1. Ruimtelijke onderbouwing Nieuwesluizerweg Slootdorp.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Herinrichting Van der Stelt BV, Nieuwesluizerweg 24 te Slootdorp
projectnummer 0433234.00 definitief revisie 03 24 september 2021
Ruimtelijke onderbouwing Herinrichting Van der Stelt BV, Nieuwesluizerweg 24 te Slootdorp
projectnummer 0433234.00 definitief revisie 24 september 2021
Auteurs J. Jennen D. Musters J. Verhoeven
Opdrachtgever Van der Stelt B.V. Duiveland 7-A 1948 RB Beverwijk
datum vrijgave
beschrijving revisie
gecontroleerd
vrijgave
124-09-2021
definitief
J. Verhoeven
H. Prinsen
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend planologisch regime Leeswijzer
1 1 2 5
2
Huidige en toekomstige situatie
6
2.1 2.2 2.3
Locatie en omgeving Aanleiding herinrichting Beschrijving herinrichting
6 7 9
3
Beleidskader - beschrijvend
14
3.1 3.1.1 3.1.2
14 14
3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2
Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) / Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Omgevingsvisie NH2050 Omgevingsverordening NH2020 Waterschap beleid: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Waterprogramma 2016 – 2021 Keur en algemene regels Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie/structuurvisie Hollands Kroon Welstandsnota (2013)
4
Milieuaspecten - analyse
29
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Inleiding Cultuurhistorie en archeologische waarden Natuur Water Bodem Verkeer, parkeren en ontsluiting Geluidhinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering M.e.r.-beoordeling
29 29 30 32 34 34 38 38 39 42 43
14 15 18 18 20 23 23 23 24 24 27
4.12
Spuitzone bestrijdingsmiddelen
44
5
Uitvoerbaarheid
46
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Plangeschiedenis Ruimtelijke procedure
46 46 46 46
Bijlage 1 Ontwerptekeningen Bijlage 2 Bestaande situatie
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel De firma Van der Stelt BV (hierna: Van der Stelt) heeft het voornemen de bedrijfslocatie op het perceel Nieuwesluizerweg 24 (1774 PD) te Slootdorp her in te richten. In de nieuwe situatie centraliseert Van der Stelt de bedrijfsactiviteiten van de huidige locaties Beverwijk en Slootdorp op de locatie in Slootdorp, waardoor onder andere een betere ondersteuning van de productie ontstaat. Het initiatief past binnen de omgevingsvisie van de gemeente Hollands Kroon, maar niet in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ van de gemeente Hollands Kroon (vastgesteld op 17 oktober 2011). Om de strijdigheid op te heffen is de initiatiefnemer voornemens een Wabo-vergunning aan te vragen en daarmee af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. Voor de ruimtelijke aspecten in dit kader is de voorliggende onderbouwing opgesteld. In een latere fase wordt de omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit bouwen en milieu.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied voor de herinrichting van Van der Stelt is gelegen ten westen van de kern Wieringerwaard in de gemeente Hollands Kroon (fig. 1.1). Aan de oostkant ligt de kern Slootdorp. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 1,9 hectare. Het bedrijf is bereikbaar via een ontsluitingsweg met een in-/uitrit op de Nieuwesluizerweg (fig. 1.2).
Figuur 1.1 Ligging plangebied (rode cirkel) ter hoogte van de Nieuwesluizerweg 24 te Slootdorp. (Bron: Globespotter, 2019)
Blad 1 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Figuur 2.2 Ligging plangebied (rode kader) ter hoogte van de Nieuwesluizerweg 24 te Slootdorp. (Bron: Globespotter, 2019)
1.3
Vigerend planologisch regime Het voornemen vindt plaats binnen de volgende vigerende bestemmingsplannen: Buitengebied 2009 (vastgesteld door de gemeenteraad van Wieringermeer op 17 oktober 2011); Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiële herziening (vastgesteld door de gemeenteraad van Wieringermeer op 6 november 2014). Ter plaatse van het plangebied is op basis van het vigerende bestemmingsplan de enkelbestemming Agrarisch en deels de functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch – windmolens in lijnopstelling van toepassing (fig. 1.3). Op het gehele projectgebied ligt ook de gebiedsaanduiding vrijwaringszone – radar. De ontwikkeling vindt tevens plaats binnen het Rijksinpassingsplan Windpark Wieringermeer (vastgesteld op 29 april 2015 door de Minister van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu). Voor het plangebied geldt de enkelbestemming Agrarisch en een functieaanduiding ‘Windturbinepark’.
Blad 2 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Bestemmingsplan Buitengebied 2009 Op Figuur 1.3. is een uitsnede van de verbeelding van het bestemming Buitengebied 2009 weergegeven. De gele lijn duidt het huidige bedrijf aan. De rode lijn duidt de boogde herontwikkeling aan.
Figuur 1.3 Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ met huidige bedrijf (geel kader) en toekomstige herinrichting (rood kader) (Bron: ruimtelijkeplannen.nl).
De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarisch bedrijf en daarbij behorende bedrijfswoning; b. teeltondersteunend glas; c. bestaande intensieve veehouderij als nevenactiviteit; d. infrastructurele voorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f. ten hoogste 1 paardenbak per agrarisch bouwperceel; g. aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven; h. aan de functie als bedoeld onder a gebonden horeca (kantine, foyer en dergelijke); i. het oprichten en ingebruiknemen van een biomassainrichting voor eigen gebruik; j. een gronddepot ten behoeve van het versterken van de dijk, ter plaatse van de aanduiding 'gronddepot'; met de daarbij behorende: k. gebouwen; l. aan- en uitbouwen, overkappingen en bijgebouwen; m. bouwwerken geen gebouwen zijnde; n. groenvoorzieningen; o. erfontsluitingspaden;
Blad 3 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
p. q.
bruggen; waterlopen en waterbergingen;
met daaraan ondergeschikt: r. detailhandel ten behoeve van lokaal vervaardigde agrarische producten; s. extensieve dagrecreatie. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken dat gebouwen uitsluitend worden gebouwd binnen het agrarisch bouwperceel als bepaald in 3.2.1, ten behoeve van een vergroting van het agrarisch bouwvlak tot 2 ha, mits: 1. 2. 3. 4.
dat de uitbreiding noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering; de uitbreiding niet stuit op bezwaren van milieuhygiënische aard; geen waterhuishoudkundige belangen worden geschaad; de uitbreiding van de bedrijfsgebouwen landschappelijk wordt ingepast;
Het planvoornemen past niet binnen de huidige bestemmingsregeling. Er is sprake van de bestemming ‘Agrarisch’ op de gronden binnen het plangebied. Binnen deze bestemming zijn enkel agrarische bedrijven toegestaan. Een agrarisch bedrijf is in de regels van het vigerende bestemmingsplan gedefinieerd als: ‘een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren’. Het bedrijf dat gerealiseerd wordt op deze locatie, is niet aan te merken als agrarisch bedrijf. Tevens is er geen sprake van een bouwvlak, waardoor gebouwen niet zijn toegestaan op deze gronden. Rijksinpassingsplan Windpark Wieringermeer Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming Agrarisch. Het Rijksinpassingsplan bevat regels die toegevoegd worden aan de reeds vigerende regels uit het bestemmingsplan Buitengebied. De toegevoegde regels luiden als volgt: Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de gronden tevens bestemd voor: a. het overdraaien van rotoren van windturbines; b. bij de bestemmingen behorende voorzieningen waaronder in elk geval worden begrepen schakelkasten en transformatoren, kabels en leidingen, onderhoudswegen, op- en afritten en kraanopstelplaatsen ten behoeve van het onderhoud van de windturbines.
Er dient te worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling de ontwikkeling van windturbines niet belemmert en sprake is van een goede ruimtelijke ordening (zie hiervoor paragraaf 4.9). Wabo-vergunning strijdig gebruik Om de strijdigheid op te heffen is de initiatiefnemer voornemens een Wabo-vergunning aan te vragen en daarmee af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. Voor de ruimtelijke aspecten in dit kader is de voorliggende onderbouwing opgesteld. In een latere fase wordt de omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit bouwen en milieu.
Blad 4 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
1.4
Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 2: een beschrijving van het project; Hoofdstuk 3: het beleidskader; Hoofdstuk 4: toets aan diverse milieuaspecten; Hoofdstuk 5: uitvoerbaarheid van het project.
Blad 5 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
2
Huidige en toekomstige situatie
2.1
Locatie en omgeving Het plangebied is gelegen in landelijk gebied ten westen van de kern Slootdorp in de gemeente Hollands Kroon. Het landschap kenmerk zich als een open landschap waarbinnen voornamelijk agrarische bedrijvigheid plaatsvind (fig. 2.1). Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als agrarische grond. Ten noordoosten ligt de watergang Ulketocht. Ten zuiden ligt het perceel van Vermilion (paarse kader).
Figuur 2.1 Herinrichting bedrijf (geel: huidige bedrijf, rood: herinrichting). Met in het paars het perceel van Vermilion (Bron: Globespotter, 2019).
In de huidige bedrijfssituatie beschikt Van der Stelt over een hoofdlocatie in Beverwijk en verschillende nevenlocaties door het land (Slootdorp, Drachten, Assendelft, Noordwijkerhout, Exloërmond en Wieringerwerf). De bedrijfsactiviteiten zijn hoofdzakelijk gericht op het leveren
Blad 6 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
van goederen en diensten aan bedrijven uit de agrarische sector. Op de locatie in Slootdorp vindt de verwerking en distributie van meststoffen en biologisch afbreekbaar stofbestrijdingsmiddel (Stesam) plaats. Tevens maakt Van der Stelt gebruik van uitrijdmachines en loonwerktuigen om de zelfgeproduceerde producten uit te rijden op het land. Bedrijven zoals Van der Stelt behoren tot de agrarisch aanverwante bedrijven: ‘agrarisch aanverwant bedrijf: een bedrijf in landelijk gebied dat hoofdzakelijk is gericht op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of het leveren van goederen en diensten ten behoeve van aanleg en onderhoud van groene of recreatieve gebieden, en gebruik maakt van werktuigen, apparatuur of agrarisch loonwerk’. De herinrichting van Van der Stelt kan gezien worden als een agrarisch aanverwant bedrijf dat gaat uitbreiden aansluitend op het eigen perceel.
2.2
Aanleiding herinrichting De afgelopen jaren is er een tendens naar schaalvergroting in de landbouw. De schaalvergroting, is, naast andere factoren zoals innovatie en samenwerking, noodzakelijk vanuit bedrijfseconomisch perspectief en om een sterke positie in de markt te houden. Dat geldt ook voor Van der Stelt. De afgelopen 10 jaar is Van der Stelt sterk gegroeid in het vermarkten van reststoffen als meststoffen wat past in de huidige duurzaamheid en kringloopvisie van de overheid. De groei heeft niet alleen impact op het gebruik van siloruimte maar ook gaat dit gepaard met uitbreiding van het wagen- en machinepark. De locatie in Slootdorp wordt op dit moment tot de maximale mogelijkheden benut voor de opslag en verwerking van meststoffen, evenals voor stalling van het wagen- en machinepark. Ten opzichte van andere locaties van Van der Stelt ligt in Slootdorp een veelvoud van verschillende soorten aan meststoffen die op vraag/behoefte worden bewerkt tot het meest optimale product. Dit vraagt veel inzicht en begeleiding, juist op deze locatie. Dat ontbreekt in de huidige situatie, wat de beheersbaarheid nadelig beïnvloedt en waar wel het onderscheidend vermogen ligt. Zicht, feeling en communicatie zijn onmisbaar voor de gewenste ondersteuning. Ook innovatie en onderzoek krijgen impulsen wanneer op de productielocatie kan worden samengewerkt.
Van der Stelt heeft de ambitie om een sterke partner voor de agrariër te zijn in de transitie naar verduurzaming in de teelt op het gebied van bemesting. Industrieën helpen met het verminderen van hun stikstof uitstoot door deze af te vangen in bruikbare meststoffen is op korte termijn de groei ambitie. Om de vitaliteit van de gewassen te verbeteren met minder input van meststoffen lijken biostimulatoren een bijdrage te kunnen leveren. Flavonoïden en humus- en fulvinezuren zijn stoffen die in sommige reststoffen zitten die deze bijdrage kunnen leveren. Voordat dit verder vermarkt kan worden is onderzoek nodig die deels in eigen laboratorium zal worden uitgevoerd. Dit alles is nodig om de huidige rol te kunnen blijven vervullen en de positie in de markt te kunnen behouden. De herinrichting van Van der Stelt past derhalve in het streven van schaalvergroting en is nodig om het bedrijf toekomstbestendig te maken. Door een groot deel van de bedrijfsactiviteiten op één locatie te centraliseren, kan het personeel makkelijker ondersteuning bieden bij het productie- en opslagproces op de locatie Slootdorp. Doordat op de uitbreiding locatie aan de Nieuwesluizerweg ook een agrarisch laboratorium voorzien is, wordt zowel het productieproces
Blad 7 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
als de innovatiekracht van het bedrijf geoptimaliseerd. Tevens biedt de uitbreiding ruimte voor de stalling van het wagen- en machinepark, waardoor de huidige ruimte beter benut kan worden voor het productie- en opslagproces. Op die manier kunnen de meer dan 25 chauffeurs die hun standplaats hebben in Slootdorp hun vrachtwagens op deze locatie parkeren, waarmee ook voorkomen wordt dat extra kilometers afgelegd moeten worden. De herinrichting zal dus ook eerder minder dan meer verkeersbewegingen door de kern van Slootdorp betekenen. De beoogde locatie, direct grenzend aan de huidige locatie, verdient om meerdere redenen de voorkeur boven een andere locatie in de buurt van de huidige locatie in Slootdorp: De bedrijfsactiviteiten hangen nauw met elkaar samen en twee vestigingen op verschillende locaties leidt tot inefficiëntie: a. De stalling van vrachtwagens op een aparte locatie betekent ca. 20 extra vrachtwagenbewegingen van en naar de beide locaties. Dit omdat laden/lossen/stallen dan niet gecombineerd kunnen worden. Uitgaande van een geschikte locatie in Wieringerwerf, betekent dit per dag 400 km extra vrachtwagenritten, 40 extra vrachtwagenritten door de bebouwde kom van Slootdorp en een productiviteitsverlies van bijna 1 FTE. Op jaarbasis is dit ca.
