Verlenging uitvoeringsovereenkomst tussen Stichting BIZ Centrum Goor en gemeente HvT (2025-2029).pdf
Tekst van het document
0 0 0
ote
f eHo f van Twente co'
Verlenging uitvoeringsovereenkomst tussen Stichting BIZ Centrum Goor en gemeente Hof van Twente (2025-2029) Ondercietekenden, De gemeente Hof van Twente, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder E. Scheperman, handelt ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 25 juni 2024, kenmerk: 691058, hierna te noemen: 'de gemeente', en De Stichting BIZ Centrum Goor, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heren P. Reef, R.D. van Ommen en G.A. Kamphuis in hun hoedanigheid van respectievelijk voorzitter, secretaris en penningmeester, hierna te noemen 'de Stichting'.
Hierna gezannenlijk genoemd 'Partijen' nemen in overweging dat, de Stichting BIZ Centrum Goor, hierna te noemen de Stichting, kenbaar heeft gemaakt de bedrijveninvesteringszone voor de komende vijf jaar, te weten van 2025 t/m 2029, te willen verlengen zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones en de gemeente heeft verzocht hieraan medewerking te verlenen; de Stichting uitsluitend als statutaire doelstelling heeft het uitvoeren van activiteiten in de openbare ruimte en op het Internet, die gericht zijn op het bevorderen van de leefbaarheid, de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone, de ruinntelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone; de Stichting het BIZ plan Centrum Goor 2025-2029 heeft opgesteld, dat bij deze overeenkomst is gevoegd, waarin zij aangeeft hoe zij voornemens is de BIZ-subsidie te besteden; de Stichting voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 7 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; de Stichting de gelden voor de bedrijveninvesteringszone naar eer en geweten zal beheren en ter bekostiging daarvan jaarlijks bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente een subsidieaanvraag zal indienen; ondergetekenden, mede gelet op de inzet van publieke gelden, te alien tijde een transparante en een democratisch verantwoorde werkwijze zullen hanteren; Partijen thans een
uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7, lid 3, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones en artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wensen af te sluiten. komen het volgende overeen:
1
Artikel 1. Begrippen In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. Belastingobject: de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken; b. Bijdrageplichtige: de eigenaar of gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject bezit of gebruikt; c. Bedrijveninvesteringszone; aangewezen gebied dat vermeld is op een bij de verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart; d. BIZ: bedrijveninvesteringszone; e. BIZ-bijdragen: bestemmingsbelasting die jaarlijks wordt geheven om met de opbrengst activiteiten te realiseren als bedoeld in artikel 1, lid 2, van de Wet; f. BIZ-subsidie: de op basis van de verordening en de Wet te verlenen subsidie voor de bedrijveninvesteringszone; g. BIZ plan: BIZ plan Centrum Goor 2025-2029; h. College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Hof van Twente; i. Gebied: de aangewezen bedrijveninvesteringszone in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; j.
Perceptiekosten: kosten voor heffing en invordering van de BIZ-bijdragen door gemeente Hof van Twente; k. Stichting: Stichting BIZ Centrum Goor, als bedoeld in artikel 7 van de Wet; I. Verordening: verordening BIZ Centrum Goor 2025-2029; m. Wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones;
Artikel 2. Doel overeenkomst Deze overeenkomst is gebaseerd op artikel 7, lid 1, lid 3 en lid 5, van de Wet en beoogt de afspraken tussen Partijen te regelen met betrekking tot de verlenging van een BIZ in het onder artikel 4 genoemde gebied in de gemeente Hof van Twente. Verder worden de afspraken en verplichtingen tussen Partijen om te komen tot uitvoering van de BIZ, de dienstverlening door de gemeente in deze BIZ alsmede de verlening van een BIZ-subsidie in de overeenkomst vastgelegd.
Artikel 3. Duur van de overeenkomst 1. Deze overeenkomst eindigt na afwikkeling van alle rechten en verplichtingen na afioop van het laatste subsidiejaar, welke eindigt op 31 december 2029. 2. Voorts eindigt deze overeenkomst op de dag dat het college vaststelt dat, blijkens de uitslag van de draagvlakmeting zoals genoemd in artikel 4 van de Wet, niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5 van de Wet. 3. Voorts eindigt deze overeenkomst na een besluit daartoe van de gemeenteraad nadat tussentijds is gebleken van onvoldoende steun bij de bijdrageplichtigen, een en ander overeenkomstig artikel 6 van de Wet. 4. Voorts kan de gemeente deze overeenkomst beeindigen indien de Stichting: in surseance van betaling verkeert dan wel failliet is verklaard; niet voldoet aan de eisen die ter zake in artikel 7, lid 2, van de Wet worden gesteld; handelt in strijd met haar statuten; zich niet houdt aan haar verplichtingen die voortvloeien uit deze overeenkomst.
