CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport Onderbenut potentieel - Participatie en de Hofse aanpak.pdf

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 14: Rekenkamerrapport ‘Onderbenut potentieel – participatie en de Hofse aanpak’22.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Tot slot is betrokkenheid van medewerkers, collegeleden en raadsleden bij participatie belangrijk. In interviews wordt veelal gesproken van korte lijnen, maar ook van een groot verloop. Dit verloop is een risico voor de Hofse aanpak, die door medewerkers ‘doorleefd’ wordt en waarin zaken ook op basis van boerenverstand gebeuren en er niet altijd een duidelijke terugkoppeling en evaluatie is van participatieprojecten. Op die manier worden lessen en inzichten niet goed geborgd.

43.

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording Geraadpleegde bronnen Literatuur Vereniging van Rekenkamers. (2025, april). Veel gedaan, genoeg te doen. Metadossier en meta-analyse van 102 rekenkameronderzoek naar participatie. Geraadpleegd van: https://www.rekenkamers.nl/metadossier-en-meta-analyse-participatie/ Informatiepunt Leefomgeving. (z.d.). Aan de slag met participatiebeleid. Geraadpleegd van: https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/participatie/participatiebeleid/ Documentonderzoek Gemeente Hof van Twente. (2022). Actief Noaberschap: Visie 2022-2026. Gemeente Hof van Twente. (2022). Verordening inspraak en participatie Hof van Twente. Gemeente Hof van Twente. (2022) Participatiebeleid Hof van Twente – Samenwerken aan Gemeente Hof van Twente. (2022). Werkwijzer ‘Participatie bij Publieke besluitvorming’ Casusonderzoek Beleidsplan armoede en schulden Gemeente Hof van Twente. (n.d.) Beleid minima en schulden. Gemeente Hof van Twente. (2024, 28 mei). Raadsvoorstel Minima- en Schuldhulpverlening beleid. Plein onder de Platanen Tubantia. (2024, 2 mei). Verwaarloosde plek wordt weer stadstrots: stapje voor stapje gaat Plein onder de Platanen in Diepenheim op de schop. Stadsraad Diepenheim. (n.d.). Vervolg groenplan Diepenheim ‘Groen voor elkaar’. De Welp Gemeente Hof van Twente. (n.d.). Participatie De Welp Markelo. Goor op Stoom Gemeente Hof van Twente. (2021, december).

Masterplan ‘Op Stoom!’ SIR. (2021). Participatieaanpak Op Stoom. Gemeente Hof van Twente. (2022, 18 januari). Raadsvoorstel Masterplan ‘Op Stoom’. Gemeente Hof van Twente. (2022, 20 januari). Masterplan Op Stoom toont stevige ambitie op het TSBterrein – persbericht. Diverse terugblikken Denktank op Stoom (e-mailberichten verzonden in de periode januari – december 2021.

44.

Gehouden interviews Datum gesprek

Functie

Casus

14 mei 2025

Algemeen

18 juni 2025

Burgemeester, communicatieadviseur, adjunct-directeur, teamleider Ruimte en Economie Wijkregisseur, communicatieadviseur

2 juli 2025

Voorzitter dorpsraad

De Welp

2 juli 2025

Projectleider, medewerker participatie, medewerker communicatie

Goor op Stoom

11 juli 2025

De Welp

14 juli 2025

Beleidsmedewerker ruimtelijke ontwikkeling Beleidsadviseur Sociaal Domein, senior beleidsadviseur Sociaal Domein en teamleider Werk en Inkomen

20 augustus 2025 20 augustus 2025

Inwoners gemeente Inwoner gemeente

Armoede en Schulden Goor op Stoom

20 augustus 2025 20 augustus 2025

Deelnemers denktank Voorzitter stadsraad

Goor op Stoom Plein onder de Platanen

8 september 2025

Wijkregisseur, senior beleidsadviseur Sociaal Domein, beleidsadviseur Werk en Inkomen, teamleider Werk en Inkomen, beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling, medewerker participatie, medewerker communicatie, communicatieadviseur, projectleider

Reflectiesessie

Plein onder de Platanen

Armoede en Schulden

Uitvoering van het onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd in de periode mei 2025 tot en met september 2025. Het onderzoek is uitgevoerd langs de volgende fasen:

Fase 1: Startgesprek en normenkader In de eerste fase is het onderzoek aangevangen met een startgesprek met de ambtelijke organisatie op 7 mei 2025. In dit gesprek is de onderzoeksopzet besproken en zijn er procesmatige afspraken gemaakt. De gemeente heeft op 14 mei 2025 de documenten aangeleverd.

