteit is overal en voor iedereen anders, − Ruimtelijke kwaliteit groeit in een cyclisch planproces, − Gebruikers staan centraal, − Rekening houden met de historische context. De gemeente wil de ruimtelijke kwaliteit en diversiteit van het landschap en de dorpen onderbouwd ontwikkelen, verbeteren en indien nodig transformeren. Ambitie De gemeente vindt het van belang dat een initiatief een bijdrage levert aan de identiteit en kwaliteit van de specifieke plek. Kader De gemeente wil de ruimtelijke kwaliteit en diversiteit van ons landschap en de dorpen onderbouwd ontwikkelen, verbeteren en indien nodig transformeren.
Algemeen geaccepteerd is de omschrijving van de bouwstenen van ruimtelijke kwaliteit: Ruimtelijke kwaliteit = gebruikswaarde + belevingswaarde + toekomstwaarde. Landschappelijke kwaliteit De gemeente houdt rekening met de landschappelijke inpassing zoals typische kenmerken van de streek, de ontwikkelingsgeschiedenis, schaal, maat, functionaliteit, ruimtelijke opbouw, samenhang en verschijningsvorm van de directe omgeving en met de inpassing in de wijdere omgeving. Kader In ieder geval gelden deze uitgangspunten: − Hollands Kroon is en blijft een agrarische gemeente wat betekent dat voor het buitengebied het agrarisch belang zwaarwegend is. − Een aantrekkelijk en afwisselend gebied voor recreanten en toeristen. − Landschappelijke verschillen en overgangen worden behouden en waar mogelijk versterkt, cultuurhistorische waarden worden gekoesterd. − Bij maatwerk voor grootschalige projecten (groter dan 2 hectare) kunnen, indien dit voor landschappelijke inpassing wenselijk is, voorschriften worden opgelegd met betrekking tot de erfbeplanting.
24
Wonen De gemeente gaat voor een gezonde woningvoorraad en verlegt de focus op kwaliteit in plaats van kwantiteit. De eerste stap naar sturing van de woningbouw is gezet in de lokale woonvisie. Hierin is gereageerd op de veranderde woningbehoefte. De tweede stap is het proces om in de Kop van Noord-Holland gezamenlijk te komen tot regionale kwantitatieve en kwalitatieve woningbouw afspraken tot 2020. Vanuit het volle bewustzijn dat het maken van afspraken meer is dan afstemmen alleen. De keuzes die in de woonvisie zijn gemaakt, vormen de input in dat proces. Deze tweede stap is afgerond op 28 oktober 2015.
Kader De lokale woonvisie is deels nader uitgewerkt in het Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK). Hierdoor vervallen de gestelde kaders voor de lokale regievoorraad (inclusief selectiemodel). De volgende aspecten blijven gelden: − Proeftuin ‘ontslakken’ & ‘flexibele bestemmingsplannen’, − Proeftuin ‘leegkomende locaties’, − Gezamenlijk krachtenbundeling voor goede kwaliteit van woningen, − Bewustwordingscampagne ‘veilig en comfortabel thuis wonen’ voor senioren. En de volgende richtinggevende keuzes: − Van verzorgingsstaat naar zelfredzame burgers naar samen redzaam, − Gaan voor ruimte en betaalbaarheid, − Ruimtelijke kwaliteit centraal, − Facilitair grondbeleid. Kader Ruimte voor kwalitatief hoogwaardig wonen en leven is een speerpunt. Om deze reden creëert de gemeente condities voor goede, gedifferentieerde woon- en leefmilieus. Ambitie De gemeente wil de meest aantrekkelijke woon- en leef gemeente van Noord-Holland Noord worden. Hiervoor wordt er ruimte geboden aan vernieuwend en innovatief bouwen. Daarnaast wordt er uitgegaan van betrokkenheid van bewoners bij de inrichting van de woon- en leefomgeving. De bewustwording van de noodzaak in verandering in denken en doen heeft geresulteerd in een regionale aanpak.
