Ontwerp TAM Omgevingsplan Noordmolen 9 Ambt Delden 2.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
concept NL.IMRO.1735.BGxNrdml9-OP10
BESTEMMINGSPLAN
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ae Noordmolen 9 Ambt Delden
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ae Noordmolen 9 Ambt Delden
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ae Noordmolen 9 Ambt Delden
Inhoudsopgave
2
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
4
Bijlage 2
Concept beeldkwaliteitsplan
6
Bijlage 3
Watertoets
15
Bijlage 4
Bodemonderzoek
23
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
135
concept
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ae Noordmolen 9 Ambt Delden
Bijlagen toelichting
concept
3
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ae Noordmolen 9 Ambt Delden
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
4
concept
Weilanden en akkers
Bestaa nd halfv
Eik (B)
erhard
ijk
as
rra
s
9
cm
zo
nd
er
tu
ggetje
in
landwe
r em 2 o bl m nd 000 e . ijv 3 B l ca. -
gr
Te
aa st Be
nd
h
ha er fv al
rd
e ko
pa
d
18
cm
W
on
in
g
Bestaande bomengroep
Appel (B)
r
6
cm
huu
Sc
12
cm
Peer (B)
Bestaande houtwal
DDN01B 01332G0000
Kroonprojectie van bestaande bomen
Bestaande solitaire hazelnoot 9 cm
5c m
Erf (halfverharding)
Kroonprojectie van bestaande bomen
Sc
Bestaande Walnoot
hu
ur
10
cm
uur elsch
K ip
Twick
Plek vo en klei or groentet uin nfruit
Voersilo
pe
nh
ok
Weiland
DDN01B 01252G0000
DDN01B 01333G0000
B o e rd
erij (w
9 1
oning
Voortuin met gras )
Bestaande houtwal Waterput
DDN01B 00422G0000
Noor
dm ol
Solitaire erfbomen
Bestaande houtwal
en DDN01B 01881G0000
Erf- en landschap Lokatie: Noordmolen 9 Ambt Delden Datum: 15 augustus 2025 Schaal: 1:500 Gewijzigd: 21 aug 2025 Digitale onderleggers: - BGT kaart - kadastrale kaart - kaart is noordgericht
Harry ten Have
Tuin- en Landschapsadviseur
Spanjaardsdijk 53 7433 PW SCHALKHAAR Tel. 0570 532 000 Fax 0570 532 465 Mobiel 0651 346 628
E-Mail info@harrytenhave.nl Internet www.harrytenhave.nl
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ae Noordmolen 9 Ambt Delden
Bijlage 2 Concept beeldkwaliteitsplan
6
concept
BEELDKWALITEITSPLAN Noordmolen 9, Ambt Delden Op het erf aan de Noordmolen 9 te Ambt Delden worden de huidige landschapsontsierende gebouwen gesloopt. Harry ten Have heeft een landschapsplan ontwikkeld waarin beschreven wordt dat hiervoor een nieuwe woning terug komt. (door gebruik te maken van de RVR/KGO regeling). Dit beeldkwaliteitsplan geeft de richting aan voor de nieuwe bebouwing en de bestaande bebouwing die blijft staan. Om deze richting iets meer vorm te geven zijn op de laatste pagina enkele impressies toegevoegd van het nieuwe erf.
Bestaande monumentale bebouwing Het bestaande erf en de gebouwen zijn monumentaal. In het plan zoals het voor ligt worden er geen wijzigingen aangebracht aan de monumentale boerderij, de “Twickelschuur” en het kippenhok. Op onderstaande foto’s zijn de monumentale boerderij en schuur weergegeven.
De nieuwe woning. De nieuwe woning moet qua vormgeving en materiaalgebruik ondergeschikt zijn aan de bestaande monumentale boerderij. De typologie die daar het best bij past is die van een schuurwoning. De bestaande nog te slopen kapschuur (zie foto’s) heeft aan de twee kopse zijden lagere schuurvormen, deze vorm leent zich uitstekend voor de nieuwe schuurwoning. Door de huidige maatvoeringen over te nemen in de nieuwe woning, blijft het beeld wat nu zo kenmerkend is voor het achtererf in takt. Hierbij zal de vorm gespiegeld worden. De nieuwe woning opent zich dan aan de landschapszijde en is aan de erfzijde zo veel mogelijk gesloten. Alle functies zullen op de begane grond komen, er komt dus geen verdieping. De afmetingen van de bestaande kapschuur en zijn twee aanliggende schuurvormen geven hiertoe de perfecte mogelijkheid. Qua detaillering, materiaal, - en kleurgebruik moet de nieuwe woning ondergeschikt zijn aan de monumentale gebouwen. De schuurwoning wordt op een betonplaat gezet, deze verbindt ook schuur 1 aan de woning. De betonplaat ligt circa 30 cm hoger dan het maaiveld. Op de betonplaat vindt het buitenleven verbonden aan de woning plaats. Buiten de betonplaat bevindt zich het erf en de natuur. De natuur wordt hiermee geen geweld aangedaan door er terrassen en/of andere zaken aan te brengen Overige randvoorwaarden; • • • • •
Meerdere kapvormen. Kap vorm symmetrisch/asymmetrisch. Geen aanbouwen met platte daken. Oriëntatie op het erf volgens landschapsplan. Sobere detaillering, passend bij een schuurwoning.
Afmetingen; Middengedeelte woning met de kapschuurvorm; • Asymmetrische kap • Maximale goothoogte landschapszijde 4,0 mtr. • Maximale goothoogte erfzijde 3,0 mtr. • Maximale nokhoogte 7,5 mtr. Beide woongedeeltes aan de kopse zijde van de kapschuur; • Symmetrische kap • Maximale goothoogte landschapszijde 3,0 mtr. • Maximale goothoogte erfzijde 3,0 mtr. • Maximale nokhoogte 5,5 mtr.
Bij de nieuwe woning komen twee schuren. Een schuur (1) zal dienen als werkplaats en werktuigenberging, de ander (2) wordt gebruikt voor het stallen van auto’s.
Schuur 1 wordt identiek gematerialiseerd aan de woning. De afmetingen zijn gelijk aan de vorm van de kopse zijde van de schuurwoning. Hierdoor ontstaat een eenheid die zich ondergeschikt maakt aan het bestaande monumentale erf. De volgende randvoorwaarden zijn van toepassing; • Kap vorm symmetrisch. • Geen aanbouwen met platte daken. • Oriëntatie op het erf volgens landschapsplan. • Sobere detaillering, gelijk aan de woning. Afmetingen; • Symmetrische kap • Maximale goothoogte landschapszijde 3,0 mtr. • Maximale goothoogte erfzijde 3,0 mtr. • Maximale nokhoogte 5,5 mtr.
Schuur 2 is zodanig gepositioneerd dat het een onderdeel wordt van het bestaande erf. Daarom moet deze qua detaillering, materiaal,- en kleurgebruik hetzelfde zijn als de bestaande schuren op het monumentale erf. De volgende randvoorwaarden zijn van toepassing; • Kap vorm asymmetrisch. • Geen aanbouwen met platte daken. • Oriëntatie op het erf volgens landschapsplan. • Detaillering, passend bij de bestaande monumentale gebouwen. Afmetingen; • Asymmetrische kap. • Maximale goothoogte zijde nieuwe woning 2,6 mtr. • Maximale goothoogte zijde bestaande boerderij 1,8 mtr. • Maximale nokhoogte 4,5 mtr.
Materialen; • Trasraam uitvoeren in metselwerk gelijk aan bestaande kippenschuur. • Opgaande gevel uitvoeren in zwarte planken verticaal overlappend toegepast. • Dakpannen uitvoeren in oranje/rood. • Windveren en boeien in kleur zwart. • Kozijnen uitvoeren in hout (kleur wit). • Hemelwaterafvoeren in zink.
Ter inspiratie een impressies van plan.
Bestaande kapschuur.
Onderstaand enkele referentie beelden voor de nieuwe woning en schuur 1
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ae Noordmolen 9 Ambt Delden
Bijlage 3 Watertoets
concept
15
Het wateradvies
Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Korte procedure
Op basis van onderstaande locatie
17-09-2025 11:26
1
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Vragen en antwoorden uit de check 1 Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?
nee
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?
nee
Is er in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of grondwateroverlast?
nee
Ligt binnen plangebied (een beschermingszone) van een watergang of waterkering?
nee
Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie?
nee
Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast?
nee
Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waterschap mogelijk gemaakt?
nee
Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg en nee de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? Is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 80cm?
nee
Zijn er kansen voor afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
nee
Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen nee in de ondergrond? Worden bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd, waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?
nee
Wordt regenwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd?
ja
Ligt in of nabij het plangebied een zonering zuiveringtechnisch werk?
nee
Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Drenthe?
nee
Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Drenthe?
nee
Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Overijssel?
nee
Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Overijssel?
nee
Ligt het plangebied in een zonering Natura 2000?
nee
17-09-2025 11:26
2
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Details 1. Korte procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waterschapsbelangen raakt. U volgt de korte procedure.
Wat moet ik doen?
17-09-2025 11:26
3
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies Gebruik alstublieft de knop “DIRECT AANVRAGEN” om uw aanvraag voor een wateradvies daadwerkelijk naar het waterschap te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. De korte procedure houdt in dat u zelfstandig een waterparagraaf opstelt, waarin u toelicht hoe u op een goede manier omgaat met de relevante wateraspecten. U kunt hiervoor onze adviezen gebruiken en de standaardwaterparagraaf. Deze hebben we onder het kopje ‘achtergrond’ toegevoegd. Wij verzoeken u deze waterparagraaf aan te passen aan de gegevens van uw plan en de relevante wateraspecten. We vragen u deze waterparagraaf voor advies aan ons voor te leggen. Wanneer wij een positief advies verlenen kunt u de waterparagraaf invoegen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan.
Achtergrondinformatie
STANDAARD WATERPARAGRAAF – Korte procedure
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is het wateradvies. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van het wettelijk verplichte wateradvies is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan {…………………………}
Waterbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die aan het einde van planperiode 3 (2022-2027) moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen.
Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in de watervisie 2050 en het Waterbeheerplan 2022-2027. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema’s zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast zijn de waterschapsverordening en legger van Waterschap Vechtstromen belangrijk regelstellende instrumenten waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsprogramma/-plan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.
Watersysteem
In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe “eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren” is hierbij leidend. Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem.
Afvalwaterketen
17-09-2025 11:26
4
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe “eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren” een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.
Wateraspecten plangebied (Waterhuishouding) (laten staan wat van toepassing is)
-Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen.
-Binnen het plan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd.
-Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie.
-In het verleden is er, in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd.
-De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2.
-Het plangebied bevindt zich niet binnen een beperkingengebied of herinrichtingszone langs een waterloop, overige/ regionale kering, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied.
Voorkeursbeleid hemelwater
In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie laten staan overige verwijderen):
*(*1) Een gemengd stelsel: Vuilwater en hemelwater wordt gescheiden aangelegd tot aan de perceelsgrens. Hemelwater wordt zoveel als mogelijk geïnfiltreerd op het perceel alvorens het tot afvoer komt.
(2) Een gescheiden stelsel: Vuilwater wordt aangesloten en afgevoerd via vuilwaterriolering. Hemelwater wordt zoveel als mogelijk geïnfiltreerd op het perceel alvorens het tot afvoer komt. Hemelwater wordt aangesloten en afgevoerd naar oppervlaktewater.
*(*3) Een verbeterd gescheiden stelsel: Verbeterd gescheiden stelsel vallen onder maatwerk voor het waterschap en dienen vooraf afgestemd te worden.
*(*4) Drukriolering: Hemelwater mag niet worden aangesloten op de drukriolering. Hemelwater wordt geïnfiltreerd op het perceel en/of via een bodempassage afgevoerd naar oppervlaktewater.
17-09-2025 11:26
5
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies Wij vragen u om in een onderbouwing/toelichting te beschrijven hoe binnen het plan wordt omgegaan met hemelwater. Achterliggende gedachte hierbij is dat hemelwater niet meer afgevoerd mag worden naar rioolwaterzuivering. Uitgangspunt moet zijn: het watersysteem ontlasten en gebiedseigen water daar vast te houden waar het valt. Daarbij vragen wij u om ook het omgevingsplan (o.a. rioleringsprogramma/-plan) van de gemeente te raadplegen en rekening te houden met het hemelwaterbeleid en -eisen van de gemeente.
Aanleghoogte van de bebouwing
Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Indien ontwateringsdiepte niet kan worden gehaald adviseren wij kruipruimteloos te bouwen. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt ernaar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.
Proces wateradvies
De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van het digitale wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de korte procedure van het wateradvies is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van het wateradvies is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies af voor dit plan.
Algemene info:
De terinzagelegging van het omgevingsplan of buitenplanse omgevingsplanactiviteit kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.
Watervergunning (of melding) op grond van de Waterschapsverordening
De standaard waterparagraaf, die wordt afgegeven in het kader van het wateradvies, is geen omgevingsvergunning of – melding voor een wateractiviteit.
Gaat u werkzaamheden verrichten in het beperkingengebied van het waterschap (een waterstaatswerk: een dijk of een watergang of een bergingsgebied)? Wordt hemelwater afgevoerd op oppervlaktewater of wordt er grondwater onttrokken? Dan moet u een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit aanvragen op de website www.omgevingsloket.nl. Op basis van de door u ingevulde gegevens ziet u hieronder welke omgevingsvergunning u mogelijk nodig heeft. Indien hieronder geen specificatie staat, hoeft u geen omgevingsvergunning aan te vragen. Als de activiteit die u wilt verrichten onder de algemene regels valt en plaatsvindt in het beperkingengebied dan moet u deze, minimaal vier weken voorafgaand aan uw activiteit, melden op de website www.omgevingsloket.nl .
Verklaring
17-09-2025 11:26
6
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. Het bestand is op basis van de door u ingevulde gegevens op het www.wateradvies.nl samengesteld. Dit document is tot 1 jaar na dagtekening van de aanvraagdatum op wateradvies.nl geldig. Na verstrijken van de periode zal er een nieuw verzoek tot wateradvies moeten worden aangevraagd.
17-09-2025 11:26
7
https://hetwateradvies.nl
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ae Noordmolen 9 Ambt Delden
Bijlage 4 Bodemonderzoek
concept
23
Erf Noordmolen Verkennend bodem- en asbestonderzoek op de locatie aan de Noordmolen 9 te Ambt-Delden Projectnummer: 250703/dh/sh Datum: 24 september 2025
Opdrachtgever Erf Noordmolen Bornsestraat 2 7495 VL AMBT-DELDEN Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. Barkstraat 5 8102 GV RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 3
VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................... 8
3.1 3.2 3.3 3.4 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ONDERZOEKSLOCATIE EN KADASTRALE INFORMATIE ......................................... 2 HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................ 2 TOEKOMSTIGE SITUATIE ....................................................................................... 3 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 VOORGAAND BODEMONDERZOEK ........................................................................ 4 BODEMKWALITEITSKAART................................................................................... 4 ASBEST EN PFAS .................................................................................................. 5 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 6 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 6 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 7 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 8 LABORATORIUMONDERZOEK ...............................................................................
9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN, NEN-PARAMETERS.................. 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN, ASBEST .................................. 12
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 13
4.1 4.2 4.3
ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 13 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 13 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 14
BIJLAGEN: 1 2 3 4 5
Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten vaste bodem, grondwater en asbest Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie
TEKENING: 1-1 Situatie met monsterpunten en peilbuizen
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
1
INLEIDING
In opdracht van Erf Noordmolen is in augustus en september 2025, door Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. een verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Noordmolen 9 te AmbtDelden. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en de omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen sloop en de nieuwbouw op de locatie. Het onderzoek heeft tot doel het vaststellen van de actuele kwaliteit van de bodem en het grondwater. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek zijn uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. De van toepassing zijnde protocollen in dit onderzoek zijn: ☒ 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters ☒ 2002: Het nemen van grondwatermonsters ☐ 2003: Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek ☒ 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V.
(certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”. Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of de terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratoriumonderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
1
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725 zijn 9 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten Aanleidingen tot vooronderzoek
ONDERZOEKSASPECTEN 1. locatiegegevens 2. bodemopbouw en geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit 4. gebruik/beïnvloeding v/d locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval 5. terreinverkenning
eigendomssituatie hoogteligging bodemopbouw antropogene lagen in de bodem geohydrologie geval van ernstige bodemverontreiniging kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken voormalig huidig toekomst asbestverdacht voorafgaand aan de uitvoering
A
B C D1 D2 E
O
O
O
O O O O
F G H
O O O O
A. bodemonderzoek, par. 6.3.2. E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.3.7. B. nul‐en eindsituatieonderzoek, par. 6.3.3. F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.3.8. G. tijdelijk uitnemen en arbeidshygiënische risico’s, par. 6.3.9. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.3.4. D. partijkeuring in-situ/ex-situ, par.6.3.5/6.3.6. H. milieubelastend graven, arbeidshygiënische risico’s, par. 6.3.10. Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel
2.1
Onderzoeksaanleiding
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform paragraaf 6.3.2 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie verstrekt door de opdrachtgever; terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; informatie Omgevingsdiensten Overijssel; informatie Gemeente Hof van Twente; www.bodemloket.nl; www.topotijdreis.nl; Bagviewer; Kadaster; grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5. 2.2
Onderzoekslocatie en kadastrale informatie
De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Noordmolen 9 te Ambt-Delden en staat kadastraal bekend als: gemeente Ambt-Delden, sectie B, nummers 417 (ged.) en 1333. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 8.000 m2. 2.3
Huidige situatie
Op de locatie is een boerderij met diverse (voormalige) agrarische opstallen gesitueerd. Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie is deels voorzien van een puinverharding. Het overige terrein is in gebruik als tuin of grasland. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
2
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
2.4
Toekomstige situatie
Het voornemen bestaat om de agrarische opstallen te slopen en een woonhuis met twee schuren te bouwen. Figuur 1: huidige situatie
