CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

ontwerp BP Zenkeldamsehoek 2021, herz. hoogspanningsstation_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 16 januari 2024, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 9: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Bedrijventerrein Zenkeldamshoek 2021, herziening hoogspanningsstation30.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.4.2.3

Economie Goor ontleent haar ontwikkeling in belangrijke mate aan de industriële bedrijvigheid. Ook vandaag de dag is de werkgelegenheid een belangrijke kwaliteit. De relatie met de industrie hoeft niet te worden weggestopt, maar maakt prominent onderdeel uit van de structuur van Goor. Dit mag ook. Ook voor de toekomst is het behoud van een groot aandeel werkgelegenheid een streven. Naast de van oudsher sterk vertegenwoordigde branches als industrie en bouwnijverheid zal de gemeenten zich ook richten op de voor de toekomst kansrijke economische pijlers zorg en dienstverlening. Daarnaast heeft het bedrijventerrein Haven Goor potenties voor de ontwikkeling van watergebonden bedrijvigheid. Actieve uitgifte van bedrijventerreinen vindt binnen de gemeente vooral plaats in Goor op Zenkeldamshoek. In figuur 4.6 is een uitsnede opgenomen van de structuurvisiekaart behorend bij het onderdeel economie. Het bedrijventerrein waarop de Greenfield is geprojecteerd is hierin aangegeven met de rode contour. Te zien is dat het plangebied is gelegen in een gebied dat is aangewezen als potentiële uitbreidingslocatie voor bedrijventerreinen, waarvoor reeds het bestemmingsplan Bedrijventerrein Zenkeldamshoek 2021' is vastgesteld.

ontwerp

25

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

Figuur 4.6: Uitsnede structuurvisiekaart onderdeel economie (Bron: Gemeente Hof van Twente 3.4.2.4

Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie Goor 2025' Het plan ligt op de gronden die zijn bestemd voor de uitbreiding van het bedrijventerrein waarvoor reeds het bestemmingsplan Bedrijventerrein Zenkeldamshoek 2021' is vastgesteld. De voorgenomen ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met de 'Structuurvisie Goor 2025'.

3.4.3

Sociaal-economische visie en actieprogramma Hof van Twente

3.4.3.1

Algemeen De 'Sociaal-economische visie en actieprogramma Hof van Twente' (Daadkrachtige kernen verbonden door ambitie) vastgesteld op 15 september 2015 door de gemeenteraad van Hof van Twente is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen gemeente Hof van Twente en het lokale bedrijfsleven. Een sociaal-economische visie en actieprogramma die een beeld geeft over de economische profilering, waar inzet op gepleegd moet worden en hoe deze inzet uitgevoerd wordt. In deze sociaal-economische visie is het doel aangegeven waar inzet, tijd en geld op gepleegd wordt. Door het huidige economisch profiel te schetsen, zowel gemeentebreed als per kern, zijn doelen gesteld die de economie en de werkgelegenheid versterken. Daarbij is het belangrijk dat Hof van Twente zich kan onderscheiden van andere gebieden. De missie voor Hof van Twente is daarom als volgt geformuleerd:

26

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

3.4.3.2

De Visie: Hoogwaardige bedrijventerreinen De gemeente Hof van Twente heeft verschillende bedrijventerreinen die aan of in de kernen zijn gelegen. Zenkeldamshoek is daarbij aangemerkt als het bedrijventerrein voor de hele gemeente en voor de vestiging van bedrijven van buiten Hof van Twente waar grootschalige bedrijvigheid, al dan niet met een zwaardere milieucategorie, plaats kan vinden. De andere lokale bedrijventerreinen hebben over het algemeen een goede ontsluiting, waardoor er kansen liggen voor zittende ondernemers voor uitbreiding.

3.4.3.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Sociaal-economische visie en actieprogramme Hof van Twente' Het Greenfield is een bedrijfsactiviteit met milieucategorie 3.2. en past daarmee qua milieubelasting op het bedrijventerrein Zenkeldamshoek. Het terrein is (deels) aangewezen als bedrijventerrein voor bedrijven met een zwaardere milieucategorie. De voorgenomen ontwikkeling sluit hier goed op aan. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling uitstekend aansluit bij de visie zoals verwoord in de sociaal-economische visie. 3.4.4

Bedrijventerreinenvisie Hof van Twente 2017-2026

3.4.3.5

Algemeen De gemeente Hof van Twente biedt binnen haar gemeentegrenzen plaats aan circa 3.000 bedrijven, van kleine ZZP’er in de woonwijk tot grote werkgevers waar de inwoners oprecht trots op zijn. Deze bedrijven wil de gemeente graag behouden, faciliteren en waar mogelijk helpen om zich te ontwikkelen en te groeien. In de bedrijventerreinenvisie wordt een doorkijk gegeven naar de ruimtelijke ontwikkeling van deze bedrijven binnen de gemeente Hof van Twente. Hierbij zal een goede afweging gemaakt moeten worden tussen ruimtelijke kwaliteit en de gewenste economische ontwikkeling.

3.4.4.1

Ambitie De ambitie van de gemeente is om alle bedrijvigheid die zich aandient zo goed mogelijk te accommoderen. Daarom wil de gemeente een gevarieerd en compleet aanbod aan bedrijventerreinen aanbieden. Het juiste bedrijf op de juiste plek is de doelstelling. Actieve uitbreiding van bedrijventerreinen vindt binnen de gemeente vooral plaats in Goor op Zenkeldamshoek. Voor de overige kernen geldt dat deze in eerste instantie bedoeld zijn voor de opvang van lokale aan de kern gebonden bedrijvigheid. Dit geldt ook voor lokaal gewortelde bedrijven. Daarbij probeert de gemeente zo veel mogelijk in te breiden op de bestaande locaties in de kernen, staat kleinschaligheid voorop en wordt ruimte geboden aan lokale ondernemers. Voor Hof van Twente wordt voor de periode 2016 t/m 2026 een ruimtevraag van circa 18 hectare verwacht. Hof van Twente speelt hier op in door voornamelijk op Zenkeldamshoek ruimte te bieden aan nog circa 12,5 hectare nieuw bedrijventerrein. Met deze uitbreiding van het bedrijventerrein Zenkeldamshoek heeft Hof van Twente voorlopig voldoende aanbod om te kunnen voorzien in de ruimtevraag naar bedrijventerrein. Gemeente Hof van Twente kan met Zenkeldamshoek (en deels Wegdam II te Hengevelde) voorzien in zowel een kwantitatieve als kwalitatieve bedrijventerreinenbehoefte voor de komende jaren.

De realisatie van het Greenfield is dan ook overeenkomstig met deze visie: Zenkeldamshoek als primaire locatie voor nieuwe of te herplaatsen bedrijven, maar lokaal maatwerk in de verschillende kernen waar dat mogelijk is

ontwerp

27

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

3.4.4.2

Toetsing van het initiatief aan de 'Bedrijventerreinenvisie Hof van Twente 2017-2026' In voorliggend geval wordt ruimte geboden aan de realisatie van een Greenfield op het bedrijventerrein Zenkeldamshoek.De ontwikkeling wordt in overeenstemming geacht met de bedrijventerreinenvisie.

3.4.5

Archeologiebeleid

3.4.5.1

Algemeen Op 1 januari 2010 is het gemeentelijke archeologiebeleid in werking getreden. Op de bijbehorende archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart is aangegeven welke gebieden een lage, een middelhoge, hoge en zeer hoge archeologische verwachtingswaarde hebben. Verder zijn ook de terreinen met bekende archeologische waarden in beeld gebracht (de archeologische monumenten). Afhankelijk van de verwachtingswaarde dient bij bouwplannen en ingrepen in de grond met een bepaalde omvang en diepte archeologisch vooronderzoek plaats te vinden. Historische kern: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 50 m2 of meer; Hoge verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 2500 m2 of meer; Middelhoge verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 5000 m2 of meer; Lage verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 10 ha of meer. Dit beleid dient vertaald te worden in de planregels van de bestemmingsplannen die in procedure worden gebracht.

3.4.5.2

Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijke archeologiebeleid In paragraaf 4.2 wordt getoetst aan het gemeentelijke archeologiebeleid. Verwezen wordt naar deze paragraaf.

3.4.6

Bodembeleid

3.4.6.1

Algemeen De gemeente heeft in het Bodembeleidsplan haar beleid ten aanzien van bodemverontreiniging uiteengezet. De ambitie van de gemeente is om bodemverontreinigingen te voorkomen en de bodem geschikt te houden voor toekomstige ontwikkelingen. Ten tweede heeft de gemeente de ambitie om bodemaspecten tijdig mee te nemen in planvorming. De gemeente geeft prioriteit aan het opheffen van bodemverontreinigingen die actuele risico’s opleveren voor mensen of milieu. De gemeente besteedt in het bijzonder aandacht aan de mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem. Hiervoor wordt verwezen naar het asbestbeleid en de asbestsignaleringskaart.

3.4.6.2

Toetsing van het initiatief aan het bodembeleidsplan In paragraaf 4.3 wordt de bodemkwaliteit beschreven aan de hand van uitgevoerd onderzoek. Kortheidshalve wordt verwezen naar deze paragraaf.

3.4.7

Conclusie toetsing aan gemeentelijk beleid De ontwikkeling is passend binnen de gemeentelijke beleidsambities zoals verwoord in de hiervoor behandelde gemeentelijke beleidsstukken.

28

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's archeologie & cultuurhistorie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geluid, gezondheid, kabel en leidingen, luchtkwaliteit, aanwezigheid van conventionele explosieven, water, milieuzonering en milieueffectrapportage.