100.000 km aan vrachtwagenritten met bijbehorend brandstofverbruik die voorkomen kunnen worden door de activiteiten op één locatie te integreren; b. Een werkplaats op een aparte locatie betekent ook meerdere extra vrachtwagenbewegingen van en naar de beide locaties. Dit omdat het laden, lossen en werkplaatsbezoek niet meer gecombineerd kunnen worden. Dit gaat om kleinere hoeveelheden dan voor de stalling, maar desalniettemin om meerdere bewegingen per dag. Ook de inzet van een werkplaats voor reparaties aan de productiefaciliteiten is minder efficiënt wanneer de locaties van elkaar gescheiden zijn; c. Wanneer het laboratorium ten dienste van de productie op een andere locatie is gesitueerd, betekent dit dat bijvoorbeeld monsters heen en weer gereden moeten worden tussen twee locaties; d. Ook het kantoor staat ten dienste van de productielocatie. Voor een goede beheersing van de activiteiten op het terrein is fysieke aanwezigheid aldaar noodzakelijk. Een kantoor elders leidt tot een mindere beheersing van de activiteiten en extra reizen tussen de twee locaties; Het bestaande terrein kan zich volledig richten op - en met voldoende ruimte voor opslag en productie. Op de nieuwe locatie zijn ondersteunende voorzieningen zoals het kantoor en de werkplaats voorzien.
De combinatie van deze functies op één aaneengesloten terrein biedt veel voordelen vanuit efficiency oogpunt en innovatiekracht. Deze indeling biedt daarnaast niet alleen ruimte voor combinatie van de nu aanwezige capaciteitsbehoefte op beide locaties, maar maakt dat de inrichting ook klaar is voor autonome ontwikkeling in de toekomst; De economische afboeking die samenhangt met het verlaten van de huidige locatie is niet op te brengen. Totale verplaatsing naar een bedrijventerrein is hierdoor niet mogelijk; De huidige locatie is jaren geleden bewust dusdanig in het buitengebied gesitueerd dat geuroverlast niet kan plaatsvinden (geen gevoelige objecten in de omgeving), wat bij verplaatsing een aandachtspunt zou zijn;
Blad 8 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
2.3
Beschrijving herinrichting De toekomstige ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een verschuiving van activiteiten en functies van Beverwijk naar Slootdorp en een herinrichting van het bestaande perceel in Slootdorp (zie Tabel 2.1). Verschuiving activiteiten en functies vanaf locatie Beverwijk naar herinrichting locatie Slootdorp Vanuit Beverwijk wordt het hoofdkantoor met bijbehorende parkeervoorzieningen verplaatst naar het perceel aansluitend op de noordkant van het bestaande perceel. Ook wordt de stalling voor uitrijdmachines, loonwerktuigen, vrachtwagens en materiaal in Beverwijk hiernaartoe verplaatst. Verschuiving activiteiten en functies vanaf huidige locatie Slootdorp naar herinrichting locatie Slootdorp Vanaf het bestaande perceel aan de Nieuwesluizerweg 24 zullen verschillende activiteiten verplaatst worden naar de naastgelegen uitbreidingslocatie. Deze activiteiten bestaan uit de stallingsruimte voor vrachtwagens en materieel en een parkeervoorziening voor personeel en bezoekers. Dit biedt ruimte om de productie op de huidige locatie op termijn uit te breiden. Nieuwe activiteiten en functies op de herinrichting locatie Tot de nieuwe activiteiten en functies op de nieuwe locatie behoort het agrarisch laboratorium voor de analyse en productontwikkeling van meststoffen en het nieuwe hoofdkantoor (fig. 2.3).
Dit biedt ruimte voor het kantoorpersoneel om de productie te kunnen ondersteunen en in het laboratorium proeven te kunnen uitvoeren. Daarnaast wordt een nieuwe werkplaats gebouwd voor het onderhoud van landbouwkundige werktuigen en uitrijdmachines. Ook nieuw is de stalling voor uitrijdmachines, loonwerktuigen, vrachtwagens en materieel. De beoogde nieuwe werkplaats en stalling bieden ruimte voor materieel van zowel de locatie Beverwijk als de bestaande locatie in Slootdorp. Opgemerkt wordt dat het overgrote deel de vrachtwagens die nu in Beverwijk worden gestald in die omgeving gestald blijven. Tot slot wordt er een ook een opstelplaats voor containers gerealiseerd. Tabel 2.1 Wijziging van functies in toekomstige ruimtelijke ontwikkeling ten opzichte van bestaande locatie.
Bestaande situatie Locatie Beverwijk Activiteiten Functies
1. 2. 3. 4.
Locatie Slootdorp
Kantoor Parkeerterrein Werkplaats materieel Stalling vrachtwagens
1. 2. 3. 4.
Blad 9 van 46
Parkeerterrein Werkplaats materieel Stalling uitrijdmachines, loonwerktuigen, vrachtwagens en materieel Productie, opslag, verwerking en distributie meststoffen en Stesam
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Toekomstige ruimtelijke ontwikkeling Locatie Beverwijk Activiteiten Geen Functies
Locatie Slootdorp Uitbreiding (plangebied): 1. Hoofdkantoor (+ agrarisch laboratorium) 2. Parkeerterrein 3. Stalling uitrijdmachines, loonwerktuigen, vrachtwagens en materieel 4. Werkplaats voor al het materiaal en materieel 5. Container opstelplaats Bestaande locatie 1. Productie, opslag, verwerking en distributie meststoffen en Stesam
Deze indeling biedt niet alleen ruimte voor combinatie van de nu aanwezige capaciteitsbehoefte op beide locaties, maar maakt dat de inrichting ook klaar is voor autonome ontwikkeling in de toekomst. Ontwerp herinrichting De ontwerptekeningen van de in te richten ontwikkellocatie zijn toegevoegd als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Hieronder zijn enkele impressies opgenomen(fig. 2.3.1 – 2.3.4). Een nadere uitwerking van het bouwplan vindt plaats voor de bouwaanvraag, wanneer instemming is gekregen in onderhavige procedure. De maximale bouwhoogte voor de gebouwen zal, overeenkomstig de bestaande locatie, 8 meter bedragen. Het nieuwe hoofdkantoor bestaat uit 2 bouwlagen met parkeerplaatsen. Op de begane grond zijn een kantoor, receptie, kantine en wasruimte met toiletten aanwezig. Op de eerste verdieping is het directiekantoor, werkplekken, vergaderzaal, opslag en archief en een aantal toiletten gesitueerd.
Figuur 2.3.1 Vooraanzicht (vanuit zuidoostelijke zijde) met links het kantoor, midden de stalling en rechts de werkplaats. (Bron: Geerdink, 2019).
Blad 10 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Figuur 2.3.2 Bovenaanzicht herinrichting met links het kantoor, midden de stalling en rechts de werkplaats (Bron: Geerdink, 2019).
Figuur 2.3.3 Vooraanzicht (vanuit zuidwestelijke zijde) van kantoor, stalling en werkplaats (Bron: Geerdink, 2019).
Figuur 2.3.4 Aanzicht achterkant van kantoor, stalling en werkplaats (Bron: Geerdink, 2019).
De herinrichting in de omgeving Landschappelijk is het gewenst om de uitbreiding aan de noordzijde van het bestaande perceel te laten aansluiten. De herinrichting aan de noordzijde van het huidige perceel ligt uit het zicht van de bebouwing langs de Nieuwesluizerweg en van de wegen binnen het systeem van de polder. Bij
Blad 11 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
herinrichting aan de noordzijde blijft het kantoor tevens op afstand van Vermillion. De impact van de bedrijfslocatie op de beleving van het landschap wordt daardoor nauwelijks groter. Door de nieuw te planten erfbeplanting aan te laten sluiten op de bestaande erfbeplanting wordt de beoogde ontwikkeling landschappelijk ingepast. De erfbeplanting sluit aan bij de bestaande structuren (bomenrij) en geeft een extra groene kwaliteit aan de polder. Dit sluit aan bij de wens vanuit het gebiedsplan voor productielandschappen in de Wieringermeer om bij nieuwe ontwikkelingen de erfbeplanting te verbeteren en te versterken. Het ontwerp van de perceelsranden is nog niet nader uitgewerkt dan hierboven weergegeven, maar zal in uitvoering, slootbreedte, hoogte grondwal, breedte en type beplanting, overeenkomen met het bestaande perceel. Hierbij is één wijziging aan de orde, het hekwerk wordt, ook voor het bestaande perceel, verplaatst. Deze staat nu aan de buitenzijde van de beplanting en wordt verplaatst naar de binnenzijde hiervan, zodat deze volledig buiten het zicht komt te staan. De gebouwen zoals de werkplaats en het kantoor krijgen geen contrastkleuren ten opzichte van het landschap, conform het welstandbeleid van de gemeente Hollands Kroon.
Om logistieke redenen zijn de bedrijfsgebouwen aan het uiteinde van het perceel gesitueerd, gezien de samenhang in het gebruik tussen de bestaande productie- en opslaglocatie en de beoogde stallingsruimte. Hiermee blijft ook de mogelijkheid behouden om op eigen terrein in te spelen op toekomstige ontwikkelingen binnen deze functies. Duurzame bedrijfsvoering Binnen de eigen bebouwing zijn op de huidige werkplaats reeds zonnepanelen aangebracht en dat zal ook op de nieuwe gebouwen gebeuren. Voor verwarming wordt gebruik gemaakt van ventilatie met warmteterugwinning aangevuld met een warmtepomp, zodat ruimschoots in de energiebehoefte voor de uitbreiding wordt voorzien. Op het bestaande terrein wordt een extra opslagtank gerealiseerd, voor het opvangen van hemelwater. Bij hevige regen kan tot 30 mm hemelwater van de uitbreiding van het verhard oppervlakte worden opgevangen. Dit water wordt zo veel mogelijk toegepast in de productie. Daarnaast spant Van der Stelt zich in om de CO2-uitstoot te verminderen in de eigen bedrijfsvoering en bij de uitvoering van projecten. Hiervoor wordt de CO2-prestatieladder ingezet, die zich voornamelijk richt op energiebesparing, het efficiënt gebruik van duurzame materialen en het gebruik van duurzame energie.
Van der Stelt participeert ook in andere sectorinitiatieven op het gebied van CO2-reductie zoals Nederland CO2 Neutraal en Transport en Logistiek Nederland (TLN). Participatie Van der Stelt ervaart de relatie met de omgeving goed en staat open voor overleg om rekening te houden met de omgeving. In 2019 is daarom een open dag gehouden, waarop belangstellenden zijn geïnformeerd over de voorgenomen plannen, zoals hierboven omschreven. Hierbij zijn geen bezwaren geuit. Van der Stelt zal een nieuwe open dag organiseren wanneer de plannen nader zijn uitgewerkt en concreet zicht bestaat op vergunning en realisatie.
Blad 12 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Opgemerkt wordt dat de woningen aan de omliggende woningen aan de Nieuwesluizerweg in bezit zijn van het RVB en slechts tijdelijk worden bewoond en dat de omliggende woningen allen meer dan 600 meter van de locatie zijn gelegen, zodat van direct omwonenden geen sprake is.
Figuur 2.3.5 Huidig aanzicht vanaf de Waardweg (Google Maps)
Blad 13 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
3
Beleidskader - beschrijvend
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft het rijk de lijnen uitgezet voor haar beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en infrastructuur. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijkeen mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd:
de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; de bereikbaarheid verbeteren; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.
De provincies en gemeenten krijgen in het nieuwe ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Nationale belangen op het gebied zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), dat beschreven wordt in paragraaf 3.1.2. De geplande ontwikkeling is dermate kleinschalig dat de ontwikkeling niet onder de nationale belangen valt waar in de SVIR beleid voor is opgesteld.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) / Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Het Barro en de Rarro regelen de doorwerking van nationale belangen op ruimtelijk gebied in gemeentelijke bestemmingsplannen door het stellen van de juridische kaders. Het Barro is ook wel bekend als de AMvB Ruimte. Het besluit is per 17 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn opgenomen: het Project Mainportontwikkeling Rotterdam; militaire terreinen en -objecten; de Wadden; de kust (inclusief primaire kering); de grote rivieren; de Werelderfgoederen.
Blad 14 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
reserveringen uitbreidingen weg en spoor; veiligheid vaarwegen; het netwerk voor elektriciteitsvoorziening; de buitendijkse uitbreidingsruimte in het IJsselmeer; bescherming van de (overige) primaire waterkeringen; reservering voor rivierverruiming Maas; de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Vanuit het Barro/Rarro gelden diverse beperkingen voor het grondgebied van de gemeente Hollands Kroon. Uit het kaartmateriaal behorende bij het Rarro blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het militaire vliegveld Leeuwarden (fig. 3.1.2). Het plangebied is tevens gelegen binnen het radarverstoringsgebied van Maritiem Vliegkamp De Kooy. Op dit vliegveld is een radarinstallatie voor civiele doeleinden alsmede Distance Measuring Equipment (DME) aanwezig. Bouwwerken met een hoogte van meer dan 45,9 m kunnen de werking van de radar verstoren. In beginsel dienen bouwplannen binnen het radarverstoringsgebied te worden getoetst op eventuele verstoringseffecten. Uit het Rarro blijkt dat een radarverstoringstoets moet worden uitgevoerd voor bebouwing met een hoogte vanaf 89 m.
Figuur 3.1.2 Radarverstoringsgebied vliegbasis Leeuwarden (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2019).
In het kader van de gewenste uitbreiding is het ‘radarverstoringsgebied’ niet relevant. De bouwhoogte van de nieuw op te richten bouwwerken blijft ruim onder de genoemde hoogte (45,9 m en 89 m). Deze vrijwaringszone blijft onverminderd van toepassing maar heeft geen invloed op de uitvoering van de dagelijkse praktijk. Daarmee vormt het rijksbeleid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking De zogenaamde Ladder voor duurzame verstedelijking is sinds 1 oktober 2012 opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en stelt eisen aan ruimtelijke
Blad 15 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
besluiten met het oog op een zorgvuldige afweging, transparante besluitvorming en een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder voor duurzame verstedelijking (verder: de Ladder) heeft als doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen. Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd met als doel om de ladder te vereenvoudigen en de onderzoekslasten te verminderen waarbij de effectiviteit van het instrument behouden blijft. Met deze wijzigingen is niet beoogd het doel van de regeling te wijzigen. De nieuwe Ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt. Artikel 3.1.6 tweede lid van het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening bepaalt, dat de toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder is ook van toepassing op situaties waarin met een omgevingsvergunning (buitenplans) wordt afgeweken van het bestemmingsplan.
Op grond van artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht is artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening namelijk van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Nieuwe stedelijke ontwikkeling In de beoordeling of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die moet voldoen aan de Ladder worden de aard van de functiewijziging en/of de toename van het ruimtebeslag in ogenschouw genomen. Door centralisatie van de bedrijfsactiviteiten van Van der Stelt vindt bij voorliggend initiatief een uitbreiding van het bedrijf plaats op de locatie Slootdorp. Hierbij wordt de bestemming c.q. het gebruik van de gronden gewijzigd van agrarisch in bedrijf. Bovendien is binnen het plangebied de bouw van onder andere een nieuw hoofdkantoor (incl. innovatielab), een werkplaats en een loods voor stalling voor voertuigen en materiaal voorzien. Door de aard van de functiewijziging in combinatie met de nieuwe bebouwingsmogelijkheden is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte Kwantitatief De onderbouwing van de kwantitatieve behoefte in voorliggend project beperkt zich tot de uitbreiding van het bedrijf en de bedrijfsbebouwing aan de Nieuwesluizerweg in Slootdorp.
Vanwege bedrijfseconomische redenen is het wenselijk de twee bedrijfslocaties van Van der Stelt te centraliseren. Op de locatie van Van der Stelt in Beverwijk wordt de bestaande bebouwing derhalve geamoveerd. Dit betreft het kantoor, een parkeerterrein, een werkplaats en een stalling voor voertuigen. Het agrarisch aanverwant bedrijf centraliseert haar activiteiten op de locatie Slootdorp. Feitelijk worden deze bedrijfsvoorzieningen dus verplaatst naar de locatie in Slootdorp. De bebouwing wordt hierbij zodanig gepositioneerd en ingericht dat hier op termijn uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn. De ontwikkeling voorziet hierbij in de behoefte voor het in stand houden van de bestaande bedrijfsbebouwing die nu nog zijn verdeeld over twee locaties en daarnaast in de behoefte om het bedrijf op termijn uit te kunnen breiden.
Blad 16 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Kwalitatief De centralisatie van het bedrijf Van der Stelt en de daarmee gepaard gaande uitbreiding van de locatie aan de Nieuwesluizerweg zijn het gevolg van trends en ontwikkelingen in de agrarische en andere aanverwante sectoren. Technische innovaties worden steeds meer toegepast en bedrijfsbebouwing wordt steeds duurzamer. Ook liggen de effecten van de bedrijfsvoering op het gebied van duurzaamheid en milieu steeds meer onder de aandacht. Van der Stelt is daarom actief bezig met het verbeteren van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Zo is het bedrijf actief bezig de CO2 uitstoot tot een minimum te beperken en worden nieuwe toepassingen bedacht om reststoffen en afvalstromen te hergebruiken (circulair). Nieuwe faciliteiten op een centrale locatie dragen bij aan deze kwalitatieve behoefte. Bestaand stedelijk gebied In lid twee van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient te worden gemotiveerd of de beoogde ontwikkeling plaatsvindt binnen het bestaand stedelijk gebied. In het kader van duurzaam ruimtegebruik wordt de behoefte waarin de ruimtelijke ontwikkeling voorziet bij voorkeur opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Dit kan door op lege plekken de ruimte ‘in te vullen’, een andere bestemming te geven aan een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden.
De definitie van het ‘bestaand stedelijk gebied’ is vastgelegd in artikel 1.1.1, lid 1 van het Bro en luidt als volgt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De beoordeling of een locatie is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied hangt af de omstandigheden van het geval: enerzijds wordt gekeken naar de specifieke ligging, de feitelijke situatie en de aard van de omgeving. Anderzijds is ook het vigerend planologisch-regime van belang. Beoordeling De gronden waarop de ontwikkeling gaat plaatsvinden hebben een agrarische bestemming en zijn onbebouwd. In jurisprudentie is bepaald dat daarmee geen sprake kan zijn van bestaand stedelijk gebied. Derhalve dient te worden gemotiveerd dat een uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied noodzakelijk is. Motivering uitbreiding bestaand stedelijk gebied Als een woningbouwontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol.
In de ‘Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking’ van het Ministerie van I&W zijn argumenten opgenomen op basis waarvan kan worden gemotiveerd dat binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling: 1. kwalitatieve aspecten van de behoefte; 2. andere functies die ter plaatse al aanwezig zijn of volgens ruimtelijk beleid (zoals een structuurvisie) worden beoogd;
Blad 17 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
3.
aanzienlijke investeringen die eerst nodig zijn voor de inbreidingsplaatsen, bijvoorbeeld vanwege milieuaspecten die zich voordoen op inbreidingslocaties.
Al bovenstaande aspecten zijn van toepassing op de projectlocatie. De ontwikkeling op een andere locatie plaats laten vinden is met het oog op de kwalitatieve behoefte niet wenselijk. Een gedeelte van het bedrijf is momenteel al gevestigd in het landelijk gebied nabij Slootdorp. Het is vanuit praktische-, bedrijfseconomische- en duurzaamheidsoverwegingen niet wenselijk realistisch om het bedrijf binnen Slootdorp op twee locaties te vestigen. Het verplaatsen van het bedrijf in zijn totaliteit naar een bedrijventerrein is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt niet haalbaar, zie ook paragraaf 2.3. Ontwikkeling op de voorgenomen uitbreidingslocatie is dus noodzakelijk. Regionale schriftelijke afspraken Voorafgaand aan de ruimtelijke procedure heeft een uitgebreide afweging van alternatieve locaties in de regio plaatsgevonden. Uit het onderzoek bleek dat het aantal geschikte alternatieve locaties binnen de regio beperkt is. Er zijn geen betere locaties geconstateerd. Op 3 september 2020 is deze locatiestudie besproken in het Regionaal Portefeuillehouderoverleg Ruimte & Economie. De verantwoordelijk wethouders van de regio hebben, mede naar aanleiding van de uitvoerige locatie-afweging, tijdens dit overleg ingestemd met de uitbreiding van Van der Stelt op de beoogde locatie aan de Nieuwesluizerweg.