2.5
Figuur 2:toekomstige situatie
Historische informatie
Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen calamiteiten plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit nadelig kunnen hebben beïnvloed. Uit informatie van Bagviewer en www.topotijdreis.nl dateert de eerste bebouwing uit 1865. De te slopen opstallen dateren uit 1960 en 1965. Hiervoor was de locatie in gebruik als bouwland. Figuur 3: situaties 1900 en 1950
Figuur 4: situaties 1960 en 1980
Figuur 5: situaties 2009 en 2022
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
3
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
Uit informatie van Gemeente Hof van Twente blijkt dat aan de noordzijde van de werkplaats een bovengrondse dieseltank aanwezig was. Uit waarnemingen in het veld heeft de tank mogelijk (ook) westelijk in een betonnen bak gelegen (zie tekening 1-1). Figuur 6: situering bovengrondse dieseltank 1981
Foto 1: situatie vml. bovengrondse dieseltank
2.6
Voorgaand bodemonderzoek
De locatie is voor zover bekend niet eerder onderzocht. 2.7
Bodemkwaliteitskaart
Op basis van het vooronderzoek, wordt een bodemkwaliteit verwacht overeenkomstig de kwaliteitsklasse uit de ontgravingskaart bovengrond: klasse “Landbouw/natuur”. In het grondwater worden geen verhogingen verwacht ten opzichte van de signaleringsparameters. Figuur 7: bodemkwaliteitskaart Regio Twente
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
4
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
2.8
Asbest en PFAS
Op basis van de asbestdakenkaart zijn binnen de onderzoekslocatie geen asbesthoudende daken aanwezig of aanwezig geweest. Tijdens de veldinspectie bleek de noordelijke schuur deels voorzien te zijn van een asbesthoudende dakbedekking. Figuur 8: asbestdakenkaart provincie Overijssel
Foto 2: schuur met asbestdak
Ten aanzien van PFAS zijn geen specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van PFAS ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
5
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
2.9
Bodemopbouw en geohydrologie
Regionale bodemopbouw Voor de bodemgegevens en de geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. De regionale bodemopbouw is weergegeven in tabel 2. Tabel 2:
schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw
pakket 1e + 2e WVP Formaties van Twente, Kreftenheye, Oosterhout en Scheemda slecht doorlatende basis Miocene afzettingen Toelichting:
diepte (m-mv) 0 - 100
samenstelling fijne en grove zanden (mariene) kleien
>100
WVP = watervoerend pakket
parameters kD = 1150 m2/d
kD-waarde = doorlaatvermogen of transmissiviteit
Grondwaterstroming De regionale grondwaterstroming noord tot noordwestelijk gericht. 2.10 Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie verdacht voor bodemverontreiniging met asbest in de actuele contactzone/drupzones en oliecomponenten ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek op niet verdachte locaties (strategie “ONV” uit de NEN 5740). De grond(water)monsters zijn aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen en chroom. In aanvulling op het verkennend bodemonderzoek is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, conform de onderzoeksstrategie op een verdachte locatie strategie 6.4.5 uit de NEN-5707 en de onderzoeksstrategie 6.5.2 “halfverhardingslagen” uit de NEN -5897. Het onderzoek is gecombineerd met het onderzoek ter plaatse van de “ onverharde drupzones” van het asbestdak. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank is onderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een duidelijke plaatselijke kern van bodembelasting (VEP). Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is samengevat in tabel 3. Tabel 3:
veld- en laboratoriumonderzoek
sublocatie/onderdeel Noordmolen 9 <8.000 m2 asbestonderzoek erf# asbestonderzoek drupzone(s)
veldonderzoek boringen tot waarvan met 0,5 m-mv > 2 m-mv peilbuis 21 21@ 4
6 6@ -
2 -
asbest erfverharding
5
5
-
bg. dieseltank
3
3
@: in combinatie met onderzoek onverdacht
1
laboratoriumonderzoek vaste bodem 5 x NEN-grond 3 x asbest grond 1 x asbest grond 1 x asbest puin 1 x NEN-grond 2 x olie/aromaten
grondwater 2 x NEN-water 1 x olie/aromaten
#: putjes van 30 x 30 cm
De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:
samenstelling NEN-pakketten
Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
NEN-grond
NEN-grondwater
X
X
X X X -
X X X X 6
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
2.11 Betrouwbaarheid onderzoek Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en de methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt.
Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. op geen enkele wijze aansprakelijkheid.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
7
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
3
VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK
3.1
Veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd op 22 augustus en 4 september 2025 door de gecertificeerde medewerker dhr. J. Postma van Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. Voor het verkennend bodemonderzoek zijn 33 handboringen uitgevoerd (1 t/m 28 en 31 t/m 33), waarvan 3 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 3,9 m-mv. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten 1 t/m 25 en 31 t/m 34 uit het verkennend bodemonderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond/puin is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Van de uitgezeefde grond/puin zijn mengmonsters van de drupzone (0,0~0,2 m-mv) en/of actuele contactzone (0,0-0,5 m-mv) voor de analytische bepaling van asbest in grond/puin. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen. Voor de situatie van de monsterpunten en de peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-1.
Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en per bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2 en samengevat in tabel 5. Tabel 5:
samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel hoofdnaam
toevoeging
zand, matig fijn, lokaal puinverharding
zwak siltig, zwak humeus, lokaal grindig
0,5 ~ 1,4
zand, matig fijn
zwak siltig, lokaal humeus
1,4 ~ 3,0
zand, matig fijn
zwak tot matig siltig
3,0 ~ 3,9
leem
traject (m-mv) 0,0 ~ 0,5
sterk zandig grondwaterstand: circa 2,4 m-mv
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur en geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. Ter plaatse van de monsterpunten 21 t/m 25 is een puinverharding aangetroffen vanaf maaiveld tot maximaal 0,5 m-mv. In de vaste bodem, ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank, zijn geen oliecomponenten waargenomen. In de bodem/puin is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2). Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
8
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
Het grondwater uit de nieuw geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal 1 week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 7. 3.2
Laboratoriumonderzoek
Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en de waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in de tabellen 6 en 8. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Omgevingswet (OW) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in de tabellen 6 t/m 8. 3.3
Toetsingscriteria en analyseresultaten, NEN-parameters
Binnen de Omgevingswet zijn toetsingswaarden opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De kwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn begrensd door kwaliteitseisen (normen). Daarvoor verwijst het Bal naar het Besluit bodemkwaliteit. De kwaliteitseisen zelf zijn uitgedrukt in gehalten met een eenheid in mg/kg of µg/kg. De meeste normen zijn nog hetzelfde als in de Regeling Bodemkwaliteit, die gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De kwaliteitseisen staan in tabel 1 van bijlage B van de Regeling Bodemkwaliteit 2022. Deze kwaliteitseisen bepalen in welke kwaliteitsklasse de landbodem of de grond valt. Dezelfde normen, met uitzondering van de kwaliteitsklassen 'matig verontreinigd' en 'sterk verontreinigd', gelden ook voor het indelen van de landbodem in bodemfunctieklassen. Het Rijk heeft voor de milieuhygiënische kwaliteit voor landbodem en grond de in figuur 9 weergegeven kwaliteitsklassen vastgesteld. Figuur 9: kwaliteitsklassen voor landbodem en grond Landbouw/natuur
Wonen
Industrie
Matig verontreinigd
Sterk verontreinigd > I-waarde landbodem
De analyseresultaten van de grond worden bij een verkennend onderzoek (indicatief) getoetst aan het Rbk. Voor een definitief oordeel is een AP04 partijkeuring nodig. Aan de eisen voor klasse “Landbouw/natuur” wordt voldaan indien de gehalten de bovengrenswaarden “Landbouw/natuur” niet overschrijden. Afhankelijk van het aantal geanalyseerde stoffen mag voor een aantal parameters deze bovengrenswaarde worden overschreden met maximaal een factor twee, mits de bovengrenswaarde “Wonen” niet wordt overschreden (uitgezonderd nikkel). Bij analyse op het standaardpakket is deze overschrijding toegestaan voor maximaal twee parameters. Op dit moment voorziet BoToVa nog niet in het toetsen aan het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Omdat het Bal toetst aan de grenswaarden voor “Landbouw/natuur”, “Wonen”, “Industrie” en “Interventiewaarde” zijn voor onderhavig onderzoek de T-101 en de T-12 toetsingen voor vaste bodem uit BoToVa toegevoegd. Voor het grondwater is de T-13 toetsing uit BoToVa toegevoegd.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
9
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
Tabel 6.1:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing
% H* = 10 gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen standaard bodem grenswaarden[BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) % L*= 25 monster MM-01 MM-02 MM-03 MM-04 MM-05 MM-06 boring 1~7 8~14 15~20 3/5/20 11/12/15 21~25 LN½ Iwonen industrie traject (m-mv) 0,0~0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,5~2,0 0,5~2,0 0,5-1,0 waarde (LN+I) waarde waarde waarde arseen < < < < < < 20 48 76 27 76 barium @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ cadmium < < < < < < 0,6 6,8 13 1,2 4,3 chroom < < < < < < 55 117,5 180 62 180 kobalt < < < < < < 15 102,5 190 35 190 koper < < < < < < 40 115 190 54 190 kwik < < < < < < 0,15 18,08 36 0,83 4,8 lood < < < < < < 50 290 530 210 530 molybdeen < < < < < < 1,5 96 190 88 190 nikkel < < < < < < 35 67,5 100 39 100 zink < < < < < < 140 430 720 200 720 PAK (10)-tot. < < < < < < 1,5 20,8 40 6,8 40 PCB’s < < < < < < 0,02 0,51 1 0,04 0,5 min.olie < < < < < < 190 2595 5000 190 500 kwaliteitsklasse LN LN LN LN LN LN indicatieve toetsing aan Rbk Toelichting bij tabel: : niet geanalyseerd < : geen overschrijding van de LN-waarde • : overschrijding van de LN-waarde •• : overschrijding van de Tussenwaarde ••• : overschrijding van de Interventiewaarde
Tabel 6.2:
Kwaliteitsklassen: LN : Landbouw/natuur W : Wonen IND : Industrie M : Matig verontreinigd [NT] S : Sterk verontreinigd [NT]
zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten vaste bodem (oliecomponenten)
Veldwaarnemingen en verklaring symbolen O/W test: 1= licht 2= matig 3= sterk
Aard: B= benzine D = diesel Ol= olie HBO = huisbrandolie
locatie
zintuiglijke waarnemingen max. boring boordiepte diepte O/W Aard [nr.] [m-mv] [m-mv] Test
vml. dieseltank
@ : geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum NT : niet toepasbaar
26 27 28
2,6 2,6 3,9
d = detectiegrens h = humusstoring
geen geen geen
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de LN-waarde • : overschrijding van de LN-waarde •• : overschrijding van de Tussenwaarde ••• : overschrijding van de Interventiewaarde # : overschrijding samenstellingswaarde puin
