1. GoFlo Molenbuurt 2 Wieringerwaard Z-542266
Tekst van het document
Molenbuurt 2 Wieringerwaard Goede onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving (GoFLo)
gemeente projectnummer datum
Hollands Kroon 1605 19 mei 2025
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding ......................................................................................................................... 3 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 3 Ligging plangebied ........................................................................................................ 3 Het omgevingsplan ....................................................................................................... 3 Procedure...................................................................................................................... 4 Leeswijzer ..................................................................................................................... 4
2
Planbeschrijving ............................................................................................................ 5
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.5
Beleid ............................................................................................................................ 6 Inleiding ......................................................................................................................... 6 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 6 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................ 6 Instructieregels Rijk (AMvB’s) ....................................................................................... 6 Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................... 7 Provinciaal beleid .......................................................................................................... 8 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2022 ................. 8 Gemeentelijk beleid ...................................................................................................... 8 Omgevingsvisie gemeente Hollands Kroon .................................................................. 8 Conclusie beleidskader ................................................................................................. 8
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Fysieke leefomgeving ................................................................................................... 9 Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw .............................................................. 9 Bodemkwaliteit .............................................................................................................. 9 Water ........................................................................................................................... 10 Natuur ......................................................................................................................... 10 Geluid .......................................................................................................................... 10 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 11 Spuitzonering .............................................................................................................. 12 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 13 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 13 Omgevingsveiligheid ...................................................................................................
14 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 15 Gezondheid ................................................................................................................. 16 Conclusie effecten fysieke leefomgeving .................................................................... 16
5 5.1 5.2
Uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 17 Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 17 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 17
6 6.1 6.2
Belangenafweging en conclusie ................................................................................. 18 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? ....................... 18 Conclusie .................................................................................................................... 18
DNS Planvorming BV
2/18
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Het voornemen bestaat om op het perceel Molenbuurt 2 te Wieringerwaard binnen de bestaande bebouwing een dagbesteding voor maximaal 12 personen te starten. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient er te worden afgeweken van het omgevingsplan. Voor deze afwijking is een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor planologisch strijdig gebruik aangevraagd. Een vereiste bij deze aanvraag is dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Met de voorliggende ‘goed onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving’ (GoFlo, hierna: onderbouwing) wordt getoetst of de voorgenomen ontwikkeling daarmee in lijn is.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied van Wieringerwaard, ten zuidwesten van Oudesluis. Het betreft de kadastrale percelen Wieringerwaard A-1870 en A-1871. Zie afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (rood omlijnd)
1.3
Het omgevingsplan
Het plangebied is gelegen in het (tijdelijke) omgevingsplan gemeente Hollands Kroon. Het bestemmingsplan Buitengebied 2006, vastgesteld op 19 januari 2009 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Anna Paulowna, maakt onderdeel uit van het omgevingsplan. De locatie heeft de bestemming ‘Woondoeleinden’. De gronden zijn primair bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan huis-verbonden beroepen en/of hobbymatige agrarische activiteiten
Pagina 3 van 18
Inleiding
Afbeelding 1.2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied Anna Paulowna
Op grond van het (tijdelijke) omgevingsplan geldt ter plaatse van het plangebied ook het facetbestemmingsplan ‘Parkeren en Wonen’ waarin o.a. is bepaald dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Het gebruik van van de locatie voor dagbesteding is in strijd met het omgevingsplan.
1.4
Procedure
Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven is de voorgenomen ontwikkeling niet passend binnen het geldend planologisch kader. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 beschikken alle gemeenten over een tijdelijk omgevingsplan. Er zijn twee mogelijkheden om medewerking te verlenen aan initiatieven die niet passend zijn binnen het omgevingsplan: 1. Wijziging van het omgevingsplan; 2. Verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Artikel 5.1, eerste lid onder a van de Omgevingswet biedt hiervoor het kader. Er wordt een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om buitenplans af te wijken van het omgevingsplan.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het project. In de GoFlo wordt beoordeeld of de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Onderdeel hiervan is enerzijds de toetsing aan geldend beleid (hoofdstuk 3) en anderzijds een beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Aan de hand van de toetsing van de verschillende aspecten, wordt in hoofdstuk 6 een belangenafweging gemaakt. Hieruit volgt of de beoogde activiteit aanvaardbaar is.