2
Artikel 4. Omschrijving gebied waarop deze overeenkomst betrekking heeft Het gebied waarvoor de BIZ wordt ingesteld is afgebakend op de kaart die als bijlage bij deze overeenkomst is toegevoegd. Artikel 5 Verplichtingen Stichting De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: a. meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiele situatie, b. een wijziging van de statuten, c. verandering of beeindiging van activiteiten. Artikel 6 Verantwoordelijkheid gemeente
Ten behoeve van een goede uitgangspositie voor het onderhoud van de openbare ruimte verplicht de gemeente zich om tijdens de duur van deze overeenkomst de kwaliteit van het onderhoud en schoonhouden nninimaal te handhaven op het niveau, zoals in artikel 7 met behulp van vastgestelde beheer- en beleidsplannen is weergegeven. Deze verplichting geldt voor de periode en het gebied waarover BIZ-subsidie wordt verleend. Artikel 7 Service level onderhoud openbare ruimte 1. De kwaliteit van het onderhoud en het schoonhouden van de openbare ruimte wordt door de gemeente Hof van Twente uitgevoerd volgens de eisen uit de in artikel 6 opgenomen afspraken, waarbij het vastgestelde "IBOR" (Integraal Beheerplan Open bare Ruimte) van de gemeente Hof van Twente geldt. 2. De genoemde documenten onder lid 1 vormen, zonder daarbij limitatief te zijn, een onlosmakelijk deel van het servicelevel dat de gemeente uitvoert in het gebied beschreven in artikel 4 van deze overeenkomst en zijn daarom niet nogmaals als bijlage opgenomen. Hiermee geeft de gemeente uitvoering aan artikel 7, lid 5, van de Wet. Artikel 8 Verordening BIZ Centrum Goor 2025-2029 1. De gemeenteraad zal uiterlijk in december 2024 worden voorgesteld een verordening vast te stellen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet. 2.
In deze verordening wordt bepaald dat een BIZ-bijdrage zal worden geheven van gebruikers van de in de BIZ gelegen onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar 3. De tarieven van de BIZ-bijdragen zijn opgenomen in de Verordening. Artikel 9 Draagvlakmeting 1. De gemeente zal, na het vaststellen van de Verordening door de gemeenteraad, een draagvlakmeting uitvoeren zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, van de Wet. Deze meting dient om te onderzoeken of er voldoende steun bestaat voor de heffing van de BIZ-bijdrage onder de bijdrageplichtigen. 2. De Stichting zal zich inspannen om voldoende draagvlak voor de BIZ-bijdrage te creeren. Artikel 10 Aanvraag BIZ-subsidie 1. De Stichting dient jaarlijks, v6Or 1 november van het kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar, schriftelijk een subsidieverzoek in bij het college. In afwijking
3
2.
3. 4.
5.
6.
daarvan wordt voor het jaar 2025 het activiteitenplan en de bijbehorende begroting 2025, zoals opgenomen in het BIZ plan en toegevoegd als bijlage bij de Verordening, aangemerkt als de in dit artikel bedoelde subsidieaanvraag, zoals bedoeld in artikel 7 van de Wet. De subsidieaanvraag bevat een begroting en een activiteitenplan. In dit activiteitenplan geeft de Stichting aan welke activiteiten zij voornemens is uit te voeren, die zijn gericht op de openbare ruimte en op het internet, het bevorderen van leefbaarheid of veiligheid in de BIZ of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ, zoals beschreven in artikel 1 van de Wet. De subsidieaanvraag bevat een afschrift van de statuten van de Stichting zoals deze gelden op de datum van de subsidieaanvraag. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:5 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan het niet tijdig en/of onvolledig indienen van een schriftelijk subsidieverzoek tot gevolg hebben dat de uitbetaling van het voorschot wordt opgeschort. Het niet goedkeuren van de stukken door de gemeente heeft tot gevolg dat de uitbetaling van het voorschot van de subsidie wordt opgeschort. De gemeente zal vier weken nadat de stukken alsnog zijn goedgekeurd overgaan tot uitbetaling van het voorschot van de subsidie.
