Toelichting.pdf
Tekst van het document
4.5
Geluid Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. Geluidsgevoelige gebouwen In artikel 3.21 van het Bkl zijn de geluidsgevoelige gebouwen aangewezen. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond de woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Onder geluidgevoelige gebouwen wordt verstaan: woningen Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
32
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
Paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl gaat over het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw bij wegen, spoorwegen en industrieterreinen alsook het geluid veroorzaakt door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen gelegen binnen een geluidaandachtsgebied. Een geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde zoals opgenomen in de tabel in artikel 5.78t van het Bkl. Mocht er door een gemeente nog geen geluidaandachtsgebied in het omgevingsplan zijn opgenomen, dan gelden de afstanden uit artikel 17.5 Omgevingsregeling: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 meter; voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 meter. In het Bkl zijn eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. In figuur 2 zijn de standaardwaarden en grenswaarden weergegeven. Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Grenswaarde
Provinciale wegen Rijkswegen
50 Lden
60 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
53 Lden
70 Lden
Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen
55 Lden
65 Lden
Industrieterreinen
50 Lden 40 Lnight
55 Lden 45 Lnight
Figuur 4.3 – Tabel 5.78t/5.78u: Standaardwaarde en grenswaarde geluidgevoelige gebouwen (bron: BKL) Een nieuw geluidgevoelig gebouw kan zonder meer worden toegelaten als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarden. Meer geluid dan de standaardwaarde kan echter als aanvaardbaar beoordeeld worden (artikel 5.78u tot en met 5.78ad Bkl). Een grenswaarde is een uiterste grens waar niet van mag worden afgeweken. Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde zal beschouwd moeten worden welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting te verlagen tot de standaardwaarden. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als ze: 1. geluidbeperkende maatregelen niet mogelijk zijn; 2. de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk beperkt zijn door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; 3. bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overwogen zijn die financieel doelmatig en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; 4. het gecumuleerd geluid de grenswaarde niet overschrijdt; 5. het gezamenlijke geluid is bepaald en de grenswaarde niet overschrijdt;
ontwerp
33
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
6. besluit tot het treffen van geluidwerende maatregelen. Er zal bij de voorbereiding van een omgevingsplan onderzoek moeten worden gedaan naar de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten, wanneer deze zich binnen het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen bevinden. Geluid door activiteiten In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder paragraaf 5.1.4.2.1 zijn regels voor het aspect geluid opgenomen die gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Deze instructieregels zijn van toepassing op het moment dat een omgevingsplan op een locatie een geluidbelastende activiteit of een geluidgevoelig gebouw planologisch mogelijk maakt. Daarmee gelden de instructieregels zowel bij het toestaan van de activiteit, als bij het toestaan van geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid van de activiteit. Met uitzondering van het geluid van woonactiviteiten, zijn de instructieregels van deze paragraaf van toepassing op het geluid van alle denkbare activiteiten. Het gaat hierbij niet alleen om geluid van bedrijven en/of instellingen, maar bijvoorbeeld ook geluid afkomstig van locaties waar openbare voorzieningen zijn voorzien, zoals groen of speeltuinen. De instructieregels zijn ook van toepassing op geluid afkomstig van een locatie waar woningen met een bedrijf aan huis zijn toegelaten.
Dat betekent dat het geluid dat afkomstig is van het wonen niet wordt beoordeeld, maar het geluid van de bedrijfsmatige activiteiten wel. In artikel 5.65 van het Bkl zijn standaardwaarden opgenomen die aan de eis van aanvaardbaarheid voldoen. Overigens kan een gemeente gemotiveerd afwijken van de standaardwaarden, mits aan de aanvaarbaarheid eis kan worden voldaan. In afdeling 8.5 van het Bkl staan beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning milieubelastende activiteit. Ten slotte voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Bal. De instructieregels zijn niet van toepassing op tijdelijk gebouwen (minder dan 10 jaar) en op geluid afkomstig van doorgaand verkeer op wegen en spoorwegen. Toets Wegverkeerslawaai en spoorwegen Met voorgenomen ontwikkeling worden drie van de vier agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt ten behoeve van de realisatie van één schuurwoning. De bestaande bedrijfswoning zal hierbij de vorm van een reguliere woning aannemen. Hiermee wordt de functie van het plangebied omgezet naar wonen. Zoals te zien in figuur 4.4 is het plangebied niet gelegen binnen een geluidsaandachtsgebied van omliggende wegen. Daarnaast zijn er geen spoorwegen aanwezig in de buurt van het plangebied.
Er kan geconcludeerd worden dat het aspect 'Wegverkeerslawaai en spoorwegen' geen belemmeringen vormen voor voorgenomen ontwikkeling.
34
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
Figuur 4.4 - Uitsnede ligging plangebied t.o.v. wegverkeerslawaai (bron: Atlas Leefomgeving) Geluid door belastende activiteiten De dichtstbijzijnde functie waarmee rekening moet worden gehouden m.b.t. het aspect is de intensieve veehouderij die zich op 210 meter afstand bevindt. De richtafstand m.b.t. geluid bedraagt 50 meter voor dit bedrijf, hieraan wordt ruimschoots voldaan. Nadere toetsing aan het aspect geluid m.b.t. geluid door activiteiten is niet noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het omgevingsaspect 'geluid' geen belemmeringen vormen voor voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Luchtkwaliteit Ter bescherming van de gezondheid zijn onder paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl instructieregels opgenomen voor de luchtkwaliteit. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in zogeheten aandachtsgebieden, dit zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide of fijnstof. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in
ontwerp
35
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied. Het gaat in zulke gevallen om activiteiten die relatief veel luchtvervuiling veroorzaken en over een grotere afstand effect hebben (bijvoorbeeld verkeer of bedrijfsemissies). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het plan leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het plan draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. In artikel 5.54 staan standaardgevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een plan binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen valt, is het alsnog mogelijk om via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Een andere manier om aannemelijk te maken dat een plan de 3%-grens niet overschrijdt is een kwalitatieve berekening. Met de NIBM-tool kan bekeken worden of een plan in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Toets Verkeer Met dit plan wordt de realisatie van één schuurwoning mogelijk gemaakt op het bestaande erf aan de Schoolstraat 1 in Ambt Delden. Daarnaast zal de (voormalig) bedrijfwoning worden omgezet in een reguliere woning. Als gevolg hiervan zullen 8.2*2 = 16.4 extra verkeersbewegingen per etmaal plaatsvinden. Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op 17 per dag gesteld worden. Er zal lichte sprake zijn van vrachtverkeer, aangezien een deel van de agrarische bedrijfsvoering blijft bestaan, waardoor het percentage vrachtverkeer op 10% gezet kan worden. In figuur 4.5 is de worst-case berekening weergegeven met het aantal extra voertuigbewegingen.
36
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
Figuur 4.5: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het omgevingsaspect 'Luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het (wettelijk) kader voor de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) gaan over het toestaan van verschillende soorten gebouwen en locaties, afhankelijk van hun kwetsbaarheid. Dit betreft zowel beperkt kwetsbare, kwetsbare als zeer kwetsbare gebouwen, evenals beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.
Dit is relevant in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een specifieke locatie wordt uitgevoerd, zoals aangegeven in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat per jaar iemand die onbeschermd en continu
ontwerp
37
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
op een plek verblijft komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Dit kan zijn: blootstelling aan hitte door brand, overdruk door een explosie of een concentratie giftige stoffen in de lucht. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de kans dat als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen een groep van tien of meer personen overlijdt (het groepsrisico). Bij een beoordeling van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van aandachtsgebieden. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl).
Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl; Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl; Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl); Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl).
Toets Uit het raadplegen van de risicokaart Nederland blijkt dat er ten noordwesten van het plangebied een risicobron aanwezig is (zie figuur 4.6). Dit betreft een buisleiding op ca. 780 meter afstand. Zoals af te lezen op de risicokaart is het plangebied niet gelegen binnen één van deze aandachtsgebieden. Gelet op het feit dat het plangebied niet binnen dit aandachtsgebied gelegen is, wordt het uitvoeren van een nader onderzoek niet nodig geacht.
38
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
Figuur 4.6 - Uitsnede risicokaart Nederland (bron: Atlas Leefomgeving) Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het omgevingsaspect 'omgevingsveiligheid' geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling.