DNS Planvorming BV
4/18
Planbeschrijving
2
Planbeschrijving
De samenleving verandert, en daarmee ook de behoefte aan zorg en ondersteuning. Mensen blijven steeds langer zelfstandig thuis wonen, terwijl tegelijkertijd de druk op de zorg toeneemt door de vergrijzing en een groeiende vraag naar herstelzorg en mantelzorg. Het aanbieden van dagbesteding kan hierin een belangrijke rol spelen, omdat de behoefte hieraan de komende jaren alleen maar zal groeien. De eigenaren van de locatie Molenbuurt 2 te Wieringerwaard zijn voornemens dagbesteding aan te bieden binnen de bestaande bebouwing op het perceel. In eerste instantie wordt dit vanuit de woning opgestart (maximaal 8 deelnemers). Bij voldoende deelnemers (maximaal 12) zal dit verplaatsen naar het bijgebouw. Het bijgebouw is nu in gebruik als kapsalon en bed & breakfast. De doelgroepen waar men zich op richt zijn: mensen die vereenzamen; mensen met beginnende dementie; mensen met een niet aangeboren hersenafwijking; mensen met een licht verstandelijke beperking. De activiteiten voor de dagbesteding zullen voornamelijk inpandig worden aangeboden. Voor de buitenactiviteiten wordt gedacht aan tuinieren, buitenspellen en bij mooi weer koffie drinken op het terras. Deelnemers zullen ’s morgens tussen 9 uur en 10 uur worden gebracht en tussen half 4 en half 5 ’s middags weer naar huis gaan.
DNS Planvorming BV
5/18
Beleid
3
Beleid
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op Rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ is in de NOVI aangegeven dat het landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor vitale landbouw. Betekenis voor het project Voorliggend plan sluit aan op het thema 'toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' uit de NOVI. Met het plan wordt binnen de bestaande bebouwing dagbesteding aangeboden. Gelet op de ontwikkelingen in de samenleving is sprake van een groeiende behoefte aan deze functie.
3.2.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. De hoofdonderwerpen waarvoor rijksinstructieregels gelden zijn hieronder opgesomd: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;
DNS Planvorming BV
6/18
Beleid
beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Betekenis voor het project Op de specifieke milieu- en omgevingsaspecten wordt in hoofdstuk 4 ingegaan. Hierbij wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de instructieregels. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) luidt: 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2.
Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Planspecifiek Er is uitsluitend sprake van een gebruikswijziging.
De bouwmogelijkheden nemen niet toe. Gelet op de kleinschaligheid van de ontwikkeling, is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er is sprake van een functie die in een duidelijke behoefte voorziet. De ontwikkeling is dan ook in lijn met het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, namelijk een zorgvuldig ruimtegebruik.
DNS Planvorming BV
7/18
Beleid
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2022 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2022 (laatste versie in werking vanaf 13 maart 2025). Ook vanuit de provincie gelden instructieregels waar een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan moeten voldoen.
Betekenis voor het project Het plangebied maakt onderdeel uit van het werkingsgebied ‘Landelijk gebied’. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn in artikel 6.14a regels opgenomen voor kleinschalige nieuwe stedelijke functies, niet zijnde wonen, in landelijk gebied. Er kan worden voorzien in een nieuwe stedelijke functie, niet zijnde wonen, met een bebouwd oppervlak van minder dan 500 m2, als: a. de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar al stedelijke activiteiten zijn toegestaan; en b. het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot. Aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. Het bebouwd oppervlak dat in gebruik wordt genomen voor de dagbesteding is kleiner dan 500 m2. Er is gelet op de woonbestemming al sprake van een stedelijke functie, het toegestane bebouwd oppervlak wordt niet vergroot en het aantal burgerwoningen neemt niet toe. De onderhavige ontwikkeling is passend binnen de regels van de Omgevingsverordening NH2022.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie gemeente Hollands Kroon In de Omgevingsvisie, vastgesteld op 29 november 2016, is een integrale visie voor het beleid van Hollands Kroon en de uitvoering ervan voor de periode tot 2030 opgenomen. Het betreft naast ruimtelijke ordening ook onderwerpen als veiligheid, economische en technologische ontwikkelingen, natuur, milieu en bereikbaarheid. Dit moet meer samenhang brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving om flexibeler in te kunnen spelen op de veranderingen in de maatschappij. Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de groeiende behoefte aan zorg en ondersteuning. Mensen blijven steeds langer zelfstandig thuis wonen, terwijl tegelijkertijd de druk op de zorg toeneemt door de vergrijzing en een groeiende vraag naar herstelzorg en mantelzorg. De ontwikkeling geeft invulling aan het bieden van dagbesteding binnen bestaande bebouwing en is passend binnen de gemeentelijke Omgevingsvisie.
3.5
Conclusie beleidskader
Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau en voldoet aan de instructieregels van Rijk en provincie.
DNS Planvorming BV
8/18
Fysieke leefomgeving
4
Fysieke leefomgeving
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen. De gemeente kan omgevingswaarden vaststellen in het omgevingsplan. Het moet dan gaan om omgevingswaarden die het gemeentebestuur kan beïnvloeden of beheersen door de inzet van beleidsinstrumenten, zoals voor geur of geluid. Door de gemeente Hollands Kroon zijn nog geen omgevingswaarden in het omgevingsplan vastgesteld.
4.1
Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw
Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Betekenis voor het project De locatie heeft geen specifieke cultuurhistorische waarden. Er is uitsluitend sprake van een toestemming om een deel van de woning en bijgebouw in gebruik te nemen ten behoeve van dagbesteding. Er vinden geen bodemingrepen of ruimtelijke wijzigingen plaats.
4.2
Bodemkwaliteit
Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen
DNS Planvorming BV
9/18
Fysieke leefomgeving
Betekenis voor het project Het Bodemloket geeft inzicht in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Tevens wordt weergegeven waar vroeger (verdachte) activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt en waar mogelijk bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. De informatie van het Bodemloket geeft voor de locatie geen aandachtspunten aan. Er vinden als gevolg van de functiewijziging geen bodemingrepen plaats. Wonen is ter plaatse reeds toegestaan. Met het plan is geen sprake van het toevoegen van een meer gevoelige functie ten opzichte van de huidige woonfunctie.
4.3
Water
Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap.. In het kader van de watertoets wordt over het plan advies gevraagd bij de betrokken waterbeheerder. Hoe met dit advies is omgegaan wordt in deze paragraaf toegelicht. Indien het advies niet wordt opgevolgd, dient de afwijking daarvan gemotiveerd te worden. Betekenis voor het plan Voor gebruikswijzigingen, zoals in het onderhavige geval, geldt dat het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier geen waterschapsbelang heeft. Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is niet nodig.
4.4
Natuur
In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Betekenis voor het project Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ruim 6,5 kilometer afstand van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden ‘Zwanenwater & Pettemerduinen’. Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. Gezien de grote afstand en het feit dat er geen ruimtelijke ingrepen plaatsvinden, is geen sprake van geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden. Daarnaast is geen sprake van weidevogelleefgebied (onderdeel Beschermd landschap). Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, worden geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden verwacht. Soortenbescherming Er is uitsluitend sprake van een gebruikswijziging. Er vinden geen activiteiten plaats die negatieve effecten op mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna met zich mee brengen. Het uitvoeren van een (verkennend) natuuronderzoek is om die reden niet noodzakelijk.
4.5
Geluid
Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele
DNS Planvorming BV
10/18
Fysieke leefomgeving
bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Betekenis voor het project De geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op nieuwe geluidgevoelige functies dient te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Op de locatie is al sprake van een geluidgevoelige functie. Omdat met de dagbesteding meer mensen op de locatie gaan verblijven is onderzocht of sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. Uit raadpleging van de geluidkaart van Atlas Leefomgeving volgt dat op de locatie wordt voldaan aan de standaardwaarde voor geluid. Er is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting.
Afbeelding 4.1: Geluidbelasting wegverkeer met locatie rood omlijnd (bron: www.atlasleefomgeving.nl)
4.6
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project Een dagbestedingslocatie is niet opgenomen in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. De dagbesteding vindt overwegend inpandig plaats. Vanwege de kleinschaligheid zijn er geen installaties aanwezig die mogelijk geluidhinder kunnen veroorzaken. De verkeersaantrekkende werking is zeer beperkt en bedraagt met de maximale bezetting 12 auto’s in de ochtend en 12
DNS Planvorming BV
11/18
Fysieke leefomgeving
auto’s in de middag. De dagbestedingsfunctie leidt niet tot effecten die leiden tot een onaanvaardbare effecten op het woon- en leefklimaat bij woningen in de omgeving. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen bedrijven of functies die kunnen leiden tot hinder ten opzichte van de dagbesteding. Er is sprake van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.7
Spuitzonering
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is de drift van gewasbeschermingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de gewasbeschermingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid. Betekenis voor het project Uit vaste rechtspraak volgt dat in het algemeen een afstand van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk wordt geacht. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en dat er anderzijds geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid. De afstand is echter indicatief. Uit jurisprudentie volgt dat er zich omstandigheden kunnen voordoen waar van deze aan te houden afstand gemotiveerd kan worden afgeweken. In artikel 4.723c van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is de verplichting opgenomen om bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een driftreductie van ten minste 75% te bewerkstelligen. Deze verplichting is nog niet betrokken bij de richtafstand van 50 meter zoals deze in de jurisprudentie tot stand is gekomen. Maximale planologische mogelijkheden Binnen 50 meter van het plangebied zijn geen agrarisch bestemde gronden aanwezig. De gronden in de directe omgeving, met uitzondering van de woonpercelen, hebben de bestemming Waterkering.