Deze overeenkomst laat onverlet dat de Stichting ook andere subsidies of giften kan ontvangen om haar doelstellingen te bereiken. lndien hiervan sprake is, dient de Stichting dit in haar verantwoording transparant te nnaken.
Artikel 11 Beslistermijn BIZ-subsidieverlening 1. Het college beslist op een BIZ-subsidieverzoek binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 2. De beslissing kan eenmaal met ten hoogste vienweken worden verdaagd. Artikel 12 Hoogte BIZ-subsidie en verplichting Stichting 1. Het college verstrekt de Stichting jaarlijks een BIZ-subsidie. Deze subsidie bedraagt de daadwerkelijk in het kalenderjaar te ontvangen BIZ-bijdragen, verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen. De door de gemeente in mindering te brengen vaste jaarlijkse perceptiekosten bedragen 3.335,-. 2. Eventuele minderopbrengsten van de BIZ-bijdragen, ten opzichte van de ingeschatte of begrote opbrengst, zijn voor rekening en risico van de Stichting. 3. De subsidie wordt overgemaakt op de bankrekening van de Stichting. 4. De Stichting verplicht zich de activiteiten te verrichten waarvoor de BIZ-subsidie wordt verstrekt, een en ander in overeenstemming met artikel 7, lid 3, van de Wet. 5. Op de subsidieverlening zijn naast de Verordening, de Wet en de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. De geldende Algemene subsidieverordening van de gemeente Hof van Twente is niet van toepassing op de subsidieverlening. Artikel 13 Bevoorschotting BIZ-subsidie 1.
De gemeente maakt uiterlijk op 15 mei van het eerste subsidiejaar een voorschot over ter hoogte van 100% van de begrote BIZ-subsidie, verminderd met de in artikel 12, lid 1, genoemde perceptiekosten, zoals opgenomen in het door het college goedgekeurde activiteitenplan voor dat jaar. 2. De gemeente maakt in het tweede tot en met het vierde subsidiejaar uiterlijk op 15 maart van het betreffende jaar een voorschot over ter hoogte van 100% van de begrote BIZsubsidie, verminderd met de in artikel 12, lid 1, genoemde perceptiekosten en de kosten
4
van de voorgaande jaren die nog niet zijn verrekend, zoals opgenomen in het door het college goedgekeurde activiteitenplan voor dat jaar. 3. In het vijfde subsidiejaar maakt de gemeente uiterlijk op 15 maart van het subsidiejaar een voorschot over ter hoogte van 90% van de begrote BIZ-subsidie, verminderd met de in artikel 12, lid 1 genoemde perceptiekosten. Artikel 14 Jaarverslag, verantwoording na afloop subsidiejaar 1.
Uiterlijk 1 juli van het kalenderjaar na afloop van het subsidiejaar brengt de Stichting een financieel en inhoudelijk verslag uit aan het college van de door haar gerealiseerde activiteiten: a. door het inzichtelijk maken van een jaarrekening, alsmede van een verslag van de uitgevoerde activiteiten; b. het inhoudelijk deel van het jaarverslag bevat in ieder geval een verantwoording van de uitvoering van de activiteitenplannen en de in deze overeenkomst benoemde prestatieafspraken. 2. De Stichting geeft de gemeente desgevraagd alle inlichtingen die voor de beoordeling van de uitvoering van deze overeenkomst van belang kunnen zijn, en stelt de gemeente uit eigen beweging onverwijld op de hoogte van bijzondere ontwikkelingen en onvoorziene knelpunten, die relevant zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst. De gemeente toetst de verantwoording aan het BIZ plan van de Stichting, aan de begroting, aan de Wet, aan het gemeentelijk beleid en aan deze overeenkomst. 3. De Stichting kan bij hoge uitzondering het college schriftelijk en met redenen omkleed uitstel van maximaal vier weken vragen voor het uitbrengen van de hiervoor genoemde verslagen. Dit verzoek moet uiterlijk twee weken voor het verstrijken van de hiervoor genoemde datum bij het college\ worden ingediend.
