CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1.4 Quickscan natuur

Raad 16 april 2026, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel TAM IMRO Terra Incognito Dam 7 Westerland7.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Flora & Fauna Rapportage beschermde plant- en diersoorten

Onderzoekslocatie Camping Terra Incognito Dam 7 1778 KV Westerland In opdracht van Mevr. L. Wagemakers, Westerland

Rapport QS-028-2025

© Grofalex, Houten 2025 Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier onderhavige onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving van de Omgevingswet. Het onderzoek is een momentopname en geeft een deskundige inschatting van de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Grofalex accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van eventuele beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek neemt. Grofalex kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, opgenomen in deze rapportage. De opdrachtgever vrijwaart Grofalex voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

2

Gegevens Opdrachtgever Naam: Adres: Plaats:

Camping Terra Incognito (Mevr. L. Wagemakers) Dam 7 1778 KV Westerland

Dossiergegevens Dossiernummer: Referentie: Datum rapportage: Titel:

QS-028-2025 WESTERLAND_Dam7 12-02-2025 Quickscan Flora & Fauna | Camping Incognito, Dam 7 te Westerland

Projectteam Projectverantwoordelijke: Vakspecialist(en):

A. Huiding A. Huiding | F. Ebbe

Controle: Redactie:

M. Hardeman | J. Huiding F. Ebbe

De groene oplossing voor uw bouw- en boomprojecten

Koningin Emmaweg 94, 3991 BL Houten |  info@grofalex.nl |  +31 85 8 22 22 90 | www.grofalex.nl KVK Utrecht 30250921 | Btwnr. NL002003021b43 | IBAN NL52ABNA0603929966 3

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 

6

2.

Bescherming Flora & Fauna  y Omgevingswet  y Zorgplicht 

7 7 8

3.

Situatie en plannen  y Plangebied  y Voorgenomen plannen 

9 9 10

4.

Werkwijze  y Bronnen- en veldonderzoek  y Bescherming vleermuissoorten  y Bescherming vogelsoorten 

11 12 13 14

5.

Beschermde gebieden y Natura 2000  y Natuurnetwerk Nederland 

15 15 16

6.

Mogelijk aanwezige soorten  y Huismussen  y Roofvogels  y Uilen  y Algemene broedvogels  y Kleine marters  y Overige zoogdieren  y Vleermuizen  y Amfibieën 

17 17 19 20 21 23 24 25 27

4

Inhoudsopgave | vervolg 7.

Uitgesloten soorten  y Vissen  y Reptielen  y Ongewervelden  y Beschermde planten 

28 28 28 28 28

8.

Conclusie  y Uitkomsten  y Advies 

29 29 30

9.

Contact 

31

10.

Algemene voorwaarden 

32

11.

Geraadpleegde bronnen 

33

12.

Verboden Omgevingswet (beknopt) 

34

13.

Foto’s locatie 

35

5

1. Inleiding Aanleiding en doel In opdracht van Camping Terra Incognito (Mevr. L. Wagemakers) heeft ecologisch adviesbureau Grofalex een Quickscan Flora & Fauna uitgevoerd aan het plangebied Dam 7 te Westerland. Dit onderzoek is aangevraagd in verband met een ‘Herbestemming; van Agrarisch naar Recreatie’. Voor aanvang ruimtelijke ingrepen is het van belang rekening te houden met de wettelijke vereisten die voortvloeien uit de Omgevingswet met betrekking tot beschermde planten- en dierensoorten. Initiatiefnemers moeten bij ruimtelijke ingrepen o.a. rekening houden met deze aanwezige natuurwaarden. Voordat dergelijke ingrepen gepland en uitgevoerd worden is het noodzakelijk om te achterhalen welke beschermde flora en fauna (potentieel) voorkomen in het plangebied. Het doel van deze Quickscan is te onderzoeken of er mogelijk wettelijke beschermde soorten op bovengestelde locatie aanwezig kunnen zijn. Zo wordt duidelijk of er door de voorgenomen werkzaamheden (negatieve) effecten kunnen optreden op beschermde soorten en hoe er gehandeld dient te worden zonder de bepalingen van de Omgevingswet te overtreden. Grofalex heeft het veldwerk op de planlocatie uitgevoerd op 05-02-2024. Onderzoeksvragen y y y

Zijn beschermde soorten mogelijk aanwezig in het plangebied? Wat is de waarde van het plangebied voor beschermde soorten? Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk om overtreding van de Omgevingswet te voorkomen?

6

2. Bescherming flora en fauna Omgevingswet De Omgevingswet (OW) brengt regelgeving over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water samen in een wettelijk stelsel. De Wet natuurbescherming (Wnb) waarin beschermde planten- en dierensoorten die in Nederland voorkomen worden beschermd in het stelsel van de Omgevingswet opgegaan. De bepalingen van o.a. voorheen de Wet natuurbescherming zijn beleidsneutraal overgegaan in de Omgevingswet, het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Onder het nieuwe stelsel kunnen geen vrijstellingen en ontheffingen meer worden verleend. Voor al deze activiteiten dient, in beginsel, een omgevingsvergunning voor een ‘flora- en fauna-activiteit’ te worden aangevraagd. Het verlenen van een omgevingsvergunning mag alleen als: y de activiteit nodig is vanwege bepaalde belangen; y geen andere bevredigende oplossing mogelijk is; y de activiteit niet nadelig is voor de gunstige staat van instandhouding van populaties. De bescherming van soorten is onderverdeeld in drie verschillende beschermingsregimes:

y Vogelrichtlijn (art. 11.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving); y Habitatrichtlijn, verdrag Bern en Bonn (art. 11.46 van het BAL); y Andere soorten (art. 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Als er aanwijzingen zijn dat beschermde soorten aanwezig (kunnen) zijn, moet onderzocht worden of negatieve gevolgen voor deze dieren of planten kunnen worden uitgesloten. Dit geldt ook voor hun nesten, foerageergebieden, voortplantingslocaties, rustplaatsen en eieren. De Omgevingswet kent, in het kader van de soortenbescherming, een vergunningstelsel. In afdeling 11.2 van het BAL is bepaald welke flora- en fauna-activiteiten vergunningplichtig zijn. Initiatief-nemers dienen hun projecten of activiteiten uit te voeren met een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit, tenzij is bepaald dat de activiteit vergunningvrij mag worden uitgevoerd. De bevoegdheid tot vergunningverlening komt over het algemeen toe aan de Provincie, of in gevallen van nationaal belang, aan de Minister van Natuur & Stikstof. Initiatiefnemers van een ruimtelijke ingreep of een andersoortige activiteit dienen steeds te beoordelen of voor de gewenste activiteit een omgevingsvergunning vereist is, of deze vergunningvrij kan worden uitgevoerd, al dan niet gebruikmakend van een gedragscode.

