Raadsvoorstel verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp
Datum collegebesluit
Verordening maatschappelijke ondersteuning 2023 en Verordening Jeugdhulp 2023 i.v.m. verhoging tarief Persoonsgebonden budget voor niet-professionals 10 januari 2023
Zaaknummer
382119
Portefeuillehouder
J. Rohaan-Vlijm
Medewerker
Groot, de R. (René)
Doel Vaststellen van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2023 en de Verordening Jeugdhulp 2023 Voorstel 1. De verordeningen Maatschappelijke ondersteuning Hof van Twente 2023 en Jeugdhulp Hof van Twente 2023 vaststellen. Argumenten 1.1. Op grond van de Wmo 2015 (artikel 2.1.3 lid 2 onder b) en de Jeugdwet (artikel 2.9 onder b stelt de gemeenteraad bij Verordening regels vast over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget (hierna: pgb)wordt vastgesteld. Hiermee heeft de wetgever beoogd de vaststelling van de hoogte van het Pgb over te laten aan de gemeenteraad. In de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 zijn bepalingen over de hoogte van de Pgb's opgenomen in artikel 11.4. In de verordening Jeugdhulp gemeente Hof van Twente zijn vergelijkbare bepalingen opgenomen in artikel 12. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen Pgb's voor professionele hulp en niet professionele hulp. Een Pgb voor professionele hulp wordt verstrekt wanneer de hulp of ondersteuning door de budgethouder bij een instelling van jeugdhulp of ondersteuning wordt ingekocht die aan onze kwaliteitseisen voldoet. Een PGB voor niet-professionele hulp is van toepassing bij informele hulp, alle hulp of ondersteuning die informeel, door niet-professionele personen wordt geboden. 1.2.
Voor Pgb's die worden verstrekt voor professionele hulp of ondersteuning is geen wijziging noodzakelijk. Deze Pgb's zijn afgeleid van de tarieven voor professionele gecontracteerde jeugdhulp en Wmo ondersteuning en uitgedrukt in een percentage daarvan. Hiermee is automatisch geborgd dat de hoogte van deze Pgb's mee ontwikkelt met de stijging van lonen en prijzen. 1.3 Het is niet wenselijk dat bij een aanpassing van de tarieven voor niet professionele Pgb's telkens de verordening aangepast moet worden. In het verleden was er discussie over de vraag wat mag de Gemeenteraad aan het College overlaten en wat moet de gemeenteraad zelf besluiten (de zogenaamde essentialia-discussie). Om hierin geen risico te lopen is er voor gekozen de bedragen voor niet professionele pgb's concreet in de verordening te noemen. Wanneer deze bedragen (jaarlijks) aangepast moeten worden dan is dit bewerkelijk.
1.4 Op basis van voortschrijdend inzicht stellen wij een andere werkwijze voor: in de verordeningen geen bedragen meer opnemen maar vastleggen op welke manier deze bedragen berekend worden. Hiermee blijft de Raad bevoegd om de hoogte van de Pgb's vast te stellen maar hoeft dit niet bij elke wijziging aan de Raad te worden voorgelegd. In feite hanteren we dan dezelfde gedragslijn als bij professionele Pgb's. De Raad stelt in de verordening de spelregels vast en het college geeft hieraan jaarlijks uitvoering. 1.5 Wij stellen Pgb tarieven voor die recht doen aan de inspanningen die een niet professional levert. In onze gemeente is dit de afgelopen jaren ook altijd de gedragslijn geweest. In de Wmo-verordening werd voor de meest voorkomende Pgb constructie namelijk die voor huishoudelijke ondersteuning, aansluiting gezocht bij de opvattingen van Alphatrots, de belangenvereniging voor alfahulpen. In 2019 werd een tarief van € 14,50 als een redelijke vergoeding voor de alfahulp benoemd. Dit tarief is vervolgens voor alle nietprofessionele hulp en ondersteuning vastgesteld. Dit tarief lag ook ruim boven het wettelijk minimumloon. We deden hiermee recht aan een fatsoenlijke betaling van hulpverleners uit het sociaal netwerk die via een pgb constructie werken en hiermee is het alternatief pgb voor de inwoner/cliënt ook echt een reëel alternatief.
Per 1 januari 2023 is het wettelijk minimumloon fors verhoogd (10%) hetgeen noodzaakt tot aanpassing van het Pgb. 1.6 Wij stellen voor het Pgb voor niet professionele hulp en ondersteuning Wmo en Jeugdhulp vast te stellen op 110% van het wettelijk minimumloon. We gaan uit van het minimumloon, inclusief vakantiegeld en vakantie-uren zoals dat geldt bij een 36-urige werkweek voor een persoon van 21 jaar en ouder. In de Verordeningen wordt het tarief van € 14,50 dus vervangen door deze omschrijving. Dit betreft een all-in tarief, waaruit alle kosten van de dienstbetrekking betaald moeten worden. Voor 2023 betekent dit concreet een tarief van € 15,95 per uur. Het niet-professionele tarief mag ook gelden als hulp of ondersteuning wordt betrokken van een persoon uit het sociale netwerk van de budgethouder, ook als die hulpverlener voldoet aan ongeacht de eventuele professionele kwalificaties van die persoon. Dit leggen we nu ook expliciet in de nieuwe verordening vast. 1.7 Wij stellen voor het Pgb voor dagbesteding en verblijf Wmo en Jeugdhulp vast te stellen op 50% van de tarieven voor vergelijkbare voorzieningen in natura. Informele, niet-professionele jeugdhulp en ondersteuning kan ook worden geboden als het gaat om dagbesteding (Ondersteuning maatschappelijke deelname) en verblijf. De huidige tarieven zijn daarvoor nu € 20,- per dagdeel respectievelijk € 30,- per etmaal.
Bij deze vormen van hulp en ondersteuning is geen sprake van een dienstbetrekking. Er is ook geen rechtstreeks verband met het minimumloon. Er is sprake van een opdracht in plaats van een dienstbetrekking. De hoogte van het Pgb baseren we in deze situaties op 50% van de vergelijkbare voorziening in natura. We zien in de regio dat andere gemeenten ook een percentage van 50 hanteren. Als wij dit ook doen, komen we uit boven de huidige tarieven. We bieden dan een reëel Pgb tarief en dus een reële keuzemogelijkheid zonder dat we aanbieders tekort doen. Voor de kosten van vervoer van en naar de dagbestedings- of verblijfslocatie sluiten wij aan bij de kostprijs van de vergelijkbare voorziening in natura omdat de vervoerskosten niet wezenlijk anders zijn bij formele en informele hulp. 1.8 Vanwege de wijziging in de Algemene Voorziening Wasverzorging (AV WAS) stellen wij voor om voor de gebruikers zonder een Wmo indicatie een eigen bijdrage van € 7,50 per waszak voor de kosten van transport in te voeren. Wij hadden de AV Was ondergebracht bij stichting De Washand. Omdat deze stichting stopte met de werkzaamheden hebben wij een alternatief gezocht en gevonden, een wassalon in Hengelo. Voor de gebruikers met een Wmo indicatie verandert er in 2023 in financiële zin niets.
Zij blijven de eigen bijdrage per waszak van € 4,50 betalen voor het totaal van de kosten van wassen en transport (halen en brengen van de waszak).
De AV Was is een algemene voorziening. Dit betekent dat elke inwoner hiervan gebruik moet kunnen maken. Inwoners die voor de was-service kiezen vanuit gemaksoverwegingen betalen het commerciële tarief. Omdat onze nieuwe samenwerkingspartner alleen de was verzorgt en niet het transport hebben wij dit zelf geregeld met vrijwilligers en cliënten die in het kader van een re-integratie-traject werkervaring opdoen. Wij vinden het reëel dat in deze situaties ook een vergoeding betaald wordt voor het transport. Het bedrag van € 7,50 is arbitrair maar ligt beneden de kostprijs (wettelijk vereiste). Overigens maakt op het moment van schrijven van dit voorstel slechts één inwoner zonder Wmo indicatie gebruik van de algemene voorziening. We stellen verder voor om deze bedragen (de € 4,50 per waszak voor gebruikers met een Wmo indicatie en de € 7,50 voor het transport voor gebruikers zonder indicatie) per 1 januari 2024 en vervolgens jaarlijks te indexeren met de prijsindex CPI Huishoudens van het CBS. Dit leggen wij jaarlijks vast in het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning. Dus in 2023 is het tarief voor de gebruikers met een Wmo indicatie nog € 4,50 per waszak. Gebruikers zonder indicatie betalen in 2023 de commerciële prijs voor het wassen en € 7,50 voor transport. Per 1 januari 2024 worden deze tarieven elk jaar iets verhoogd.
1.9 We maken van de gelegenheid gebruik om Artikel 15.2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Hof van Twente 2019 over inspraak aan te passen aan de actuele situatie. In dit artikel wordt voor wat betreft inspraak en medezeggenschap (een verplicht onderdeel van de verordening op grond van de Wmo 2015) nog verwezen naar de inmiddels ingetrokken Verordening Participatie Sociaal Domein 2016. Er is een correcte verwijzing opgenomen naar het nieuwe participatiebeleid zoals vastgesteld door de gemeenteraad. Verder zijn een aantal tekstuele verbeteringen/verduidelijkingen aangebracht. Alle aanpassingen in de verordeningen en de toelichtingen daarop zijn in het rood weergegeven. Risico’s Dit voorstel kent geen specifieke risico's. Alternatieven Het alternatief voor dit voorstel is om niet de voorgestelde aanpassingen door te voeren en de concrete Pgb bedragen in de verordening te blijven opnemen. Een alternatief is ook om de voorgestelde aanpassingen anders te formuleren en daarmee de hoogte van de Pgb's anders vast te stellen. Vervolg Na vaststelling van de gewijzigde verordeningen gaan de nieuwe Pgb tarieven in met terugwerkende kracht per 1-1-2023. Vervolgens vind jaarlijks een aanpassing van de tarieven plaats zoals ook gebeurt bij de tarieven voor professionele pgb's. De verordening Jeugdhulp zal in de loop van 2023 nogmaals gewijzigd aan de Raad worden voorgelegd.
Deze wijzigingen hebben betrekking op aanpassingen in de processen.
Burgemeester en wethouders van Hof van Twente, de secretaris, de burgemeester,
drs. D. Lacroix Bijlage(n) -
drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM