MPM 5680 Vergunning (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
ee
te
E Hof van e Twente
®,,
,
WET
Beschikking op aanvraag
om
vergunning
Datum
besluit: 7 augustus 2007
Naam
aanvrager
:
Naam
inrichting
:
Straat en huisnummer Postcode & woonplaats
MILIEUBEHEER
kenmerk:
(geanonimiseerd) te Markelo Goorseweg 3, BEN : sectie |, nrs 3977 en 4220 (gemeente :
Datum aanvraag Soort aanvraag
:
24
:
Een
april
5680
(geanonimiseerd)
Coöp. Arkervaart-Twente UA, (geanonimiseerd) Coöp. Arkervaart-Twente U.A. : Westkadijk 4 (geanonimiseerd) EN te Nijkerk
Adres inrichting Kadastraal bekend
MPM
—
Hof van
Twente).
2007
nieuwe de
gehele inrichting omvattende vergunning Revisievergunning overeenkomstig artikel 8.4 Wet milieubeheer (verder Wm). ==
—
Inhoud
van
de
beschikking:
De voorliggende aanvraag betreft een verzoek om vergunning inzake een nieuwe de gehele inrichting omvattende vergunning ingevolge de Wm voor een mengvoederfabriek met grondstoffen- en kunstmestopslag. Wij besluiten de vergunning te verlenen onder bijgaande gewaarmerkte bescheiden en voorschriften.
De voor
vergunning geldt voor een ieder die de inrichting drijft (artikel 8.20 Wm), te zorgen dat de
vergunning
en
de daaraan
verbonden voorwaarden
deze dient
worden
er
nageleefd.
Wanneer ingeval van uitbreiding of wijziging van de inrichting een nieuwe, de gehele inrichting omvattende vergunning voor de inrichting is verleend, komen alle voorafgaande vergunningen, de inrichting betreffende, te vervallen, zodra de nieuwe vergunning onherroepelijk is geworden (artikel 8.4 Wm).
verandering van de inrichting tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet, treedt de milieuvergunning niet eerder in werking dan nadat de betrokken bouwvergunning is verleend (art. 20.8 Vm). Indien de
Op grond van artikel 8.18 lid 1a van de Wm vervalt de vergunning, jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, de inrichting gebracht.
indien
niet binnen drie is voltooid en in werking
Motivering
de
van
beschikking
Algemeen Op
24
april 2007
(geanonimiseerd) namens Coöp. Arkervaart-Twente (geanonimiseerd)ir. MN EN
is door
ingediend mengvoederfabriek met grondstoffen-
U.A.,
een
gehele inrichting omvattende vergunning voor een kunstmestopslag, gelegen aan de Goorseweg 3 te Markelo, wegens het veranderen van de inrichting waarvoor laatstelijk een nieuwe de gehele inrichting omvattende vergunning ingevolge de Wm is verleend d.d. 19 oktober 1993. om
aanvraag
een
De inrichting valt onder de vallen
onder de
inrichting (lvb) milieubeheer: cat.
1: cat. 9.1.e: eat. 7.1.b:
-
-
-
nieuwe de
en
werkingssfeer van de Wm omdat de activiteiten van deze volgende categorieën van het Inrichtingen en vergunningenbesluit
elektrisch vermogen;
vervaardigen, en opslaan van voedingsmiddelen voor dieren; opslaan van anorganische nitraathoudende meststoffen.
Bij de beoordeling van de onderhavige aanvraag De Wm (artikelen 8.8 tot en met 8.11). Verruimde Met
rekening gehouden
met
of getoetst
aan:
reikwijdte
betrekking
het milieu
is
tot de onderwerpen die verband houden met
doelmatige verwijdering van afvalstoffen, gevolgen voor het gebruik van energie en grondstoffen, alsmede met
betrekking tot de gevolgen voor het milieu die verband houden met het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting zijn in deze vergunning voorschriften opgenomen. Hiermede wordt invulling gegeven aan de beleidsnotitie “Preventie via regulering”, door ons vastgesteld d.d. 18 februari 2003, betreffende het toepassen van de verruimde reikwijdte bij
vergunningverlening Het
energieverbruik
en
van
Energiesoort
handhaving de
[Elektra
Leidingwater
van
de Wm.
[_Drempelwaarde
137.800
|
grond
onderhavige inrichting bedraagt:
Hoeveelheid
Gas
op
|
2.860.000
25.000 50.000
1.372
5.000
[Grondwater | |____ [Dieselolie ______
Eenheid m’”
per jaar
KWh
per
jaar
|______|\m'perjaar | | _____ [m°perjaar |
In het
onderhavige geval is sprake van overschrijding van één of meer drempelwaarden. deelgenomen aan de bechmark 2004/2005 voor de veevoederindustrie. Uit de bechmark valt af te leiden dat voor de mengvoederindustrie het gasverbruik op 2,9 m° per ton geperst product ligt. Het elektra verbruik bedraagt 40 kWh per ton geproduceerd voer. Deze kentallen vergelijkend met de energieverbruikscijfers zoals deze door de aanvrager zijn vermeld in de aanvraag, toont dat het bedrijf bij de opgegeven productie van geperst product (73.000 ton) een relatief gunstige energieverbruik kent, te weten 2 m° gas/ton en 39 kWh/ton. Gelet op de aan deze branche gerelateerde verbruiken is geen energiebesparingsonderzoek
Arkervaart heeft
voorgeschreven. Om inzicht te houden in het verbruik van de verschillende energiestromen is in de voorschriften een verplichting opgenomen om de registratie van het energieverbruik
milieulogboek bij
te houden.
in het
Binnen de inrichting werken minder dan 10 werknemers derhalve is het invullen van de checklist afvalpreventie niet noodzakelijk. Binnen de inrichting dient het afval gescheiden te worden ingezameld. ,
Vervoersmanagement is niet van toepassing op bedrijven met minder dan 100 werknemers en/of 500 bezoekers per dag en/of meer dan 2. 000. 000 vrachtkilometers per jaar. Daar binnen de inrichting deze criteria niet worden gehaald behoeft het bedrijf geen verdere gegevens te overleggen. Procedure Uit de bij het verzoek om vergunning overgelegde gegevens blijkt duidelijk wat de activiteiten zijn die binnen het bedrijf plaatsvinden. De aanvraag voldoet aan de gestelde eisen van het lvb en is derhalve in behandeling genomen. ,
De procedure is geregeld in artikel 8. 6 en hoofdstuk 13 van de Wm en is overeenkomstig het bepaalde in afdeling 3. 4 van de Algemene wet bestuursrecht (verder Awb) uitgevoerd waarbij toepassing is gegeven aan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. ,
De aanvraag en ontwerpbeschikking met voorschriften hebben gedurende een periode van 6 weken voor belanghebbenden ter inzage gelegen. Van de geboden mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen en het uitbrengen van adviezen is geen gebruik gemaakt. Van de mogelijkheid om een gedachtewisseling aan te vragen is tevens geen gebruik gemaakt. Overige wet- en regelgeving Miieueffectrapportage De activiteiten waarvoor vergunning wordt gevraagd overschrijden de drempelwaarde van onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 (Besluit mer 1994) niet. De onderhavige aanvraag betreft een activiteit welke niet mer-plichtig of merbeoordelingsplichtig is op grond van het huidige Mer-besluit. ,
IPPc Op 24 september 1996 is de Europese richtlijn 96/61/EG aangeduid met de IPPC-richtlijn inzake de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging van kracht geworden. In de richtlijn zijn drempelwaarden opgenomen voor activiteiten waaraan de aanvraag getoetst moet worden. De veranderingen ten opzichte van de vergunde situatie betreffen geen activiteiten welke getoetst dienen te worden aan de richtlijn. ,
,
Coördinatieregeling Woningwet De coördinatieregeling tussen de Wet Milieubeheer en de Woningwet is van toepassing bij activiteiten die tevens zijn aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet. De verandering van het bedrijf wordt niet aangemerkt als een activiteit die tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet. De coördinatieregeling tussen de bouw- en milieuvergunning is derhalve niet van toepassing. Coördinatieregeling Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren De aanvraag heeft geen betrekking op het lozen van afvalwater op oppervlaktewater. De coördinatieregeling tussen de Wvo- en milieuvergunning is hierop niet van toepassing.