Agrarische medegebruik is binnen deze bestemming toegestaan als ondergeschikte functie ten opzichte van de waterkerende functie. Percelen De als Waterkering bestemde percelen ten noorden en noordoosten van de locatie (kadastrale percelen Wieringerwaard A-1548 en A-920 zijn in eigendom zijn bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het betreft de Zijperdijk. Het telen van gewassen op deze percelen is niet reëel. De als Waterkering bestemde percelen ten zuiden en zuidoosten van de locatie (kadastrale percelen Wieringerwaard A-2468 en A-2184 zijn agrarisch in gebruik. De gronden worden gebruikt voor akkerbouw waarbij beperkt, neerwaarts en dichtbij de grond wordt gespoten. Een andere teelt is voor deze gronden niet aan de orde. Tussen het plangebied en de agrarische percelen is een brede watergang aanwezig. Volgens het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) mag er geen gewasbeschermingsmiddel in het oppervlaktewater terecht komen. Op grond hiervan kan er vanuit gegaan worden dat de drift van de middelen niet tot het plangebied zal komen. Met de eigenaar van de percelen is in de huidige situatie al afgesproken dat bewoners aan de Molenbuurt worden ingelicht als er gespoten wordt met gewasbeschermingsmiddelen. In overleg met de gemeente Hollands Kroon zal worden afgestemd of en hoe deze afspraak kan worden vastgelegd.
Voor de nieuwe situatie betekent deze afspraak dat de eigenaren/begeleiders
DNS Planvorming BV
12/18
Fysieke leefomgeving
op tijd maatregelen kunnen nemen op de momenten dat gespoten wordt met gewasbeschermingsmiddelen. Dit betekent dat de deelnemers op die momenten binnen blijven en ramen en deuren gesloten blijven. Conclusie Op grond van de specifieke kenmerken van het project en de locatie wordt geconcludeerd dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de aangrenzende agrarische gronden een aanvaardbaar verblijfsklimaat niet in de weg staat. Tevens worden agrariërs niet in de bedrijfsvoering beperkt als gevolg van het plan omdat in de huidige situatie al sprake is van een gevoelige functie.
4.8
Verkeer en parkeren
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect verkeer en parkeren Betekenis voor het project Hieronder wordt ingegaan op de verkeersafwikkeling en parkeerbehoefte met betrekking tot het plan. Verkeer In de CROW-publicatie zijn geen kencijfers opgenomen voor verkeersgeneratie van dagbesteding. Er wordt dagbesteding verleend aan maximaal 12 personen per dag. De deelnemers worden worden in de ochtend gebracht en in de middag weer opgehaald. Bij een maximale bezetting is sprake van 24 verkeersbewegingen per dag. Gelet op de ligging in het buitengebied, is geen sprake van knelpunten in de verkeersafwikkeling. Parkeren In maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders de ‘Parkeerregels Hollands Kroon 2018’ vastgesteld. De parkeerregels gaan uit van de gemiddelde parkeerkencijfers van het kenniscentrum CROW. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van deze kencijfers. In de CROW-publicatie zijn geen kencijfers voor de functie dagbesteding. Parkeerplaatsen zijn enkel nodig voor het kortdurend parkeren van auto’s waarmee de deelnemers worden gebracht en opgehaald. Er zijn 4 parkeerplaatsen beschikbaar. Omdat deelnemers op verschillende tijdstippen worden gebracht en opgehaald biedt dit voldoende ruimte.
4.9
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Betekenis voor het project Uit onderstaande berekening met de NIBM-tool volgt dat de verkeersgeneratie niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.
DNS Planvorming BV
13/18
Fysieke leefomgeving
Gelet op de aanwezige achtergrondconcentratie en het feit dat ter plaatse geen sprake is van een gebied met intensieve veehouderijen en provinciale wegen en Rijkswegen op grote afstand liggen, wordt geconcludeerd dat sprake is van een goed verblijfsklimaat met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit.
4.10
Omgevingsveiligheid
De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het plan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.
Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Betekenis voor het project Met behulp van de website www.atlasleefomgeving.nl is een inventarisatie gemaakt van de in de omgeving van het plangebied aanwezige risicobronnen ten aanzien van externe veiligheid. Hieruit volgt dat in de nabijheid van het plangebied een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen is gelegen (hoge druk aardgas buisleiding). Het plangebied ligt binnen het brandaandachtsgebied van deze leiding (W-574-12). Op grond van het Bkl moet in de toelichting bij het besluit worden ingegaan op de verandering van de personendichtheid in het plangebied, het effect hiervan op het groepsrisico, mogelijke
DNS Planvorming BV
14/18
Fysieke leefomgeving
maatregelen met een lager groepsrisico en de aspecten bestrijdbaarheid bij een calamiteit en de zelfredzaamheid van personen in het plangebied. Personendichtheid De functie leidt tot een beperkte toename van de personendichtheid (maximaal 12 extra personen) op de locatie gedurende een beperkt deel van de dag (circa 5,5 uur per dag). Bestrijdbaarheid Bij optreden van een fakkelbrand in de buisleiding zijn er vanuit bestrijdbaarheidsperspectief geen mogelijkheden om dit scenario te voorkomen of te bestrijden zolang door de leidingbeheerder de afsluiters in de buisleiding nog niet zijn gesloten. Na het optreden van een fakkelbrand bij de buisleiding kunnen in het plangebied branden ontstaan die door de brandweer kunnen worden geblust nadat de afsluiters in de buisleiding zijn gesloten. Hierbij is het van belang dat het plangebied goed bereikbaar is voor hulpdiensten. Dat is hier het geval. Ook de bluswatervoorziening is op orde. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Er is sprake van het verlenen van dagbesteding aan minder zelfredzame personen. Het betreft een kleine groep die continu onder toezicht staat van de begeleiders.
Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten. Bij een volledige breuk van een buisleiding zal vrijwel direct een fakkelbrand ontstaan waardoor er geen gelegenheid is om het gebied te ontruimen. Bij het optreden van een fakkelbrand bij de buisleiding is binnen een afstand van 60 meter vluchten van de bron af de enige optie. Vanaf 60 meter afstand van de leidingbreuk is schuilen binnen/achter gebouwen mogelijk. Na verloop van tijd is brandoverslag naar gebouwen op het bedrijfsperceel mogelijk en moeten aanwezige personen alsnog vluchten. Vanaf 90 meter afstand van de leidingbreuk valt geen brandoverslag naar gebouwen meer te verwachten. Het plangebied ligt op meer dan 90 meter afstand van de buisleiding. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling
4.11
M.e.r.-beoordeling
Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Betekenis voor het project In dit geval is uitsluitende sprake van een wijziging van het gebruik. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er hoeft derhalve geen m.e.r. beoordelingsprocedure te worden gevolgd. Terzijde wordt opgemerkt dat uit de voorgaande beoordeling van de verschillende milieuaspecten, zoals hiervoor beschreven, de conclusie volgt dat geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden, wordt bevestigd.
DNS Planvorming BV
15/18
Fysieke leefomgeving
4.12
Gezondheid
Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Betekenis voor het project De gemeente Hollands Kroon heeft nog geen specifiek beleid vastgesteld met betrekking tot gezondheid. Gelet op de conclusies met betrekking tot de hiervoor benoemde aspecten omtrent de effecten of de fysieke leefomgeving, kan met betrekking tot gezondheid worden geconcludeerd dat er als gevolg van het project geen sprake is van negatieve effecten.
4.13
Conclusie effecten fysieke leefomgeving
Gelet op de conclusies uit de voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de effecten op de fysieke leefomgeving als gevolg van het plan aanvaardbaar zijn.
DNS Planvorming BV
16/18
Uitvoerbaarheid
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Financiële uitvoerbaarheid
In het onderhavige geval is slechts sprake van een gebruikswijziging. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: aangewezen bouwactiviteiten; aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen. De plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van nadeelcompensatie. Hiervoor zal een overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente worden gesloten. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omwonenden in de omgeving zijn door de eigenaar van de locatie over het plan geïnformeerd. Hier is positief op gereageerd. Er zijn geen bezwaren naar voren gekomen. Het participatieverslag is als bijlage bij deze GoFlo opgenomen. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is 8 weken.
DNS Planvorming BV
17/18
Belangenafweging en conclusie
6
Belangenafweging en conclusie
6.1
Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling (van functies aan locaties). Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen.
6.2
Conclusie
Gelet op de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken met betrekking tot het beleidskader, de effecten op de fysieke leefomgeving en de betrokken belangen wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.
DNS Planvorming BV
18/18