1. Ruimtelijke onderbouwing Nieuwesluizerweg 24 Slootdorp.pdf
Tekst van het document
Blad 27 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Figuur 3.4.2 Uitsnede kaartbeeld Welstandsnota (Bron: gemeente Hollands Kroon, 2018)
Het plangebied maakt onderdeel uit van het welstandsluw gebied waardoor er globale regels gelden ten aanzien van welstand (fig. 3.4.2.). De initiatiefnemer is zelf grotendeels verantwoordelijk voor de uiterlijke verschijningsvorm van het bouw- of verbouwplan. De initiatiefnemer heeft informatie ingewonnen bij de gemeente Hollands Kroon. Bij het ontwerp van het bouwplan is rekening gehouden met de wensen vanuit de gemeente.
Blad 28 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
4
Milieuaspecten - analyse
4.1
Inleiding Voor het bepalen van de effecten van het plan is het van belang om na te gaan of het plan zal leiden tot een aantasting van de ruimtelijke structuur en van de aanwezige functies ter plaatse nu en in de toekomst. De ruimtelijke gevolgen in de directe omgeving van het project staan centraal met een toets van mogelijke belemmeringen. Voor de bestaande en toekomstige situatie zal achtereenvolgens ingegaan worden op de verschillende milieuaspecten.
4.2
Cultuurhistorie en archeologische waarden Op grond van de Erfgoedwet dient bij een ruimtelijk besluit rekening te worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Deze verantwoordingsplicht omvat zowel het boven- als ondergronds erfgoed. Op welke plaatsen archeologisch onderzoek aan de orde is, wordt op grond van gemeentelijk of provinciaal beleid bepaald. Het plangebied ligt niet in archeologisch waardevol gebied blijkt uit een inventarisatie van het huidige bestemmingsplan en de Informatiekaart Landschap & Cultuurhistorie. De Informatiekaart Landschap & Cultuurhistorie geeft ter plaatse van de planlocatie en op enige afstand daarvan enkele cultuurhistorische objecten weer (fig. 4.2). Het dichtstbijzijnde cultuurhistorische object is het Rijksmonument ‘voormalig Gemeenschapsgebouw van het voormalige Joodse Werkdorp Nieuwesluis, later proefboerderij Oostwaardhoeve’ in Slootdorp (roze cirkel). Daarnaast liggen er in de omgeving van het plangebied verschillende stolpenboerderijen (bruine cirkel). Verder is er een herdenkingsplaque (oranje cirkel) aanwezig op een woning aan de Nieuwesluizerweg.
Figuur 4.1 Aanwezigheid van cultuurhistorie en archeologische waarden in omgeving plangebied.
Blad 29 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Er is geen sprake van een Rijksbeschermd of gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht. In de omgeving zijn er ook geen aardkundige monumenten of UNESCO werelderfgoederen aanwezig. Wel maakt het gebied deel uit van het aandijkingenlandschap. Deze aanduiding is gericht op de landschappelijke kwaliteit en kenmerken van het gebied. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Natuur De voorgenomen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd indien de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets welke door Antea Group is uitgevoerd (22 mei 2019). Dit rapport is als bijlage bij de aanvraag gevoegd. Beschermde gebieden In het plangebied is geen NNN-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Op ca. 6,5 km noordelijk van de werklocatie is Natura-2000 gebied “Waddenzee” gelegen. Gezien de grote afstand van de werkzaamheden tot dit gebied is stikstofdepositie de enige mogelijke storingsfactor ten gevolge van de werkzaamheden. Om eventuele effecten van verhoogde stikstofdepositie in kaart te brengen zijn berekeningen uitgevoerd in AERIUS (Antea Group, 26 november 2019). Voor Van der Stelt is de stikstofdepositie als gevolg van de emissies NOx en NH3 die ontstaan door activiteiten behorende bij deze inrichting voor de referentie (1994) en beoogde (2019) situatie in beeld gebracht. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie als gevolg van de gewijzigde bedrijfsactiviteiten afneemt ten opzichte van de referentiesituatie.
De berekening van de beoogde situatie (2019) laat zien dat de hoogste stikstofdepositie 0,00 mol N per hectare per jaar bedraagt voor het stikstof gevoelige Natura-2000 gebied Waddenzee. Het dichtstbijzijnde NNN gebied is gelegen op ca. 800 m ten westen van het plangebied. Conform de beleidsregels van de provincie Noord-Holland is het niet noodzakelijk onderhavig plan te toetsen op externe werking voor dit NNN gebied. In onderstaande tabel zijn de conclusies van de Natuurtoets en eventuele vervolgstappen in het kader van gebiedsbescherming samengevat, aangevuld met de conclusies vanuit het uitgevoerde stikstofonderzoek.
Blad 30 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Tabel 4.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen beschermde gebieden.
Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Natura 2000
NNN
Houtopstand
Nee, op ca. 6,5 km ten noorden van plangebied.
Ja, op tenminste ca. 800 m westelijk.
Ja
Nee
n.v.t., werkzaamheden zijn vrijgesteld van toetsing externe werking op NNN gebieden.
Nee
Effecten?
Vereiste vervolgstappen aan de orde?
Nee
Nee
Regelgeving APV (Algemene Plaatselijke Verordening) gemeente Hollands Kroon dient opgevolgd te worden.
Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Ja
Ja
Ja, mits voldaan wordt aan uit APV
Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen). In Tabel 4.2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 4.2 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soortgroep
Algemene broedvogels
Essentieel leefgebied in plangebied?
Ja. Mogelijk nesten aanwezig van algemene broedvogels in te rooien deel windsingel
Is er sprake van een overtreding?
Nee, mits gewerkt wordt buiten het broedseizoen
Is een ontheffing noodzakelijk
Nee, mits gewerkt wordt buiten broedseizoen
Is het plan uitvoerbaar?
Ja, mits gewerkt wordt buiten broedseizoen
Blad 31 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Conclusie Wanneer gewerkt wordt buiten het broedseizoen, vormt het aspect ecologie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen.
4.4
Water Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met een ruimtelijke ontwikkeling die door middel van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Voor nieuwe plannen in de ruimtelijke ordening is een watertoets verplicht. Het resultaat van de watertoets is een waterparagraaf. Huidige situatie In de huidige situatie ligt het maaiveld van het plangebied tussen de NAP -2,5 en NAP -2,7 m. De bodem is voornamelijk opgebouwd uit klei, afgewisseld met een enkele veenlaag. De waterstand fluctueert volgens een meetreeks tussen 1988 en 1991 tussen de 1,0 meter en 1,85 meter onder maaiveld. Daarnaast wordt in het peilbesluit Wieringermeer beschreven dat het gebied langs het Waardkanaal zware tot zeer zware kwel voorkomt. Met een intensiteit van 0,5 mm/dag tot meer dan 1,0 mm/dag. Het plangebied grenst in het oosten aan de Ulketocht, een primaire watergang. In het noorden van het plangebied bevindt zich een tertiaire watergang en aan de westkant grenst het plangebied aan een secundaire watergang. In de huidige situatie is het plangebied niet aangesloten op de openbare riolering. Het plangebied bevindt zich niet in de kern- of beschermingszone van een waterkering.
Toekomstige situatie De firma Van der Stelt BV is voornemens om de huidige bedrijfslocatie op het persceel Nieuwsluizerweg 24 (1774 PD) te Slootdorp her in te richten en tevens het bedrijfsterrein uit te breiden. Dit heeft effecten op de huidige waterhuishouding. Grondwater Door de toename van verhard oppervlak kan hemelwater lokaal niet meer in de bodem infiltreren, maar wordt dit afgevoerd naar het oppervlaktewater. Hierdoor kan een geringe verlaging van de grondwaterstand optreden ter plaatse van de ontwikkeling. Er zijn geen functies aanwezig die negatieve gevolgen kunnen ondervinden van deze ontwikkeling. Watersysteem Toename verharding De toename van verhard oppervlak bedraagt ongeveer 17.300 m². Conform het beleid van het hoogheemraadschap kan gesteld worden dat de toename van de piekafvoer en de werking van het desbetreffende watersysteem dusdanig beïnvloedt dat compensatie vereist is. In de Keur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is opgenomen dat voor een toename van meer dan 2.000 m² binnen een plan een maatwerkberekening vereist is. In afstemming met het hoogheemraadschap is op 28-05-2019
Blad 32 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