3
Bodem In de vergunning wordt ten aanzien van bodembescherming uitgegaan van de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten (NRB). Uitgangspunt hierbij is het bereiken van een beschermingsniveau waarbij kan worden gesproken van een verwaarloosbaar risico van significante bodemverontreiniging (bodemrisicocategorie A). ,
Uitgangspunt van de NRB is dat de te kiezen bodembeschermingsmaatregelen in verhouding moeten staan tot het risico dat de betrokken activiteit oplevert voor de functionele eigenschappen van de bodem (bodemrisico-benadering best beschikbare technieken BBT). De NRB geeft aan dat preventieve maatregelen en voorzieningen verreweg te prefereren zijn boven maatregelen die verspreiding van verontreinigingen in de bodem signaleren. Dat wil zeggen dat voorzieningen bij en inspectie aan de bron voorkeur verdienen boven monitoring. Met behulp van het Beslismodel Bodembescherming Bedrijfsterreinen (BBB) dat onderdeel uitmaakt van de NRB wordt een optimale strategie voor bodembescherming verkregen. ,
,
,
,
-
-
In de inrichting vinden bodembedreigende activiteiten plaats te weten: • opslag van afgewerkte olie; • opslag van brandbare stoffen; • onderhoud aan en wassen van voertuigen. ,
Daar waar binnen de inrichting bodembedreigende activiteiten plaatsvinden zijn in de vergunning bodembeschermende voorzieningen voorgeschreven. Met deze voorschriften is een voldoende mate van bodembescherming gewaarborgd. ,
Luchtemissies Uit de aanvraag blijkt dat potentieel emitterende bronnen aanwezig zijn. Uit de productinformatiebladen blijkt dat er verschillende stoffen geëmitteerd kunnen worden. Bij de beoordeling van luchtemissies sluiten wij in deze vergunning aan bij de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NeR). Besluit Luchtkwaliteit 2005 Het Besluit luchtkwaliteit 2005 van 20 juni 2005 (verder BIk) strekt tot uitvoering van de richtlijnen nr. 1999/30/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 april 1999 betreffende grenswaarden voor zwaveldioxide stikstofdioxide en stikstofoxiden zwevende deeltjes en lood in de lucht (PbEG L 163) en nr. 96/62/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 september 1996 inzake de beoordeling en beheer van de luchtkwaliteit (PbEG L 296). Het Blk is op 5 augustus 2005 in werking getreden en vervangt het besluit van 11 juni 2001. De emissie van zwaveldioxide (NO2) stikstofoxiden zwevende deeltjes (PM10 ) (fijn stof) lood koolstofmonoxide en benzeen moet worden getoetst aan de grenswaarden welke zijn opgenomen in het BIk. De grenswaarden geven een niveau van de buitenluchtkwaliteit aan dat in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu in zijn geheel binnen een bepaalde termijn moet zijn bereikt. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
De concentratie van zwaveldioxide stikstofoxiden koolstofmonoxide benzeen en lood in de buitenlucht is van nature in Nederland zo laag dat voor deze stoffen geen overschrijding van de grenswaarden mag worden verwacht. De concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM) 10 in de buitenlucht is wel relevant. ,
,
,
In dit kader is door de aanvrager bij de aanvraag om milieuvergunning een luchtkwaliteitsonderzoek rapport nr. 711/833 rev. A d. d. 19 februari 2007 aangeleverd. Uit het voornoemde onderzoek blijkt dat de stofemissie van Coöp. Arkervaart-Twente U. A. niet tot knelpunten leidt ten aanzien van de luchtkwaliteit voor wat de grenswaarden van het BIk betreft. De aanvraag voldoet derhalve aan het gestelde in het BIk. ,
,
,
4
Geur Bij de aanvraag is een geuremissierapportage gevoegd. De rapportage houdt een berekening in van de geurvracht van de inrichting. De berekening is uitgevoerd met het rekenprogramma " geurnormen voor de mengvoederindustrie " versie 3. 1. Het programma is landelijk erkend als rekenmethodiek voor vaststelling van de geurvracht veroorzaakt door de mengvoederindustrie en de geurconcentratie in de woonomgeving. Uit de berekeningen conform voornoemd rekenprogramma blijkt dat de inrichting de gestelde geurnorm (thans 1. 0 OU. E. Im3) niet overschrijdt. De berekende waarde luidt 01 OU. E. /M3 Omdat er regelmatig klachten inzake geur afkomstig van de inrichting binnenkomen bij het bevoegd gezag wordt met betrekking tot de inrichting een klachtenregistratie bijgehouden. Aan deze vergunning zijn voorschriften verbonden waarin wordt bepaald dat indien geurklachten uit de omgeving van de inrichting daartoe aanleiding geven door het bedrijf een geuronderzoek aangeleverd dient te worden. Uit dit onderzoek moet de gemeten geurlast van de inrichting blijken. ,
,
,
,
Geluid Lan gtijdgemiddeld beoordelingsniveau Geluidernissie kan worden veroorzaakt door transportbewegingen en door activiteiten en installaties binnen de inrichting. De in de vergunning opgenomen geluidsnormen zijn gebaseerd op de " Handreiking industrielawaai en vergunningverlening " van 21 oktober 1998. Deze bepaalt dat het geluidsniveau vanwege binnen de inrichting aanwezige geluidsbronnen het referentieniveau van het omgevingsgeluid ter plaatse van geluidsgevoelige objecten niet mag overschrijden. Het referentieniveau wordt in hoofdzaak bepaald door het karakter van de omgeving en de verkeersbewegingen in de directe omgeving van de inrichting. De inrichting is gelegen in de kern van Markelo. Op basis van de lokale situatie kan de omgeving van het bedrijf worden getypeerd als " woonwijk in stad " hiervoor geldt een grenswaarde in de dagperiode van 50 dB(A). De aanvraag is voorzien van een akoestische rapportage documentnummer: 3317002. rev. 1 d. d. 1 maart 2007. Uit de akoestisch rapportage blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LArLT) met maximaal met 6 dB(A) wordt overschreden op de gevel van de woning Goorseweg 6 (56 dB(A)) gelet op de grenswaarde in de dagperiode van 50 dB(A).
Het maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt 56 dB(A) op de gevel van de woning aan de Goorseweg 6 voor vaste geluidbronnen hiermee wordt het maximaal toegestane geluidniveau gebaseerd op de vigerende vergunning (LAmax = 60 dB(A)) niet overschreden. Het maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt 71 dB(A) op de gevel van de woningen aan de Goorseweg 10/12 voor mobiele geluidbronnen. Deze maximale geluidniveaus horen bij laad- en losactiviteiten. In de vigerende milieuvergunning zijn de maximale geluidniveaus ten gevolge van laad- en losactiviteiten in de dagperiode uitgesloten van beoordeling. Ook in de 'nieuwe' milieuvergunning blijven deze activiteiten in de dagperiode uitgesloten van beoordeling. ,
,
,
,
Indirecte hinder De toetsing en beoordeling van de indirecte hinder wordt gedaan aan de hand van de circulaire " Wegverkeer van en naar de inrichting." De grenswaarde van 50 dB(A) wordt tengevolge van het wegverkeer van en naar de inrichting niet overschreden. Het toegestane langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (50 dB(A)) wordt op een aantal beoordelingspunten overschreden. De maximale overschrijding bedraagt 6 dB(A) op de gevel van de woning Goorseweg 6. Voor het overige (LAmax/indirecte hinder) wordt er voldaan aan de normering. Om de overschrijding van het Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau te voorkomen dienen een aantal maatregelen conform de BBT te worden genomen.
