CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan Kloetenweg 5, Ambt Delden.pdf

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 10: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan herziening Kloetenweg 5 Ambt Delden19.208 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

80 20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5

0,7

100

Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

S 15 15 65 5 0,4 50 0,05 15

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

µg/l

50

600

PAK Naftaleen

µg/l

0,01

70

Projectcode: 2022-016

S Diep 2,1 1,3 24 3,6 0,06 200 0,01 1,7

Indicatief

I 75 75 800 300 6 625 0,3 75

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2022-016 Timmerman Kloetenweg 5 Ambt-Delden

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V220300176 versie 1 28-02-2022 01-03-2022 08-03-2022 1 van 2

Naam MM1 Datum monstername 28-02-2022 Monstersoort Grond Datum analyse 07-03-2022 Monstername door Opdrachtgever Barcode Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1 2 3 4

Boornaam 16-16a-1 17-17a-1 2-2a-1 3-3a-1

Begin diepte 30 30 30 30

Resultaten Parameter

Concentratie

95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen

Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest

Eind diepte 50 50 50 50

Barcode AM14394679 AM14394679 AM14394679 AM14394679

Eenheid

Gemeten 83,8 14,8 12,4 n.a. n.a. n.a.

Gewogen

n.a. n.a. n.a.

-

-

1,4 -

1,4 -

% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

-

-

1,4 1,4 -

1,4 1,4 -

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<2 <2 <2

n.a. n.a. n.a.

-

-

1,4 1,4

1,4 1,4

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

n.a. = niet aantoonbaar Gewogen concentratie asbest : totaal asbest serpentijn + 10*totaal asbest amfibool (mg/kg.ds). Dit monster is droog gezeefd. Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.

Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat geen asbest.

Hoofdanalist laboratorium Mw. ing. E. Kingma

Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%) NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.

Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2022-016 Timmerman Kloetenweg 5 Ambt-Delden Fractie > 20 mm 0 100

Fractie 8 - 20 mm 228 100

Fractie 4 - 8 mm 101 100

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

Fractie 2 - 4 mm 95 100

Fractie 1 - 2 mm 229 20

V220300176 versie 1 28-02-2022 01-03-2022 08-03-2022 2 van 2

Fractie 0,5 - 1 mm 1166 5

Fractie < 0,5 mm 10584

Fractie Totaal 12403

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2022-016 Timmerman Kloetenweg 5 Ambt-Delden

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V220300177 versie 1 28-02-2022 01-03-2022 08-03-2022 1 van 2

Naam MM2 Datum monstername 28-02-2022 Monstersoort Grond Datum analyse 07-03-2022 Monstername door Opdrachtgever Barcode Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1 2 3 4

Boornaam 4-4a-1 5-5a-1 8-8a-1 9-9a-1

Begin diepte 0 0 0 0

Resultaten Parameter

Concentratie

95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen

Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest

Eind diepte 50 50 50 50

Barcode AM14394680 AM14394680 AM14394680 AM14394680

Eenheid

Gemeten 86,5 15,1 13,0 n.a. n.a. n.a.

Gewogen

n.a. n.a. n.a.

-

-

1,3 -

1,3 -

% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

-

-

1,3 1,3 -

1,3 1,3 -

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<2 <2 <2

n.a. n.a. n.a.

-

-

1,3 1,3

1,3 1,3

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

n.a. = niet aantoonbaar Gewogen concentratie asbest : totaal asbest serpentijn + 10*totaal asbest amfibool (mg/kg.ds). Dit monster is droog gezeefd. Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.

Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat geen asbest.

Hoofdanalist laboratorium Mw. ing. E. Kingma

Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%) NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.

Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2022-016 Timmerman Kloetenweg 5 Ambt-Delden Fractie > 20 mm 0 100

Fractie 8 - 20 mm 11 100

Fractie 4 - 8 mm 41 100

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

Fractie 2 - 4 mm 60 100

Fractie 1 - 2 mm 236 20

V220300177 versie 1 28-02-2022 01-03-2022 08-03-2022 2 van 2

Fractie 0,5 - 1 mm 886 5

Fractie < 0,5 mm 11814

Fractie Totaal 13048

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2022-016 Timmerman Kloetenweg 5 Ambt-Delden

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V220300178 versie 1 28-02-2022 01-03-2022 08-03-2022 1 van 2

Naam MM3 Datum monstername 28-02-2022 Monstersoort Grond Datum analyse 07-03-2022 Monstername door Opdrachtgever Barcode Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1 2 3 4

Boornaam 11-11a-1 14-14a-1 15-15a-1 18-18a-1

Begin diepte 0 0 0 0

Resultaten Parameter

Concentratie

95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen

Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest

Eind diepte 50 50 50 50

Barcode AM14394681 AM14394681 AM14394681 AM14394681

Eenheid

Gemeten 83,5 15,5 13,0 1,3 n.a. 0,2

Gewogen

1,3 n.a. 1,8

1,0 0,1

1,0 1,0

2,9 0,2

2,9 2,5

% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

1,3 n.a. 1,3 0,2 n.a. 0,2

1,3 n.a. 1,3 1,8 n.a. 1,8

1,0 1,0 0,1 0,1

1,0 1,0 1,0 1,0

2,9 2,9 0,2 0,2

2,9 2,9 2,5 2,5

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<2 <2 <2

3,1 n.a. 3,1

1,1 1,1

2,0 2,0

3,1 3,1

5,4 5,4

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

n.a. = niet aantoonbaar Gewogen concentratie asbest : totaal asbest serpentijn + 10*totaal asbest amfibool (mg/kg.ds). Dit monster is droog gezeefd. Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.

Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat asbest.

Hoofdanalist laboratorium Mw. ing. E. Kingma

Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2022-016 Timmerman Kloetenweg 5 Ambt-Delden

Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%) Asbestcement Asbesth.materiaal (g) Hechtgebonden Aantal deeltjes Percentage chrysotiel (%) Gewicht chrysotiel (mg) Percentage crocidoliet (%) Gewicht crocidoliet (mg) totaal per mineralogische groep Gehalte NHG serpentijn (mg/kg ds) Gehalte serpentijn (mg/kg ds) Gehalte NHG amfibool (mg/kg ds) Gehalte amfibool (mg/kg ds) Totaal Aantal deeltjes totaal (stuk) Gehalte NHG t.o.v. totaal (mg/kg ds) Gehalte t.o.v. totaal (mg/kg ds)

Fractie > 20 mm 0 100

Fractie 8 - 20 mm 20 100

Fractie 4 - 8 mm 39 100

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

Fractie 2 - 4 mm 65 100

Fractie 1 - 2 mm 176 20

V220300178 versie 1 28-02-2022 01-03-2022 08-03-2022 2 van 2

Fractie 0,5 - 1 mm 751 5

Fractie < 0,5 mm 11919 **

Fractie Totaal 12970

0,0657 nee 1 25 16,4 3,5 2,3

0,0657

1,26 1,26 0,18 0,18

1,26 1,26 0,18 0,18

1 1,44 1,44

1 1,44 1,44

** = Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat geen asbestverdachte vezels. NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.

1 16,4 2,3

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2022-016 Timmerman Kloetenweg 5 Ambt-Delden

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V220300173 versie 1 28-02-2022 01-03-2022 08-03-2022 1 van 1

Naam DZ1 Datum monstername 28-02-2022 Monstersoort Grond Datum analyse 07-03-2022 Monstername door Opdrachtgever Barcode Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1 2

Boornaam 20-20a-1 21-21a-1

Begin diepte 0 0

Resultaten Parameter

Concentratie

95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen

Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest

Eind diepte 10 10

Barcode AM14381713 AM14381713

Eenheid

Gemeten 86,0 16,7 14,3 n.a. n.a. n.a.

Gewogen

n.a. n.a. n.a.

-

-

1,2 -

1,2 -

% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

-

-

1,2 1,2 -

1,2 1,2 -

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<2 <2 <2

n.a. n.a. n.a.

