CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

M2 Bijlage 1 bij M2 Motie PvdA In Beweging CDA SP en D66 Tijdelijk wonen op eigen erf.pdf

Gemeenteraad 21 januari 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: M2: AANGENOMEN Motie PvdA In Beweging CDA en D66 Tijdelijk wonen op eigen erf2.077 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsregel Tijdelijke huisvesting op eigen erf (16-1-2026) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente, gelet op: • Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), • Artikel 5.1, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a van de Omgevingswet, • Artikel 8.0a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), • Artikel 5.161c Bkl; be s l ui t vast te stellen de: Beleidsregel tijdelijke huisvesting op eigen erf Artikel 1. Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: Aanvraag: een aanvraag voor een omgevingsvergunning om met toepassing van artikel 5.1, eerste en tweede lid, onder a van de Omgevingswet, af te wijken van het omgevingsplan; Besluit: een besluit van het college van burgemeester en wethouders tot buitenplanse afwijking van het omgevingsplan, om bestaande bebouwing of bestaande bebouwingsmogelijkheden op grond van het omgevingsplan/Omgevingswet/Bkl/Bbl/ Bal/Omgevingsbesluit tijdelijke huisvesting in gebruik te nemen; Buitenplanse afwijking: een omgevingsvergunning waarmee met toepassing van artikel 5.1, eerste lid, onder a en artikel 5.1, tweede lid, onder a van de Omgevingswet kan worden afgeweken van het omgevingsplan; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente; Huishouden: een alleenstaande of twee of meer personen die duurzaam samen een woongemeenschap vormen; Woonruimte:

besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; Bijgebouw: een (bestaand) gebouw op een erf behorend bij een (bedrijfs)woning; Tijdelijke woning: zelfstandige woonruimte die los staat van de hoofdwoning, met eigen toegang, kookgelegenheid en sanitaire voorzieningen van minimaal 35 m² en maximaal 100 m² mits het binnen de regels van het omgevingsplan en vergunningsvrij bouwen past, bewoond door maximaal 4 personen waarvan maximaal 2 volwassen personen, met een duurzame sociale relatie met de bewoners van de hoofdwoning; Duurzame sociale relatie: een bestaande lange-termijnrelatie tussen mensen die zorgt voor veiligheid, steun en respect voor elkaar. Achtererfgebied: erf achter de lijn die de (bedrijfs)woning of het bedrijfsgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder de (bedrijfs)woning of het bedrijfsgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter de (bedrijfs)woning of het bedrijfsgebouw te komen. Waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op de grond van het Pagina 1 van 5

omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten, voor het leggen van deze lijn bepalend is de (bedrijfs)woning of het bedrijfsgebouw, waarvan de voorkant het dichtst gelegen is bij openbaar toegankelijk gebied Artikel 2. Algemene voorwaarden Voor tijdelijke woningen op eigen erf gelden de volgende voorwaarden: 1. De woning voldoet aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit kwaliteit leef- omgeving (Bkl) (o.a. milieuzonering); 2. De tijdelijke woning moet voldoen aan de begripsomschrijving “zelfstandige woning” van deze beleidsregels; 3. Per perceel is maximaal één tijdelijke woning toegestaan; 4. Voor zover een tijdelijke woning een uitbreiding van de bebouwde oppervlakte is, moet deze in het achtererfgebied worden gerealiseerd. 5. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitritten. De aanleg van nieuwe in- en uitritten is niet toegestaan; 6. De al aanwezige woning op het bestaande erf moet gehandhaafd blijven; 7. De verkeersaantrekking, in relatie tot de bestaande verkeersintensiteiten, mag slechts in beperkte mate toenemen en de bestaande infrastructuur mag niet verzwaard worden. Als uitgangspunt wordt de capaciteit van de huidige ontsluiting genomen; 8.

De tijdelijke woning kan worden gerealiseerd met bestaande bebouwing (een bestaand bouwwerk) of met de bouwmogelijkheden die het omgevingsplan en de regels voor vergunningsvrij bouwen op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en, voor zover van toepassing, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bieden. De tijdelijke woning telt niet mee voor het, in het omgevingsplan bepaalde, toegestane bebouwingspercentage van het perceel. De tijdelijke zelfstandige woning moet in of grenzend aan het bouwblok worden geplaatst. 9. De tijdelijke woning mag alleen worden gebruikt om te wonen. Er zijn geen nevenactiviteiten of andere activiteiten toegestaan in directe relatie tot de tijdelijke huisvesting; 10. De nieuw te plaatsen tijdelijke woning moet worden geplaatst in het achtererfgebied van de bestaande (bedrijfs)woning; 11. Als de tijdelijke woning een (verplaatsbare) unit is, moet de kleur ingetogen zijn, bijvoorbeeld donkergroen, antraciet of zwart, niet glimmend; 12. De nieuw te plaatsen tijdelijke woning moet op een afstand van ten minste 1 meter van de perceelgrens worden geplaatst. Deze afstandseis geldt niet voor een bestaand bouwwerk dat wordt aangepast of in gebruik genomen als tijdelijke woning; in dat geval mag het bouwwerk op de bestaande locatie blijven staan; 13.

