PowerPoint presentatie inspreker.pdf
Tekst van het document
Namens: Stichting duurzame en leefbare driehoek Hengelo, Delden, Borne
Uw verteller: [naam inspreker]
Opbrengst afspraak tot 2030
Artikel 4.108c bestaat (nu) niet, en is nog open voor bezwaar en beroep
Haast, haast, haast: kaartje stemt niet overeen met tekst Waar is Haaksbergen ?
Drijfzand - Opbrengst afspraak
Haaksbergen (100GWh) worstelt met geluid en 280m
Hengelo (Zaaknummer 3741183: uitstelgedrag)
Hof van Twente (40GWH)
Nog los van: • Vliegveld Twente vliegveiligheid ontheffing ( > ca. 90m ) • Vliegveld Twente radardekking ontheffing ( 90 IWT’s! ) • en de …..110kV leiding
Borne
https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0164.BP0153-0201/t_NL.IMRO.0164.BP0153-0201.html 5.4.3 Externe veiligheid Op basis van de website www.risicokaart.nl zijn de bestaande risicobronnen geraadpleegd. In afbeelding 4.6 zijn deze bronnen zichtbaar. De ondergrondse 110kV kabelverbinding kruist een aardgasleiding (NEN 3650-leiding). Dit betreft de volgende aardgasleiding: •Naam N-528-70, diameter 159 mm, wanddikte 5 mm, maximale werkdruk 40 bar. De aardgasleiding is met een rode stippellijn in figuur 4.4 weergegeven. Daarnaast kruist de ondergrondse 110kV kabelverbinding het spoortraject Almelo-Enschede waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor wordt een incident met gevolgen voor de bodem niet als realistisch scenario beschouwd. Er zijn vanuit dit aspect geen risico's voor de ondergrondse 110kV kabelverbinding
Bij de keuze voor de ligging van de ondergrondse 110kV kabelverbinding is rekening gehouden met de veiligheidsafstanden uit het Handboek Risicozonering Windturbines. Aan de veiligheidsafstand van minimaal 245 meter wordt voldaan. De aanwezigheid van de aardgasleiding brengt risico's met zich mee. In paragraaf 5.6 wordt hier verder op ingegaan.
Afbeelding 5.4: Uitsnede risicokaart
Woolde Afstand cirkels 200m tiphoogte Onderlinge afstand 620m Blauw vlak = B&vRijn locaties
Risicozonering[1] [RVO 2014] Dit Handboek neemt zowel bovengrondse als ondergrondse hoogspanningsinfrastructuur op. De reden hiervoor is dat het bezwijken van deze infrastructuur tot grote maatschappelijke ontwrichting kan leiden. Hoogspannings -infrastructuur (ondergronds en bovengronds),Hoogste waarde van: Maximale werpafstand bij nominaal toerental Ashoogte + ½ rotordiameter [1] https://www.rvo.nl/sites/default/files/2014/09/Handboek%20Risicozonering%20Windturbines%20versie%20september%202014.pdf
Woolde Afstand cirkels 200m tiphoogte geprojecteerd over 110kV lijn (Trace vlgns TenneT detail)
Risicozonering[1] [RVO 2014] Dit Handboek neemt zowel bovengrondse als ondergrondse hoogspanningsinfrastructuur op. De reden hiervoor is dat het bezwijken van deze infrastructuur tot grote maatschappelijke ontwrichting kan leiden. Hoogspannings -infrastructuur (ondergronds en bovengronds),Hoogste waarde van: Maximale werpafstand bij nominaal toerental Ashoogte + ½ rotordiameter [1] https://www.rvo.nl/sites/default/files/2014/09/Handboek%20Risicozonering%20Windturbines%20versie%20september%202014.pdf
Woolde Afstand cirkels 200m tiphoogte geprojecteerd over 110kV lijn (zwart is boren)
Gedoogbeschikking
WT1a
WT1b
WT2
Rechthebbende is van mening dat TenneT een ommezwaai in het proces heeft gemaakt door niet meer akkoord te gaan met de plaatsing van windturbines. Tennet blijft bij haar mening dat de plaatsing van de windturbines in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding een te groot risico oplevert.