gestandaardiseerde resultaten/overschrijding toetsingswaarden [mg/kg d.s.] [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] LN-waarde 190 0,2 0,2 0,2 0,45 ½ (LN+I) 2595 0,65 16,1 55,1 8,725 I-waarde H*=10% 5000 1,1 32 110 17 wonen-waarde 190 0,2 0,2 0,2 0,45 industrie-waarde 500 1,0 1,25 1,25 1,25 monster diepte [m-mv]
code
0,1-0,3
MM-07
<
2,4-2,6
MM-08
<
min. olie benzeen [GC]
tolueen
ethyl benzeen
xylenen
<
<
<
<
<
<
<
<
- : niet geanalyseerd @ : geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum LN : landbouw natuur MM-07: 26 t/m 28-01 MM-08: 26 t/m 28-02
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
10
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
Tabel 7:
analyseresultaten grondwater
peilbuis filter (m-mv) pH EC (µs/cm) troebelheid (NTU) grondwater [m-mv] zware metalen arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (som) styreen naftaleen gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen som C+T 1,2-dichlooretheen dichloormethaan dichloorpropanen tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform) vinylchloride minerale olie bromoform
5 2,6-3,6 6,6 390 8,6 2,07
analyseresultaten (µg/l) 11 28 2,9-3,9 2,9-3,9 6,5 6,7 398 410 7,4 21,8 2,38 2,4
toetsingswaarden (µg/l)
Swaarde
½ I(S+I) waarde
< < < < < < < < < < <
< 61• < < < < < < < < <
-
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5
60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800
< < < < < <
< < < < < <
< < < < <
0,2 7 4 0,2 6 0,01
15,1 503,5 77 35,1 153 35
30 1000 150 70 300 70
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
< -
7 7 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #
453,5 203,5 5 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315
900 400 10 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde
# : geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
11
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
3.4
Toetsingscriteria en analyseresultaten, asbest
Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of er sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.
Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is er sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve er geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’. Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest.
Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 8: analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten) monstergegevens Monster
MP
traject (m-mv)
RE-01 RE-02 RE-03 RE-04P RE-05
1 t/m 7 8 t/m 13 14 t/m 20 21 t/m 25 31 t/m 34
0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,2
analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) asbesttype materiaalbodem/puin bodem/puin gewogen* soort monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte H/NH asbest >20 mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in de bodem < n.a. < < n.a. < < n.a. < < n.a. < 60 enkele vezels 60 S H/NH
Toelichting bij tabel: <: kleiner dan de detectiegrens n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest P: puinmonster A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
12
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
4
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN
In opdracht van Erf Noordmolen is in augustus en september 2025, door Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. een verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Noordmolen 9 te AmbtDelden. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen sloop en de nieuwbouw op de locatie en heeft tot doel het vaststellen van de actuele kwaliteit van de bodem en het grondwater. 4.1
Asbestonderzoek
Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. Ter plaatse van de monsterpunten 21 t/m 25 is een puinverharding aangetroffen vanaf maaiveld tot maximaal 0,5 m-mv. In de bodem/puin is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de actuele contactzone op het erf binnen RE-01 t/m RE-03 [0,0-0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie < 0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. In de volledig puingranulaathoudende bodemlaag binnen RE-04 [0,0-0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie < 0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. In de actuele contactzone [0,0-0,2 m-mv] onder de “drupzone” binnen RE-05 [mp.31 t/m 34] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 60 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie < 0,5 mm zijn vrije vezels aangetroffen. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest de overschrijdt de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.), maar blijft beneden de interventiewaarde (100 mg/kg ds.). 4.2
Vaste bodem en grondwater
In de vaste bodem, ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank, zijn geen oliecomponenten waargenomen. Analytisch zijn in de boven- en ondergrond (MM-07 en MM-08), ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank(s), geen gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond boven de kwaliteitsklasse “Landbouw/natuur”. Analytisch zijn in de bovengrond (MM-01 t/m MM-03) op het erf geen gehalten aangetoond boven de kwaliteitseisen voor de klasse “Landbouw/natuur”. Analytisch zijn in de bovengrond (MM-06), direct onder de puinverharding, geen gehalten aangetoond boven de kwaliteitseisen voor de klasse “Landbouw/natuur”. Analytisch zijn in de ondergrond (MM-04 en MM-05) geen gehalten aangetoond boven de kwaliteitseisen voor de klasse “Landbouw/natuur”. In het grondwater uit de peilbuizen 5 en 11 zijn, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan barium in peilbuis 11, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. Het verhoogd aangetoonde gehalte overschrijdt de streefwaarde, maar blijft beneden de signaleringswaarde. Analytisch zijn in het grondwater uit peilbuis 28, ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank(s), geen gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond boven de streefwaarden.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
13
_______________________________ Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. ______________
4.3
Conclusies en aanbevelingen
In de actuele contactzone onder de “drupzone” binnen RE-06 is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 60 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest (RE-06) blijft beneden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). Op het overige terrein zijn geen verhoogde gehalten aan gewogen asbest aangetoond. In de vaste bodem zijn geen gehalten aangetoond boven de kwaliteitsklasse “Landbouw/natuur”. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Het aangetoonde gehalte vormt geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan er, met uitzondering van het aangetoonde gehalte aan gewogen asbest onder de drupzone binnen RE-06, geen bezwaren voor de voorgenomen sloop en de nieuwbouw. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is formeel een nader onderzoek asbest verplicht. Wij adviseren om de aangetroffen asbestverontreiniging in de drupzone van RE-06 (circa 5 m3), voorafgaand aan de sloop, onder milieukundige begeleiding te verwijderen en de vrijkomende grond ter verwerking af te voeren. De verontreiniging met gehalte < I-waarde dient minimaal 1 week voor aanvang, via het Digitaal Stelsel Omgevingswet [DSO], een plan van aanpak te worden ingediend bij het bevoegd gezag, de Gemeente Hof van Twente.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Noordmolen 9 te Ambt-Delden
14
BIJLAGE 1 Kadastraal overzicht
Kadastrale kaart
Uw referentie: 250703
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 1000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Ambt-Delden B 1333
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 24 september 2025 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 Boorbeschrijvingen
01
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 9 2 4 .1 0 0 4 7 7 5 7 3 .1 5
-70
m eet punt 01 1163370925
02
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 9 3 4 .1 3 4 7 7 5 9 4 .5 7
-70
m eet punt 02 1163370926
03
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
-50
50
100 3
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht geel, ow: geen, edelm an
4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
-90
-150
150
-200
200 t ype dat um boorm eest er x y
0
g r on d b or in g 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 9 2 2 .2 7 4 7 7 5 9 3 .2 1
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN /V OA N oor d m ole n 9 , Am b t -D e ld e n . 250703 N EN 6 6 9 3
m eet punt 03 1163370927
04
gras / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
1
-50
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 9 0 5 .6 8 4 7 7 5 7 5 .5 7
-70
m eet punt 04 1163370928
05
1
erf / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
0
-50
50
100
-100 3
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht geel, ow: geen, edelm an
4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
150
-150
200
250
-250
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an
260
300
-300
leem , st erk zandig, neut raal grijs, blauw, ow: geen, zuigerboor handm at ig 350 -360
360 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 8 9 9 .8 0 4 7 7 5 9 7 .8 3 2 .1
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN /V OA N oor d m ole n 9 , Am b t -D e ld e n . 250703 N EN 6 6 9 3
06
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 9 1 4 .2 9 4 7 7 6 0 6 .6 5
-70
m eet punt 06 1163370929
07
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 9 2 5 .5 2 4 7 7 6 1 5 .8 9
-70
m eet punt 07 1163370930
08
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
50
t ype dat um boorm eest er x y
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
g r on d b or in g 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 9 3 5 .6 0 4 7 7 6 5 1 .5 9
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
-70
m eet punt 08 1163370931
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN /V OA N oor d m ole n 9 , Am b t -D e ld e n . 250703 N EN 6 6 9 3
09
akker / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
50
t ype dat um boorm eest er x y
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
g r on d b or in g 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 9 1 0 .7 2 4 7 7 6 6 1 .4 6
-70
m eet punt 09 1163370932
10
akker / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
50
t ype dat um boorm eest er x y
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
g r on d b or in g 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 8 9 0 .7 7 4 7 7 6 5 9 .4 6
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
-70
m eet punt 10 1163370933
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN /V OA N oor d m ole n 9 , Am b t -D e ld e n . 250703 N EN 6 6 9 3
11
1
erf / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
0
-50
50
100 3
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht geel, ow: geen, edelm an
4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
150
-90
-150
200
m eet punt 11 1163370923
-250
250
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an 290 -300
300
leem , st erk zandig, neut raal blauw, grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig 350
390
-390 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 2 -0 8 -2 0 2 5 J. Post m a 2 4 5 9 0 4 .1 0 4 7 7 6 3 7 .3 1 2 .4
12
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
-50
50
100 3
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht geel, ow: geen, edelm an
4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an