4.1

Uitgangspunten TenneT Bij de Elektriciteitswet 1998 (de "E-wet") is TenneT aangewezen als beheerder van het landelijk hoogspanningsnet zowel op land als op zee. TenneT is daarmee verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van dit net. Daartoe realiseert TenneT nieuwe assets en onderhoudt TenneT bestaande assets op een zo efficiënt en effectief mogelijke manier. Om dat te bereiken legt TenneT, evenals vele andere functies in de Nederlandse samenleving, een claim op de beperkte beschikbare vrije ruimte in Nederland. TenneT is van mening dat deze claim alleen kan worden gerechtvaardigd indien een goede afweging van belangen heeft plaatsgevonden. Daarbij heeft TenneT de wens om bestaande infrastructuur zoveel als mogelijk ongestoord te laten liggen gedurende de gehele levensfase van een asset (40-50jr). Ook geldt dat TenneT nieuwe infrastructuur zo efficiënt / effectief mogelijk wenst in te passen en te realiseren. Aldus is het streven van TenneT samen te vatten als: 'Duurzame instandhouding en aanleg van assets op een zo efficiënt mogelijke wijze waarbij zo goed als mogelijk rekening is gehouden met alle mogelijke belemmeringen en belangen van stakeholders'. Ten behoeve van dit streven heeft TenneT een aantal beleidsregels opgesteld die van toepassing zijn ingeval door of in opdracht van TenneT nieuwe assets worden gerealiseerd of bestaande assets worden uitgebreid c.q.

grootschalig worden vervangen. Deze beleidsregels zijn in principe gedurende de gehele looptijd van projecten van toepassing. Deze beleidsregels zijn vastgelegd in een zogenoemd 'programma van eisen' (pve). Op dit project zijn het pve voor kabels, het pve met planologische traceringsuitgangspunten en locatie-eisen en het pve voor publieke en private rechten van toepassing. Deze door TenneT gehanteerde beleidsregels zijn ook in dit project toegepast en hebben geleid tot een voorkeurstracé, zoals in dit bestemmingsplan is beschreven.

ontwerp

29

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

4.2.1

Archeologie

4.2.1.1

Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het projectgebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

4.2.1.2

Onderzoek In het kader van het bestemmingsplan is archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1). De resultaten van dit onderzoek worden hieronder beschreven. Het plangebied bestaat uit een nieuwe stationslocatie (GF-locatie) en het kabeltracé dat van het oude station (BF-locatie) naar het nieuwe station loopt. De omvang van het nieuw te bouwen station bedraagt circa 1,4 ha, inclusief kabeltracé is het oppervlak van het plangebied 1,65 ha. Op basis van de archeologische verwachting zoals verwoord op de gemeentelijke beleidskaart geldt er voor de nieuw te realiseren stationslocatie in principe een lage archeologische verwachting. Voor zover te beoordelen op de AHN ligt de nieuwe stationslocatie in een vlakte. Verder ten noorden van het bestaande station (BF-locatie) bevindt zich een dekzandkop met een hoge archeologische verwachting, maar deze locatie is geen onderdeel van he onderhavige plangebied. Ook het historische kaartmateriaal is indicatief voor een relatief lage ligging van vrijwel het gehele plangebied. Verder is gebied ten oosten van de Enterseweg, i.e. het gehele plangebied reeds afdoende archeologisch onderzocht. Hierbij zijn geen archeologische vondsten en/of vindplaatsen aangetroffen. Antea Group adviseert om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Het bovenstaande betreft een selectieadvies. De opdrachtgever heeft dit rapport (revisie 0B, d.d.

7 januari 2022) ter beoordeling voorgelegd aan de archeologisch adviseur van de gemeente, S. Wentink (Het Oversticht). In de beoordeling van het rapport (d.d. 14 februari 2022) zijn de conclusies en het advies onderschreven. Vervolgonderzoek is niet meer nodig. Meldingsplicht Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed:Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.

4.2.1.3

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

30

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

4.2.2

Cultuurhistorie

4.2.2.1

Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.

4.2.2.2

Situatie plangebied Er bevinden zich in het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Geconcludeerd wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan.

4.2.3

Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.3

Bodemkwaliteit

4.3.1

Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te is een vooronderzoek en een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De volledige onderzoeken zijn opgenomen in Bijlage 2 en Bijlage 3. Hierna wordt ingegaan op de resultaten van deze onderzoeken.

4.3.2

Onderzoek Vooronderzoek De verzamelde informatie geeft (plaatselijk) aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein (transformatoren en halfverharding) en verontreiniging met PCB en nikkel rondom deze transformatoren en in de halfverhardingslaag met slakken. Verder wordt verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein niet negatief hebben beïnvloed. Op basis van het vooronderzoek worden de verdachte deellocaties onderzocht volgens de onderzoeksstrategie voor een verdacht terrein (VEP), waarbij eveneens afperkende boringen worden verricht. Het onverdachte terrein wordt onderzoek volgens de strategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) en lijnvormige locatie (ONV-L). Een deel van de GF locatie is reeds in 2020 in voldoende mate onderzocht, en behoeft geen verder onderzoek. Verwacht wordt dat op de onderzoekslocatie geen asbest van betekenis aanwezig zal zijn. Bij de uitvoering van het onderzoek wordt echter wel aangeraden op de volgende deellocaties extra alert te zijn op het eventueel voorkomen van asbest in de bodem: Halfverharding nabij aangetroffen stuk asbesthoudend plaatmateriaal aan de Entersestraat 10;