5
De maatregelen zijn: polyestergolfplaten vervangen door het zelfde type golfplaten als bestaand en deze door te trekken van af de derde verdieping; aanbrengen van een geveldemper; het sluiten van de loodsdeur bij inpandige losactiviteiten aan de zuidzijde. De maatregelen worden in de bij deze vergunning behorende voorschriften vastgelegd. -
-
Na het treffen van de vorengenoemde maatregelen zal het toegestane langtijdgemiddeld beoordelingsniveau naar verwachting niet meer worden overschreden. Bij het opstellen van de geluidvoorschriften is aansluiting gezocht bij de resultaten van het bovengenoemde akoestisch onderzoek. Afvalwater De zorg voor doelmatige verwijdering van afvalwater vormt een onderdeel van de bescherming van het milieu. In de vergunning zijn voorschriften opgenomen m. b. t. bedrijfsafvalwater. Het bedrijf loost geen bedrijfsafvalwater op de gemeentelijke riolering of in de bodem. Besluit emissie eisen stookinstallaties milieubeheer B (BEES B) In de inrichting zijn 2 stoomketels met een belasting van respectievelijk 257 en 880 kW aanwezig. Deze installatie valt voor wat betreft de uitstoot onder de werkingssfeer van het BEES B. In dit Besluit zijn de voorschriften opgenomen met betrekking tot onderhoud en inspectie van de installaties. Besluit ozonlaagafbrekende stoffen Wms 2003 en Besluit broeikas gassen Wms 2003 Koel- en vriesinstallaties moeten voor wat betreft het gebruik van koelmiddelen alsmede ten aanzien van de lekdichtheid voldoen aan het " Besluit ozonlaagafbrekende stoffen Wms 2003 " en de Regeling lekdichtheid koelinstallaties 1997 en de Regeling lekdichtheid koelinstallaties in de gebruiksfase 2006. Tevens is het " Besluit broeikasgassen Wms 2003 " van toepassing.
In de onderhavige vergunning zijn voorschriften met betrekking tot het gebruik van koelmiddelen en het omgaan met koel- en vriesinstallaties opgenomen. ,
Besluit ozonlaagafbrekende stoffen Wms 2003 Koel- en vriesinstallaties moeten voor wat betreft het gebruik van koelmiddelen alsmede ten aanzien van de lekdichtheid voldoen aan het " Besluit ozonlaagafbrekende stoffen Wms 2003 de Regeling lekdichtheid koelinstallaties 1997 en de Regeling lekdichtheid koelinstallaties in de gebruiksfase 2006. In de onderhavige vergunning zijn voorschriften met betrekking tot het gebruik van koelmiddelen en het omgaan met koel- en vriesinstallaties ,
,
opgenomen.
Externe veiligheid Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Krachtens artikel 2 lid 1 eerste lid onder f van het besluit is bepaald voor welke inrichtingen het besluit van toepassing is. De inrichting valt niet onder één der categorieën van het Bevi. Derhalve behoeft hier geen rekening mee gehouden te worden. ,
,
Vervoersbewegingen van en naar de inrichting Voor de inrichting is geen vervoersplan aanwezig. Gezien de ligging en de aard en de bedrijfsvoering van de inrichting is dit niet redelijk om te eisen. Gezien het beperkte aantal werknemers op de locatie is een vervoersplan voor de inrichting eveneens niet relevant en draagt niet bij aan vermindering van de milieubelasting.
11 ,
Onvoorziene
gebeurtenis
In Hoofdstuk 17 van de Wm is geregeld hoe de vergunninghouder dient te handelen indien zich in de inrichting een onvoorziene gebeurtenis, zoals een bedrijfsstoornis heeft voorgedaan of voordoet, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan. Samengevat houdt dit in, dat de vergunninghouder onmiddellijk maatregelen moet treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd, om de gevolgen van die gebeurtenis te voorkomen of, voorzover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken. Van één en ander moet terstond kennis worden gegeven aan het College van burgemeester en wethouders en de afdeling Vergunningen en handhaving van de gemeente Hof van Twente.
Conclusie Het vorenstaande
weigeren.
geeft ons geen aanleiding de gevraagde vergunning (gedeeltelijk) te mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden voorkomen dan acceptabel niveau worden beperkt door aan de vergunning voorschriften te
De
wel tot een verbinden.
Gelet op de desbetreffende e e
en
de Awb, besluiten
wij:
aangevraagde milieuvergunning te verlenen; dat de aanvraag met bijlagen 1 t/m 11 en bedrijfsplattegronden 14.317
_aan
de
Burgemeester Namens
in de Wm
de
nr. e
bepalingen
he
MOO8a
en
nr.
14.317
MO10b,
vergunning bijgaande gewaarmerkte
en
wethouders
van
de
gemeente Hof
nr. 14.317 MOO1a t/m uitmaken van de vergunning; voorschriften te verbinden;
van
Twente,
(geanonimise rd)
(geanonimiseerd) Hoofd afdeling Vergunningen
en
handhaving.
Organisatie/ bestuursorgaan Vergunningaanvrager
Bedrijfs adviseur
deel
Adresgegevens
EE: NE
Adviseur
Tebodin CCE B.V.
a
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 7400 AK
433 DEVENTER
ee)
&
&{
ent Hof e
van
Twente ©,
VOORSCHRIFTEN behorende
bij de beschikking
betreffende
Coöp. Arkervaart-Twente UA.
gelegen
aan
de
Goorseweg 3 7475 BB
Behoort
bij het besluit van burgemeester
Hof
Twente
van
Namens
hen,
d.d. 7
augustus
2007.
(geanonimise rd)
(geanonimiseerd) Hoofd Vergunningen
en
handhaving.
en
te Markelo
wethouders
van
Qj rgUgk e
a
n
1 BEPENLIJST VOORP-IRIFTEN 6 ALGEMEEN 1. 6 Elektrischeinstallatie 6 2. GELUID 7 8 3. BRANDPREVENTIE EN BRANDBESTRIJDING Automatische sprinklerinstallaties 9 Stofexplosies. 10 Externe Veiligheid (ATEX) 11 4. AFVALSTOFFEN 11 12 5. AFVALWATER Lozing van minerale vetten of oliën 12 BODEMBESCHERMING 13 6. Algemeen. 13 Bodem beschermende voorzieningen 14 wasplaats. 15 7. WERKPLAATS 15 Laswerkzaamheden 15 8. LUCHT/NER 16 Geur. 16 16 9. OP- EN OVERSLAG VAN STUIFGEVOELIGE PRODUCTEN. Productie van mengvoeder 17 10. STOFFILTERINSTALLATIES 18 Doekfilterinstallatie. 18 11. HET OPSLAAN VAN Nitraathoudende kunstmeststoffen 18 12. VERWARMINGSINSTALLATIES MET EEN NOMINALE BELASTING TOT 130KW 18 gasgestookttoestel 18 13. VERWARMINGSINSTALLATIES MET EEN NOMINALE BELASTING VAN MEER DAN 130 KW OPDE BOVENWAARDE 19 Gasgestookttoestel 19 14. AANVULLENDE VOORSCHRIFTEN VOOR STOOMKETELS 19 15. HEATERS (AARDGAS EN PROPAANGESTOOKT) 20 16. KOEL- EN VRIESINSTALLATIES 21 Koelmotoren. 21 17. GEBRUIK VAN GASFLESSEN 21 Algemeen. 21 Gebruik van gasflessen 22 Gasslangen. 22 18. DIESEL-HEFTRUCK 22 22 19. ELEKTRISCH AANGEDREVEN HEFTRUCKS/PALLTTRUCKS en ACCULAADSTATIONS. 20. HOGEDRUKREINIGER 23 21. MILIEUZORG 23 Besparing van grondstoffen en voorkomen afvalstoffen 23 Waterbesparing. 24 Milieulogboek. 24 Energiebesparing. 25 22. NAZORG 25 .
. .. . .. .. .. .. .. . . .. . . . .. .. .. .. . . .. . . .. . . . .. .. .. . . .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . . . .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. . . .. .. .. . .. .. .. .. .. . . .. .. . .. .
. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . . .... ....... ....... ...... ....... ...... ....... ....... ...... ....... ...... ....... ....... ...... ....... .....
.. .. . . . .. . .. .. . .. .. . .. .. . .. .. .. . .. .. . .. .. . .. .. .. . .. .. . .. .. . . . . .. .. .. . .. .. . .. .. . .. .. . .. . . . .. .. . .. .. . .. .. . .. .. .. . .. .. . .. ..