25
De gemeente heeft samen met de regiogemeenten (Den Helder, Schagen en Texel) regionale kaders gesteld voor de kwantiteit van woningbouw. Deze kaders volgen uit een kwalitatieve (regionale) benadering en zullen regionaal geactualiseerd worden indien nodig. Gelet op de groeiende werkgelegenheid in de regio, zal vanaf 2020 het Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK) moeten voorzien in een groeiend woningaanbod. De gemeente Hollands Kroon zal daardoor qua inwonertal groeien en dit komt de leefbaarheid en het voorzieningenaanbod ten goede. Ambitie Niet krimp, maar groei is de toekomst voor Hollands Kroon. De inzet voor regionaal overleg over het Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK) vanaf 2020 is een substantiële groei van het aantal inwoners tot circa 55.000 in 2030. Binnen de Kop van Noord-Holland werken de gemeenten samen in De Kop Werkt. Havenontwikkeling, Aansluiting Onderwijs Arbeidsmarkt en Toeristische Ontwikkeling zijn daarbij de speerpunten. De samenhang er tussen is uitgewerkt in een Regionaal Ambitiedocument. Hierin is ook aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie wil hier via het deelprogramma Groen in De Kop substantieel in mee-investeren.
Uitwerking De gemeente sluit in het woningbouwbeleid aan bij de uitgangspunten van het ambitiedocument en houden daarbij de mogelijkheid open dat de woningvoorraad gelijke tred houdt bij de regionale ontwikkelingen op het gebied van economie en werkgelegenheid. Hollands Kroon is een plek voor nieuwe woonvormen. In deze woonvormen, die variëren in grootte, zie je combinaties van families die elkaar opzoeken, maar ook willekeurige mensen die elkaar vinden en voor elkaar willen zorgen. Beoordeling en conclusie Het voorliggende plan doet geen afbreuk aan de aanwezige landschappelijke kwaliteiten. Tevens gaat het om een typisch voorbeeld van lokaal, relatief klein, zelfstandig ondernemerschap, passend in de omgeving, dat bestendigd wordt. Tevens wordt op bescheiden wijze invulling gegeven aan de woningopgave. Het initiatief past daarmee binnen de Omgevingsvisie. 3.5.2
Parkeerregels Hollands Kroon 2018 In dit beleidsdocument worden parkeerregel gesteld ten aanzien van de benodigde parkeerbehoefte, die in beginsel op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. Zoals
26
aangegeven, in paragraaf 1.3, hebben de parkeerregels rechtstreekse juridische werking gekregen via het bestemmingsplan Parkeren en Wonen. Uitgaande van de parkeerregels, kan uitgegaan worden van een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning. Naar beneden afgerond is dat 2. Er is daar op eigen terrein voldoende ruimte voor en bovendien is in de regels van dit bestemmingsplan geregeld dat deze er ook moeten zijn. Het verschil tussen 2,3 en 2 kan gezien worden als het bezoekersdeel. Verdeeld over 5 woningen gaat het om 1,5P. Hier is in de openbare ruimte ter plaatse voldoende plek voor. Het plan voldoet zodoende aan de Parkeerregels. 3.5.1
Woonvisie Hollands Kroon, 2020 Met de woonvisie heeft de gemeenteraad de ambities op het gebied van wonen vastgelegd. Door vaststelling van de woonvisie geeft de gemeenteraad het college kaders om de woonvisie uit te voeren en bijvoorbeeld prestatieafspraken met de woningcorporaties en de huurdersorganisaties te maken. Hollands Kroon moet een aantrekkelijke woongemeente voor onze inwoners blijven, dat willen we. Hiervoor staan uitgangspunten en kaders in deze woonvisie. We staan voor een gezonde woningvoorraad en zien groei als de toekomst voor Hollands Kroon. Een woningvoorraad die past bij de behoefte en klimaatbestendig is, met een groene inrichting die bijdraagt aan de gezondheid en het welzijn van onze inwoners. We sturen op doelgroepen en richten ons actief op jongeren, starters en ouderen. We doen dit voor een betere balans van verschillende woningtypen op de woningmarkt. Het uitgangspunt is dat de gemeente een actieve faciliterende rol heeft. We zetten in op nieuwe initiatieven denk hierbij aan geclusterde of flexibele woonvormen. Kenmerkend hiervoor is ons ‘ja, tenzij’ principe. Er zijn drie uitgangspunten: 1. Focus op bouwen 2. Focus op starters en jongeren 3. Focus op ouderen. Relevant is met name punt 1, onder andere wordt hier aandacht gevraagd voor duurzaamheid. Duurzaamheid speelt een grote rol bij woningbouw en bij de bestaande woningvoorraad.