De tijdelijke woning mag uit maximaal één bouwlaag bestaan, eventueel voorzien van een kap zonder verblijfsruimte en voldoet aan de basiseisen (o.a. bereikbaarheid en toegankelijkheid) en heeft een minimale oppervlakte van 35 m² en maximale oppervlakte van 100 m². De voorwaarde van maximaal 100m2 vervalt als de bestaande bebouwing die gebruikt wordt als Tijdelijke Woning, groter is dan 100m2; 14. Bewoning van een tijdelijke woning is toegestaan voor 1 huishouden van maximaal 4 personen waarvan maximaal 2 volwassen personen met een duurzame sociale relatie met de bewoners van de hoofdwoning; 15. Er moet worden voldaan aan de geldende parkeernormen; 16. De tijdelijke woning wordt aangesloten op de bestaande terreinriolering van het betreffende perceel waar de tijdelijke woning geplaatst wordt. Wanneer dit niet kan moet er rioolaansluiting worden aangevraagd conform de standaardprocedure; 17. Bereikbaarheid voor hulpdiensten moet zijn gewaarborgd; Pagina 2 van 5

18. De tijdelijke woning kan in geen geval tot een permanente woonbestemming en/of woongebruik leiden. Het gebruik is van tijdelijke aard, na afloop van de vergunning mag het bouwwerk niet langer gebruikt worden als woning en dienen kookgelegenheid en sanitaire voorzieningen binnen 3 maanden verwijderd te worden, met uitzondering van datgene qua kookvoorziening en/of sanitaire voorzieningen dat al in het bestaande bouwwerk stond ten tijde dat een aanvraag werd gedaan voor een tijdelijke woning. 19. Een tijdelijke woning geeft in geen geval het planologische recht op een extra permanente woning. Als dit op termijn toch een wens is, moet worden gekeken of een permanente woning met toepassing van het KGO-beleid, dan wel met eventuele opvolgende beleidsregels, mogelijk is. 20. Er wordt niet meegewerkt aan een tijdelijke woning bij een recreatiewoning; 21. Het plaatsen en gebruiken van de tijdelijke woning mag niet leiden tot een onevenredige verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse en van de gebruiksmogelijkheden en/of onevenredige aantasting van de privacy van omwonenden. 22. De omgevingsvergunning voor de tijdelijke woning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Voor iedere wijziging van bewoners moet een nieuwe aanvraag om wijziging van de verleende omgevingsvergunning worden ingediend bij het college. Deze aanvraag moet voldoen aan deze beleidsregels.

De maximale termijn voor het plaatsen van de tijdelijke woning blijft 10 jaar en per perceel mag slechts één keer van de mogelijkheid om een tijdelijke woning te realiseren, gebruik worden gemaakt. Artikel 3. Nadere voorwaarden realisatie tijdelijke bewoning in een bestaand (bij)gebouw Aanvullend op artikel 2 geldt: 1 Na afloop van de termijn wordt het gebruik beëindigd. 2 Kookgelegenheid en sanitaire voorzieningen worden verwijderd, met uitzondering van datgene qua kookvoorziening en/of sanitaire voorzieningen dat al in het bestaande bouwwerk stond ten tijde dat een aanvraag werd gedaan voor een tijdelijke woning. Artikel 4. Duur van de omgevingsvergunning 1. Het betreft een tijdelijke vergunning voor maximaal 10 jaar. 2. Bij een tijdelijke woning kan er geen sprake zijn van verlenging. 3. De aanvrager of diens rechtsopvolger moet de tijdelijke woning verwijderen, of als de woning in een bijbehorend bouwwerk is gerealiseerd de kookgelegenheid en sanitaire voorzieningen verwijderen: i. Na afloop van de termijn waarvoor deze is verleend, tenzij op dat moment wordt voldaan aan de vereisten van een mantelzorgrelatie. ii. Als de duurzame sociale relatie, waarop de vergunning voor de tijdelijk woning is gebaseerd, niet meer aanwezig is door verhuizing en/of overlijden van één van beide partijen.

De aanvrager of diens rechtsopvolger meldt schriftelijk aan het college wanneer er sprake is van een situatie als bedoeld in lid 3, sub i of ii. Indien de nieuwe hoofdbewoner instemt, mag de bewoner van de tijdelijke woning blijven tot de termijn van de vergunning van 10 jaar is verlopen en vervalt de eis van het hebben van een duurzame sociale relatie tussen de hoofdbewoner en bewoner(s) van de tijdelijke woning. iii. Met uitzondering van datgene qua kookvoorziening en/of sanitaire voorzieningen dat al in het bestaande bouwwerk stond ten tijde dat een aanvraag werd gedaan voor een tijdelijke woning.

