CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke Onderbouwing v2 23-10-2023.pdf

Gemeenteraad 5 maart 2024, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 12: Verklaring van geen bedenkingen toevoeging 6 extra appartementen Beaufortplein Markelo10.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Grotestraat; Goorseweg; Burg. de Beaufortplein; Stationsstraat.

De wettelijke snelheid op bovengenoemde verkeerswegen bedraagt 30 km/u en deze vallen hiermee buiten het toetsingskader van de Wet geluidhinder. Voor deze verkeerswegen kan formeel geen hogere waarde worden vastgesteld. Volgens het gemeentelijk beleid wordt wel beoordeeld of op de gevel van de woningen wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van Lden 48 dB. Indien de in de Wgh gestelde grenswaarden voor wegverkeer worden overschreden, dient beoordeeld te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Uit de resultaten van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd. Wegverkeer De Stationsstraat is ter plaatse van een aantal rekenpunten maatgevend voor de hoogst optredende geluidbelasting van Lden 53 dB. De Grotestraat en Goorseweg geven een geringe overschrijding van 1 dB ter plaatse van de derde bouwlaag en bedraagt Lden 49 dB. Voor de Burgemeester de Beaufortplein is de hoogste geluidbelasting 55 dB. Bron- en overdrachtsmaatregelen Bij overschrijding van de voorkeurswaarde, dient in kader van een goede ruimtelijke ordening aandacht te worden besteed aan bron-, overdracht- en ontvangersmaatregelen. In het binnenstedelijk gebied is afscherming (wal/geluidscherm) uit stedenbouwkundige overwegingen niet wenselijk. De 30 km/u verkeerswegen zijn als zodanig ingericht en voorzien van elementenverharding.

De elementenverharding vervangen door stil asfalt is gezien de wettelijke snelheid van 30 km/u niet doelmatig. Bouwbesluit/gevelwering Bij transformatie van een niet geluidsgevoelig gebouw naar een woongebouw, wordt in het algemeen aangesloten bij het van rechtens verkregen niveau van 38 dB. Het uitgangspunt voor de berekening van de karakteristieke gevelwering is de cumulatieve geluidbelasting exclusief aftrek artikel 110g van de Wet geluidhinder. Gezien de hoogste optredende cumulatieve geluidbelasting van Lden 60 dB is een geluidwering noodzakelijk van 22 dB. De gevelwering van de derde bouwlaag dient te worden afgestemd op de berekende geluidbelasting zoals aangegeven in de rapportage. Geconcludeerd kan worden dat in kader van een goede ruimtelijke ordening sprake is van een goed woon- en leefklimaat en er geen belemmering aanwezig is voor de transformatie van het bedrijfsgebouw naar een woongebouw met derde bouwlaag. Tevens voldoen de woningen aan het Bouwbesluit 2012. Dit blijkt uit het onderzoek zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Railverkeerslawaai De locatie ligt niet in de nabijheid van een spoorlijn, waardoor nader onderzoek naar railverkeerslawaai niet aan de orde is.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Omgevingsvergunning Markelo, Burgemeester de Beaufortplein Ruimtelijke Onderbouwing Industrielawaai De locatie ligt niet in de nabijheid van een gezoneerd bedrijventerrein, waardoor nader onderzoek naar industrielawaai niet aan de orde is. 4.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering in het kader van voorliggende ontwikkeling.

4.2 4.2.1

Ecologie Inleiding

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 4.2.2

Gebiedsbescherming

4.2.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Op circa 3,2 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied bevindt zich het Natura 2000-gebied ‘Borkeld’. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied, maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv.

geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen is er een zogenaamde AERIUS-berekening uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is in bijlage 4 opgenomen. Hierna wordt kort op de bevindingen ingegaan. Uit de berekeningen wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn op basis van deze AERIUS-berekening uit te sluiten. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming niet vergunningplichtig. 4.2.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij' - principe. In BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

Omgevingsvergunning Markelo, Burgemeester de Beaufortplein Ruimtelijke Onderbouwing principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Het dichtstbijzijnde gedeelte natuur dat onderdeel uitmaakt van het NNN bevindt zich op circa 1,3 kilometer afstand. Het projectgebied behoort niet tot het NNN en het grenst niet aan gronden die tot het NNN behoren. Vanwege de lokale invloedsfeer en de ligging van het onderzoeksgebied op enige afstand van het NNN, wordt gesteld dat de voorgenomen activiteit geen negatief effect heeft op de kernkwaliteiten en omgevingscondities van het NNN. 4.2.3

Soortenbescherming

4.2.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 4.2.3.2 Situatie projectgebied Voor de sloop van het gebouw is reeds een sloopvergunning is afgegeven. De sloop van het voormalige kantoorpand maakt daarom geen onderdeel uit van deze ruimtelijke onderbouwing. Op basis van de Wnb is wel altijd de zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. 4.2.4

Boomeffectanalyse

Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling is een boomeffectanalyse uitgevoerd voor de bomen in het projectgebied aan de zuidzijde van het pand. Deze is bijgevoegd in bijlage 5. Hierna wordt nader op de onderzoeksresultaten ingegaan. Uit de boomeffectanalyse blijkt dat boom 1 niet duurzaam is te behouden op basis van het ontwerp. Deze boom zal dan ook gerooid worden. Om de overige bomen 2 tot en met 6 te behouden, zijn in de boomeffectanalyse randvoorwaarden opgenomen waaraan voldaan moet worden. Om bomen 2 tot en met 5 duurzaam te kunnen behouden, dient de keerwand niet te worden vervangen. Dit kan leiden tot wortelschade. Tevens dient de groeiplaats van bomen 2 tot en met 6 verbeterd te worden om deze bomen duurzaam te kunnen behouden. Daarnaast moet de kroon van bomen 5 en 6 worden teruggesnoeid. Voor de overige adviezen wordt verwezen naar het onderzoeksrapport in bijlage 5. 4.2.5

Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3 4.3.1

Waterparagraaf Watertoetsproces

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

27

Omgevingsvergunning Markelo, Burgemeester de Beaufortplein Ruimtelijke Onderbouwing watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl/). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de ‘normale procedure’ van de watertoets van toepassing is. Het watertoetsresultaat is opgenomen in bijlage 6 van deze ruimtelijke onderbouwing. Hieronder wordt op basis hiervan de waterhuishouding in het projectgebied beschreven. 4.3.2

Waterhuishouding projectgebied

Het woningbouwplan heeft door de te hanteren materialen geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Het voornemen leidt niet tot verontreiniging van oppervlaktewater, aangezien met de voorgenomen ontwikkeling enkel woningen worden gerealiseerd. De kwaliteit van het oppervlaktewater zal hier niet negatief door beïnvloed worden. Er worden per saldo 6 wooneenheden toegevoegd, het afvalwater van een dergelijk aantal woningen kan op het bestaande rioolstelsel worden aangesloten. Voorkeursbeleid hemelwater en toename verharding Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Het voornemen resulteert niet in een toename van verharding ten opzichten van de planologisch toegestane situatie. Er worden 6 appartementen toegevoegd, maar de oppervlakte van het appartementengebouw blijft gelijk. Aanleghoogte Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte.

Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseert het waterschap om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

28

Omgevingsvergunning Markelo, Burgemeester de Beaufortplein Ruimtelijke Onderbouwing

HOOFDSTUK 5

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan of omgevingsvergunning geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

29

Omgevingsvergunning Markelo, Burgemeester de Beaufortplein Ruimtelijke Onderbouwing

HOOFDSTUK 6

VOOROVERLEG

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

6.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

6.2

Provincie Overijssel

Op basis van artikel 3.1.1, lid 2 Bro heeft de provincie de mogelijkheid om plannen aan te wijzen waarvoor geen vooroverleg is vereist. Voor plannen in bestaand stedelijk gebied/bestaand bebouwd gebied welke voorzien in woningbouw is, op basis van de vooroverleglijst ruimtelijke plannen, geen vooroverleg vereist indien deze plannen in lijn zijn met de tussen gemeente en provincie gemaakte en geldende prestatieafspraken Wonen en het niet meer dan 11 woningen betreft. Het onderliggend plan is in overeenstemming met de geldende afspraken tussen gemeente en provincie. Het betreft het toevoegen van 6 woningen. Derhalve hoeft het plan in het kader van vooroverleg niet voor worden gelegd aan de provincie Overijssel.

6.3

Waterschap Rijn en IJssel

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. Uit de watertoets volgde dat de normale procedure van toepassing is. Adviezen van het waterschap worden in de uitwerking betrokken.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

30

Omgevingsvergunning Markelo, Burgemeester de Beaufortplein Ruimtelijke Onderbouwing

BIJLAGEN

Bijlage 1

Bodemonderzoek

Bijlage 2

Onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek Bouwbesluit 2012

Bijlage 4

Aerius-berekening

Bijlage 5

Boomeffectanalyse

Bijlage 6

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4037/documents/56154