Fase 2: Beleidsonderzoek Heldere beleidskaders zijn essentieel voor een zorgvuldig proces. Daarom is in deze fase het beleid van de gemeente Hof van Twente in beeld gebracht. Door middel van een documentanalyse zijn de verschillende beleidsdocumenten, zoals de participatieverordening en het participatiebeleid, geanalyseerd. Ook is er met de portefeuillehouder participatie en een vertegenwoordiging van medewerkers die zich richten op participatie, gesproken over de invulling die de gemeente geeft aan participatie en hoe zij zich hierin georganiseerd heeft. In deze fase is ook een selectie gemaakt van de verschillende casussen voor de volgende fase van het onderzoek.

45.

Fase 3: 360 graden casusonderzoek In deze fase stond de participatiepraktijk centraal. Deze praktijk is onderzocht aan de hand van vier casussen, namelijk De Welp, Goor op Stoom, Armoede en Schulden en Plein onder de Platanen. Hierbij was aandacht voor verschillende perspectieven, zowel van binnen de gemeente als daarbuiten. Op basis van het normenkader is beoordeeld in hoeverre de praktijk voldoet aan de kaders van de gemeente en de randvoorwaarden voor geslaagde participatie. De vier casussen zijn onderzocht aan de hand van een specifieke documentanalyse per casus en interviews met medewerkers en georganiseerde betrokkenen. Casusinventarisatie en -selectie Om tot een goede selectie van de casussen te komen, werd aan de organisatie gevraagd om een overzicht aan te leveren van doorlopen participatietrajecten. Voor alle casussen golden de volgende randvoorwaarden: - We onderzoeken casussen waarbij de gemeente het initiatief nam en casussen waarbij het initiatief vanuit de samenleving kwam. - We onderzoeken casussen in zowel het ruimtelijk als het sociaal domein. - We onderzoeken casussen die binnen de gemeente als succesvol worden gezien en casussen die verbeterpunten opleverden.

Voor alle casussen golden de volgende randvoorwaarden: - Casus vond plaats na vaststelling participatieverordening (2022); - Het participatietraject en de besluitvorming over het traject zijn afgerond; - Al dan niet rol weggelegd voor de gemeenteraad (bijvoorbeeld in kaderstelling en besluitvorming). In een gesprek op 21 mei 2025 zijn op basis van een voorstel van de onderzoekers in samenspraak met de Rekenkamer vier casussen geselecteerd die voldeden aan de criteria. Online vragenlijst In aanvulling op de interviews en documentanalyses per casus heeft de Rekenkamer een online vragenlijst uitgezet onder inwoners van de gemeente. Het doel van de vragenlijst was om het perspectief van inwoners extra in beeld te brengen. Respondenten werden gevraagd naar hun algemene ervaring met participatie in de gemeente en of zij hadden deelgenomen aan een van de vier casussen. Er waren geen respondenten die hadden deelgenomen aan het participatietraject rondom het beleidsplan armoede en schulden. Specifieke vragen over de ervaringen met participatie zijn vervolgens uitgesplitst op drie casussen (Plein onder de Platanen Diepenheim, Goor op Stoom, Stoompark Herontwikkeling de Welp) en vergeleken met het totale aantal respondenten dat eerder heeft geparticipeerd. Het onderzoek was in te vullen van 10 juni tot en met 29 juni 2025 via meedoenindehof.nl.

De vragenlijst heeft onderzoeksbureau Citisens opgesteld in samenwerking met de Rekenkamer van Hof van Twente. 146 Respondenten respondenten vulden de vragenlijst in. Door middel van verschillende verificatiemethoden werden dubbellingenen dubbele respondenten enrespondenten van buiten de gemeente uit de resultaten gefilterd. Dit heeft geleid tot een netto respons van 144respondenten. Voor een gemeente ter grootte van gemeente Hof van Twente betekent dit dat de resultaten representatief zijn met een betrouwbaarheidsniveau van 85% en een foutmarge van 6%. Dit houdt in dat met 85% zekerheid kan worden gezegd dat het werkelijke percentage met 6% boven of onder de gerapporteerde percentages ligt. In het geval van de uitsplitsingen naar casussen geldt dat het aantal respondenten per deelgroep te klein is om representatieve uitspraken te doen. Deze resultaten mogen als indicatief worden beschouwd.

46.

Fase 4: Lessen leren De vierde fase van het onderzoek stond in het teken van lessen leren. In deze fase hebben we dat wat we verzameld hebben in het beleidsonderzoek en casusonderzoek vertaald naar algemene lessen over participatie in Hof van Twente. Om te komen van vier casussen naar relevante lessen voor Hof van Twente, is een reflectiesessie georganiseerd met twaalf medewerkers die vaak betrokken zijn bij (de uitvoering van) participatie. Samen met hen zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de vier casussen geduid in de context van de gemeente Hof van Twente. Een overzicht van de deelnemers aan deze sessie staat in de bovenstaande tabel.

Fase 5: Rapportage en wederhoor In deze laatste fase van het onderzoek is een begrijpelijke en toegankelijke rapportage opgesteld. Dit rapport bestaat uit een deel met bevindingen (nota van bevindingen) en een bestuurlijk deel (conclusies en aanbevelingen). De nota van bevindingen is op 26 september 2025 aangeboden aan de ambtelijke organisatie voor een feitenverificatie (ambtelijk wederhoor). Na het ambtelijk wederhoor is de rapportage aangepast en is een definitieve versie van de nota van bevindingen opgesteld. Na het vaststellen van het rapport door de Rekenkamer is het rapport op 4 november 2025 aangeboden voor bestuurlijk wederhoor. De bestuurlijke reactie van het college is op 26 november 2025 ontvangen en is integraal opgenomen in de rapportage.

47.

Bijlage 2. Normenkader Zorgvuldig proces Beleid

•

De gemeente heeft vastgelegd waarom, waartoe en hoe inwoners betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. • Participatiebeleid omvat handvatten voor een zorgvuldig proces. • Er is sprake van een participatiestrategie die organisatiebreed wordt toegepast en past bij de samenleving. Uitvoering en • Participatie krijgt zo vroeg mogelijk in het proces een plek. ervaringen • Binnen een participatieproces vindt een eenduidige werkwijze en communicatie vanuit de gemeente plaats. • De gemeente legt bij de besluitvorming uit hoe derden zijn betrokken. • De gemeente betrekt de opbrengsten van participatie bij de integrale belangenafweging en legt uit hoe de opbrengsten meewegen in planen besluitvorming. Resultaat en leren • De participatieopbrengsten dragen bij aan de gestelde doelen. • Lessen uit deze evaluaties worden geborgd in beleid, organisatie en uitvoering. Participatiepraktijk waarin ieder zijn rol kent en neemt Beleid • Alle gemeentelijke rollen (raad, B&W, ambtelijke organisatie) zijn beschreven. • Voor de raad is duidelijk hoe participatie zich verhoudt tot zijn kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol • Houding en gedrag hebben een plek in het gemeentelijk beleid om te komen van “nee, tenzij..” naar “ja, mits…”. Ieders inbreng kan worden meegenomen, voordat er onherroepelijk wordt besloten.

Uitvoering en • De gemeente is duidelijk over de rollen van organisatie, college en ervaringen raad voorafgaand aan, tijdens en na afronding van participatietrajecten. • Raad, college en raad hebben elk hun eigen rol en houden hier ook aan vast gedurende het participatieproces. • Voor belanghebbenden is duidelijk waar participatie over gaat. • Voor belanghebbenden is duidelijk wat de beïnvloedbare ruimte is • Voor belanghebbenden is duidelijk hoe zij betrokken kunnen zijn. Resultaat en leren • Er wordt regelmatig met elkaar geëvalueerd met betrekking tot participatie. Daarbij is aandacht voor alle betrokken perspectieven. Aansluiting vinden bij doelgroepen Beleid • De gemeente heeft zicht op de verschillende doelgroepen en samenstelling van haar inwoners en de betekenis daarvan voor participatie. • De gemeente heeft een breed communicatie- en participatieinstrumentarium tot haar beschikking. • Er wordt een participatie-strategie gekozen die maximaal aansluit op de relevante groepen inwoners Uitvoering en • De gemeente communiceert naar inwoners over de mogelijkheden tot ervaringen participatie.

48.

• • • Resultaat en leren

•

De gemeente zet zich in om meer inwoners te laten participeren. De kaders voor participatie (inhoud, vorm, proces) zijn vanaf de start en gedurende het participatieproces helder voor de participerende partijen. In de keuze voor communicatie- en participatiemiddelen wordt maximaal aansluiting gezocht bij de relevante groepen inwoners. Uitkomsten van het participatieproces worden altijd gedeeld met minimaal de participerende partijen.

49.

Bijlage 3. Beantwoording deelvragen Deze paragraaf beantwoordt de deelvragen van dit onderzoek. Deze antwoorden zijn op basis van de bevindingen uit de nota van bevindingen.

Beleid en visie 1. Wat verstaat de gemeente Hof van Twente onder inwonerparticipatie en de Hofse aanpak voor participatie? De ‘Hofse aanpak’ is binnen de gemeente Hof van Twente een veelgebruikt begrip dat de praktijk stuurt, maar deze term is niet in beleid vastgelegd. De aanpak kenmerkt zich door een open én pragmatische houding richting inwoners en is erop gericht om de kracht van de samenleving te benutten. Dit past bij de ambitie ‘Actief Noaberschap’ uit de Coalitievisie 2022-2026 23, waarin de intentie is vastgelegd om uitdagingen voor de gemeente samen met inwoners aan te gaan en zo sociale verbinding te versterken. Dat er een breed gedragen beeld is van dé Hofse aanpak binnen de gemeentelijke organisatie blijkt uit de gesprekken met medewerkers: hierin kwam de Hofse aanpak al snel aan bod. Medewerkers benadrukken dat er veel belang wordt gehecht aan actief en laagdrempelig contact. De vier onderzochte casussen geven hier blijk van. Toch laat dit onderzoek zien dat er ook duidelijk kwetsbaarheden zijn in de Hofse aanpak. Die gaan over duidelijkheid bieden, voorspelbaar werken, terugkoppelen en breed inwoners betrekken. Het ontbreken van expliciet vastgelegde uitgangspunten van de Hofse aanpak resulteert in interpretatieverschillen tussen medewerkers en bemoeilijkt borging van successen. 2.

Hoe zijn het beleid en de kaders voor participatie vormgegeven en welke ambities, doelstellingen en uitgangspunten zijn hierin geformuleerd door raad en college? De Verordening inspraak en participatie Hof van Twente 202224 en het participatiebeleid Hof van Twente ‘Samenwerken aan initiatieven’ (2022)25 zijn de belangrijkste kaders op het gebied van participatie. Het participatiebeleid bevat vier doelen voor participatie. 1. Prettig samenleven als ‘goede buur’. Bij participatie dient de initiatiefnemer (dat kan de gemeente zelf zijn maar ook inwoners, bedrijven of andere organisaties) zich te gedragen als ‘goede buur’, wat past bij Actief Noaberschap. 2. Zorgvuldige besluiten nemen: daarvoor is nodig dat het proces duidelijk is en dat inhoudelijke afwegingen inzichtelijk worden gemaakt. 3. Participatie moet leiden tot betere plannen. 4. Betrokkenheid creëren. Dat kan resulteren in draagvlak, maar dit is geen doel op zich. De participatieverordening en het participatiebeleid omschrijven een aantal stappen die bij elk participatieproces doorlopen moeten worden. De Werkwijzer Participatie26 werkt deze stappen concreet uit in een afwegingsinstrument voor participatie bij ruimtelijke projecten en beleid. Per stap 23 Gemeente Hof van Twente. (2022). Actief Noaberschap. Visie 2022-2026. 24 Gemeente Hof van Twente. (2022). Verordening inspraak en participatie Hof van Twente.

25 Gemeente Hof van Twente. (2022) Participatiebeleid Hof van Twente – Samenwerken aan initiatieven. 26 Gemeente Hof van Twente. (n.d.). Werkwijzer Participatie – Participatie bij Publieke besluitvorming.