overeengekomen dat voor het graven van compenserende waterberging 14% van de verhardingstoename aangehouden moet worden. Dit betekent dat ten minste 2.422 m² aan nieuw oppervlaktewater moet worden gegraven in hetzelfde peilgebied. Dit wordt primair gerealiseerd door de sloten rondom de uitbreiding te verbreden, overeenkomstig de sloten rondom het bestaande bedrijfsterrein. Daarnaast zal Van der Stelt een extra watersilo plaatsen, die wordt gebruikt om bij een hevige bui 500 m³ hemelwater vanaf verhard oppervlak op te vangen. Dit komt overeen met een neerslagintensiteit van 30 mm. Dit water wordt bij voorkeur in de productie gebruikt en anders afgelaten wanneer het waterpeil dat toelaat. Voor uitbreiding van het verhard oppervlak (> 800 m²) wordt een watervergunning aangevraagd bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, waarin de exacte invulling van bovengenoemde compensatie wordt uitgewerkt. Dempen tertiaire watergang Het gedeelte van de tertiaire watergang dat Van der Stelt voornemens is te dempen, is 110 meter lang. Zoals beschreven in paragraaf 3.2.2. is het verboden zonder watervergunning handelingen aan waterstaatswerken te verrichten. Een demping valt hieronder en hiervoor dient om deze reden een vergunningen te worden aangevraagd bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Vuil- en hemelwaterafvoer In de huidige situatie is geen sprake van aansluiting op de openbare riolering, maar wordt het vuilwater in een individueel vuilwatersysteem opgevangen. Dit blijft in de toekomstige situatie het geval omdat er geen riolering in de omgeving aanwezig is waarop aangesloten kan worden (overeenkomstig Activiteitenbesluit artikel 3.4). In de toekomstige situatie wordt het hemelwater net als in de huidige situatie oppervlakkig afgevoerd naar kolken op het bedrijventerrein. Op het terrein waarnaar wordt uitgebreid, komt het afstromende hemelwater samen in een verzamelput en wordt dit afgevoerd naar het oppervlaktewater in de Ulketocht. Het is verboden zonder watervergunning water aan te brengen in een oppervlaktewaterlichaam. Voor deze activiteit moet een watervergunning worden aangevraagd bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, zie ook § 4.3.1 in de Watertoets). Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de kwaliteit van het afstromend hemelwater, vanwege het gebruik van de verharding. Op de nieuwe verharding worden parkeerplaatsen gerealiseerd en het aantal verkeersbewegingen op de verharding heeft invloed op de kwaliteit van het hemelwater dat hierop valt. Mogelijk zijn zuiveringsstappen nodig alvorens het hemelwater op het oppervlaktewater wordt geloosd.
Waterveiligheid Gezien er geen werkzaamheden of wijzigingen in of rondom een waterkering of de beschermingszone van een waterkering worden aangebracht, komt er geen wijziging in de huidige waterveiligheidssituatie.
Blad 33 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Conclusie Op basis van de watertoets kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve effecten op de waterhuishouding en waterveiligheid te verwachten zijn. Wel dient rekening gehouden te worden met de kwaliteit van het afstromend hemelwater op de verharding. Mogelijk zijn zuiveringsstappen nodig alvorens het water op het oppervlaktewater wordt geloosd.
4.5
Bodem Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening verplicht in verband met de uitvoerbaarheid van een plan dat er onderzoek verricht dient te worden naar de bodemgesteldheid in het onderzoeksgebied. Om een voorgenomen ontwikkeling doorgang te laten vinden, dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem in het onderzoeksgebied in overeenstemming is met het beoogde gebruik. Provincie Noord-Holland Het beleid van de provincie Noord-Holland gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch bodemonderzoek, te worden verricht. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden activiteiten hebben plaatsgevonden met een verhoogd risico op bodemverontreiniging dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van geconstateerde belemmeringen uit dat onderzoek, kan vervolgens worden nagegaan welke maatregelen moeten worden genomen om die belemmeringen weg te nemen (functiegericht saneren). Conclusie De verwachting is dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor het voornemen.
Dit omdat de uitbreiding plaatsvindt op agrarische grond waar in het verleden geen vervuilende activiteiten hebben plaatsgevonden.