-

-

1,2 1,2

1,2 1,2

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Fractie 1 - 2 mm 830 20

Fractie 0,5 - 1 mm 2125 5

n.a. = niet aantoonbaar Gewogen concentratie asbest : totaal asbest serpentijn + 10*totaal asbest amfibool (mg/kg.ds). Dit monster is droog gezeefd. Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.

Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%)

Fractie > 20 mm 0 100

Fractie 8 - 20 mm 352 100

Fractie 4 - 8 mm 883 100

Fractie 2 - 4 mm 601 100

Fractie < 0,5 mm 9556

NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.

Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat geen asbest.

Hoofdanalist laboratorium Mw. ing. E. Kingma

Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.

Fractie Totaal 14347

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2022-016 Timmerman Kloetenweg 5 Ambt-Delden

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V220300174 versie 1 28-02-2022 01-03-2022 08-03-2022 1 van 2

Naam DZ2 Datum monstername 28-02-2022 Monstersoort Grond Datum analyse 07-03-2022 Monstername door Opdrachtgever Barcode Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1 2

Boornaam 22-22a-1 23-23a-1

Begin diepte 0 0

Resultaten Parameter

Concentratie

95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen

Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest

Eind diepte 10 10

Barcode AM14381714 AM14381714

Eenheid

Gemeten 77,8 14,0 10,9 0,2 n.a. n.a.

Gewogen

0,2 n.a. n.a.

0,2 -

0,2 -

1,9 -

1,9 -

% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

0,2 n.a. 0,2 n.a. n.a. n.a.

0,2 n.a. 0,2 n.a. n.a. n.a.

0,2 0,2 -

0,2 0,2 -

1,9 1,9 -

1,9 1,9 -

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<2 <2 <2

0,2 n.a. 0,2

0,2 0,2

0,2 0,2

1,9 1,9

1,9 1,9

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

n.a. = niet aantoonbaar Gewogen concentratie asbest : totaal asbest serpentijn + 10*totaal asbest amfibool (mg/kg.ds). Dit monster is droog gezeefd. Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.

Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat asbest.

Hoofdanalist laboratorium Mw. ing. E. Kingma

Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2022-016 Timmerman Kloetenweg 5 Ambt-Delden

Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%) Asbestcement Asbesth.materiaal (g) Hechtgebonden Aantal deeltjes Percentage chrysotiel (%) Gewicht chrysotiel (mg) totaal per mineralogische groep Gehalte NHG serpentijn (mg/kg ds) Gehalte serpentijn (mg/kg ds) Totaal Aantal deeltjes totaal (stuk) Gehalte NHG t.o.v. totaal (mg/kg ds) Gehalte t.o.v. totaal (mg/kg ds)

Fractie > 20 mm 0 100

Fractie 8 - 20 mm 17 100

Fractie 4 - 8 mm 41 100

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

Fractie 2 - 4 mm 84 100

Fractie 1 - 2 mm 321 20

V220300174 versie 1 28-02-2022 01-03-2022 08-03-2022 2 van 2

Fractie 0,5 - 1 mm 1774 5

Fractie < 0,5 mm 8661 **

Fractie Totaal 10898

0,0105 nee 3 25 2,6

0,0105

0,24 0,24

0,24 0,24

3 0,24 0,24

3 0,24 0,24

** = Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat geen asbestverdachte vezels. NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.

3 2,6

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2022-016 Timmerman Kloetenweg 5 Ambt-Delden

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V220300175 versie 1 28-02-2022 01-03-2022 08-03-2022 1 van 1

Naam DZ3 Datum monstername 28-02-2022 Monstersoort Grond Datum analyse 07-03-2022 Monstername door Opdrachtgever Barcode Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1 2

Boornaam 24-24a-1 25-25a-1

Begin diepte 0 0

Resultaten Parameter

Concentratie

95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen

Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest

Eind diepte 10 10

Barcode AM14381715 AM14381715

Eenheid

Gemeten 76,8 11,8 (1) 9,1 n.a. n.a. n.a.

