Raadsvoorstel - 523129 - De afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Wet inburgering 2021.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Datum collegebesluit
Afstemmingsverordening PW, IOAW, IOAZ en Wet Inburgering 2021 9 april 2024
Zaaknummer
523129
Portefeuillehouder
E. Scheperman
Medewerker
Kok, Y. (Yvonne)
Doel De afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Wet inburgering 2021 vaststellen. Voorstel 1. De afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Wet inburgering 2021 vaststellen. Argumenten De nieuwe afstemmingsverordening regelt de handhaving voor die gevallen waar sprake is van samenloop van de Wet inburgering 2021 met de Participatiewet. De nieuwe afstemmingsverordening is besproken met de consulenten sociaal domein. Het doel is een werkbare verordening waarin vastligt wanneer en op welke wijze de bijstandsuitkering verlaagd kan worden als een bijstandsgerechtigde niet voldoet aan de wet of de door het college opgelegde verplichtingen. 1.1 Samenloop van inburgeringsboete en Pw-maatregel. In artikel 18 van de afstemmingsverordening is de samenloop van gedragingen uitgewerkt die onder de Participatiewet een maatregel opleveren en die onder de Wet inburgering 2021 een boete opleveren.
Wanneer een inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP), waarin de nadruk ligt op vergroten van de taalbeheersing, bevorderen van participatie, verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt en overige afspraken en verplichtingen in het PIP, vindt bij voorkeur verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 van de Participatiewet en deze verordening. Het college legt dan geen bestuurlijke boete op wegens het niet nakomen van een PIPverplichting. Wanneer een inburgeringsplichtige geen bijstandsuitkering ontvangt op grond van de Participatiewet en niet meewerkt aan de brede intake of zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het PIP wordt door het college een bestuurlijke boete opgelegd. Als voor dezelfde gedraging een boete op grond van de Wet inburgering 2021 kan worden opgelegd of de bijstand op grond van artikel 18 of 18b Participatiewet kan worden verlaagd, wordt de bijstand verlaagd. Artikel 18 afstemmingsverordening en artikel 14 van de beleidsregels Wet Inburgering is op één lijn. De afstemmingsverordening is hoger in rang dan de beleidsregels. Artikel 14 is wel in de beleidsregels opgenomen, omdat de beleidsregels eerder dan de afstemmingsverordening worden gepubliceerd.
De reden daarvoor is gelegen in de rechtsgelijkheid van inburgeringsplichtigen. Artikel 27 Wet inburgering 2021 verhindert op zichzelf namelijk niet dat er in de praktijk diverse situaties kunnen ontstaan die tot rechtsongelijkheid leiden: De ene inburgeringsplichtige met een bijstandsuitkering krijgt een boete op grond van de Wet inburgering 2021; Een andere inburgeringsplichtige met een bijstandsuitkering krijgt een verlaging op grond van de Participatiewet; Weer een andere inburgeringsplichtige met een bijstandsuitkering krijgt eerst een boete op grond van de Wet inburgering 2021 en daarna zelfs een verlaging op grond van de Participatiewet (al zijn er wel redenen waarom er na een inburgeringsboete soms geen maatregel meer zal volgen: het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 3:4 lid 2 Awb; het afstemmingsbeginsel als bedoeld in artikel 18b lid 7 Participatiewet). Dat deze drie situaties in de praktijk kunnen voorkomen, is uit oogpunt van rechtsgelijkheid van inburgeringsplichtigen niet wenselijk. Risico’s Niet van toepassing. Alternatieven Zoals beschreven bij overwegingen over de rechtsgelijkheid. Vervolg De gemeenteraad dient de verordening vast te stellen. Dan zal de verordening in de landelijke voorziening worden opgenomen en bekendgemaakt en kan deze na bekendmaking in werking treden.
Burgemeester en wethouders van Hof van Twente, de secretaris, de burgemeester,
drs. D. Lacroix
Bijlage(n) -
drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM