CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport Onderbenut potentieel - Participatie en de Hofse aanpak.pdf

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 14: Rekenkamerrapport ‘Onderbenut potentieel – participatie en de Hofse aanpak’22.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Niet gevonden in dit document.

Vanuit het besef dat armoede een breed vraagstuk is, werd gekozen voor een domein-overstijgende aanpak. Zowel de verschillende beleidsterreinen als de beschikbare instrumenten en middelen moesten worden gecombineerd. Daarnaast werd ingezet op een betere samenwerking tussen gemeente en maatschappelijke partners. In het uiteindelijke resultaat vormt de visie “Iedereen doet mee” de rode draad: inwoners moeten kunnen participeren, ongeacht hun financiële situatie. Het beleidsplan ‘Minima en Schulden’ omvat een breed scala aan maatregelen, variërend van financiële ondersteuning in diverse vormen tot begeleiding bij re-integratie en sociale participatie. Op 24 september 2024 is het beleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Om te komen tot een geactualiseerd beleidsplan, startte de gemeente een participatietraject. Dit had tot doel om de inbreng en het perspectief van ervaringsdeskundigen mee te kunnen nemen in het nieuwe, actuele beleid. Het participatietraject bestond uit onder meer een behoeftepeiling en een klankbordgroep. De input van ervaringsdeskundigen is expliciet meegenomen in de beleidsvorming.

27.

2.1.1 Ontwerp van het participatietraject De centrale participatievraag was: hoe kunnen inwoners met ervaring in armoede en schulden bijdragen aan het verbeteren van het beleid dat hen direct raakt? De gemeente wilde namelijk niet alleen signalen uit het veld verzamelen, maar ook structureel gebruikmaken van ervaringskennis. Dit betekende dat inwoners tijdens het participatietraject niet slechts werden geraadpleegd, maar daadwerkelijk input konden geven op de inhoud van het geactualiseerde beleid. De participatie had als doel om het beleid realistischer, toegankelijker en effectiever te maken. Inwoners konden aangeven welke voorzieningen zij kennen, gebruiken en missen. Ook werd gevraagd naar hun toekomstperspectief en belemmeringen in het dagelijks leven. De gemeente wilde hiermee blinde vlekken in het beleid voorkomen en zorgen dat regelingen beter aansluiten bij de leefwereld van de doelgroep. Daarnaast speelde ook verwachtingsmanagement een rol. Inwoners werden geïnformeerd over de reikwijdte van hun invloed en over de beperkingen van gemeentelijk beleid. Zo werd bijvoorbeeld expliciet benoemd dat de participatie niet ging over inkomensnormen, welke landelijk zijn vastgesteld. Door transparant te zijn over wat wel en niet mogelijk is, kon de gemeente vertrouwen opbouwen en realistische verwachtingen scheppen.

Het participatietraject is ontworpen in samenwerking met onderzoeksbureau KWIZ. Er is gekozen voor een brede doelgroep: niet alleen bijstandsgerechtigden, maar ook ontvangers van de energietoeslag. Dit vergrootte de kans op representatieve input. De participatie bestond uit een schriftelijke vragenlijst, telefonische interviews en een gespreksavond met ervaringsdeskundigen. De aanpak was bewust laagdrempelig. Vanwege het gevoel van schaamte dat vaak speelt bij armoede, werd gekozen voor telefonische interviews in plaats van openbare bijeenkomsten. Dit bleek effectief: respondenten voelden zich veiliger en gaven openhartige antwoorden. Ook werd aansluiting gezocht bij informele netwerken zoals kerken, waar de drempel voor het vragen van hulp lager ligt. Intern werd gebruikgemaakt van ervaringsdeskundigen binnen het team Werk & Inkomen. Mede op basis van hun ervaringen is bij de totstandkoming van het participatietraject heel bewust gekozen voor een verdere vertaling van de algemene participatieladder in het Hofse participatiebeleid naar de context van armoede en schulden. Het beleid vormde een mooi startpunt, maar de specifieke doelgroep hier vroeg ook een specifieke aanpak.

De medewerkers wisten namelijk vanuit eigen ervaring dat het beleid niet de hele doelgroep bereikte en dat er aanvullende initiatieven nodig waren om zo veel mogelijk mensen die een beroep op minimaregelingen zouden kunnen doen te betrekken. De participatie kwam dan ook tot stand met grote inzet vanuit het team Werk & Inkomen.

2.1.1 Verloop van het participatietraject Het participatietraject bestond uit meerdere fasen. Eerst werd via KWIZ een vragenlijst uitgezet onder een brede doelgroep. Respondenten konden in deze vragenlijst ook aangeven of ze openstonden voor telefonisch contact. Op basis hiervan zijn 15 mensen geïnterviewd. Deze diepte-interviews gaven inzichten in hun leefsituatie, knelpunten en behoeften. Hun input vormde mede de basis voor het concept van het beleidsplan. Vervolgens werd een gespreksavond georganiseerd, waarbij het concept van het beleidsplan besproken werd met een aantal ervaringsdeskundigen. Diverse doelgroepen namen deel aan de gespreksavond. Ondanks de schaamte die soms gevoeld werd, gaven deelnemers hun feedback. Dit leidde tot concrete aanpassingen, zoals de invoering van kringloopvouchers en een fietsregeling. De

28.

gemeente heeft hiermee laten zien dat participatie niet vrijblijvend is, maar daadwerkelijk invloed kan hebben op beleid. Gedurende het hele traject is geprobeerd zo goed mogelijk te communiceren over de vorm van en de mate waarin inwoners konden participeren en waar hun input voor gebruikt werd. Bijvoorbeeld op het moment van de enquête, maar ook tussentijds. Steeds werd vanuit de gemeente wel aangegeven dat de mogelijkheden niet eindeloos zijn en dat bijvoorbeeld de inkomensnorm wordt bepaald door de Rijksoverheid. Er werd waar mogelijk geïnvesteerd in realistisch verwachtingsmanagement. De gemeenteraad speelde een actieve rol. Hij werd regelmatig geïnformeerd en stelde de verordeningen vast die uit het beleid voortvloeien. Ook voorafgaand aan de evaluatie van het beleid is opnieuw participatie voorzien. Inwoners worden gevraagd hoe zij het beleid in de praktijk ervaren. Dit maakt het traject cyclisch en lerend, in plaats van eenmalig en statisch.

2.1.2 Ervaringen intern en extern Ervaring gemeente Intern wordt het traject als leerzaam en waardevol ervaren. Medewerkers gaven aan dat het vroegtijdig betrekken van inwoners het beleid heeft verrijkt. De inzet van ervaringsdeskundigen binnen het team zorgde voor bewustwording en betere aansluiting bij de doelgroep. Wel bleek dat het participatiebeleid van de gemeente niet voldoende concrete handvatten bood voor een traject van deze omvang en specifieke doelgroepen. Medewerkers noemen dat zij pionierden met andere participatie-methoden, waarbij zij niet per se konden steunen op goede voorbeelden uit de Hofse werkpraktijk of inspiratie van andere tactieken om inwoners te betrekken bij een thema waar voor veel mensen schaamte een belangrijke rol speelt. Het participatietraject rondom dit beleidsplan toont dat maatwerk, een persoonlijke benadering en het benutten van interne ervaringskennis de beleidsontwikkeling goed doen. Contactmomenten met inwoners, samenwerking met lokale netwerken zoals kerken, Salut en Vluchtelingenwerk en het benutten van uitvoerende collega’s als informatiebron, bieden kansen om het beleid verder te verbeteren. Deze informele netwerken bleken cruciaal voor het bereiken van kwetsbare groepen.

Voor sommige inwoners is de drempel om bij een kerk binnen te lopen nu eenmaal lager dan direct bij de gemeente aan te kloppen voor hulp, zo geven gesprekspartners aan. Heldere communicatie over verwachtingen en mogelijkheden draagt bij aan vertrouwen en betrokkenheid. Taal is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Voor verschillende inwoners, vooral voor statushouders, vormt taal een barrière, waardoor digitale toegankelijkheid en maatwerk in ondersteuning cruciaal zijn. De gemeentelijke website is moeilijk te begrijpen voor nietNederlandssprekenden. Voor andere doelgroepen is een gebrek aan digitale vaardigheden een belemmering. Er wordt door de medewerkers al een en ander opgepakt: bijvoorbeeld een workshop voor statushouders waarin stil gestaan wordt bij welke minimavoorzieningen er allemaal beschikbaar zijn. Een van de belangrijke lessen die uit de participatie blijkt, is dat het proces niet stopt bij raadpleging, maar uitmondt in een structurele verankering van input in beleid en organisatie. De gemeente heeft hierin stappen gezet, onder andere door aan te sluiten bij landelijke projecten zoals Actieleren KEUS. Ook wordt gewerkt aan betere monitoring en evaluatie, zodat participatie niet alleen een proces is, maar ook meetbaar wordt. Bij de evaluatie van het beleidsplan worden dan ook opnieuw inwoners betrokken.

Zo kan worden opgehaald of de voorzieningen nu beter aansluiten bij vraag en behoefte en wordt nagedacht op welke manier de doelgroep (nog) beter mee kan doen. Input van medewerkers die

29.

dagelijks met de doelgroep in gesprek zijn wordt gedeeld met medewerkers op het gebied van beleid en bedrijfsvoering, om hierop te kunnen anticiperen. Ervaring deelnemers Voor deze casus zijn twee deelnemers geïnterviewd over hun ervaring met het participatietraject en breder hun betrokkenheid en contact met de gemeente Hof van Twente. Helaas waren respondenten van de online vragenlijst niet betrokken bij deze casus. Een van de geïnterviewde deelnemers vulde de online vragenlijst in. Onze andere gesprekspartner was aanwezig bij de bijeenkomst over armoede en schulden. Het invullen van de online vragenlijst was een prettige manier om mee te denken. Communicatie via de computer is fijn voor deze doelgroep, omdat zij dan gebruik kunnen maken van vertalingen (al werkt dat niet altijd even goed). De website van de gemeente is volgens de geïnterviewden moeilijk om te vertalen en daardoor niet toegankelijk voor hen. Beide waren aanwezig bij de bijeenkomst over armoede en schulden en zijn daarover positief. De uitnodiging voor die bijeenkomst kregen zij via Vluchtelingenwerk. Alle twee noemen ze dat hun netwerk van vrienden, school van de kinderen en buren erg belangrijk is. Beide geïnterviewden noemen dat de taalbarrière groot is. Contact met buren en vrienden is daarom erg belangrijk.

Zij helpen vaak beter met uitleg over mogelijkheden voor steun en manieren om in contact te komen daarover. Over de bijeenkomsten wordt vermeld, dat de aanwezigen in groepjes van vijf personen werden opgedeeld. De vragen die gesteld werden waren ‘wat zij nodig hebben’ en ‘wat goed en minder goed gaat’. Daarop werden verschillende ideeën en suggesties genoemd. Ook een van onze gesprekspartners bracht een aantal ideeën in die hem zouden helpen om aan een baan te komen. Deze hulpvraag staat bij beide gesprekspartners voorop. Ideeën gingen dan ook concreet daarover. Bijvoorbeeld: hulp bij het krijgen van een vrachtwagenrijbewijs of een taalcursus Nederlands gericht op het B2-niveau. De geïnterviewden geven aan dat de gemeente goed luistert naar hun vraag en wensen, maar niet de hulp kan geven die zij nodig hebben. Zij noemen ook dat het heel makkelijk is om in contact te komen met de gemeente Hof van Twente. Wat fijn is, is dat er een Arabischsprekende contactpersoon is. Bij kleine hulpvragen kan de gemeente snel helpen, maar wanneer de vraag anders of omvangrijker is, is dat lastig.

2.2 Casus: Plein onder de Platanen Kernbevinding: De Stadsraad Diepenheim nam in samenwerking met de jeugdsoos het initiatief om het Plein onder de Platanen te vergroenen. Het contact met de gemeente werd al snel gezocht via de wijkregisseur: het aanspreekpunt voor initiatieven uit de wijk. De wijkregisseur bleef die centrale rol binnen de gemeente vervullen. Het open gesprek met de wijkregisseur aan het begin wordt genoemd als succesfactor, evenals de brede groep van betrokkenen. Initiatiefnemers bleven in de lead van begin tot einde. De gemeente ondersteunde bij het organiseren van participatie, het concreet maken van plannen en met budget. Op drie momenten werden inwoners en anderen nadrukkelijk betrokken. Die participatie verliep niet volgens een vooraf uitgewerkt participatieplan. Het traject is niet formeel geëvalueerd. In 2023 nam de Stadsraad Diepenheim samen met de jeugdsoos het initiatief om het Plein onder de Platanen te vergroenen en aantrekkelijker te maken voor inwoners en bezoekers om elkaar te ontmoeten of er te verblijven. Daartoe werden versteende plekken groen gemaakt, wat ook zou moeten bijdragen aan het verminderen van klimaatuitdagingen zoals hittestress en de afvoer van regenwater. Door het aanplanten van bomen en planten zou er een aangenamer en klimaatbestendiger plein ontstaan voor zowel flora en fauna, als ook voor bewoners en bezoekers.

30.

Overigens waren er eerder plannen om het centrumplein in Diepenheim te herinrichten. Daarvoor had de gemeente in 2017 een landschapsarchitect ingeschakeld. In 2022 werd echter duidelijk dat er geen gemeentelijke middelen beschikbaar waren voor het plan. Hierdoor viel het oorspronkelijke burgerinitiatief na acht jaar stil.19

2.2.1 Ontwerp van het participatietraject Het initiatief van dit vervolgproject op het Plein onder de Platanen kwam dus van de Stadsraad Diepenheim in samenwerking met de jeugdsoos. De gemeente raakte betrokken en ook werden inwoners op diverse momenten geïnformeerd en betrokken. Het gesprek met de gemeente startte met een open vraag vanuit de Stadsraad over de mogelijkheden. Binnen de gemeente Hof van Twente is de wijkregisseur de eerste contactpersoon voor de stads- of dorpsraden, waarvan de Stadsraad Diepenheim er een is. Het eerste gesprek was dan ook tussen de wijkregisseur, de stadsraad, de jeugdsoos en ook IVN (natuureducatie). In die beginfase werd het gesprek bewust open en breed gevoerd. Op voorhand waren er geen vaste kaders. Dit maakte dat de gemeente en de initiatiefnemers echt samen om tafel kwamen om uit te zoeken wat de wensen waren en vervolgens wat er mogelijk was. Volgens betrokken medewerkers bood dit ook de mogelijkheid om de lokale groep in zijn kracht te zetten. De Stadsraad werd vervolgens door de ambtelijke organisatie uitgenodigd om schetsen te maken voor het groene plein. Vervolgens kon de wijkregisseur die schets toetsen bij diverse producthouders, waarna de initiatiefnemers samen met de wijkregisseur het plan concreet maakten. Telkens werd bekeken wat wel en niet kon. Bijvoorbeeld een monumentale boom moest blijven staan.

Uiteindelijk stelde de gemeente een budget beschikbaar van 25.000 euro voor de realisatie van het plan.20 Vervolgens werden inwoners breder betrokken over het ontwerp. De gemeente ondersteunde de stadsraad bij het organiseren van de participatie en de verdere uitwerking van de plannen. De stadsraad bleef zelf verantwoordelijk voor de communicatie over het project, de participatie en de uitvoering. Betrokken medewerkers noemen dat bij ieder inwonersinitiatief wordt gekeken naar de energie en behoefte van initiatiefnemers. Op basis daarvan bepaalt de gemeente de rol en betrokkenheid bij het initiatief. Is een actieve, ondersteunende of sturende rol nodig of heeft de initiatiefnemer een brede positie binnen de gemeenschap en loopt het proces als vanzelf?

2.2.2 Verloop van het participatietraject Op drie momenten werden inwoners en andere belanghebbenden nadrukkelijk door de initiatiefnemers betrokken: (1) bij de informatiebijeenkomst voor bewoners, (2) op de dag van de uitvoering en (3) bij de opening. Op zaterdag 16 september 2023, van 10.30 tot 11.30 uur, vond de eerste bijeenkomst plaats met inwoners en andere belanghebbenden. Tijdens deze bijeenkomst konden deelnemers kennisnemen van beoogde ontwerp voor het Plein onder de Platanen. Zij werden uitgenodigd hun mening te geven en om ideeën aan te dragen, dan wel door deze ter plekke te bespreken dan wel via een reactieformulier. De uitnodiging voor deze bijeenkomst verspreidde de Stadsraad via social media en het DeepsNieuws; het lokale nieuwskanaal dat breed gelezen wordt binnen Diepenheim. Direct aanwonenden ontvingen een uitnodiging in hun brievenbus. Bij de bijeenkomst waren meerdere 19 Tubantia. (2024, 2 mei). Verwaarloosde plek wordt weer stadstrots: stapje voor stapje gaat Plein onder de Platanen in

Diepenheim op de schop. 20 Tubantia. (2024, 2 mei). Verwaarloosde plek wordt weer stadstrots: stapje voor stapje gaat Plein onder de Platanen in

Diepenheim op de schop.

31.

geïnteresseerden aanwezig. Hun reacties zijn meegenomen in de uiteindelijke plannen voor het Plein onder de Platanen, zo noemen betrokken gesprekspartners. Als voorbeeld wordt genoemd dat het schaakspel op verzoek van inwoners is verwijderd. Na de informatiebijeenkomst was er geen terugkoppeling over de manier waarop reacties zijn verwerkt. Wel werden inwoners via social media op de hoogte gehouden van de startdatum van de uitvoering. De uitvoering vond uiteindelijk plaats op 16 maart 2024. Leden van de stadsraad, de jeugdsoos, IVN natuureducatie en andere vrijwilligers werkten die dag samen aan een groener Plein onder de Platanen. Inwoners werd ook de mogelijkheid geboden om te komen helpen of om vooraf meer informatie te krijgen. Daartoe werd een inloopmoment bij de jeugdsoos georganiseerd op zaterdag 2 maart, van 10.30 tot 11.30 uur. Een aantal inwoners hielp ook daadwerkelijk mee op 16 maart bij de uitvoering van de plannen. De gemeente gaf vooraf instructies en deelde praktische plannen. Die waren duidelijk, aldus betrokkenen. Ook andere betrokkenen, zoals de jeugdsoos, hielpen actief mee en namen hun rol. Nieuwsgierige inwoners of voorbijgangers spraken ook hun waardering uit gedurende de dag. Een aantal werkzaamheden werd later uitgevoerd, omdat dat op de dag zelf niet haalbaar was. Bijvoorbeeld doordat elektravoorzieningen verlegd moesten worden.

Op 13 april werden uiteindelijk de laatste werkzaamheden voltooid. Op woensdag 3 juli om 19.00 werd het plein officieel geopend. Daarbij waren niet alleen direct omwonenden en andere betrokkenen aanwezig, maar ook andere inwoners van Diepenheim. Ook waren twee wethouders aanwezig, om hun waardering voor het eindresultaat en de samenwerking uit te spreken.

2.2.3 Ervaringen intern en extern Ervaringen initiatiefnemers Betrokkenen vanuit de stadsraad, die een van de initiatiefnemers was voor de vergroening, kijken positief terug op de samenwerking met de gemeente en het resultaat dat dit opleverde. Er was regelmatig contact met de wijkregisseur. Wat gewaardeerd werd, was dat de gemeente meedacht en oplossingsgericht werkte. Om de uitvoering goed te regelen werden duidelijke afspraken gemaakt die betrokkenen als duidelijk omschrijven. Verder bleef de stadsraad in de lead gedurende het hele proces. De gemeente nam niet over en was tegelijkertijd open en duidelijk over de mogelijkheden. Betrokkenen noemen dat zij vooraf niet precies wisten hoe het plein eruit zou komen te zien. Toch was al snel duidelijk dat niet alles mogelijk was, door het beperkte budget en de voorgeschiedenis. Door het open gesprek aan de voorkant hebben ze schetsen kunnen maken, waar uiteindelijk niet van is afgeweken. Hierdoor, zo stellen betrokkenen, zijn hun verwachtingen uitgekomen. Voor de betrokkenheid van inwoners gaf de gemeente geen kaders mee. Daarover waren geen richtlijnen of adviezen, aldus de stadsraad. In totaal vulden zes inwoners die betrokken waren bij het Plan voor het Plein onder Platanen een online vragenlijst in.

Het merendeel geeft aan dat de manier van betrokken zijn goed bij hen paste (5 van de 6), dat de gemeente hun bijdrage serieus nam (4 van de 6) en dat er genoeg ruimte was om hun mening te geven (5 van de 6). De rol van de gemeente was niet voor iedereen duidelijk; 3 van de 6 respondenten geeft aan dat het voor hen niet duidelijk wat zij van de gemeente konden verwachten. De gemeente en de initiatiefnemers hebben de samenwerking niet formeel geëvalueerd. Wel hebben de stadsraad, de wijkregisseur, een medewerker van de gemeente die zich bezighoudt met openbaar groen en de aannemer die het groenonderhoud uitvoert ter plekke de oplevering geëvalueerd, met het oog op het gezamenlijk in stand houden van het resultaat.

32.

Ervaringen gemeente Ook medewerkers van de gemeente omschrijven de samenwerking aan het groene Plein onder de Platanen als succesvol. Zij noemen daarbij onder andere het open gesprek aan het begin van de samenwerking als succesfactor. Dit was mogelijk doordat de wijkregisseur nauw betrokken was, evenals inwoners. Het proces ‘liep’, aldus betrokken medewerkers. De initiatiefnemers hadden een brede positie in de gemeenschap. Medewerkers zeggen hierover dat de gemeente bij inwonerinitiatieven vooral niet wil overnemen, maar ondersteunt zonder te vervallen in protocollen, aldus betrokken medewerkers. Een belangrijk aandachtspunt voor de gemeente is, dat een brede groep van inwoners geïnformeerd wordt en/of betrokken kan zijn. Het is dan, zeker bij kleine initiatieven, niet altijd nodig dat participatie verloopt volgens een vooraf uitgeschreven participatieplan. Zo ook bij het Plein onder de Platanen. Bij deze casus had de raad geen actieve rol. Het budget werd beschikbaar gesteld vanuit het budget waarover wijkregisseurs beschikken om initiatieven uit wijken te ondersteunen. Daarvoor was geen besluit van de raad nodig. Het plan werd wel vooraf voorgelegd aan de portefeuillehouder. Dit is niet gebruikelijk bij kleine initiatieven, maar werd hier toch gedaan vanwege de voorgeschiedenis.

2.3 Casus: Goor op Stoom Kernbevinding: Bij het herontwikkelen van de voormalige Twentse Stoomblekerij werd een groep inwoners intensief betrokken in de vorm van een denktank. Zij namen deel aan verschillende bijeenkomsten en een excursie. De denktank werd samengesteld met het oog op een diversiteit aan perspectieven. Het participatietraject werd ontworpen en uitgevoerd door een extern bureau. Het participatiebeleid was op dat moment nog niet vastgesteld, maar medewerkers zochten wel aansluiting bij het beleid in wording. Deelnemers waren positief over het proces en de rolinvulling, maar zagen hun inbreng minder terug in het eindresultaat. Bij de besluitvorming werd niet inzichtelijk gemaakt hoe de opbrengsten van het participatietraject zijn verwerkt. De voormalige Twentse Stoomblekerij is een iconisch fabrieksterrein van 18 hectare in Goor, dat in de vorige eeuw een belangrijk rol speelde in de Twentse textielindustrie. In 2020 kocht de gemeente Hof van Twente het terrein na jaren van leegstand, met als doel het gebied te herontwikkelen. Begin 2022 stelde de gemeenteraad het masterplan ‘Op Stoom’ vast als ambitiedocument voor de gebiedsontwikkeling.21 In het masterplan staan drie elementen centraal: oude fabrieksgebouwen behouden met een nieuwe invulling, een groen stadspark dat het terrein met het omliggende gebied verbindt en het realiseren van woningen.