50.

staan vragen benoemd die initiatiefnemers helpen om participatie goed voor te bereiden en uit te voeren. Toch sluiten de kaders deze documenten niet volledig op elkaar aan. Een aantal bepalingen uit de participatieverordening (zoals de participatienota en de democratische waarden die daarin geborgd moeten worden) is niet geïmplementeerd in het beleid en de werkwijzer. Gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie hebben ieder een eigen rol bij participatie. Deze rollen worden in het beleid nog onvoldoende duidelijk beschreven. De raad heeft algemene kaders vastgesteld, maar niet vastgelegd hoe zij bij specifieke trajecten structureel wil sturen op participatie. In het beleid ontbreekt bovendien een processtap waarin de raad aanvullende kaders kan stellen. Tot nu toe heeft de raad geen gebruikgemaakt van de mogelijkheid om dit vast te leggen. Het college neemt op een aantal momenten besluiten over de inrichting van het participatietraject en is systeemverantwoordelijk. De ambtelijke organisatie draagt zorg voor de uitvoering van de door bestuur en raad vastgestelde participatieopgaven en de daarbij behorende processen. Het huidige beleid wordt in de praktijk niet systematisch toegepast (zie deelvraag 5). Omdat de Hofse aanpak politiek-bestuurlijk nog niet is vastgelegd door raad en college, bepalen medewerkers nu zelf hoe zij participatie vormgeven.

Dit maakt de uitvoering afhankelijk van individuele keuzes en brengt het risico met zich mee dat kennis en werkwijzen verloren gaan bij personeelsverloop. 3. In hoeverre zijn de ambities en doelen voor participatie uitgewerkt en toepasbaar gemaakt voor de praktijk? Het participatiebeleid is uitgewerkt in een afwegingsinstrument en een werkwijzer die ondersteuning bieden bij de voorbereiding en uitvoering van participatietrajecten. De participatieverordening sluit hier momenteel echter niet goed op aan, terwijl de verordening idealiter het beleidskader volgt en juridisch borgt. Dit gaat om: 1. Bij de start van elk participatietraject stelt ‘het bestuursorgaan’ (meestal is dit het college) een participatienota op. De verordening schrijft voor dat in zo’n participatienota de volgende elementen moeten staan: het doel van participatie, de beïnvloedingsruimte, geldende kaders, de communicatie, de periode waarin deelnemers hun inbreng kunnen leveren en de begroting van het traject. De participatienota wordt niet genoemd in het participatiebeleid en er is geen gestandaardiseerd format dat de organisatie kan gebruiken. 2. Democratische waarden. De participatieverordening schrijft voor dat in de participatienota zou moeten staan hoe democratische waarden bij een participatietraject worden geborgd.

Deze democratische waarden worden niet uitgewerkt in de participatieverordening noch in het participatiebeleid. 3. Het eindverslag dat na afronding van een participatietraject opgesteld zou moeten worden. Het beleid en de werkwijzer verwijzen niet naar dit verslag en maken het daarmee niet concreet voor de uitvoering. 4. Tweejaarlijkse evaluatie van de participatieverordening.27 Twee jaar na inwerkingtreding zou de verordening geëvalueerd moeten worden. Dat is in de praktijk niet gebeurd. Hierdoor blijft de verordening vooralsnog gedeeltelijk een papieren werkelijkheid.

27 Tijdens de uitvoering van dit rekenkameronderzoek stuurde het college een raadsinformatiebrief met daarin een beknopte

evaluatie van de participatieverordening. Omdat deze brief is gepubliceerd toen het rekenkameronderzoek al in de afrondende fase was, heeft de rekenkamer de uitkomsten van de evaluatie van het college niet kunnen gebruiken in dit onderzoek. De raadsinformatiebrief is te raadplegen via: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/documenten/2025-58-Raadsbrief-Interneevaluatie-participatie-september-2025-1010408.pdf

51.

4. In hoeverre passen de kaders voor participatie binnen geldende regels van de Omgevingswet en de Wet versterking participatie op decentraal niveau? Het participatiebeleid verwijst naar de Omgevingswet en voldoet daarmee in de basis aan de huidige wettelijke eisen. De Werkwijzer werkt concreet uit per fase welke vragen gesteld kunnen worden. Deze werkwijzer biedt houvast aan initiatiefnemers. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen de gemeente als initiatiefnemer of andere partijen als initiatiefnemer. Ook is geen onderscheid gemaakt in het type project en de verwachtingen die gelden voor inwoners, bestuur en organisatie. De werkwijzer is van toepassing op ruimtelijke projecten (in het kader van de Omgevingswet), maar ook breder op andere participatietrajecten met meer of minder impact. Daarnaast gaat de huidige inspraak en participatieverordening niet in op het uitdaagrecht. Daardoor sluit zij nog niet aan bij de verplichtingen uit de Wet versterking participatie op decentraal niveau, die vanaf 1 januari 2027 van kracht wordt. Om tijdig te voldoen aan deze wettelijke eisen is het noodzakelijk om het uitdaagrecht expliciet in beleid en verordening op te nemen en te vertalen naar een uitvoerbare werkwijze.