Wind voor Buren Tiphoogte: minimaal 170m en maximaal 231m
Afstand cirkels 170m tiphoogte geprojecteerd over 110kV lijn Risicozonering[1] [RVO 2014] Dit Handboek neemt zowel bovengrondse als ondergrondse hoogspanningsinfrastructuur op. De reden hiervoor is dat het bezwijken van deze infrastructuur tot grote maatschappelijke ontwrichting kan leiden. Hoogspannings -infrastructuur (ondergronds en bovengronds),Hoogste waarde van: Maximale werpafstand bij nominaal toerental Ashoogte + ½ rotordiameter [1] https://www.rvo.nl/sites/default/files/2014/09/Handboek%20Risicozonering%20Windturbines%20versie%20september%202014.pdf
Op 6 maart 2024 heeft TenneT mij per e-mail geïnfomeerd over het voornemen van rechthebbende 2 om alsnog over te gaan tot ondertekening van de zakelijk recht overeenkomst met TenneT. (vanwege meewerkvergoeding ?)
Wind”park” Spui De initiatiefnemer heeft zijn huis moeten isoleren tegen het lawaai. - bouwt nachtrust binnen een schil - had daar blijkbaar geld voor
Bijlage: Achtergrond informatie Opbrengst afspraak tot 2030
Vollast uren is het effectieve deel van 8766uur = jaar
Opbrengst ongemotiveerd (bron: provincie Ov)
Opbrengst = Vermogen x Vollasturen
Opbrengst afspraken (Provincie noemt het programmerings afspraken) Vollast uren (effectief deel van 8766uur=jaar): Opbrengst=vollast*8MW@280m en vollast*4,2MW@200m
• Provincie: ongemotiveerd, rekent met 3750hr en 3095hr; • SDE++: op basis van windsnelheden, tussen 2944hr en 2539hr; • CBS [1 ]: historische produktie uren per provincie 2021, 2022, tussen 1947hr en 2118hr; Volgens CBS zijn ca. 50% meer IWT’s nodig dan de provincie doet voorkomen. [1] CBS data: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70960ned/table?fromstatweb
Voor 180GWh/j : zie b.v. ATT
SDE++
Risicozonering[1] [RVO 2014] Dit Handboek neemt zowel bovengrondse als ondergrondse hoogspanningsinfrastructuur op. De reden hiervoor is dat het bezwijken van deze infrastructuur tot grote maatschappelijke ontwrichting kan leiden. Hoogspannings -infrastructuur (ondergronds en bovengronds),Hoogste waarde van: Maximale werpafstand bij nominaal toerental Ashoogte + ½ rotordiameter [1] https://www.rvo.nl/sites/default/files/2014/09/Handboek%20Risicozonering%20Windturbines%20versie%20september%202014.pdf
https://www.rvo.nl/sites/default/files/2023-04/230317_Ruimtelijk%20effect%20afstandsnormering%20windenergie_def.pdf Potentieberekening: • De turbines worden geplaatst op basis van een maximale vulling van de beschikbare ruimte, waarbij uitgegaan is van een minimale onderlinge afstand van 4x de rotordiameter. • Op basis van het vermogen van de turbine (5 MW-8 MW) en de windsnelheid met bijbehorende aantal vollasturen in het gebied 7 kan de potentie worden bepaald. • Een deel van de mogelijk plaatsbare windturbines in dit onderzoek staat in open (zoet) water, een deel op land. In de aanpak van het rekenmodel wordt voor wind op land rekening gehouden met regeneratie van wind en onderlinge beïnvloeding van turbines. Hiervoor houden wij een correctiefactor van -50% aan op het aantal plaatsbare turbines. Omdat dit effect minder groot is op meren is bij grote meren geen correctiefactor toegepast.
7 https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2022-eindadvies-sde-plus-plus-2022-4403.pdf