4.8
Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natuurnetwerk Nederland (NNN) In het Besluit kwaliteit leefomgeving is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verankerd (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven.
ontwerp
39
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
Toets Natuurnetwerk Nederland Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied ligt op een afstand van circa 190 meter van het meest nabijgelegen gebied van het NNN (zie figuur 4.7). Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot consequenties voor het NNN. Dit komt doordat het NNN geen externe werking kent in de provincie Overijssel. Daarnaast kan gesteld worden dat gezien de afstand en omvang van de voorgenomen ontwikkeling t.o.v. het NNN er geen consequenties zijn.
Figuur 4.7 - Uitsnede afstand tot dichtstbijzijnde NNN (bron: Atlas Leefomgeving) Natura 2000-gebieden Het gebiedsbeschermingsdeel van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Plannen die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. Het Besluit activiteiten leefomgeving regelt in hoofdstuk 11 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: de leefgebieden van vogels; de natuurlijke habitats of habitats van soorten;
40
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op. In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Toets Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde gevoelige gebied betreft het Natura 2000-gebied 'Borkeld', dat zich op een afstand van circa 8,0 kilometer van het projectgebied bevindt. Negatieve effecten zoals trillingen, geluid of oppervlakte verlies kunnen gezien deze afstand redelijkerwijs worden uitgesloten. In figuur 4.8 is de situering van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied 'Borkeld' weergegeven.
Figuur 4.8 - Uitsnede afstand tot dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (bron: Atlas Leefomgeving) Stikstofdepositie Het voorgenomen plan voorziet in omschrijving ontwikkeling. Als een bouwproject afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, is daarvoor, naast een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen (artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet) en een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit zelf, een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. Degene die bouw- en sloopwerkzaamheden verricht, moet altijd adequate maatregelen treffen (zoalswerktuigen minder stationair laten draaien) om de stikstofemissie te beperken (artikel 7.19a, Bbl). Datgeldt alleen voor een van de volgende gevallen: Voor het bouwen is een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig. Voor het bouwen is een bouwmelding nodig.
ontwerp
41
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
Voor het slopen is een melding nodig omdat er meer dan 10 m3 aan afval vrijkomt. Informatie over maatregelen die de stikstofemissie beperken, moet naar het bevoegd gezag toegestuurd worden met: 1. de bouwmelding of sloopmelding (artikel 7.5c Bbl) 2. de vergunningaanvraag voor de technische bouwactiviteit (artikel 7.12a Omgevingsregeling). In artikel 6.15 van de Omgevingsregeling wordt benoemd dat de stikstofdepositie moet worden berekend met AERIUS Calculator. In het kader van dit plan is geen AERIUS-berekening uitgevoerd om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te berekenen. Toets stikstofdepositie Gelet op de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en de aard en omvang van het project zijn enige negatieve effecten met betrekking tot stikstof uitgesloten. Een stikstofberekning wordt niet noodzakelijk geacht. Soortenbescherming In de Omgevingswet (Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 Bal); Soorten Habitatrichtlijn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); Andere soorten (artikel 11.54 Bal).
Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel dier- en plantsoorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over floraen fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Deze activiteit is vaak het gevolg van een andere activiteit zoals bouwactiviteit. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en fauna-activiteit. Artikel 8.74j tot en met 8.74n bevat beoordelingsregels voor flora- en fauna-activiteit. Tot slot geldt een algemene specifieke zorgplicht. Een flora- en fauna-activiteit kan nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming. Iemand die dat weet of kan weten, moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27, Bal). De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten, dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten. Toets soortenbescherming In het kader van voorliggend project is een quickscan natuurwaarden uitgevoerd, de conclusies uit dit onderzoek zijn onderstaand weergegeven.
Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 4 Resultaten quickscan De voorgenomen ontwikkeling heeft negatieve gevolgen voor verschillende beschermde diersoorten. Als gevolg van het slopen van de stallen, schuur, garage en het uitvoeren van grondverzet worden mogelijk beschermde dieren gedood en gaan voortplantings- en
42
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
rustplaatsen verloren. Voor sommige soorten geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van de voortplantings- en rustplaats, dit geldt echter niet voor steenmarter, steenuil, boerenzwaluw, huiszwaluw en vleermuizen. Er dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de functie van het plangebied voor steenmarter, steenuil, boerenzwaluw, huiszwaluw en vleermuizen. Conclusies van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: Werkzaamheden uitvoeren buiten de voortplantingsperiode van vogels (of broedvogelscan uitvoeren); Geen beschermde grondgebonden zoogdieren of amfibieën opzettelijk doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken); Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van de melkveestal voor steenmarter; Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van de stallen voor vleermuizen; Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van de stallen voor steenuil, huiszwaluw en boerenzwaluw;
4.9
Archeologie en Cultuurhistorie De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Archeologische resten Het gemeentelijk beleid voor archeologie en cultuurhistorie staat veelal opgenomen in de archeologische beleidskaart en cultuurhistorische waardenkaart. Dit document schrijft per gebied voor welke onderzoekverplichtingen ter plaatse gelden. Wanneer een plan binnen een archeologisch waardevol gebied ligt wordt hieraan getoetst. Cultureel erfgoed Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.
Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels opgesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Daarnaast zijn in het Bal instructieregels opgenomen aangaande rijksmonumenten (hoofdstuk 13). Toets Archeologie Uit de archeologische en cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Hof van
ontwerp
43
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
Twente blijkt dat er een hoge archeologische verwachting op het plangebied, waarbij deze is gelegen om een historisch element. Volgens de beleidskaders van de gemeente Hof van Twente geldt voor een gebied met een hoge archeologische verwachting in een zone om een historisch element (zie figuur 4.9) geen verplichting tot archeologisch onderzoek bij ingrepen kleiner dan 2500 m2 en bij ingrepen dieper dan 40 cm. Binnen het plangebied zal ca. 1170 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt worden, waarbij de woning een maximale inhoud van 750 m3 dient te hebben. Qua oppervlakte zullen de werkzaamheden niet groter of gelijk aan 2500 m2 zijn. Archeologisch onderzoek is hierdoor niet noodzakelijk. Het omgevingsaspect 'Archeologie' vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
Figuur 4.9 - Uitsnede archeologische waardenkaart gemeente hof van Twente (bron: gemeente Hof van Twente) Cultuurhistorie Zoals weergegeven in figuur 4.9 is binnen het plangebied een historisch element gelegen. Dit betreft het huidige woonhuis. Met voorgenomen ontwikkeling zal deze woning intact blijven, waardoor geen verdere consequenties zijn betreft de cultuurhistorie op het erf. Daarnaast blijft middels de landschappelijke inpassing het bestaande erfensemble intact. Dit kan de karakteristieke uitstraling versterken waardoor het woonhuis juist beter tot zijn recht komt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de omgevingsaspecten 'Archeologie en cultuurhistorie' geen belemmeringen vormen voor voorgenomen ontwikkeling.
44
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
4.10
Mobiliteit en Parkeren Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij moet ook in beeld worden gebracht of er sprake is van (extra) parkeerbehoefte. De activiteit die mogelijk wordt gemaakt moet getoetst worden aan het gemeentelijk beleid. Het gemeentelijk beleid omtrent mobiliteit en parkeren is opgenomen in 'Parkeernormen Hof van Twente'. De verkeersgeneratie wordt bepaald aan de hand van de meest recente CROW-uitgave 'Toekomstig parkeren' (uitgave 744). Verkeer Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Weinig stedelijk, buitengebied, koophuis vrijstaand Met voorgenomen ontwikkeling zal er één extra woning gerealiseerd worden op het bestaande erf. De berekening betreft de verkeersgeneratie voor dit plan is als volgt: (7,8 + 8,6)/2 = 8,2 verkeersbewegingen extra per etmaal. Met voorgenomen ontwikkeling zal er een toename zijn van 9 verkeersbewegingen per etmaal. De verkeersafwikkeling vindt plaats via de Schoolstraat. Gelet op het aantal toenemende verkeersbewegingen kan deze weg de verkeersbewegingen gemakkelijk afwikkelen. Daarnaast zal er waarschijnlijk minder vaak zwaar verkeer rijden omdat het agrarisch bedrijf haar activiteiten aardig inperkt, hierdoor zal feitelijk gezien het aantal verkeersbewegingen nauwelijks toenemen.
