CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

M2 Bijlage 2 bij M2 Motie PvdA In Beweging CDA SP en D66 Tijdelijk wonen op eigen erf.pdf

Gemeenteraad 21 januari 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: M2: AANGENOMEN Motie PvdA In Beweging CDA en D66 Tijdelijk wonen op eigen erf765 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting bij de beleidsregel Tijdelijke huisvesting op eigen erf (versie 16-1-2026) Inleiding Er zijn omstandigheden waarin op korte termijn behoefte is aan huisvesting. Zo is er de landelijke regelgeving voor vergunningsvrije bouw van mantelzorg units. Veel gemeenten hebben regels opgesteld die breder zijn en waardoor de extra tijdelijke woning ook inzetbaar is voor andere categorieën woningzoekers. Hier valt bijvoorbeeld te denken aan jongeren die studeren en nog geen kamer hebben kunnen vinden en gedwongen thuis wonen, starters die geen huis kunnen vinden, gescheiden mensen, of ouders die op een leeftijd zijn gekomen en mogelijk op termijn mantelzorg nodig hebben. Bijgaande regeling wil voor dit soort groepen een tijdelijke oplossing aanbieden. Kern van de regeling De regeling wil het mogelijk maken dat inwoners met een eigen woning (de hoofdbewoners) de ruimte krijgen om voor de duur van 10 jaar een tijdelijke woning neer te zetten op eigen terrein of een bestaand (bij)gebouw zoals een schuur geschikt mogen maken voor bewoning. De doelgroep zijn personen die een duurzame sociale relatie hebben met de hoofdbewoner zoals familie en vrienden. De tijdelijke woning moet worden beschouwd als een noodoplossing voor mensen die op korte termijn huisvesting zoeken. Het is geen opstap naar een permanente woning (art. 1.19).

Voor deze tijdelijk voorziening is een omgevingsvergunning vereist. Voorwaarden De volgende voorwaarden gelden: 1. De tijdelijke woning moet voldoen aan Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)(art. 2.1). 2. De tijdelijke woning kan binnen of buiten de bebouwde kom staan. 3. Er mag maar eenmaal (art. 2.22) één tijdelijke woning worden gebouwd of een bestaand (bij)gebouw aangepast (art. 2.3, art.2.8), 4. De tijdelijke woning staat los van de hoofdwoning (art 2.2). 5. De tijdelijke woning wordt in het bouwblok of grenzend aan het bouwblok geplaatst (art. 8) en binnen het perceel (art 2.4). 6. De tijdelijke woning staat aan de achterzijde van de hoofdwoning en minimaal 1 meter van de perceelgrens (art 2.4, art. 2.10, art. 2.12). 7. Een overschrijding van het maximaal bebouwbare percentage is toegestaan (art 2.8). 8. De hoofdwoning is geen recreatiewoning (art. 2.20) 9. De tijdelijke woning is toegankelijk voor hulpdiensten (art. 2.17). 10. De tijdelijke woning is minimaal 35m2 en maximaal 100m2 inclusief eventuele carport of veranda (art. 2.13). 11. De tijdelijke woning bestaat uit 1 woonlaag met eventueel een kap (art. 2.13). 12. De tijdelijke woning wordt aangesloten op de bestaande riolering (art 2.16). 13. Er mag maximaal 1 huishouden in wonen bestaande uit twee volwassenen en twee kinderen (art. 2.14).

Dit is maximaal: het mogen bijvoorbeeld ook twee kinderen zijn die een huishouden delen maar geen vier volwassenen met twee huishoudens. Het Pagina 1 van 2

kan ook gaan om familie die steun nodig heeft of familie die op leeftijd is en na die periode van 10 jaar mogelijk in aanmerking komt voor mantelzorg. 14. De woning kan ook worden bewoond door degene die mantelzorg verleent aan de hoofdbewoner(s). 15. Het doel is om personen waar de hoofdbewoners een sociale relatie mee hebben te helpen: Het mag geen verdienmodel worden zoals bijv. een B&B, arbeidsmigranten, etc (art. 2.9). Een B&B mag wel ingezet worden voor een tijdelijke woning, maar kan gedurende die tijd niet functioneren als B&B. 16. Na 10 jaar wordt de tijdelijke woning ongeschikt gemaakt voor bewoning (art. 2.18) of zoveel eerder als de duurzame sociale relatie, waarop de vergunning voor de tijdelijk woning is gebaseerd, niet meer aanwezig is door verhuizing en/of overlijden van één van beide partijen (art. 4.3ii). 17. Voor een tijdelijke woning kan de termijn van 10 jaar niet worden verlengd (art. 4.2) 18. De periode van 10 jaar kan alleen worden verlengd als er inmiddels een mantelzorgsituatie is ontstaan (art. 4.3i). Dan gaat de bestaande regeling voor Mantelzorgwoningen in werking. 19. Na 10 jaar wordt een (bij)gebouw dat voor tijdelijke woning is ingericht, ongeschikt gemaakt voor bewoning (art. 3). 20. De periode van 10 jaar gaat in zodra de omgevingsvergunning is verstrekt (art. 9). 21.

Als er na 1 jaar geen gebruik is gemaakt van de omgevingsvergunning vervalt die (art. 7). 22. De tijdelijke woning mag niet leiden tot een onevenredige verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse en van de gebruiksmogelijkheden en/of onevenredige aantasting van de privacy van omwonenden (art. 2.21). Overige aspecten Als er een nieuwe landelijke regeling komt dan zal gekeken worden naar wat dit betekent voor deze regeling (art.10).

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4339/documents/59699