Uitvoering en ervaringen 5. Hoe krijgt inwonerparticipatie feitelijk invulling in de praktijk en is dit in overeenstemming met het vastgestelde beleid en de kaders? In dit onderzoek is de participatiepraktijk in Hof van Twente inzichtelijk gemaakt op basis van vier casussen. Het casusonderzoek laat zien dat het geldende beleid niet systematisch wordt toegepast. Concreet zien we bijvoorbeeld niet in alle casussen de vijf stappen voor participatie terug. Waaruit blijkt dat processtappen niet consequent worden gevolgd. In lijn met de Hofse aanpak wordt participatie gestart met een open gesprek en vanuit eerdere ervaringen en pragmatisch ‘boerenverstand’. De pragmatische aanpak past bij de gemeenschapscultuur, maar brengt wel risico’s met zich mee wat betreft duidelijkheid en navolgbaarheid. 6. Hoe ervaren de belangrijkste stakeholders, zoals deelnemers aan participatietrajecten, initiatiefnemers, de ambtelijke organisatie, het college en de raad, inwonerparticipatie? 7. Hoe streeft de gemeente ernaar om alle (relevante groepen) inwoners te bereiken in participatietrajecten? Deelnemers Uit de online vragenlijst blijkt dat het merendeel van de respondenten die wel eens deelnamen aan participatietrajecten (59) overwegend positief is over de ruimte om hun eigen mening te geven (29 van de 59) en de wijze van betrokkenheid (29 van de 59).

Het merendeel nam deel aan een groepsgesprek of bewonersbijeenkomst (43) of reageerde zelf op een plan (24). Verbeterpunten die de respondenten onderstrepen betreffen tekortkomingen in de communicatie: zij geven aan dat zij liever meer duidelijkheid hadden over wat er aan het plan veranderd kon worden en wat er met hun inbreng gebeurd is. Dit benadrukt de valkuilen van de Hofse aanpak. Hieruit blijkt eveneens de eerder beschreven spanning die de Hofse aanpak eigen is tussen enerzijds een open gesprek en denken vanuit mogelijkheden en anderzijds een gebrek aan duidelijkheid en terugkoppeling tijdens en na het participatieproces.

52.

Inwoners die (nog) niet deelnemen Het bereiken van doelgroepen die uit zichzelf minder snel meedenken met de gemeente, is een aandachtspunt dat volgt uit dit onderzoek. Het lukt de gemeente niet altijd om andere doelgroepen te bereiken, zoals jongeren. 75 respondenten van de online vragenlijst geven aan dat zij niet eerder hebben deelgenomen aan een participatieproces van de gemeente. Als reden hiervoor noemen zij het vaakst dat zij niet wisten van de mogelijkheden om betrokken te zijn (47 van de 75) en/of dat er niet geluisterd wordt naar inwoners (24 van de 75). Overigens zijn uit de onderzochte praktijkcasussen lessen te leren over het betrekken van specifieke doelgroepen. Bij de casus beleidsplan armoede en schulden was specifiek het doel om ervaringsdeskundigen te betrekken. Dat lukt uiteindelijk ook, maar voelde ook als pionieren, zo noemen medewerkers dit tijdens een bij hen afgenomen interview. Bij het inwonerinitiatief aan het Plein onder Platanen was ook een brede groep inwoners betrokken, waaronder jongeren, juist omdat het plan zo concreet was, waren deze doelgroepen specifiek geraakt en betrokken. Initiatiefnemers Twee van de onderzochte casussen bieden inzicht in de ervaring van initiatiefnemers; Plein onder de Platanen en herontwikkeling van schoollocatie De Welp.