ontwerp

31

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

De twee gedempte kavelsloten aan de Zomerweg Verkennend bodem- en asbestonderzoek Het doel van het verkennend bodemonderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen om in het kader van de voorgenomen ontwikkeling van het terrein de gebruiksmogelijkheden van het terrein te bepalen. Uit het onderzoek blijkt het volgende. Zintuigelijk waarnemingen Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn er zintuiglijk geen bijzonderheden aangetroffen die duiden op een eventuele verontreiniging van de bodem. Op de locatie zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in het opgeboorde materiaal aangetroffen. Dit betreft een indicatieve waarneming aangezien er geen volledig asbestonderzoek is uitgevoerd conform de normen voor asbestonderzoek (NEN 5707). Grond In het mengmonster van de bovengrond onder de hoogspanningsmast (MM4) zijn matig verhoogde waarden aangetroffen aan PCB’s en zink. De deelmonsters van dit mengmonster zijn individueel onderzocht op PCB’s en zink, waaruit naar voren komt dat deze waarden relatief homogeen voorkomen. Belangrijke constatering is dat er geen sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde. Verder zijn er in de grondmengmonsters plaatselijk enkele licht verhoogde waarden aangetroffen. PFAS Uit de analyses komt naar voren dat de gemeten waarden aan PFAS in de mengmonsters van de bovengrond binnen de normering voor Landbouw/Natuur vallen.

Grondwater In het grondwater zijn lichte verhoogde concentraties aan enkele zware metalen aangetoond. Asbest Op basis van het verkennend asbestonderzoek is er zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. 4.3.3

Conclusie De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarden. De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor de geplande ontwikkeling van het terrein. De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijk dat de grond voldoet aan de “Achtergrondwaarde”, “Industrie” of “Niet-toepasbaar”. Bij grondbewerking en eventuele afvoer van grond van de locatie dient hiermee rekening te worden gehouden. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van het verkennend bodem- en asbestonderzoek. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

32

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

4.4

Ecologie

4.4.1

Algemeen Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebiedsen soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.

4.4.2

Onderzoek Er is in het kader van dit bestemmingsplan een natuurtoets uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in Bijlage 4 en hieronder samengevat. Beschermde gebieden Het projectgebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, NNN- gebied of Nationaal Landschap. Wel ligt het projectgebied deels binnen een Bos- en natuurgebied buiten het NNN. Natura 2000. Uit de bureaustudie blijkt dat Natura 2000-gebied ‘Borkeld’ is gelegen op circa 5,6 kilometer ten noordwesten van het projectgebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. Gezien de relatief kleine en kortdurende ingreep, de afstand en de aanwezigheid van tussenliggende afschermende elementen, zoals bomenrijen, glooiingen in het landschap en de tussenliggende wegen, kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden. In dat kader is een stikstofonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 5). AERIUS ONDERZOEK LOOPT NOG EN WORDT LATER INGEVOEGD! NNN Het projectgebied is niet gelegen binnen een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op ruim 2 kilometer ten noorden van het projectgebied. De provincie Overijssel kent geen externe werking op NNN-gebieden.

Er zijn dus geen negatieve effecten op deze NNN-gebieden en er hoeven geen vervolgstappen in acht te worden genomen. Bos- en natuurgebied buiten het NNN In het onderzoek is aangegeven dat aan de westzijde van het Brownfield, nabij watergang de Boven Regge, deels door een bos- en natuurgebied buiten het NNN loopt. Deze gronden maken echter geen onderdeel uit van dit bestemmmingsplan. Afhankelijk van de werkzaamheden op het Brownfield worden mogelijk potentiële natuurwaarden van dit gebied aangetast. Het is aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden met bevoegd gezag, de provincie Overijssel te overleggen over mogelijke maatregelen en vervolgstappen om de natuurwaarden van dit Bos- en natuurgebied buiten het NNN niet aan te tasten. Dit is een uitvoeringsapsect en voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan niet relevant. Nationale Landschappen Het projectgebied ligt op ruim 13 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Nationale Landschap ‘Noordoost-Twente’. Vanwege de afstand en tussenliggende elementen worden negatieve effecten op dit Nationale Landschap uitgesloten.

ontwerp

33

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

Beschermde houtopstanden De bomen die mogelijk gekapt worden binnen het projectgebied, vallen niet onder een beschermde houtopstand. Er zijn dus geen negatieve effecten op beschermde houtopstanden. Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: Jaarrond beschermde nesten (mogelijk nestplaatsen huismus, gierzwaluw, boerenzwaluw, huiszwaluw, boomvalk, buizerd, ransuil, torenvalk en slechtvalk); Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen aanwezig); Vleermuizen (mogelijk verblijfplaatsen en essentiële vliegroute aanwezig); Bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in bosschage naast locatie Greenfield); Egel (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in bosschage naast locatie Greenfield); Grote vos (mogelijk essentieel leefgebied met waardplanten in bosschage naast locatie Greenfield). In Tabel 4.1 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is.

