CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

ontwerp BP Zenkeldamsehoek 2021, herz. hoogspanningsstation_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 16 januari 2024, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 9: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Bedrijventerrein Zenkeldamshoek 2021, herziening hoogspanningsstation30.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)

Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.

Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.

De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.

Kaartbijlage

237200

237400

237600

237800

238000

238200

474800

237000

474800

236800

474600 474400

474400

474600

2394306100 2249551100 2379079100

2011791100

474200

474200

4712064100 4940752100 4589529100

plangebied onderzoeksgebied

3060685100

Terrein van archeologische waarde

00

13-9-2021

NR

DATUM

120

180

RF

KAARTTITEL

Kaart met gegevens uit ARCHIS: waarnemingen, archeologische onderzoeksgebieden en AMK-terreinen

SCHAAL

R. Fens

1:4.000

PROJECTLEIDER

FORMAAT

G. van der Laan

Uitbreiding station GO110, Goor, gemeente Hof van Twente

onderzoeksmeldingen_vlak

GET. GIS SPECIALIST

PROJECTOMSCHRIJVING

Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

! °

WIJZIGING

TenneT TSO B.V.

Terrein van zeer hoge archeologische waarde

240 m

Definitief

OPDRACHTGEVER

Terrein van hoge archeologische waarde

473800

60

474000

0

Legenda

A3

DATUM

BLAD IN BLADEN

STATUS

WIJZ.NR

13-9-2021 Definitief

1 van 1

00

www.anteagroup.nl

KAARTNUMMER

472155.102-ARCHIS

vondstmeldingen

236800

237000

237200

237400

237600

237800

473800

474000

4700302100

Esri Nederland, Community Map Contributors

C:\Users\D13652\OneDrive - Antea Group\Desktop\472155\ArcGIS 2021\MXD\472155-ARO.mxd

238000

238200

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. (0513) 63 43 13 E. richard.fens@anteagroup.nl ISSN: 1570-6273 Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.

www.anteagroup.nl

1

Vooronderzoek bodem 110kV Goor

1.1

Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: ‘Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek – aanleiding A’ De te beantwoorden onderzoeksvragen behorende bij deze aanleiding betreffen:  Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?  Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters?  Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?  Is de bodem asbestverdacht?  Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?  Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het

grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?  Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich?  Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord  Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigde stoffen)? In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 1.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Bodeminformatiesysteem provincie Basisregistratie Adressen en Gebouwen Street Smart Topotijdreis.nl Nationaal Water Model Bodemkwaliteitskaart Bodemkwaliteitskaart PFAS

1.2

Website, contactpersoon of archief https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bagviewer https://streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart www.topotijdreis.nl Nationaal Water Model 2018 Regionale bodemkwaliteitskaart Twente, kenmerk: ES349-1, d.d. 23-03-2018, door: Witteveen + Bos Twente bodemkwaliteitskaart PFAS, kenmerk: 1272743, d.d. 28-05-2020, door: TAUW

Datum raadplegen Oktober 2021

Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan de Entersestraat en Zomerweg te Goor en betreft de kadastrale percelen Goor, sectie A, nummer 3086, 2841, 2853, 2854, 3743, 2857, 3730, 3744 en 3222. Het perceel is in gebruik als schakeltuin van een hoogspanningsterrein en agrarische percelen. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 13.500 m2 (het nieuw te bouwen hoogspanningsterrein). Daarnaast omvat het onderzoeksgebied circa 550 meter tracé waar elektriciteitskabels gelegd dienen te worden om het hoogspanningsterrein aan de

Entersestraat te verbinden met het nieuwe terrein aan de Zomerweg. Het onderzoeksgebied is gelegen nabij de coördinaten X: 237298 en Y: 474389 (volgens het Rijksdriehoekstelsel). Aan de noordkant van het plangebied zijn woningen met siertuinen aanwezig. De oost-, zuid- en westkant worden begrensd door wegberm, een rotonde (Zomerweg) en agrarische percelen. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in de tekeningen 0472155.102.100-O1 en 0472155.102S1.