De ontwikkeling is daarmee regionaal afgestemd en de afspraken zijn schriftelijk vastgelegd conform de provinciale omgevingsverordening (zie ook paragraaf 3.2.2). Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050 Provinciale Staten hebben op 19 november 2018 de ‘Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid’ vastgesteld. Uitgangspunt in de Omgevingsvisie NH2050 is het streven naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid om het relatief hoge welvaarts- en welzijnsniveau voor de toekomst te kunnen houden. De doelstelling van de structuurvisie is dat Noord-Holland aantrekkelijk moet blijven in wat het is: een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, als voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving (fig. 3.2.1).
Blad 18 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Figuur 3.2.1 Benaderingswijze duurzame ontwikkeling: fysieke leefomgeving, samenleving, gebruik leefomgeving: Deze drie elementen werken op elkaar in en bepalen uiteindelijk samen de kwaliteit van onze leefomgeving (Bron: Omgevingsvisie NH2050, provincie Noord-Holland).
Gelet op voorgaande doelstelling heeft de provincie vanuit de bestaande kwaliteiten gekeken naar de kansen die veranderingen met zich mee brengen, op bijvoorbeeld het gebied van klimaatverandering, energietransitie en veranderende economieën. Om deze veranderingen in goede banen te leiden, zijn heeft de provincie verschillende randvoorwaarden opgesteld. Voor de doorwerking van het beleid is soms het hanteren van juridische instrumenten (regels en beschikkingen) nodig. De structuurvisie is bindend voor de provincie zelf en niet voor gemeenten en burgers. Om de provinciale belangen, die in de structuurvisie zijn gedefinieerd, door te laten werken, heeft de provincie de Omgevingsverordening NH2020 opgesteld. Hierin wordt een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijk als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. De regels die relevant zijn voor de gewenste herinrichting worden hieronder beschreven in paragraaf 3.2.2.
Blad 19 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
3.2.2
Omgevingsverordening NH2020 De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland, welke is vastgesteld op 22 oktober 2020 door Provinciale Staten en in werking is getreden per 17 november 2020. In de verordening staan de regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. De artikelen uit de verordening die betrekking hebben op het voornemen worden hieronder toegelicht. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkeling Artikel 6.3 sluit aan op de wettelijk verplichte toepassing van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, zoals vastgelegd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Omdat het Besluit ruimtelijke ordening via de Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) al regels stelt over 1) aantonen nut en noodzaak en 2) onderzoeken van binnenstedelijke mogelijkheden, zijn deze regels niet in de omgevingsverordening opgenomen. Daarmee staat de regionale afstemming in de omgevingsverordening centraal als het gaat om nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Evenals de Ladder gaat de omgevingsverordening uit van een ‘ja, mits’ voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Gemeenten in de regio moeten het gezamenlijk eens worden over de nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De verantwoordelijkheid en de afwegingsruimte liggen bij de regio.
Dit is in lijn met de gedachte van de Omgevingswet, waarbij de verantwoordelijkheid zo decentraal mogelijk wordt belegd. Artikel 6.3 uit de omgevingsverordening is van toepassing op het voornemen van Van der Stelt. Hieruit volgt dat de ontwikkeling in overeenstemming moet zijn met binnen de regio gemaakte afspraken. In paragraaf 3.1.3 is, naast een verantwoording van de Ladder voor duurzame verstedelijking, ook ingegaan op de in de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Zoals daar aangegeven heeft de regio, op basis van een uitgevoerde locatiestudie, ingestemd met de ontwikkeling van Van der Stelt op de beoogde locatie. Artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied Artikel 6.59 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied gaat het om bijvoorbeeld nieuwe bebouwing, agrarische bedrijven, natuurontwikkeling, infrastructuur of vormen van energieopwekking. Artikel 6.59 regelt dat de ambities en ontwikkelprincipes ten aanzien van landschap en cultuurhistorie, zoals die zijn beschreven voor de verschillende ‘ensembles en structuren’ in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, richtinggevend zijn (‘rekening houden met’).
De Leidraad bevat geen normstellende elementen die in acht moeten worden genomen. Voor zover ten aanzien van landschap en cultuurhistorie sprake is van normen voor het landschap, is dit op andere plekken in de verordening geregeld, in het bijzonder in de beschermingsregiems NNN, BPL en UNESCO. Onderstaand wordt aangegeven hoe het voornemen past binnen de verschillende aspecten uit de Leidraad.
Blad 20 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 De doorwerking van de Leidraad is door Gedeputeerde Staten vastgesteld op 10 april 2018 en verankerd in de Omgevingsverordening NH2020, artikel 6.59 (zie hierboven). Hierin is opgenomen dat het bestemmingsplan moet voldoen aan het gestelde in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (lid 1) en dat in het bestemmingsplan moet aangeven in welke mate rekening is gehouden met de kenmerken en kwaliteiten van het gebied (lid 2). Onderstaand worden beide aspecten verantwoord. Ensemble Wieringermeer De Leidraad werkt de gehele provincie uit in ensembles. In onderhavig geval gaat het om het Ensemble Wieringen – Wieringermeer. Het is een heldere geografische afbakening van het voormalige eiland Wieringen en de nieuwere polder Wieringermeer die hieronder staat beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden: de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Denk hierbij aan bebouwingslinten, bomenlanen en dijken. Landschappelijk is het gewenst om de uitbreiding aan de noordzijde van het bestaande perceel te laten aansluiten.
De herinrichting aan de noordzijde van het huidige perceel ligt uit het zicht van de bebouwing langs de Nieuwesluizerweg en van de wegen binnen het systeem van de polder. De impact van de bedrijfslocatie op de beleving van het landschap wordt daardoor nauwelijks groter. Door de nieuw te planten erfbeplanting aan te laten sluiten op de bestaande erfbeplanting wordt de beoogde ontwikkeling landschappelijk ingepast. De erfbeplanting sluit aan bij de bestaande structuren (bomenrij) en geeft een extra groene kwaliteit aan de polder. Bij de uitbreiding aan de noordkant van het perceel wordt de impact op de beleving van het landschap nauwelijks groter. Structuren De Leidraad beschrijft verschillende cultuurhistorische structuren die bepalend zijn voor het landschap. Enkele van deze structuren nabij de Wieringermeer zijn: de Waddenkust, de IJsselmeerkust en de Westfriese Omringdijk. Vanwege de afstand tussen de beoogde ontwikkellocatie en de bovenstaande structuren concluderen wij dat het voornemen geen invloed heeft op de landschappelijke en cultuurhistorische structuren vanuit de Leidraad.
