1. GOFLO Het Kippenhok geredigeerd
Tekst van het document
Adviesrecht
De gemeenteraad kan zichzelf met een raadsbesluit als adviseur aanwijzen voor omgevingsvergunningen voor bepaalde gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De raad heeft dan een bindend adviesrecht (artikel 16.15 Ow). Wel moet het gaan om gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college bevoegd gezag is (artikel 4.21, lid 1, Omgevingsbesluit). In het gemeenteblad 2023, nr. 505187, is het volgende opgenomen: “Plannen (zowel bouwen als gebruik) voor intensieve veehouderij die niet passen binnen het omgevingsplan worden altijd voor advies aan de gemeenteraad voorgelegd. Onder een intensieve veehouderij wordt verstaan: een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf dat zelfstandig of als neventak geheel of grotendeels in gebouwen [pluimvee} houdt…” Gelet op het bepaalde in artikel 16.15a onder b Ow en afdeling 10.1.2 Awb en het gemeenteblad is de gemeenteraad adviseur voor het besluit op voorliggend plan. 6.2.4
Procedure
Voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt meestal de reguliere procedure. Voor onderhavig initiatief is echter de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing verklaard. De uitgebreide procedure biedt de mogelijkheid om belanghebbende zienswijze te laten in dienen en adequaat te kunnen reageren op de eventuele zienswijze. Bovendien bevordert deze aanpak de transparantie en participatie van alle betrokken partijen, wat bijdraagt aan een beter begrip en draagvlak voor het initiatief.
40
De beslistermijn voor de uitgebreide procedure is bedraagt 26 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna wordt een ontwerpbesluit genomen waarop zienswijze kunnen worden ingediend. De eventuele zienswijze en de reactie daarop worden opgenomen in een zienswijzenota en toegevoegd aan het definitieve besluit. Na het definitieve besluit is er een mogelijkheid om beroep in te dienen.
41
CONCLUSIE Artikel 2.1 van de Wet bepaalt onder het eerste lid dat een bestuursorgaan van een gemeente, provincie, het Rijk of een waterschap zijn taken en bevoegdheden op grond van de doelen in de Omgevingswet uitoefent, tenzij daar specifieke regels over zijn gesteld. Het tweede lid benoemt dat het bestuursorgaan daarbij rekening houdt met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen. De uitwerking en/of begrenzing van het voorgaande kan onder meer betrekking hebben op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal), zoals blijkt uit artikel 2.1, derde lid, onder k. Om de doelen zoals gesteld in de Wet in de praktijk te realiseren, is er een verdeling van taken en bevoegdheden over de verschillende bestuursorganen benodigd, de algemene criteria voor deze verdeling zijn uiteengezet in artikel 2.3 van de Wet. Echter kunnen er ook instructieregels worden opgesteld over de uitoefening van een taak of bevoegdheid voor een specifiek bestuursorgaan, bijvoorbeeld als dat nodig is met het oog op etfal (artikel 2.33, lid 2, onder a; en artikel 2.34, lid 2, onder a t/m e, van de Wet). Zoals reeds benoemd zijn de instructieregels voor het omgevingsplan opgenomen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), zijnde het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Afdeling 5.1 Bkl heeft betrekking op het stellen van regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, voor zover die regels nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De instructieregels in afdeling 5.1 Bkl stellen kaders voor de bevoegdheid om in het omgevingsplan activiteiten op bepaalde locaties toe te laten of functies toe te delen. Zoals gesteld in artikel 8.0a Bkl, eerste lid, wordt, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de omgevingsvergunning verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Het tweede lid bij dit artikel benoemt echter dat, voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de omgevingsvergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal). Dit volgt onder meer uit artikel 5.21, lid 2, onder b van de Wet. In onderhavige GoFlo is, mede op grond van afdeling 5.1 Bkl, alsmede het tijdelijk deel van het omgevingsplan, beargumenteerd dat er met de beoogde ontwikkeling sprake is van etfal en dat het initiatief zodoende kan worden toegelaten door het bevoegd gezag.
Op basis van de verschillende fysieke aspecten van onderhavige ontwikkeling zoals in voorgaande hoofdstukken is beschreven blijkt het plan niet in strijd is met de instructieregels. Ook wordt voldaan aan het Rijks-, provinciaal, regionaal, en gemeentelijk beleid. Tevens blijkt dat het initiatief niet leidt tot beperkingen voor functies in de omgeving. Het project betreft bovendien een verplaatsing van het agrarische voormalige bedrijf aan de Tussenweg 10 te Middenmeer, welke moest verplaatsen door de ontwikkeling van de Agriport A7. Er zijn eerder afspraken gemaakt met de gemeente over deze verplaatsingen en er is ook eerder een bestemmingsplan vastgesteld. Deze is helaas vernietigd door de Raad van State omtrent het aspect stikstof. Voorliggend schrijven betreft een voortzetting van het al jaren lopende voornemen om het bedrijf te verplaatsen naar de Oudelanderweg ongenummerd en geeft invulling aan de eerder gemaakte afspraken.
42
Al met al dient geconcludeerd te worden dat met het initiatief sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
43
BIJLAGE 1: SITUATIETEKENING
44
BIJLAGE 2: LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN (LIP)
45
BIJLAGE 3: GEURBEREKENING VOORGROND
46
BIJLAGE 4: GEURBEREKENING GECUMULEERD
47
BIJLAGE 5: ISL3A-BEREKENING (FIJNSTOF)
48
BIJLAGE 6: AKOESTISCH BEDRIJFSWONING
RAPPORT
NIEUWE
49
BIJLAGE 7: AKOESTISCH RAPPORT PLUIMVEEHOUDERIJ
50
BIJLAGE 8 VOORONDERZOEK BODEM
51
BIJLAGE 9: STIKSTOF-VERSCHILBEREKENING (VOORKEURSSITUATIE)
52
BIJLAGE 10: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA
53
BIJLAGE 11: ARCHEOLOGIERAPPORT
54
BIJLAGE 12: WATERTOETS CHECK
55
BIJLAGE 13: EINDVERSLAG PARTICIPATIE
56