4.6
Verkeer, parkeren en ontsluiting Goede infrastructurele ontsluiting De huidige locatie ligt aan een toegangsweg haaks op de Nieuwesluizerweg. Op dit moment vindt op de locatie Slootdorp productie, opslag, verwerking en distributie van meststoffen en Stesam plaats. Deze activiteiten leiden tot vervoersbewegingen van en naar het perceel. Voor de reeds aanwezige activiteiten (Vermillion-site, Van der Stelt en de windmolens) is al een ontsluiting aanwezig in de vorm van een verharde toegangsweg, welke ten behoeve van de nieuwbouw van de windmolens wordt verbreed. Bij de uitbreiding van het terrein van Van der Stelt wordt vanaf de private toegangsweg van Vattenfall naar het perceel (op eigen terrein) een extra in- en uitgang gerealiseerd. Via de extra ingang kunnen personeel en bezoekers de parkeervoorziening, het kantoor en de werkplaats bereiken. Vrachtwagens kunnen via de extra ingang de parkeervoorziening voor vrachtwagens bereiken. Het vrachtverkeer naar de productielocatie zal gebruik blijven maken van de bestaande inrit naar de productielocatie.
Blad 34 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
De route van en naar het plangebied, inclusief de aansluiting op de openbare Nieuwesluizerweg, blijft ongewijzigd. Via de Nieuwesluizerweg en de Waardpolderhoofdweg zijn de provinciale Nwegen N240, N248 en N249 makkelijk te bereiken. Via de N240 is bijvoorbeeld de A7 makkelijk te bereiken. Hierdoor is het perceel te bereiken zonder (kwetsbare) dorpskernen te doorsnijden. Parkeren Ten behoeve van verplaatsing van het hoofdkantoor naar de uitbreiding locatie Nieuwesluizerweg zijn nieuwe parkeerplaatsen noodzakelijk. Voor het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen is gekeken naar de huidige parkeerbehoefte (van de twee locaties in Slootdorp en Beverwijk) en is deze aangevuld met enkele parkeerplaatsen om een kleine autonome groei op te kunnen vangen. Alle parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd. Net als in de huidige situatie vindt het parkeren van alle voertuigen plaats op eigen terrein, wel komen hiervoor meer toereikende voorzieningen beschikbaar. Ook het laden en lossen van vrachtwagens gebeurt op eigen terrein. Er is dan geen parkeeroverlast te verwachten in de openbare ruimte. In Figuur 2.3.2. is weergegeven waar de parkeerplaatsen zich op het terrein bevinden. In de bijlage is op de plattegrond de exacte indeling zichtbaar. Op basis van het Bestemmingsplan parkeren en wonen is de parkeerbehoefte van de uitbreiding, conform CROW 381 bepaald.
Voor werken/bedrijf, arbeidsextensief/bezoekersextensief, wordt een parkeernorm voorgeschreven van 0,8 – 1,3 plaatsen per 100 m² b.o. Voor een kantoor zonder balie bedraagt de parkeernorm 2,3 – 2,8 plaatsen per 100 m² b.o. Voor 667 m² werkplaats (5 medewerkers) en 426 m² kantoor (18 werkplekken) moeten daarmee minimaal 21 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het plan voorziet in gemarkeerde 26 parkeerplaatsen. Dit is ook op basis van het beoogd gebruik, ruim voldoende. Verkeersbewegingen In de huidige situatie worden er op het terrein aan de Nieuwesluizervaart jaarlijks 8.808 vrachtwagenbewegingen vastgesteld. Naast deze vrachtwagens rijden er jaarlijks ongeveer 2.500 personenvoertuigen op en af, dit betekent dat er ook 5.000 bewegingen van personenvoertuigen worden gemeten. Deze aantallen betekenen dat op een gemiddelde werkdag ongeveer 36 vrachtwagenbewegingen en 20 personenvoertuigbewegingen geregistreerd worden. In de nieuwe situatie worden diverse functies toegevoegd aan de bestaande functies die worden ontplooit op het terrein gelegen aan de Nieuwesluizervaart. Functies die worden toegevoegd t.o.v. de huidige situatie zijn: -
Stalling voor uitrijdmachines, vrachtwagens en overig materieel Agrarisch laboratorium Nieuwe hoofdkantoor Nieuwe werkplaats
Bovenstaande functies hebben in meer of mindere mate een aantrekkende werking op de hoeveelheid verkeer dat zich verplaatst tussen de bedrijfslocatie en de omliggende wegen. Met name de wijze waarop de Nieuwesluizervaart is ontsloten met de Nieuwesluizerweg is hierin van belang.
Blad 35 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Ten behoeve van de nieuwe ontwikkelingen worden diverse functies toegevoegd die zowel een aantrekkende werking zullen hebben op bestuurders van vrachtwagens als personenvoertuigen. De verkeersaantrekkende werking van de nieuwe voorzieningen zorgt volgens de CROW richtlijnen voor ruim 100 - 150 extra personenvoertuigbewegingen per etmaal, gebaseerd op de oppervlaktes van de diverse voorzieningen1. Echter kan worden aangetoond dat deze richtlijnen in het geval van deze uitbreiding niet realistisch zijn. De afmetingen van de werkplaats zijn vrij fors door het formaat van de machines en voertuigen die in deze werkplaats aanwezig zijn. De verkeersgeneratie volgens de CROW behorende bij een werkplaats met een oppervlakte van circa 650 m2 is 73 personenvoertuigbewegingen per etmaal. In werkelijkheid werken op deze werkplaats slechts vijf personen2 en vinden de verplaatsingen van de voertuigen naar de werkplaats plaats op eigen terrein, waardoor de werkplaats – naast tien personenvoertuigbewegingen per etmaal voor het personeel – geen verkeer aantrekt. Voor het kantoor, laboratorium en de stalling gelden vergelijkbare verschillen. De werkelijke verkeersaantallen liggen op zijn hoogst op een derde van de verwachte verkeersaantallen volgens de CROW richtlijnen, maar waarschijnlijk nog lager.
Geschat wordt dat er na de aanleg van de stalling gedurende een gemiddelde werkdag 20 extra uitwisselingen van vrachtverkeer zullen plaatsvinden tussen het terrein aan de Nieuwesluizervaart en de Nieuwesluizerweg. Dit staat gelijk aan 5.000 extra vrachtwagenbewegingen per jaar. Voor de functies agrarisch laboratorium, nieuw hoofdkantoor, de werkplaats en het parkeren van vrachtwagenchauffeurs die een vrachtwagen ophalen of wegbrengen, wordt verwacht dat er ongeveer 40 extra personenvoertuigbewegingen zullen plaatsvinden gedurende een gemiddelde werkdag tussen de verschillende functies en de Nieuwesluizerweg. Dit staat gelijk aan een toename van 10.000 personenvoertuigbewegingen per jaar. Na ontwikkeling van bovenstaande functies spreken we van een totale hoeveelheid verkeersbewegingen van de functies van 13.808 vrachtwagens per jaar en 15.000 personenvoertuigbewegingen per jaar. Dit is een gemiddelde van 56 vrachtwagens gedurende een gemiddelde werkdag en 60 personenvoertuigbewegingen per gemiddelde werkdag. Huidige gebruik Nieuwesluizerweg In 2013 is door Dinaf een telonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is de hoeveelheid verkeer op de Nieuwesluizerweg gemeten tussen 4 en 19 maart 2013. Verkeer dat het terrein van Van der Stelt BV oprijdt en/of verlaat zal dus kruisen met deze verkeersstroom.
Onderstaande tabel geeft een weergave van de gemeten intensiteiten op de Nieuwesluizerweg tijdens het telonderzoek dat is uitgevoerd in 2013. In de weergegeven intensiteiten is dus ook het huidige gebruik van het terrein van Van der Stelt BV opgenomen. De telling is met een jaarlijkse groei van 1,5% opgehoogd tot 2019 cijfers.
1
Gehanteerde oppervlaktes voor de diverse voorzieningen: Kantoor: 425 m2; Laboratorium is onderdeel van het kantoorpand, personeel van het laboratorium heeft tevens een kantoorfunctie; Nieuwe werkplaats: 667 m2; Stalling voor uitrijmachines: 502 m2. 2 Bron: Van der Stelt BV
Blad 36 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Op basis van de intensiteiten die op de Nieuwesluizerweg afwikkelen en de inrichting van het kruispunt Nieuwesluizervaart en Nieuwesluizerweg wordt er door de toevoeging van 20 vrachtwagenbewegingen en 40 personenvoertuigbewegingen op een gemiddelde werkdag geen problemen verwacht op het betreffende kruispunt en/of het onderliggend wegennet in de directe omgeving. Conclusie Verwacht wordt dat in dit specifieke geval de toename van verkeersbewegingen (20 vrachtwagenbewegingen per gemiddelde werkdag en 40 personenvoertuigen per gemiddelde werkdag) niet zal leiden tot een onevenredige afbreuk van de verkeerssituatie. De toename van de hoeveelheid verkeer van en naar het terrein van Van der Stelt BV kan ruimschoots worden afgewikkeld binnen de capaciteit van de toegangsweg, het kruispunt NieuwesluizervaartNieuwesluizerweg, eveneens als de daarop aansluitende gebiedsontsluitingswegen. De verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op de toegangsweg en de Nieuwesluizerweg zullen voldoende gewaarborgd blijven. Ook ten aanzien van parkeren worden er geen knelpunten verwacht.