. .. .. . . . . .. .. . .. .. . .
. . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. .
.... ......... ......... ......... ......... ......... ........ ......... ......... ........
... ....... ...... ....... ...... ....... ...... ....... ...... ....... ...... ....... ...... ....... ...... ....... ...... .... ... ........ ......... ........ ........ ........ ........ ........ ........ ........ ........ ........
. .. . . .. . . .. . .. . . .. . .. . . .. . . .. . .. . . .. . .
. .. . . .. . .. . . .. . .. . . .. . .. . . .. . . .. . .. . . .. . .. . . .. . . .. . .. . . .. . .. . . .. . .. . . .. . . .. . .. . . .. . ..
. .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. . . . . . .. .. . .. . .. . .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . . . . . .. . .. . .. .. . .. . .. . .
.. . .. . .. . .. .. . .. . .. .
.. .......... ......... .......... .......... .......... .......... .......... ........
.. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . ..
...... ....... ....... ........ ....... ........ ....... ....... ........ ....... ........ ....... ....... ........ ....... ....... . ........... ............ ............. ............ ............ ............ ....
.. ..... ..... ...... .... . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
.
.........................................
.
.......
. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. ......................................................
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. .
.
.................................
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .
.
.............
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . .
. ....... ....... ....... ....... ....... ....... ........ ....... ....... ....... ....... ....... ....... ....... ........ ....... ....... ... . . . .. . .. . . .. . . .. . .. . . .. . . .
.. . . .. . .. . . .. . . .. . .. . . .. . .
.. ........ ......... ......... ........ ......... ......... ........ ......... ......... ........ ...
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . ..
..
.. ........ ....... ........ ....... ........ ....... ........ ....... ....... ........ ....... ........ ....... ....
. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . .. . . .. . . . . . . .
.... ....... ....... ........ ....... ....... ....... ........ ....... ....... ....... ........ ....... ....... .....
.. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . .
..... ....... ....... ....... ....... ....... ........ ....... ....... ....... ....... ....... ....... ....... .....
.. . . .. . . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .
.. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . .
. .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . .
...... ...... ....... ....... ...... ....... ...... ....... ....... ...... ....... ...... ....... ...... ....... ....... ...... .
. . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. .
. ........ ........ ....... ........ ........ ....... ........ ....... ........ ........ ....... ........ ....... ........ ........ . ......................... ............................ ...............
.
........... .................
................................... ............................................. .................
.
..........
.
.....
.. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . . .. . . .. .. . . .
. .. . .. . .. .. . .. . . . . .. .. . .. . .. .. . .. .. . .. . .. .. . .. . .. .. . .. .. . .. . .. .. . .. . .. .. . .. . . . . .. . . .. . . .. . .. ..
. . .. .. . .. . .. .. . . .. .
. . .. .. .. .. .. . .. .. .. .. . .. .. .. .. . .. .. .. .. . .. .. . .. . . .. .. .. . .. .. .. .. .. . .. .. .. .. . . . .. .. . . . .. .. . .. . .. . . .. .. .. .. .. . .. .. . . . .. . . .. . .. .. .. . .......... ............ ............. ............ .
............... .................. ................. ................. ................. ................
.
.......
........ ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... .......... ......... ......... ......... ... ................. ....
...
....... ................. ................ ................. ................ ........
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . . .. . . .. .. .. ... .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. . .. .. . . .. .. .. .. . .. .. .. .. . . .. .. .. . . .. . .. . .. .. .. ..
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A. t!
0 Pd
1
1I 119
M
rl
rl
Pd It
t!
D
M
i i=
i
tA!
I
Nl
rt
fl Cli:
T'J
' B. IrwQnte Hof
van
ADR Accord européen relatief aux transport internationaux de marchandises dangereuses par route. BEDRIJFSNOODPLAN Een beschrijving van maatregelen en voorzieningen die een bedrijf heeft voorbereid om effecten van calamiteuze (ongewenste) gebeurtenissen te minimaliseren en te bestrijden. ,
BEDRIJFSRIOLERING Voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. BODEMBELASTING Verandering van de bodemkwaliteit ten gevolge van een bodemimmissie. BODEMBESCHERMENDE VOORZIENING Fysieke voorziening die de kans op emissies of immissies van bodembedreigende stoffen reduceert. BSB " Bodemsanering in gebruik zijnde bedrijfsterreinen;" een door de BSB-commissie uitgewerkte operatie waarbij centraal staat dat het bedrijfsleven op vrijwillige basis de bodemsanering zelf ter hand neemt. ,
CE-MERK Conformité Européene; Europees keurmerk betreffende veiligheidseisen. EMBALLAGE Glazen flessen tot 5 1 kunststof flessen en vaten tot 60 1 metalen bussen tot 25 1 stalen vaten en kunststof drums tot 300 1 papieren en kunststof zakken en laadketels. ,
,
,
,
ENERGIENED De vereniging van gasbedrijven het VEEN en VESTIN zijn in 1992 samengegaan onder de nieuwe naam EnergieNed. ,
EURAL Regeling Europese afvalstoffenlijst. EXTERNE KOSTEN AFVAL Kosten voor verhuur lediging en transport en verwerking. ,
FOLIE Folie dat is vervaardigd van al dan niet versterkte kunststof rubber of versterkte bitumen. ,
GASTEC Nederlands centrum voor gastechnologie; Een controlerende instantie die stooktoestellen keurt op het voldoen aan gestelde CE-keuringseisen of GIVEG-keuringseisen GASFLES Een voor meervoudig gebruik bestemde cilindrische metalen drukhouder die voorzien is van een aansluiting met klep- of naaldafsluiter en een waterinhoud heeft van ten hoogste 150 1. ,
GELUIDSNIVEAU IN dB(A) Het niveau van het ter plaatse optredende geluid uitgedrukt in dB(A) overeenkomstig de NEN 10651 en de door de Internationale Electrotechnische Commissie (IEC) ter zake opgestelde regels zoals neergelegd in de IEC-publicatie no. 651 uitgave 1979. ,
,
,
,
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A. 1 9= 1I Uh
tI
fl
r
M 11
Pagina 1 M
Pl 1
91W
fl
fl
fl
GEVAARLIJKE STOFFEN Stoffen en voorwerpen waarvan het vervoer volgens het ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen voorwaarden is toegestaan dan wel stoffen materialen en voorwerpen aangeduid in de IMDG-Code. ,
,
,
IMDG-CODE International Maritime Dangerous Goods Code INTERNE KOSTEN AFVAL Het verlies aan grond- en hulpstoffen het verlies aan toegevoegde waarde en de kosten voor interne handeling van de afvalstroom. ,
LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU (LArLT) Het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid waarbij tevens rekening wordt gehouden met de afzonderlijke geluidsbijdragen tijdens de verschillende bedrijfstoestanden van de inrichting alsmede het karakter van het geluid (impulsachtig tonaal muziek) en variaties van het immissieniveau als gevolg van verschillende weersomstandigheden (meteocorrectie) vastgesteld overeenkomstig de " Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 " ,
,
,
,
,
,
,
LEKBAK Vloeistofdichte opvangvoorziening met een beperkte opvangcapaciteit waarvan de bodembeschermende werking door gericht toezicht en doelmatig ledigen wordt gewaarborgd. ,
MAXIMAAL GELUIDSNIVEAU (LAmax) Maximaal geluidsniveau gemeten in de meterstand " F " of " fast." ,
