Meerjarenbegroting OPO 2026-2029.pdf
Tekst van het document
Groot onderhoud ICT Inventaris OLP Totaal
2025 74.250 67.250 46.800 72.700 € 261.000
2026 65.200 70.000 18.600 31.000 € 184.800
2027 73.000 38.000 2.000 € 113.000
Bij de huidige werkwijze wordt gekeken naar de noodzakelijke kosten voor groot onderhoud op basis van de meerjarig onderhoudsplannen. Tevens worden de wensen van de directeuren besproken en uiteindelijk wordt dit door de huisvestingsadviseur in samenspraak met de bestuurder en controller beoordeeld. Groot onderhoud In de gesprekken met de gemeente zijn afspraken gemaakt voor de kosten groot onderhoud voor de kleine scholen. De kosten zijn namelijk zo hoog dat OPO Hof van Twente deze kosten zelf niet meer kan betalen. Dat betekent dat in 2024 alleen noodzakelijke investeringen voor groot onderhoud werden gedaan.
27
Voor 2025 staat het volgende in ieder geval op de planning: Koeling en verwarming obs Azelo, vloerafwerking obs Azelo, vervanging sanitair obs Stokkum en vloerafwerking obs Brookschole. ICT Kijkend naar de bovenschoolse ICT-investeringen dan heeft de stichting budget vrijgemaakt om te investeren in vervanging van leerling devices (€ 55.000), vervangende laptops LD-IB (€ 5.000), laptops bovenschools ICT en aanpassing/herijking van de telefooncentrale. Inventaris Dit betreffen met name investeringen in herinrichting en boeken uitbreidingen bieb, kleutermateriaal, speelmateriaal buiten, mobiele geluidsinstallatie buiten en overige inventaris. Onderwijsleerpakket (OLP) Deze investeringen bestaan onder andere uit het jaarlijkse innovatiebudget (€ 10.000), kleutermateriaal en diverse lesmethodes. Huisvestingslasten Het bedrag voor huisvestingslasten is voor 2025 in totaliteit € 41.920 hoger begroot dan in 2024. Hieronder vallen onder andere de energielasten, schoonmaak, dagelijks onderhoud en de bijdrage voor de VVE KC Markelo (obs de Zwaluw). De onderhoudskosten zijn lager ten opzichte van 2024 aangezien het contract voor tuinonderhoud is opgezegd. Het tuinonderhoud wordt moment door eigen medewerkers verricht. De energie- en schoonmaakkosten stijgen (circa 6%) als gevolg van stijgende tarieven.
Overige lasten De overige lasten bestaan grotendeels uit de kosten voor het administratiekantoor OBT en de accountantskosten (samen € 175.500), de ICT-verbruikskosten en licenties (€ 171.000) en het verbruiksmateriaal (€ 112.000). De overige 25% betreffen de overige beheerskosten zoals telefoon, kopieerkosten, drukwerk, kantoorbenodigdheden, contributies en de kosten voor buitenschoolse activiteiten zoals culturele vorming, sportdagen, schoolreisjes, schoolkamp en dergelijke. De totale overige lasten zijn € 15.000 hoger ten opzichte van de begroting 2024. De meeste leveranciers voeren een inflatiecorrectie door van 10%. De totale overige lasten bedragen € 684.000 en daardoor wordt het verschil veroorzaakt.
7.1.3 Financiële baten en lasten OPO Hof van Twente is al enkele jaren aangesloten bij Schatkistbankieren. Deze keuze had destijds te maken met het feit dat er boeterente werd geheven bij de huisbankier. Deze boeterente hebben de grote banken inmiddels gelukkig achterwege gelaten. OPO Hof van Twente is echter nog steeds bij Schatkistbankieren aangesloten. Op dit moment (november 2024) ontvangt de stichting zelfs 3,1% aan creditrente via het Schatkistbankieren. Dat weegt op dit moment ruimschoots op tegen de kosten van Schatkistbankieren. Gezien de gestalde liquiditeiten en de inschatting dat de rente niet meer zo fors zal dalen, verwacht de stichting de komende jaren een positief resultaat op dit gebied. Voor 2025 wordt de stichting een plus van € 30.000. Aan rentelasten is totaal € 26.500 opgenomen. Een groot deel (€ 20.000) betreft de lening die bij het Energiefonds Overijssel B.V. is afgesloten. Ook wordt€ 5.000 rente aan de gemeente betaald betreffende leningen IKC Stedeke en IKC Markelo. De overige € 1.500 zijn de reguliere bankkosten. 28
8.