Ambities en ontwikkelprincipes De leidraad geeft aan dat de ruimtelijke kwaliteit vergroot kan worden door “bij het nieuwe totaalontwerp een deel van de polderlijnen te behouden als ruimtelijke dragers van het oorspronkelijk ontwerp”. Daarbij worden de volgende aspecten benoemd: Ga daarbij zorgvuldig om met de belangrijkste/meest kenmerkende lijnen, zodanig dat hier de (oorspronkelijke) compositie van wegen, vaarten, ritmiek van boerderijen met
Blad 21 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
rood- en rietgedekte kappen, erven, beplanting en doorzichten compleet en herkenbaar blijft; Pas schaalvergroting op de erven zorgvuldig in, met respect voor de bestaande erfcompositie en met behoud of herstel van de ‘groene jas’ (erfbeplanting); Pas grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen op zorgvuldig vormgegeven wijze in, zodat ze bijdragen aan een nieuw totaalconcept (kans).
Figuur 3.2.2. Raamwerk van de Wieringermeer (Bron: Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, 2018).
In het ontwerp wordt gebruik gemaakt van de compositie van wegen en vaarten evenals de ritmiek van gebouwen, erven en beplanting. De ontwikkeling maakt deel uit van de bebouwde Polderlijn zoals weergegeven in bovenstaande figuur 3.2.2. Bovendien zal de inpassing gedaan worden met respect voor bestaande erfcompositie en met herstel van de ‘groene jas’. Dit is ook in hoofdstuk 2 gemotiveerd. Hiermee sluit de ontwikkeling aan op de hierboven genoemde aspecten uit de Leidraad. Overige ontwikkelprincipes De Leidraad geeft ten slotte aan dat: “De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de bestaande verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-) tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie. Zorg voor een ruime landschappelijke begrenzing van het terrein, die aansluit op het bestaande omringende landschap; vermijd hoge hekken in het landschap. Streef ernaar dat de opstelling kwaliteit toevoegt aan het bestaande landschap.” Hoewel bovengenoemde passage ingaat op semi-tijdelijke functies (anders dan onderhavig initiatief) zijn in het ontwerp voor het nieuw te ontwikkelen terrein van Van der Stelt wel meerdere van de bovengenoemde aspecten voor ruimtelijke kwaliteit verwerkt. De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande verkavelingsstructuur van de terreinen van Van der Stelt en Vermillion.
Door het uitbreiden van de bedrijfsfuncties naar de weg zal het geheel beter ingepast zijn in de structuur van wegen, vaarten en bebouwing. Tevens voorziet het plan in een ruime en
Blad 22 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
landschappelijke begrenzing in de vorm van een brede poldersloot en een grondlichaam met opgaand groen.
3.3
Waterschap beleid: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
3.3.1
Waterprogramma 2016 – 2021 Het Waterprogramma 2016-2021 is vastgesteld op 3 november 2015. Met dit Waterprogramma geeft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier richting aan het waterbeheer tussen 2016 en 2021. Dat is nodig, want de klimaatverandering en de veranderende maatschappij dwingen tot aanscherping en heroverweging van de keuzes van het waterschap. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Veranderende patronen in communicatie en participatie in de maatschappij vragen grotere betrokkenheid en intensievere dialoog met partners en belanghebbenden. Bovendien zijn er steeds meer partijen betrokken bij het waterbeheer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van dit Waterprogramma is daar invulling aan gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. De onderwerpen voor deze bouwstenen zijn verzameld via een intensieve dialoog met een groot aantal belanghebbenden. Het waterprogramma is gericht op het bieden van (meerlaagse) waterveiligheid, het beperken van wateroverlast, het voorzien in voldoende en gezond water en crisisbeheersing. Het voornemen sluit aan bij het Waterprogramma 2016-2021.
3.3.2
Keur en algemene regels In de Keur staan de regels die het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. In de legger is vastgelegd waar de geboden en verboden uit de Keur van toepassing zijn. Beleid omtrent nieuw verhard oppervlak Zoals beschreven in de Keur in artikel 3.3, is het verboden om zonder watervergunning van het bestuur neerslag versneld tot afvoer te laten komen door toe doen van nieuw verhard oppervlak. Hiervoor geldt een vrijstelling op grond van artikel 3.9 eerste lid, wanneer: 1. De bebouwing of verharding van de onverharde grond door een of meer aaneengesloten bouwplannen met een gezamenlijke oppervlakte minder dan 800 m2 bedraagt en; 2. De aanleg van nieuw verhard oppervlak minder dan 10% van het oppervlak van het desbetreffende peilvak beslaat en; 3. Het desbetreffende watersysteem de toename van de piekafvoer kan verwerken. Beleid omtrent dempen watergang Artikel 3.2 lid 1 verbiedt werkzaamheden en handelingen zonder watervergunning die tot onbedoeld effect hebben dat verandering wordt gebracht in de staat van waterstaatswerken. Hiermee wordt ook het dempen van watergangen bedoeld.
Blad 23 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Beleid omtrent water afvoeren naar oppervlaktewater In artikel 3.4 van de Keur is opgenomen dat het verboden is zonder watervergunning van het bestuur water te brengen in of te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen. Onder water brengen in oppervlaktewaterlichamen wordt verstaan het afvoeren van water naar en het lozen op oppervlaktewaterlichamen. Bij de ontwikkeling van het voornemen worden de regels uit de Keur en bijbehorende leggers opgevolgd. De Keur en bijbehorende leggers vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan. In paragraaf 4.4 wordt toegelicht hoe aan bovenstaande invulling wordt gegeven.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie/structuurvisie Hollands Kroon De Omgevingsvisie/structuurvisie Gemeente Hollands Kroon (hierna: Omgevingsvisie) is door de gemeenteraad van Hollands Kroon in mei 2018 vastgesteld. Bij de vaststelling heeft de gemeenteraad enkele ondergeschikte wijzigingen aangebracht ten opzichte van het ontwerp. Kenmerkend in de visie is het ‘ja, tenzij’ principe. Dit betekent dat de gemeente Hollands Kroon altijd positief tegenover nieuwe initiatieven staan en samen met initiatiefnemers willen kijken hoe deze initiatieven gerealiseerd kunnen worden. Het plangebied is gelegen in de zone ‘Gebieden waarvoor gelijke regels gelden’ (fig. 3.4.1). Binnen dit beleid heeft iedereen dezelfde bouwrechten.
Figuur 3.4.1 Overzicht zone ‘Gebieden waarvoor gelijke regels gelden’ (planlocatie: lichtblauwe druppel) (Bron: Ruimtelijke plannen.nl, 2018).