NEN Een door het Nederlandse Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm. In deze beschikking wordt onder de genoemde norm verstaan de versie zoals deze ten tijde van het verlenen van deze vergunning inclusief eventuele correctiebladen van kracht is. ,
,
NEN 1010:2005 nl De Nederlandse norm NEN 1010:2005 nl getiteld: " Veiligheidsbepalingen voor IaagspanningsinstalIaties." ,
NEN 1014:1992/02:2000 nl De Nederlandse norm NEN 1014:1992/02:2000 nl getiteld: " Bliksembeveiliging." ,
NEN 1078:2004 nl De Nederlandse norm NEN 1078:2004 nl getiteld: " Voorziening voor gas met een werkdruk van ten hoogste 500 mbar; Prestatie-eisen: Nieuwbouw." ,
NEN 2559:2001/A2:2004 nl De Nederlandse norm NEN 2559:2001/A2:2004 ni getiteld: " Onderhoud van draagbare blustoestellen." ,
NEN 2659:2003/01:2005 nl De Nederlandse norm NEN 2559:2003/c1:2005 nl getiteld: " Onderhoud van verrijdbare blustoestellen." ,
NEN 3011:2004n1 De Nederlandse norm NEN 3011:2004 nl getiteld: " Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en de openbare ruimte." ,
NEN 3840:1998 nl De Nederlandse norm NEN 3840:1998 ni getiteld: " Bedrijfsvoering van elektrische installaties Aanvullende Nederlandse bepalingen voor hoogspanningsinstallaties." ,
-
NEN 6411:1981 nl De Nederlandse norm NEN 6411:1981 nl getiteld: " Water; bepaling van de pH." ,
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
Pagina 2
NEN 6487:1997 ni De Nederlandse norm NEN 6487:1997 nl getiteld: " Water; titrimetrische bepaling van de concentratie aan sulfaat." ,
NEN-EN 378-1:2000/A1:2004 en De Nederlandse norm NEN 378-1 :2000:Al :2004 en getiteld: " Koelsystemen en warmtepompen: Veiligheids- en milieueisen; Deel 1: Basiseisen definities classificaties en selectie criteria." ,
,
,
NEN-EN-IEC 60079-14:2004 nl Elektrisch materieel voor plaatsen waar gasontploffingsgevaar kan heersen; Deel 14: Elektrische installaties in gevaarlijke gebieden (anders dan mijnen). NEN-EN-lEC 60079-0:2004 ni Elektrisch materieel voor plaatsen waar gasontploffingsgevaar kan heersen; Deel 0: Algemene eisen. NEN-EN-IEC 60079-1:2004/011:2004 enfr Elektrisch materieel voor plaatsen waar gasontploffingsgevaar kan heersen; Deel 1: Drukvast omhulsel " d." ,
NEN-EN-IEC 60079-7:2003 Elektrisch materieel voor plaatsen waar gasontploffingsgevaar kan heersen; Deel 7: Verhoogde veiligheid 'e." NEN-EN-IEC 60079-15:2003 Elektrisch materieel voor plaatsen waar gasontploffingsgevaar kan heersen; Deel 15: Beschermingswijze " n." NEN-EN-IEC 60079-25:2004 Elektrisch materieel voor plaatsen waar gasontploffingsgevaar kan heersen; Deel 25: Intrinsiek-veilige systemen. NEN-EN Een door het Comitée Européen de Normalisation opgestelde en door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) als Nederlandse norm aanvaarde en uitgegeven norm. In deze beschikking wordt onder de genoemde norm verstaan de versie zoals deze ten tijde van het verlenen van deze vergunning inclusief eventuele correctiebladen van kracht is. ,
,
NEN-EN 671-1:2000 en Vaste brandblusinstallaties; Brandslangsystemen; Deel 1: Brandslanghaspels met vormvaste slang. NPR-CLCITR 50404:2003 EN De Nederlandse Praktijk Richtlijn getiteld: " Statische elektriciteit Praktijkrichtlijn voor het vermijden van gevaren die door statische elektriciteit kunnen ontstaan. " ,
-
ONBRANDBAAR Het onbrandbaar zijn overeenkomstig het bepaalde in NEN 6064. ONTVLAMBARE STOF Een stof die in vloeibare toestand een vlampunt van ten minste 2100 en ten hoogste 55°C heeft. OPENBAAR RIOOL Gemeentelijke voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. PBV-VERKLARING VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING Verklaring op basis van CURIPBV Aanbeveling 44. PGS Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen; richtlijnen voor opslag gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen uitgegeven door de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen. ,
,
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
Pagina 3
PTB Physikalisch-Technischen Bundesanstalt te Braunschweig. REFERENTIE(GELU IDS)N IVEAU De hoogste waarde van de onder a. en b. genoemde geluidsniveaus bepaald overeenkomstig het " Besluit bepaling referentieniveau-periode " (Staatscourant 1982 nr. 162); ,
,
a.
het geluidsniveau uitgedrukt in dB(A) dat gemeten over een bepaalde periode ,
,
gedurende 95% van de tijd wordt overschreden
,
exclusief de bijdrage van de inrichting
zelf; b. het optredende equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door wegverkeerbronnen ,
,
minus 10 dB(A) met dien verstande dat voor de nachtperiode van 23. 00 tot 07. 00 uur ,
alleen wegverkeerbronnen in rekening mogen worden gebracht met een intensiteit van meer
dan 500 motorvoertuigen gedurende die periode.
REOB Regeling Erkend Onderhoudsbedrijf Blusmiddelen (REOB). RIOLERING Bedrijfsriolering of voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. SCHADELIJKE STOF Een stof die door inademing of door binnendringing via de mond of door de huid gevaren van beperkte aard kan opleveren. VDI Richtlijn van Verein Deutscher Ingenieurn. VERPAKKING Een verpakking die is toegelaten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. VLAMPUNT De laagste temperatuur van een vloeistof waarbij de damp daarvan met lucht een ontvlambaar mengsel vormt. ,
VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING Fysieke voorziening in of direct op de bodem niet zijnde een vloer die waarborgt dat geen vloeistof aan de niet met vloeistof belaste zijde van die voorziening kan komen. ,
,
VLOEISTOFKERENDE VLOER OF VOORZIENING Een vloer of voorziening die niet volledig vloeistofdicht is maar voldoende dicht om bij calamiteiten te voorkomen dat de vloeistoffen direct aan de niet met vloeistofbelaste zijde van die voorziening of de bodem kunnen komen. WONING Een gebouw of deel van een gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe is bestemd. Voor zover een DIN- , NVN- , NEN- , NEN-EN- of NEN-ISO-norm of richtlijn , waarnaar in een voorschrift verwezen wordt , betrekking heeft op de uitvoering van gebouwen , constructies , toestellen en apparaten , wordt bedoeld de voor de datum waarop deze vergunning van kracht is geworden , laatst uitgegeven norm of richtlijn met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen , dan wel voorzover het op voornoemde datum reeds bestaande gebouwen , constructies , toestellen en apparaten betreft - de norm of richtlijn die bij de aanleg en/of installatie van die gebouwen , constructies , toestellen en apparaten is toegepast , tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
Pagina 4
Besteladressen
CPR-bladen zijn te verkrijgen bij: SDU Uitgeverij Plantijnstraat Afdeling Verkoop Arbeidsinspectie K2301 Postbus 20014 2500 EA Den Haag tel. 0703789880. (www. sdu. nl) ,
,
,
,
,
,
NVN- NEN- NEN-EN- NEN-ISO-normen zijn te verkrijgen bij het NEN Delft Postbus 5059 2600 GB te Delft tel. 015-2690390. (www. nen. nl) ,
,
,
,
,
,
Vlinderweg 6 te
,
CUR/PBV-Aanbeveling 44 is te verkrijgen bij Stichting civieltechnisch centrum uitvoering research en regelgeving/Projectbureau Plan Bodembeschermende Voorzieningen Postbus 420 2800 AK Gouda tel. 0182-540600 fax 0182-540601. (www. cur. nl) ,
,
,
,
,
PGS-richtlijnen zijn te downloaden van de website van het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). (www. vrom. nl dossier Externe Veiligheid Publicaties). De PGS-bladen zijn niet te bestellen. ,
Stichting Bouwresearch Postbus 1819 3000 BV ROTTERDAM 4117276/4123528 Telefax 010-4130175. ,
,
,
,
,
-
telefoon 010-
,
BRL Richtlijnen zijn te downloaden op de website van www. sikb. nl
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
Pagina 5
VOORSCHRIFTEN 1.
ALGEMEEN
1. 1.
Het aanvraagformulier voor deze vergunning en de daarbij behorende als zodanig gewaarmerkte tekeningen en overige bijlagen maken deel uit van de vergunning.
1. 2.
De vergunninghouder is verplicht de in de inrichting werkzame personen te instrueren omtrent de voor hen van toepassing zijnde voorschriften van deze vergunning.