Parkeren Voor het parkeren hanteert de gemeente Hof van Twente het beleid zoals benoemd in 'Parkeernormen Hof van Twente'. Hierin staat vastgelegd aan welke parkeernormen er moet worden voldaan bij verschillende functies. Met het realiseren van één extra woning aan de Schoolstraat 1 in Ambt Delden, zal de parkeerbehoefte toenemen. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd als onder het kopje verkeer is aangegeven. Hiervoor geldt een parkeernorm van 2,4. De parkeernormen moeten naar boven worden afgerond, dus ontstaat er een extra parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen. Door de ruimte op het erf is het parkeren op eigen erf mogelijk, zie figuur 4.10. Met voorliggend plan wordt hiermee voorzien in het benodigd aantal parkeerplaatsen.
ontwerp
45
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
Figuur 4.10 - Erfinrichtingsplan toekomstige situatie (bron: Eeckhoff bv)
4.11
Gezondheid De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten - waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?); Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). Toets Met voorgenomen ontwikkeling zullen drie van de vier agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt worden ten behoeve van de realisatie van één schuurwoning op het erf aan de Schoolstraat 1 in Ambt Delden. Deze ontwikkeling zal mogelijk gemaakt worden middels de rood-voor-rood regeling van omwonenden/bezoekers/inwoners van de gemeente. De realisatie van de schuurwoning draagt bij aan de woningbehoefte binnen de gemeente Hof van Twente. De realisatie van een nieuwe woning in het buitengebied vergroot de leefbaarheid op het erf en het landelijke gebied. Daarnaast is er een significante afname van uitstoot in de vorm van ammoniak en stikstof door het beëindigen van de veehouderijtak. De luchtkwaliteit zal daardoor verbeteren en dat levert ook een gezondheidsvoordeel op.
46
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
Hoofdstuk 5
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal Afdeling 13.6 van de Omgevingswet bevat de regeling voor kostenverhaal. De wet geeft de uitgangspunten en vereisten op basis waarvan wordt bepaald of kostenverhaal verplicht is en hoe de kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald. De verplichting tot kostenverhaal geldt voor particuliere grondeigenaren die een bouwplan als bedoeld in artikel 13.11 Omgevingswet en artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit kunnen realiseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bouw van een of meerdere woningen of een nieuw hoofdgebouw. Er zijn geen te verhalen kosten, de mogelijke kosten m.b.t. nadeelcompensatie zijn anderszins verzekerd. Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie heeft betrekking op vergoeding van schade veroorzaakte door rechtmatigebesluiten en handelen van de overheid. Nadeelcompensatie binnen de Omgevingswet gaat over besluiten of maatregelen: die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten; die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. De schadeoorzaken zijn limitatief opgesomd in artikel 15.1 van de Omgevingswet. Dit betekent dat de wet de schadeoorzaken uitputtend regelt. Er zijn dus geen andere schadeoorzaken mogelijk dan die in de Omgevingswet staan.
Schadeoorzaken zijn onder meer: een omgevingsvergunning, een regel in het omgevingsplan met rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven of een maatwerkvoorschrift. Middels een anterieure overeenkomst nadeelcompensatie zijn afspraken vastgelegd over nadeelcompensatie.
ontwerp
47
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden
Hoofdstuk 6
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het wettelijke vooroverleg (op basis van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) vervallen. Echter is er wel een algemeen artikel opgenomen waarin staat dat bestuursorganen onderling moeten afstemmen (artikel 2.2 Ow). In dat kader wordt het vooroverleg door de verschillende bestuursorganen alsnog gehanteerd.
6.1
Vooroverleg Vooroverleg Provincie Overijssel Het plan wordt in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Overijssel. Waterschap Vechtstromen Via de digitale watertoets is het waterschap geïnformeerd in het kader van de 'weging van het waterbelang'. Er is contact geweest met het Waterschap Vechtstromen, hierbij is aangegeven dat er geen relevante wateraspecten worden geraakt en dat er geen bezwaar vanuit het Waterschap tegen het plan is. Participatie De initiatiefnemers zijn langs de directe buren geweest, waarbij ze de ontwikkeling hebben voorgelegd. Vanuit de buren waren er geen bezwaren tegen voorgenomen ontwikkeling (zie bijlage 5).
6.2
Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ... gedurende zes weken ter inzage gelegen bij het Klant Contact Centrum op het gemeentehuis te [plaats[. Gedurende deze periode zijn ... reacties ingekomen.
6.3
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ......... voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn ......... zienswijzen binnengekomen.
48
ontwerp
Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente Projectleider Plannaam TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22al Schoolstraat 1 Ambt Delden Opgesteld door Adres Gemeente Hof van Twente De Höfte 7 7471DK Goor www.hofvantwente.nl