De verwijzingen in de kolom 'is er sprake van een overtreding' zijn verwijzigingen naar de paragraaf in de natuurtoets, die is bijgevoegd als bijlage 4. Tabel 4.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

34

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

ontwerp

35

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

4.4.3

Conclusie Uit het onderzoek volgt dat er voor wat betreft de soortenbescherming nader onderzoek nodig is met betrekking tot jaarrond beschermde nesten, marterachtigen en egel. Indien deze soorten worden aangetroffen wordt ontheffing aangevraagd en worden de benodigde maatregelen genomen.De verwachting is, dat de benodigde ontheffing wordt verleend. Op grond van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect natuur de uitvoering van het bestemmingsplan niet belemmert. De voorgestelde maatregelen worden genomen.

36

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

4.5

Bedrijven en milieuzonering

4.5.1

Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.

4.5.2

Gebiedstype Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Rondom het bedrijventerren Zenkeldamshoek zijn met name de clusters van woningen aan de Entersestraat 1-4 en 3-8 maatgevend. Deze woningen staan aan een rustige weg in het buitengebied. Ten noorden van de woningen zijn enkele agrarische bedrijven

ontwerp

37

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

(Enterweg 1 en 3) en een manege (Enterweg 2) gelegen. Deze bedrijven bevinden zich echter op ruime afstand (meer dan 100 meter) van de dichtstbijzijnde woning, zodat de invloed van de bedrijven op de voorgenoemde woonpercelen beperkt is. Omdat er in de directe omgeving van de nabij het plangebied gelegen woningen geen sprake is van een matige tot sterke functiemenging, wordt voor de woningen uitgegaan van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Overige woningen staan op zeer ruime afstand van het plangebied. De woningen in de woonbuurten van Goor staan op zeer ruime afstand van het plangebied (ruim 300 meter) en blijken niet maatgevend te zijn voor de zonering in het plangebied. Agrarische bedrijfswoningen staan op een zodanige afstand van het plangebied dat deze voor de milieuzonering niet maatgevend zijn. 4.5.3

Onderzoek Het geldende bestemmingsplan staat op de gronden, waar met voorliggend plan een hoogspanningsstation wordt toegestaan, grotendeels bedrijven toe tot maximaal milieucategorie 3.2 met een minimale richtafstand van 100 meter. Voor een beperkt deel van het terrein aan de westkant geldt een maximale mileucategorie 3.1. Het hoogspanningsstation is volgens de VNG-uitgave een bedrijfsactviteit uit milieucategorie 3.1 (Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen van 10-100 MVA). De richtafstand voor geluid is 50 meter en voor gevaar 30 meter. Voor geur en stof geldt een richtafstand van nul meter. Hiermee past de activiteit in de milieuzonering van het bestemmingsplan en wordt er voldoende afstand gehouden tussen het Greenfield en de omliggende woningen, waarvan de dichtstbijzijnde woning Entersestraat op circa 113 meter ligt van de bestemmingsgrens. De ondergrondse hoogspanningsverbindingen en bovengrondse hoogspanningslijnen zijn geluidloos.

4.5.4

Conclusie Op grond van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect bedrjijven en milieuzonering (geur, geluid, stof en gevaar) de uitvoering van het bestemmingsplan niet belemmert.

4.6

Externe veiligheid

4.6.1

Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); de Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt);

38

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.6.2

Onderzoek Het hoogspanningsstation is vanwege het infrastructurele belang te beschouwen als een kwetsbaar object. Daarom moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In figuur 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het bedrijventerrein en omgeving weergegeven.

Figuur 4.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlasleefomgeving.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie: zich niet bevindt binnen de PR 10-6 risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); niet is gelegen binnen PR 10-6 risiscocontour van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het betreft een onbemand station; er zijn alleen incidenteel personen aanwezig. Daarom speelt bij de wijziging het groepsrisico geen rol. 4.6.3

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

ontwerp

39

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

4.7

Geluid

4.7.1

Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen aandacht te worden besteed aan het aspect geluid.

4.7.2

Onderzoek De ondergrondse en bovengrondse 110kV kabelverbindingen en -lijnen en de Greenfield zijn geen geluidgevoelige bestemmingen in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Voor de realisatie van de Greenfeld en en de ondergrondse 110kV kabelverbinding en bovenrgndse lijnen vinden de nodige werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden en het hierbij in te zetten materieel veroorzaken tijdelijk een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving. De effecten vanwege de geluidshinder op omwonenden treden alleen op tijdens de realisatiefase De ene activiteit duurt langer dan de andere activiteit en iedere activiteit heeft een andere geluidssterkte. Het gaat hierbij om tijdelijk geluid veroorzaakt door onder andere vrachtverkeer, graven en boren. De Wet geluidhinder bevat geen regels voor dergelijke tijdelijke situaties. De uiteindelijke ondergrondse kabels zijn volledig geluidloos. De effecten van geluid vanwege de Greenfield op de omgeving is beoordeeld in paragraaf 4.5. Mogelijk is de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) van toepassing op de aanlegfase. De werkzaamheden zullen binnen de gestelde normen van de APV worden uitgevoerd.

4.7.3

Conclusie De realisatie van het bestemmingsplan is vanuit het aspect geluid planologisch aanvaardbaar.

4.8

Gezondheid

4.8.1

Algemeen De sterkte van elektrische en magnetische velden is afhankelijk van de aanwezige spanning (elektrisch veld) of de stroomsterkte (magnetisch veld), maar is ook sterk afhankelijk van de afstand tot de bron. Net als bij een warmtebron geldt voor elektrische en magnetische velden dat de veldsterkte snel afneemt wanneer de afstand tot de bron groter is. Bij ondergrondse hoogspanningskabels spelen elektrische velden geen rol. Door de metalen beschermingsmantel om de kabel wordt het elektrisch veld volledig afgeschermd. Voor wat betreft magneetvelden rond hoogspanningsinfrastructuur geldt een grenswaarde van maximaal 100 microtesla. Deze waarde komt voort uit aanbevelingen van de Europese Unie en geldt als norm voor de maximale blootstelling aan burgers. Het volledige hoogspanningsnet van TenneT voldoet aan deze norm op alle voor publiek toegankelijke plaatsen. Het toenmalige ministerie van VROM (nu ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) heeft aanvullend in 2005 een beleidsadvies aan gemeenten, provincies en netbeheerders voor bovengrondse hoogspanningslijnen gegeven. De kern van het

40

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

beleidsadvies luidt als volgt: Op basis van het voorgaande adviseer ik u om bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel bij wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone). 4.8.2

Onderzoek Het beleidsadvies is alleen van toepassing op bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Andere elektrische infrastructuur of voorzieningen zoals ondergrondse hoogspanningsverbindingen, hoogspanningsstations, transformatorhuisjes, spoorlijnen, tramwegen en dergelijke vallen niet onder het beleidsadvies. Het beleidsadvies is dus niet van toepassing op de ondergrondse kabelverbinding die in dit bestemmingsplan planologisch mogelijk wordt gemaakt. Voor de hoogspanningslijnen geldt bij een 110kV-lijn een magneetveldzone van circa 35-50 meter breed (bron: Kennisplatform Elektromagnetische Velden, https://www.kennisplatform.nl/hoe-sterk-zijn-magneetvelden-van-hoogspanningslijnen/ ). Binnen deze afstand zijn er in de omgeving geen bestemmingen waar kinderen (tot 15 jaar) kunnen verblijven, zoals woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen.

4.8.3

Conclusie De uitvoering realisatie van de ondergrondse 110kV kabelverbinding is vanuit het aspect gezondheid aanvaardbaar.

4.9

Kabels en leidingen Bij de aanleg van een ondergrondse 110kV kabelverbinding is het belangrijk te bezien of er andere ondergrondse infrastructuur aanwezig is in de vorm van kabels en leidingen die nadelig kunnen worden beïnvloed door de ondergrondse 110kV kabelverbinding. Het is ook mogelijk dat het functioneren van de ondergrondse 110kV kabelverbinding nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van kabels en leidingen. Bij de aanleg wordt rekening gehouden met kabels- en leidingverordening van de betrokken gemeenten. Kruisingen worden uitgevoerd door middel van een boring en vormen daarmee geen belemmering. Bij het kruisen van gasleidingen door middel van boringen wordt een afstand van 5 meter boven of onder de gasleiding aangehouden. Bij conventionele aanleg (open ontgraving) kan de afstand beperkt blijven tot 0,5 à 1 meter. De ondergrondse 110kV kabelverbinding kruist in de gemeente Hengelo een aantal gasleidingen. De betrokken beheerders, TenneT en Gasunie, stemmen een en ander op elkaar af. Daar waar noodzakelijk worden maatregelen getroffen. In de NEN norm 3654 zijn afstandsnormen en richtlijnen opgenomen voor gewenste afstanden tussen hoogspanningsverbindingen en andere kabels en leidingen. Daarnaast is een richtlijn opgenomen om te komen tot een ideale afstand. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij aanleg en instandhouding van nieuwe verbindingen van TenneT.

Worden deze afstanden aangehouden dan is de noodzaak tot het treffen van maatregelen geminimaliseerd en kan de ongestoorde ligging beter worden geborgd. .

ontwerp

41

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1

Algemeen Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Alleen waar sprake is van in de Wm genoemde uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften (artikel 5.16, lid 2) èn deze uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, dient een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaats te vinden. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en fijn stof (PM10).

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven.

4.10.2

Onderzoek De Greenfield is onbemand. De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt derhalve plaats gedurende de aanlegfase. Vervolgens vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Naar verwachting is het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase dermate laag dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. Om dit te motiveren zijn onderstaande berekeningen uitgevoerd met de NIBM-tool (versie 23 april 2022). De linkse figuur geeft een positief resultaat bij 1.250 vervoersbewegingen met 3% vrachtverkeer. Bij de berekening in de rechtse figuur is uitgegaan van 110 vervoersbewegingen waarvan 95% vrachtverkeer.

42

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

Figuur 4.2: Berekeningen NIBM-tool Bovenstaande overwegingen laten zien dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. 4.10.3

Conclusie Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Er worden geen ontwikkelingen toegelaten die leiden tot een substantiële toename van het verkeer.

4.11

Waterhuishouding

4.11.1

Algemeen De Watertoets is een procesinstrument om wateraspecten een plaats te kunnen geven in de planvorming. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. Met de watertoets worden afspraken gemaakt over de wijze waarop in ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het belang van water. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Vechtstromen.

4.11.2

Onderzoek Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermings- of intrekgebied. Verder is er geen sprake van het dempen van bestaande watergangen. Binnen het plangebied zal het hemelwater en vuilwater gescheiden worden afgevoerd. Het hemelwater wordt afgevoerd naar en opgevangen in de aan te leggen waterpartijen/infiltratievoorzieningen. Er is sprake van een toename in verhard oppervlakte op de Greenfield van circa 2.250 m2 (terreinverharding, ontsluitingsweg en gebouw rondom de installaties). Het overige deel van het perceel van circa 10.000 m2 blijft onverhard. Het percentage oppervlakteverharding blijft voor het gehele terrein daarmee onder het bebouwingspercentage van 80%. Hierdoor blijft het binnen de kaders van de watertoets uit het bestemmingsplan, waarin de opgave voor de waterberging is bepaald en de bouwregels van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Zenkeldamshoek 2021. Wel verdwijnt door de realisatie van een nieuwe eindmast een beperkt deel van de geprojecteerde waterpartij/infiltratievoorziening nabij de rotonde Zomerweg. Dit is beoordeeld door de gemeenelijke gebiedsontwikkelaar en geconcudeerd is, dat dat geen nadelig effect heeft op de waterhuishouding. De Greenfield en de ondergrondse 110kV kabelverbinding en de bovengrondse hoogspanningslijnen leiden niet tot effecten op de waterhuishouding.

Het aspect water vormt hierdoor geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. De waterbelangen worden niet geschaad.

ontwerp

43

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

4.11.3

Conclusie Het aspect water is geen belemmering voor de uitvoering van het plan. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening wordt door de gemeente advies gevraagd aan het Waterschap (zie paragraaf 7.2).

4.12

Ontplofbare oorlogsresten

4.12.1

Algemeen Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog conventionele explosieven (hierna CE) in het gebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane CE vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. In dat kader is onderzoek uitgevoerd

4.12.2

Onderzoek Er is in het kader van dit bestemmingsplan een pragmatische opsporingsanalyse (hierna: POA) opgesteld zie Bijlage 6). Het doel van de POA is duidelijkheid te verschaffen over de vraag of het onderzoeksgebied (deels) verdacht is op ontplofbare oorlogsresten en zo ja welke ontplofbare oorlogsresten. Dit gebeurt op basis van de huidige, meest recente inzichten van AVG.

4.12.3

Conclusie Alle werkzaamheden kunnen op basis van het onder zonder aanvullend explosievenonderzoek en onder reguliere omstandigheden worden uitgevoerd. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is namelijk geconcludeerd, dat er geen indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het plangebied.

4.13

Milieu-effectrapportage

4.13.1

Algemeen Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De milieueffectrapportage is geregeld in de Wet milieubeheer en nader uitgewerkt in de AMvB Besluit m.e.r. De categorieën van activiteiten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en een bijlage. De activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, staan genoemd in de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage. Het gaat om de C-lijst en de D-lijst waarin alle activiteiten staan genoemd waarvoor m.e.r.-verplichtingen kunnen gelden. De aard en omvang van de activiteit bepaalt in belangrijke mate welke verplichtingen gelden ten aanzien van de rapportages. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling, een m.e.r.-beoordeling of een m.e.r.-plicht. De gevallen waarvoor een milieueffectrapportage verplicht is, staan in onderdeel C. De gevallen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is, staan in onderdeel D. De gevallen

44

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

in onderdeel D zijn overigens indicatief. De verplichting voor een m.e.r.-beoordeling geldt ook wanneer op grond van de selectiecriteria in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Deze omstandigheden zijn: 1. de kenmerken van de projecten (omvang project, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico en ongevallen en de cumulatie met andere projecten); 2. de plaats van de projecten (bijzondere gebieden, bestaand grondgebruik, rijkdom/kwaliteit/regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijk milieu); 3. de kenmerken van de potentiële effecten (in samenhang met de eerste twee criteria: bereik, grensoverschrijdende karakter van het effect, orde/grootte/complexiteit effect, waarschijnlijkheid effect, duur/frequentie/onomkeerbaarheid van het effect). Gelet op de wetswijziging per 16 mei 2017 moet er voor de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbindingen en de bovengrondse hoogspanningslijnen op grond van het Besluit m.e.r. bijlage D een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling worden opgesteld, op basis waarvan de gemeente een besluit neemt over de m.e.r.-beoordelingsplicht. De realisatie van het hoogspanningstation is in het Besluit m.e.r.

niet als activiteit opgenomen. Tabel 4.3: Besluit m.e.r. bijlage D24.2

4.13.2

Onderzoek In het kader van het bestemmingsplan is een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld die als bijlage 7 bijgevoegd. Hierin is beoordeeld of er sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu.

ontwerp

45

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

4.13.3

Conclusie Geconcludeerd wordt, dat er geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer. Het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het plan is niet nodig. AFHANKELIJK VAN DE RESULTATEN VAN HET STIKSTOFONDERZOEK

46

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

Hoofdstuk 5

Juridische plantoelichting

De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

5.1

Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. Dit bestemmingplan is opgesteld conform de normen van de SVBP 2012 (Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012). De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.

5.2

Toelichting op de planregels De planregels zijn als volgt opgebouwd:

5.2.1

Hoofdstuk1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen:In Artikel 1 zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn . Artikel 2 Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten (Artikel 2) uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt de digitale verbeelding.

ontwerp

47

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

5.2.2

Hoofdstuk2: Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a: Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd. Specifieke gebruiksregels: In de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of wordt toegestaan binnen deze bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd. Afwijken van de gebruiksregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van functies die in eerste aanleg strijdig zijn met de bestemmingsomschrijving of de specifieke gebruiksregels;

5.2.3

Hoofdstuk3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel (Artikel 13): deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels (artikel 14): in de deze regels is bepaald hoe moet worden omgegaan met bestaande maatvoeringen die afwijken van het bepaalde in de bestemmingsregels. Algemene gebruiksregels (Artikel 15): in deze regel is aangegeven wat onder verboden gebruik wordt verstaan. Deze regel gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Algemene aanduidingsregels (Artikel 16): in dit artikel zijn teneerste regels opgenomen met betrekking tot de aanduiding 'vrijwaringszone - radar'. Deze aanduiding is opgenomen in verband met de ligging van het plangebied binnen een vrijwaringszone voor radarverstoringsgebieden.

Hiervoor gelden aanvullende regels in verband met de bouwhoogte van bouwwerken.De aanduiding 'vrijwaringszone hoogspanningsverbinding te vervallen' is opgenomen om te regelen dat de onderliggende dubbelbestemming Leiding - Hoogspanningsverbinding ten behoeve van een hoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen komt te vervallen vanaf het eerste moment, dat de nieuwe hoogspanningsverbinding in gebruik is genomen.. Tot slot is de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. Hiervoor gelden de regels zoals opgenomen in de bestemming 'Agrarisch met waarden' (artikelen 3). Algemene afwijkingsregels (Artikel 17): in deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels (Artikel 18): in dit artikel zijn regels in verband met parkeren opgenomen.

48

ontwerp

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

5.2.4

Hoofdstuk4: Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

5.3

Bestemmingen Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouwen gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Artikel 3 Agrarisch met waarden Binnen de gemeente Hof van Twente is het agrarisch gebied in de vigerende bestemmingsplannen onderverdeeld in verschillende 'soorten' agrarisch gebied. Dit onderscheid houdt verband met de voorkomende landschaps- en natuurwaarden in de verschillende gebieden. De opgenomen regeling voor Agrarisch met waarden is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente.

Voor de agrarsiche gronden voor zover gelegen geldt de bestemming Agrarisch met waarden, waarbij voorkomende waarden met een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden worden beschermd, te weten: openheid, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden, waterhuishouding en natuur. De waarde 'openheid' is hierbij apart aangeduid en is op voorliggend plan niet van toepassing. De gebiedsbestemming 'Agrarisch met waarden' is gelegen in de open en reliëfrijke delen van het essenlandschap, het kleinschalige en onregelmatige patroon van singels, houtwallen, zandpaden en bosjes rond de omsloten kampen in het kampenlandschap, de uitgestrekte langwerpige velden met zichtbare ontginningsgrenzen in het veldontginningslandschap en de openheid en grootschaligheid in het broekontginningslandschap. Alleen de bestemminsregels uit het geldende plan die vanoepassing zijn op de gronden in voorliggend plan zijn overgenomen Artikel 4 Bedrijventerrein De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor bedrijven en instellingen zoals vermeld in de categorieën 1, 2, 3.1 en 3.2 van de bij de regels behorende Staat van bedrijven, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1': categorie 1, 2 en 3.1 zijn toegestaan; 2.

ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2': categorie 1, 2, 3.1 en 3.2 zijn toegestaan.

ontwerp

49

Bedrijventerrein Zenkeldamsehoek 2021, herziening hoogspanningsstation

In het geldende bestemmingsplan is het begrip bedrijf als volgt gedefinieerd.een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. Dienstverlening en dienstverlenend bedrijf is gedefinieerd als een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; Een hoogspanningsstation is daarmee geen (dienstverlenend) bedrijf als bedoeld in het geldende bestemmingsplan en derhalve niet toegestaan. In dit bestemmingsplan is daarom de bestemming Bedrijventerrein, zoals die geldt voor de gronden in het plangebied inhoudelijk één op één overgenomen, waarbij aanvullend expliciet een hoogspanningstation is toegestaan. Voor de overige toegestane functies is aangesloten op het geldende bestemmingsplan bestemmingsplan "Bedrijventerrein Zenkeldamshoek 2021". Het gaat hierbij bijvoorbeeld om productiegebonden detailhandel, groenvoorzieningen, water, verkeersen verblijfsdoeleinden en openbare nutsvoorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4033/documents/56078