Blad 24 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
In de Omgevingsvisie zijn de geformuleerde ambities en doelen per onderdeel omschreven. Enkele belangrijke onderwerpen in de Omgevingsvisie/structuurvisie Hollands Kroon zijn: Ruimtelijke kwaliteit: Gemeente Hollands Kroon wil de ruimtelijke kwaliteit en diversiteit van ons landschap en de dorpen onderbouwd ontwikkelen, verbeteren en indien nodig transformeren; Landschappelijke inpassing: Gemeente Hollands Kroon houdt rekening met de landschappelijke inpassing zoals typische kenmerken van de streek, de ontwikkelingsgeschiedenis, schaal, maat, functionaliteit, ruimtelijke opbouw, samenhang en verschijningsvorm van de directe omgeving en met de inpassing in de wijdere omgeving; Duurzaamheid: Er ligt een opgave gezien de ambities van de rijksoverheid om van 5% duurzame energie in 2013 te groeien naar 14% in 2020. Hollands Kroon is een gemeente bij uitstek om deze duurzame ambities te realiseren. Energie: Hollands Kroon wilt uitgroeien van ontwikkel- naar centrumgemeente voor duurzame energie. Dit wordt bereikt door kennisclustering en optimalisatie van vestigingslocaties; Agrarische sector: Hollands Kroon staat voor ruimte om te ondernemen in de agrarische sector. Waarbij er uniforme regels gelden in de gehele gemeente en veel ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen; Bedrijven: Hollands Kroon juicht ondernemerschap toe en omarmen lokale bedrijvigheid.
Hollands Kroon wilt zo min mogelijk beperkende regels hiervoor opstellen. Dus flexibel waar het kan en streng waar het moet. Bedrijven Binnen de omgevingsvisie Hollands Kroon staat omschreven dat de gemeente Hollands Kroon ondernemerschap toejuicht en lokale bedrijvigheid omarmt. Hollands Kroon wilt zo min mogelijk beperkende regels hiervoor opstellen. Dus flexibel waar het kan en streng waar het moet. Gemeente Hollands Kroon verleent waar mogelijk medewerking aan nieuwe aanvragen voor het omzetten van een agrarische bestemming in een bedrijfsbestemming. Hierbij worden de volgende aandachtspunten benoemd: Er mogen geen nieuwe opstallen opgericht worden ten behoeve van de bedrijfsbestemming; Alleen milieucategorie 1 en 2 (volgens de VNG) zijn toegestaan; Er mag geen sprake zijn van onevenredige afbreuk aan de verkeerssituatie, zoals grote toename van het aantal verkeersbewegingen. Het plan betreft een locatie buiten een bestaand agrarisch bouwblok en is daarmee niet passend in de Omgevingsvisie. Derhalve wordt de Gemeenteraad gevraagd om een verklaring van geen bedenkingen. Ambitie Dwarsrelaties zijn ontwikkelingen die de concurrentiekracht verbeteren en passen in de veelzijdige agri-regio Greenport Noord-Holland Noord en waarvoor wij ruimte willen bieden.
De Omgevingsvisie geeft ook aan dat: Een andere ontwikkeling is ‘produceren, verwerken en consumeren in dezelfde regio’. Iedere regio in de wereld wil zelfvoorzienend zijn op het gebied van
Blad 25 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
energie, voedsel, etc. Noord-Holland Noord richt zich op de metropoolregio Amsterdam en de Randstad. Daarnaast zullen de hier ontwikkelde technieken en kennis wereldwijd verkocht gaan worden. Hier draagt het initiatief van Van der Stelt sterk aan bij door ook aan de voorkant van de keten de mest- en hulpstoffen voor de agrarische bedrijven lokaal te produceren en verwerken (het sluiten van de keten). Daarnaast sluit het initiatief ook aan bij de ambitie die door de gemeente is geformuleerd: Dwarsrelaties aanbrengen middels ontwikkelingen die de concurrentiekracht verbeteren en passen in de veelzijdige agri-regio Greenport Noord-Holland Noord en waarvoor wij ruimte willen bieden. Deze dwarsrelaties zijn ontwikkelingen die de concurrentiekracht verbeteren en passen in de veelzijdige agri-regio Greenport Noord-Holland Noord en waarvoor wij ruimte willen bieden. Duurzaamheid Gemeente Hollands Kroon wil toewerken naar een circulaire economie en omarmt nieuwe innovatieve duurzame (biotechnologische) technieken. De bedrijfsvoering van Van der Stelt sluit aan bij het streven van gemeente Hollands Kroon naar een circulaire economie. Uit de reststof papiercellulose wordt een biologisch afbreekbaar antistuifmiddel geproduceerd (Stesam) en geleverd aan bedrijven in de land-, akkerbouw en bollenteelt.
Ook werkt Van der Stelt voornamelijk met biologische, secundaire grondstoffen die hergebruikt worden, wat eveneens uitstekend past in het circulair denken. Van der Stelt streeft naar een energie neutrale bedrijfsvoering. Op de bestaande werkplaats zijn zonnepanelen aangebracht en ook op de locatie van de uitbreiding zijn deze voorzien. In aanvulling hierop worden eventueel kleine windmolens met een hoogte van ongeveer 20 meter geplaatst. Voor verwarming zal gebruikt gemaakt worden van een warmtepomp. Op deze manier wordt ruimschoots voorzien in de energiebehoefte van onderhavige uitbreiding. Tevens kan Van der Stelt met gerichte innovaties bijdragen aan een versterking van de regionale economie. Van der Stelt werkt momenteel mee aan de ontwikkeling van een planningsysteem planningsysteem voor (drone)loonwerkers waarin precisielandbouw plug-and-play is geïntegreerd (fig. 3.4.1.1). Hierdoor kunnen substantiële kosten worden bespaard op arbeid en brandstofkosten bij zowel de teler als de dronewerker. Het prototype product wordt getest en gevalideerd in een praktijkomgeving.
Blad 26 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Figuur 3.4.1.1 AGTech planner voor (drone)loonwerkers (Bron: Van der Stelt, 2019).
Milieu Gemeente Hollands Kroon wil ruimte bieden aan ontwikkelingen in een gezonde en schone leefomgeving. Daartoe proberen ze milieuhinder tegen te gaan op plekken waar het moet en ruimte aan economische ontwikkelingen te geven waar het kan. Van der Stelt heeft haar grootste energiestromen inzichtelijk gemaakt en op basis hiervan doelstellingen geformuleerd tot efficiënter gebruik en reductie. De maatregelen en CO2 reductiedoelstellingen staan beschreven in het CO2 beleidsplan. Het reduceren van de verkeersbewegingen tussen de locaties Slootdorp en Beverwijk draagt hieraan bij.
3.4.2
Welstandsnota (2013) Gemeente Hollands Kroon werkt vanaf 28 december 2013 met een nieuwe welstandsnota. In deze nota wordt gewerkt met drie verschillende soorten welstandsgebieden: 1. welstandsvrij; 2. welstandsluw; 3. welstandsintensief. Afhankelijk van het soort gebied waar het bouwwerk staat, vindt er een beoordeling plaats. Staat het bouwwerk in: 1. een welstandsvrij gebied, dan gelden er geen regels, de initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor het uiterlijk van het bouwwerk; 2. een welstandsluw gebied, dan is er een licht preventief welstandstoezicht van toepassing en moet het plan voldoen aan globale welstandsregels; 3. een welstand intensief gebied, dan geldt een speciaal preventief welstandstoezicht.