Is de voorgenomen activiteit vergunningplichtig, dienen initiatief-nemers een omgevingsvergunning aan te vragen. Indien ze deze omgevingsvergunning niet aanvragen of deze bij aanvraag niet verkrijgen, dan zullen voorgenomen activiteiten niet uitgevoerd kunnen worden. 7

2. Bescherming flora en fauna | vervolg Zorgplicht In artikel 11.27 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL), is de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende planten en dieren vastgelegd: “Diegene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht, en weet of redelijkerwijs kan vermoeden, dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: y alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; y voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en y als gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt; deze specifieke activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.” Bovenstaand verplicht initiatiefnemers van ruimtelijke ingrepen of andersoortige activiteiten, om voorafgaand aan de uitvoering of realisatie, zich op de hoogte te stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid van die natuurwaarden en de mogelijke gevolgen van hun handelen op deze natuurwaarden.

De vereiste onderzoeksplicht en daarbij zorgvuldigheid ligt bij de initiatiefnemer(s). Zij dienen ook reeds bij de voorbereiding van geplande activiteiten oog te hebben voor de bescherming van de natuurwaarden en tijdens de uitvoering scherp te letten op voorkoming of ongedaan making van nadelige effecten op aanwezige natuurwaarden. Als er een activiteit voorgenomen is of plaatsvindt, dient onderzoek te worden uitgevoerd om vast te kunnen stellen of er sprake is of kan zijn van een overtreding van een van de verboden uit de beschermingsregimes. De grondslag daarvan is gelegen in de zorgplicht, vastgelegd in artikel 11.27 van het BAL. Een Quickscan geeft een goed indicatie van de mogelijk aanwezige (beschermde) dier- en plantensoorten in het plangebied in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden. De Quickscan is een eerste verkennende inventarisatie, waarbij de meest recente beschikbare verspreidingsgegevens van beschermde soorten worden verzameld uit (natuur)databanken. Daarnaast wordt een veldbezoek op het plangebied uitgevoerd, waarbij gelet wordt op potentieel aanwezig habitat voor soorten. Er wordt gekeken of de plannen mogelijk in overtreding zijn met de bepalingen van de Omgevingswet, bijv. doordat negatieve effecten optreden op beschermde flora- en fauna- soorten. Ook wordt duidelijk of aanvullend onderzoek op het plangebied noodzakelijk is.

8

3. Situatie en plannen

In Westerland (Gemeente Hollands Kroon) aan Dam 7 is een woonhuis en opstallen [A] gevestigd, toegankelijk via verharde weg. Achter de woning de tuin en een droge greppel. Het perceel is rondom omheind met hekwerk, deels afgebakend door begroeiing. De groene weide [B] is 7 maanden van het jaar in gebruik als camping (±12.000m²). Oostelijk begrenst door een haag, aan de zuidzijde met takkenrillen, bomen en struiken van vrij open structuur. Het is grasland zonder verharding, met faciliteiten van de camping. Er zijn geen watergangen op het perceel Ten noorden aangrenzend een andere camping (Zeezicht VOF). Daarachter bevindt zich de Waddenzee. Zuidelijk achter een wal loopt de Rijksstraatweg N99.

bron: google earth

Plangebied

A

B

indicatie plangebied

9

3. Situatie en plannen | vervolg Voorgenomen plannen Opdrachtgever heeft het voornemen om bij Gemeente Hollands Kroon een verzoek in te dienen voor een bestemmingswijziging van agrarisch naar recreatie. De bestaande ontheffing geldt reeds voor het gehele terrein. Er is nu een aanvraag voor meer kampeerplaatsen; van 15 naar 40 plaatsen en 15 accomodaties. Tevens dient hiervoor aanleg of aansluiting voor drainage, elektra, water, riolering en halfverharding van de paden en standplaatsen gerealiseerd te worden. Op het terrein worden houten flonders (bovengronds) geplaatst waarop tenten geplaatst kunnen worden. Er worden geen hagen, bosschages of bomen verwijderd voor het voornemen. 10

4. Werkwijze Verkennend onderzoek De Quickscan is een verkennend onderzoek naar het voorkomen van beschermde flora en fauna en de ligging van beschermde gebieden ten opzichte van het plangebied. Het onderzoek bestaat uit twee delen: y Bronnenonderzoek: Onderzoek naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden, alsmede de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, waarop het project van invloed kan zijn. y Veldonderzoek: Bezoek van de locatie (in het veld) om vast te stellen of er mogelijk beschermde soorten en/of geschikt habitatgebied aanwezig kunnen zijn. Beide delen worden in deze rapportage uiteengezet.