Continuïteitsparagraaf
De continuïteitsparagraaf is een wettelijk verplicht onderdeel van het jaarverslag en geeft inzicht in de meerjarenbegroting en de risicobeheersing. Met de continuïteitsparagraaf wordt inzicht gegeven in de (financiële) consequenties van voorgenomen beleid en als afgeleide de exploitatieresultaten. In het jaarverslag dient gerapporteerd te worden over het financiële beleid en de verwachte effecten daarvan in de drie verslagjaren volgend op het verslagjaar. Bij majeure investeringen na het derde jaar dienen ook de jaren 4 en 5 meegenomen te worden. De stichting gaat niet uit van investeringen in die periode. Onder een majeure investering wordt verstaan elke investering die een aanzienlijke invloed heeft op de bedrijfsvoering dan wel de vermogenspositie van de betrokken instelling. Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de instelling gelijk is of groter dan 15%. Op basis van de meerjarenbegroting is er geen sprake van majeure investeringen. Update De Raad van Toezicht heeft in 2023 opdracht gegeven om de meerjarenbegroting met 2 jaar te verlengen, naar aanleiding van het negatieve resultaat in 2023. Op deze manier kan het bestuur aantonen dat er wordt toegewerkt naar een 0-begroting in de jaren 2025-2029. Onderdelen betreffen: a. Balansramingen b. Raming van staat van baten en lasten c.
Kengetallen (financiële kengetallen, personeel per categorie en leerlingaantallen) Ad a. Balansramingen Naar aanleiding van de meerjarenbegroting en een prognose van de balans per 31 december 2023 is de verwachting dat de meerjarenbalans er als volgt uit komt te zien:
De ontwikkeling van materiele vaste activa is gebaseerd op de voorgenomen investeringen en de daaruit voortvloeiende afschrijvingslasten zoals opgenomen in de begroting. De boekwaarde van de materiële vaste activa is de laatste jaren fors toegenomen door allerlei investeringen. Dit wordt ook veroorzaakt door de keuze om kosten voor groot onderhoud te activeren en af te schrijven. De investeringen groot onderhoud voor de kleine scholen is uitgegaan van een totale beschikking vanuit de gemeente van € 62.500. De mutaties van het eigen vermogen in de komende jaren zijn het gevolg van de gepresenteerde exploitatieresultaten 2025-2029. De post voorzieningen blijft de komende jaren op een constant niveau waarbij is uitgegaan van lagere inzet en hogere loonkosten. De langlopende schuld (Energiefonds Overijssel) is in 2022 volledig benut en zal door de jaarlijkse aflossing met € 50.000 afnemen.
29
Daarnaast heeft de stichting nog twee leningen bij de Gemeente Hof van Twente. Dit betreffen leningen voor duurzaamheidsinvesteringen bij obs Stedeke en obs de Zwaluw. Ook deze zullen jaarlijks afnemen als gevolg de jaarlijkse aflossingsverplichtingen. Uiteindelijk fungeert de post liquide middelen als sluitpost. Stand leningen per 31 december 2024: Energiefonds Overijssel € 787.000 (Starthoogte lening € 1.000.000) IKC Stedeke € 269.000 (Starthoogte lening € 331.000) Kindcentrum Markelo € 162.000 (Starthoogte lening € 218.000) Ad. b. Raming van staat van baten en lasten Zie hoofdstuk 6 voor de uitwerking en de toelichting op de meerjarenbegroting. Ad. c. Kengetallen Onderstaand worden de kengetallen gepresenteerd zoals die volgen uit de hierboven opgenomen meerjarenbegroting en meerjarenbalans zoals die volgt uit de eindejaar prognose 2023 en meerjarenbegroting 2025-2029.