Pagina 3 van 5

Artikel 5. Omgevingsvergunningaanvraag De aanvraag voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan voor een tijdelijke huisvesting gaat naast de voorgeschreven stukken in ieder geval vergezeld van de volgende informatie en stukken: a. volledige (persoons)gegevens van de gebruikers van de tijdelijke huisvesting en een toelichting over de bestaande duurzame sociale relatie tussen verzoekers en gebruikers; b. bewijs van eigendom van de zelfstandige woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot het doen van de aanvraag; c. adres en kadastrale gegevens van de zelfstandige woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft; d. het aantal personen dat de hoofdbewoning en de tijdelijke huisvesting gaat bewonen; e. plattegrond(en) van de bestaande en nieuwe woonsituatie(s), voorzien van de oppervlaktematen, duidelijke foto’s van gevelaanzichten, een overzicht van voorzieningen en gegevens over ventilatie, verwarming en brandveiligheid; f. een omschrijving van de motieven, waarom aanvrager van mening is dat medewerking aan het bouwplan in afwijking van het omgevingsplan nodig is; g. het sluiten van een anterieure en/of nadeelcompensatieovereenkomst is een verplichte voorwaarde en deze moet zijn gesloten voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend. Artikel 6.

Meldingsplicht Bij beëindiging gebruik moet dit direct schriftelijk worden gemeld aan het college. Artikel 7. Intrekkingsgronden Het college kan de vergunning intrekken indien vergunninghouder één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning daarvan geen gebruik heeft gemaakt of de reeds gerealiseerde tijdelijke huisvesting langer dan een jaar niet gebruikt is. Na intrekking dient de vergunninghouder de in zijn geheel of in delen verplaatsbare tijdelijke huisvesting of – indien deze is gerealiseerd in een bijbehorend bouwwerk of (bedrijfs)woning – de gerealiseerde kookgelegenheid en sanitaire voorzieningen binnen 3 maanden te verwijderen, met uitzondering van datgene qua kookvoorziening en/of sanitaire voorzieningen dat al in het bestaande bouwwerk stond ten tijde dat een aanvraag werd gedaan voor een tijdelijke woning. Het college gaat niet eerder tot intrekking van de vergunning over dan dat degene voor wie het besluit tot intrekking wordt genomen bij aangetekende brief is gewaarschuwd dat hij de vergunning zal intrekken. Vergunninghouder wordt in de gelegenheid gesteld zich door of namens het college te doen horen danwel voor een het door het college bepaalde datum alsnog van de vergunning gebruik te maken. Artikel 8. Hardheidsclausule Het college kan afwijken van deze beleidsregel als toepassing leidt tot onevenredige gevolgen voor belanghebbenden.

Pagina 4 van 5

Artikel 9. Inwerkingtreding, citeertitel en evaluatie 1. 2. 3.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel Tijdelijk wonen op eigen erf’. Evaluatie van dit beleid vindt plaats binnen twee jaar na inwerkingtreding.

Artikel 10. Einde van deze beleidsregel Het ministerie van VRO bereidt een instructieregel voor waarmee via het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de mogelijkheid ontstaat om familiewoningen - binnen daartoe vast te stellen randvoorwaarden - vergunningsvrij toe te staan. Vooruitlopend op deze landelijke wijziging maakt deze beleidsregel het reeds mogelijk om, via toepassing van een BOPA en onder de in deze beleidsregel geformuleerde voorwaarden, tijdelijke woningen te realiseren. Zodra de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting van kracht wordt, gelden de regels uit de wet boven deze beleidsregel. Als de wet wordt ingevoerd, zal de gemeente, indien nodig, haar beleid aanpassen zodat het aansluit bij de nieuwe wet. De gemeente kan aanvullende voorwaarden stellen, zolang deze niet in conflict zijn met de vermoedelijke vergunningsvrije regeling die de wet biedt. Deze beleidsregel is niet meer van toepassing zodra: a. De begripsbepaling en regels uit deze beleidsregel al dan niet gewijzigd zijn opgenomen in het omgevingsplan en dit plan in werking is getreden. b. Het college deze beleidsregel geheel of gedeeltelijk heeft ingetrokken. De bepalingen uit deze beleidsregel blijven van toepassing op reeds verleende vergunningen voor tijdelijke woningen. Ondertekening Burgemeester en wethouders van Hof van Twente, de secretaris, de burgemeester, mr. ing. J. Eshuis drs. H.A.M.

Nauta-van Moorsel MPM

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4339/documents/59700