1. 3.
Degene die de inrichting drijft moet de in de inrichting werkzame personen een schriftelijke instructie verstrekken die erop is gericht gedragingen hunnerzijds die tot gevolg kunnen hebben dat een voorschrift of nadere eis wordt overtreden uit te sluiten en die erop is gericht dat zij zijn geïnstrueerd omtrent de gevaarsaspecten van de opgeslagen stoffen en de wijze van brandbestrijding in geval van calamiteiten. ,
,
,
1. 4.
De gehele inrichting inclusief het buitenterrein moet schoon en ordelijk worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren.
1. 5.
Het aantrekken van insecten knaagdieren en ander ongedierte moet worden voorkomen. Zo vaak de omstandigheden daartoe aanleiding geven moet doelmatige bestrijding van insecten knaagdieren en ander ongedierte plaatsvinden.
,
,
,
,
,
1. 6.
De in de inrichting aangebrachte of gebezigde verlichting alsmede de uit te voeren werkzaamheden moeten zodanig zijn afgeschermd dat geen directe lichtstraling op gevoelige objecten plaatsvindt die buiten de inrichting gelegen zijn. ,
1. 7.
Uitmondingen in de buitenlucht van afvoeren van ventilatiesystemen luchtbehandelinginstallaties of afzuigsystemen ten aanzien waarvan in deze vergunning geen andere voorschriften zijn gesteld moeten zodanig zijn gesitueerd dat van de hierdoor uittredende lucht en de daarin aanwezige stoffen geen onaanvaardbare milieugevolgen worden ondervonden buiten de inrichting. ,
,
,
1. 8.
De op een afvoerleiding bestemd voor de afvoer van lucht gassen of dampen aangebrachte regenkap moet zodanig zijn geconstrueerd dat de luchtstroom naar boven blijft gericht. ,
,
1. 9.
De gebouwen van de inrichting en opslagvoorzieningen inclusief buiten opgestelde afvalcontainers moeten buiten werktijd deugdelijk zijn (af)gesloten met een slot. ,
,
1. 10.
De gebouwen van de inrichting en opslagvoorzieningen moeten buiten werktijd deugdelijk zijn (af)gesloten met een slot.
1. 11.
In de inrichting moet tijdens de werktijden altijd ten minste één verantwoordelijk persoon aanwezig zijn die ter zake kundig is en bekend is met de bestaande veiligheidsmaatregelen en bekend is met de voorschriften van de milieuvergunning om in geval van een onveilige situatie direct de vereiste maatregelen te treffen. ,
,
Elektrische installatie 1. 12.
De elektrische installatie moet voldoen aan de voorschriften de norm NEN 1010:2005.
1. 13.
De elektrische installatie dient door een erkend deskundige te zijn gekeurd.
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
,
zoals aangegeven in
Pagina 6
1. 14.
De elektrische installatie in ruimten waar wordt gewerkt met (licht) ontvlambare stoffen dan wel ruimten waar (licht) ontvlambare stoffen zijn opgeslagen moet voldoen aan NEN-EN-IEC 60079-14:2004. Het elektrisch materieel in bedoelde ruimten moet voldoen aan NEN-EN-IEC 60079-15:2003 NEN-EN-IEC 600790:2004 NEN-EN-IEC 60079-1:2004/cl 1:2004 NEN-EN-IEC 60079-7:2004 en NENEN-IEC 60079-25:2004. ,
,
,
,
,
1. 15.
Wijzigingen uitbreidingen en onderhoud van de elektrische installatie mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een erkend installateur.
2.
GELUID
2. 1.
Het Iangtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LArLT) veroorzaakt door dein de inrichting aanwezige toestellen en installaties alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en de daarin plaatsvindende activiteiten mag ter plaatse van de beoordelingspunten 1 t/m 7 10 en 12 zoals vermeld in het bij deze beschikking behorende akoestisch meetrapport (opgesteld door Tebodin; kenmerk: documentnummer 3317002 d. d. 1 maart 2007) gedurende de dagperiode niet meer bedragen dan:
,
,
,
,
,
,
,
Beoordelingspunt: 1 2 3 4 5 6 7 10 15
2. 2.
Omschrijving Grotestraat 3 Prinses Irenestraat la Van Amerongenstraat 8
07. 00-1900 uur 49 dB(A) 48 dB(A) 42 dB(A)
Prinses Irenestraat 4 Goorseweg 6 Goorseweg 10/12 Goorseweg 14 Prinses Irenestraat 16/18 Prinses Irenestraat la , noordzijde
44 dB(A) 50 dB(A) 50 dB(A) 50 dB(A) 43 dB(A) 46 dB(A)
De maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en de daarin plaatsvindende activiteiten mag ter plaatse van de beoordelingspunten 1A t/m 7A 10A en 12A zoals vermeld in het bij deze beschikking behorende akoestisch meetrapport (opgesteld door Tebodin; kenmerk: documentnummer 3317002 d. d. 1 maart 2007) niet meer bedragen gedurende de dagperiode dan: ,
,
,
,
Beoordelingspunt: 1 2 3 4 5 6 7 10 15
Omschrijving Woning Grotestraat Prinses Irenestraat la , westgevel Van Amerongenstraat 8 Prinses Irenestraat 4 Goorseweg 6 Goorseweg 10/12 Goorseweg 14 Prinses Irenestraat 16/18 Prinses Irenestraat la , noordzijde
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
07. 00-1900 uur 52 dB(A) 55 dB(A) 46 dB(A) 52 dB(A) 56 dB(A) 54 d8(A) 53 dB(A) 50 dB(A) 53 dB(A)
Pagina 7
2. 3.
De akoestische maatregelen/voorzieningen die worden voorgesteld in het akoestisch rapport (kenmerk: documentnummer 3317002 d. d. 1 maart 2007) ten einde te kunnen voldoen aan de voorschrift 1 dienen zorgvuldig en deskundig uitgevoerd worden. De maatregelen dienen uiterlijk 6 maanden na het van kracht worden van de vergunning uitgevoerd te zijn.
2. 4.
Uiterlijk binnen 8 maanden na het van kracht worden van de vergunning dient een controlemeting uitgevoerd worden ter beoordeling in hoeverre de getroffen maatregelen zoals aangegeven in voorschrift 2.3 afdoende zijn. ,
2. 5.
Controle op of berekening van in voorschrift 2. 1 en 2. 2 vastgelegde geluidniveaus moet geschieden conform " Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999." Ook de beoordeling van de meetresultaten moet conform genoemde handleiding plaatsvinden.
2. 6.
De voorschriften 1 en 2 zijn niet van toepassing op rijbewegingen van motorvoertuigen en laad- en losactiviteiten op het terrein van de inrichting voorzover dit plaatsvindt tussen 07. 00 en 19. 00 uur.
2. 7.
,
,
Onverminderd het gestelde in voorschrift 1 en 2 mogen radio 's en andere geluidsen omroepinstallaties inclusief die van auto 's van bezoekers of bevoorradingsauto 's buiten de inrichting niet hoorbaar zijn. ,
2. 8.
Het openen en sluiten van autoportieren en laadkleppen van motorvoertuigen alsmede de laad- en losactiviteiten dienen op zodanige wijze te geschieden dat onnodig lawaai wordt vermeden. ,
,
2. 9.
,
Gedurende het laden en lossen mag de motor van het voertuig waarin wordt geladen respectievelijk waaruit wordt gelost niet in werking zijn tenzij het in werking zijn van de motor noodzakelijk is voor het laden en lossen. ,
,
,
2. 10.
Het warmdraaien van motoren op het terrein van de inrichting mag uitsluitend het leveren van remlucht tot doel hebben en mag niet eerder beginnen dan 5 minuten voor het vertrek van het motorvoertuig.
2. 11.
In de inrichting mogen slechts motorvoertuigen en andere apparaten machines of installaties met een (verbrandings)motor in werking zijn die zijn voorzien van een doelmatig en in goede staat verkerende geluiddemper en uitlaatsysteem. ,
,
3.
BRANDPREVENTIE EN BRANDBESTRIJDING
3. 1.