Gewogen

n.a. n.a. n.a.

-

-

1,9 -

1,9 -

% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

-

-

1,9 1,9 -

1,9 1,9 -

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<2 <2 <2

n.a. n.a. n.a.

-

-

1,9 1,9

1,9 1,9

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Fractie 1 - 2 mm 380 20

Fractie 0,5 - 1 mm 1147 5

n.a. = niet aantoonbaar Gewogen concentratie asbest : totaal asbest serpentijn + 10*totaal asbest amfibool (mg/kg.ds). Dit monster is droog gezeefd. Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.

Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%)

Fractie > 20 mm 0 100

Fractie 8 - 20 mm 2 100

Fractie 4 - 8 mm 39 100

Fractie 2 - 4 mm 110 100

Fractie < 0,5 mm 7409

NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.

Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat geen asbest. 1

= Het aangeleverde monstermateriaal voldoet niet aan de minimale hoeveelheid voor een NEN 5898 analyse.

Hoofdanalist laboratorium Mw. ing. E. Kingma

Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.

Fractie Totaal 9087

BIJLAGE VI Foto's

Buitengebied Hof van Twente, herziening Kloetenweg 5 Ambt Delden

Bijlage 2 Watertoets

ontwerp

75

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Normale procedure

Op basis van onderstaande locatie

18-08-2023 12:20

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

nee

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?

nee

Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast?

nee

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?

nee

Wordt op het perceel hemelwater (HWA) en afvalwater nee (DWA) verzameld in dezelfde rioolbuis? Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is?

nee

Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht nee waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg en nee de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? Bedraagt het verschil tussen de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand) en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 80 centimeter?

nee

bargerveen

nee

beekherstel

nee

grondwaterbes_en_stiltegebied

nee

ruimtevoorvecht

nee

verbodszone diepe boringen

nee

zoekgebied

nee

primaire watergebieden

nee

RWZI

nee

strokenkaart

ja

persleidingen

nee

rioolgemalen

nee

keurzone

ja

gewijzigd klimaat

nee

huidig klimaat

nee

18-08-2023 12:20

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. Normale procedure Wat moet ik doen?

18-08-2023 12:20

3

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets datum dossiercode

Geachte heer/mevrouw ,

U heeft het Waterschap Vechtstromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de Normale procedure van het watertoetsproces moet worden doorlopen.

Watertoetsproces:

Op grond van artikel 12 uit het besluit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Waterschap Vechtstromen kijkt wat de invloed van het plan op de waterhuishouding is en geeft een wateradvies. Daarbij toetst het waterschap het plan aan het voorkeursbeleid dat is geformuleerd. Voor het verdere proces is het van belang om de RO adviseur van het waterschap te betrekken bij het plan. Wij verzoeken u ons te informeren over de wijze waarop het plan verder zal worden voorbereid. Daarvoor kunt u contact opnemen met de, voor desbetreffende gemeente, aangewezen RO adviseur.

Ben van Veenen b.van.veenen@vechtstromen.nl • • •

gemeente Hardenberg gemeente Losser gemeente Ommen

Frits Huttenhuis f.huttenhuis@vechtstromen.nl • • • •

gemeente Borne gemeente Coevorden gemeente Hellendoorn gemeente Oldenzaal

Els Boerrigter e.boerrigter@vechtstromen.nl • • •

gemeente Dinkelland gemeente Enschede gemeente Tubbergen

Heral Hesselink h.hesselink@vechtstromen.nl • • •

gemeente Almelo gemeente Rijssen-Holten gemeente Wierden

Henry Legtenberg h.legtenberg@vechtstromen.nl • • •

gemeente Borger-Odoorn gemeente De Wolden gemeente Emmen

18-08-2023 12:20

4

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets • • •

gemeente Hoogeveen gemeente Midden-Drenthe gemeente Twenterand

Tom Pikkemaat T.pikkemaat@vechtstromen.nl • • • •

gemeente Berkelland gemeente Haaksbergen gemeente Hengelo gemeente Hof van Twente

Telefonisch bereikbaar via mailverzoek of algemeen telefoonnr. 088-2203333.

Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.

Copyright Digitale watertoets - http://www.dewatertoets.nl//. Dit document is gegenereerd via de website http:// www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document.

18-08-2023 12:20

5

https://dewatertoets.nl

Buitengebied Hof van Twente, herziening Kloetenweg 5 Ambt Delden

Bijlage 3 Quickscan natuurwaarden

ontwerp

81

Quickscan natuurwaardenonderzoek Kloetenweg 5 – Ambt Delden

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Kloetenweg 5 te Ambt Delden Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000.

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Ad Fontem Ruimtelijk Advies

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 5564 versie 1.0 Ligging plangebied: Kloetenweg 5 te Ambt Delden Auteur: B. Wagener

Status: definitief Rapportdatum: 05-10-2023 Veldwerk uitgevoerd door: J. Tamminga

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. 1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 5

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 6

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 8

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 8 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 9 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 9 Hoofdstuk 4

Toetsingskaders ...................................................................................................................... 10

4.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 10 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................. 10 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ..................................................................................... 10 4.4

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ................................................................... 11

4.5 Wet natuurbescherming; Houtopstanden ............................................................................................. 11 Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 12

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 12 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 12 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 13 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 6

Soortenbescherming .............................................................................................................. 16

6.1 Methode ................................................................................................................................................. 16 6.1.1 Algemeen ........................................................................................................................................ 16 6.1.2 Bronnenonderzoek .......................................................................................................................... 16 6.1.3 Veldonderzoek ................................................................................................................................ 16 6.1.4 Methode per soortgroep ................................................................................................................. 17 6.2 Resultaten .............................................................................................................................................. 17 6.3 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 20 6.4 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 23 6.5 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 23 Hoofdstuk 7

Conclusies ............................................................................................................................... 24

2

SAMENVATTING Er zijn concrete plannen om in het kader van de Rood-voor-rood regeling een oude paardenstal te slopen en een nieuwe woning met bijgebouw te realiseren aan de Kloetenweg 5 te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente. De bestaande vakantiewoning blijft behouden. Nadien wordt het plangebied landschappelijk ingepast met diverse beplanting. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 23 augustus 2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland.

Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan op voorhand worden uitgesloten, er is geen nader onderzoek vereist. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden eveneens uitgesloten. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er ook vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rustof verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied.

Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de paardenstal wordt gesloopt en beplanting wordt gerooid tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder voorbereiding, kan niet uitgesloten worden dat een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibieën gedood wordt. Ook worden mogelijk vaste (winter)rusten/of voortplantingsplaatsen van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën.

Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde dieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.

3

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het onderzoeksgebied als foerageergebied verschillende voorkomende soorten tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels; • Geen beschermde zoogdieren en amfibieën doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein ongeschikt maken);

4

HOOFDSTUK 1

INLEIDING Er zijn concrete plannen om in het kader van de Rood-voor-rood regeling een oude paardenstal te slopen en een nieuwe woning met bijgebouw te realiseren aan de Kloetenweg 5 te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente. De bestaande vakantiewoning blijft behouden. Nadien wordt het plangebied landschappelijk ingepast met diverse beplanting. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied.

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland).

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

5

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd op het adres Kloetenweg 5 te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente. Het ligt in het buitgebied, op circa 1 kilometer afstand ten zuiden van de woonkern Delden en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding, grasveld, opgeslagen goederen en beplanting. De te slopen bebouwing bestaat uit een oude paardenstal en een kippenren. De kippenren is gebouwd van hout en bedekt met kippengaas. De paardenstal is eveneens gebouwd van hout en bedekt met golfplaten. In en rondom de paardenstal staan diverse goederen opgeslagen zoals werktuigen en bouwmaterialen. De beplanting in het plangebied bestaat uit diverse sierplanten (o.a. vlinderstruik), fruitboompjes, brandnetels en bomen. Er is geen open water aanwezig in het plangebied. Het plangebied wordt omgeven door agrarisch cultuurland en verharde openbare ruimte (Kloetenweg). Op onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor een verbeelding van de huidige situatie wordt verwezen naar de fotobijlage.