1.3

Bodemopbouw en geohydrologie De lokale bodemopbouw is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 1.2: Lokale bodemopbouw (bron Dinoloket) Diepte (m) 10 - 9 +NAP 9 – 2 +NAP 2 – 0 – NAP 0 - 7 -NAP -7 – 20 -NAP

Formatie Holocene afzettingen, complexe eenheid Formatie van Boxtel, tweede, derde en vierde zandige eenheid Formatie van Drente, eerste en derde zandige eenheid Formatie van Urk, 2e, 4e en 5e zandige eenheid/ Formatie van Peize en Waalre, tweede en vierde zandige eenheid Formatie van Oosterhout, tweede zandige eenheid

Bodemtype Zand, Klei, veen Zeer tot matig fijn zand Matig tot uiterst grof zand, grindig, kalkarm Matig fijn tot grof zand, grindig, kalkarm Grof zand en uiterst fijn zand. Zeer fijn tot zeer grof zand, schelphoudend

-20 – 52 -NAP -52 en dieper

Formatie van Breda Rupel Formatie

Siltige, kalkhoudende klei Zware klei, siltig

In figuur 2.2 is een weergave van de lokale bodemopbouw opgenomen.

Afkoringen HLc – Holocene afzettingen BX – Formatie van Boxtel DR – Formatie van Drente UR – Formatie van urk PZWA – Formatie van Waalre en Peize OO - Formatie van Oosterhout BR - Formatie van Breda RU – Rupel Formatie z - zand k – klei of overig slecht doorlatende lagen

De regionale grondwaterstroming is hoofdzakelijk in noordelijke (1e watervoerde pakket) richting en stagnant in het 2e watervoerende pakket (DinoLoket).

1.4

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Bodeminformatiesysteem Uit het bodeminformatiesysteem is een omgevingsrapportage opgevraagd. Hieruit blijkt dat er op de locatie geen bodembedreigende activiteiten zijn geregistreerd. Uit het bodeminformatiesysteem blijkt wel dat er binnen het onderzoeksgebied diverse bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. De belangrijkste bevindingen aan de Entersestraat 10 betreffen: In de schakeltuin is een voormalige halfverharding aanwezig met slakken en sintels. Hierin is plaatselijk zintuigelijk asbest aangetoond (grove fractie), in de fijne fractie niet. Deze bovengrond is over het algemeen licht verontreinigd met kwik, cadmium en PCB (Grontmij 2012, Oranjewoud 2012) maar plaatselijk ook sterk verontreinigd met PCB en nikkel (Antea Group 2020). Op de oostzijde van het terrein is in 2018 een deel van de halfverharding gesaneerd vanwege de aanwezigheid van asbesthoudende plaatmaterialen. Nadien is geen asbest meer aangetoond in wanden of putbodem. Het grondwater is over het algemeen licht verontreinigd met diverse zware metalen en dichloorethenen (cis en trans). In de ondergrond en onverdachte delen van het terrein zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond.

De belangrijkste bevindingen aan de Zomerweg betreffen: In dam 2 aan de Entersestraat is een gehalte aan asbest aangetoond dat de grens voor nader onderzoek overschrijdt (76 mg/kgds in de puinhoudende bovengrond). Hier is formeel nader asbestonderzoek noodzakelijk (Arcadis 2020). Op de overige delen van het terrein zijn hooguit licht verhoogde gehalten aan koper gemeten (bovengrond). In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater bevat hier licht verhoogde concentraties aan nikkel en barium. In 2007 is een asbesthoudende stabilisatielaag aan de voormalige Zomerweg 1 gesaneerd. Uit de controlemonsters welke zijn samengesteld nabij de beoogde graafwerkzaamheden voor te leggen elektriciteitskabels, blijkt dat er nog licht verhoogde gehalten in de fijne fractie aanwezig zijn (37 en 22 mg/kg ds). Na deze sanering heeft terrein braakgelegen en is begroeid geraakt. Niet alle rapportages waren beschikbaar bij de gemeente, echter blijkt dat uit de digitale archieven dat in 2001 het gehele huidige plangebied is onderzocht en dat daarbij plaatselijk sterk verhoogde concentraties en gehalten aan zware metalen (o.a. arseen) zijn aangetoond. Deze zijn nadien niet gereproduceerd (Lankelma 2007, Arcadis 2020). Lankelma heeft in 2007 het terrein nabij de rotonde aan de Zomerweg onderzocht en hooguit licht verhoogde gehalten aangetoond.

Envita heeft ten noordoosten van de huidige onderzoekslocatie eveneens bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een beoogde uitbreiding van het industrieterrein en plaatselijk een gehalte aan asbest aangetoond boven de grens voor nader onderzoek. Dit rapport wordt meer genoemd in het recent uitgevoerde onderzoek van Arcadis 2020, welke is uitgevoerd op onderhavige onderzoekslocatie. Om deze reden wordt verondersteld dat deze verontreiniging op voldoende afstand is gelegen. Historisch kaartmateriaal Via Topotijdreis is historisch kaartmateriaal van de onderzoekslocatie bekeken. Voor zover bekend is de locatie aan de Entersestraat sinds de jaren ‘60 ingericht als hoogspanningsterrein. De rest van de omgeving en het onderzoeksgebied aan de Zomerweg zijn altijd in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Wel is hier een pad met bermsloten en bomenrij aanwezig geweest. Op kaartmateriaal is te zien dat voorafgaand aan de bouw van het hoogspanningsterrein, enkele kavelsloten aanwezig zijn geweest op de perceelgrenzen. Op een groot deel van deze zijn in het recente verleden reeds boringen uitgevoerd en geen bijzonderheden aangetroffen of gemeten (Arcadis 2020; Antea Group 2019). Bodemkwaliteitskaart Volgens de regionale bodemkwaliteitskaart Regio Twente blijkt dat de onderzoekslocatie in een gebied ligt welke voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur.

Luchtfoto’s Op bestudeerde luchtfoto’s van Street Smart uit de periode 2008-2021 blijken geen bijzonderheden voor de onderzoekslocatie. Uit luchtfoto’s blijkt wel dat er in ieder geval drie transformatoren aanwezig zijn binnen het onderzoeksgebied aan de Entersestraat 10. Deze locaties zijn verdacht op PCB en minerale olie. Ook is hier een halfverharding aanwezig (paden rondom de transformatoren) welke verdacht zijn op zware metalen. Overige historische gegevens Tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek zijn geen gegevens gevonden over de verbranding van stort of afval, (her)gebruik van grond of andere bouwmaterialen, het (voormalige) gebruik van asbest, ontgrondingen, aanvullingen, afzetting van bodemvreemd materiaal.

1.5

Asbest Binnen de grenzen van de onderzoekslocatie zijn mogelijk gedempte kavelsloten aanwezig. Gezien de bevindingen van voorgaand bodemonderzoek, wordt verondersteld dat het de onderzochte dempingen, zijn gedempt met gebiedseigen grond. Asbestverdachte materialen of bijmengingen zijn daar niet waargenomen. Wel is in dam 2, nabij onderhavige onderzoekslocatie (langs de Entersestraat) en op het aangrenzende perceel in het verleden asbest aangetoond (Envita 2016) boven de grens voor nader onderzoek. Het beoogde tracé ligt op 15 meter van deze dam. Verder is door Arcadis in een uitgebreid onderzoek van 2020 geen asbest aangetoond boven de grens voor nader onderzoek op onderhavige onderzoekslocatie. Tot slot is op het hoogspanningsterrein aan de Entersestraat 10 in 2013 een stuk asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Verwacht wordt dat op de onderzoekslocatie geen asbest van betekenis aanwezig zal zijn. Bij de uitvoering van het onderzoek wordt echter wel aangeraden op de volgende deellocaties extra alert te zijn op het eventueel voorkomen van asbest in de bodem: Halfverharding nabij aangetroffen stuk asbesthoudend plaatmateriaal aan de Entersestraat 10; De twee gedempte kavelsloten aan de Zomerweg.