Teneinde een begin van brand effectief te kunnen bestrijden moeten voldoende brandpreventieve maatregelen zijn getroffen en moeten de brandblusmiddelen aanwezig zijn zoals op de bij de vergunning behorende tekeningen is aangegeven. ,
3. 2.
Bij tenminste één toegangsdeur van een stookruimte bij voorkeur buiten de stookruimte en in een opstellingsruimte nabij elk stooktoestel moet een koolzuursneeuw- of poederblusser aanwezig zijn welke is voorzien van een vulling met een blusequivalent van tenminste 6 kg bluspoeder. ,
,
,
3. 3.
Brandblusmiddelen moeten steeds voor onmiddellijk gebruik beschikbaar zijn en onbelemmerd kunnen worden bereikt.
3. 4.
Draagbare blustoestellen moeten zijn voorzien van een rijkskeurmerk met rangnummer. Deze blustoestellen moeten jaarlijks door een REOB erkend deskundige worden gecontroleerd op hun deugdelijkheid. Van elke controle moet een aantekening worden gemaakt op een bij het apparaat ter inzage aanwezige registratiekaart of sticker. Het onderhoud moet overeenkomstig NEN 2559:2001/A2:2004 geschieden.
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
Pagina 8
3. 5.
Indien een blusmiddel is afgekeurd dient het te worden verwijderd uit de inrichting en te worden vervangen door een nieuw blusmiddel met een gelijkwaardige capaciteit.
3. 6.
Slanghaspels moeten voldoen aan het gestelde in NEN-EN 671-1:2000. Slanghaspels moeten jaarlijks door een REOB erkend deskundige worden gecontroleerd op hun deugdelijkheid.
3. 7.
Iedere werknemer van een afdeling waarin brandgevaarlijke en bij brandgevaarlijke stoffen worden verwerkt moet bekend zijn met de algemene veiligheidsvoorschriften het praktisch gebruik van kleine blusmiddelen en de voorschriften in geval van brand. ,
,
3. 8.
De bedrijfsruimten moeten zodanig zijn geventileerd dat ter voorkoming van brandof explosiegevaar te allen tijde voldoende ventilatie is gewaarborgd om eventuele gassen of dampen ten gevolge van mogelijke lekkage of ten gevolge van werkzaamheden af te voeren.
3. 9.
Alle machines en toestellen moeten in zodanige staat verkeren dat hierdoor branden/of explosiegevaar wordt vermeden.
3. 10.
Het bedrijf met bijbehorend open terrein moet zodanig worden onderhouden dat elk gebouw en het opslagterrein bij eventuele onregelmatigheden en bij calamiteiten onder alle omstandigheden bereikbaar is voor blusvoertuigen alsmede voor voertuigen van hulpdiensten.
,
,
,
3. 11.
Binnen een afstand van 10 van las- en slijpwerkzaamheden mogen zich geen brandbare materialen en gassen bevinden. Hiervan zijn uitgezonderd gasflessen welke op het lastoestel aanwezig zijn. Automatische sprinklerinstallaties
3. 12.
De automatische sprinklerinstallatie dient te zijn ontworpen en aangelegd overeenkomstig een Programma van Eisen dat is opgesteld door een EN 45004 type A inspectie-instelling of een ander erkend deskundige die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie. Het Programma van Eisen dient te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. ,
,
,
3. 13.
De sprinklerinstallatie dient te worden aangelegd op basis van de " Voorschriften voor Automatische Sprinklerinstallaties " (VAS).
3. 14.
De installatie dient te zijn ontworpen aangelegd opgeleverd en onderhouden door een erkend installateur. De erkenning is afgegeven door een certificatie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie. De installateur mag de installatie niet aanleggen voordat de ontwerpen de hydraulische berekeningen en de elektrische schema's die betrekking hebben op de installatie zijn goedgekeurd door een EN 45004 type A inspectie-instelling die geaccrediteerd is door de Stichting Raad voor Accreditatie. Het bewijs van goedkeuring dient in het in voorschrift 21. 10. genoemde milieulogboek te worden bewaard. ,
,
,
,
,
3. 15.
De installatie dient jaarlijks te worden geïnspecteerd door een EN 45004 type A inspectie-instelling die geaccrediteerd is door de Stichting Raad voor Accreditatie. De inspectierapporten dienen in het in voorschrift 21. 10. genoemde milieulogboek te worden bewaard.
3. 16.
Een installatie dient te zijn voorzien van een geldige kwaliteitsverklaring (certificaat) dat is afgegeven door een certificatie-instelling die geaccrediteerd is door de Stichting Raad voor Accreditatie.
,
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
,
Pagina 9
Stofexplosies 3. 17.
Verspreiding en ophoping van stof dient te worden voorkomen. Betreedbare ruimten dienen regelmatig te worden schoongehouden.
3. 18.
Bedieningswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door personen die bekend zijn met de gevaren van stofexplosies.
3. 19.
Installaties mogen anders dan voor monstername en inspectie via speciale openingen slechts worden geopend als de toevoer- en afvoerstromen zijn stopgezet. ,
,
3. 20.
Installaties en delen daarvan die onder elektrische spanning kunnen komen te staan door statische oplading van het product moeten zijn voorzien van een deugdelijke aardverbinding. Isolerende verbindingsgedeelten moeten met soepele aarddraden overbrugd worden.
3. 21.
In ruimten met verhoogd stofontploffingsgevaar mag niet worden gerookt en is het gebruik van open vuur verboden. Op de toegangsdeuren tot deze ruimten dient in duidelijk leesbare letters met een hoogte van tenminste 5 centimeter het opschrift " Roken en open vuur verboden " of een overeenkomstig veiligheidsteken volgens de norm NEN 3011 te zijn aangebracht.
3. 22.
Gebouwen waarin zich ruimten met stofontploffingsgevaar bevinden moeten zijn beveiligd tegen blikseminslag overeenkomstig de NEN 1014.
3. 23.
Uittreden van stof uit proces- en transportapparatuur en opslagruimten moet worden voorkomen door gebruik te maken van gesloten apparatuur. Openingen in de apparatuur zoals inspectieluiken en mangaten moeten zoveel mogelijk gesloten worden gehouden. Eventuele lekken in apparatuur moeten zo snel mogelijk worden gerepareerd. ,
,
3. 24.
Stof moet op zodanige wijze worden verwijderd dat hierbij geen stofexplosiegevaar kan ontstaan. Dit houdt in dat bij stofverwijdering geen stofluchtmengsels mogen ontstaan en dat geen ontstekingsbronnen aanwezig mogen zijn of worden geïntroduceerd. Dit betekent dat tenminste de stofzuiger moet zijn voorzien van elektrostatisch geleidende slangen en mondstuk en dat het gebruik van (harde) bezems vermeden moet worden.
3. 25.
Looplampen mogen niet worden gebruikt als peilmechanisme in silo's of bunkers. Voor inspectie van de inhoud van silo's moeten siloschijnwerpers worden gebruikt die het inwendige van de silo van buitenaf verlichten.
3. 26.
Perslucht mag niet worden gebruikt voor het verwijderen van stof.
3. 27.
Voor inspectiedoeleinden en ten behoeve van reparatiewerkzaamheden aan procesinstallaties mogen alleen loop- of hanglampen worden gebruikt die geschikt zijn voor de betreffende zone. Voorkomen dient te worden dat looplampen onder stof of brandbaar produkt begraven raken. ,
3. 28.
Tijdens het verrichten van las- snij op slijpwerkzaamheden moet de omgeving binnen een straal van 10 meter worden vrijgemaakt en vrijgehouden van veevoedergrondstoffen of andere brandbare stoffen.
3. 29.
Tijdens de in voorschrift 3. 28. bedoelde werkzaamheden moeten brandblusmiddelen voor onmiddellijk gebruik gereed worden gehouden.
3. 30.
De opslagcellen moeten zijn voorzien van een hoogteniveau-signalering die bij overvulling een signaal in de bedieningsruimte in werking stelt.
,
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
Pagina 10
Externe Veiligheid (ATEX) 3. 31.