Slechts 28% van de woningen in Hollands Kroon beschikt over een geldig energielabel. Voor nieuwbouw geldt het BENG-principe (Bijna Energieneutraal Bouwen). In het Programma Duurzaamheid 2020-2022 zijn de kaders uitgewerkt hoe om te gaan met de bestaande bouw. Woningbouwplannen moeten voorts klimaatadaptief ontworpen zijn. Denk hierbij aan ontwerpprincipes die leiden tot minder wateroverlast en hittestress, minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling of het efficiënter gebruik van grondstoffen, materialen en brandstoffen. We gaan voor een snellere toevoeging van woningen aan de woningvoorraad om in de behoefte te voorzien. Nieuwbouw moet de leefbaarheid en het voorzieningenniveau versterken in onze kernen. Iedereen moet goed kunnen wonen in Hollands Kroon. Ook de mensen met een kleinere beurs. Daarom zetten we in op kortere wachttijden voor sociale huurwoningen en voldoende aanbod van betaalbare koopwoningen. Er zijn genoeg woningbouwplannen in onze gemeente, maar de ontwikkeling
27
daarvan gaat nog te langzaam waardoor er te weinig gebouwd wordt. Het aantal woningen kan nog toe- of afnemen. De ambitie is om voor minimaal circa 900 woningen aan zachte plannen te ontwikkelen, zodat de totale planvoorraad voldoende is om in de woonbehoefte te voorzien. Bij grotere plannen (vanaf 40 woningen), wordt de volgende verdeling nagestreefd:
Beoordeling en conclusie De nieuwe woningen geven invulling aan de wonoingbehoefte en worden gasloos gebouwd en volgens de regels met betrekking tot duurzaamheid die gelden (o.a. BENG). Bovendien krijgt de tuinen een groen karakter, zodat een bijdrage wordt geleverd aan bevorderen infiltrerend vermogen/ tegengaan hittestress. Daarmee past de ontwikkeling binnen de Woonvisie. 3.5.2
Welstandsnota Hollands Kroon Op 23 december 2013 heeft de gemeenteraad van Hollands Kroon de Welstandsnota Hollands Kroon vastgesteld. In deze nota is aangegeven welke welstandsregels binnen de gemeente gelden. Het welstandsbeleid is bedoeld om de balans tussen ruimtelijke kwaliteit van de gemeente en de doelstelling van minder regels goed onderbouwd te borgen. Beoordeling en conclusie Het voorliggende plangebied ligt in welstandsvrij gebied. De initiatiefnemer is zelf grotendeels verantwoordelijk voor de uiterlijke verschijningsvorm van het bouw- of verbouwplan. Het plan moet wel voldoen aan de planologische toetsing en bouwtechnische toetsing. Op voorhand zijn daaromtrent geen belemmeringen te verwachten.
28
Uitsnede kaart Welstandsgebieden uit de welstandsnota met globale aanduiding locatie (rode cirkel)
29
4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten Inleiding Aan de verschillende overheden zijn op basis van milieuwetgeving zoals de Wet milieubeheer, de Wet bodembescherming ende Wet geluidhinder vele taken en bevoegdheden op milieugebied toegekend. Deze hebben ook betrekking op de ruimtelijke ordening. Het milieubeleid van de verschillende overheden is er op gericht om te komen tot een integrale verbetering van de leefomgeving door een vroegtijdige integratie van milieukwaliteit in ruimtelijke planvormingsprocessen.
4.2
Milieu-aspecten
4.2.1
Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) Algemeen In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Beoordeling Het plan voorziet in de planologische toevoeging van één woning. Het gaat niet om activiteiten die zijn genoemd in de D-lijst (categorie D 11.2 Stedelijk vernieuwingsproject). Hiermee wordt immers bedoeld grootschalige integrale gebieds (her)ontwikkeling 2. Uit verschillende uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RBOBR:2017:3537, 29 juni 2017) en (ECLI:NL:RVS:2018:2414, 18 juli 2018) blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij mogen de bestaande planologische mogelijkheden worden meegewogen bij de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Ook het opvullen van een open gebied in een stedelijke omgeving en het uitbreiden van bebouwing zijn, op basis van een uitspraak 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879, 12 juni 2019) en een tussenuitspraak van de AbRvS (ECLI:NL:RVS:2019:1668, 22 mei 2019) niet zonder meer te beschouwen als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. M.e.r.-plicht op grond van de Wet natuurbescherming Een M.e.r plicht kan ook ontstaan vanwege de Wet natuurbescherming. Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Met het opstellen van een plan mag het plan de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitattypen en de habitats van soorten niet verslechteren en het plan mag geen verstorend effect hebben op de