Blad 37 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
4.7
Geluidhinder Voor geluidhinder van de meeste inrichtingen zijn de algemene regels van het Activiteitenbesluit van toepassing. Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die ‘‘in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken’’, een geluidzone rondom deze objecten en inrichtingen. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd Conclusie Een productie- en transportbedrijf kan geluidshinder veroorzaken op omliggende geluidgevoelige objecten. In dit specifieke geval liggen er in de nabijheid van het perceel een aantal gevoelige objecten (woningen). Minimale afstand tot dichtstbijzijnde gebouw (woning) van derden, Nieuwesluizerweg 34, is ongeveer 600 meter (Google Maps). Vanuit het aspect geluid zijn er geen belemmeringen voor het voornemen, omdat er geen geluidhinder is voor omliggende woningen.
4.8
Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwplannen of de aanleg van infrastructuur. Plannen die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook plannen die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of voor een plan sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 μg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Voor het plan is de NIBM-tool ingevuld, met als input de extra verkeersbewegingen die het plan genereert (zie paragraaf 4.6). Het plan leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit met 3% en kan als 'niet in betekenende mate' worden beschouwd.
Blad 38 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2019
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
64
Aandeel vrachtverkeer
33,0%
NO2 in μg/m
3
0,23
3
0,02
Maximale bijdrage extra verkeer
PM10 in μg/m 3
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m Conclusie
1,2
De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit.
Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. De voorgenomen ontwikkeling bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van nabijgelegen risicobronnen (zie figuur 4.2). Deze risicobronnen leggen dan ook geen beperkingen op aan de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast bevindt het plangebied zich op meer dan 4 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde basisnetroute. De risico’s van deze routes hoeven conform het Besluit externe veiligheid transportroutes dan ook niet nader beschouwd te worden. De
Blad 39 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
ontwikkeling is geen risicovolle inrichting. De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de omgeving betreffende externe veiligheid hoeven dan ook niet getoetst te worden. Waar wel rekening mee gehouden dient te worden, is de windturbine die in de omgeving van het plangebied mogelijk gemaakt wordt. Er is reeds een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van de windturbine. Er dient getoetst te worden of wordt voldaan aan het Activiteitenbesluit. Toets Activiteitenbesluit Het plan maakt uitsluitend de vestiging van beperkt kwetsbare objecten mogelijk, het kantoorpand is ruim minder dan 1.500 m². Conform het Activiteitenbesluit mogen er geen beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn binnen de PR 10-5 contour van de windturbine. Aan de hand van vuistregels uit het handboek risicozonering windturbines is bepaald dat de PR 10-5 contour niet meer zal bedragen dan 58,5 meter (halve rotordiameter). Het plangebied is gelegen op meer dan 58,5 m van de windturbine. Er kunnen dan ook geen beperkt kwetsbare objecten worden opgericht binnen de PR 10-5 contour. Het plan voldoet daarmee aan wet- en regelgeving aangaande externe veiligheid en windturbines. In figuur 4.3 is de PR 10-5 contour weergegeven ten opzichte van het plangebied.
Hoewel het Rijksinpassingsplan Windpark Wieringermeer deels overlap heeft met voorliggende ontwikkeling (zie figuur 1.3), is feitelijk gezien geen sprake van overlap. Het is onwaarschijnlijk dat deze overlap in de toekomst wel zal ontstaan, omdat de maximale mogelijkheid uit het Rijksinpassingsplan voor deze locatie (5 windturbines in een rij) reeds vergund is, de turbine dusdanig gepositioneerd is dat het voornemen buiten de PR 10-5 contour van de turbine is gelegen, en de maximale toegestane rotordiameter reeds wordt toegepast.
Blad 40 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Figuur 4.2 Globale ligging plangebied (blauw) t.o.v. nabijgelegen risicobronnen en hun invloedsgebied (Bron: Evsignaleringskaart, 2019).
Figuur 4.3 ligging plangebied ten opzichte van PR 10-5 contour windturbine
Blad 41 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Conclusie Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Er worden tevens geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt in het plangebied. Het plangebied is tevens gelegen buiten de PR 10-5 contour van de windturbine in de omgeving van het plangebied. Er is geen sprake van een belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.