Op basis van de hierboven gepresenteerde financiële kengetallen kan geconcludeerd worden dat bij OPO Hof van Twente het kengetal weerstandsvermogen 1 onder de gewenste norm bevindt. Het weerstandsvermogen ligt namelijk fors onder de gewenste norm van 5% en dit wordt volledig veroorzaakt door de toename van de materiele vaste activa (groot onderhoud, meubilair, 30
duurzaamheid, ICT etc.). De duurzaamheidsinvesteringen worden door middel van vreemd vermogen gefinancierd. OPO Hof van Twente heeft er bewust voor gekozen te investeren in de verduurzaming van haar gebouwen en accepteert dat dit kengetal ook de komende jaren onder de gewenste norm bivakkeert. De door OPO Hof van Twente gedane duurzaamheidsinvesteringen zijn niet intern vanuit het eigen vermogen gefinancierd maar extern met vreemd vermogen in de vorm van de duurzaamheidslening bij het Energiefonds Overijssel. In de berekening van het weerstandsvermogen wordt daar echter geen rekening mee gehouden en dus wordt het totale bedrag van de materiële vaste activa in de berekening in mindering gebracht op het eigen vermogen. Het zou zuiverder zijn als in de berekening van het weerstandsvermogen het bedrag van de materiële vaste activa dat extern met vreemd vermogen gefinancierd is, niet in mindering gebracht zou worden. De uitkomst op deze wijze berekend zou meer recht doen aan de feitelijke situatie en is daarmee ook beter vergelijkbaar met sectorcijfers. De liquiditeit is voldoende maar is zeker niet aan de ruime kant. De liquiditeit is eveneens de komende jaren een punt van aandacht. Ook met inachtneming dat de cao (gestegen werkgeverslasten) door schoolbesturen de eerste negen maanden zelf voorgefinancierd moet worden.
Het nieuwe kengetal reservepositie laat zien dat OPO Hof van Twente geen bovenmatig publiek eigen vermogen bezitten. Door de forse duurzaamheidsinvesteringen geeft het kengetal reservepositie een wat vertekend beeld, echter geeft de risicoanalyse een buffervermogen van 1,5 keer het buffervermogen van € 800.000 aan. Dus de stichting moet een minimale eigen vermogen hebben van € 1.200.000. Op basis van deze analyse zit OPO Hof van Twente boven het vereiste buffervermogen. Toelichting Liquiditeit (current ratio): vlottende activa / kortlopende schulden Geeft aan in welke mate de instelling aan haar verplichtingen op korte termijn kan voldoen. Solvabiliteit 1: eigen vermogen / totaal passiva Geeft aan op welke wijze de bezittingen, op de actiefzijde van de balans, zijn gefinancierd. Solvabiliteit 2: (eigen vermogen + voorzieningen) / totaal passiva Geeft aan op welke wijze de bezittingen, op de actiefzijde van de balans, zijn gefinancierd. Rentabiliteit: resultaat / totale baten Geeft aan welk deel van de totale baten over blijft na aftrek van de lasten. Dit jaar is de signaleringsgrens niet van toepassing. Weerstandsvermogen 1: (eigen vermogen -/- materiële vaste activa) / Rijksbijdragen OCW Is de verhouding tussen het eigen vermogen minus de materiële vaste activa en de omvang van de Rijksbijdragen.
Weerstandsvermogen 2: eigen vermogen/ Rijksbijdragen OCW Is de verhouding tussen het eigen vermogen en de omvang van de Rijksbijdragen. Dit kengetal is ten opzichte van voorgaande jaren nieuw aangezien deze ook in het accountantsrapport is opgenomen.
31
Signaleringswaarde publiek eigen vermogen Inspectie In 2020 heeft de Onderwijsinspectie de signaleringswaarde voor (publieke) reserves van onderwijsinstellingen geïntroduceerd. De signaleringswaarde is 1.0. Zodra het (publieke) eigen vermogen boven de signaleringswaarde uitkomt, is dit volgens de inspectie een indicatie dat het bestuur mogelijk te veel eigen vermogen ongebruikt laat. Onderstaand een overzicht met de berekeningen van het bovenmatig publiek eigen vermogen per ultimo 2022 en de prognoses 2024 tot en met 2029.
De verwachting is dat de signaleringswaarde per ultimo 2024 uitkomt op 0,6. Hiermee zit de stichting onder de signaleringswaarde van 1,0 zoals die gesteld is door de inspectie. Dit houdt in dat de stichting meer dan voldoende inzet ten gunste van het onderwijs. Zichtbaar is dat de signaleringswaarde de komende jaren onder de 1,0 blijft. Grotendeels wordt dit veroorzaakt door de forse duurzaamheidsinvesteringen en de keuze voor het activeren en afschrijven van groot onderhoud.
32