6

Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid. Met de rode lijnen worden de contouren van de te slopen gebouwen aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

7

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om een deel van de aanwezige beplanting te rooien en de oude paardenstal en het kippenhok te slopen om de bouw van een nieuwe woning met bijgebouw mogelijk te maken. De bestaande vakantiewoning blijft behouden. Nadien wordt het plangebied landschappelijk ingepast met diverse beplanting. Op onderstaande afbeelding wordt een plattegrond van het wenselijke eindbeeld weergegeven.

Plattegrond van het wenselijke eindbeeld (bron: projectontwikkelaar).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Slopen bebouwing; • Verwijderen erfverharding en opgeslagen goederen; • Rooien beplanting; • Bouwrijp maken bouwplaats; • Bouwen woning en bijgebouw; • Aanleggen erfverharding en beplanting;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; 8

•

Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden en de nieuwe gebruiksfase. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan agrarisch cultuurland. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.

9

HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS

4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.

de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of

10

•

onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming1. Er is dan geen ontheffing nodig.

4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel

4.5 Wet natuurbescherming; Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermd het areaal bos in ons land. Houtopstanden die voldoen aan één van onderstaande criteria vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Dit geldt voor bossen, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en beplanting van bosplantsoen. De opstand moet buiten het erf liggen. - De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een zelfstandige eenheid groter dan 10 are (1.000m2); - De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.

1

Voor voorliggende ontwikkeling is geen gedragscode toepasbaar. 11

HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING

5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Natuurnetwerk Nederland. 5.2 Natuurnetwerk Nederland Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede ruimtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vastgelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.

Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Overijssel. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 158 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren.

Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.

12

158 meter afstand tussen het plangebied en de gronden die tot NNN behoren

Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de groene kleur op de kaart aangeduid (bron: geo.overijssel.nl).

Beschermingsregime De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland.

5.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming).

In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan 13

een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 9,5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is het Lonnekermeer. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van de Natura 2000gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven.

9,5 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren

Ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: geo.overijssel.nl).

Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de afvoer van sloopmateriaal, de aanvoer van bouwmateriaal en het vervoer van materieel en personeel. Gelet op de aard en kleine omvang van de voorgenomen activiteiten en de grote afstand tot Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht.

Beoordeling stikstof (gebruiksfase) Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied neemt vermoedelijk licht toe als gevolg van de bewoning van de nieuwe woning, Echter, gelet op de aard en kleine omvang van de voorgenomen activiteiten en de grote afstand (>9km) tot Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden.

5.4 Slotconclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, 14

kan op voorhand worden uitgesloten, er is geen nader onderzoek vereist. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden eveneens uitgesloten.

15

HOOFDSTUK 6

SOORTENBESCHERMING

6.1 Methode 6.1.1 Algemeen Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • Bronnenonderzoek (o.a. internet en de Nationale databank flora en fauna); • Veldbezoek door ervaren ecoloog; 6.1.2 Bronnenonderzoek Op 5 oktober 2023 is de NDFF geraadpleegd en is gekeken of waarnemingen van beschermde planten en dieren aanwezig zijn in de databank. Er zijn in de NDFF 16 waarnemingen vastgesteld in de directe omgeving van het plangebied. Dit betreffen allen waarnemingen van vaatplanten.

Verspreiding van alle bekende records (groene stippen) in het plangebied (bron: NDFF).

6.1.3 Veldonderzoek In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 23 augustus 2023 tijdens de daglichtperiode (middag) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50) en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. De onderzoeker beschikte tevens over een warmtebeeldcamera (Helion Pulsar xq28). Het plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding, grasland, beplanting en opgeslagen goederen. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van sommige algemene en weinig kritische diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • vogels; • vleermuizen; • grondgebonden zoogdieren; • amfibieën; Overige soorten 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4039/documents/56374