4.10
Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Milieuaspecten worden geregeld via de daartoe geëigende wetgeving, maar daar waar het de ruimtelijke ordening raakt, dient met deze aspecten rekening te worden gehouden. Het gaat dan om de situering van milieugevoelige objecten ten opzichte van milieuhinderlijke elementen. De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Ten behoeve van milieuzonering is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een bedrijvenlijst opgesteld, waarin bedrijven op hun milieueffecten zijn gecategoriseerd. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder kunnen veroorzaken (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie), kent de lijst aan de bedrijven een categorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de categorie op van 1 tot en met 6, met bijbehorende minimale afstanden tot woongebieden. In de uitgave "Bedrijven en milieuzonering" is per bedrijfstype een globale indicatie gegeven van het invloedsgebied voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar.
Op basis van het aspect met de grootste afstand zijn de bedrijven in de volgende categorieën ingedeeld: Tabel 4.10 Richtafstanden per gebiedstype (Bron: VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, 2019).
Milieu categorie
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6 Milieu categorie
Richtafstand tot 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied' 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000 1.500 Richtafstand tot 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied'
Richtafstand tot 'gemengd gebied' 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000 Richtafstand tot 'gemengd gebied'
De afstanden in bovengenoemde uitgaven moeten als indicatief gezien worden. Doordat de omvang van bedrijven kan verschillen en omdat bedrijven maatregelen kunnen nemen om de
Blad 42 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
invloed te beperken kan de invloedssfeer in werkelijkheid afwijken van bovengenoemde afstanden. De uiteindelijke afstemming tussen de hinder van het bedrijf en de omgeving wordt geregeld in het kader van de Wet milieubeheer. Conclusie Uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ blijkt dat het bedrijf valt onder een agrarisch hulpbedrijf, een op- en overslagbedrijf van agrarisch gerelateerde bulkgoederen, een transportbedrijf in bulkgoederen met daaraan ondergeschikt kantoorruimte ten behoeve van de bedrijfsvoering. Het bedrijf behoort tot de milieucategorie 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten. De minimale afstand is 50 meter tot een geluidgevoelig object (Tabel 4.10). Voor geur, stof en gevaar gelden richtafstanden van respectievelijk 30, 10 en 10 meter. De afstand van de bestemmingsgrens aan de zuidkant van het plangebied tot aan de gevel van de dichtstbijzijnde woning bedraagt ongeveer 600 meter. Tijdens de herinrichting zal de bedrijfsbebouwing niet dichter bij de woningen aan de Nieuwesluizerweg komen te liggen. Gerekend van het beoogde perceel is de afstand tot de woningen aan de Nieuwesluizerweg ruim 600 meter. Omdat ruimschoots aan de richtafstanden wordt voldaan is milieuhinder als gevolg van de uitbreiding niet aan de orde en vormt milieuhinder geen belemmering voor de herinrichting.
4.11
M.e.r.-beoordeling De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie of een bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van een m.e.r. is het milieueffectrapport (MER) waarin de milieueffecten voor een tal van aspecten voor een of meerdere alternatieven geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze m.e.r.-procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. (dit geldt eveneens voor activiteiten uit onderdeel D waar een plan, bijvoorbeeld een structuurvisie, voor nodig is). Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst beoordeeld moet worden of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Daarnaast is het verplicht om aandacht aan m.e.r.
te besteden voor activiteiten die in onderdeel D genoemd staan, maar waar de drempelwaarden niet gehaald worden. Deze drempelwaarden zijn aantallen, oppervlaktes of grootte (bijvoorbeeld 100 hectare, 110 stuks, etc.). Voor activiteiten die wel in onderdeel D van het Besluit m.e.r. genoemd staan, maar waar de aantallen uit het betreffende plan of besluit onder de drempelwaarden liggen, dient een vormvrije m.e.r.beoordeling uitgevoerd te worden. Hierbij wordt, net als bij de m.e.r.-beoordeling, getoetst of er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Het verschil met de 'gewone' m.e.r.-beoordeling is dat aan de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen aparte procedurevereisten
Blad 43 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
zitten (vandaar de term vormvrij). Qua inhoud gelden wel strikte vereisten vanuit de Europese richtlijn m.e.r. De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. De activiteit is wel opgenomen in onderdeel D onder categorie D 11.2 (zie onderstaande tabel).
Categorie D 11.2
Activiteit De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Besluit De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De voorgenomen activiteit valt onder de drempelwaarden (zie kolom 'gevallen'). Dit betekent dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Deze is als bijlage bij de aanvraag gevoegd. Conclusie Op basis van de aanmeldingsnotitie m.e.r. (Antea Group, 28 november 2019) kan worden geconcludeerd dat de herontwikkeling van het plangebied niet leidt tot belangrijke negatieve milieugevolgen. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure of m.e.r.(beoordelings)procedure.
4.12
Spuitzone bestrijdingsmiddelen In de omgeving van het plangebied vindt akkerbouw plaats, waarin een beperkte spuithoogte van gewasbeschermingsmiddelen wordt toegepast. Hiertoe geldt een teeltvrije zone van 1,5 meter tot watervoerende sloten. Tussen de locatie waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast en de verblijfsruimten in het plangebied liggen naast deze teeltvrije zone nog de sloot, het schouwpad, de grondwal met beplanting en het hekwerk. Deze afstand bedraagt hiermee naar schatting 20 meter, waarbij de grondwal en beplanting voor extra afscherming van spuitnevels zorgen. Ventilatie van de werkplaats wordt niet gesitueerd in de noordgevel. Dit geldt ook voor het kantoorgebouw, waar ventilatie met warmteterugwinning wordt gebruikt. De ramen in de gevels kunnen daarom niet worden geopend.
Blad 44 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Conclusie Gezien de afstand tot de spuitzone, de inrichting van het tussenliggende gebied en de locatie van ventilatieopeningen kan worden geconcludeerd dat in de bedrijfsgebouwen geen sprake is van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen.
Blad 45 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden vastgesteld welke kosten de gemeente en de initiatiefnemer op zich nemen. De gemeente heeft hierbij de onderzoek verplichting om de financieel‐economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen. Voorafgaande aan het ingediende principeverzoek is tussen de initiatiefnemer, gemeente Hollands Kroon en RVB al over deze ontwikkeling gesproken (15 februari 2019). Gemeente Hollands Kroon hanteert bij initiatieven het ‘ja, tenzij’ principe. Dit houdt in dat de gemeente Hollands Kroon open staat voor (particuliere) initiatieven en gezamenlijk te willen zoeken naar mogelijkheden. De benodigde grond voor de uitbreiding is nog in handen van het RVB. Het RVB is bereid de grond te verkopen, mits er een andere bestemming dan agrarisch of minimaal een principebesluit voor ligt tot wijziging van die bestemming. De gemeente Hollands Kroon heeft uitgesproken hieraan medewerking te verlenen, mits het verzoek goed gemotiveerd is en voorzien van een lange termijn visie. Voorliggend plan voorziet daarin, zodat het verwerven van de grond in dit opzicht haalbaar is. Alle bouw- en aanlegwerkzaamheden worden gerealiseerd door Van der Stelt. De procedurekosten en eventuele planschade zijn ook voor rekening van Van der Stelt. De afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen Van der Stelt en de gemeente Hollands Kroon.
Op grond van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan economisch uitvoerbaar is.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Plangeschiedenis Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon heeft op 4 december 2018 besloten een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het principeverzoek voor de uitbreiding van de bedrijfslocatie van Van der Stelt. Met inachtneming van de genoemde voorwaarden kan de aanvraag omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) verder uitgewerkt worden. Deze ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de Wabo-procedure.
5.2.2
Ruimtelijke procedure Ten behoeve van de Wabo-procedure zal het ontwerpbesluit met ruimtelijke onderbouwing voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Hieraan voorafgaand is een verklaring van geen bedenkingen vereist van de Gemeenteraad (zie Aanwijzings- en delegatiebesluit Wabo en Wro 2015).
Blad 46 van 46
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Bijlage 1 Ontwerptekeningen
GEERDINK DOCUMENT No: 100-50-9008.002
0
GEERDINK DOCUMENT No: 100-50-9008.001
10
20
30
40m
Ruimtelijke onderbouwing projectnummer 0433234.00 24 september 2021 revisie 03 Van der Stelt B.V.
Bijlage 2 Bestaande situatie
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al bijna 70 jaar.
Contactgegevens Monitorweg 29 1322 BK ALMERE Postbus 10044 1301 AA ALMERE E. harrie.prinsen@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.