De installatie welke zich bevinden in ruimten waar de mogelijkheid tot het zich voordoen van stofexplosies dienen te voldoen aan hetgeen is gesteld in de ATEX richtlijn nr. 95 (EG Richtlijn 94/9/EG) en de ATEX richtlijn 137 (EGrichtlijn 1999/92/EG).
3. 32.
Binnen de inrichting dient een explosieveiligheidsdocument zoals gesteld in de ATEX richtlijn 137 aanwezig te zijn.
3. 33.
Voor de gehele inrichting wordt een gevarenzone-indeling met betrekking tot gasen stofontploffingsgevaar opgesteld. Het rapport wordt opgesteld of goedgekeurd door een door het bevoegd gezag erkende onafhankelijke deskundige en geeft gemotiveerd aan in welke ruimte welke gevarenzone geldt. Het inwendige van procesonderdelen zoals silo's transportsystemen doekfilters en maalapparatuur wordt hierbij als afzonderlijke ruimte beschouwd. De gevarenzone-indeling voldoet aan de richtlijn NPR7910-2:2001. Het rapport wordt binnen zes maanden na het in werking treden van dit voorschrift aan het bevoegd gezag gezonden. ,
3. 34.
,
In de vastgestelde gevarenzones worden ontstekingsbronnen vermeden. Als dit niet mogelijk is voldoen de ontstekingsbronnen aan de per gevarenzone vastgestelde maatregelen en eisen ter voorkoming van brand en explosie zoals is aangegeven in tabel 4 van de NPR79I0-2:2001. ,
4.
AFVALSTOFFEN
4. 1.
Het bewaren en het afvoeren van afvalstoffen moet op ordelijke en nette wijze geschieden. Van afvalstoffen afkomstige geur mag zich niet buiten de inrichting kunnen verspreiden.
4. 2.
Het bewaren en afvoeren van afvalstoffen moet zodanig geschieden dat zich geen afval in of buiten de inrichting kan verspreiden.
4. 3.
Het in de inrichting vrijkomende bedrijfsafval moet worden bewaard in doelmatige goed gesloten afvalcontainers. Indien in de afvalcontainers brandbare afvalstoffen worden opgeslagen moet de container zijn vervaardigd van onbrandbaar materiaal.
4. 4.
Gevaarlijke afvalstoffen moeten in afwachting van vervoer uit de inrichting gescheiden naar soort worden bewaard in een goed gesloten doelmatige verpakking. In de inrichting ontstane gevaarlijke afvalstoffen mogen niet met andere categorieën gevaarlijke afvalstoffen of met andere stoffen worden vermengd of gemengd.
4. 5.
Gevaarlijke afvalstoffen moeten worden opgeslagen conform de opslageisen voor de stoffen waaruit zij zijn ontstaan.
4. 6.
In de inrichting mogen niet meer dan 200 kg of 1 gevaarlijke afvalstoffen worden opgeslagen.
4. 7.
Gevaarlijke afvalstoffen moeten zo vaak als nodig en ten minste éénmaal per jaar uit de inrichting worden afgevoerd.
4. 8.
Gevaarlijke afvalstoffen en overige bedrijfsafvalstoffen dienen afgegeven te worden aan een daartoe erkende inzamelaar.
4. 9.
Van de gevaarlijke afvalstoffen en de overige bedrijfsafvalstoffen moet een registratie worden bijgehouden. De registratie moet voldoen aan hetgeen is gesteld in voorschrift 21. 10. (milieulogboek).
,
,
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
,
Pagina 11
4. 10.
De afgiftebonnen dan wel omschrijvings- of meldingsformulieren die betrekking hebben op het afvoeren van gevaarlijke afvalstoffen (inclusief afgewerkte olie) moeten gedurende vijf jaar worden bewaard. Deze documenten moeten te allen tijde in de inrichting voor een controlerende instantie ter inzage liggen en worden bewaard in het milieulogboek zoals genoemd in voorschrift 21. 10. (milieulogboek).
4. 11.
Olieafval en afval van vloeibare brandstoffen in de zin van de " Regeling Europese afvalstoffen " (Eural) mogen niet worden gebruikt als brandstof. ,
,
5.
AFVALWATER
5. 1.
Afvalwater mag uitsluitend op een riolering worden geloosd
5. 2.
Het is verboden afvalwater of afvalstoffen rechtstreeks in een straatkolk of rechtstreeks in een monsternameput te lozen.
5. 3.
Afvalwater mag slechts in een openbaar riool worden gebracht indien door de samenstelling eigenschappen of hoeveelheid ervan: a. de doelmatige werking van een openbaar riool- een door een bestuursorgaan beheerd zuiveringstechnisch werk- of de bij een zodanig openbaar riool of zuiveringstechnisch werk behorende apparatuur niet wordt belemmerd; b. de verwerking van slib dat verwijderd wordt uit een openbaar riool of een door een bestuursorgaan beheerd zuiveringstechnisch werk niet wordt belemmerd; de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zoveel C. mogelijk worden beperkt. ,
,
,
,
5. 4.
Het is in het bijzonder verboden op de riolering afvalwater of afvalstoffen te lozen: a. met een temperatuur van meer dan 30°C; b. met een zuurgraad uitgedrukt in waterstofionen-exponent (pH) lager dan 65 of hoger dan 10 gemeten in enig steekmonster alsmede zuren en basen die niet in water zijn opgelost. De bepaling van de parameters dient te geschieden conform de NEN 6411:1981. ; C. met een sulfaatgehalte van meer dan 300 mg per liter. De bepaling van de parameters dient te geschieden conform de NEN 6487:1997; d. dat (die) brand- of explosiegevaar kan (kunnen) veroorzaken; e. die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen of waarvan kan worden voorkomen dat ze in het bedrijfsafvalwater terechtkomen; f. dat (die) stankoverlast buiten de inrichting kan (kunnen) veroorzaken. ,
,
5. 5.
,
Het lozen van afvalwater of afvalstoffen die ten gevolge van aanhechting zeer vaste afzettingen kan/kunnen vormen in een openbaar riool is niet toegestaan. Lozing van minerale vetten of oliën
5. 6.
Bedrijfsafvalwater waarbij in enig steekmonster voor vermenging met bedrijfsafvalwater uit andere ruimten de concentratie van minerale olie hoger is dan 20 mg/l mag niet in de riolering gebracht worden.
5. 7.
Lozingen van afvalwater dat een gehalte van meer dan 20 mg/l aan minerale olie bevat dient te worden behandeld in een slibvangput en een olie-afscheider. De concentratie aan minerale olie in het effluent mag dan maximaal 200 mg/l in enig steekmonster bedragen.
Naam inrichting: Coöp. Arkervaart-Twente U. A.
Pagina 12
5. 8.
Indien met behulp van de slibvangput en de olie-afscheider de eis van 200 mg/] niet kan worden bereikt dan dienen verdergaande zuiveringstechnieken te worden toegepast. Een voorstel met betrekking tot de toe te passen technieken dient ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd.
5. 9.
Bedrijfsafvalwater waarvoor de concentratiegrenswaarde van 20 mg/1 onderscheidenlijk 200 mg/l geldt wordt voor vermenging met bedrijfsafvalwater waarvoor een andere of geen concentratiegrenswaarde geldt door een doelmatige goed toegankelijke controlevoorziening geleid. ,
,
5. 10.
,
In afwijking van voorschrift 5.9. kan worden volstaan met een doelmatige controlevoorziening op een andere plaats dan bedoeld in dat voorschrift. Voordat een controlevoorziening op een andere plaats wordt geplaatst dienen aan het bevoegd gezag gegevens te worden verstrekt waaruit blijkt dat plaatsing van de controlevoorziening overeenkomstig voorschrift 5. 9. niet mogelijk is. ,
,
5. 11.
Het gehalte aan minerale vetten of oliën dient bepaald te worden volgens NEN -ENISO 9377-2:2000.
5. 12.
Een slibvangput dient grove bedrijfsafvalstoffen en snel bezinkende bedrijfsafvalstoffen met een korreldiameter van meer dan 075 mm bepaald met een testzeef volgens ISO 3310-1 uitgave juli 1990 doelmatig uit het afvalwater te verwijderen. ,