1.6

PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Op 8 juli 2019 is door het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat een brief en bijbehorend Tijdelijk Handelingskader ten aanzien van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aan de Tweede kamer aangeboden (8 juli 2019, kenmerk: IENW/BSK-2019/131399). Hierin staat beschreven dat bij het aanbieden en verwerken van grond inzichtelijk dient te zijn in hoeverre deze PFAS-houdend is. Op 2 juli 2020 is de recentst geactualiseerde versie van het Tijdelijk Handelingskader verschenen, welke een aantal vragen beantwoordt uit de vorige versie en tevens hogere toepassingsnormen van PFAS-houdende grond biedt. De gemeentes binnen de regio Twente beschikken over een Achtergrondwaarde kaart ten aanzien van PFAS. De onderzoekslocatie ligt in een gebied waarvan zowel de boven- als ondergrond voldoen aan de Achtergrondwaarden. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (<25 m) zijn geen gegevens aangetroffen over de aanwezigheid van een op PFAS verdachte puntbronlocatie. Voor de definiëring van PFAS puntbronlocaties is tabel 1 en bijgaande tekst in het Handelingskader voor PFAS van Expertisecentrum PFAS (Expertisecentrum PFAS (2018, 25 juni) “Een handelingskader voor PFAS”, beschikbaar via https://www.expertisecentrumpfas.nl/documenten.html) gehanteerd.

Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s met een verdenking tot het verspreiden van PFAS voorkomen. Deze is gebaseerd op de eerder genoemde tabel 1 en de huidige beschikbare kennis. Van atmosferische depositie (droge en natte neerslag van (stof)deeltjes uit de atmosfeer) is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Aangenomen wordt dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie kan zijn.

1.7

Terreinverkenning Voorafgaande aan de veldwerkzaamheden is er een terreinverkenning uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er verder geen bijzonderheden naar voren zijn gekomen die duiden op de eventuele aanwezigheid van een bodemverontreiniging.

1.8

Conclusie vooronderzoek en onderzoeksopzet De verzamelde informatie geeft (plaatselijk) aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein (transformatoren en halfverharding) en verontreiniging met PCB en nikkel rondom deze transformatoren en in de halfverhardingslaag met slakken. Verder wordt verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein niet negatief hebben beïnvloed. Op basis van het vooronderzoek worden de verdachte deellocaties onderzocht volgens de onderzoeksstrategie voor een verdacht terrein (VEP), waarbij eveneens afperkende boringen worden verricht. Het onverdachte terrein wordt onderzoek volgens de strategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) en lijnvormige locatie (ONV-L). Een deel van de GF locatie is reeds in 2020 in voldoende mate onderzocht, en behoeft geen verder onderzoek. Verwacht wordt dat op de onderzoekslocatie geen asbest van betekenis aanwezig zal zijn. Bij de uitvoering van het onderzoek wordt echter wel aangeraden op de volgende deellocaties extra alert te zijn op het eventueel voorkomen van asbest in de bodem: Halfverharding nabij aangetroffen stuk asbesthoudend plaatmateriaal aan de Entersestraat 10; De twee gedempte kavelsloten aan de Zomerweg.

Legenda CDG, units, bestrating enTra Kabels Onderzoeksgebied

OPDRACHTGEVER

GIS SPECIALIST

TenneT TSO B.V.

S. Berendsen MA BSc PROJECTLEIDER

Ing. G. van der Laan

SCHAAL

FORMAAT

A4

PROJECTOMSCHRIJVING

DATUM

TenneT Bay Replacement Goor

02-11-2021

1 van 1

STATUS

WIJZ.NR

KAARTTITEL

defini ef

BLAD IN BLADEN

D0

Overzichtskaart Onderzoeksgebied www.anteagroup.nl

KAARTNUMMER

0472155.102-O1

www.anteagro R:\00470000\00472155\Milieu\Goor\Goor TenneT Bay Replacement.qgz

Legenda CDG, units, bestrating enTra Kabels Onderzoeksgebied Voorgaand onderzoek

Onderzoeksgebied HBB-locatie Dempingen Verontreinigingscontouren Interventiewaarde grond Voorgaand onderzoek Antea Group

OPDRACHTGEVER

GIS SPECIALIST

TenneT TSO B.V.

B.R. Visser PROJECTLEIDER

G.A. van der Laan

SCHAAL

FORMAAT

A4

PROJECTOMSCHRIJVING

DATUM

TenneT Bay Replacement Goor

09-12-2021

1 van 1

STATUS

WIJZ.NR

KAARTTITEL

defini ef

BLAD IN BLADEN

D0

Overzicht bekende gegevens www.anteagroup.nl

KAARTNUMMER

0472155.102-BL1

www.anteagro R:\00470000\00472155\Milieu\Goor\Goor TenneT Bay Replacement.qgz

Legenda CDG, units, bestrating enTra Kabels Onderzoeksgebied Voorgaand onderzoek

Onderzoeksgebied HBB-locatie Dempingen Verontreinigingscontouren Interventiewaarde grond Voorgaand onderzoek Antea Group

OPDRACHTGEVER

GIS SPECIALIST

TenneT TSO B.V.

B.R. Visser PROJECTLEIDER

G.A. van der Laan

SCHAAL

FORMAAT

A4

PROJECTOMSCHRIJVING

DATUM

TenneT Bay Replacement Goor

09-12-2021

1 van 1

STATUS

WIJZ.NR

KAARTTITEL

defini ef

BLAD IN BLADEN

D0

Overzicht bekende gegevens www.anteagroup.nl

KAARTNUMMER

www.anteagro

0472155.102-BL2 R:\00470000\00472155\Milieu\Goor\Goor TenneT Bay Replacement.qgz

TenneT Bay Replacement Goor Nummer

Jaar

Soort

1

2020

VO

2

2018

EVAL

3

2007

EVAL

4

2013

VO

Uitgevoerde bodemonderzoeken Informatie uit dossieronderzoek en samenvatting resultaten ‘Verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek percelen tussen Zomerweg en Entersestraat te Goor’, kenmerk: D10005003 54, d.d. 13-03-2020, door: Arcadis In verband met een perceeltransactie zijn diverse percelen langs de Zomerweg onderzocht. Uit het vooronderzoek blijkt dat op de terreinen gronddepots aanwezig zijn geweest voor de aanleg van het naastgelegen industrieterrein. Deze zijn rond 2013 verwijderd. Verder is een erf en boerderij aanwezig geweest waar in 2007 de panden zijn gesloopt en de asbesthoudende erfverharding zijn verwijderd. Verder zijn enkele dammen aanwezig. Uit voorgaande bodemonderzoeken blijkt dat over het algemeen hooguit licht verhoogde gehalten zijn aangetoond binnen en rondom het onderzoeksgebied. De asbestsanering van het erf beperkte zich tot het perceel van de Zomerweg 1. Nadien zijn geen gehalten meer boven de norm aangetoond. Dempingen, de locatie van de voormalige depots en dammen zijn als potentieel verdacht aangemerkt en onderzocht. Deellocaties 2 en 3 omvatten de huidige onderzoekslocatie Het grondwater stond hier rond 0,35 m-mv. Over het algemeen zijn hier hooguit licht verhoogde gehalten aan koper aangetoond maar blijft het toetsingsresultaat beneden de Achtergrondwaarden (BKK). De grond in de dammen is licht verontreinigd met PAK.

Op basis van de gehalten aan PFAS is die grond Niet Toepasbaar op basis van regionale grenswaarden. Op de onverdachte delen van het terrein voldoet de grond aan de landelijke Achtergrondwaarden en regionaal aan de klasse Wonen/Industrie. Op terrein 3 voldoet dit aan de Achtergrondwaarden. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties aan barium en nikkel. In Dam D2 is een gewogen gehalte aan 78 mg/kg aan asbest aangetoond. Dit beperkt zich tot de puinhoudende bovengrond. In dam 3 is een gehalte van 22 mg/kg aanwezig. Buiten de dammen om is op terrein 3 een licht verhoogd gehalte aan asbest gemeten (2,0 mg/kg). Nader asbestonderzoek voor dam 2 werd aanbevolen, evenals het waar nodig bijstellen van de toetsingsresultaten voor PFAS daar deze normen wijzigen. ‘Evaluatierapport Asbestsanering puinverharding EBS-locatie G01 Entersestraat 10 te Goor’, kenmerk: 420932, d.d. 29-05-2018, door: Antea Group Uit de controlemonsters blijkt dat geen asbestverdachte materialen meer zijn aangetoond. In de fijne is eveneens geen asbest meer aangetoond. De erfverharding is daarmee voldoende gesaneerd. ‘Evaluatierapport verwijdering asbesthoudende steunlagen Erfverharding Zomersweg 1 te Goor’, kenmerk: 110301/OF7/2x0/0004555/20/MB, d.d. 06-12-2007, door: Arcadis In verband met de aanleg van een industrieterrein, is dit perceel gesaneerd.

In de controlemonsters van bodem en wanden zijn licht verhoogde gehalten aan asbest achtergebleven. De relevante controlemonsters zijn afkomstig uit vakken A/B/C, C1 en 6. In C1 is geen asbest meer aangetoond. In RE6 is 37 en 22 mg/kg d.s. aangetoond in bodem en wanden. Chemische parameters zijn niet in verhoogde gehalten aangetoond. ‘Rapport verkennend bodem- en asbestonderzoek Entersestraat 10 te Goor’, kenmerk: 257909-09, d.d. 2606-2013, door: Oranjewoud In verband met werkzaamheden aan kabels en leidingen op het hoogspanningsterrein, is bodemonderzoek uitgevoerd. Uit het vooronderzoek blijkt dat het gehele terrein al eens is onderzocht in 2012 door Grontmij. Daaruit bleek dat de bodem bestaat uit zand op klei met een grondwaterstand van 1,6 m-mv. aanvankelijk was een matig verhoogd gehalte aan PCB gemeten, welke na uitsplitsing van het mengmonster nog in licht verhoogde gehalten werd teruggevonden. Verder zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium, kwik en PCB aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en cis+trans dichlooretheen en tetrachlooretheen. Uit de analyses van het onderzoek uit 2013 blijkt dat hooguit licht verhoogde gehalten aan PCB, cadmium en kwik aanwezig zijn in de (sporen) sintel-, baksteen- en kolengruishoudende bovengrond.

In de sintelen puinlagen is analytisch geen asbest aangetoond in de fijne fractie, plaatselijk wel in de grove (34 g, chrysotiel 10-15%). Voor het werk bij dit stukje asbest werd de veiligheidsklasse 3T geadviseerd. Verder was de Basisklasse of geen veiligheidsmaatregel noodzakelijk.

Bodemkwaliteit

Veiligheidsmaatregelen

Vervolgactie

AW2000/ onbekend

Onbekend

Nader asbestonderzoek naar dam 2. PFAS gehalten opnieuw toetsen of meten.

AW2000 (asbest)

-

Geen

>AW

-

IND/NT

Zwart

Licht verhoogde gehalten aan asbest verwacht op tracé

Asbestonderzoek uitvoeren bij waargenomen stuk plaatmateriaal.

5

2017

VO

6

2020

VO

7

2019

VO

‘Verkennend (asbest) bodemonderzoek Entersestraat Ong. te Goor’, kenmerk: 50772.00, d.d. 18-04-2017, door: Tebodin In verband met een perceeltransactie is bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de voorgaande onderzoeken uit de omgeving bleek over het algemeen dat de bodem naar verwachting licht verontreinigd was met PAK. Aan de Entersestraat 16 zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd alwaar ook een sterk verhoogde concentratie aan nikkel in het grondwater is gemeten (2000). Dit is nadien niet gereproduceerd. De locatie is als onverdacht beschouwd. Het grondwater stond op 0,6 tot 1,1 m-mv. In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan kwik aangetoond. Asbest is zowel zintuigelijk als analytisch niet aangetoond. Het grondwater bevat een licht verhoogde concentratie aan barium. ‘Verkennend bodemonderzoek Entersestraat 10 te Goor (GO1)’, kenmerk: 0458762.137, d.d. 02-06-2020, door: Antea Group B.V. In verband met beoogde graafwerkzaamheden op het hoogspanningsterrein, is bodemonderzoek uitgevoerd. De locatie was verdacht vanwege de aanwezige transformatoren en halfverhardingslaag met slakken of sintels. De locatie was op voorhand asbestverdacht. Vanaf noord naar zuid zijn de volgende gegevens relevant voor onderhavig onderzoeksgebied: Boringen 21, 12, 9, 20, 07, 013, 08, 014, 005, 017, 010, 011, 003, 004, 015, 07, 016 en 018 zijn relevant.

Op diverse van deze punten zijn slakken in sterke mate aangetroffen in de bovengrond, tot 0,5 m-mv. De grondwaterstand betrof 0,72-0,92 m-mv. De bovengrond van boring 004 is sterk verontreinigd met PCB. De bovengrond van boring 005 is sterk verontreinigd met PCB en nikkel. De bovengrond van boring 007 idem en matig met kobalt, koper, zink en van 008 matig met nikkel en sterk met PCB. De bovengrond van 013 is matig verontreinigd met PCB. De bovengrond van boring 012 is sterk verontreinigd met nikkel. PFAS is niet aangetoond boven de Achtergrondwaarden. De ondergrond is over plaatselijk licht verontreinigd met PCB, cadmium en kwik. Het grondwater in peilbuis 002 is licht verontreinigd met dichloorethenen. Verder zijn er licht verhoogde concentraties aan barium gemeten. Aanbevolen werd om de 4 verontreinigingskernen rondom de trafo’s in beeld te brengen (T111, T112, T113 met PCB en nikkel). ‘Verkennend bodem- en asbestonderzoek Entersestraat 10 te Goor (GO1)’, kenmerk: 0458264.101, d.d. 19-12-2019, door: Antea Group In verband met werkzaamheden aan de verharding en het hekwerk is bodemonderzoek uitgevoerd in de toegangsdam en ter plaatse van een demping. Noemenswaardige bijmengingen zijn niet aangetroffen behalve zwakke bijmengingen met puin in de toegangsdam. Zowel zintuigelijk als analytisch is geen asbest aangetoond in die laag en in de grond bij de demping.

Het grondwater was licht verontreinigd met barium. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan cadmium aangetoond. Verder zijn geen verhoogde gehalten gemeten.

Locatiecode A

Adres Entersestraat

Activiteit Dammen

B

Entersestraat 10

Transformatoren Erfverharding

AW2000

Basishygiëne

Geen

NT

Rood

PCB en nikkelcontouren in beeld brengen.

IND

Basishygiëne

Demping voldoende onderzocht.

Voldoende onderzocht/afstand Dam 2 nader onderzoeken op asbest indien hier grondroering plaatsvindt. Onderzoeken op PCB en minerale olie. Onderzoeken op zware metalen en indien nodig, asbest.

Legenda CDG, units, bestrating enTra Kabels Onderzoeksgebied WVP1 28-04-1995

OPDRACHTGEVER

GIS SPECIALIST

TenneT TSO B.V.

S. Berendsen MA BSc PROJECTLEIDER

Ing. G. van der Laan

SCHAAL

FORMAAT

A4

PROJECTOMSCHRIJVING

DATUM

TenneT Bay Replacement Goor

02-11-2021

1 van 1

STATUS

WIJZ.NR

KAARTTITEL

defini ef

BLAD IN BLADEN

D0

Isohypsen 1e watervoerende pakket www.anteagroup.nl

KAARTNUMMER

0472155.102-ISO1

www.anteagro R:\00470000\00472155\Milieu\Goor\Goor TenneT Bay Replacement.qgz

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4033/documents/56078