Uiterlijk twee weken na ontvangst van het verzoek om uitstel beslist het college of het verzoek wordt ingewilligd. Artikel 15 Vaststelling BIZ-subsidie en eindafrekening 1. Binnen acht weken na ontvangst van het jaarverslag stelt het college de hoogte van BIZsubsidie over het voorgaande subsidiejaar definitief vast, echter niet eerder dan de bevoorschotting van de BIZ-subsidie zoals genoemd onder artikel 13. 2. Wanneer een deel van de BIZ-subsidie niet is besteed, wordt dit verschoven naar het volgende subsidiejaar. 3. Wanneer het vastgestelde bedrag hoger is dan het verstrekte voorschot, zal de gemeente het verschil binnen zes weken aan de Stichting uitbetalen. 4. Wanneer (bijvoorbeeld door oninbare posten of gehonoreerde bezwaar- en beroepschriften) het vastgestelde bed rag lager is dan het verstrekte voorschot, zal dit verschil worden verrekend met de uit te betalen BIZ-subsidie van het dan volgende subsidiejaar, dan wel zal de Stichting het verschil binnen zes weken aan de gemeente betalen. De Stichting dient zich ervan bewust te zijn dat zij het risico draagt van eventuele minderopbrengsten van de BIZ-bijdragen ten opzichte van de geraamde opbrengst. 5. Wanneer de Stichting kennelijk in gebreke blijft bij de uitvoering van het activiteitenplan, kan het college, al dan niet in overleg met de Stichting, besluiten het vast te stellen subsidiebedrag daarop aan te passen. 6.
lndien aan het einde van de BIZ-periode een deel van de op die periode betrekking hebbende BIZ-subsidie niet is besteed, kan de gemeente besluiten dat deel aan de Stichting ter beschikking te stellen. Het geld dient dan wel te worden besteed aan activiteiten conform de statuten en doelstellingen van de Stichting.
5
Artikel 16 Beeindiging van de BIZ
1. De Stichting kan de gemeente, indien zij voldoet aan de voorwaarden die worden genoemd in artikel 6 van de Wet, verzoeken de Verordening in te trekken. 2. Indien de gemeenteraad daartoe besluit stopt de subsidieverstrekking met ingang van de datum van het intrekken van de Verordening. 3. Bij beeindiging van de BIZ, op welke manier dan ook: a. zal de eindafrekening plaatsvinden naar deze datum met dien verstande, dat indien een batig saldo overblijft, dit door de Stichting conform haar statuten zal worden besteed, indien een tekort overblijft, dit voor rekening en risico van de Stichting blijft. b. wordt deze overeenkomst na de eindafrekening ontbonden. Artikel 17 Afdwingbaarheid Deze overeenkomst is rechtens afdwingbaar met inachtneming van de bepalingen in artikel 18. Artikel 18 Opschortende en ontbindende voorwaarden 1. Deze overeenkomst komt tot stand onder de opschortende voorwaarde, dat uit de draagvlakmeting blijkt, dat er voldoende bijdrageplichtige eigenaren en gebruikers instemmen met de invoering van de Verordening, dat wil zeggen dat wordt voldaan aan artikel 5 van de Wet. 2. Deze overeenkomst treedt in werking op voorwaarde dat de gemeenteraad de Verordening in 2024 vaststelt. Indien dit niet gebeurt, wordt de overeenkomst automatisch ontbonden. Artikel 19 Overleg 1.
Partijen overleggen tenminste een keer per jaar over onder nneer de voortgang van de uitvoering van het activiteitenplan, relevante ontwikkelingen en plannen van de Stichting voor de volgende subsidiejpren. 2. In het 5e jaar vindt voor 1 full een evaluatie plaats, waarin Partijen gezamenlijk besluiten of de BIZ zal worden verlengd. Artikel 20 Geschillen Partijen kunnen eventuele geschillen die voortvloeien uit deze overeenkomst voorleggen aan een door hen gezamenlijk te benoemen mediator. Indien van toepassing worden de kosten van deze mediation ieder voor de helft gedragen. Wanneer deze mediation niet tot een oplossing tussen Partijen leidt, zijn zij vrij het geschil aan de daartoe bevoegde rechter voor te dragen. Artikel 21 Slotbepaling 1. Partijen streven ernaar geschillen betreffende de uitleg, uitvoering of nakoming van deze overeenkomst in onderling overleg op te lossen. 2. Aanvullende dan wel afwijkende bedingen zijn alleen van kracht indien Partijen deze schriftelijk hebben vastgelegd en ondertekend. Artikel 22 Bijlagen Tot deze overeenkomst behoren de volgende bijlagen: 1. BIZ plan Centrum Goor 2025-2029; 2. Kaart van BIZ Centrum Goor; 3. Statuten van de Stichting.
6
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te Hof van Twente op 4 juli 2024.
Namens gemeente Hof van Twente
Namens Stichting BIZ Centrum Goor
Naam: E. Scheperman _ ) Functie: pethouprer
Naam: P. Reef Functie: Voorzitter
7