Met de aankoop van het fabrieksterrein wilde de gemeente het gebied weer teruggeven aan de inwoners van Goor. Daarom werden inwoners betrokken bij het opstellen van het masterplan. De gemeente hanteerde een brede participatievraag, gericht op het laten meedenken van inwoners bij het gehele masterplan. Na het vaststellen van het masterplan werden inwoners betrokken bij de uitwerking van deelprojecten, zoals de invulling van het fabrieksgebied en het park. Deze casusbeschrijving gaat primair over het participatietraject rondom het masterplan, dat in 2021 plaatsvond.

2.3.1 Ontwerp van het participatietraject Het masterplan is opgesteld door een landschapsarchitect. Het participatietraject is ontworpen en uitgevoerd door een extern bureau, waarbij de gemeente steeds de afzender was bij communicatie naar inwoners. De gemeente koos ervoor om het participatietraject extern te beleggen vanwege de 21 Gemeente Hof van Twente. (2021, december). Masterplan ‘Op Stoom!’

33.

grootte van het project. Voor de gemeente was de expertise van een gespecialiseerd bureau waardevol en was het prettig dat een neutrale partij de bijeenkomsten kon begeleiden. Het bureau stelde aan het begin van het traject een participatieplan op. In het participatieplan wordt een aantal projectfasen onderscheiden. Per fase is aangegeven hoe interne stakeholders en inwoners betrokken zouden worden. De betrokkenheid van inwoners is gedurende het hele proces gelijk: de deelnemers aan de zogeheten denktank worden betrokken op het niveau ‘meedenken’, overige inwoners op het niveau ‘meeweten’. Het participatieproces is niet vormgegeven aan de hand van het participatiebeleid, omdat dat op dat moment nog in ontwikkeling was. Gesprekspartners geven aan dat er wel contact is geweest met de opstellers van het beleid, om te zorgen dat het participatietraject alvast hierop aansloot. Het participatieplan voor de deelprojecten is wel opgebouwd aan de hand van het participatiebeleid. De betrokkenheid van inwoners is met name vormgegeven door middel van een denktank. Het doel van de denktank was om inwoners langer en meer diepgaand te betrekken. Via diverse kanalen, bijvoorbeeld de lokale media, werden inwoners opgeroepen om zich aan te melden voor de denktank. Een belangrijk doel was dat de denktank een diverse samenstelling zou hebben.

Geïnteresseerde inwoners werd daarom gevraagd om in een motivatiebrief aan te geven waarom zij wilden deelnemen. Vervolgens werden inwoners geselecteerd die de perspectieven van jong en oud, direct omwonenden, toekomstige bewoners en ondernemers konden inbrengen en die affiniteit hadden met de onderwerpen historie, cultuur, zorg en welzijn, natuur, groen en water, duurzaamheid en horeca. Ook werd rekening gehouden met leeftijd, beroepsachtergrond en woonplek. Circa 25 inwoners werden geselecteerd, waarvan er 15 tot 18 actief deelnamen. Het betrekken van jongeren was een uitdaging, daarom werd contact gezocht met de jongerenraad. De organisatie gaf aan deelnemers aan dat zij op persoonlijke titel deelnamen, en dus niet als vertegenwoordigers van organisaties waar zij eventueel bij aangesloten waren.

2.3.2 Verloop van het participatietraject Gedurende alle fasen van het project werd een online prikbord ingericht waar deelnemers van de denktank voorafgaand en tussen de sessies hun ideeën konden plaatsen. Er werd ook een algemeen toegankelijk online prikbord ingericht, waar andere inwoners hun ideeën konden delen. Op het terrein van ‘Op Stoom’ werd een fysieke ideeën box ingericht. De denktank kwam voor een aantal bijeenkomsten samen. De bijeenkomsten werden begeleid door het participatiebureau en waren gericht op interactie tussen de denktank en de landschapsarchitecten. De eerste fase (juli 2021) van het opstellen van het masterplan betrof het opstellen van een gebiedsanalyse. De gebiedsanalyse dient als bouwsteen voor het masterplan en gaat in op de achtergrond van het terrein, de al aanwezige plannen en voorziene uitdagingen. De denktank kon vragen stellen over de voorlopige gebiedsanalyse en werd uitgenodigd om suggesties aan te dragen. De belangrijkste inbreng van de denktank ging over de potentie voor ‘Op Stoom’ als groene plek met verbindingen voor voetgangers en fietsers en de realisatie van innovatieve woonvormen. Tussen de eerste en tweede bijeenkomst van de denktank vond een excursie plaats naar een aantal referentieprojecten in de regio.

Deze referentieprojecten dienden als voorbeelden van ander industrieel erfgoed dat was herontwikkeld, zoals het Havenkwartier in Deventer. Naast leden van de denktank namen ook raadsleden deel aan deze excursie. In de tweede fase (oktober 2021) van het project stelden de landschapsarchitecten op basis van de gebiedsanalyse en de inbreng van de denktank een eerste versie van het masterplan op. Deze ‘50%versie’ werd voorgelegd aan de denktank. De denktank werd gevraagd om op het concept te reageren

34.

en te adviseren over de verdere uitwerking. De 50%-versie werd ook voor een breder publiek gepubliceerd. De landschapsarchitecten werkten vervolgens het masterplan verder uit tot een ‘90%-versie’. Ook dit document werd aan de denktank voorgelegd. Deze laatste sessie diende vooral om te toetsen hoe de leden van de denktank keken naar de verwerking van eerdere inbreng. Deelnemers ontvingen na elke bijeenkomst per mail een terugkoppeling en een vooruitblik naar het vervolgproces. De gemeenteraad werd op een aantal momenten betrokken en geïnformeerd over het participatieproces. Zo konden raadsleden deelnemen aan de excursie en werd de 50%-versie ook aan raadsleden gepresenteerd. Aan de raad is echter niet inzichtelijk gemaakt op welke manier de inbreng van het participatietraject is verwerkt in het uiteindelijke masterplan en welke afwegingen hierbij zijn gemaakt. Het masterplan bevat wel een beschrijving van het doorlopen participatietraject, maar gaat beperkt in op de inhoud daarvan. Het college heeft het projectplan vastgesteld, waar ook het plan van aanpak voor het participatietraject deel van uitmaakte.

2.3.3 Ervaringen intern en extern Ervaring gemeente Betrokken medewerkers zijn positief over het participatietraject en geven aan dat de casus de organisatie in bredere zin heeft geïnspireerd. In de optiek van de gemeente zorgde de denktank voor een actieve uitwisseling tussen de ontwerpers en de deelnemers. Voor het project was het van meerwaarde om ideeën te kunnen spiegelen en inbreng op te halen bij inwoners. De diversiteit van de denktank wordt ook als succesfactor gezien. Ook droeg de deelname van raadsleden aan de excursie in de optiek van betrokken medewerkers bij aan een constructieve behandeling in de gemeenteraad. Een participatieplan met een duidelijk begin en eind was behulpzaam in het managen van verwachtingen bij inwoners. Wel merken betrokken medewerkers op dat de capaciteit in de organisatie soms een knelpunt is, wat vooral ten koste kan gaan van de inzet op communicatie en terugkoppeling naar deelnemers. Daarnaast zou meer kennis in de ambtelijke organisatie, ondersteund door bijvoorbeeld formats met helpende vragen, volgens deze betrokken medewerkers kunnen helpen bij het uitvoeren van een gestroomlijnd participatietraject. Ervaring deelnemers Ook deelnemers aan de denktank geven in gesprekken aan grotendeels positief te zijn over het participatietraject.