In deze gevallen namen inwoners het initiatief tot het participatietraject, in plaats van de gemeente. De ervaring van initiatiefnemers in beide casussen liep sterk uiteen. Bij beide casussen nam de dorps- dan wel stadsraad initiatief om een specifieke plek aan te pakken. Waar initiatiefnemers van het Plein onder de Platanen heel positief terugkijken op de samenwerking met de gemeente, zijn initiatiefnemers bij de herontwikkeling van schoollocatie De Welp juist kritisch. Dit blijkt uit interviews met de initiatiefnemers en met de ambtelijk medewerkers. Over het plan voor de schoollocatie De Welp konden de dorpsraad en de gemeente het niet eens worden, waarna de gemeente het participatietraject opnieuw startte met omwonenden. Succesfactoren die genoemd worden bij het Plein onder de Platanen worden betreffen: 1. Het open gesprek aan het begin van het proces. Bij dat gesprek gingen initiatiefnemers en gemeente samen opzoek naar die mogelijkheden. 2. Het vaste contactpersoon binnen de gemeente met korte lijnen binnen de gemeentelijke organisatie. 3. De ondersteunende en open houding van gemeente, zonder het initiatief over te willen nemen. Raad Bij twee van de vier casussen had de gemeenteraad een rol, namelijk bij het beleidsplan Armoede en Schulden en de ontwikkeling Goor op Stoom. Bij geen van deze casussen gaf de raad kaders mee wat betreft het betrekken van inwoners.

Over beide projecten werd de raad tussentijds periodiek geïnformeerd en betrokken. Uiteindelijk besliste de raad over beide plannen door deze vast te stellen. Uit interviews blijkt dat de raadsleden, na een externe training, een goed beeld heeft van wat participatie inhoudt en wat het op kan leveren. Toch noemen gesprekspartners ook dat verschillende fracties verschillende ideeën en verwachtingen hebben bij participatie. Kortom, binnen de gemeenteraad bestaat geen eenduidig beeld over geslaagde participatie en de manier waarop de raad hierin een rol kan spelen. Want, het onderzoek laat ook zien dat de raad geen gebruik maakt van de mogelijkheid om bij specifieke projecten kaders mee te geven voor participatie. Noch is de raad in positie om inhoudelijk de doorwerking van participatie-inbreng te wegen, omdat terugkoppelingen ontbreken of sterk geabstraheerd zijn. College Uit een interview blijkt dat participatie voor collegeleden dagelijks werk is. Toch wordt niet altijd aan de voorkant op participatie gestuurd. Bij grotere projecten waar veel verschillende belangen spelen, wordt wel expliciet gestuurd op participatie. Het vormt dan een vast onderdeel van de bestuurlijke opdracht, zoals bij het project Goor op Stoom. Bij kleinere projecten is dit niet altijd het geval.

53.

Resultaat en leren 8. In hoeverre worden de geformuleerde doelen voor participatie ook behaald? 9. Wat kunnen we leren van de participatiepraktijk in de gemeente Hof van Twente? In het algemeen kan niet vastgesteld worden of de geformuleerde doelen allemaal behaald worden. Immers, er vindt geen structurele monitoring plaats op basis van concrete doelen. Het college evalueert uitgevoerde participatieprojecten niet of nauwelijks. In ons onderzoek tonen wij aan dat doelen deels bereikt worden en dus deels ook niet. Dit betekent ook dat verbeteringen mogelijk zijn. Het beleid stelt vier doelen voor inwonerparticipatie. 1. Als eerste een goede buur zijn met een open houding. De onlinevragenlijst laat zien dat respondenten positief zijn over de ruimte die er is om hun mening te geven en de manier waarop de gemeente het gesprek met hen aangaat, maar de respondenten noemen ook verbeterpunten. Namelijk meer open en duidelijk communiceren en inwoners eerder in het proces betrekken. 2. Ten tweede moet participatie bijdragen aan betere plannen. Plannen worden soms aangepast, maar dit kan ook beter inzichtelijk worden door terug te koppelen na participatie en te evalueren. 3. Doordat de terugkoppeling over de doorwerking nu ontbreekt blijft de belangenafweging die ten grondslag ligt aan zorgvuldige besluiten (doel 3) onduidelijk. 4.

Het vierde doel richt zich op het organiseren van betrokkenheid. In Hof van Twente zijn veel inwoners op verschillende manieren betrokken bij hun leefomgeving, al geldt dat niet voor iedereen. Met name groepen zoals jongeren worden nog beperkt bereikt. Gericht aandacht voor deze doelgroepen en een praktische, laagdrempelige aanpak helpen om ook hen bij participatie te betrekken. Tot slot blijkt uit het onderzoek dat participatietrajecten na afloop meestal niet worden geëvalueerd, terwijl dit wel in het beleid staat. Daardoor blijven geleerde lessen vaak impliciet. Het lerend vermogen kan hierdoor sterker en consistenter worden benut in de praktijk..

54.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4181/documents/59458