11

4. Werkwijze | vervolg Bronnenonderzoek De Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) zijn door de Europese Unie opgesteld om de biologische biodiversiteit in stand te houden. In deze richtlijnen wordt aangegeven welke planten en dieren en hun natuurlijke leefgebieden beschermd moeten worden. De vogelrichtlijn is gericht op in het wild levende vogelsoorten. De habitatrichtlijn is gericht op dier- en plantensoorten. De richtlijnen zorgen voor gebieds- en soortenbescherming in Europa. In het bronnenonderzoek (ook wel bureauonderzoek) wordt gekeken naar soorten die vallen onder de bescherming van de Omgevingswet en gebiedslijsten met doelsoorten. De soorten zijn nationaal beschermd of hebben een bescherming binnen de Europese Unie. Treden door het werk negatieve effecten op, of worden verbodsbepalingen van de Omgevingswet overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, te verzachten of te compenseren, om zo binnen de kaders van de Wet te blijven. Bronnen Er worden diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding van de beschermde soorten in en rond het plangebied. Afhankelijk van het project worden specifieke databanken geraadpleegd (bijvoorbeeld NDFF; Nederlandse Databank Flora en Fauna) en wordt nagegaan of in het verleden beschermde soorten zijn

aangetroffen in, of zeer dichtbij het plangebied. Hierbij wordt gebruik gemaakt van atlasblokken. Deze gegevens hebben veelal betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van het bronnenonderzoek wordt een inschatting gemaakt of, en welke soorten in het plangebied mogelijk kunnen voorkomen. Deze gegevens worden meegewogen tijdens het veldbezoek. Daarnaast worden ook de databases van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de provinciale websites geraadpleegd die de ligging van beschermde gebieden ten opzichte van de onderzoekslocatie weergeven. Veldonderzoek Naar aanleiding van de uitkomsten van de bureaustudie is bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat in het plangebied. Het bezoek aan het plangebied is uitgevoerd om te bepalen in hoeverre de soorten vanuit de bureaustudie kunnen voorkomen in relatie tot het beschikbare habitat. Verder wordt het habitat van het plangebied beoordeeld op beschermde soorten die er eventueel zouden kunnen voorkomen. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). De hierna beschreven groepen zijn gewogen en opgetekend. Het veldonderzoek is een momentopname. 12

4. Werkwijze | vervolg Bescherming vleermuissoorten Vleermuizen zijn niet in staat zelf een verblijfplaats te maken. De dieren zijn volledig afhankelijk van de woonruimtes die natuur of cultuur te bieden heeft: in grotten, rotsspleten, boomholtes, spouwmuren, onder dakpannen of op zolders van woonhuizen of kerken. Soorten zoals de watervleermuis wonen vooral in boomholtes. De dwergvleermuis en de laatvlieger verblijven vooral in spouwmuren en onder dakpannen. Sommige soorten zitten alleen of in kleine groepjes, andere in (grote) kolonies. Alle vleermuizen en hun verblijven zijn strikt beschermd. Het is verboden de dieren te vangen, doden of verstoren en hun vaste rust- en voortplantingsplaatsen ontoegankelijk te maken of te vernielen. Wanneer een soort of verblijfplaats op de locatie van een bouwproject voorkomt, is vrijwel altijd een Omgevingsvergunning nodig. In de Quickscan wordt in eerste instantie vooral gekeken naar de potenties voor vleermuizen, zoals spouwmuren, mogelijkheden om in spouwmuren te komen, via open stootvoegen, de aanwezigheid van dakbeschot, type dak, daktrimmen met openingen, toegang tot zolders, achter roosters, luiken, achter gevelbeplating of boeidelen, in balkonvloeren, etc. Dergelijke locaties kunnen worden gebruikt als kraamverblijf, balts-/paar-verblijf en/of overwinteringsplaats voor verschillende soorten vleermuizen.

Daarnaast wordt onderzocht wordt of er holten, spleten en losse schors van bomen op het plangebied zijn, die als verblijfplaats kunnen dienen. Tevens wordt gekeken naar de mogelijkheden van gebouwen of gebied met functionaliteit voor foerageergebied of belangrijke vliegroutes voor vleermuizen. 13

4. Werkwijze | vervolg Bescherming vogelsoorten Alle van nature in het wild levende vogels, hun eieren, nesten en rustplaatsen zijn beschermd. Het is verboden de dieren te vangen, doden of verstoren en hun eieren, nesten en rustplaatsen weg te nemen of vernielen. De vogelrichtlijn van de Omgevingswet maakt onderscheid tussen vogelsoorten waarvan de nestlocaties het gehele jaar door beschermd zijn of alleen tijdens het (actieve) broedseizoen van de soort. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheid van een vogel om zelf een nest te kunnen maken, maar ook met de staat van de instandhouding van de soort. De wet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te laten zijn. De nestbescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Jaarrond beschermd: Binnen de soortgroep broedvogels wordt in eerste instantie gekeken naar de mogelijkheden die het gebouw of plangebied biedt, of kan bieden, aan jaarrond beschermde vogelsoorten en hun nesten. Veel voorkomende soorten in huizen/gebouwen uit deze groep zijn de huismus, gierzwaluw, kerkuil en steenuil. In sommige plangebieden kunnen dit soms ook o.a. de ooievaar, buizerd, havik, torenvalk, ransuil, bosuil en grote gele kwikstaart zijn.

Voor werkzaamheden die negatieve effecten geven op vogelsoorten waarvan de nestplaatsen jaarrond zijn beschermd is een Vergunning vereist.

Niet jaarrond beschermd: Daarnaast wordt er met name gekeken naar de mogelijkheden voor algemene broedvogelsoorten als voortplantingsplaats en mogelijk foerageergebied. Algemene broedvogelsoorten zijn alleen beschermd in dit verband wanneer er sprake van een nest met eieren en/of jongen binnen het plangebied. Als richtdata voor het broedseizoen wordt aangegeven 15 maart tot 15 augustus. Buiten het broedseizoen zijn de nesten voor deze soorten niet beschermd, aangezien deze soorten goed in staat zijn zelf opnieuw een nest te bouwen. Voor het broedseizoen staat echter in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Vogelsoorten zoals de blauwe reiger en de bosuil beginnen al in februari te broeden en bepaalde (zang)vogels broeden nog in augustus. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Moerasvogels en andere watervogels broeden meestal tussen 1 april en 15 augustus. Nesten en eieren zijn gedurende de hele broedperiode wettelijk beschermd, vanaf het eerste takje, tot het uitvliegen van het laatste jong. Het is vooral van belang of er daadwerkelijk gevallen van voortplanting binnen het plangebied aanwezig zijn of niet. Overtreding van de Omgevingswet met betrekking tot de vogelrichtlijn bij bouw- en renovatiewerkzaamheden kan deels worden voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.

14

5. Beschermde gebieden Natura 2000 Natura 2000 is het samenhangende netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie, aangewezen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn. Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het meest dichtbijgelegen gebieden is de Waddenzee [A], hemelsbreed op zo’n 250 meter afstand van de camping. Er is geen sprake van aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied door mogelijk negatieve effecten van voorgenomen werkzaamheden. Gezien de aard van de herontwikkeling is toetsing aan de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000 gebieden niet noodzakelijk.

A

Ligging t.o.v. natura 2000

15

5. Beschermde gebieden | vervolg Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; groen op kaart) is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Het plangebied ligt niet in NNN-gebied. Het meest dichtbijgelegen natuurnetwerk, Wieringen [A] en Balgzand [B] en Amstelmeer omgeving [C] liggen hemelsbreed circa 500 meter verwijderd van het plangebied. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op dit gebied. De intensiviteit van het gebruik wijzigt niet zodanig dat dit negatieve effecten geeft op wezenlijke ecologische kenmerken en waarden van de NNN-gebieden.

A

B

C Ligging t.o.v. NNN gebied

16

6. Mogelijk aanwezige soorten | vogels huismussen Huismussen en hun nestlocaties zijn het gehele jaar rond beschermd. De huismus heeft een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen (foerageergelegenheid) zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is. Ongeveer 70% van de huismussen broedt in stedelijk gebied en de overige 30% in agrarisch gebied. Behoud van kolonies in stedelijk gebied is essentieel voor het behoud van de huismus. Uit bronnenonderzoek is naar voren gekomen dat de huismus voorkomt in de omgeving van de onderzoekslocatie. Huismussen zijn koloniebroeders, waardoor er op één locatie meerdere nestplaatsen aanwezig zullen zijn. Het zijn uitgesproken standvogels, die zich meestal niet meer dan enkele honderden meters van de broedplaats verwijderen. De habitat van de huismus moet voldoen aan een combinatie van een aantal belangrijke elementen, die ook nog eens binnen een straal van enkele meters (dekking bij voedselbronnen) tot enkele honderden meters (nestplek en voedselbronnen) van elkaar moeten liggen. De habitat moet bestaan uit een combinatie van plekken voor nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen en

juveniele huismussen), dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop, bamboe), plekken voor stofbaden en drinkwater. Ontbreekt één van deze functie’s of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat niet geschikt voor huismussen. Huismussen zijn sociale dieren: broeden, foerageren, baltsen, stofbaden nemen, slapen en uitzwermen na de broedperiode zijn allemaal activiteiten die in groepsverband plaatsvinden. De huismus broedt in kolonieverband onder dakpannen en in gaten en kieren van gebouwen. De broedtijd is meestal van begin april tot en met augustus. Soms meerdere legsels per seizoen. Nestbouw begint al in maart. Ook buiten de broedperiode wordt het nest gebruikt als rustplaats. Huismussen zijn beschermd in de Omgevingswet onder de Vogelrichtlijn. Ook de nestlocaties van huismussen zijn het gehele jaar beschermd. Dit zijn nesten van koloniebroeders die elk seizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. Het is verboden nesten van huismussen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen. Ook mogen aanwezige nestlocatie’s niet ontoegankelijk gemaakt worden. Er is in de directe omgeving voldoende groen aanwezig (leef- en foerageergebied) waarin de huismus naar voedsel kan zoeken en kan rusten of schuilen. 17

6. Mogelijk aanwezige soorten | vogels De gebouwen op het plangebied zijn voorzien van dakpannen en/of met rieten kap. Er zijn geen geschikte mogelijkheden voor huismussen om te nestelen. Wering is aanwezig onder dakpannen en zonnepanelen. Nokpannen zijn dicht met cement. Sporen, geluiden of activiteiten van de soort zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen en worden hier ook niet verwacht. Met het voornemen worden geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen van huismussen verstoord en/of vernietigd. Er is hier geen overtreding van de Vogelrichtlijn (Omgevingswet) m.b.t. huismussen.

18

6. Mogelijk aanwezige soorten | vogels Roofvogels Mogelijk komen in de omgeving van het plangebied roofvogels (torenvalk, buizerd, sperwer) of uilen (kerkuil, steenuil) voor. In de omgeving is geschikt habitat; o.a. het bosgebied van Robbenoordbos of Dijkgatbos in Hollands Kroon. Roofvogels maken horsten (nesten) in hoge bomen, vaak nabij jachtgebieden. De bomen op het perceel zijn onderzocht op mogelijke aanwezigheid van verblijfplaatsen van deze soorten. Eventueel aanwezige horsten zijn ten tijde van het veldbezoek (winter) duidelijk zichtbaar in de kruinen van de bomen. Deze zijn echter niet waargenomen in de bomen rond het perceel. De aanwezige bomen zijn hiervoor ook te klein en ongeschikt. De boomstructuur is te open, geeft onvoldoende dekking en voldoet niet aan de eisen die roofvogels hieraan stellen. Wel kunnen roofvogels overvliegend of foeragerend worden waargenomen, waarbij het grasland mogelijk onderdeel is van veel groter foerageergebied van de vogels. De werkzaamheden geven geen dusdanig negatieve effecten dat hier sprake is van een overtreding van de vogelrichtlijnen van de Omgevingswet. Van vernietiging van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van jaarrond beschermde roofvogels is geen sprake.

19

6. Mogelijk aanwezige soorten | vogels Uilen Sommige uilen hebben in holtes van bijv. knotwilgen hun vaste schuilof verblijfplaatsen, zoals de kleine soort steenuil, of in verlaten oude schuren. Ook kunnen uilen met meerdere exemplaren tegelijk, een rustplek hebben in dichte coniferen of naaldbomen; z.g.‘roestplekken’ van bijv. ransuil. Er zijn op het perceel geen knotwilgen met geschikte holtes voor steenuil. De schuur op het perceel is ongeschikt om dienst te doen als verblijfplaats voor uilen; deze is gesloten en vrijwel dagelijks in gebruik. Uilen laten sporen na in de vorm van braakballen, krijtsporen of ruipennen. Zeker als uilen de plaats in gebruik hebben als vaste rustplek, zijn deze goed zichtbaar. Tijdens het veldonderzoek is wel vermoedelijke krijt waargenomen, onder een boom, waar mogelijk een uil een

maaltje heeft verorberd. Ook zijn meerdere kleine veertjes van een prooi aanwezig. Het is echter geen vast in gebruik zijnde roestplek. De boomstructuur is te open, geeft onvoldoende dekking en voldoet niet aan de eisen die uilen hieraan stellen. Waarschijnlijk wordt het gebied gebruikt door deze soorten om te foerageren. In de beoogde ingreep wordt dit echter niet ingrijpend veranderd en er is ruim (beter) alternatief. Er is geen uitbreiding of verwijdering van landschap, waardoor er geen aantasting is van het functioneel of essentieel leefgebied van uilen en roofvogelsoorten. Er is geen sprake van het vangen of doden van individuen, het wegnemen of verstoren van rust- of nestplaatsen, of het wegnemen van structuren die essentieel zijn in het functioneren van rust- of nestplaatsen van uilen. Een overtreding van de Omgevingswet m.b.t. Vogelrichtlijn ten aanzien van uilen wordt niet verwacht.

20

6. Mogelijk aanwezige soorten | vogels Algemene broedvogels Er zijn tijdens het veldbezoek nesten van algemene broedvogelsoorten waargenomen. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen van vogels plaatsvinden, kunnen broedgevallen worden verstoord. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Er zijn geen boomholtes waargenomen in de bomen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Daarnaast gaat het hierbij om algemeen voorkomende soorten, die ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid hebben. Er zijn daarom geen bijzondere ecologische omstandigheden die rechtvaardigen dat eventueel aanwezige nesten van genoemde soorten op de onderzoekslocatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben.

De beplanting op de onderzoekslocatie en de klimophaag of meer dichte vegetatie langs een zijde van de locatie vormt geschikte broedgelegenheid voor algemene soorten. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat deze als zodanig actief in gebruik zijn. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Omgevingswet zijn te voorkomen door het werk buiten het broedseizoen (maart t/m augustus) uit te voeren. Specifiek de aanwezigheid van kwetsbare Patrijs welke tijdens het veldbezoek is waargenomen (paartje) wordt hier benadrukt. Er wordt aanbevolen om de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal half maart tot augustus) plaats te laten vinden. Indien dit niet mogelijk is en de werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden, dient voorafgaand inspectie (schouw) op broedvogels door een deskundige te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen.

21

6. Mogelijk aanwezige soorten | vogels Patrijzen Tijdens het veldbezoek zijn patrijzen waargenomen. Patrijzen zijn goed gecamoufleerde vogels met een bruin en grijs gestreept kleed, kastanjebruine strepen op de flanken en een grijze borst. Keel en gezicht zijn oranjebruin en op de buik zit een grote donkerbruine vlek. De patrijs staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels in de categorie Kwetsbaar. Patrijzen zijn standvogels van open agrarisch gebied, heidevelden en hoogvenen. Oorspronkelijk steppebewoners, maar de soort heeft zich erg goed aangepast aan het leven in kleinschalig agrarisch landschap. In Nederland komt de patrijs verspreid voor. Akkerland is het meest in trek, afgewisseld met ruige dijken, slootranden, wegbermen en houtwallen. Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Broedt van eind april tot eind mei. Eén legsel met een groot aantal eieren, meestal 13 tot 16. Patrijzen hebben een nest op de bodem in dichte vegetatie. De jongen zijn nestvlieders en na 5 weken zelfstandig. Bezitters van grond in het buitengebied kunnen de patrijs en andere ‘akker- en weidevogels’ helpen door ruige overhoekjes te laten staan en perceelranden kruidenrijk te houden. Dit kan door een gefaseerd, extensief maaibeheer.

De voedselsituatie kan worden verbeterd door het inzaaien van (delen van) het perceel met kruidenrijke gewasmengsels en die ’s winters braak te laten liggen.

patrijzen-paartje op het plangebied

22

6. Mogelijk aanwezige soorten | zoogdieren Kleine marters Kleine marterachtigen, zoals Bunzing, Hermelijn en Wezel kunnen aanwezig zijn in het habitatlandschap rond de locatie. Er zijn schuilplekken, takkenrillen en struweel waar dieren zich kunnen verstoppen. De verschillende soorten hebben deels identieke verblijfplaatsen en deels hetzelfde voedsel. De kleine marters verblijven in holen, ruimtes onder stenen, openingen in of onder bomen, onder takkenhopen, houtstapels, in moltunnels e.d. Ze verplaatsen zich langs lijnvormige elementen die dekking bieden zoals heggen, muurtjes, oeverlijnen, etc. Geschikt leefgebied is aanwezig. Onderzoek in databanken (NDFF 2015-2025) geeft echter geen aanwezigheid van kleine marters in het verleden. Mogelijk kan het perceel onderdeel van foerageergebied van deze soorten zijn, maar is niet essentieel. Vraat- of prooiresten of prenten zijn echter niet gevonden. Op het terrein lopen een hond en en kat vrij rond. Kleine marters kunnen zeer goed ruiken en zijn alert. Aanwezigheid van honden en katten schrikken deze soorten af. Tevens verjagen/eten de katten de mogelijk aanwezige muizen, waardoor er minder aantrekking (voedsel) is voor kleine marterachtigen. Gevonden uitwerpselen zijn van de hond en de kat. Om uit te sluiten dat kleine marters aanwezig zijn op het plangebied zijn 3 wildcamera’s geplaatst op het terrein.

Gedurende 7 dagen geplaatst op de meest kansrijke plekken. Er zijn geen waarnemingen van kleine marters gedaan (Wel is de kat van de eigenaar meerdere keren vastgelegd op beeld). De voorgenomen werkzaamheden geven geen negatieve effecten op kleine marters. Het grasland is al in gebruik voor kampeerders (7 maanden per jaar). Negatieve effecten op verblijfplaatsen worden uitgesloten. Er is geen overtreding van de habitatrichtlijn van de Omgevingswet. 23

6. Mogelijk aanwezige soorten | zoogdieren Overige zoogdieren Ook voor andere zoogdieren zoals egel, haas, konijn en vos is het plangebied en omgeving geschikt leefgebied. Mogelijk doorkruisen de dieren het gebied tijdens bewegingen. Keutels van haas zijn aanwezig op het gras. Aanwijzingen van vaste verblijfplaatsen of burchten zijn tijdens het veldbezoek niet vastgesteld op de grasvlakte. Het open karakter van aanwezige groenstructuren geeft hiervoor te weinig dekking en is te klein. Mogelijk kan egel een (winter)slaapplaats hebben in de vegetatie of in andere seizoenen het plangebied oplopen. Geef de egel de gelegenheid om het plangebied te verlaten of verplaats het dier zorgvuldig naar naastgelegen geschikt gebied buiten invloed van activiteiten. Er worden geen bosschages of bomen verwijderd voor het voornemen. In de Omgevingswet is de natuurwetgeving gedecentraliseerd. Hierdoor ontstaan er verschillen tussen de provincies, ook ten aanzien van soorten die vrijgesteld zijn. De vrijstellingen zijn opgenomen in het eerste lid van Artikel 11.54 Besluit activiteiten leefomgeving. In Noord-Holland zijn bovengestelde soorten vrijgesteld. De werkzaamheden hebben geen negatieve effecten op deze soorten. Er zijn voldoende uitwijkmogelijkheden voor deze dieren in het gebied. 24

6. Mogelijk aanwezige soorten | zoogdieren vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn verschillende waarnemingen bekend van vleermuizen; niet-grondgebonden zoogdieren. Het kan gaan om bijv. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, rosse, meervleermuis en watervleermuis. Vleermuissoorten kunnen in bebouwing en boomholtes vaste plaatsen hebben om te rusten of zich voort te planten. Bomen en omliggend groen kan dienst doen als vliegroute en/of foerageergebied. Vleermuizen en verblijfplaatsen zijn beschermd in de Omgevingswet onder de habitatrichtlijn. De gebouwen zijn ongeschikt om dienst te doen als verblijfplaats ; er zijn geen inkruipmogelijkheden, geen open stootvoegen e.d.Ook blijven deze gebouwen ongewijzigd en maken geen deel uit van activiteiten. Negatieve effecten op vaste rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuissoorten worden niet verwacht. De uitbreiding van campeerplekken leidt niet tot verstoring of vernietiging van verblijfplaatsen van vleermuizen of individuen van de soort.

25

6. Mogelijk aanwezige soorten | zoogdieren Foerageergebied

Verblijfplaatsen in bomen

De onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat gebruikt kunnen worden als foerageergebied door in de omgeving verblijvende vleermuizen als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. De voorgenomen plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk of essentieel foerageerhabitat vormen. In de directe omgeving is gelijkwaardig of meer geschikt foerageergebied in voldoende mate voor vleermuizen aanwezig, die hier naar kunnen uitwijken (bijv. groenstroken en bosgebieden van het landschap).

Bomen kunnen dienen als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten zoals watervleermuizen, ruige dwergvleermuizen, franjestaarten en rosse vleermuizen. Sommige soorten gebruiken boomholtes alleen als zomerverblijfplaats en andere soorten gebruiken de holtes ook als winterverblijf of baltsplaats. Scheuren, verlaten spechtenholten en rottingen van bijv. een afgebroken tak vormen ideale verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen. Er zijn geen bomen op het plangebied die deel uit maken van de werkzaamheden. Overgrote deel van de bomen zijn te klein en daarmee ongeschikt. Verstoring van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen in nabij gelegen bomen wordt niet verwacht.

Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Op of langs de onderzoekslocatie zijn echter geen essentiële vliegroutes aangezien dergelijke lijnvormige verbindingselementen ontbreken of niet worden aangetast. De werkzaamheden geven geen verwachte negatieve effecten op vliegroutes.

26

6. Mogelijk aanwezige soorten | amfibieën Amfibieën Amfibieën leven zowel in een aquatisch als terrestrische omgeving. Deze omgeving moet voldoen aan geschikt voortplantingswater, foerageergebieden en overwinteringsstructuren. Deze habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. Bronnenonderzoek laat zien dat de Rugstreeppad (Bufo Calamita) voorkomt in het gebied. Het is een kleine pad met een maximale lengte van acht centimeter, die opvalt door de gelige lengtestreep op het midden van zijn rug, is een beschermde diersoort. De rugstreeppad is beschermd in de habitatrichtlijn van de Omgevingswet. De soort heeft een voorkeur voor in de nabijheid van losgrondige zanderige bodems gelegen snel opwarmende bodemplaatsen en ondiep water. Braakliggende bouwterreinen, groeven en zand- en kleiafgravingen, (rivier)duinen en uiterwaarden vormen een ideaal leefgebied voor de soort. De rugstreeppad is ook te vinden in meer stabiele gebieden als vennen in heideterreinen en sloten in akkeren graslandgebieden. Vaak is er een goed vergraafbare bodem aanwezig en (bouw) materiaal om onder te schuilen. In het plangebied is geen geschikt habitat voor de Rugstreeppad ; er is geen

voortplantingswater aanwezig. Met het herinrichten van de camping kunnen tijdens de beoogde (graaf-)werkzaamheden wel geschiktheid voor de soort ontstaat, waarbij de soort de planlocatie kan koloniseren. Regenplassen en sporen van zware voertuigen waar regenwater in is blijven staan, vormen ideaal (warm) voortplantingswater. Voortplantingsactiviteiten zoals afzetten van ei-snoeren en ontwikkeling van larven vindt voornamelijk plaats in mei en juni in geschikt biotoop. Juveniele dieren verlaten in juli het water. Het aanbrengen van zand kan aantrekkelijk werken voor rugstreeppadden die zich ingraven voor overwintering. Vanwege de afwezigheid van water op en rond het plangebied wordt Rugstreeppad hier niet verwacht. Zorg ook dat tijdens de werkzaamheden deze situatie niet ontstaat om te voorkomen dat mogelijke geschiktheid voor de soort ontstaat. Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker, en gewone pad voorkomen op de planlocatie. Deze vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen. Worden deze soorten aangetroffen, geef de dieren de gelegenheid het terrein te verlaten, of verplaats deze zorgvuldig in soortgelijk gebied buiten het risicogebied. Er wordt ten aanzien van deze amfibieën geen overtreding van verbodsbepalingen van de Omgevingswet verwacht. 27

7. Uitgesloten soorten Vissen Door het ontbreken van oppervlaktewater op het plangebied worden negatieve effecten op vissen uitgesloten. Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen en de verspreiding van reptielen, kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten. Negatieve effecten op reptielen worden daarom uitgesloten. Ongewervelden Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden, bijvoorbeeld diverse soorten dagvlinders en libellen, worden uitgesloten. Deze soorten komen alleen voor in specifieke ecotopen. Negatieve effecten op beschermde ongewervelden worden niet verwacht. Beschermde planten Er zijn geen beschermde planten waargenomen. Op het plangebied, met vrijwel uitsluitend grasvlak, is er voor deze soorten geen geschikt habitat. 28

8. Conclusie Uitkomsten Zijn er beschermde soorten aanwezig in het plangebied? Huismussen, roofvogels, uilen, algemene broedvogelsoorten, amfibieën, kleine marters en vleermuizen kunnen potentieel vaste rust- en voortplantingsplaatsen hebben in of rondom het plangebied. Al deze soorten, en soms ook hun verblijfsplaatsen zijn beschermd in de Omgevingswet, onder de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn.

Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk voor de Omgevingswet? Werk buiten het broedseizoen van algemene broedvogelsoorten (half maart- augustus). Is dit niet mogelijk, laat dan voorafgaand een deskundige een schouw uitvoeren op aanwezigheid van actieve broedgevallen. De voorgenomen werkzaamheden geven geen overtreding van de richtlijnen van de Omgevingswet als deze worden uitgevoerd zoals geadviseerd in deze rapportage. Beschermde gebieden

Wat is de waarde van het plangebied voor beschermde soorten? Huismussen: plangebied heeft geen waarde; vogelwering onder dakpannen en zonnepanelen staat nestelen niet toe. Roofvogels en uilen: hebben hier geen nest- of roestplekken; de bomen zijn te klein en te open van structuur. Algemene broedvogelsoorten: kunnen in de randen van het perceel nestelen in dichte vegetatie, heggen of bomen en struiken. Amfibieën: (streng beschermd) worden niet verwacht; er is geen natuurlijk water op het plangebied. Kleine marters: mogelijk alleen geschikt als non-essentieel foerageergebied; er is voldoende uitwijk mogelijk. De ecologische functionaliteit van een eventueel territorium wordt op geen enkele wijze aangetast met het voornemen (meer standplaatsen binnen het reeds gebruikte gebied; geen uitbreiding van gebied of verwijdering van groenstructuren) Vleermuizen: gebied is niet van essentiële waarde. Vaste rust- en voortplantingsplaatsen worden niet verwacht.

Gelet op de afstand tot Natura 2000 gebieden en het soort uit te voeren werkzaamheden wordt uitgesloten dat negatieve effecten optreden op beschermde gebieden.

Conclusie Onderzoekslocatie: Camping Terra Incognito Dam 7 1778 KV Westerland y Werk buiten het broedseizoen y Geen overtreding van vogel- en habitatrichtlijn Omgevingswet y Volg de adviezen op in dit rapport

29

8. Conclusie | vervolg Advies De uitkomsten van bronnen- en veldonderzoek laten zien dat de voorgenomen plannen en bijhorende werkzaamheden geen negatieve effecten geven op beschermde diersoorten en hun vaste rust- en voortplantingsplaatsen. Voor algemene broedvogelsoorten wordt geadviseerd buiten het broedseizoen te werken. Is dat niet mogelijk laat dan door een deskundige voorafgaand een schouw uitvoeren. Vraag dit tijdig aan bij Grofalex. Algemene zorgplicht Houdt ten alle tijden rekening met de Algemene zorgplicht (Art 1.6 van de Omgevingswet). Dit komt het volgende neer: Degene die een activiteit verricht en weet dat de activiteit nadelige gevolgen kan hebben, neemt alle maatregelen om de nadelige gevolgen te voorkomen, beperkt deze gevolgen, maakt deze ongedaan of laat de activiteit achterwege. Bij twijfel of voor advies, neem contact op met Grofalex; bel 06 21807063 of mail naar info@grofalex.nl.

30

10. Contact Vragen? Zijn er na het lezen van dit rapport nog vragen? Neem dan contact op; bel +31 85 8 22 22 90, of mail naar info@grofalex.nl. Met vriendelijke groet, Ad Huiding Grofalex Houten, d.d. 12-02-2025

Disclaimer In deze rapportage is enkel getoetst aan de opgenomen werkzaamheden, het afwijken van deze werkzaamheden kan leiden tot mogelijk (nieuwe) effecten en daardoor mogelijk leiden tot een overtreding van de Omgevingswet. Indien opdrachtgever of uitvoerder afwijkt van de in de rapportage opgenomen werkzaamheden dient overlegd te worden met een deskundige. Indien wordt afgeweken van de werkzaamheden kan aanvullende toetsing voor flora en fauna nodig zijn. Als het aanvragen van een vergunning vereist is, mogen er geen werkzaamheden plaatsvinden binnen het plangebied. Indien noodreparaties moeten plaatsvinden dient vantevoren te worden overlegd met de deskundige. Indien er werkzaamheden plaatsvinden zonder toestemming van de deskundige, valt dit niet onder de verantwoording van het ecologisch adviesbureau Grofalex.

31

11. Algemene voorwaarden Ecologisch adviesbureau Grofalex te Houten (KvK Utrecht 30250921) houdt zich bezig met de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Er wordt hierbij getoetst aan geldende wet- en regelgeving. Het onderzoek is een momentopname. Dieren en planten kunnen zich na het onderzoek alsnog vestigen. Ook is het mogelijk, dat ondanks zorgvuldig onderzoek dieren zich verborgen houden, of dat planten niet zijn opgekomen, bijvoorbeeld door een droog of koud voorjaar. Ook komt het in bepaalde situaties zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen. Bijvoorbeeld op plaatsen waar veel mensen komen, of waar veel geluid is, of veel lichtverstrooiing. Grofalex kan niet aansprakelijk gehouden worden voor het zich verborgen houden, en/of verplaatsen of nadien vestigen van soorten. Een plan of project wordt door Grofalex met de grootste zorg getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. De geldende interpretatie van wet- en regelgeving is aan verandering onderhevig. Ook treden er soms regionale verschillen op. Grofalex kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor veranderde interpretatie van wet- en regelgeving. Na verrichtte werkzaamheden kunnen projecten soms overgedragen worden, of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering.

Grofalex is niet aansprakelijk voor enige gevolgschade, of schade die voortvloeit uit toepassingen van resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Grofalex. De opdrachtgever vrijwaart Grofalex voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen.

Dieren en planten kunnen zich verplaatsen of zich vestigen nadat onderzoek gedaan is. Geldende interpretatie van wet- en regelgeving is daarnaast aan verandering onderhevig. Daarom is dit onderzoek maximaal twee jaar geldig. Na twee jaar moet het onderzoek of advies geactualiseerd te worden. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de opdrachtgever. Interpretatie van wet- en regelgeving kan na advies gewijzigd zijn; de situatie kan veranderd zijn. Ook dient doorlopend te worden voldaan aan de zorgplicht van bv. de Omgevingswet. Tijdig, maar in ieder geval voorafgaand aan de start van de daadwerkelijke werkzaamheden dient de opdrachtgever/ verantwoordelijke zich hernieuwd op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond het plangebied en (laten) onderzoeken hoe hiermee moet worden omgegaan. Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden. Ook moet worden uitgezocht welke vervolgstappen ondernomen moeten worden. Grofalex is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en/of schade als gevolg van (bedrijfs-) stagnatie. In geval van een toerekenbare tekortkoming van Grofalex waarbij sprake is van schadevergoeding, geldt een maximale vergoedingsprijs van driemaal de overeengekomen prijs van de specifieke opdracht.

32

12. Geraadpleegde bronnen ndff & floron verspreidingsatlas | www.verspreidingsatlas.nl Flora & Fauna check | www.floraenfaunacheck.nl Waarnemingen.nl | www.waarnemingen.nl Natura2000 kaart | www.natura2000.nl Natuur Netwerk Nederland kaart | www.atlasleefomgeving.nl Bij12 kennisdocumenten | Bij12.nl BIJ12-2024-Juridisch-kader-kennisdocumenten-2.0-def Vogelbescherming Nederland | vogelgids Vogelbescherming Vleermuisnet | Vleermuisnet.nl Zoogdiervereniging en vleermuizenprotocol 2021 | www.zoogdiervereniging.nl De Vlinderstichting | www.vlinderstichting.nl Nederlandse varen vereniging | www.varenvereniging.nl

33

13. Omgevingswet | schadelijke handelingen Vogelrichtlijn (alle inheemse vogels) Verboden:

Omgevingswet Artikel:

BAL(Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel:

Doden

5.1 lid 2 g

11.37 lid 1 a

Vangen

5.1 lid 2 g

11.37 lid 1 a

Nesten, rustplaatsen of eieren te vernielen of weg te nemen

5.1 lid 2 g

11.37 lid 1 b

Eieren te rapen en onder zich hebben

5.1 lid 2 g

11.37 lid 1 c

Verstoren *

5.1 lid 2 g

11.37 lid 1 d

Uitzondering verstoren SVI

5.1 lid 2 g

11.37 lid 3

Vervoer en onder zich houden(niet-commercieel)

5.1 lid 2 g

11.37 lid 1

* Dit verbod is niet van toepassing indien de verstoring aantoonbaar niet leidt tot een wezenlijk effect op de staat van instandhouding van de soort.

Habitatrichtlijn (andere soorten dan vogels) Verboden:

Omgevingswet Artikel:

BAL(Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel:

Doden

5.1 lid 2 g

11.46 lid 1 a

Vangen

5.1 lid 2 g

11.46 lid 1 a

Verstoren

5.1 lid 2 g

11.46 lid 1 b

Eieren vernielen of rapen

5.1 lid 2 g

11.46 lid 1 c

Voortplantings- of rustplaatsen beschadigen of vernielen

5.1 lid 2 g

11.46 lid 1 d

Planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen, vernielen

5.1 lid 2 g

11.46 lid 1 e

Vervoer en onder zich houden(niet-commercieel)

5.1 lid 2 g

11.47 lid 1 b

Andere beschermde dier- en plantensoorten Verboden:

Omgevingswet Artikel:

BAL(Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel:

Doden

5.1 lid 2 g

11.54 lid a (bijlage IX onder A)

Vangen

5.1 lid 2 g

11.54 lid a (bijlage IX onder A)

Vaste voortplantings- of rustplaatsen beschadigen of vernielen

5.1 lid 2 g

11.54 lid b (bijlage IX onder A)

Planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen, vernielen

5.1 lid 2 g

11.54 lid c (bijlage IX onder B)

Let op: Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd.

34

14. Foto’s locatie

35

14. Foto’s locatie | vervolg

36

14. Foto’s locatie

37

14. Foto’s locatie | vervolg

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=4feda2c2-53b4-4d33-9b32-45c63bf20ed1