Daarnaast beoordelen negen respondenten van de online vragenlijst die betrokken waren bij ‘Op Stoom’ het traject met gemiddeld een 7. De respondenten geven aan dat de bijeenkomsten inspirerend waren en de sfeer gemoedelijk was. Met name de excursie aan andere locaties, de rondleiding op het terrein van ‘Op Stoom’ en het gebruik van het online prikbord werden gewaardeerd. Deelnemers ervaarden de Denktank als een diverse groep, maar merken op dat veel deelnemers vaker bij de gemeente betrokken zijn. Dat wekte de indruk dat de gemeente moeite heeft om mensen te betrekken die niet al regelmatig van zich laten horen. Deelnemers zijn positief over het proces en geven in gesprekken aan dat dit duidelijk verliep. Respondenten van de vragenlijst bevestigen dit beeld: 5 van de 7 respondenten vonden de uitleg over het project duidelijk en evenveel respondenten geven aan dat duidelijk was wat van hen verwacht werd. Inhoudelijk ontbrak het volgens enkele deelnemers echter aan terugkoppeling, zo werd in gesprekken aangegeven en bleek uit de vragenlijst (4 van de 7 respondenten). Omdat niet expliciet werd gemaakt wat wel en niet mogelijk was, is het voor deelnemers niet duidelijk of hun inbreng nu echt invloed had op het masterplan. 4 van de 7 respondenten geven aan dat het niet duidelijk was wat er nog aan het plan veranderd kon worden. Bij sommige deelnemers is daarom de indruk ontstaan dat

35.

de denktank weinig invloed heeft gehad op het eindresultaat, en dat de creatieve ideeën die zijn gedeeld plaats hebben gemaakt voor meer traditionele elementen. Inwoners die ook deelnamen aan de uitwerking van de deelprojecten zijn in gesprekken minder positief over de vervolgfase. Zij noemen het gebrek aan een evaluatie met de oorspronkelijke denktank een gemiste kans. Ook hebben sommige deelnemers de indruk dat er in de tweede fase minder ruimte voor hun inbreng was en ervaarden zij dat de communicatie in deze fase minder helder was. Hier staat echter tegenover dat deelnemers in een door de gemeente uitgezette enquête positiever waren: het merendeel van de respondenten van die vragenlijst (12) beoordeelt de communicatie als goed of zeer goed.

2.4 Casus: Herontwikkeling de Welp Kernbevinding: De gemeente betrok inwoners bij de vraag hoe de oude schoollocatie De Welp opnieuw ingevuld diende te worden. Daarover waren al meerdere gesprekken gevoerd, onder andere met de Dorpsraad. Ook volgde deze planvorming op de tijdelijke asielopvang die nu op deze locatie is gerealiseerd. De buurtbijeenkomst in de zomer van 2024 vormde een nieuwe start, waarbij alle 170 omwonenden opnieuw werden uitgenodigd. Tijdens die bijeenkomst werden twee opties voorgelegd (groen of woningbouw) en werden inwoners gevraagd om hun reactie. Verder werden vooraf geen concrete kaders gesteld. De Dorpsraad ontving geen uitnodiging (omdat dit een buurtbijeenkomst was), nam geen deel en was verder niet meer betrokken. Na de buurtbijeenkomst vormden vier buurtbewoners een werkgroep die betrokken bleef bij de planvorming. Inmiddels is een projectleider aan de slag om het plan concreet uit te werken. Het project De Welp betreft de herontwikkeling van de voormalige schoollocatie De Welp in Markelo. Het gebouw kwam in 2021 leeg te staan toen de school werd verplaatst, waarna binnen de ambtelijke organisatie al werd nagedacht over een mogelijke herbestemming. Sinds april 2023 is de locatie tijdelijk ingericht als opvanglocatie voor asielzoekers, een functie die oorspronkelijk gepland stond tot april 2025 maar inmiddels is verlengd tot april 2027.

Aangezien oorspronkelijk de tijdelijke opvang van asielzoekers in De Welp voor een periode van twee jaar voorzien was, nam de gemeente eind 2023 opnieuw initiatief tot herbestemming van de locatie. De locatie bevindt zich in een woonwijk uit de jaren '70 en '80, waar aangrenzende straten grotendeels uit huurwoningen bestaan. Uit stedenbouwkundige verkenningen blijkt dat hoewel variatie in voor-, achter- en zijerven van omliggende woningen uitdagend is, de locatie zeer geschikt is voor woningbouw in de vorm van inbreiding. Voor de herontwikkeling na de opvangperiode zijn twee hoofdscenario's geïdentificeerd: een groene inrichting van het terrein of kleinschalige woningbouw van 4 tot 6 woningen. Het gebied kent specifieke uitdagingen, waaronder waterproblematiek in het dorp Markelo, wat mede bepalend is geweest voor de uiteindelijke keuze. De locatie ligt in een kleinschalige kern met inwoners tussen de 25 en 70 jaar, waarbij de directe omgeving bestaat uit ongeveer 170 huishoudens die als stakeholders worden beschouwd in het ontwikkelingsproces.

2.4.1 Ontwerp van het participatietraject Aan de start van het herontwikkelingsproject zijn weinig kaders gesteld. Eind juni 2024 is een eerste buurtbijeenkomst georganiseerd om omwonenden de mogelijke ontwikkelrichtingen te presenteren en hun meningen en zienswijzen ten aanzien van De Welp op te halen. De portefeuillehouder had sterk de wens om de inwoners van de wijk iets terug te geven na de periode van asielopvang. De gemeente heeft bewust gekozen voor betrokkenheid van omwonenden, waarbij alle 170 huishoudens in de directe omgeving werden uitgenodigd voor deelname aan een informatiebijeenkomst. Voor de vormgeving

36.

van het participatietraject werd en communicatiemedewerker ingeschakeld, die input leverde over hoe het participatieproces het beste vorm kon krijgen. Vermeldenswaardig in het hele proces is de rol van de Dorpsraad Markelo. Deze raad, bestaande uit zeven leden met diverse achtergronden, is geen formeel gekozen orgaan en fungeert niet als standaard sparringpartner van de gemeente Hof van Twente. Wel is de dorpsraad zeer geëngageerd en namen enkele leden in september 2023 dan ook het initiatief om zelf contact te zoeken met de gemeente over de toekomst van De Welp. Vervolgens kwam de dorpsraad met een concreet voorstel voor zo’n 15 à 20 woningen, gemotiveerd vanuit ervaren woningnood onder starters en senioren. De gemeente herkende de geschetste woningnood echter niet en voorzag zeker op de genoemde plek geen mogelijkheid om grootschalige woningbouw te realiseren. Daarnaast kwam vanuit Openbare Ruimte de wens om het gebied als groenblauwe ruimte te bezien en in te vullen voor klimaatadaptie. Na overleg tussen wethouder en de dorpsraad in januari 2024 werd dan ook gecommuniceerd dat het plan van de dorpsraad geen doorgang ging vinden. De dorpsraad paste daarop zijn voorstel aan, waarbij hij genoegen nam met minder woningen. De dorpsraad benadrukte hierbij dat er wel degelijk behoefte bestaat aan betaalbare, compacte woningen voor starters en senioren.

In februari 2024 stuurde de dorpsraad een brief aan de gemeente om nogmaals aandacht te vragen voor De Welp. In mei 2024 volgde een reactie van de gemeente, waarin opnieuw werd aangegeven dat het aantal woningen te hoog zou zijn. Deze reactie werd door de dorpsraad als achterhaald ervaren, aangezien hun voorstel inmiddels al was genuanceerd in januari 2024 en in de brief van eind februari. De dorpsraad is vervolgens verder niet meegenomen in het participatietraject. De dorpsraad ontving geen uitnodiging voor de buurtbijeenkomst en was niet aanwezig bij de informatieavonden voor buurtbewoners en is ook niet actief geïnformeerd over de exacte stappen in het proces.

2.4.2 Verloop van het participatietraject Bij de buurtbijeenkomst in de zomer van 2024 waren ongeveer 30 tot 40 inwoners aanwezig. De bijeenkomst bestond uit een presentatie over de huidige opvang, gevolgd door een toelichting op de twee herontwikkelingsopties: groen of woningbouw. Inwoners konden input leveren via twee grote formulieren waarop de opties stonden vermeld. Tijdens deze sessie gaf een meerderheid van de aanwezige inwoners de voorkeur aan de groene optie. Als vervolg op de informatiebijeenkomst is een werkgroep met vier buurtbewoners gevormd. Zij hebben zich vrijwillig aangemeld via een ideeënbus. Op 24 februari 2025 is in aanwezigheid van de wethouder een eerste overleg geweest met deze werkgroep. Hierin is aangegeven dat de gemeente de groen-optie bij de herontwikkeling als uitgangspunt neemt. Een extra motivatie voor de keuze voor de groene inrichting was ingegeven vanuit de waterproblematiek in het dorp Markelo. Aan de hand van een schets konden de buurtbewoners commentaar en suggesties leveren. De feedback was zeer concreet, met commentaar als “hier mist een voetpad” of “kijk nog even naar de parkeerplaatsen”. Vanuit het domein Openbare Ruimte is inmiddels een projectleider aangesteld die een plan gaat maken. Dit najaar komt er een collegevoorstel voor de groene herontwikkeling van De Welp.

2.4.3 Ervaringen intern en extern Ervaring gemeente Vanuit ambtelijk perspectief wordt het participatietraject als passend en adequaat beoordeeld, met als motivatie dat de inwoners tijdig zijn meegenomen en er geen sprake was van afvink- of schijnparticipatie. De brede uitnodiging aan alle 170 omwonenden wordt als positief punt benoemd, omdat hierdoor de keuze om deel te nemen bij de inwoners zelf lag en mensen zich niet op voorhand buitengesloten voelden. Of er daadwerkelijk draagvlak is voor de herontwikkeling wordt als moeilijk peil- of toetsbaar omschreven. Het sentiment tijdens de informatiebijeenkomst was aanvankelijk

37.

sceptisch vanwege eerdere ervaringen met de asielopvang, maar inwoners waren uiteindelijk blij dat er iets met de locatie gaat gebeuren. De gemeenteraad is nog niet betrokken geweest bij de herontwikkeling en heeft ook geen rol gespeeld in het participatieproces. Inhoudelijk is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt dat de locatie groen kan worden ingericht. De raad had hierdoor vooralsnog geen bijdrage te leveren aan de herontwikkelingsplannen. Uiteindelijk is er budgettaire ruimte nodig om De Welp te ontwikkelen en zal de raad te zijner tijd hier een besluit over moeten nemen. Het initiatief tot de herontwikkeling ligt bij de wethouder. De wethouder speelde als verantwoordelijke voor zowel de asielopvang als de participatie rond de herbestemming een prominente rol in zowel de plannen als het participatieproces. De wethouder was dan ook aanwezig bij onder meer de werkgroep bijeenkomst in februari 2025. Vermeldenswaardig is dat de houding van de wethouder door de dorpsraad positief beoordeeld wordt: de relatie wordt als goed ervaren, in tegenstelling tot de ervaring met de ambtelijke organisatie. Ervaring Dorpsraad De dorpsraad ervaart het participatietraject als problematisch, waarbij hij zich gaandeweg buitengesloten voelde, ondanks de proactieve houding van de dorpsraad aan het begin van het proces.

Het contact met de gemeente wordt omschreven als eenrichtingsverkeer, waarbij de dorpsraad input levert maar nauwelijks terugkoppeling ontvangt en telkens zelf het initiatief moet nemen voor vervolgcontact. De informatievoorziening vanuit de gemeente wordt als gebrekkig ervaren. Hoewel de relatie met de wethouder als goed wordt beoordeeld, bestaat het gevoel dat de ambtelijke organisatie tegenwerkt, wat contrasteert met positievere ervaringen in andere trajecten zoals de hofjeswoningen. De dorpsraad had behoefte aan een transparantere en planmatigere aanpak, waarbij duidelijk wordt benoemd welke partijen wanneer en op welke manier worden betrokken. De leden ervaren frustratie over het gebrek aan voortvarendheid van de gemeente, aangezien al jaren bekend was dat het gebouw leeg zou komen te staan. De keuze om tijdens de buurtbijeenkomst slechts twee scenario's te presenteren (wel of geen woningbouw) wordt als voorspelbaar kritisch beoordeeld, omdat een buurt volgens de dorpsraad vaak niet voor woningbouw zal zijn. Meerdere scenario's met verschillende typen woningbouw zouden tot een ander gesprek hebben geleid. Ervaring deelnemers22 In totaal vulden 10 mensen die betrokken waren bij de herontwikkeling van De Welp de online vragenlijst in. Zij zijn relatief kritisch op de participatie bij dit plan.

Respondenten geven aan dat het voor hen niet duidelijk was wat er van hen verwacht werd (4 van de 6) en dat achteraf niet duidelijk is gecommuniceerd over wat er zou gebeuren met de bijdrage van inwoners (4 van de 6). In de open antwoorden noemen respondenten dat zij positief zijn over het feit dat de gemeente de betrokkenheid van inwoners vergrootte. Maar, ook blijkt frustratie over de lange doorlooptijd van het project en het gevoel dat plannen al ‘in kannen en kruiken zouden zijn’. Een invuller benoemt het gesprek met een kleinere groep inwoners als prettig. “Het voordeel was wel dat er meer aandacht voor je mening was, en dat kwam de sfeer ten goede.”

22De online vragenlijst was bedoeld voor inwoners die betrokken waren bij het participatietraject rondom De Welp. Het is niet uit te

sluiten dat (individuele) leden van de dorpsraad deze vragenlijst ook hebben ingevuld. Indien dat het geval is, kan dit van invloed zijn geweest op de resultaten.

38.

3. Resultaat en leren van de Hofse aanpak Dit laatste hoofdstuk gaat over de resultaten van de Hofse aanpak voor participatie. Concreet staat beschreven wat participatie in Hof van Twente kenmerkt, in hoeverre doelen worden behaald en hoe wordt geleerd voor een effectievere en efficiëntere participatie. In dit hoofdstuk worden onderstaande deelvragen beantwoord: 1. 8. 9.

Wat verstaat de gemeente Hof van Twente onder inwonerparticipatie en de Hofse aanpak voor participatie? In hoeverre worden de geformuleerde doelen voor participatie ook behaald? Wat kunnen we leren van de participatiepraktijk in de gemeente Hof van Twente?

3.1 De Hofse Aanpak voor participatie Kernbevinding: De Hofse aanpak is niet vastgelegd in beleid, maar komt in gesprekken met medewerkers al snel aan bod. De Hofse aanpak gaat om de houding waarmee de gemeente inwoners tegemoet wil treden. Kenmerken hiervan zijn een open houding en pragmatisme. Dit past bij de cultuur van de gemeenschap waarin veel belang wordt gehecht aan actief en laagdrempelig contact. De kenmerken van de Hofse aanpak zijn ook te herkennen in de vier onderzochte casussen. De Hofse aanpak is krachtig, maar kent ook kwetsbaarheden. Die gaan over duidelijkheid bieden, gestructureerd werken, terugkoppelen en breed inwoners betrekken. De Hofse aanpak wordt vaker in gesprekken genoemd en gaat over de manier waarop de gemeente inwonerparticipatie en breder het contact met inwoners benadert. Wat de Hofse aanpak kenmerkt, is niet vastgelegd in beleid. Op basis van de diverse interviews kan worden gesteld, dat betrokkenen ieder een eigen invulling geven aan het begrip, maar overkoepelend kenmerkt de Hofse aanpak zich door twee aspecten: een open houding en pragmatisme.

3.1.1 De Hofse aanpak volgens medewerkers De Hofse aanpak beschrijft in de eerste plaats de houding waarmee de gemeente inwoners wil betrekken in participatietrajecten. Het uitgangspunt is daarbij dat de gemeente inwoners snel en laagdrempelig betrekt wanneer een inwoner daar behoefte aan heeft. Zodra een inwoner een vraag of zorg heeft, gaan medewerkers zo snel mogelijk met de inwoner om tafel. Voor inwoners is het op deze manier makkelijk om bij de gemeente binnen te stappen en hun mening te geven. De Hofse aanpak vraagt dan ook om een open blik, open staan voor nieuwe ideeën en meedenken met wat inwoners wensen en nodig hebben. In gesprekken wordt aangegeven dat dit goed aansluit op het landelijke karakter van de gemeente, waar ook in de gemeenschappen veel belang wordt gehecht aan actief en laagdrempelig contact met mensen in de directe omgeving. Betrokkenen zien een contrast tussen de Hofse aanpak en participatie in andere delen van het land, waar de mate van invloed een belangrijkere rol speelt. De Hofse aanpak heeft ook een pragmatische kant. Hoewel het persoonlijke contact met inwoners tijd en energie vraagt, merken betrokkenen dat processen hierdoor later soepeler verlopen. Betrokkenen beschrijven ook dat het in de Hofse aanpak belangrijk is om te kijken naar wat er wél kan en niet te strak vanuit beperkingen en kaders te redeneren.

39.

Kortweg is de Hofse aanpak: • Een open gesprek en een open blik. De gemeente Hof van Twente gaat snel in gesprek met inwoners als zij iets willen weten of een initiatief hebben. Een open houding voor reacties en ervaringen van anderen wordt belangrijk gevonden. Het eerste gesprek gaat over ‘wat willen we nu bereiken?’. Om daarna te kijken of dit binnen de regels past. Dit gesprek en nadenken verloopt niet per se gestructureerd. “Boerenverstand” is een belangrijke factor. • Een pragmatische blik zien wij terug op twee manieren. (1) de gemeente denkt pragmatisch mee vanuit mogelijkheden in plaats van regels en beperkingen. Denkend vanuit de wens of vraag; wat is er mogelijk? (2) Participatie wordt ingezet als middel voor het soepelere verloop van processen. • Boerenverstand. Wat we in de casussen terugzien is dat er vaak geen vast stappenplan wordt gevolgd bij het ontwerpen van participatie. Dat past bij het idee van participatie als maatwerk én bij de Hofse aanpak. De aanpak is niet ‘in beton gegoten’ aldus medewerkers, waarbij de stappen uit het participatiebeleid niet automatisch worden toegepast. • Korte lijnen met inwoners en collega’s. De wijkregisseurs zijn de eerste en directe contactpersoon voor inwoners. De lijnen binnen de gemeentelijke organisatie zijn kort.

Dit maakt dat medewerkers snel met elkaar en het college schakelen om te bepalen wat er mogelijk is of om te weten hoe iets geregeld is. • Participatietrajecten kennen vaak een open einde. Doordat aan het einde vaak niet expliciet wordt teruggekoppeld hoe inbreng van deelnemers doorwerkt in uiteindelijke plannen en besluiten. Daarbij worden participatietrajecten vaak niet gestructureerd geëvalueerd binnen het projectteam en met inwoners. Dit punt is hierna verder uitgewerkt. Hierna bespreken wij deze kenmerken gekoppeld aan de gestelde doelen. Op deze manier wordt inzichtelijk op welke manier de Hofse aanpak aansluit bij en helpt om die doelen te realiseren. En ook, welke kwetsbaarheden de Hofse aanpak kent.

3.2 Resultaten en leren van de Hofse aanpak In het participatiebeleid van de gemeente Hof van Twente staan, zoals eerder vermeld, vier doelen omschreven voor participatie: (1) een goede buur zijn – prettig samenleven; (2) betere plannen maken; (3) zorgvuldig besluiten nemen en (4) organiseren van betrokkenheid, waarbij draagvlak de mooiste bijvangst is. In algemene zin kunnen wij niet vaststellen of deze doelen zijn behaald, omdat deze vrij algemeen geformuleerde doelstellingen zich daar minder goed voor lenen. Op basis van het onderzoek en de reflectie op de Hofse aanpak valt hier wel het een en ander over te zeggen. Kort gezegd, wordt een deel van deze doelen ingevuld, maar is er ook winst te behalen.

3.2.1 Goede buur zijn betekent open en prettig contact en duidelijk zijn In navolging van het begrip ‘actief noaberschap’ wil de gemeente Hof van Twente inwoners direct betrekken en informeren over plannen in hun omgeving. Om zo hun wensen mee te kunnen nemen in verdere planvormen of ‘zelfs’ samen te kunnen werken. Dit doel sluit aan bij een van de kenmerken van de Hofse aanpak, namelijk: een open houding om in gesprek te gaan met inwoners, om plannen in hun leefomgeving te delen en hun wensen, meningen of zorgen te leren kennen. Uit de online vragenlijst blijkt dat deze open en betrokken houding aansluit bij de redenen voor inwoners om betrokken te zijn. In totaal vulden 144 inwoners de vragenlijst over inwonerparticipatie in. 41% (59 respondenten) van hen geeft aan weleens betrokken te zijn geweest bij een project of plan in de gemeente. Als reden waarom respondenten betrokken zijn, noemen zij dat het project of plan

40.

invloed had op henzelf of op hun omgeving (39 van de 59), dat zij het belangrijk vinden om betrokken te zijn (34 van de 59) of dat zij betrokken waren om op te komen voor belangen van buurt(bewoners) (28 van de 59). Respondenten die niet eerder betrokken waren, noemen hiervoor het vaakst als reden dat zij niet wisten van de mogelijkheden om betrokken te zijn (47 van de 75) en/of dat er niet geluisterd wordt naar inwoners (24 van de 75). Wat ook opvalt in deze vragenlijst is dat verschillende respondenten punten noemen om inwoners beter te betrekken die juist gaan over die open houding. Namelijk: 1. Beter en meer open communiceren. Dit wordt genoemd in een aantal open antwoorden. Daarbij komt dit ook terug in een aantal stellingen. Respondenten noemen dat het hen vooraf niet duidelijk was wat er nog aan het plan of project veranderd kan worden (21 van de 41 respondenten) en dat achteraf niet duidelijk gecommuniceerd wordt over wat er gebeurt met de bijdrage van inwoners (23 van de 41 respondenten). Een enkele invuller spreekt van een afwachtende houding van de gemeente. Zij spreken de wens uit voor meer enthousiasme om het perspectief van inwoners te leren kennen. 2. Vroegtijdig betrekken van inwoners. Daarbij wordt gedoeld op het eerder betrekken voordat er een plan is opgesteld.

In open antwoorden noemt een aantal respondenten dat plannen al rond waren of dat respondenten dit gevoel hadden. Hieruit blijkt ook een valkuil van de Hofse aanpak. De voornaamste uitdaging die betrokkenen bij de Hofse aanpak ervaren is het verwachtingsmanagement en het bieden van duidelijkheid. In een open gesprek wordt het soms moeilijk gevonden om duidelijkheid te bieden. Hierdoor kunnen misverstanden ontstaan over de status van een project en de ruimte voor verandering. Dit komt ter sprake in een reflectiesessie met medewerkers en blijkt ook uit de reacties op de online vragenlijst, waarin blijkt dat niet voor alle respondenten duidelijk is hoe zij betrokken kunnen zijn. 38% geeft aan dat dit niet duidelijk is tegenover 35% voor wie dit duidelijk is. Ook zijn respondenten, die wel eens geparticipeerd hebben, verdeeld over de stellingen: • Of de uitleg over het plan of project duidelijk was (14 oneens; 18 eens van de 41 respondenten) • Of duidelijk was wat er van deelnemers werd verwacht (15 oneens; 18 eens van de 41 respondenten) • Of het duidelijk was wat er aan het project veranderd kon worden (21 oneens; 13 eens van de 41 respondenten) In het casusonderzoek naar de participatiepraktijk zien we dit ook terug. We zien dat de gemeente in alle casussen open het gesprek startte met inwoners. Vaak werden inwoners ook vroeg in het proces betrokken (bij 3 van de 4 casussen).

In sommige casussen werd dit open gesprek ook erg gewaardeerd en soms zelfs als succesfactor benoemd (bij het Plein onder de Platanen). Toch werkte het open gesprek niet altijd goed, omdat concrete kaders of ontbraken, of niet duidelijk gecommuniceerd werden, passend bij de context. Bij het inwonersinitiatief van het Plein onder de Platanen was heel duidelijk sprake van een open gesprek bij de start en dit wordt daar ook als succesfactor genoemd. De initiatiefnemer zocht snel contact met de gemeente en het gesprek bij de start was open vanuit mogelijkheden en wensen. Door de voorgeschiedenis was voor initiatiefnemers op voorhand al duidelijk dat niet alles kon. Bij de casussen Goor op Stoom en beleidsplan Armoede en Schulden nam de gemeente zelf het initiatief om inwoners te betrekken. Zij gingen ook hier met een open houding het gesprek aan met inwoners. Daarbij was veel aandacht voor de doelgroepen om daar met vraagstelling en werkvormen goed bij aan te sluiten. Voor deze casussen was het participatieplan concreet uitgewerkt in samenwerking met een externe partij die ook de sessies begeleidde. Toch bleef voor een aantal deelnemers onduidelijk welke ruimte er was voor hun invloed. Een aantal deelnemers vraagt zich daarom af welke invloed de

41.

denktank nu eigenlijk had. Bij de casus herontwikkeling De Welp was het gesprek wat meer ingekaderd aan de hand van twee opties. Over die opties werd open het gesprek gevoerd en alle omwonenden werden gevraagd naar hun reactie. Toch zijn betrokken medewerkers en inwoners kritisch over het participatieproces. De dorpsraad had een actieve rol gespeeld voorafgaand aan de bijeenkomst en was nu niet uitgenodigd. Ook leverden de gepresenteerde opties kritiek op, omdat deze niet zouden aansluiten bij de opties die eerder verkend waren en het gesprek dat hierover gevoerd werd. Dit bemoeilijkte het open gesprek over de opties en met een grote groep omwonenden.

3.2.2 Bijdrage participatie aan betere plannen? In het Hofse beleid staat genoemd dat participatie kan leiden tot betere plannen door de belangen, kansen en zorgen van belanghebbenden op te halen en daarmee de gehanteerde aanpak of opzet te verbeteren. Of participatie op deze manier ook daadwerkelijk bijdraagt aan de ontwikkeling en uitvoering van projecten, is op basis van dit onderzoek in algemene zin niet duidelijk geworden om drie redenen: 1. De monitoring zoals die is opgenomen in de verordening, wordt in de praktijk niet toegepast. De voorgenomen evaluatie van de verordening heeft (nog) niet plaatsgevonden, waarmee de doeltreffendheid en de effecten van de verordening nu niet inzichtelijk zijn. Ook is tijdens dit onderzoek niet gebleken dat het college structureel gegevens verzamelt over het aantal doorlopen trajecten, het doel van de trajecten, de aandachtspunten die deze trajecten opleverden en voorstellen tot verbetering, zoals bedoeld in de verordening. 2. Participatietrajecten worden vaak niet expliciet geëvalueerd binnen het projectteam, en ook niet met deelnemers. Hierdoor worden er geen aandachts- of verbeterpunten opgehaald, die mogelijkheid bieden om verbetering aan te brengen in de plannen voor dan wel uitvoering van toekomstige trajecten en projecten. 3. Na een participatietraject volgt niet altijd een duidelijke terugkoppeling.

Hierdoor blijft voor deelnemers onduidelijk wat de gemeente heeft opgehaald en hoe dit doorwerkt in uiteindelijke plannen en besluiten. Dit doet geen recht aan de ambities van de Hofse aanpak. Uit de online vragenlijst blijkt dat het merendeel van de respondenten die wel eens deelnamen aan participatietrajecten (59) positief is over de ruimte die er is voor deelnemers om hun eigen mening te geven (29 van de 59) en de manier waarop respondenten betrokken waren (29 van de 59). Daarover gesproken: het merendeel nam deel aan een groepsgesprek of bewonersbijeenkomst (43) of reageerde zelf op een plan (24). In het casusonderzoek zien we wel dat de plannen of projecten soms zijn aangepast met inbreng van inwoners. Bijvoorbeeld het beleidsplan Armoede en Schulden. Een aantal suggesties van deelnemers is letterlijk overgenomen en gerealiseerd. Zoals kringloopvouchers en een fietsregeling. Ook het Plein onder de Platanen is vergroend op initiatief van en samen met inwoners. Bij de casus De Welp dacht uiteindelijk een kleine groep inwoners mee in een werkgroep over de uitwerking van opties. Toch is hier ook kritiek op de doorwerking. Deelnemers noemen dat voor hen niet duidelijk is hoe inbreng is verwerkt en vermoeden soms dat het plan al ‘in kannen en kruiken’ was.

Deelnemers aan de werkgroep noemen juist dat die deelname in een kleinere groep prettig is, omdat er meer ruimte is voor hun mening. Het roept daarmee wel vragen op hoe de gemeente Hof van Twente een brede groep inwoners op de hoogte houdt; ook die inwoners die wat meer op afstand staan. Bij Goor op Stoom is een aantal deelnemers kritisch op de afronding van de eerste fase. Zij noemen dat die afronding er eigenlijk niet was, waardoor het voor hen onduidelijk is hoe de inbreng doorwerkt en hoe de tweede fase zich verhoudt tot de eerste.

42.

3.2.3 Zorgvuldige besluiten inzichtelijk maken Het gebrek aan terugkoppeling betekent ook iets voor de zorgvuldige belangenafweging die uiteindelijk leidt tot besluiten. Voor deelnemers is niet altijd duidelijk of en hoe hun inbreng doorwerkt. Dat roept de vraag op of de gemeente alle belangen zorgvuldig heeft afgewogen en om welke redenen zij tot haar besluit komt. In dit onderzoek doen wij geen uitspraak over de mate waarin besluiten zorgvuldig zijn, maar wel zien we dat de belangenafwegingen die ten grondslag liggen aan een besluit niet altijd inzichtelijk zijn. Draagvlak is niet het uitgangspunt van participatie. Het kan dus dat inwoners het oneens blijven met een plan of besluit. Wel is juist die terugkoppeling dan belangrijk om te laten zien hoe de inbreng wel doorwerkt en waarom andere inbreng niet wordt overgenomen. Dit is een manier om de inbreng en tijd die deelnemers investeren te waarderen. Respondenten van de online vragenlijst verschillen van mening over de stellingen of de gemeente hun mening serieus neemt. 26 van de 59 respondenten vinden van niet, 24 respondenten vinden van wel. Ook vinden 23 van de 41 respondenten dat de gemeente niet duidelijk communiceerde over wat er zou gebeuren met de bijdrage van inwoners (11 respondenten vonden van wel). In de open antwoorden noemt een enkele invuller dat de gemeente inwoners serieus moet nemen.

Dat gaat voor hen over eerlijk zijn en afspraken nakomen. Maar ook over de omgang met tegenstanders om hun mening niet te bagatelliseren. Een ander risico van de stap voor stap open benadering die de Hofse aanpak kenmerkt, is willekeur. Hoewel de insteek natuurlijk positief is, kan dit ook betekenen dat de mogelijkheden die er zijn ook afhangen van personen. Zeker als die mogelijkheden niet op een gestructureerde manier verkend worden.

3.2.4 Betrokkenheid organiseren Bij participatietrajecten lukt het niet altijd om een brede groep inwoners te betrekken. Bijvoorbeeld over Goor op Stoom wordt genoemd dat aan de denktank inwoners deelnamen die ook op andere manieren betrokken waren. Het was een uitdaging om bijvoorbeeld jongeren te betrekken. Respondenten van de online vragenlijst die niet eerder betrokken waren, noemen hiervoor het vaakst als reden dat zij niet wisten van de mogelijkheden om betrokken te zijn (47 van de 75) en/of dat er niet geluisterd wordt naar inwoners (24 van de 75). Dat wekt de indruk dat de gemeente moeite heeft om mensen te betrekken die niet al regelmatig van zich laten horen. In het casusonderzoek zien wij dat dat bij twee casussen heel goed lukt: bij het inwonersinitiatief op het Plein onder de Platanen was een brede groep inwoners betrokken inclusief de jeugdsoos. Bij het beleidsplan Armoede en Schulden was op voorhand veel aandacht voor het betrekken van ervaringsdeskundigen. Deze doelgroep kon bij deze casus direct aangeschreven worden. Hoe die uitnodiging onder de aandacht te brengen en welke participatievormen passend zijn bij de doelgroep, was expliciet onderdeel van het participatieplan. Medewerkers noemen dat het soms voelde als pionieren, omdat het om andere methoden vroeg dan anders. Maar, het is uiteindelijk wel gelukt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4181/documents/59458